Misschien is het zo dat Gabor Maté in zijn laatste boek ‘De mythe van normaal’ ziekten soms iets te gemakkelijk in de schoenen van een zieke samenleving schuift. Dat neemt niet weg dat zijn alternatieve kijk ons toelaat om de kans in de crisis te zien en opnieuw betekenis te geven aan wat ons overkomt.

In de Verenigde Staten, het rijkste land dat ooit heeft bestaan, heeft 60 procent van de volwassenen een chronische aandoening, zoals een hoge bloeddruk of diabetes, en meer dan 40 procent heeft twee of meer van dit soort aandoeningen. Bijna 70 procent van de Amerikanen gebruikt minstens één geneesmiddel op voorschrift; meer dan de helft slikt er twee.

Wat geldt voor lichamelijke aandoeningen, geldt des te meer voor psychische aandoeningen. We zien in de hele westerse wereld zo’n enorme toename van diagnoses gaande van autisme tot ADHD dat het erop begint te lijken dat je zo stilaan wel zot moet zijn om nog als normaal beschouwd te worden.

Het is precies die stelling die arts, trauma- en verslavingsdeskundige Gabor Maté hard probeert te maken in zijn boek ‘De mythe van normaal’. “Lichamelijke of geestelijke chronische ziekten”, zo stelt Maté, “zijn voor een groot deel een functie of kenmerk van hoe de dingen zijn, en dus niet één of ander mankement. Ze zijn een gevolg van hoe we leven, ze zijn niet één of andere mysterieuze afwijking van wat normaal is.”

Na de publicatie van mijn artikel ‘Tegen Mental Health’ kreeg ik van verschillende lezers het boek van Maté mee als aanrader. Aangezien jullie als lezers mij op die manier vooruit geholpen hebben in het opdoen van inzichten, lijkt het me niet meer dan fair om die inzichten opnieuw met jullie te delen. Vandaar deze uitgebreide recensie.

Lichaamsgeest

“Als je pijn hebt in je lichaam, dan ga je naar de dokter”, zo luidt de volkswijsheid. “Als je last hebt van pijnlijke gedachten, dan ga je naar een psycholoog.”

In zijn boek stelt Maté deze taakverdeling in vraag. We weten allemaal dat stress kan zorgen voor buikpijn, maar wist je ook dat er een sterk verband bestaat tussen het onderdrukken van boosheid en kanker? Dat blootstelling aan racisme een risicofactor is voor astma? Dat eenzaamheid gevaarlijker is voor de gezondheid dan obesitas?

Er is niet enerzijds ons lichaam en anderzijds onze geest. Er is enkel lichaamsgeest. Als we zeggen dat we hartzeer hebben of dat onze afkeer ons misselijk maakt, dan kunnen die uitspraken ook letterlijk genomen worden.

Dé ziekte van onze tijd en het beste voorbeeld van hoe lichaam en geest een eenheid vormen is ongetwijfeld stress. Microbiologen spreken tegenwoordig van ‘neurogene ontsteking’, een door stress veroorzaakte ontsteking die wordt getriggerd door ontladingen van het zenuwstelsel, een systeem waarvan we inmiddels weten dat het sterk door emoties wordt beïnvloed. Die ontstekingen hebben op hun beurt een negatieve impact op ons immuunsysteem en vergroten de kans op allerhande aandoeningen zoals lupus en multiple sclerose.

Trauma

Onze geestesgesteldheid kan sterk beïnvloeden hoe we de wereld ervaren, maar omgekeerd is het net zozeer een feit dat de wijze waarop we de wereld ervaren een sterke impact kan hebben op onze geestesgesteldheid.

Wanneer een ervaring die je als schokkend hebt ervaren je zodanig verandert dat je herinnering aan die ervaring alle andere ervaringen vertroebelt, dan kunnen we spreken over ‘tirannie van het verleden’ of ‘trauma’. Maté gebruikt het woord trauma om te spreken over een innerlijke verwonding, blijvende breuk of splitsing in het zelf als gevolg van moeilijke of pijnlijke gebeurtenissen.

Belangrijk is dat het daarbij gaat om de manier waarop we de gebeurtenissen ervaren, eerder dan de aard van de gebeurtenissen zelf. “Trauma”, aldus Maté, “is niet wat er met je gebeurt maar wat er in je gebeurt.” Eveneens belangrijk om aan te stippen is dat wat er dan in je gebeurt ‘preverbaal’ is. Het trauma zit ingeprent in gebieden van ons zenuwstelsel die niets met taal te maken hebben.

“Trauma scheidt ons van ons lichaam”

Een negatieve ervaring, maar ook het uitblijven van positieve ervaringen kan aanleiding zijn voor het ontstaan van een trauma. “Er is sprake van trauma”, aldus Maté, “als we niet worden gezien en gekend.” Dat kan leiden tot een verlies van verbinding dat steeds meer verinnerlijkt wordt.

“Trauma”, zegt Maté verder, “scheidt ons van ons lichaam”.Het snijdt ons af van onze onderbuikgevoelens, beperkt de flexibiliteit van ons reactievermogen, vervormt onze kijk op de wereld, bevordert een op schaamte gebaseerd zelfbeeld en vervreemdt ons van het heden.

Copingsmechanismen

Terwijl ik las hoe we volgens Maté allemaal getraumatiseerd zijn, heb ik me meermaals afgevraagd of het ook niet zou kunnen dat ook gebeurtenissen die je als positief hebt ervaren een blijvende invloed kunnen hebben op je geest. Toch is het belangrijk om te zien dat Maté trauma’s niet beschouwt als iets louter negatief dat ons overkomt. De oorsprong van elk trauma ligt volgens Maté steeds bij het hanteren van natuurlijke en noodzakelijke copingsmechanismen.

Dat moeten we als volgt begrijpen: alle mensen hebben volgens Maté bepaalde natuurlijke behoeften. Tussen twee essentiële behoeften, gehechtheid en authenticiteit, bestaat een onontkoombare spanning.

In de eerste levensfase primeert gehechtheid op authenticiteit. Wanneer een kind moet kiezen tussen het verbergen van de eigen gevoelens om de nodige zorg te krijgen of zichzelf zijn en het zonder die basiszorg stellen, is kiezen voor het eerste een kwestie van overleven.

Instinctief zal een kind dus steeds een copingsmechanisme zoeken om tegemoet te komen aan de natuurlijke behoefte aan een veilige hechting. Het feit dat het er niet bewust voor kiest, maakt echter dat het copingsmechanisme des te hardnekkiger kan zijn en zelfs een tweede natuur kan worden.

Compensatiedrang

“Het is ontnuchterend om te beseffen”, zo schrijft Maté, “dat veel persoonlijkheidskenmerken waarvan we zijn gaan geloven dat ze uitmaken wie we zijn, en waar we misschien zelfs trots op zijn, in werkelijkheid de littekens zijn van hoe we lang geleden de verbinding met onszelf zijn kwijtgeraakt.”

Als we bijvoorbeeld niet de onvoorwaardelijke aandacht krijgen die we allemaal nodig hebben, kunnen we onszelf tegen dat gemis wapenen door onszelf fysiek aantrekkelijk te maken of door dingen te doen of iets te presteren waardoor we aandacht krijgen. Zo kan iemand die vroeg in het leven niet wordt gewaardeerd of erkend, een buitensporige zucht naar status of rijkdom ontwikkelen.

“Het is moeilijk om uitgekeken te raken op iets dat bijna werkt”

Maté stelt dat het kortstondig gevoel van verlichting dat dit soort van compensatiegedrag oplevert hyperverslavend werkt. “Het is moeilijk om uitgekeken te raken op iets dat bijna werkt”, zo citeert hij trauma-onderzoeker Vincent Felitti over verslaving.

Net als de roes die een verslaafde onmiddellijk na het gebruiken ervaart, houdt de verlichting die we met onze zogenaamde sterke kanten kopen om het verlies van ons authentieke zelf te compenseren, geen stand: we willen steeds meer en dat willen we steeds opnieuw.

Het authentieke zelf?

Hoewel Maté’s beschrijvingen van compensatiedrang erg herkenbaar zijn, lijkt me achter het idee van het verlies van het authentieke zelf ook een problematische aanname te liggen, met name dat er zoiets bestaat als het oorspronkelijke authentieke zelf. Maté lijkt er van uit te gaan dat we als volmaakte eenheid ter wereld komen, met een duidelijk instinct voor het goede dat vervolgens door jeugdtrauma’s of het systeem gecorrumpeerd wordt.

Daar tegenover staat de vaststelling dat de mens in vergelijking met andere diersoorten een eerder instinctarm wezen lijkt. We lijken eerder hulpeloos in een wereld te worden geworpen zonder dat we spontaan een duidelijk idee hebben wat we met die wereld aan zouden moeten kunnen vangen.

Of we het ervaren tekort nu zien als het gevolg van iets dat we onderweg verloren zijn of als eigen aan de menselijke conditite, Maté’s vaststelling dat heel wat verslavende compensatiedrang in onze cultuur als normaal of zelfs bewonderenswaardig wordt gezien, blijft relevant.

Wat is normaal?

Dat Maté zijn onderzoek naar ziekte begint bij dat wat als normaal wordt beschouwd, is opmerkelijk. “De kenmerken van het dagelijks leven die we als normaal zien”, zo schrijft hij, “schreeuwen het hardst om onderzocht te worden.”

“De kenmerken van het dagelijkse leven die we als normaal zien, schreeuwen het hardst om onderzocht te worden”

In plaats van te onderzoeken hoe het komt dat bepaalde mensen te kwetsbaar blijken te zijn om zich aan te passen aan een steeds harder wordende samenleving, komt het er met andere woorden op aan om deze kwetsbare mensen te beschouwen als kanaries in de koolmijn die ons iets leren over hoe onze steeds harder wordende wereld niet is aangepast aan de kwetsbaarheid die mensen van nature hebben.

Wanneer we uitzoomen in plaats van enkel in te zoomen, dan zien we niet langer alleen mensen die kampen met depressies, psychoses of gedragsstoornissen. Dan zien we een samenleving die kampt met vervreemding en mensen die zich daar met wisselend succes aan proberen aan te passen.

Wat is er goed aan verslaving?

Op welke manier deze benadering concreet verschilt van de reguliere benadering in de westerse geneeskunde, komt duidelijk tot uiting wanneer Maté het heeft over verslaving. Tegenover de benadering die verslaving ziet als een keuze of een gebrek aan karakter enerzijds en tegenover de benadering die verslaving ziet als een ziekte die enkel kan begrepen worden door te kijken naar de hersenchemie, pleit Maté ervoor om verslaving te benaderen als een biopsychosociaal proces.

Concreet betekent dit dat je aan iemand die kampt met verslaving een vraag moet stellen die vandaag onvoldoende gesteld wordt, met name: wat is er goed aan de verslaving? Of preciezer: welk voordeel haalt de verslaafde uit zijn of haar verslaving.

Wanneer Maté deze vraag stelde aan zijn patiënten, hadden ze het allemaal over een gevoel van warmte, liefde, rust of aanvaarding. “Ik merkte”, citeert Maté één van zijn patiënten, “dat telkens wanneer ik weer middelen ging gebruiken, ik me voelde zoals een mens zich behoort te voelen.”

Probeer daar maar eens neen tegen te zeggen.

Welke leegte moet worden opgevuld?

Als het verkeerd is om verslaving te beschouwen als een gebrek aan karakter is het net zo verkeerd om het te beschouwen als een ziekte die je kan ‘hebben’, alsof het gaat om een bedreiging die van buitenaf komt.

Enkel iemand die pijn heeft, hunkert naar verdoving. Als verslavingen ontstaan als een copingsmechanisme dat omgaat met een bepaalde pijn of verbroken verbinding, dan is de tweede vraag die je aan een verslaafde moet stellen waar die pijn vandaan komt.

“Geen enkele drug is op zichzelf verslavend”

“Geen enkele drug”, aldus Maté, “is op zichzelf verslavend, zelfs niet de meest risicovolle drugs zoals crack of methamfetamine. De meeste mensen die drugs uitproberen, het maakt niet uit welke en zelfs als ze dat herhaaldelijk doen, raken er nooit aan verslaafd.”

In plaats van te focussen op het middel dat wordt gebruikt, dient bij de behandeling van verslaving daarom de focus verlegd te worden naar de leegte die het dient op te vullen. “Zowel studies bij mensen als bij dieren hebben bevestigd dat een eventueel genetisch risico op middelengebruik gecompenseerd kan worden door in een liefdevolle, verzorgende omgeving op te groeien”, zo schrijft de auteur.

Diagnose als cirkelredenering

Wat geldt voor verslavingen geldt volgens Maté ook voor andere aandoeningen. We zijn eraan gewend geraakt om aandoeningen, of die nu psychisch of lichamelijk zijn, te zien als een vijand die we moeten bestrijden. We spreken erover alsof het iets is dat zich van buitenaf aan ons opdringt. Ik heb MS, ik heb ADHD.

Zeker in de psychiatrie kom je dan altijd in cirkelredeneringen terecht waarbij men diagnoses als een soort konijn uit de hoed tovert dat men er eerder zelf heeft ingestoken. Een persoon heeft stemmingswisselingen omdat die een bipolaire stoornis heeft en men weet dat hij een bipolaire stoornis heeft omdat die persoon stemmingswisselingen heeft.

Dat ik na een glas wijn ontspan, betekent niet dat mijn stress het gevolg is van een chronisch gebrek aan alcohol

Het probleem is dat die diagnoses niets zeggen over de gebeurtenissen en dynamieken die ten grondslag liggen aan wat wordt waargenomen en ervaren. Vaak wordt het feit dat een bepaald medicijn effect heeft als bewijs van de correctheid van een bepaalde diagnose voorgesteld, maar dat een bepaald medicijn effect heeft zegt op zich niets over de oorsprong van een symptoom. Dat ik na een glas wijn meer ontspannen ben, betekent ook niet dat mijn stress veroorzaakt wordt door een chronisch tekort aan alcohol in mijn bloed.

Ziekte als leraar

In plaats van een aandoening als een ding te beschouwen, pleit Maté er daarom voor om haar te zien als een proces dat onlosmakelijk verbonden is met ons persoonlijke verleden en de omstandigheden en de cultuur waarin we leven. Dat laat ons ook toe om onze rechtmatige plaats in te nemen als actieve deelnemers aan dat proces, in plaats van dat we er het hulpeloze slachtoffer van blijven wiens enige hoop ligt in de afhankelijkheid van medische weldoeners, onafhankelijk van de vraag of dat nu psychiaters of chirurgen zijn.

De kracht van Maté’s kijk op ziekte ligt ongetwijfeld in het feit dat hij zijn patiënten serieus neemt en naar hen luistert. De vele verhalen van patiënten die in het boek aan bod komen, maken zijn visie ook meteen tastbaar. Doorheen het boek maak je kennis met tal van mensen aan wiens inspirerende verhalen deze recensie onmogelijk recht kan doen. Wat ze overeenkomstig hebben is echter dat hun weg naar heling begint bij de erkenning van hun lijden.

In plaats van hun ziekte als een indringer van buitenaf te beschouwen, gaan ze op zoek naar de diepere oorzaken van hun lijden, proberen ze te luisteren naar wat hun lichaam hen wilt vertellen. Als het nastreven van status via stress een negatieve impact kan hebben op de fysieke gezondheid, dan kan ziekte ook de aanleiding zijn om op een meer authentieke manier te gaan leven.

Heling is geen genezing

In Maté’s boek lezen we voornamelijk succesverhalen over miraculeuze genezingen van ziektes als MS en zelfs kanker door mensen die zo’n proces van heling doormaakten met hun ziekte als leermeester. Wellicht zijn er ook tal van minder succesvolle verhalen te vinden. Het gevaar van de succesverhalen die Maté naar voor schuift, zou kunnen zijn dat ze de illusie kunnen verspreiden dat we onze kans op genezing volledig zelf in de hand hebben.

Dat is natuurlijk niet zo. Uiteindelijk is het trouwens hoe dan ook het lot van ons allemaal dat we vroeg of laat moeten sterven. Wat Maté heling noemt is echter niet hetzelfde als genezing. Wanneer we de crisis die een ziekte is aangrijpen om onze manier van leven in vraag te stellen, kan dat de kwaliteit van ons leven verbeteren zonder dat het dat leven noodzakelijk verlengt.

Je engageren om de wereld te veranderen kan ook persoonlijke heling in gang zetten

Maté’s kijk op heling is in het bijzonder interessant omdat het komaf maakt met de tweedeling tussen het idee dat het niet het individu is maar de maatschappij die moet veranderen enerzijds en het idee dat het individu om gezond te worden zich beter aan de maatschappij moet aanpassen anderzijds. Je engageren om de wereld te veranderen kan net ook persoonlijke heling in gang zetten.

Geen vervanging van de reguliere geneeskunde

Naarmate het boek vorderde begon ik me echter steeds vaker af te vragen of het soms ook niet problematisch kan zijn om in alle aandoeningen een symptoom van een zieke samenleving te willen zien. Wanneer ik struikel en mijn been breek, lijkt me dat geen manifestatie van de struikelende samenleving.

Tegelijkertijd is het zo dat Maté zijn holistische visie niet presenteert als vervanging van de reguliere westerse geneeskunde, maar eerder als een aanvulling daarop. Of preciezer: als een manier om die kennis in te bedden in een breder geheel. Natuurlijk, negatieve emoties, ziekte, lijden en sterven maken onvermijdelijk deel uit van het menselijke leven. Net daarom kan het ook belangrijk zijn om ze niet louter te bestrijden, maar er waar mogelijk ook betekenis aan te geven.

Als ik mijn been breek omdat ik struikel, dan is dat eenvoudigweg iets wat me overkomt. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds vrij ben om te bepalen wat ik doe met wat me is aangedaan. Natuurlijk moet ik best in het gips, maar tegelijkertijd kan het interessant zijn om -ook maatschappelijke- betekenis te geven aan de tijd dat ik op krukken moet lopen. Misschien krijg ik vanuit dat perspectief wel meer empathie voor mensen die minder mobiel zijn en kan mijn ervaring aanleiding zijn om hen te steunen in hun strijd voor meer op hen aangepast openbaar vervoer.

Vervreemding

Wanneer verder in het boek Maté’s idee van het door jeugdtrauma gespleten authentieke zelf geleidelijk aan plaats maakt voor het concept van vervreemding, krijgt zijn analyse ook meer diepgang. Jammer genoeg werkt hij dat niet volledig uit. In wat volgt probeer ik te schetsen hoe zo’n uitwerking er zou kunnen uitzien.

Vervreemding is een complex begrip. Als mensen worden we hoe dan ook geboren in een wereld die ons in zekere zin vreemd is. We hebben niet gekozen voor de situatie waarin we ter wereld komen. Bovendien is die situatie zo dat we slechts in staat zijn om onze projecten te realiseren wanneer we een beroep doen op anderen, wat betekent dat we op één of andere manier ook steeds betrokken zijn in de projecten die ons in zekere mate vreemd zijn in die zin dat het andermans projecten zijn.

Het zou al te gemakkelijk zijn om alle moeilijkheden die hierbij komen kijken in de schoenen te schuiven van ‘het systeem’. Die moeilijkheden zijn nu eenmaal eigen aan het mens-zijn. Terwijl sommige vogels van bij de geboorte kunnen vliegen, lijken wij als mensen toch ons hele leven te blijven struikelen over onze beperkingen en enkel door wederzijdse zorg enigszins vooruit te raken.

Vrijheid en afhankelijkheid

Tegelijkertijd lijkt in die kwetsbaarheid ook net onze grootste kracht te zitten. Wanneer we ons bewust worden van onze afhankelijkheid kunnen we tot een vorm van vrijheid komen, die andere diersoorten lijkt te overtreffen.

In de kwetsbaarheid ligt onze grootste kracht

Een spin verricht werkzaamheden die lijken op die van een wever zonder daar veel op te moeten oefenen, alsof het niets is. Daar kan geen mens aan tippen. Wat geen enkele spin doet, is zoals een architect lijnen op papier zetten om aan te geven hoe zijn soortgenoten het bouwwerk vorm moeten geven. En zo komt het dat terwijl spinnen al zolang er spinnen bestaan hetzelfde web reproduceren, mensen vandaag bouwwerken tot stand brengen waar we nog niet zo lang geleden niet eens van konden dromen.

We genieten echter slechts van deze vrijheid in de mate dat we ons bewust zijn van onze afhankelijkheid van anderen. Dat kluwen van wederzijdse afhankelijkheid, die chaos maakt het moeilijk, vrijwel onmogelijk, om de gevolgen van ons eigen handelen te voorzien. De gevolgen van onze handelingen tonen zich aan ons als een vreemde macht die ons domineert. De chaos toont zich aan ons als een opgelegde orde. We worden het product van onze producten, bezeten door ons eigen bezit.

Kapitalisme

Hoewel dus valt te argumenteren dat vervreemding, begrepen als de ervaring dat men gestuurd wordt door een macht die men niet controleert, in zekere zin eigen is aan het mens-zijn, houdt de grote afhankelijkheid van anderen die aan dat mens-zijn eigen is ook in dat de vorm die deze vervreemding aanneemt maatschappelijk bepaald is.

In het huidige maatschappelijk systeem, het kapitalisme, is de vreemde macht die ons leven beheerst de markt, of eenvoudiger gezegd: het geld.

We leven vandaag in een systeem waarin we ons inschakelen in projecten die ons vreemd zijn door onze arbeidskracht te verkopen als een product op de markt. Zolang dat systeem dominant is, zal het zo zijn dat we vooral werken voor het geld en minder voor elkaar. Zolang dat systeem dominant is, zal het moeilijk zijn om onszelf te herkennen in wat we produceren.

We leven vandaag bovendien in een systeem waarin wat we produceren vervolgens te koop wordt aangeboden, waarin de winst die met de verkoop van een product gemaakt kan worden centraal staat, niet zozeer de intrinsieke waarde van dat product. Zo komt het dat hoe meer de mens zich verrijkt, des te meer hij verarmt. Zo worden alle waarden letterlijk inwisselbaar, gereduceerd tot wat ze kunnen opbrengen.

Een systeem dat gebouwd is op concurrentie brengt ons niet dichter bij elkaar

Zolang dat systeem dat de natuur steeds verder herleidt tot een opeenhoping van koopwaren, dominant blijft, zal het voor ons als mensen ook moeilijk zijn om onze band met de natuur te herstellen. Dat een systeem waarin we allemaal moeten concurreren en waarin de ongelijkheid groeit ons niet dichter bij elkaar brengt, mag ook duidelijk zijn.

Activisme

De grote verdienste van Maté’s boek is dat het ons leert dat we die dynamieken niet als passieve slachtoffers hoeven te ondergaan. Net de erkenning van het maatschappelijke karakter van de problemen waar we als individuen mee worstelen, maakt dat die individuele worsteling ook een maatschappelijke verandering in gang kan zetten.

In een samenleving waarin zowat de helft van de bevolking kampt met wel één of andere chronische aandoening is dat geen kleine verdienste. Maté leert ons dat we niet hoeven te kiezen tussen de slachtofferrol enerzijds of ontkenning anderzijds. De lengte van deze recensie laat niet toe om er uitgebreid op in te gaan, maar Maté reikt ons ook verschillende concrete stappenplannen aan voor hoe we het proces van onze persoonlijke en daarmee ook maatschappelijke heling in gang kunnen zetten.

“Denk maar”, zo schrijft Maté, “aan Greta Thunberg die haar autisme omschrijft als haar ‘superkracht’ en een grote bijdrage heeft geleverd aan de bewustwording van haar generatie met betrekking tot klimaatverandering.” Haar voorbeeld illustreert bovendien ook de helende kracht die het beschouwen van ziekte als leraar voor haar heeft gehad. Waar ze voor haar klimaatcampagne kampte met depressie, een eetstoornis en was gestopt met praten, heeft haar activisme ook een proces van persoonlijke heling in gang gezet.

Crisis als kans

In een wereld in crisis, in een wereld waarin tal van mensen ook een persoonlijke crisis doormaken, slaagt Maté er niet enkel in om beide te verbinden. Zijn grootste verdienste bestaat erin dat hij ons eraan herinnert dat het woord crisis in het Chinees een samenstelling is van de symbolen ‘gevaar’ en ‘kans’.

Hij wapent ons met manieren om opnieuw betekenis te geven aan wat ons overkomt. Zelfs al lijkt het me soms iets te gemakkelijk om alle ziekten te zien als gezonde aanpassing aan een zieke samenleving, het lijkt me hoe dan ook zinvol om ze te zien als kans om te streven naar verbinding met onszelf, met de natuur en met elkaar.

Gabor Maté (met Daniel Maté). De mythe van normaal – Over trauma, ziekte en heling in een toxische maatschappij. Ankhermes, Utrecht, 2022, 496 pp. ISBN 978 9020 2194 56

Bron: DeWereldMorgen.be