Verkiezingen 2024

Verkiezingen 2024

Knack-enquête: 1 miljoen Vlamingen zijn tegen de politiek, justitie én de media

Hoe kijken Belgen naar de democratie? Het ongenoegen is erg groot, blijkt uit een exclusieve Knack-enquête. 1 miljoen Vlamingen zijn anti-systeem.

Op verzoek van Knack en Le Vif hield onderzoeksbureau Kantar een online enquête bij 1012 Belgen van 18 jaar of ouder. De resultaten zijn bij momenten alarmerend.

Laten we maar met de deur in huis vallen: bijna één derde van de Belgen vindt dat we niet in een democratie leven. Bij Franstaligen leeft dat gevoel iets sterker dan bij Nederlandstaligen, maar het valt vooral op dat dit sterker leeft bij jongeren: 37% van de 18- tot 35-jarigen vindt België geen democratie, tegenover 24% van de 65-plussers.

Het kan nog erger: bijna 40% van de ondervraagden oordeelt dat de Europese Unie geen democratie is. Maar opvallend, de jongeren zijn hierover positiever gestemd dan de ouderen: 36% van de jongeren zegt dat de EU geen democratie is, tegen 43% van de ouderen. De Belgische democratie heeft het dus vooral verkorven bij jongeren, de EU-democratie eerder bij ouderen.

Zo’n 38% van de Belgen vindt dat een coalitie van verschillende partijen de beste manier is om een land te besturen, 16% opteert een regering met één partij. Als we dieper in de cijfers duiken, merken we dat ouderen duidelijk enthousiaster zijn over coalitieregeringen dan jongeren. Nog opmerkelijk: in Vlaanderen is 43% ervan overtuigd dat coalitieregeringen het beste zijn, in Wallonië slechts 28%.

Een regering gevormd door experts of een burgerpanel, een kleine vaste groep inwoners die geregeld wordt bevraagd over bepaalde onderwerpen, wordt telkens door 14% genoemd als de efficiëntste manier om het land te besturen.

Maar hier zien we toch grote verschillen. Terwijl in het zuiden van het land 23% gelooft dat een burgerpanel de beste bestuursvorm is, vindt dat maar bij 8% van de mensen in het noorden weerklank. Ook het houden van referenda scoort onder de taalgrens met 22% beter dan de 14% boven de taalgrens. Maar in Vlaanderen meent dan weer 18% dat een regering met experts de beste bestuursvorm is, tegenover 9% in Wallonië. Vlaanderen neigt meer naar deskundigen, Wallonië meer naar de mening van de bevolking als het gaat over efficiënt besturen.

Het idee dat verkozenen door lottrekking moeten worden aangeduid, zoals bijvoorbeeld auteur David Van Reybrouck bepleit om alvast de Senaat te bevolken, wordt door een ruime meerderheid afgewezen: 65% van de Nederlandstaligen ziet dat niet zitten, tegenover 58% van de Franstaligen.

Bijna de helft van de Belgen, 46%, vindt dat de regering samen met het parlement de meeste macht heeft in ons land. Zo’n 35% oordeelt dat de politieke partijen hier de macht uitoefenen, op de voet gevolgd door de rijkste mensen, financiële markten en banken. Voor 15% van de landgenoten zit de meeste macht in ons land in handen van de vakbonden.

Volgens 56% van de ondervraagden is onze democratie in gevaar. In Wallonië en bij jongeren leeft dat oordeel sterker, rond de 65%. Degenen die vinden dat onze democratie bedreigd wordt, wijzen vooral migratie, desinformatie en extreemrechts als de grootste gevaren aan. Ook hier zijn er enkele regionale verschillen: 45% van de Nederlandstaligen noemt migratie een bedreiging, tegen 33% van de Franstaligen. En omgekeerd ziet 45% van de Franstaligen extreemrechts als bedreiging, tegen 31% van de Nederlandstaligen. Maar ze vinden elkaar als het gaat over extreemlinks: telkens 30% bestempelt dat als een bedreiging voor onze democratie.

Iets meer dan een kwart van de Belgen beschouwt religie als een bedreiging voor onze democratie. Doorgevraagd over welke religies het dan gaat, duidt 82% de islam aan. In Vlaanderen (89%) ligt dat duidelijk hoger dan in Wallonië (75%), bij ouderen (89%) ligt het hoger dan bij jongeren (79%). De andere religies scoren heel wat lager: 22% noemt het christendom een gevaar, 15% het jodendom, 11% het boeddhisme en 7% het hindoeïsme.

Zowat de helft van de Belgen vindt dat zijn of haar stem niet telt. Dat gevoel geldt in gelijke mate voor mannen en vrouwen, Nederlands- en Franstaligen, jong en oud, en ook hoe lang men heeft gestudeerd maakt geen verschil: welke bevolkingsgroep je ook bekijkt, de helft vindt dat hij/zij niet meetelt.

De enquête peilde ook naar wie of wat een essentiële tegenmacht moet vormen om de democratie te waarborgen. De politieke oppositie komt dan met 39% het vaakst uit de bus, gevolgd door de burgerbeweging (33%), vakbonden (28%), burgerpanels (27%), de media (25%) en sociale media (16%). Ook hier schatten de Franstaligen de burgerbeweging en -panels hoger in, samen met de vakbonden. De Nederlandstaligen hechten wat meer waarde aan de media en sociale media.

Op de vraag wat nuttig is om je stem te laten horen en de democratie te bevorderen, antwoordt 64% ‘gaan stemmen’. Verder noemt men een petitie ondertekenen (35%) en vreedzaam manifesteren (29%) ook nuttig. Voor zo’n 10% mag dat zelfs niet-vreedzaam manifesteren zijn of burgerlijke ongehoorzaamheid. Als vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid vindt 25% dat het geoorloofd is om bedrijven te boycotten en 23% om openbare ruimte te bezetten. Opvallend is dat slechts 6% het toegelaten vindt om zich vast te kleven of te ketenen, een actievorm die de laatste tijd in trek is.

Er zijn regionaal wel grote verschillen als het gaat over de tolerantie voor burgerlijke ongehoorzaamheid: 59% van de Nederlandstaligen zegt dat geen enkele vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid toegelaten is, tegen 27% van de Franstaligen. Ook hier is er een groot verschil tussen jongeren en ouderen: van de 18- tot 35-jarigen verwerpt 25% burgerlijke ongehoorzaamheid, bij de 65-plussers is dat 63%.

Slechts 3% van de Nederlandstaligen vindt dat een burgerbeweging de wet mag overtreden, tegenover 8% van de Franstaligen. Zo’n 10% van de jongeren vindt dat men zich niet aan de wet hoeft te houden, bij de ouderen is dat minder dan 1%. Nederlandstaligen en ouderen willen duidelijk minder weten van burgerlijke ongehoorzaamheid dan Franstaligen en jongeren.

Meer dan de helft van de Belgen, zo’n 56%, voelt zich niet vertegenwoordigd door de federale staat. Regionaal zit er een licht verschil op: 58% van de Nederlandstaligen vindt zich niet gerepresenteerd door de Belgische overheid, tegen 54% van de Franstaligen. En bij ouderen ligt het cijfer ook hoger dan bij jongeren (60 tegen 53%). Meer mensen die alleen een diploma lager secundair hebben, voelen zich in vergelijking met de landgenoten met een diploma hoger (universitair) onderwijs minder vertegenwoordigd (62 tegen 52%).

Evenveel burgers, 55%, voelen zich niet vertegenwoordigd door het Vlaams, Brussels of Waals Gewest. We zien hier dezelfde kleine verschillen als bij de vraag over de federale overheid: 56% van de ondervraagden uit het Vlaams Gewest voelt zich niet vertegenwoordigd door het Vlaams Gewest, dat geldt voor evenveel Brusselaars ten opzichte van het Brussels Gewest en voor 51% van de inwoners van Wallonië voor het Waals Gewest. Ouderen en mensen met een lager diploma voelen zich niet alleen minder gerepresenteerd door de federale overheid, maar ook door hun regionale overheid.

Bijzonder interessant wordt het als de uitkomsten op beide vragen aan elkaar worden gekoppeld. Dan blijkt dat het grotendeels dezelfde mensen zijn die zich niet vertegenwoordigd voelen door de nationale regering én de regionale regering. Zo’n 45% van de Belgen voelt zich noch door de federale overheid, noch door de regionale overheid vertegenwoordigd. En 70% van de mensen die vinden dat hun stem niet meetelt, voelt zich door niets vertegenwoordigd.

Liefst 70% van de ondervraagden zegt dat de politici in België hun eigen belangen boven die van het volk stellen. Die overtuiging wordt breed gedragen door alle bevolkingsgroepen, al zien we het iets meer bij Nederlandstaligen en ouderen, maar ook bij de anderen gaat het steeds om zo’n 65%.

Drie op de vier Belgen zijn er voorstander van om de inkomsten van politici te plafonneren op het gemiddelde loon. Dat idee wordt opnieuw door velen gedeeld, welke positie ze ook bekleden in de samenleving. Zo’n 70% vindt dat het cumuleren van openbare ambten onder alle omstandigheden moet worden verboden. Vooral Franstaligen, ouderen en hoger opgeleiden zijn die mening toegedaan.

Iets meer dan de helft van de ondervraagden, 54%, vindt dat de meeste Belgische politici incompetent zijn. Zowat de helft van de Belgen vindt zelfs dat de meeste politici corrupt zijn. Terwijl de uitspraak dat politici ‘incompetent’ zijn door zowat alle lagen van de bevolking evenveel wordt uitgesproken, ligt dat voor ‘corrupt’ lichtjes anders: bij Franstaligen, jongeren en mensen met een lager diploma ligt dat aandeel iets hoger.

Van de Belgen die vinden dat de meeste politici corrupt zijn, verwerpt de helft een coalitieregering als de efficiëntste manier van besturen. De grootste voorkeur van die groep mensen gaat uit naar een regering met één partij (69%) of naar het organiseren van referenda (66%). Een regering van experts (55%) of een burgerpanel (51%) vinden wat minder instemming. Een op de drie onder hen zegt dat een dictatuur het beste zou zijn.

Van de mensen die vinden dat hun stem niet meetelt, oordeelt 72% dat de meeste politici in België corrupt zijn.

Twee op de drie Belgen vindt een democratie het meest efficiënte politieke systeem. Opnieuw is dat een overtuiging waarin veel Nederlandstaligen en Franstaligen, mannen en vrouwen, jong en oud, kort en lang opgeleid zich kunnen vinden. Het grootste deel van die mensen, 75%, is ervan overtuigd dat een coalitieregering de beste bestuursvorm is, en veel beter dan bijvoorbeeld een regering gevormd door één partij of door experts.

Maar een derde van onze landgenoten vindt dat de macht moet worden uitgeoefend door een sterke leider, zonder invloed van het parlement. Die overtuiging is iets groter bij de Franstaligen (36%) dan bij de Nederlandstaligen (30%), wat misschien verwondering kan opwekken omdat in het noorden van het land een partij als het Vlaams Belang hoog scoort. Opmerkelijk is ook dat heel wat jongeren (43%) voor zo’n sterke leider zijn in tegenstelling tot de 65-plussers (25%). Een vergelijkbare breuk zien we bij lager opgeleiden (46%) en mensen met een hogere studie (24%).

Van de Belgen die voor een sterke leider zijn zonder inspraak van het parlement denkt 52% dat een dictatuur de efficiëntste bestuursvorm is voor ons land, voor 50% mag het ook een burgerpanel zijn en voor zowat evenveel landgenoten een regering gevormd door één partij. Voor bijna 40% kan ook een regering gevormd door experts zorgen voor doortastend beleid.

In België geldt de stemplicht voor iedereen van 18 jaar of ouder, maar voor de lokale verkiezingen in oktober 2024 is de opkomstplicht afgeschaft. Benieuwd hoeveel mensen dan zullen opdagen aan het stembureau. In elk geval wil zo’n 43% van de Belgen dat de stemplicht helemaal wordt afgeschaft en 32% zou niet gaan stemmen als het niet verplicht was. Vooral bij de jongeren leeft dat sterk: 45% van hen zou dan niet meer opdagen. Dat hoge cijfer is opmerkelijk omdat jongeren van 16 tot 18 jaar volgend jaar voor het eerst mogen stemmen (niet verplicht) voor het Europees Parlement.

Ook interessant: de helft van de ondervraagden vindt dat een blanco stem moet worden weerspiegeld in lege zetels in het parlement. En een op de drie zegt dat migranten dezelfde rechten moeten hebben als autochtonen, inclusief stemrecht. Zo’n 54% is daartegen, en daarbij zien we geen verschil tussen Nederlandstaligen als Franstaligen: in beide groepen is iets meer dan de helft tegen gelijke rechten inclusief het stemrecht voor migranten. Dat druist in tegen de vaak gehoorde overtuiging dat Vlamingen het minder begrepen zouden hebben op migranten en ‘racistischer’ zouden zijn dan Franstaligen.

Er is dus niet zoveel animo voor een opkomstplicht, wél voor referenda: 70% van de Belgen wil dat zeker over de belangrijke vraagstukken in onze samenleving telkens een volksraadpleging wordt gehouden. Ouderen (78%) zijn meer te vinden voor referenda dan jongeren (57%). Zo’n 17% van de landgenoten vindt referenda de efficiëntste manier om een land te besturen. In Wallonië staat men daar met 22% iets positiever tegenover dan in de rest van België.

Pakweg 38% van de Belgen vindt een cordon sanitaire, waarbij geen politieke akkoorden of afspraken gemaakt zouden worden met een extremistische partij zoals het Vlaams Belang, essentieel voor onze democratie. Hier zien we een groot verschil onder de bevolking: 22% van de Nederlandstaligen staat achter een cordon sanitaire, tegenover 57% van de Franstaligen. Omgekeerd vindt 57% van de Vlamingen een cordon sanitaire niet essentieel voor de democratie, tegen 18% van de Franstaligen. Ouderen en lager opgeleiden tonen zich grotere tegenstanders van het cordon.

Een derde van de Belgen vindt dat het cordon sanitaire het best wordt uitgebreid naar extreemlinkse partijen. Ook hier zijn Franstaligen (42%) grotere voorstanders dan Nederlandstaligen (25%). Ook jongeren en hoger opgeleiden zijn het idee iets meer genegen. Samenvattend zijn vooral Franstaligen, jongeren en hoger opgeleiden gewonnen voor een cordon sanitaire, zowel tegen extreemlinks als extreemrechts.

Zo’n 54% vindt dat de media extremistische partijen aan het woord moeten laten. In Franstalig België bestaat een cordon médiatique tegen het Vlaams Belang, maar 49% van de Franstaligen is het daar niet mee eens, 35% is voorstander van zo’n cordon médiatique en de rest heeft er geen mening over. Onder Nederlandstaligen vindt 57% dat de media ook extreme partijen aan bod moeten laten komen, 29% vindt van niet en de rest heeft geen mening.

Iets meer dan 40% van de Belgen zegt dat onze rechtbanken niet onafhankelijk zijn. Iets meer dan de helft vindt dat onze rechters geen voeling hebben met de realiteit. Vooral ouderen (58%) en lager opgeleiden (54%) delen die mening, Nederlandstaligen en Franstaligen verschillen daarover nauwelijks van overtuiging. Wat duidelijk blijkt: het gaat vooral op voor mensen die vinden dat hun stem niet meetelt. 70% van hen vindt rechters wereldvreemd.

Velen vinden ook de media niet onafhankelijk. Iets meer dan de helft van de Belgen oordeelt dat de media en de politiek elkaar indekken. Die conclusie wordt door zowat alle bevolkingsgroepen in onze samenleving evenveel gedragen, maar toch vooral opnieuw bij mensen die vinden dat hun stem niet meetelt: 68% van hen vindt dat de media en de politiek onder één hoedje spelen.

Conclusie

De conclusie na dit onderzoek is ontluisterend. Een wel érg grote groep mensen lijkt alle geloof in de samenleving kwijt te zijn. Een vijfde van de Belgen (19% Nederlandstaligen, 21% Franstaligen met een betrouwbaarheidsmarge voor deze combinatievraag van 2,5%) is ervan overtuigd dat zijn stem niet meetelt, dat hij niet vertegenwoordigd wordt, dat de meeste politici corrupt zijn, dat rechters wereldvreemd zijn, en dat de media en de politiek elkaar indekken. Dat betekent dat zo’n 1,8 miljoen Belgen, onder wie 1 miljoen Vlamingen, zich niet alleen afkeert van de politiek maar ook de juridische wereld en de traditionele media. Kortom: van het hele systeem. 

Bron: Knack

Verkiezingen 2024

Neen, met deze N-VA valt niet te besturen

Het N-VA-programma leest als sociale horror. Het is een regelrechte aanval op de federale welvaartsstaat.

Als laatste in het rijtje maakte N-VA onlangs haar verkiezingsprogramma bekend. Bij het lezen van dat programma valt maar één conclusie te trekken: het is een regelrechte aanval op de federale welvaartsstaat. We zijn ondertussen al wat gewend nu er een duidelijke polarisering merkbaar is tussen de extremen en tussen de progressieve en conservatieve partijen. Maar wat N-VA vandaag presenteert is niet gewoon, maar wel extreem. Ze pleit in niet mis te verstane woorden voor een drooglegging van onze Sociale Zekerheid, voor een afbouw van onze arbeidsbescherming en het uithollen van het collectief sociaal overleg.

HET N-VA-PROGRAMMA: SOCIALE HORROR

Daags na 1 mei kondigde de partij haar besparingsplan aan onder het motto ”Na het feest van de loze beloftes op 1 mei is het tijd voor realisme”, met besparingen ter hoogte van 21 miljard euro waarvan de helft in de Sociale Zekerheid. Wat de vakbonden en middenveldorganisaties hebben voorspeld toen de nieuwe Europese begrotingsregels voor de lidstaten werden gestemd, komt uit. De conservatieve krachten in ons land zullen dit begrotingskader aangrijpen om drastisch te besparen in sociale bescherming en op de overheid. Met dit plan komt dit akelig dichterbij.

Eén van de speerpunten in het N-VA-plan is het afstoppen van de groeidynamiek in de gezondheidszorg met welgeteld 4,5 miljard euro. Geen redelijk mens zal betwisten dat er ruimte is om bepaalde handelingen efficiënter aan te pakken of om de farma-industrie minder marges te bieden, maar een draconische besparing van dergelijke omvang – die gelijkstaat met maar liefst 10% van het totale budget gezondheidszorgen van 43 miljard – kan niet zonder te raken aan de patiënt die nu al een vijfde van de medische kosten zelf moet dragen.

N-VA stampt graag naar beneden. Dat is ondertussen bekend. Zo voert ze een kruistocht tegen mensen met een uitkering of leefloon. De vermeende afstand tussen niet-werken en werken moet, volgens de partij, groter. N-VA sluit zich aan bij de liberale oproep van een verschil van minstens 500 euro per maand. Klinkt aannemelijk, ware het niet dat die afstand in de meeste gevallen al ruimschoots boven die mythische 500 euro uitkomt. Berekeningen wijzen uit dat het verschil tussen een minimumuitkering in de werkloosheid en het nettominimumloon al snel 500 euro bedraagt en voor samenwonenden zelfs gemakkelijk oploopt tot het dubbele.

Hiermee luidt N-VA het einde in van niet alleen de welvaartsaanpassingen van de sociale uitkeringen, de aanpassing aan de voorbije loonstijgingen via onderhandelingen tussen de sociale partners die om de twee jaar plaatsvinden, maar ook van de indexering van de uitkeringen en dus de aanpassingen aan de stijgende levensduurte. In haar programma staat letterlijk dat ze die uitkeringen 10 jaar wil bevriezen en vervolgens wil onderwerpen aan een uitgavennorm zodat ze net als de laagste lonen ‘bevroren’ worden.

Zie ook de recente berekeningen en doorlichting van de verkiezingsprogramma’s van het federaal Planbureau. De laagste inkomens moeten bij N-VA fors inleveren. Mensen die zich in de laagste twee decielen bevinden, gaan er dus per maand tientallen euro’s op achteruit. En dat op al een klein inkomen. Il faut le faire.

De roep om een groter verschil tussen werken en niet-werken suggereert bovendien een comfortabel leven op de minima van de werkloosheid. Niets is minder waar. De meeste van die minima liggen nog altijd fors onder de Europese armoedenorm, een alleenstaande komt maandelijks ongeveer 100 euro tekort, een alleenstaande ouder met twee kinderen bijna 200 euro. Uiteraard pleit de partij ook opnieuw voor het beperken in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen na twee jaar. Dat is een symbolische maatregel. Onderzoek toont aan dat degressieve uitkeringen of beperken van de uitkeringsduur geen effectieve maatregel zijn om mensen weer aan het werk te helpen.

TOURNÉE GÉNÉRALE VOOR WERKGEVERS

Tegelijk, hou u vast, kondigt N-VA nieuwe ‘lastenverlagingen’ aan voor de werkgevers, na de vorige “taxshift” van de regering-Michel die de overheid nog altijd ruim 4 miljard euro per jaar kost.

Maar niet alleen de patiënten en werklozen zijn de schietschijf van N-VA, ook de modale werknemer wordt in zijn of haar bestaanszekerheid midscheeps getroffen. De loonblokkering via de loonnormwet blijft onaangeroerd. Bedrijven krijgen voortaan de mogelijkheid om loonakkoorden naast zich neer te leggen, opt-out in het jargon. Ook de indexering van lonen moet het ontgelden, want niet langer gegarandeerd bij hoog oplopende inflatie.

Haar sociaaleconomische programma leest als een ultraliberaal pleidooi voor ongeremde individualisering en flexibilisering van de arbeidsrelaties. Het zuur voor de werknemers en de werklozen, het zoet voor de werkgevers en vermogenden. Blauwer dan blauw dus.

Een korte bloemlezing kan dit illustreren.

Ten eerste, kiest N-VA voor een doorgedreven flexibilisering. Flexi-jobs veralgemenen over alle sectoren en de omkadering die net door de Vivaldi-regering werd beslist – zoals garantie op sectorlonen, begrenzen van aantal uren, enzovoort – ongedaan maken. Beperkingen op nacht- en weekendwerk afschaffen. Alle werknemers de mogelijkheid bieden om 360 netto-overuren te presteren. Langere werktijd en langere loopbanen, want ook de resterende eindeloopbaanmaatregelen – SWT én landingsbanen – moeten op de schop.

Ten tweede, ontmantelt N-VA het collectief. Maatregelen die stuk voor stuk neerkomen op het uitkleden van collectief gemaakte afspraken waardoor de werknemer weer moederziel alleen komt te staan tegenover zijn werkgever om arbeidsafspraken te maken, en die gepaard gaan met minder sociale bijdragen aan de sociale zekerheid: bruto wordt meer en meer netto. Met als kers op de taart: beperken van het stakingsrecht door het recht op arbeid te beklemtonen (het voorwendsel om stakerspiketten aan banden te leggen), door interimarbeid toe te laten tijdens stakingen (stakers dus vervangen door uitzendkrachten) en door blokkades hard aan te pakken (benieuwd of dat ook op het boerenprotest slaat).

Ten derde, ondanks de historisch hoge winsten de afgelopen jaren (cijfers NBB), belooft N-VA bijkomende RSZ verminderingen en belastingverminderingen door meer bedrijven toegang te geven tot het verlaagde tarief van 20% winstbelasting en door een rist belastingaftrekken: verhoogde investeringsaftrek, invoeren van een ondernemersaftrek, verlagen accijnstarief op elektriciteit, versterken van de energienorm (een race to the bottom met de buurlanden op vlak van gesubsidieerde energieprijzen voor de grootindustrie).

Ook de belasting op inkomens zou worden verlaagd. Maar je hoeft geen fiscalist te zijn om in te zien dat vooral de beter gegoede burger de meeste vruchten zal plukken, door het optrekken van de belastingvrije som (voor iedereen) en tegelijk het verlagen van de belastingtarieven tot onder de 50%, en het afschaffen (sic) van de erfbelasting. Op de hoogste niveaus wordt momenteel nagedacht over een belasting op vermogens, 7 op de 10 Vlamingen is volgens een recente Roularta-enquête hier sterk voor te vinden en toch: geen woord hierover in het N-VA-programma. Integendeel, afschaffen van de belasting op vermogensoverdracht, terwijl erfenissen net goed zijn voor 70% van de omvang van de grootste vermogens.

SOCIALE ACHTERUITGANG

Als dit programma omgezet zou worden in beleid, dan is er regelrecht sprake van sociale achteruitgang en van een aantasting van de pijlers van onze sociale welvaartsstaat. N-VA: de kracht van collectieve verarming. De grote Restauratie blijft overigens niet beperkt tot het sociale. In lijn met de politiek van de huidige Vlaamse N-VA- regering wordt op de rem gestaan als het op klimaatbeleid aankomt.

Met de Europese Green Deal is ‘de slinger te ver doorgeslagen’ en ‘we gaan niet sneller dan Europese afspraken’, lezen we. Zo verspillen we niet alleen tijd in de dringende strijd tegen de klimaatontwrichting, maar dreigen we ook met een achterhaalde economische structuur achter te blijven die de boot gemist heeft op vlak van duurzame industrie en landbouw. En op vlak van asiel en migratie wordt – niet verrassend – de rode kaart getrokken, met een asielstop de komende tien jaar, focus op gesloten centra, beperken van volgmigratie en economische migratie … behalve voor ‘topprofielen die we kost wat kost willen aantrekken in the war for talent, via een fast track-procedure’.

Het lijkt alsof N-VA met dit programma haar confederale wensdroom in de koelkast zet. Het wordt enkel vermeld als een preambule, die herinnert aan haar congresresoluties van 2014. Schijn bedriegt evenwel. Dit radicaal-liberaal programma is enkel uitvoerbaar met een rechts-conservatieve meerderheid op federaal niveau of – als dat niet lukt – via een radicale staatshervorming waarbij sociale zekerheid en arbeidsrecht gesplitst worden.

In de eerste hypothese, komen we bij een heruitgave van de regering-Michel, dus zonder socialisten (en ecologisten). Niet voor niets leest dit N-VA-verkiezingsprogramma als een openlijk anti-PS pamflet. Niet voor niets houdt Bart De Wever de dreiging van een Vlaamse regering met Vlaams Belang als joker achter de hand om een Vivaldi-bis af te blokken. De tweede hypothese vloeit dan misschien voort uit de eerste: die rechtse regering bereidt dan een staatshervorming voor, als ze daar tenminste een 2/3de meerderheid voor vindt.

OPROEP VOOR LINKS

We wachten natuurlijk de verkiezingen best af, maar gezien deze bedreiging voor ons welvaartsmodel – die dus niet alleen van extreemrechts komt – bereiden we ons best hierop voor.

Eerste oproep: alle progressieve partijen moeten snel duidelijk maken dat er met dit N-VA geen land te bestieren valt. Ze hoeven daarvoor niet te wachten tot na de verkiezingen. Ze kunnen bijvoorbeeld al beginnen met duidelijk te maken dat Vooruit een regering met de groenen verkiest boven een regering met N-VA. De unisono afwijzende reacties van de progressieve en centrumpartijen op het schrappen van de komende vijf indexeringen van de sociale uitkeringen, stemt alvast hoopvol. Maar er is nood aan frontvorming rond de sociale, ecologische en democratische basisprincipes waaraan elk toekomstig regeerakkoord moet beantwoorden.

Tweede oproep: werkgeversorganisaties moeten kleur bekennen: willen ze op haar 80ste verjaardag het Sociaal Pact ten grave dragen of niet? Kiezen ze voor de VOKA-lijn of niet? Ik kan me moeilijk indenken dat de andere koepels en sectorfederaties de weg op willen van sociale afbraak en de sociale vrede op de helling zetten. Zeker nu hun bestaansrecht – zoals het afsluiten van centrale akkoorden – in vraag wordt gesteld.

Derde oproep: het sociale middenveld moet meer dan ooit aan één zeel trekken. We zijn er niet in geslaagd om samen massaal te mobiliseren tegen de nieuwe Europese begrotingsregels die nu door rechts als alibi wordt gebruikt om draconische sociale besparingen aan te kondigen. Het is nog niet te laat om onze memoranda aan de volgende regeringen samen te leggen. Laat ons samen een dam vormen tegen de verrechtsing, tegen sociale afbraak en voluit gaan voor progressieve maatregelen waar werknemers, gezinnen en onze samenleving op vooruit gaat.

Bron: SAMPOL

Verkiezingen 2024

Verkiezingscheck: nieuwkomers welkom?

In deze reeks vergelijken we de partijprogramma’s van verschillende politieke partijen met de standpunten van sociale bewegingen. Van armoedebestrijding tot klimaatactie, ontdek hoe partijprogramma’s zich verhouden tot de eisen van vakbonden, de vredesbewegingen en het brede middenveld.

Verkiezingen moeten gaan over de inhoud, maar laten we eerlijk zijn: wie heeft er tijd om de vele honderden bladzijden aan partijprogramma’s volledig door te nemen en te vergelijken? Met deze reeks willen wij je op weg helpen. We loodsen je doorheen de verschillende programma’s van de progressieve partijen wat betreft: koopkracht, klimaat en milieu, zorg, belastingen, vrede, onderwijs en pensioenen.

In deze verkiezingscheck richten we ons op migratie. Kan een vluchteling nog op respect voor zijn of haar mensenrechten rekenen? Hoe lossen de Vlaamse partijen de opvangcrisis op? En wat hebben ze ervoor over om nieuwkomers een succesvolle start te laten maken. Wij keken naar de programma’s van partijen van links tot het centrum.

Aan de grens van Europa

Het hoog aantal vluchtelingen merk je op piekmomenten in het straatbeeld van Brussel, maar nog veel meer aan de buitengrenzen van Europa. In de Middellandse Zee dringt het Europees Agentschap Frontex vluchtelingen die Europa in willen met geweld terug. Zulke zogenaamde pushbacks zijn illegaal volgens het internationaal recht. 11.11.11 rapporteert dat er in 2023 minstens 346.004 pushbacks plaatsvonden. Dat komt neer op 947 pushbacks per dag. Daarbij vallen jaarlijks honderden doden.

De linkse politieke partijen in Vlaanderen willen allemaal een einde aan de pushbacks. Zo zegt Vooruit dat het respecteren van mensenrechten, inclusief het recht om asiel aan te vragen, van het grootste belang is. De partij wil respect voor de VN-vluchtelingenverdragen en de mensenrechtenverdragen in Europa.

De PVDA wil ook een einde aan de pushbacks, en stelt dat de Europese verdragen die de pushbacks in de hand werken, moeten heronderhandeld worden. CD&V is ook tegen pushbacks, evenals Groen die vindt dat de organisatie die ze uitvoert, Frontex, hervormd moet worden.

Het Vlaams Belang wil “fysieke bescherming van de Europese grenzen”. Dat komt neer op pushbacks zoals we die vandaag kennen.

Spreidingsplannen

De partijen zijn het eens over de nood aan een betere spreiding van vluchtelingen over de landen van Europa. De verschillen lijken te liggen in de visie op terugkeer van afgewezen asielzoekers naar hun land van herkomst.

Vooruit en Groen willen een Europees spreidingsplan. Vooruit wil daarbij ook terugkeerakkoorden op Europees niveau. Bij Groen is er eveneens sprake van terugkeerakkoorden, maar die zijn dan gekoppeld aan afspraken over studentenvisa en arbeidsmigratie. De groenen stellen daarbij expliciet dat er geen ontwikkelingssamenwerking mag stopgezet worden om terugkeerakkoorden af te dwingen.

De CD&V wil ook een spreidingsplan, en ziet een betere Europese samenwerking op het vlak van terugkeer als deel van dat plan.

De PVDA stelt dat ze een solidaire verdeling van de vluchtelingen wil, en wil daarbij dat het recente Europese Migratiepact vervangen wordt door een werkbaar kader dat het internationaal recht respecteert.

Ter vergelijking: het Vlaams Belang lijkt niet in een Europese aanpak of spreidingsplannen te geloven. Die partij wil dat iedere Europese lidstaat autonoom beslist over het migratiebeleid. N-VA gelooft wel in een Europese aanpak, maar wenst de Europese vluchtelingenconventie te “moderniseren”.

Opvang in België

UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, noemde de vluchtelingencrisis in België van de afgelopen jaren zorgwekkend. Een veroordeling door de organisatie die heel de wereld vluchtelingen in de meest erbarmelijke omstandigheden helpt, is geen kleinigheid.

Duizenden asielzoekers worden gedwongen op straat te slapen, zonder toegang tot sanitaire voorzieningen, medische screening, vaccins en informatie. Bovendien, benadrukt de organisatie, blijven asielzoekers wiens aanvraag is goedgekeurd vaak noodgedwongen in de opvangcentra omdat ze geen woning vinden door het tekort aan sociale huisvesting.

In oktober 2023 maakte staatssecretaris van Asiel en Migratie Nicole De Moor (CD&V) bekend dat voortaan geen opvang meer verleend wordt aan alleenstaande mannelijke asielzoekers. Die beslissing wordt betreurd door de UNHCR, die benadrukt dat België wel snel en kwalitatief 70.000 Oekraïense vluchtelingen wist op te vangen.

Opvangen of opsporen?

De Vlaamse partijen zien de oplossing voor het opvangprobleem in de eerste plaats in de versnelling van de asielaanvraagprocedure. Vooruit kiest daarbij voor een aanpak die collectief aanvoelt. De partij wil een snelle afhandeling, dat wil zeggen terugkeer, voor kandidaat-vluchtelingen die uit een land komen dat als veilig wordt beschouwd. Vooruit wil woonstbetredingen (huiszoekingen) en detentie (gevangenzetting) als hefbomen voor gedwongen terugkeer van wie illegaal in ons land verblijft.

De PVDA daarentegen stelt dat elke asielzoeker recht heeft op een ernstig onderzoek van zijn aanvraag, met respect voor de Conventies van Genève. De PVDA wil ook dat het aantal reserve-opvangplaatsen verhoogd wordt, zodat bij een piek in de instroom geen vluchtelingen op straat hoeven te slapen. De partij wil ook dat gezinnen het recht hebben om elkaar terug te vinden.

CD&V wil ook een snellere doorstroom, en stelt meermaals dat het terugkeerbeleid het sluitstuk van het asielbeleid moet zijn. De partij wil een wettelijk kader voor woonstbetredingen om mensen zonder papieren op te sporen. CD&V wil daarbij dat België meer gebruik maakt van de Dublinconventie, die stelt dat vluchtelingen over het algemeen enkel asiel kunnen aanvragen in het land in de Schengenzone waar ze als eerste aankomen. CD&V wil dat iedereen kan samenleven met zijn kerngezin, maar dat er wel strenger moet toegezien worden op de voorwaarden voor gezinshereniging.

Groen wil snelle en transparante asielprocedures, en zegt dat terugkeer zo veel mogelijk vrijwillig moet gebeuren. De partij wil een hervorming van de Dublinconventie. Groen wil ook voldoende noodopvang om vluchtelingen tijdens piekmomenten te kunnen blijven opvangen.

Geen snellere doorstroom bij Vlaams Belang. Extreemrechts wil de maximumtermijn afschaffen waarin asielzoekers vastgehouden worden.

Perspectief voor nieuwkomers

CD&V zet in op een snelle en goede verwerving van het Nederlands door wie in België komt wonen. Nieuwkomers moeten de Nederlandse taal voortaan op niveau B1 leren spreken, gevorderde kennis is dat. Vandaag is enkel een beginniveau vereist.

Ook Vooruit wil het niveau van het Nederlands bij nieuwkomers opkrikken naar niveau B1. Daartoe voorziet de partij gratis lessen Nederlands. Vooruit wil dat nieuwkomers voortaan in de eerste drie jaar na aankomst geen leefloon meer krijgen, maar zogenaamde integratiesteun.

Het zou om een voorwaardelijke steun gaan, wie geen integratietraject zou het leefloon kunnen verliezen. Dat Vooruit erkende vluchtelingen aan aparte maatregelen onderwerpt, is tot nader gewoon onwettig en een schending van de Conventie van Genève”, aldus Pascal Debruyne, onderzoeker aan Odisee Hogeschool en voorzitter van Uit De Marge VZW en Samenlevingopbouw Gent.

De PVDA wil ook een gratis integratietraject voor vluchtelingen, met taallessen, maar de PVDA stelt geen verhoging van het minimumniveau van het Nederlands voorop.

Asielzoekers in afwachting van erkenning als vluchteling moeten vier maanden wachten voor ze in België mogen werken. Daarvoor bestaat een uitzondering voor vluchtelingen uit Oekraïne. PVDA wil dat al de vier maanden wachttijd voor elke vluchteling worden afgeschaft. De partij koppelt daar maatregelen tegen sociale dumping aan. Bedrijven die vluchtelingen illegaal tewerkstellen mogen op een sanctie rekenen.

Groen wil ook een gratis integratietraject met taallessen. De partij stelt daarbij geen minimum voorop. Ook Groen wil maatregelen om sociale dumping tegen te gaan.

Het Vlaams Belang wil dan weer een verplichte gemeenschapsdienst invoeren voor asielzoekers. De partij wil dat asielzoekers “maximaal bijdragen in de kost voor hun opvang”, en wil de kosteloze rechtsbijstand voor asielzoekers inperken. Vlaams Belang wil de toegang tot onze sociale zekerheid, of tot sociale woningen, beperken tot wie Nederlands spreekt, maar biedt in haar programma geen gratis taallessen aan nieuwkomers aan.

N-VA wil dat iedere nieuwkomer een bindende verklaring tekent om de “westerse normen en waarden te respecteren”. Wie dat niet doet, krijgt geen toegang tot ons land. De partij wil de kennis van het Nederlands verbeteren, naar niveau B2 zelfs, maar lijkt geen gratis taallessen aan te bieden. Wel wordt er ingezet op taalverwerving op de werkvloer.

Bron: DeWereldMorgen.be

Verkiezingen 2024

Hier gaat het écht over op 9 juni: wie gaat de 27 miljard die de EU ons oplegt betalen?

Volgens Walter De Smedt gaan de verkiezingen van 9 juni maar over één vraag: “Wie gaat de 27 miljard euro die Europa ons oplegt betalen?” “Misschien zijn wij nu uiteindelijk verlost van het hernieuwd incivisme, waarvoor er geen grondwettelijke oplossing is, die de EU toch niet zal toelaten en waarvoor er evenmin centen zijn.”

Vergeet het separatisme, het confederalisme, het egoïsme, het incivisme, en de particratie. De verkiezingen van 9 juni gaan maar over één vraag: “Wie gaat de 27 miljard euro die Europa ons oplegt betalen?”

Wordt dit een herhaling van de besparingen onder de regeringen Martens-Dehaene (CD&V, 1979-1999), indexsprongen, een loonnorm, een loonstop, een solidariteitspremie, aftopping van de pensioenen, inkrimping van de uitgaven in de sociale zekerheid, crisisbelasting?

Dat er betaald moet worden is volgens de EU onbetwistbaar. Dat maakt dat het Belgische beleid beperkt is tot de vraag wie moet betalen en op welke post dat moet gebeuren. De gemakkelijkste oefeningen zijn afhoudingen aan de bron, aan het loon en aan het pensioen, crisisbelasting.

Heel wat moeilijker is de andere verworvenheid van de welvaartsstaat, de gezondheidszorg. Wat zijn daarover de voorstellen? Er zijn er die op de gezondheidszorg niet willen besparen: Groen, Vooruit, CD&V, en PVDA. Groen en PVDA stellen een miljonairstaks voor, CD&V, Vooruit en PVDA willen de zorg verbeteren.

NV-A wil tegen 2025, 675 miljoen besparen wat tegen 2029 moet oplopen tot 4,537 miljard. Open VLD wil verlaging compenseren door beperking van de werkloosheid in de tijd. Vlaams Belang wil een aparte sociale zekerheid voor migranten.

Wie beweert dat er geen verschil meer is tussen links, rechts en het midden heeft dus ongelijk. Groen, Vooruit en PVDA zijn links, NV-A en Open VLD rechts. CD&V wil het alweer niet “specifiek” aangegeven, Vlaams Belang wél: op de migranten. Daarmee heeft de kiezer, wat de gezondheidszorg betreft, toch een criterium om zijn stem te bepalen.

Voorgaande vergelijking geeft ook aan waarover het debat over het beleid in feite en echt gaat. Dat gaat niet meer over wat ons jarenlang heeft beziggehouden, niet meer over splitsen of niet.

Dat zelfs De Wever nu premier wil worden zonder staatshervorming bevestigt de onzin waardoor wij veel tijd hebben verloren om het echte probleem te kunnen ontzien.

Het toont ook wat de werkelijke betekenis is wat De Wever bedoelt met het behoud van de Vlaamse welvaartsstaat: tegen 2029 4,537 miljard besparingen op de sociale zekerheid!

Daarmee zitten wij in de meest klassieke en universele vraag over wat een politiek beleid kan zijn, wat de werkelijke inhoud is van wat wij de welvaartsstaat noemen. Daarin neemt de verzorgingsstaat een voorname plaats in.

Ondanks wij er een kwarteeuw aan verloren hebben, gaat het opnieuw over wat de welvaartsstaat voorheen was, een aanvaardbare verdeling van de winsten en de lasten en de toepassing van het solidariteitsprincipe.

Maar ook daarover beslissen niet onze 795 vertegenwoordigers. Zoals het schouwspel tijdens de pandemie aantoonde zitten de gewestelijke ministers er als toeschouwers bij en moeten de federale ministers enkel zorgen voor de verdeling van wat in Europa werd toegekend.

Federaal premier De Croo heeft dus geen ongelijk wanneer hij over de landsgrens kijkt om te zien wat daar te versieren valt. Dat het verhaal over het soevereine Vlaanderen nu als opgeklopt deeg in elkaar zakt en aangebakken uit de oven dreigt te komen, heeft toch een positief neveneffect.

Misschien zijn wij uiteindelijk verlost van wat ons al die tijd heeft beziggehouden, het separatisme waarvoor geen grondwettelijke oplossing is, dat Europa niet zal toelaten, en waarvoor er evenmin centen zijn.

Zo kunnen we nu aandacht hebben voor wat er echt toe doet: het behoud van de welvaartsstaat waarvoor onze ouders en grootouders hebben gezorgd. Dat is niet de ‘Canon van Vlaanderen’ maar de ‘Canon van België’.

Bron: DeWereldMorgen.be

Verkiezingen 2024

Wordt Bart De Wever na 9 juni curator van de failliete welvaartsstaat?

Analyse – Walter De Smedt

De belofte van de N-VA voor de verkiezingen van 9 juni 2024 is de identieke belofte van de vorige verkiezingen in 2019. “Voor Vlaamse Welvaart” betekent volgens Walter De Smedt in werkelijkheid de verdere afbraak van de sociale welvaartsstaat zoals die door de Vlaamse regering nu al wordt uitgevoerd. Hij confronteert in deze analyse de belofte met de realiteit van het beleid.

Curator is Latijns voor ‘verzorger’. In zijn juridische betekenis is de curator een persoon die door een rechter wordt aangewezen om bezittingen en schulden van een persoon of een ‘rechtspersoon’ (een bedrijf) te beheren in uitvoering van een rechterlijk vonnis, zoals bij het uitgesproken faillissement van een bedrijf. De curator moet dan voorrang geven aan de uitbetaling van schulden met de overblijvende middelen van het bedrijf. De redding van het bedrijf behoort niet tot de opdracht van de curator (nvdr).

“Voor Vlaamse welvaart” is de kernboodschap waarmee de N-VA op 9 juni naar de kiezer trekt. “Want uw welvaart wordt dé inzet van de verkiezingen in 2024.” Dit is dezelfde belofte als die van 2019. Voor zij die willen is niets onmogelijk, of zoals De Wever zegt “Nil Volentibus Arduum” (afgekort N-V-A).

Daar heeft hij sinds 2004 als N-VA-partijvoorzitter ruim de kans voor gehad. De geconsolideerde Vlaamse schuld is nu 36,5 miljard euro. Over welke welvaart heeft De Wever het dan? Voor wie is die bedoeld? De antwoorden staan in zijn verkiezingsfolder “Vlaanderen staat sterk”.

“Vlaanderen is een unieke regio dankzij een combinatie van gerenommeerde zeehavens, een uitgebreid spoor- en wegennet, een productieve en hoogopgeleide bevolking, een uitstekende gezondheidszorg en een O&O-vriendelijke omgeving1.”

Gerenommeerde zeehavens?

Wat wil De Wever met zijn gerenommeerde zeehaven doen? Er moet een nieuw havendok komen, het Saeftinghedok, en de containercapaciteit moet verdubbeld worden met 7,1 miljoen containers. Waarom moet dat? “De Antwerpse Haven behandelt 200 miljoen ton op een oppervlakte van 13.057 hectare, de haven van Rotterdam 450 miljoen ton op een oppervlakte van … 12.426 hectare”.

Als men een complete streek op de schop wil nemen (dit gaat om véél meer dan het dorp Doel alleen) – 3000 voetbalvelden groot – die bovendien van uitzonderlijke historische waarde is (zie daarvoor het laatste nummer van de overheidsuitgave Monumenten en Landschappen) en honderden mensen wil verjagen, dan moet men over stevige economische argumenten beschikken.

Die argumenten zijn er niet. De komst van een bijkomend containerdok dreigt bovendien het Waasland helemaal te verstikken. De noden van Rederij MSC2 – want het gaat alleen dààrom – zijn perfect op te vangen binnen de bestaande capaciteit. Het is trouwens ook niet te begrijpen waarom Vlaanderen zou betalen voor een nieuw megadok als er in Zeebrugge twee containerterminals komen leeg te liggen (Persmededeling Doel 2020, 5 mei 2015).

Verdere verstikking komt er ook door de 7,1 miljoen bijkomende containers. Om die 7,1 miljoen bijkomende vrachtwagens op de Antwerpse Ring te kunnen verwerken worden de 7 miljard euro kostende Oosterweelwerken uitgevoerd. Erg dure vrachtwagens zijn dat en die worden niet door de bevrachter betaald. En de Ring … die blijft oververzadigd.

Een uitgebreid spoor- en wegennet?

Het spoor- en wegennet dan? Het spoornet is een federale bevoegdheid. “In 2022 wordt 49,5% van de banen bezet door pendelaars, tegenover 50,6% in 2021. Met andere woorden, ongeveer één baan op twee wordt bezet door iemand die in een ander gewest dan Brussel woont.” Die komen ook vanuit Vlaanderen en ook met het spoor.

Günther Blauwens, voorzitter ACOD Spoor, daarover: ”De realiteit van vandaag en het verleden bevestigt dat dergelijke reorganisaties vooral bewijzen dat het management de toestand op het terrein niet kent en dat men dit puur vanuit budgettaire overwegingen uittekent.

Er is geen enkele operationele meerwaarde ten gunste van de reizigers. Meer nog, dit gaat leiden tot een nog slechtere stiptheid, nog minder dienstverlening en zeker geen vermindering van afgeschafte treinen. De huidige toestand bij het spoor hebben we trouwens als vakbond tot in detail voorspeld. We spreken dus uit ervaring”(persmededeling ACOD Spoor, 4 januari 2024).

De staat van het Vlaamse wegennet behoeft voor de gebruiker geen becijfering. Voor wie het toch wil is er het PMS-rapport 2022 ‘Onderhoudsprogramma Autosnelwegen’: “Uit het budgetscenario 2 “technisch optimum” kan afgeleid worden dat de onderhoudsachterstand 220,1 miljoen euro bedraagt. Geëxtrapoleerd naar 1.800 km (2 x 900 km) is dit 224,4 miljoen euro. Dit is een stijging met 22,3 % in vergelijking met 2021.”

Productieve en hoogopgeleide bevolking?

In het Vlaams Gewest is het studieniveau van de totale bevolking (25 tot 64 jaar) de voorbije vijftien jaar sterk toegenomen. Terwijl in 2008 nog 28,4% kortgeschoold was, is dit aandeel in 2022 gezakt naar 14,6%. Het aandeel kortgeschoolden in de Vlaamse bevolking is dus tussen 2008 en 2022 met bijna 14 procentpunten gedaald, een forse afname van ongeveer 443 000 personen.

Een jaar later, in 2023, is er opnieuw sprake van een stijging tot 15,8% kortgeschoolden. Dit aandeel ligt ongeveer op dezelfde hoogte als in 2021. De totale afname sinds 2008 bedraagt dan 12,7 procentpunten. Het aandeel kortgeschoolden in de totale Vlaamse bevolking is dus sterk teruggevallen de voorbije veertien jaar.

Prognoses van het Steunpunt Werk uit 2017 tonen een mogelijke verdere daling van het aandeel kortgeschoolden (25-64 jaar) tot 10 à 12 procent in 2050 terwijl het aandeel hooggeschoolden richting 46 à 50% zou groeien (Werk.Rapport, ‘Toekomstverkenningen arbeidsmarkt 2050’).

Een nieuw onderzoek van de KU Leuven in samenwerking met Katholiek Onderwijs Vlaanderen bevestigt eerdere onderzoeken: de leerprestaties dalen, de leerachterstand stapelt zich op en ook de sterkste leerlingen gaan achteruit. Naast de coronacrisis wordt ook het nijpende lerarentekort genoemd als een belangrijke factor (Het Laatste Nieuws, 18 januari 2023).

Wat doet Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) eraan? De onafhankelijkheid van de Vlaamse onderwijsinspectie staat onder druk, zo zei topman Lieven Viaene recent. Hij neemt afscheid van zijn functie. Volgens hem werden de afgelopen jaren – onder minister Weyts – verschillende rapporten tegengehouden. Persberichten zouden dan weer herschreven zijn, zodat ze het beleid beter uitkwamen.

Vlaams parlementslid Elisabeth Meuleman (van oppositiepartij Groen) zegt op X dat wie de interviews met Viaene leest en de vrijheid van onderwijs, administratie en gedachten hoog in het vaandel draagt, “huivert”. “De jacht op ‘linkse’ leerkrachten, op kritische inspectie, rapporten achterhouden, persberichten wijzigen … We moeten vechten voor kwaliteit en vrijheid” (Zico Saerens, Belga, 29 maart 2023).

Uitstekende gezondheidszorg?

“Meest in het oog springt het voorstel van voorzitter Bart De Wever (N-VA) om de groeinorm voor de gezondheidszorg te verlagen. Nu stijgt het gezondheidsbudget met 2,5 procent bovenop de index om de toenemende zorgnood het hoofd te bieden.”

“In 2024 is die eenmalig verlaagd naar 2 procent. De N-VA wil hem nu in lijn brengen met de economische groei – ongeveer 1,5 procent. Volgens de eigen berekeningen gaat het om een besparing van 4,5 miljard tegen 2029” (Nieuwsblad, 2 mei 2024 ).

Innoveren?

Chemiebedrijf Ineos en de Vlaamse regering bereikten een akkoord over de waarborg van 250 miljoen euro voor een overbruggingslening. Dat de Vlaamse regering dat moet doen komt omdat de banken er niet staan voor te springen.

Waarom? Omdat Ineos de afdankertjes van British Petrol overkocht, hun oude petrochemie die werd afgestoten omdat het niet meer past. “ Bernard Looney, CEO van BP, heeft een goede verklaring voor de verkoop door BP aan Ineos: “Na de afgelopen drie jaar is het duidelijker dan ooit dat de wereld energie wil en nodig heeft die veilig en betaalbaar is, evenals minder koolstof – alle drie samen, wat bekend staat als het energietrilemma”.

Om dat aan te pakken is actie nodig om de transitie te versnellen. Innovatief kan je de overname van de petrochemie niet noemen. Bovendien gaat het over de verwerking van schaliegas. “In een buitenwijk van Dallas, Texas, is er geen ontsnappen aan”.

Op nog geen 150 meter van een woonwijk in Dallas wordt de ene na de andere gasput geboord. Omwonenden zijn de wanhoop nabij. “Het verpest onze gezondheid, beschadigt de fundering van onze huizen en het stopt nooit”, zegt Gail Smith, die al tientallen jaren in de wijk woont (Een Vandaag, 20 januari 2024).

”De Antwerpse haven moet ook de grootste Europese chemiecluster worden”. Als je ziet wat voor onheil die nu reeds heeft teweeggebracht – zie PFAS – wordt het meer dan zorgwekkend. Naast de laagemissiezone (LEZ) in de stad een hoogemissiezone in de nabijgelegen haven door de vervuiling van megaschepen die tevens vervuilend schaliegas aanvoeren?

Akkoorden sluiten?

“We winnen geen schoonheidsprijs, maar we sluiten tenminste akkoorden”, zei Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) onlangs op de VRT. Toch steunt amper 27 procent van de Vlamingen hem als regeringsleider en is het vertrouwen in de Vlaamse regering gedaald tot 33 procent. In de peilingen heeft zijn centrumrechtse coalitie al lang geen meerderheid meer.

Welke ministers gaan faliekant onder de lat door? En wie maakt wél nog het verschil? We sturen, de rode pen in de aanslag, de Vlaamse regering met een streng maar rechtvaardig rapport het zomerreces in (De Morgen, 3 juli 2023). Van 33 procent naar nu 20,9? Inderdaad geen schoonheidsprijs!

O&O vriendelijk?

Onderzoek en Ontwikkeling is de grondstof voor economische welvaart. Sinds 2019 heeft het Vlaamse Gewest consequent een percentage boven de 3% gehandhaafd. Met een O&O-intensiteit van 3,65% wijkt Vlaanderen niet veel af van het Waalse Gewest (3,61%). In 2022 was in het Vlaamse Gewest 8,8% van de werkende bevolking aan de slag in hoogtechnologische sectoren (bewerking Statistiek Vlaanderen op basis van Eurostat). Dat is hoger dan in België (8,7%), maar lager dan in de 27 EU-lidstaten (9,7%). Vriendelijk, maar niet beter dan aan de andere kant.

Mag het duidelijk zijn wat De Wever bedoelt wanneer hij over de Vlaamse welvaart spreekt? Dat is niet wat wij onder “de welvaartsstaat” verstaan want die is, naar verhouding, voor iedereen bedoeld.

Wie haalt er winst uit de samenwerkingsovereenkomsten met de bevriende bouwpromotoren? Wie haalt er voordeel uit het havendok en de 7,1 miljoen containers? Wie uit de megawerken aan de Ring? Wat is er innovatief aan de waarborgbesluiten voor INEOS? Waarom moest de dadingsovereenkomst met de PFAS-vervuiler 3M geheim blijven? Is dat alles voor onze welvaart of voor deze van de bouwpromotoren, van de havenbazen, en van de chemiereuzen bedoeld?

De “smoes” van De Wever herinnert aan die van Guy Verhofstadt (Open VLD). In zijn Burgermanifesten deed ook hij geloven dat de burger er wel zou bij varen. Als Baby Thatcher volgde hij echter het extreme liberalisme van de Amerikaanse cowboy Reagan en van de Britse ijzeren dame.

Heeft de kiezer de smoes begrepen? Of mag De Wever, als curator van de failliete welvaartsstaat, zorgen voor de verdere uitverkoop van wat voor ons allemaal was bedoeld?

Hij verpatste met lease-and-buy-back-constructies onze kroonjuwelen aan de privésector en de besparingen van de regeringen-Dehaene (CD&V), die ons in de eurozone brachten, werden opgesoupeerd. Zijn kompaan Johan Vande Lanotte (Vooruit) maakte van het Zilverfonds, dat onze pensioenen moest veilig stellen, een lege doos. Na drie regeringen was de kassa leeg en het geloof van de burger weg.

Is de belofte van De Wever een zelfde smoes? Hij is toch niet de opvolger van de hardliners die ooit in de beginselverklaring van de Nieuwe Vlaamse Alliantie de eis voor Vlaamse onafhankelijkheid inschreven? Voorzeker ook niet van de sociaal voelende tak binnen de ontplofte Volksunie waaruit Spirit ontstond.

En, zoals nu uiteindelijk mag blijken, evenmin van de extreemrechtse tak waaruit het Belang is ontstaan. Wat is De Wever anders dan het versterkt verlengstuk van hetzelfde extreem liberalisme? Hij deed het wel op een andere manier. Niet als premier, niet als akkoordenmaker en enkel vanop ‘het schoonverdiep’3.

Al twintig jaar kon hij het daardoor vanop afstand – en dus zonder gevaar voor sanctionering – volhouden. Heeft de kiezer nu uiteindelijk ook deze smoes begrepen? Of mag De Wever als de curator van de failliete welvaartsstaat zorgen voor de verdere uitverkoop van wat voor ons allemaal was bedoeld?

Bron: dewereldmorgen.be

Verkiezingen 2024

Doe de multimiljonairs betalen! Wij willen ons geld terug!

“Tax the rich!” Deze slogan siert t-shirts, petjes en protestborden over de hele wereld. En met goede reden. Terwijl de elite ons telkens weer probeert wijs te maken dat wij ‘boven onze stand leven’, stapelt zij ongekende rijkdom op. De concentratie van haar decadente rijkdom is verbijsterend en blijft toenemen. Dit is kapitalisme, waar de rijken telkens opnieuw zichzelf bedienen. De recente cijfers zijn adembenemend. Van alle nieuwe rijkdom die sinds 2020 is gecreëerd, ging twee derde naar de rijkste 1% van de wereldbevolking. Tegelijkertijd lijdt onze samenleving onder tekorten, wachtlijsten, armoede, schulden en krimpende budgetten. 

Een echte rijkentaks nu, zonder achterpoortjes en met een stok achter de deur! 

De rijkentaks is geen kwestie van afgunst, zoals liberalen graag verkondigen, maar van gerechtigheid. De rijke elite vergaart haar geld op het hard labeur van de werkende klasse. Ze verbergt haar geld in belastingparadijzen en laat de lasten rusten op de schouders van de werkende klasse. Het is genoeg geweest! Maar hoe kunnen we dit veranderen? Stemmen voor een partij, de PVDA die consequent een miljonairstaks verdedigt, is één stap. Maar uiteindelijk hebben we nood aan een strijd van onderuit om zo’n taks af te dwingen. 

De miljonairstaks die de PVDA voorstelt zou de overheid 8 miljard euro opbrengen. Het belast de rijkste 1% van de bevolking, met 2% op hun vermogen boven de 5 miljoen en 3% op het vermogen boven de 10 miljoen. Dit bescheiden voorstel zou een stap in de goede richting zijn. Maar om echt budget te creëren voor de massale publieke investeringen die ons onderwijs, gezondheidszorg, openbaar vervoer, betaalbaar wonen, …. nodig heeft, is meer nodig, een grotere vermogensbelasting en meer radicale maatregelen die komaf maken met de kapitalistische samenleving.  

—> Wij eisen een belasting van 5% op het volledige vermogen van de rijkste 1% van de gezinnen. Deze hebben een gemiddeld vermogen van 11 miljoen 830 duizend euro. Zo’n belasting zou ons jaarlijks 30 miljard euro opbrengen. 

Kapitalisten zijn er meester in om achterpoortjes te vinden en belastingen te ontduiken. Daarom hebben we een strakke controle en een stok of twee achter de deur nodig. 

Stok 1 – Verhoog de exit-taks 

Er bestaat in België al een exit-taks voor kapitaal dat het land ontvlucht. Die bedraagt 16.5% op de fictieve opbrengst van dat kapitaal in het buitenland. Deze exit-taks zou op het vermogen zelf moeten worden gehoffen.  En moet zo hoog zijn dat het een sterk afradend effect heeft. Bijvoorbeeld, een belasting van 40% op het kapitaal dat het land verlaat, zoals Bernie Sanders in de VS voorstelde. 

Stok 2 – Onteigening

Probeert een kapitalist toch ongemerkt z’n kapitaal te versluizen en dus deze exit-taks te ontlopen? Dan hebben we als gemeenschap argumenten te over om zo’n asociaal gedrag niet te tolereren, dat vermogen aan te slaan en ten dienste te stellen van de gemeenschap. Elke financiële instelling die zo’n gedrag faciliteert moet ook in publieke handen worden genomen. 

Compleet scheefgetrokken belastingsysteem

Er worden in ons land veel belastingen betaald. Maar niet door iedereen! Voor de grote vermogens is België een belastingparadijs. 

Voor elke 100 euro aan belastingen aan de overheid, komen er 42 euro van consumptietaksen (BTW en accijnzen) en 38 euro uit belasting op onze lonen en uitkeringen. Dus 80% van alle belastingen komt hoofdzakelijk van de werkende klasse. Uit bedrijfswinsten komt 13% en daarnaast komt 6,8% van belasting op voertuigen, woningen en gronden, ook in meerderheid betaald door de werkende klasse. Slechts 0.25% komt uit belastingen op grote vermogens. Nochtans leveren die grote vermogens heel veel inkomsten op voor hun bezitters.

Op bedrijfswinsten dalen de belastingen al lang! 

Pas in 1956 werd een vennootschapsbelasting ingevoerd, afgedwongen door intense strijd van onderuit. Met een tarief van 45% werden vanaf toen de bedrijfswinsten belast. De inkomsten hieruit waren essentieel in de opbouw van onze sociale zekerheid, zorg, onderwijs en openbare diensten. In de jaren ‘70 bedroeg deze bron van inkomsten voor de overheid nog tot 30% van haar totale inkomsten uit belastingen. Vandaag is dit gedaald tot 13%. Het officiële tarief daalde stelselmatig tot slechts 25% vandaag. Door een enorme koterij aan aftrekposten is de gemiddelde reële belastingvoet een pak minder dan 20% en voor sommige bedrijven quasi nul. Alle partijen, behalve de PVDA, willen het officiële tarief van vennootschapsbelasting nog verder naar beneden halen. Het resultaat kunnen we nu al voorspellen: een verdere concentratie van rijkdom en vermogens in handen van een kleine groep. Het zijn de enorme bedrijfswinsten, die alsmaar minder worden belast, die aan de oorsprong liggen van de decadente opstapeling van rijkdom. 

De stroom geld naar de rijkste 1% moet worden ingedamd. Als eerste stap moet de vennootschapsbelasting terug naar haar hoogste punt, zoals in de jaren 70, naar 50%. Daarmee verhogen we de inkomsten van de overheid met minstens 20 miljard euro.

Waarvoor dienen inkomsten uit belastingen? 

België heeft nu al de laagste pensioenen van West-Europa, tot 49% lager dan in onze buurlanden en nog beweren ze dat we deze niet meer kunnen veroorloven. We werken ons te pletter. Nergens in Europa zijn zoveel mensen langdurig arbeidsongeschikt: 7,2% van de beroepsbevolking. We dragen extreem veel af aan de overheid. Daartegenover staan nog steeds enkele pilaren van onze welvaartsstaat overeind, maar ze wankelen. We hebben een degelijke maar kreunende gezondheidszorg, een automatische indexering van onze lonen en pensioenen die onder druk staat, een potentieel sterk en emancipatorisch onderwijs maar dat dringend veel investeringen nodig heeft, het meest fijnmazige openbaar vervoer netwerk in de wereld maar het is in tragisch verval. Deze pilaren van onze welvaartsstaat staan onder druk vanwege de hebzucht van de superrijken.

Geen geschenken aan de kapitalisten. We want our money back!

België is in Europa de kampioen in het uitdelen van bedrijfssubsidies, 18 miljard euro per jaar. Bijna hetzelfde bedrag wordt jaarlijks via de vennootschapsbelasting betaald. Voor elke euro belasting die betaald wordt op de bedrijfswinsten vloeit er een euro via de goocheltruc van de bedrijfssubsidies terug naar de kapitalistische klasse. Deze vestzak-broekzakoperatie moet stoppen. 

Wij pleiten voor: 

  • een echte rijkentaks nu, 5% op het volledige vermogen van de rijkste 1%
  • de onteigening van de kapitalisten die gaan lopen met het geld
  • de vennootschapsbelasting terug op 50% 
  • een afschaffing van BTW op levensnoodzakelijke producten en 21% op echte luxeproducten 
  • een strakke controle op de kapitalisten door de vakbonden in de bedrijven met inzage in de volledige boekhouding 
  • inbeslagname wanneer kapitalisten bij aankondiging van deze maatregelen dreigen hun productie te verhuizen en verderzetting van de productie onder beheer en controle van de werknemers 
  • voor een massaal programma van publieke investeringen in zorg, onderwijs, sociale zekerheid, betaalbaar wonen en infrastructuur

VB laat zijn ware gelaat zien, onze rijken eerst 

In een kopstukkendebat was voorzitter Van Grieken heel duidelijk. ‘Mijn partij verzet zich tegen een vermogensbelasting’. Bart De Wever noemde het een ‘nachtmerrie’. Rechts en extreem-rechts laten hier opnieuw hun ware gelaat zien. Het VB werpt zich op als anti-establishment, speelt in op het ongenoegen om stemmen te ronselen. Haar racisme heeft als uiteindelijk doel om de elite uit de wind te zetten. Eigen multimiljonairs eerst is de echte slogan van het Vals Belang. 

De ‘tegen’argumenten ontkracht 

Of het nu de bazen van VOKA en het VBO, hun ‘economen’ als Stijn Baert, kranten of partijen zijn. Altijd horen we hetzelfde liedje. Jamaar, jamaar, dat gaat niet, het is niet realistisch, het zal ons meer kosten dan het zal opbrengen.  

Lukt dit wel? 

‘Een miljonairstaks is compleet onwerkbaar’, zegt Melissa Depraetere van Vooruit. En ze somt alle klassieke vooroordelen op. We kennen het vermogen niet, beweert ze. Dat klopt niet. Alle info met betrekking tot het vermogen van de gezinnen is potentieel beschikbaar. Het is maar een kwestie van het bij elkaar te voegen. 

De middenklasse zal weer moeten betalen. 

Typisch een argument dat je bij ‘Open VLD’ zal horen. Zij beweren dat via een miljonairstaks het zuur verdiende spaargeld zal worden belast. De 1% rijksten, of 50.000 gezinnen, hebben een gemiddeld vermogen van een kleine 12 miljoen euro. Dat is geen spaargeld. Om 12 miljoen euro bij elkaar te ‘sparen’ moet je 1.000 jaar lang 1.000 euro per maand sparen. In een mensenleven moet je op 25 jaar 40.000 euro per maand opzij leggen. Geen enkele werkmens kan dit. Iemand met een vermogen van 12 miljoen heeft geprofiteerd van het werk van een ander, heeft zich de vrucht van iemand anders arbeid toegeëigend. 

Het kapitaal zal vluchten. 

Als je aan ons geld durft te raken dan gaan we lopen met ons geld. Tegen kapitaalvlucht kan worden opgetreden. We hebben een stok achter de deur nodig, een exit-taks en de inbeslagname. Ook de middelen van financiële instellingen die deze vlucht faciliteren, moeten in beslag genomen worden. 

Er is daar geen meerderheid voor.

Er is heel duidelijk een meerderheid in de publieke opinie. Acht op tien Belgen is gewonnen voor een vermogensbelasting. Dit aantal zou nog kunnen stijgen wanneer deze expliciet enkel voor de 1% rijksten geldt. Zoals vaak zal de publieke opinie zich niet uitdrukken in parlementaire zetels. Er is slechts één partij die resoluut voor een miljonairstaks pleit en dat is de PVDA. Wachten tot er een meerderheid in het parlement is, is een slechte strategie. De geschiedenis leert dat enkel een volgehouden en massale strijd van onderuit zo’n eis kan realiseren. 

Oproep aan de PVDA → lanceer een echte strijd voor de miljonairstaks. We want our money back!

De strijd voor een echte miljonairstaks moet meer zijn dan een interessant verkiezingsthema. De PS pleit ondertussen ook voor een vermogensbelasting, maar dan op het Europese niveau. Daar kan je niet tegen zijn, maar het mag geen argument zijn om niet in België van start te gaan. Ook Groen en Vooruit sprongen op de kar en pleiten nu plots ook voor een miljonairstaks. Weliswaar in een heel sterk verwaterde vorm. Deze zou slechts één miljard euro opbrengen, peanuts dus. Wij pleiten om in het kieshokje voor het sterkste voorstel te opteren en roepen daarom ook op om voor de PVDA te stemmen. 

Verandering afdwingen via strijd!

Om een echte rijkentaks te realiseren hebben we nood aan een mobiliserende strijdcampagne, waar iedereen die voor deze eis wil strijden wordt samengebracht. Waarom maakt de PVDA niet van deze verkiezingscampagne gebruik om zo’n brede campagne op poten te zetten? Een echte rijkentaks afdwingen, geen flauw afkooksel, zal jaren van volgehouden strijd vergen. Wij roepen de PVDA en de vakbonden op om alle organisaties, groot en klein, uit te nodigen om de handen in elkaar te slaan. Zo’n campagne ‘We want our money back’ zou een brede infocampagne op poten kunnen zetten, hoorzittingen en meetings kunnen organiseren, kunnen spreken op personeelsvergaderingen in werkplaatsen, acties op poten zetten op publieke plaatsen en ten slotte grote manifestaties kunnen organiseren om de maatschappelijke steun op de been te brengen en zichtbaar te maken.

Zo brengen we deze eis in het centrum van het politieke debat. Zo’n strijdcampagne zou kunnen werken op basis van actieve lokale comités met een stuurgroep op een nationale conferentie verkozen. Om dat te realiseren moet de PVDA het geweer van schouder veranderen en strijd centraal plaatsen, niet verkiezingen. Ze zou bereid moeten zijn met anderen samen te werken zonder deze samenwerking te willen controleren. Logischerwijs zou ze electoraal voordeel halen wanneer zo’n strijd tot een echte overwinning leidt. 

Bron: socialisme.be