Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
• Werkloosheidsuitkeringen beperkt tot 2 jaar
Werklozen die vanaf maart een uitkering aanvragen, zullen nog maximaal 2 jaar een volledige werkloosheidsuitkering kunnen krijgen. Daarnaast worden de inschakelingsuitkeringen (voor jonge schoolverlaters) beperkt tot maximaal een jaar.
De volledige werkloosheidsuitkering bestaat uit een basisperiode van 12 maanden, aangevuld met een extra periode van maximaal nog eens 12 maanden, afhankelijk van het beroepsverleden. Concreet hebben mensen die de voorbije 3 jaar minstens een jaar gewerkt hebben, recht op 12 maanden uitkering. Elke extra gewerkte periode van 4 maanden geeft recht op een maand extra uitkering.
Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor werkzoekenden met een beschermingsuitkering, 55-plussers met meer dan 30 jaar beroepsverleden (dat evolueert naar 35 jaar in 2030), werklozen die voor eind 2025 met een opleiding zijn gestart voor een knelpuntberoep, of nog kunstwerkers en erkende havenarbeiders en zeevissers.
Voor werkzoekenden die al een uitkering krijgen, zijn er overgangsmaatregelen waarbij het recht op uitkeringen wordt afgebouwd. De eerste groep – werklozen die al minstens 20 jaar volledig werkloos waren – verloor het recht op een uitkering begin dit jaar.
Op 1 maart is een volgende groep aan de beurt: werkzoekenden die tijdens hun loopbaan tussen 8 en 20 jaar volledig werkloos zijn geweest. De komende maanden verliezen nog groepen werklozen hun uitkering.
• Eenmalige premie voor wie van job wil veranderen
Vanaf 1 maart kunnen werknemers eenmalig aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering als ze van job willen veranderen of zich willen omscholen. Dat kan met de zogenaamde trampolinepremie. Daarmee wil de federale regering een half jaar lang een vangnet bieden aan wie een uitweg zoekt naar een andere job of om burn-outs te vermijden.
Werknemers die 10 jaar (3.120 arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen) of langer gewerkt hebben en nood hebben aan een loopbaanswitch, kunnen eenmalig een beroep doen op de zogenaamde trampolinepremie. Als ze hun job opgeven, kunnen ze de premie aanvragen bij de overheid. Dan zien ze zes maanden lang het bedrag van de werkloosheidsuitkering op hun rekening verschijnen.
De trampolinepremie is anders dan de gewone werkloosheidsuitkering. Op die laatste kan iemand enkel terugvallen als hij of zij onvrijwillig werkloos werd. Met de trampolinepremie wil de overheid mensen die vastzitten in hun job, de mogelijkheid geven om zelf op te stappen. Wie in de eerste 3 maanden van die periode aan een opleiding voor een knelpuntberoep begint en die met succes volbrengt, kan zelfs 6 maanden extra genieten van de premie.
Toch kwam er al uit verschillende hoeken kritiek op de maatregel. Zo wees ACV al op enkele mogelijke valkuilen in de regelgeving. De vakbond vreest onder meer dat de maatregel misbruikt zal worden door mensen die de periode tot hun pensioen willen overbruggen of vakantie willen nemen. Ook werkgeversorganisatie Unizo deelt in die bezorgdheden.
• Hogere btw op overnachtingen en pesticiden
De btw voor hotelovernachtingen of campingplaatsen verhoogt op 1 maart naar 12 procent. Die verhoging is een van de weinige die al doorgevoerd wordt nadat de federale regering eind vorig jaar, in het kader van de opmaak van de meerjarenbegroting, besliste de btw op een aantal goederen en diensten aan te passen. Voor pesticiden verhoogt de btw naar 21 procent.
Na een erg kritisch advies van de Raad van State besliste de regering midden februari om de geplande btw-verhogingen op sport, cultuur en afhaalmaaltijden uit te stellen naar een nog onbepaalde datum.
Behalve de btw op hotelovernachtingen en campingplaatsen gaat ook de verhoging van de btw op gewasbeschermingsmiddelen wel door. Voor die middelen gold lang een btw van 12 procent, maar die wordt naar 21 procent verhoogd. Voor meststoffen blijft de btw op 6 procent, maar voor de kleine minderheid aan meststoffen waaraan bijvoorbeeld een herbicide (zoals antimoswerking) is toegevoegd, wordt het btw-tarief naar 21 procent verhoogd.
• Nieuwe regels voor leefloon
Vanaf 1 maart gelden nieuwe regels om te bepalen wie recht heeft op een leefloon. Om te berekenen of iemand al over voldoende bestaansmiddelen beschikt, moet vanaf dan ook rekening gehouden worden met de inkomens van iedereen die met de aanvrager onder hetzelfde dak woont. De OCMW’s kunnen om “billijkheidsredenen” nog van de nieuwe berekeningsmethode afwijken.
Voor 1 maart moesten OCMW’s bij hun berekening enkel kijken naar de inkomsten van de aanvrager en zijn of haar partner. Vanaf 1 maart worden zij verplicht om ook de bestaansmiddelen van “meerderjarige onderhoudsplichtigen”, dat wil zeggen ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen enz., mee in rekening te brengen, als zij onder hetzelfde dak wonen. Ook het Groeipakket, de vroegere kinderbijslag, wordt voortaan mee in de weegschaal gelegd. Oordelen de centra dat die samengetelde middelen toereikend zijn, dan wordt het leefloon geweigerd.
Het koninklijk besluit (KB) van minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) laat nog een achterpoortje open. De OCMW’s mogen namelijk “wegens billijkheidsredenen” toch beslissen om bepaalde bestaansmiddelen buiten beschouwing te laten. Dat kan bijvoorbeeld wanneer een gezin kampt met hoge ziektekosten, een zware huurlast of andere kosten die niet vermeden kunnen worden.
Als een OCMW beslist om op die manier af te wijken van de regels, moet het centrum dat “zeer goed feitelijk” kunnen motiveren, verduidelijkt het kabinet van Van Bossuyt. Daarnaast moet de gebruikte berekeningsmethode voorgelegd worden. Het gaat om een uitzondering die geval per geval zal worden beoordeeld
• ‘Mijn VerbouwPremie’ beperkt voor hogere inkomens
Vanaf 1 maart zullen minder verbouwers een ‘Mijn VerbouwPremie’ kunnen krijgen. Mensen uit de hoogste inkomenscategorieën zullen alleen nog een premie kunnen bekomen voor een warmtepomp en een warmtepompboiler.
De hoogste inkomenscategorieën gaan bijvoorbeeld vanaf een jaarinkomen van 43.240 euro voor een alleenstaande of 60.520 euro voor een gezin van twee personen. De premies die zij kunnen krijgen voor hun warmtepomp of warmtepompboiler, gaan in sommige gevallen ook omlaag. En ze zijn begrensd tot maximaal 20 of 25 procent van de totaalfactuur.
Voor mensen die een lager inkomen hebben, verandert er niets. Behalve voor warmtepomp en warmtepompboiler kunnen zij premies krijgen voor werken aan onder meer ramen en deuren, dak-, vloer- en muurisolatie. Ook voor investeringen in niet-woongebouwen is er vanaf 1 maart geen Mijn VerbouwPremie meer.
• Verschillende verbouwingen aan woning vrijgesteld van vergunningsplicht
Vanaf 1 maart is er voor een aantal verbouwingen aan de woning, zoals het plaatsen van deuren, ramen en binnenisolatie, niet langer een vergunning nodig. Daarnaast wordt de meldingsplicht afgeschaft.
De meldingsplicht was in het verleden in het leven geroepen als slankere variant van een vergunning. Maar ze leidde in de praktijk “tot een grote dossierlast met een hoge foutenmarge”, aldus het kabinet. Voortaan heb je ofwel een vergunning nodig, ofwel niets. Enkel voor zorgwoningen blijft de melding behouden.
De vergunningsplicht wordt ook voor meer ingrepen afgeschaft. Voor verbouwingen aan gevels en daken zonder volume-uitbreiding, inclusief het aanpassen en plaatsen van deuren en ramen, is geen vergunning meer nodig. Dat geldt ook voor alle binnenverbouwingen, het aanbrengen van binnenisolatie en de plaatsing van stekkerzonnepanelen.
Landbouwers hebben geen vergunning meer nodig voor kleine schuilhokken, beperkte wateropslagplaatsen en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties. Ook kleine pocketvergisters – installaties die biomassa zoals mest omzetten in energie – hebben geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig.
Voor bedrijven, ten slotte, wordt voor binnenisolatie, handelingen aan gevels en daken, zonnepanelen en zonneboilers en alle binnenverbouwingen de vergunningsplicht afgeschaft.
