Flexi-jobs, lagere patronale bijdragen, loopoptimalisatie, vennootschappen,… Willen we de sociale zekerheid nog wel financieren?

Bij de laatste begroting van de regering-De Croo werden de flexi-jobs uitgebreid naar twaalf extra sectoren, zoals gevraagd door Vlaams minister-president Jan Jambon in zijn Septemberverklaring. Flexi-jobben wordt mogelijk voor buschauffeurs, in het onderwijs, de kinderopvang, de voedingssector, de begrafenissector, in rijscholen, in de landbouw, de autosector, de publieke sport- en cultuursector, de verhuissector, de immosector en in de evenementensector. Daarvoor kon je ook al een flexi-job doen in de horeca, bij bakkers, slagers, in supermarkten, bij de kapper en in de sportsector. Op termijn willen liberalen de flexi-jobs uitbreiden naar àlle sectoren, ook in de zorg. Werken zonder lasten als de oplossing voor alle problemen, zo lijkt het soms wel.

Een regering met zeven partijen moet natuurlijk compromissen sluiten. De liberalen pakten bij de laatste begroting uit met de voornoemde uitbreiding van de flexi-jobs, investeringen in veiligheid en een federaal tekort onder de 3% van het bbp. De socialisten pronkten op hun beurt met de bankentaks, hogere minimumlonen, investeringen in de zorg en internationale solidariteit. Zulke ‘uitruil’ is niet abnormaal. Toch blijft het gemak waarmee flexi-jobs als pasmunt passeren bijzonder zorgwekkend; zelfs al wordt in het compromis rond flexi-jobs de werkgeversbijdrage verhoogd van 25% naar 28%. Ive Marx noemt flexi-jobs dan ook ‘volksverlakkerij’: “De fiscale druk is zo hoog dat je als overheid je eigen belastingontwijking moet organiseren om mensen zogezegd tevreden te houden. Quod non. Wat de mensen willen, is natuurlijk een faire fiscale hervorming.

Natuurlijk zijn flexi-jobs handig voor mensen die een cent willen bijverdienen en voor werkgevers die gemakkelijk mensen willen aannemen. De voorspelling van toenmalig staatsecretaris voor Fraudebestrijding en architect van flexi-jobs, Bart Tommelein (Open VLD), dat ze een succesverhaal zou worden, komt dan ook uit. Elk jaar wordt het gebruik ervan uitgebreid. Eerst was de flexi-job er enkel voor mensen die voltijds of vier vijfde werken, nadien ook voor gepensioneerden. Vandaag zijn er al 108.000 mensen met een flexi-job, vooral in Vlaanderen. En wordt ze dus uitgebreid naar twaalf extra sectoren.

Een systeem met enkel winnaars, dus? Helaas niet. Vooral de kassa van de overheid verliest. Flexi-jobs zetten de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid, waarvan de financiering steeds meer op losse schroeven komt te staan, verder onder druk. Een kort overzicht van gederfde inkomsten voor de overheid:

Een. De taxshift van de regering-Michel is een zware rugzak die we nog een tijd zullen meeslepen. De impact was dramatisch: het verlagen van de werkgeversbijdrage van 33 naar 25% leverde nauwelijks jobs op, zorgde er vooral voor dat bedrijven hun winstmarges hebben vergroot, en leidt elk jaar tot een minderopbrengst voor de sociale zekerheid van minimaal 6 miljard euro. Een minderopbrengst die elk jaar stijgt en in 2027 zelfs meer dan 8 miljard euro zal bedragen.

Ondertussen blijven de vermogens grotendeels onbelast. Arthur Apostel berekende dat een vermogensbelasting van 1% op het nettovermogen van de top 1% rijkste huishoudens jaarlijks 5,9 tot 6,6 miljard euro zou opbrengen. Een meer ambitieuze en progressieve vermogensbelasting, zoals voorgesteld door Paul De Grauwe, kan tussen de 20 à 24 miljard euro opleveren.

Twee. De huidige vormen van loonoptimalisatie zijn echt niet meer houdbaar. Loonoptimalisatie is de omzetting van brutoloon in voordelen die aan belastingen en sociale bijdragen ontsnappen. Denk aan: de bedrijfswagen of elektrische bedrijfsfiets, pc of laptop, internetabonnement, maaltijdcheques, ecocheques, sportcheques, cultuurcheques, groepsverzekering, hospitalisatieverzekering, kostenvergoeding, terugbetaling individueel pensioensparen, enzovoort. De lijst is eindeloos. Ondertussen bestaan er meer dan 84 van zulke loonvoordelen. Samen goed voor 6,8 miljard euro, waardoor de sociale zekerheid 2,6 miljard euro aan inkomsten misloopt.

Drie. Ook de vervennootschappelijking van de arbeidsmarkt is stilaan een reusachtig probleem. Dokters, juristen, notarissen of consultants kozen al langer voor een vennootschap om zich te laten uitbetalen, in plaats van een fiscale behandeling volgens de personenbelasting. Maar ook steeds meer bedienden en kaderleden richten nu een vennootschap op, lazen we onlangs in De Tijd. In vijf jaar tijd is het aantal van die vennootschappen bijna verdubbeld: van 41.510 in 2019 naar 76.578 vandaag. Zo’n vennootschap is eigenlijk niet meer dan een vehikel die toelaat om arbeidsinkomsten om te zetten in vermogensinkomsten. Via een managementvennootschap betaal je 20% vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 euro die je verdient. De lastendruk daalt fors en opnieuw verliest de staatskas.

De taxshift, de loonoptimalisatie en de vervennootschappelijking zijn drie complexe en weerbarstige thema’s. Ze lenen zich niet tot passionele debatten. Ze worden niet besproken aan De Tafel van Gert of in Terzake. Ze zullen straks in de campagne niet zorgen voor clicks en likes op sociale media. Maar ze zijn wel mede de oorzaak dat onze sociale zekerheid armlastig is geworden en er te weinig geld is om de acute sociale noden te lenigen. De vermogensbelasting komt er maar niet. Recent werd de fiscale hervorming van minister Van Peteghem afgevoerd. En nu worden de flexi-jobs verder uitgebreid. Het doet de vraag stellen: willen we de sociale zekerheid, ons zo dierbaar, nog wel financieren?

(O, ja. U leest het goed: elk cijfer in dit stuk van gederfde inkomsten voor de overheid betreft miljarden, niet miljoenen.)

Bron: SAMPOL