ACOD Spoor dient een nieuwe stakingsaanzegging in voor de spoorwegen. Die dekt acties vanaf maandag 29 januari 22 uur tot donderdag 1 februari 22 uur, zo maakte de socialistische vakbond donderdag bekend tijdens een persconferentie.

Het zou gaan om de derde staking op korte tijd bij het spoor. Zowel in november als december was er al een 48 urenstaking. De eerste keer steunden ook het liberale VSOA Spoor en ACV Transcom de actie, de tweede keer haakte de christelijke vakbond af.

ACV Transcom schaart zich voorlopig ook niet achter de nieuwe 72 urenstaking. Volgens voorzitter Koen De Mey was de christelijke vakbond geen betrokken partij. “Het gaat om een beslissing van ACOD Spoor alleen.” Of de liberale vakbond deelneemt, is nog niet duidelijk.

STAKING AFWENDEN

De voorzitter van de socialistische spoorbond, Pierre Lejeune, benadrukt dat ACOD Spoor intussen blijft openstaan voor een sociale dialoog met de directies van HR Rail (de juridische werkgever van het spoorpersoneel), spoorwegmaatschappij NMBS en spoornetbeheerder Infrabel. Voorlopig staat nog geen concreet overleg gepland, maar volgens algemeen secretaris Günther Blauwens hebben de spoorbedrijven nog “ruim de tijd om een signaal te geven” en de staking af te wenden.

De bonden voeren met name actie uit onvrede met het verloop van de onderhandelingen over de plannen van de NMBS om de efficiëntie op te krikken. ACOD Spoor hekelt dat ze daarbij niet betrokken wordt. De sociale dialoog beperkte zich tot nu toe “tot het uitwisselen van informatie over al genomen beslissingen”, aldus de centrale. Ook dat er na de stakingen van de afgelopen twee maanden geen toenadering kwam van de directie, noemt de vakbond “beschamend”.

Een van die beslissingen van de NMBS was om de zogenaamde opstarttijd van treinbegeleiders – de tijd die ze krijgen om hun eerste trein voor te bereiden – te halveren tot tien minuten. “Het gaat echter om veel meer.” ACOD Spoor wijst ook naar het schrappen van 44 loketten, de plannen om het aantal personeelsleden in de stations te verminderen met 244 en het inzetten op contractuele in plaats van statutaire werknemers. Zowel bij de NMBS als bij Infrabel is het personeel bovendien nog “tienduizenden compensatie- en rustdagen verschuldigd”, terwijl de werkdruk toeneemt, luidt het.

Ondertussen gebeuren er onvoldoende aanwervingen om aan de operationele behoeften te voldoen, luidt het. “Uit de laatste cijfers waarover we beschikken, blijkt dat er in 2023 in totaal 1.661 aanwervingen waren bij de drie spoorbedrijven. Tegelijkertijd waren er 1.643 vertrekken”, zegt Lejeune. “Het vertrek is groter dan de spoorwegbedrijven hadden verwacht”, aldus de nationale voorzitter. “Zelfs al vindt men nieuwe medewerkers bij de spoorwegen, na enkele maanden vertrekken ze weer als ze de arbeidsomstandigheden zien verslechteren.”

MEER MANAGERS

Dat alles weegt ook op de stiptheid van de treinen, die er de laatste jaren alleen maar op achteruitgegaan is. “Er zijn nooit zoveel reizigers en tegelijk zo weinig personeelsleden op het terrein geweest, zowel bij de NMBS als Infrabel”, zegt Lejeune. Ondertussen groeit het managersbestand wel aan. “In 2005 – op het moment van de operationele splitsing van de Belgische spoorwegen – vertegenwoordigde het management 1.935 voltijdsequivalenten op een totaal van 39.240, of 4,9 procent van het personeelsbestand. In 2020, op een totaal van 30.155, vertegenwoordigen zij 3.565 voltijdsequivalenten of 11,8 procent van het personeelsbestand”, aldus Blauwens.

Concreet eist ACOD Spoor op korte termijn dat de NMBS de uitvoering van haar efficiëntieplannen “op pauze” zet, nog meer inzet op het garanderen van de werkgelegenheid en statutaire aanwervingen doet, en dat ze de sociale dialoog normaliseert. “Wij voeren geen actie voor meer loon of meer premies, maar wel voor een betere dienstverlening voor de reizigers”, benadrukt Blauwens.

Structureel is volgens de socialistische vakbond dan weer de operationele eenmaking van de spoorwegen de enige oplossing. Die maatregel zou besparend werken én de efficiëntie verhogen. Volgens Blauwens zijn de investeringsplannen van de NMBS en Infrabel niet op elkaar afgestemd en spreken de CEO’s elkaar tegen.

“Wij worden afgeschilderd als onverantwoordelijk, maar dat zijn wij niet”, zegt Blauwens. “De problemen die je vandaag ziet op het terrein – de problemen met het materieel, de personeelstekorten en de infrastructuur – hebben wij vijftien jaar geleden al voorspeld.”

Bron: De Morgen