Bert Engelaar ‘Dit is The Truman Show van Bart De Wever’

“Dit is The Truman Show van Bart De Wever,” zegt Bert Engelaar over Arizona. “Het piekfijne decor zegt ‘modernisering’, ‘activering’ en ‘noodzakelijke sanering’, maar zodra je naar de randjes kijkt, zie je wat het echt betekent voor mensen aan het einde van de maand, voor wie ziek wordt, voor wie in ploegen of nachten werkt, voor wie niet in een perfecte loopbaanlijn past.” Die randjes zichtbaar maken is precies de taak van vakbonden, aldus de ABVV-voorzitter.

Sinds januari is Bert Engelaar (46) voorzitter van het ABVV. Eerder was hij voorzitter van de Algemene Centrale Brussel Vlaams-Brabant, waar hij het ledenaantal fors opkrikte. Op 1 januari 2025 werd hij algemeen secretaris van het ABVV en nu is hij dus voorzitter. We spreken hem in de aanloop naar de grote nationale betoging op 12 maart. “Ik heb een beetje een vrijdaggevoel, onze telewerkdag,” stelt Bert Engelaar lachend in de grotendeels verlaten gebouwen van het ABVV tijdens de krokusvakantie. Bang voor perceptie is hij duidelijk niet, zelfbewust en energiek des te meer. “Ikzelf ga alleen in de zomer op vakantie. En zelfs dan sta ik niet ‘uit’. Vorige zomer schreef ik op reis mijn boek ‘Kort door de bocht. Over het verdraaien van woorden’.”

Bert Engelaar gaat soms snel voor zijn eigen organisatie. Intern vecht hij tegen oude ABVV-structuren. Extern spreekt hij zich uit over een brede waaier aan thema’s. Uiteraard over sociale thema’s, zoals het een voorzitter van het ABVV betaamt, maar op zijn sociale media evenzeer over voor vakbonden moeilijker thema’s als migratie en antiracisme. Steevast ondertekend met ‘Uw vakbondsvriend met rendement en humor’. Een atypisch profiel dus. Jong naar de normen van een ABVV-voorzitter. Fan van Duvel, voetbal, kleurrijke kostuums en film – in dit gesprek zal hij er een sport van maken te verwijzen naar zijn lievelingsfilms.

“Ik zou graag eens met pensioenminister Jambon of premier De Wever in debat gaan,” verzucht hij. “Ikzelf zeg tegen geen enkele debataanvraag neen, maar zij lijken de boot af te houden. Dat is jammer. Een inhoudelijk debat over het regeerakkoord zou interessant zijn voor de kijker.” Engelaar bokste het ABVV eigenhandig in het politieke gevecht met Arizona. Hij werd daarbij geholpen door de omstandigheden, geeft hij toe. “Het is lang geleden dat een regering zo hard heeft ingehakt op de sociale zekerheid en het arbeidsrecht. Voor mij is dat een ‘cadeau’. Ik breng onze boodschap in mijn eigen stijl en die was algemeen bekend in het ABVV voor ik eraan begon. Ze hebben er deels ook voor gekozen. Na een jaar mag ik zeggen dat dit werkt.”

Is de regering-De Wever voor u echt zo’n trendbreuk?

“Absoluut. De regering-De Croo nam ook maatregelen waar we niet mee akkoord waren, maar toen hadden we bijvoorbeeld met de minister van Werk (Pierre-Yves Dermagne van de PS, wv) wel een rechtstreekse lijn. Deze regering is fundamenteel anders. De beperking van de werkloosheid in de tijd, het opjagen van zieken, het terugschroeven van opzegtermijnen, het opnieuw invoeren van de proefperiode, het versoepelen van de flexibiliteit, het invoeren van de overuren, het omhoogtrekken van de studentenarbeid, … Ik moet De Wever gelijk geven: er in de laatste dertig jaar nooit zo ‘hervormd’. Al noem ik het ‘afgebroken’. Het huidige beleid verlegt de risico’s weg van het collectief en duwt ze richting het individu. Dat betekent: onzekerheid wordt individueler, en bescherming wordt selectiever en strenger.

Dit is The Truman Show van Bart De Wever, nochtans mijn lievelingsfilm: het piekfijne decor zegt ‘modernisering’, ‘activering’ en ‘noodzakelijke sanering’, maar zodra je naar de randjes kijkt, zie je wat het echt betekent voor mensen aan het einde van de maand, voor wie ziek wordt, voor wie in ploegen of nachten werkt, voor wie niet in een perfecte loopbaanlijn past. Die randjes zichtbaar maken, is precies de taak van vakbonden.”

Geeft u eens een voorbeeld van die randjes?

“De beperking van de werkloosheid in de tijd heeft veel van die randjes. Eerst was er het kunstenaarsstatuut, dan de knelpuntberoepen, nu de mantelzorg. Dat was allemaal niet geregeld, maar de beperking van de werkloosheid in de tijd moest er wel absoluut meteen komen.”

Met deze besparingen worden we eindelijk een ‘normaal Noordwest-Europees land’, stelt De Wever.

“Dat is nogal selectief. In die landen is er inderdaad een beperking van de werkloosheid in de tijd, maar bestaat er ook een vermogensbelasting die geld opbrengt en zijn de pensioenen een pak hoger dan bij ons. Maar dat wil De Wever dan weer niet.

Ik heb grote moeite met de manier waarop deze sanering wordt geframed. Dat is weer The Truman Show. ‘We beschermen koopkracht’ is het decor; de afgetopte index het spotlicht dat valt. De realiteit wordt zichtbaar zodra je naar de winkelkar en de energiefactuur kijkt.”

Neem de beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Voor ons een zeer problematische maatregel. Via sociale actie konden we correcties afdwingen die het verschil maken. Nu tellen periodes zoals moederschapsrust en tijdelijke werkloosheid wel mee voor werkloosheidsrechten. We konden bij ziekte en arbeidsongevallen zorgen voor verlenging in bepaalde situaties. En de ondersteuning voor lokale besturen kwam na onze druk vroeger.

Ook bij pensioenen heeft sociaal protest bijsturingen afgedwongen. Zo worden periodes van ziekte en invaliditeit nu wel gelijkgesteld voor onderdelen van de pensioenmalus, waardoor het aantal mensen dat gestraft wordt met een derde daalt. Bij vrouwen is de impact nog groter: daar zou eerst 1 op 2 geraakt zijn door de Jambonmalus, maar dat gaat naar 1 op 3. Nog steeds schandalig en veel te veel, maar wel een wezenlijk verschil.”

Vooruit zegt daarover: ‘we hebben de vakbonden niet nodig om te weten dat ziekte moet meetellen bij pensioenen’.

“Tja, ze zetten nochtans wel hun handtekening onder het regeerakkoord. Wat eerst in stilte zou passeren, wordt nu onderwerp van debat, van bijsturing en vertraging, of correctie. Inzake pensioenen hebben we nog andere bijsturingen afgedwongen. Het eerste loopbaanjaar telt opnieuw mee vanaf een minimum aantal dagen, wat belangrijk is voor mensen met een grillige instap op de arbeidsmarkt. Moederschapsrust wordt meegeteld om toegang te krijgen tot vervroegd pensioen, waardoor zorgperiodes niet langer automatisch worden afgestraft. En de timing van bepaalde pensioenmaatregelen schuift op, wat ruimte creëert voor verder debat.

Hier is Forrest Gump een mooie metafoor: een mensenleven is geen rechte lijn. Mensen worden ziek, zorgen, vallen uit, herstarten. Pensioenregels die doen alsof iedereen een perfecte, ononderbroken loopbaan heeft, straffen de realiteit en zeker wanneer ze retroactief ingrijpen op periodes uit het verleden. Met Vooruit hebben we een partner met wie we hierover in gesprek kunnen gaan. Het is jammer dat dit bij de pensioenminister zelf niet mogelijk is.”

U heeft nog geen uitnodiging ontvangen van het kabinet-Jambon?

“Jawel, één keer. Op 14 oktober 2025, de dag van de grote vakbondsmanifestatie, werden we om 16u op het kabinet verwacht. Plots kregen we bericht dat dit ‘door onvoorziene omstandigheden’ niet kon doorgaan en werden we uitgenodigd om 9u ’s morgens. Eén uur voor de start van de betoging! Dat ging natuurlijk niet. We vroegen om te verleggen, maar kregen daarop nooit reactie.

Ook op het vlak van arbeidsmarktbeleid zou ik graag samenkomen met de bevoegde ministers én de sociale partners. Want de beperking van de werkloosheid moest snel worden uitgevoerd, maar op maatregelen rond een passende dienstbetrekking is het nog altijd wachten. Hoe gaan we al die langdurig werklozen effectief aan een job helpen? Laat ons daarover samenzitten. Maar het is blijkbaar niet mogelijk.”

En dus volgt op 12 maart een nieuwe grote nationale betoging?

“Als je geen stem aan tafel krijgt, is sociaal protest meestal de volgende stap. Toen in april 2025 de spoorbonden met de bevoegde minister, Jean-Luc Crucke, rond de tafel zaten, werden alle acties opgeschort om het overleg een kans op slagen te geven. Pas toen dat overleg afsprong, kwamen nieuwe acties. (fijntjes) En toen was de pers daar natuurlijk plots weer.”

“Deze kant van de Wetstraat is een verboden zone. Ik zit hier in alle rust en kalmte,” zei De Wever over de protesten van de vakbonden.

“Ook met hem is helaas geen overleg mogelijk. Het woord ‘sociaal overleg’ staat verschillende keren in het regeerakkoord, maar wordt niet toegepast. Net na de eedaflegging mochten we met de Groep van 10 bij hem op de foto. Dat duurde hoop en al tien minuten.

Ik vond zijn boek Over welvaart teleurstellend. Hij toont er zich fan van het Rijnlandmodel, maar daar spelen vakbonden wel een fundamentele rol. ‘Niet stakers maar makers zullen ons redden’, lees ik daarin. Maar als die makers collectief actie voeren, kampen ze blijkbaar wel met een gebrek aan verantwoordelijkheidszin. De Wever meent dus niet wat hij schrijft. En ook zijn huiswerk als premier is niet gemaakt: straks moet er weer 3 à 4 miljard extra bespaard worden.”

Waar zou u de miljarden halen?

“Er is wel degelijk een alternatief. Ook in het decor van The Truman Show zit een deur. Het gaat niet over ‘meer uitgeven’, maar over het stoppen van lekkages en het herstellen van rechtvaardigheid.

Concreet kan je 500 miljoen besparen wanneer je de RSZ-korting op de eerste aanwerving schrapt; daarvan zeggen ook werkgevers al jaren dat ze niet effectief is en haar doel voorbijgaat. Je kan de blanco Arizona-cheque van 1,5 miljard ‘competitiviteitsenveloppe’ herbekijken, want daar wordt geen enkele aanwerving of investering tegenover gesteld. Je kan nog eens 500 miljoen vinden door het gewaarborgd loon door werkgevers op te trekken naar twee maanden; dat is een besparing voor het RIZIV en een incentive voor werkgevers naar werkbaar en gezond werk. Je kan 1 miljard uitsparen via een eerlijke prijszetting van geneesmiddelen; de Fair Price Calculator van Solidaris toont aan dat de winsten van big pharma niet meer te verantwoorden zijn. Je kan werknemers hun productiviteit uitbetalen via eerlijke loononderhandelingen in plaats van de onnatuurlijke begrenzing door de Wet van ’96; dat zorgt voor 500 miljoen extra inkomsten voor de begroting en tegen 2030 zelfs voor 1 miljard.”

Er is dus een alternatief. En u spreekt daarbij zelfs nog niet over een meerwaardebelasting?

“Precies. Daarvoor stond 500 miljoen ingeschreven in de begroting, maar specialisten zeggen dat we dat niet halen. Trouwens, 7 op 10 Vlamingen wil een vermogensbelasting, maar er wordt enkel een kadaster van sociale rechten opgesteld. Je kan via het KBO-register nochtans perfect een vermogensbelasting uittekenen die wél voor de nodige inkomsten zorgt.

Ook de managementvennootschappen swingen de pan uit. België heeft 5 à 6 keer zoveel vennootschappen als Duitsland, het beloofde land van De Wever. Een groot deel van het hoger kader steekt zijn loon in vennootschappen. Zogezegd omdat de lasten hoog zijn. Het probleem is dat de gewone bediende of arbeider deze systemen niet kan opzetten. Daar zit de ongelijkheid. Eigenlijk willen die kaderleden dus niet meer solidair zijn met het systeem. Sociale zekerheid is nochtans één van de mooiste collectieve systemen die er is.”

Waarom trekken die kaderleden zich terug uit het systeem?

“Ik vergelijk het met Bowling for Columbine, die toont hoe in de VS een klimaat van angst en repressie wordt gecreëerd. Ook de regering-De Wever verkoopt haar beleid met angstframes: ‘we moeten hard zijn tegen misbruik van profiteurs’. ‘We dragen al genoeg bij’. ‘We moeten niet solidair zijn met het profitariaat’. ‘Als iemand extra geld nodig heeft, moet die maar een extra flexi-job doen in het weekend’. Die toon is overal aanwezig.”

Wat verwacht u van de nieuwe besparingsronde?

“Ik vrees het ergste. Axel Ronse stelde al dat er nog geld te vinden is in de sociale zekerheid. Van Georges-Louis Bouchez weten we dat hij geen extra belastingen wil. Ik vrees dat ze het geld opnieuw zullen halen bij diegenen die het al moeilijk hebben. Onder noemer van ‘verantwoordelijkheid’ breekt men een sociaal model af. Het is aan de vakbonden om te tonen dat er alternatieven bestaan.”

Zijn er contacten met Vooruit in de aanloop naar die nieuwe besparingsronde?

“De lijnen zijn altijd open geweest. De media herleiden dit vaak tot één scène: ABVV tegen Vooruit. Maar het verhaal is groter: dit gaat over sociale zekerheid, koopkracht, arbeidsmarkt en democratische tegenmacht. Wie enkel één scène uitlicht, mist het geheel. Als het ABVV nu niet reageert, verliest het zijn bestaansreden. Ik weet ook wel dat veel maatregelen er niet komen op vraag van Vooruit. Ze vertegenwoordigen slechts 14%. We wisten dat het moeilijk ging worden en dat we elk soms in een andere hoek van de boksring zouden staan. Maar het is belangrijk dat we in de Gemeenschappelijke Socialistische Actie blijven spreken.”

Volgens Conner Rousseau moet het ABVV opletten dat het niet het studiewerk doet en dat PVDA in het parlement met de eer gaat lopen.

“Dat is een compliment voor onze uitstekende studiedienst. Vooruit en PVDA kunnen maar weinig positiefs over elkaar zeggen, merk ik. Ze zouden dat beter wat meer doen. Op je eigen nieuwjaarsreceptie op elkaar zitten kappen, vind ik triest. Op rechts gebeurt dit veel minder. In de politiek is het een sport om elkaar niets te gunnen. Daarom ook dat ik nooit in de politiek zou kunnen functioneren.”

Is het ABVV geïnfiltreerd door PVDA, zoals we soms horen?

“Mensen van PVDA zijn vaak aanwezig op onze acties, net zoals mensen van Vooruit, Groen en zelfs cd&v. Het is simplistisch om het ABVV op dezelfde lijn te zetten als PVDA. Een aantal medewerkers hier in het gebouw (van het ABVV, wv) staat zelfs op Vooruit-lijsten. Wij zetten onze eigen lijn uit. PVDA mag ons daarin volgen, geen probleem. Dat maakt van mij geen PVDA’er. Ik ben het niet eens met veel van hun standpunten. Hun framing is vaak antipolitiek.”

Wat is de meest onjuiste framing over het ABVV die u wil ontkrachten?

“Dat we alleen werklozen vertegenwoordigen. Terwijl 75% van ons leden werkenden zijn, slechts 10% werklozen en 15% gepensioneerden. We doen wel wat meer dan de werkloosheid uitbetalen: we geven sollicitatietraining, doen aan loopbaanadvies en -begeleiding, organiseren vormingen, vullen belastingbrieven in, geven juridisch advies, … We zijn een organisatie die opgebouwd is uit solidariteit. Iedereen kan bij ons terecht.”

Is het probleem vandaag ook niet dat het sociaal overleg zo stroef loopt?

“De werkgevers zitten momenteel in een zetel. Nochtans is het voor hen belangrijk om tot akkoorden te komen met de werknemers. Werkgeversorganisaties hebben baat bij sociaal overleg. Nu wentelen ze zich in het gemak dat de regering dossiers voor hen oplost. Maar ze zetten zichzelf hiermee buitenspel.

Tegen eind 2026 moeten we samen standpunten innemen rond de Wet van ‘96, de index, de harmonisatie arbeiders-bedienden en andere dossiers. Maar als de regering onderweg constant de spelregels verandert en zelf komt met zoiets als een ‘centenindex’, een indexsprong light, wordt het voor de sociale partners heel moeilijk om tot akkoorden te komen.

De manier waarop de Groep van 10 vandaag werkt, is één van mijn grootste ontgoochelingen sinds ik deze functie bekleed. Jarenlang kon ik in de bouwsector tot moeilijke akkoorden komen. Op dit niveau blijkt dat niet mogelijk. Het is zoals in Indiana Jones and the Last Crusade. Als je uit de verkeerde beker drinkt, word je herleid tot as. Die indruk heb ik nu soms. Vakbonden hebben blijkbaar te lang van de verkeerde beker gedronken. Tijd voor een nieuwe cantus. Schol!”

Bron: sampol.be

Blauwe partij blijft zakken in de peilingen

Blauwe partij blijft zakken in de peilingen

Anders (vroeger Open-VLD) blijft zakken in de peilingen
Hoe Open-VLD de energiesector verkocht.
De regering van Guy Verhofstadt was politiek betrokken in de periode waarin Electrabel volledig in Franse handen kwam.
Hoe kwam Electrabel in Franse handen?
Electrabel was oorspronkelijk een Belgisch energiebedrijf, maar zat al decennialang in een ingewikkelde aandeelhoudersstructuur rond de Société Générale de Belgique (Generale Maatschappij). In de jaren 80 en 90 kreeg de Franse groep Suez steeds meer controle over die Belgische holdings.
Belangrijke stappen:
• 1998: Suez neemt de Generale Maatschappij volledig over. Daardoor krijgt Suez indirect controle over Electrabel.
• 2005-2007: Suez koopt ook de resterende aandelen van Electrabel op en wordt volledig eigenaar. Electrabel verdwijnt van de beurs.
• 2008: Suez fuseert met Gaz de France tot GDF Suez, het latere Engie. Daardoor wordt Electrabel uiteindelijk onderdeel van Engie.
Welke rol speelde Verhofstadt?
Guy Verhofstadt was premier van 1999 tot 2008. Dat betekent dat hij aan het roer stond tijdens de cruciale periode waarin Suez de laatste aandelen van Electrabel verwierf.
Maar:
• Electrabel was toen geen staatsbedrijf dat de regering rechtstreeks kon verkopen.
• Het bedrijf was al grotendeels gecontroleerd door Suez vóór Verhofstadt premier werd.
• De echte machtsverschuiving naar Franse controle begon al onder eerdere regeringen, vooral in de jaren 80 en 90.
• de Belgische overheid juridisch beperkte mogelijkheden had om een private overname tegen te houden.
Samengevat
Een vaak gehoorde uitspraak is:
“Verhofstadt heeft Electrabel aan de Fransen verkocht.
Electrabel kwam geleidelijk in Franse handen via de overname van de Generale Maatschappij en de opbouw van Suez als meerderheidsaandeelhouder. Onder de regering-Verhofstadt werd dat proces voltooid doordat Suez de resterende aandelen van Electrabel verwierf en het bedrijf van de beurs haalde.

Een andere frats van Verhofstadt is de verkoop van het Belgisch goud.
De Belgische goudverkopen gebeurden vooral in de jaren 90 en begin jaren 2000. Een groot deel van de verkopen gebeurde tijdens de regering Guy Verhofstadt.
Historische gegevens:
• toen had België ongeveer 1.000 ton goud;
• werden in 1989, 1992, 1995 en 1996 grote hoeveelheden verkocht;
• daalde de voorraad uiteindelijk tot ongeveer 300 ton en later tot ongeveer 227 ton
In de jaren 90 noteerde goud vaak rond 250 à 400 dollar per ounce. Ondertussen bereikte goud de prijs van 5500 dollars per ounce. Goud is vooral belangrijk in tijden van geopolitieke spanningen, oorlog, en oplopende inflatie.
Hoeveel zou dat goud vandaag waard zijn?
Een ruwe schatting:
• België verkocht sinds eind jaren 80 ongeveer 700 à 800 ton goud.
• Tegen de huidige goudprijs vertegenwoordigt 1 ton goud ruwweg 90 à 120 miljoen euro.
• Dat betekent dat die verkochte hoeveelheid vandaag ongeveer 120 miljard euro waard zou geweest zijn.
Waarom blijft dit politiek gevoelig?
Omdat veel mensen kijken naar het verschil tussen:
• de relatief lage verkoopprijzen toen;
• en de enorme goudwaarde vandaag.
Daardoor ontstaat de indruk dat België een strategische reserve heeft weggegeven net vóór goud opnieuw een belangrijk financieel en geopolitiek actief werd.

Ondertussen hebben de Open-VLD-kiezers wel begrepen dat het “Anders” moet en ze keren massaal de rug naar die blauwe partij die alleen maar aan eigenbelang en winst denkt. Anders blijft dalen in de peilingen.

Afschaffing Senaat zet deur open voor unitaristische hervorming: “Met Senaat hebben Vlaams-nationalisten vetorecht, zonder niet”

Afschaffing Senaat zet deur open voor unitaristische hervorming: “Met Senaat hebben Vlaams-nationalisten vetorecht, zonder niet”

Het lijkt Georges-Louis Bouchez menens om bij de volgende Kamerverkiezingen MR-lijsten in te dienen in Vlaanderen. Alvast in West-Vlaanderen heeft hij mogelijk al een prominente kandidaat: mijn neef Wout Maddens. Hij is eerste schepen in Kortrijk en stapte vorig jaar over naar de MR, uit onvrede over de te makke ideologische koers van Open VLD. Maar waar zal Bouchez de andere kandidaten halen?

Op het eerste gezicht is het een haast onmogelijke organisatorische klus voor een partij om volledige kandidatenlijsten in te dienen aan de overkant van de taalgrens. In werkelijkheid is dat een fluitje van een cent. Dat komt omdat kandidaten niet gedomicilieerd hoeven te zijn in de kieskring waar ze opkomen. Bouchez kan zijn Vlaamse lijsten dus vullen met Waalse of Brusselse liberalen. Het volstaat ook dat de voordracht van de kandidaten wordt ondertekend door drie uittredende Kamerleden, die niet in de betrokken kieskring verkozen moeten zijn. Handtekeningen van kiezers verzamelen in Vlaanderen (normaal 400 of 500 al naargelang de grootte van de kieskring), zal Bouchez dus niet hoeven te doen.

N-VA geeft het voorbeeld

Juist omdat dit zo gemakkelijk is kon de N-VA bij de vorige verkiezingen probleemloos (bijna) volledige lijsten neerleggen in de vijf Waalse kieskringen. Van de 77 kandidaten op die lijsten waren er slechts tien gedomicilieerd in Wallonië. De rest waren allemaal Vlaamse N-VA-militanten of politici die zich hadden opgeofferd om te figureren op die Waalse lijsten. Ik vermoed dat de meesten daarvan tijdens de campagne nooit een voet aan de grond gezet hebben in ‘hun’ kieskring. In elk geval hebben ze amper geïnvesteerd in de campagne. Slechts elf kandidaten hebben verkiezingsuitgaven gedaan. In totaal gaven die 95.418 euro uit, waarvan 94.272 euro betaald door de partij.

Met die voor het overgrote deel Vlaamse kandidaten die nauwelijks campagne voerden, heeft de N-VA toch een niet onaardig resultaat neergezet. De partij haalde in heel Wallonië 1,9 procent, dit is maar iets minder dan Défi (2,4 procent). En dat terwijl alle Défi-kandidaten échte Walen waren, de partij al sinds 2014 voet aan de grond probeert te krijgen in Wallonië (vroeger als FDF) en daar ook effectief campagne voert.

Geen windeieren

Bemerk dat dit zowel voor Défi als voor de N-VA een zeer lucratieve operatie was. Ook al behaalden geen van beide zetels, de in Wallonië behaalde stemmen tellen wel mee voor het berekenen van de partijdotatie. De 40.716 Waalse N-VA stemmen leveren de partij jaarlijks 200.730 euro op, voor de hele legislatuur is dat dus 1.003.650 euro. Tegenover de investering van 94.272 euro is dat een ‘return on investment’ om u tegen te zeggen. Al zijn dit voor een partij als de N-VA natuurlijk maar kruimeltjes. De inkomsten uit de operatie Wallonië zijn goed voor slechts 1,6 procent van alle overheidsinkomsten van de partij.

Met andere woorden, niet alleen is het voor een partij zeer gemakkelijk om lijsten in te dienen aan de overkant van de taalgrens, het is ook financieel interessant. Het Vlaams Belang weet dit al lang, en diende in Wallonië zowel in 2003, 2007 als 2019 lijsten in. In 2024 was dat niet het geval, omdat de partij hoopte op een doorbraak van het Waalse Chez Nous. Nu die partij een flop is gebleken, lijkt de kans reëel dat Vlaams Belang in 2029 opnieuw lijsten neerlegt in Wallonië.

Als in 2029 zowel N-VA als Vlaams Belang lijsten indienen in Wallonië, én de MR lijsten indient in Vlaanderen, dan zullen alle Belgen kunnen stemmen voor een van de vier grootste partijen van het land (de PVDA is de vierde grootste). Dat zou alvast als voordeel hebben dat de door de belgicisten grijsgedraaide plaat van de federale kieskring mag worden opgeborgen.

Handtekeningen ronselen

Of flaminganten gelukkig kunnen zijn met die situatie, is een andere vraag. Duidelijk is in elk geval dat de taalgrens voor wat betreft de Kamerverkiezingen heel poreus is. Het kiessysteem voor de Kamer kent eigenlijk geen taalgrens. Dat is op zich niet onlogisch omdat het tenslotte de verkiezing betreft van een ‘nationaal’ parlement. Volgens de Grondwet vertegenwoordigen alle Kamerleden ‘de natie’, dus even goed de burgers aan de overkant van de taalgrens. Anderzijds zou men het taalgrens-hoppen van de partijen wel kunnen bemoeilijken, door te bepalen dat een lijstvoordracht door uittredende Kamerleden enkel kan gebeuren door Kamerleden van de betrokken kieskring. In dat geval zou de MR wél handtekeningen moeten ronselen in Vlaanderen en de N-VA en het Vlaams Belang in Wallonië.

De kans dat de wet in die zin wordt gewijzigd, lijkt me echter klein. Dit wordt niet als een groot probleem gezien door de partijen. Tot nu toe had het indienen van lijsten aan de overkant van de taalgrens inderdaad iets weg van electorale folklore. Het was een stunt zonder politieke gevolgen.

Maar het is niet gezegd dat dit altijd zo zal zijn. Stel dat Georges-Louis Bouchez effectief zetels haalt in Vlaanderen. Dan zou er een heel vreemde situatie ontstaan. Dan krijg je Kamerleden die onder het gezag staan van een Franstalige partijvoorzitter maar anderzijds wel tot de Nederlandse taalgroep behoren. Of er in die taalgroep al dan niet een meerderheid is voor een staatshervorming, zal dan mee worden bepaald door een Franstalige partij. Bouchez zou de meer Belgischgezinde partijen in Vlaanderen (Open VLD, Groen, PVDA, Vooruit) bijvoorbeeld aan een meerderheid kunnen helpen voor een unitaristische hervorming.

Zo een Franstalige ‘inbraak’ is veel moeilijker in het Vlaams Parlement. Daarvoor zou de MR wel kandidaten moeten vinden die in Vlaanderen gedomicilieerd zijn. De partij zou ook handtekeningen moeten ronselen. Anders gezegd, het Vlaamse gehalte van de volksvertegenwoordiging in het Vlaams Parlement is beter beschermd dan dat van de Nederlandse taalgroep in de Kamer.

Vetorecht verdwijnt

Dit werpt een interessant licht op de discussie over de afschaffing van de Senaat. Die bestaat momenteel voor het overgrote deel uit parlementsleden van de deelstaten. Dankzij de Senaat hebben de deelstaten een vetorecht over institutionele hervormingen. Als Bouchez zijn Vlaamse zetels in de Kamer zou gebruiken om een belgicistische hervorming door te duwen, dan zou dit allicht op het verzet stuiten van een meerderheid in het Vlaams Parlement, en dus ook van een meerderheid van Nederlandstalige Senatoren. Tenzij de Senaat niet meer bestaat.

Ook meer in het algemeen moet men er rekening mee houden dat de samenstelling van het Vlaams Parlement en de Nederlandse taalgroep van de Kamer kan divergeren in de toekomst. Dat zou bijvoorbeeld kunnen als de Kamerverkiezing moet worden vervroegd door een regeringscrisis en niet meer samenvalt met de regionale verkiezingen. In andere federale landen zien we dat regionalisten of separatisten doorgaans sterker staan in de deelstaatparlementen dan in het federale parlement. De Vlaams-nationalisten zullen in de toekomst allicht meer kans hebben om een meerderheid te halen in het Vlaams Parlement dan in de Nederlandse taalgroep van de Kamer.

Tussen haakjes: vandaag is het al zo dat de sterke positie van de Vlaams-nationalisten in het Vlaams Parlement (met precies de helft van de zetels) zich vertaalt in een absolute meerderheid in de Nederlandse taalgroep van de Senaat (18 van de 35 zetels). Met andere woorden, de Vlaams-nationalisten kunnen een herziening van de bijzondere wetten blokkeren. In de Kamer is die blokkeringsmeerderheid er momenteel niet. De Vlaams-nationalisten (Jean-Marie Dedecker inbegrepen) hebben slechts 44 van de 90 zetels in de Nederlandse taalgroep.

Anders gezegd, met de Senaat hebben de Vlaams-nationalisten een vetorecht over een staatshervorming, zonder de Senaat niet. De afschaffing van de Senaat is symbolisch misschien een mooie trofee voor de N-VA, in werkelijkheid is het een domme en kortzichtige maatregel.

Bron: PAL.be

De Wever en Rousseau rijden zich vast

De Wever en Rousseau rijden zich vast

De regering-De Wever-Rousseau begon met grote beloften. Ze zouden “werk meer doen lonen”, “de begroting op orde brengen” en “moedige hervormingen doorvoeren”. Iets meer dan een jaar later zit de regering vast. Op het vlak van begroting, koopkracht, pensioenen, energie, industrie, klimaat en internationaal beleid stapelen de tegenstellingen zich op.

Die tegenstellingen komen niet uit de lucht vallen. Ze tonen hoe een coalitie die de crisis wil afwentelen op de werkende bevolking, zich vastrijdt. Een coalitie die weigert te raken aan de privileges van de rijksten en tegelijk de deur wijd openzet voor militarisering. Het resultaat: een brede sociale beweging, groeiende onvrede bij de bevolking en een regering die steeds verder verdeeld raakt, steeds meer onder vuur ligt en steeds minder in staat is om te besturen.

De voorbije weken maakten dat nog eens duidelijk: de regering is verlamd, of wordt gewoon tot terugkrabbelen gedwongen. Het wetsontwerp — met onder meer een plafonnering van de index en hogere accijnzen op gas — werd uitgesteld. Ook de stemming over het wetsontwerp van de pensioenwet is verschoven. Het begrotingstekort loopt op. Onze energieafhankelijkheid neemt toe, zonder dat er structurele maatregelen komen om de prijzen duurzaam te drukken.

Een begrotingsimpasse die ze zelf hebben gecreëerd

De regering wilde sérieux uitstralen, maar wordt nu al ingehaald door de werkelijkheid. Het begrotingstekort ontspoort. Waarom? Omdat de regering blanco cheques uitschrijft voor nieuwe militaire uitgaven en cadeaus aan het kapitaal, zoals lagere sociale bijdragen.

Daar zit een fundamentele tegenstelling. Er zou geen geld zijn voor pensioenen, sociale zekerheid of de energietransitie — maar voor F-35’s worden wel miljarden gevonden.

En dat is niet alles. Tien jaar geleden gaven de N-VA en de MR een cadeau aan de grote bedrijven. Dat noemden ze de taxshift. Dat cadeau kost de sociale zekerheid elk jaar meer dan 8 miljard euro. Deze regering gaat verder op die weg door daar nog eens een extra jaarlijks cadeau van één miljard aan toe te voegen. Daarbovenop voegt ze nog de flexi-jobs en de vrijwillige overuren toe, waarop geen belastingen en (bijna) geen bijdragen voor de sociale zekerheid worden geheven.

Alsof dat nog niet genoeg is, weigert de regering bovendien koppig het grote Belgische taboe te doorbreken: de superrijken laten bijdragen.

Kortom, het ontsporende begrotingstekort is geen noodlot, maar een bewuste politieke keuze.

Antisociale hervormingen lopen vast bij gebrek aan draagvlak

De regering botst op een politieke realiteit: haar maatregelen missen draagvlak bij de bevolking. Ondanks toegevingen onder sociale druk raakt de pensioenhervorming niet vooruit.

Hetzelfde geldt voor het wetsontwerp met daarin de plafonnering van de index en de verhoging van de accijnzen op brandstof. Het uitstel is geen ongelukje, maar een teken dat de regering er niet in slaagt een nieuwe aanval op de koopkracht verkocht te krijgen, in het bijzonder in een context van stijgende energieprijzen.

Die maatregelen — mochten ze genomen worden — zijn niet alleen asociaal, maar ook economisch contraproductief: ze leggen de koopkracht van de mensen droog, en dus ook de vraag. Ze ontnemen de economie de zuurstof die ze nodig heeft. Ze zouden bovendien de economische crisis ook kunnen versterken.

De aanpak rond langdurig zieken valt onder dezelfde logica. Er wordt verstrengd, gesanctioneerd en met de vinger gewezen. Maar een samenleving genees je niet door zieken te bestraffen. Ook hier botst de beloofde efficiëntie op de realiteit: deze politiek pakt de echte oorzaken van de stijging van langdurige ziekte niet aan.

Een energiecrisis die verergert door het afbouwen van investeringen in klimaattransitie

Op energiegebied oogt de regering stuurloos. Sommige regeringspartijen vragen steunmaatregelen tegen de prijsstijgingen. Tegelijk willen ze belastingen en accijnzen verhogen, de index beperken en spelen sommige regeringsleden voor Trump door mee te stappen in een militarisering van internationale relaties — wat net instabiliteit en prijsstijgingen voedt.

Intussen schrapt de regering cruciale investeringen, in wat men het offshore windpark noemt.  Dit gaat over een netwerk van reuzewindmolens in de Noordzee. Dit is het meest efficiënte op het vlak van energie. “Te duur”, klinkt het. Maar dat argument weegt licht tegenover de gevolgen van oorlog en onze afhankelijkheid van olie uit onder meer het Midden-Oosten. Resultaat: de regering zet een stap rond deze strategische hefboom, net op het moment dat bevoorradingszekerheid en publieke investeringen in schone energie versterkt moeten worden.

De tegenstelling is duidelijk: ze zeggen dat ze de industrie willen beschermen en de bevoorrading verzekeren, maar ze stellen essentiële investeringen uit. Ze spreken over onafhankelijkheid, terwijl de afhankelijkheid van het gas van Trump net toeneemt.

Een industrie in crisis, die vastzit in militarisering, onderinvestering en dure energie

De Belgische en de Europese industrie zitten in zwaar weer. In heel Europa verdwijnen elke maand duizenden jobs in de industrie.

Het antwoord van Bart De Wever is een schokstrategie: sociale wetgeving afbouwen, milieuregels verzwakken en pensioenen privatiseren tot risicokapitaal. Een plan dat hij uitwerkte samen met andere Europese leiders in een knus kasteel in Limburg (zie hierover aflevering 13 van Kantelpunt, de podcast van Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA).

Maar deze recepten — naast hun asociale en anti-klimaatkarakter — missen de kern van de zaak. Waar de industrie onder lijdt, zijn hoge energieprijzen, onderinvestering, technologische achterstand en het gebrek aan echte publieke planning.

De gevolgen van sancties op Russisch gas en olie, het afremmen van offshore wind en de afhankelijkheid van Amerikaanse en Midden-Oosterse energie keren als een boemerang terug in het gezicht van De Wever en co. Al hun praatjes over competitiviteit worden weggevaagd door exploderende energieprijzen.

De enige duidelijke koers die overblijft voor de industrie lijkt verdere militarisering van de economie. Ministers liepen zelfs te pronken op de wapenbeurs van Brussel. Maar ook dat biedt geen antwoord op sociale noden, de klimaattransitie of duurzame werkgelegenheid in de industrie. Zo’n model kan alleen blijven draaien in een context van oorlog — anders raken de afzetmarkten voor de wapenindustrie snel verzadigd. Maar zoals de oorlog tegen Iran laat zien: meer conflictoorlog staat gelijk aan energieprijzen die de pan uitswingen en toeleveringsketens die verstoord worden.  Uiteindelijk zet dat net onze hele industrie onder druk.

Concreet maakt de regering budget vrij voor defensie, in plaats van te investeren in een ambitieus publiek programma rond energie, spoor, isolatie, groene staalproductie, klimaatneutrale chemie en toekomstgerichte technologie. Dat is sociaal onrechtvaardig, ecologisch onhoudbaar, gevaarlijk voor de economie en duwt ons richting een steeds onveiliger wereld.

Internationaal: een gevaarlijke vlucht vooruit in militarisering

Ook op internationaal vlak zijn de spanningen binnen de regering duidelijk zichtbaar. Sommigen willen België verder meesleuren in een oorlogslogica en een nauwere aansluiting bij Trump en de NAVO. Maar de meerderheid van de bevolking wil die oorlogspolitiek niet steunen, wat de druk op verschillende coalitiepartijen verhoogt.

In plaats van de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran te veroordelen, zoals Spanje wel deed, kondigt de Belgische regering aan dat ze wil deelnemen aan een “coalition of the willing” om zogezegd de Straat van Hormuz te beveiligen.

Alsof we teruggekeerd zijn naar het koloniale tijdperk, waarin Europa militair zijn toegang tot grondstoffen veiligstelde. Maar die tijd ligt achter ons. Zulke missies zijn geen oplossing, maar een imperialistische politiek die juist meer instabiliteit en onveiligheid creëert.

Meer in het algemeen lost militarisering de crisissen van het hedendaagse kapitalisme niet op — ze verergert ze. Ze wakkert conflicten aan, jaagt speculatie op energie aan, leidt enorme middelen weg van sociale en klimaatnoden en duwt Europa in een strategische afhankelijkheid van de Verenigde Staten.

Een regering verlamd door groeiend sociaal verzet

Een cruciale factor achter de verlamming van de regering is het sociaal verzet. De betoging van 12 maart heeft indruk gemaakt. Na meer dan een jaar van acties verzwakt de beweging niet.

De onvrede groeit naarmate het echte beleid zichtbaarder wordt. Zo wordt de pensioenhervorming steeds beter begrepen — en daardoor ook breder afgewezen. De neerbuigende uitspraken van Jan Jambon over vrouwen hebben het ware karakter van die hervorming nog scherper blootgelegd en de verontwaardiging verder aangewakkerd.

Die druk van de sociale beweging werkt door in de publieke opinie en doet de regering twijfelen en terugkrabbelen. Ze weegt op Vooruit, CD&V en Les Engagés en maakt het politiek riskanter om beslissingen door te drukken. Dat verklaart waarom dossiers blijven aanslepen, worden uitgesteld of telkens opnieuw op de onderhandelingstafel belanden.

Met andere woorden: de regering zit niet alleen vast door haar eigen tegenstellingen, maar ook omdat ze tegenover zich een sterke, volgehouden sociale mobilisatie heeft, een kritische publieke opinie en een vastberaden oppositie.

Er is een alternatief

Deze regering zit vast omdat ze een systeem in crisis wil redden door net datgene te versterken wat de crisis heeft veroorzaakt: sociale besparingen, cadeaus aan het kapitaal, militarisering, gebrek aan planning en het weigeren om de rijksten te laten bijdragen.

Het kan anders:

  • De oorlogslogica afwijzen en bouwen aan een internationaal vredesfront, zoals Spanje en vele landen in het Globale Zuiden doen.
  • Massaal investeren in energietransitie en bevoorradingszekerheid.
  • De automatische indexering verdedigen in plaats van ze af te bouwen.
  • Echte loonstijgingen mogelijk maken om de vraag en de sociale zekerheid te versterken.
  • Overwinsten belasten, zeker die van degenen die profiteren van de oorlog.
  • En eindelijk het Belgische taboe doorbreken: de multimiljonairs laten bijdragen.

Deze maatregelen lossen de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme niet volledig op. Maar ze zouden wel ademruimte geven aan werkende bevolking, aan de industrie en aan het klimaat — en breken met de huidige logica: de crisis laten betalen door wie er geen verantwoordelijkheid voor draagt.

Bron: PVDA.be

De leugens van Bart De Wever: een uitgebreide factcheck van ‘Over Welvaart’

Om zijn beleid als onvermijdelijk voor te stellen neemt Bart De Wever in zijn boek ‘Over Welvaart’ verschillende keren een loopje met de waarheid. Om aan te tonen dat er weldegelijk ook andere keuzes mogelijk zijn, is daarom ook deze uitgebreide factcheck nodig.

“Hij kan zo goed redeneren. Het is moeilijk om er als journalist iets tegenin te brengen”, zo hoorde ik Isolde Van den Eynde op televisie nog maar eens doen alsof onze eerste minister op eenzame hoogte staat op intellectueel vlak. Nu moet ik toegeven dat De Wever retorisch sterk is, maar goed redeneren? Wie zijn boek ‘Over welvaart’ leest, moet toch opmerken dat er best wel wat schort aan zijn redeneringen.

“De uitdaging is groter dan ooit”, zo schrijft De Wever in het voorwoord van dat boek. “Als we niets doen, dreigt onze welvaartstaat in te storten. Het is to mend or to end. Dit essay wil duidelijk maken welke keuzes nodig zijn om het tij te keren – en waarom ze onvermijdelijk zijn.”

Er zit een opmerkelijke tegenstelling in die laatste zin. Keuzes zijn namelijk nooit onvermijdelijk. Het bestaan van keuzes impliceert altijd dat ook andere keuzes mogelijk zijn. Het illustreert wat de inzet is van de eerste minister zijn boek: de keuze om de sociale zekerheid af te bouwen voorstellen als onvermijdelijk.

Om dat te doen maakt De Wever gebruik van een ideologische constructie waarbij de vrije markt de sokkel van welvaart zou produceren en de staat zou bestaan uit zuilen die deze welvaart verdelen in naam van welzijn. Die simplistische ideologische constructie bekritiseerde ik reeds in een eerder artikel.

Om zijn beleid als onvermijdelijk voor te stellen verdraait De Wever echter ook de feiten op zo’n manier dat ze in zijn ideologische constructie passen. Om aan te tonen dat er weldegelijk ook andere keuzes mogelijk zijn, is daarom ook deze uitgebreide factcheck nodig.

De geschiedenis van de welvaartstaat

“Geen socialist, maar een pragmatisch nationalist legde de kiem van de moderne welvaartsstaat.” → Onwaar.

De Wever begint zijn boek met een lang uitgesponnen geschiedenis van de welvaartstaat die begint in de oertijd. Die geschiedenis is echter niet gebaseerd op nauwkeurig historisch bronnenonderzoek, maar dient louter om zijn ideologische stelling dat “het streven naar welvaart existentieel ingebakken zit in onze soort” te doen klinken als een bewezen feit.

In zijn economische geschiedenis verwijst hij voor zowel het denken van Adam Smith als dat van Karl Marx naar de interpretatie die de neoliberale econoom Milton Friedman van deze denkers geeft. Een invloedrijk econoom als John Maynard Keynes, die lijnrecht ingaat tegen de starre tegenstelling tussen markt en staat die De Wever samen met Friedman maakt, wordt eenvoudigweg weggelaten.

Opmerkelijk is dat De Wever de sociale zekerheid historisch als een uitvinding van de staat beschouwt, terwijl die – zoals Wim Van Lancker recent nog eens uitlegde – door de arbeidersbeweging is opgebouwd, onafhankelijk van de staat. De Wever verwijst naar Bismarck om te doen alsof de uitbouw van de sociale zekerheid de verdienste is van het nationalisme, maar op die manier herschrijft hij de geschiedenis. 

In heel de geschiedenis die De Wever schrijft, van de oertijd tot nu, is er welgeteld één historisch werk waar hij naar refereert. Dat is Arm Vlaanderen van Maarten Van Ginderachter. Laat het nu net Van Ginderachter zijn die brandhout maakt van wat De Wever schrijft over de periode die hij bestudeerd heeft.

“Ten eerste stelt De Wever dat de Vlaamse beweging van bij haar ontstaan streed voor meer dan taalrechten alleen, voor een alomvattende ‘sociale rechtvaardigheid’. Ten tweede schrijft hij de opbouw van de welvaartstaat vanaf de jaren 1880 exclusief toe aan conservatieve nationalisten, de katholieke kerk en de voorlopers van de christendemocratie. Beide stellingen kloppen historisch gezien niet”, aldus Van Ginderachter.

En hij voegt eraan toe: “Nadenken over welvaart kan zonder de geschiedenis te misbruiken voor het eigen grote gelijk. Arm Vlaanderen verdient beter dan historische amnesie.”

Om het in de woorden van De Wever te zeggen: Game, set, match.

Wie heeft er schuld aan de staatsschuld?

Het valt niet te ontkennen dat onze samenleving zich de voorbije decennia schuldig maakte aan decadentie.” → Misleidend.

Uiteindelijk dient heel de geschiedenis die De Wever met veel grote woorden en weinig gevoel voor nuance doorloopt, slechts als opstapje om de kern van zijn boek meer gewicht te geven. Waar op die historische opstap in verschillende media reeds wat kritiek kwam, is dat voor de kern van zijn boek veel minder het geval. “Zijn centrale stelling overtuigt”, zo schrijft Bert Bultinck in Knack in een artikel waarin hij verder een aantal historische onwaarheden rechtzet.

De centrale stelling van De Wever is deze: “De welvaartssokkel die alles recht houdt is aan het afbrokkelen en kan de steeds breder wordende zuilen van de verzorgingsstaat amper nog torsen.” We zijn, zo verwoordt hij het later nog net iets minder subtiel, “decadent” geworden. We zijn alleen nog maar bezig met in naam van welzijn en ecologie te herverdelen en overreguleren en zo maken we onze economie kapot.

Om die stelling kracht bij te zetten gooit De Wever met feiten en cijfers. Het probleem is alleen: aan die cijfers schort het één en het ander.

Ons land heeft een grote staatsschuld. Dat is een feit. De vraag is echter waar die staatsschuld vandaan komt. Als we Bart De Wever mogen geloven, is dat de schuld van alles wat links is. De uitgaven van de sociale zekerheid en onze publieke diensten zouden uit de pan rijzen en dus moet er drastisch worden bespaard, maar is dat wel zo?

Een blik op de evolutie van de Belgische staatsschuld van de afgelopen jaren vertelt een heel ander verhaal.

De overheidsschuld, zo leren we uit de sociaal-economische barometer van het ABVV, bedraagt 105 procent van het bbp. Het grootste deel van die schuld dateert van veertig jaar geleden: tussen 1979 en 1983 is de schuldgraad gestegen van 66,6 procent naar 106,8 procent. België boekte toen hoge begrotingstekorten net op het moment dat de internationale rente historisch hoog stond.

Sindsdien is het Belgische begrotingstekort echter vooral gedaald. België boekte van 1985 tot 2009 primaire overschotten. Als die trend de afgelopen jaren wat gekeerd lijkt, is dat volgens De Wever de schuld van de regering-Verhofstadt en zou de regering-De Croo die fout herhaald hebben.

Daarmee gaat hij gemakshalve voorbij aan twee belangrijke gebeurtenissen die de grootste stijgingen van de overheidsschuld tot gevolg zullen hebben. Ten eerste was er de financiële crisis van 2008, waarin de overheid miljarden euro’s uitgaf om de banken te redden. Ten tweede was er de coronacrisis, waarin de overheid opnieuw serieus geld uitgaf om de economie overeind te houden.

Helemaal ironisch is overigens dat het begrotingstekort dat De Wever als een existentiële bedreiging voor onze welvaart presenteert, onder zijn regering alleen maar gegroeid is en volgens de voorspellingen ook verder zal toenemen. Wie naar de feiten kijkt, moet concluderen dat het De Wever niet om de begroting te doen is, maar om iets anders, met name: de afbraak van de sociale zekerheid.

De sociale zekerheid: starve the beast

“De koe is leeggemolken.” → Misleidend.

Volgens De Wever is de Belgische sociale zekerheid te gul. Ons land zou “een van de gulzigste staten van de ontwikkelde wereld” zijn en ons sociaal systeem eenvoudigweg onbetaalbaar.

Wie de cijfers bekijkt, ziet echter dat onze sociale uitgaven niet veel hoger zijn dan in andere Europese landen. “De koe is leeggemolken”, zo schrijft De Wever, maar in de realiteit zijn het niet zozeer de uitgaven van de sociale zekerheid die ontspoord zijn, maar wel de inkomsten die gedaald zijn.

De belangrijkste bron van inkomsten voor de sociale zekerheid zijn de bijdragen van werknemers en werkgevers. Een deel van je brutoloon – in de meeste gevallen 13,07 procent – gaat naar de sociale zekerheid. Die werknemersbijdragen zijn de afgelopen decennia relatief constant gebleven.

De werkgever legt hier bovenop de werkgeversbijdrage. Dat deel is systematisch gedaald in de afgelopen decennia. Waar eind jaren 90 de werkgeversbijdragen nog ongeveer 34 procent van de loonmassa bedroegen, ligt dat cijfer vandaag bijna 10 procent lager. Dat is het gevolg van een reeks vrijstellingen en de zogenaamde taxshift. In 2014 verlaagde toenmalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) de patronale bijdragen op arbeid, waardoor de sociale zekerheid vandaag jaarlijks miljarden aan inkomsten verliest.

“Die belastingverlaging”, zo schrijft algemeen secretaris van ACV Puls Lieveke Norga, “zou zichzelf terugverdienen door jobcreatie, klonk het toen. Intussen is gebleken dat zo’n cadeau doorgaans rechtstreeks naar de aandeelhouders gaat. Dat zijn miljarden minder om onze levensstandaard te beschermen tegen inkomensverlies bij ziekte, ontslag of ouderdom. Als het doel van de taxshift was om onze sociale zekerheid veilig te stellen, dan kunnen we dat een dure mislukking noemen.”

De studiedienst van het ACV berekende dat het overheidstekort voor 2024 vrijwel samenvalt met de inkomsten die de staatskas door de taxshift misloopt, samen met de loonsubsidies die werkgevers kregen van diezelfde regering.

De Wever past met andere woorden de strategie toe die de Amerikaanse conservatieven starve the beast noemen: eerst snoeien in de inkomsten om dan luid te roepen dat de overheid zonder geld zit en er dus geen andere mogelijkheid is dan te besparen op sociale uitgaven.

Langer leven, langer werken?

“Als het aantal werkenden per gepensioneerde halveert, moet elke werknemer dus in theorie dubbel zoveel bijdragen als voorheen – alleen al om het bestaande systeem overeind te houden.” → Onwaar.

Om de focus weg van de inkomsten toch op de uitgaven te leggen, herhaalt De Wever nog eens het intussen gekende riedeltje over de vergrijzing en de onhoudbaarheid van de pensioenen.

Het is natuurlijk een feit dat onze samenleving een groeiend aantal gepensioneerden telt. Maar dat we daardoor “dubbel zo veel moeten bijdragen als voorheen”, klopt niet. Wat De Wever er namelijk niet bij vertelt, is dat de vergrijzing eveneens betekent dat onze samenleving ook minder kinderen, jongeren en werkzoekenden telt. Dat zijn ook allemaal groepen mensen die niet werken. Als je het hebt over het aandeel van de mensen die de kosten van de sociale zekerheid moeten betalen, moet je met die volledige verhouding rekening houden.

Vandaag zijn er 1,6 niet-werkenden per werkende; dat is de economische afhankelijkheidsratio. In 2070 blijft die verhouding volgens het Planbureau ongeveer hetzelfde. Dat de kosten voor de pensioenen bij ongewijzigd beleid zullen stijgen, klopt wel, maar die meerkost is lang niet zo dramatisch als De Wever ze voorstelt, zo legde ook demograaf Patrick Deboosere eerder uit.

Langdurig zieke profiteurs?

“Meer dan een kwart van de mensen die ingeschreven staan als langdurig ziek tot aan het pensioen heeft helemaal geen recht op een invaliditeitsuitkering.” → Onwaar.

Een van de meest groteske onwaarheden die De Wever in zijn boek verkondigt, is ongetwijfeld die over langdurig zieken. De Wever stelt dat uit een studie bij mensen die ingeschreven zijn als langdurig ziek, meer dan een kwart helemaal geen recht op een uitkering bleek te hebben. De steekproef in die studie is helemaal niet gebeurd bij ‘de langdurig zieken’, maar bij een specifiek deel van de langdurig zieken met een ziektecode die geen erkenning tot de pensioenleeftijd rechtvaardigt. De resultaten ervan zijn op geen enkele manier te veralgemenen naar de gehele groep, zo zegt het Riziv, dat de studie uitvoerde zelf.

Maar daar heeft De Wever geen boodschap aan. Gemakshalve zet hij een heleboel mensen die ziek zijn weg als profiteurs. En dat ze profiteren is natuurlijk de schuld van de socialisten. “De PS”, zo schrijft hij, “heeft een grote groep perfect gezonde mensen afhankelijk gemaakt van de overheid en zo politiek aan zich gebonden – met nefaste gevolgen voor onze economie en sociale zekerheid.”

Qua zondebokpolitiek kan dat tellen. Niet alleen langdurig zieken worden afgeschilderd als profiteurs. Ook werkzoekenden worden verdacht gemaakt. Vermeend misbruik wordt als argument gebruikt om uitkeringen te verlagen of af te nemen, terwijl uit onderzoek blijkt dat hogere uitkeringen de kans op het vinden van een job net vergroot.  

Ecologische crisis van de baan?

In het Westen gaan economie en ecologie al decennia hand in hand.” → Onwaar

De toon van De Wever zijn boek is naar goede gewoonte alarmistisch. De ontsporende uitgaven in de sociale zekerheid vormen het perfecte doembeeld, waarna hij zichzelf als redder kan opwerpen. Maar het discours dat we de sociale zekerheid betaalbaar willen houden voor de volgende generatie, vloekt met hoe vrolijk onbezorgd De Wever lijkt over de ecologische crisis.

“In het Westen gaan economie en ecologie al decennia hand in hand”, zo schrijft De Wever doodleuk. Stapels wetenschappelijke rapporten over klimaatverandering, uitstervingsgolven, verzurende oceanen; De Wever schuift het allemaal terzijde. Als ‘bewijs’ voor het aan de kant schuiven van de wetenschappelijke consensus, geeft De Wever één feit: “De gemiddelde energieconsumptie van een Amerikaan ligt vandaag lager dan een halve eeuw geleden”, zo schrijft hij.

Niet dat de ecologische crisis of de verantwoordelijkheid van Westerse landen daarin van de baan zouden zijn als die zin zou kloppen, maar zelfs die zin is op z’n minst misleidend. Volgens Amerikaanse energiewaakhond EIA ligt de energieconsumptie van de gemiddelde Amerikaan vandaag namelijk ongeveer even hoog als in de jaren ‘70.

De zwakken moeten lijden?

De Melische Dialoog duidt op het belang van hard power.” → Misleidend.

Ondertussen pleit De Wever voor militaire uitgaven die niet alleen die ecologische crisis sterk zullen verergeren, maar ook het door hem als zo dramatisch voorgestelde begrotingstekort zullen doen toenemen. Om die uitgaven te rechtvaardigen vertelt hij een verhaal uit de geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog, geschreven door Thoukydides. “De sterksten doen wat ze kunnen, de zwakken lijden wat ze moeten”, zo citeert De Wever de Griekse historicus. Maar wat moeten we nu uit dat verhaal onthouden?

Het moment waar het verhaal op teruggaat is het einde van de vijfde eeuw, als in Griekenland de Peloponnesische Oorlog woedt. Op een moment tijdens dat conflict, meer bepaald in 416, bedreigt het machtige Athene het veel zwakkere eiland Melos. Er vinden zogezegd onderhandelingen plaats die Thoukydides zogezegd woordelijk weergeeft.

Athene eist de volledige overgave, wanneer de Meliërs dat onrechtvaardig noemen antwoorden de Atheners: “Recht en onrecht zijn irrelevante begrippen in deze context. Rechtvaardigheid mag gelden onder gelijken. In de huidige situatie geldt een andere waarheid en die is dat wie sterk is, doet wat hij wil, terwijl wie zwak is, ondergaat wat hij moet ondergaan.” En verder: “Het recht van de sterkste is een natuurwet waaraan zelfs de goden gehoorzamen.” 

De Meliërs van hun kant hebben het in het gesprek over gemeenschappelijke waarden als gerechtigheid, over de haat die de Atheners over zich afroepen, over het feit dat ze door hun optreden meer vijanden zullen maken, maar niets helpt. Het conflict eindigt als volgt: “De Atheners doodden alle volwassen Meliërs die ze gevangennamen en verkochten kinderen en vrouwen als slaaf. Ze vestigden zich zelf in de stad en stuurden er later vijfhonderd kolonisten heen.”

“De Melische Dialoog duidt op het belang van hard power,” schrijft De Wever. Best een enge conclusie als je weet wat die hard power waar het hier over gaat concreet inhoudt. Best een gevaarlijke gedachte ook als je weet hoe het internationaal systeem dat minstens deed alsof het gebaseerd was op gemeenschappelijke waarden en gerechtigheid nu zo sterk onder druk staat. Het is ook een verkeerde conclusie.

Het verhaal is namelijk niet ten einde waar De Wever het afbreekt. Op het moment dat in 404 de Atheners de Peloponnesische Oorlog uiteindelijk verliezen, is de angst voor wraakacties namelijk volop voelbaar in de stad. Een andere historicus, Xenofon, beschrijft de stemming in Athene kort voor de overgave: “Niemand deed in die nacht een oog dicht, want ze treurden niet alleen om de gesneuvelden, maar nog veel sterker om zichzelf. Ze verwachtten dat ze nu hetzelfde zouden ondergaan als wat zij de Meliërs hadden aangedaan toen ze het eiland hadden belegerd en veroverd.”

De Melische Dialoog duidt met andere woorden juist op het gevaar van hard power. Een wereld waarin de sterken doen wat ze kunnen en de zwakken lijden wat ze moeten is misschien inderdaad het soort wereld waar De Wever en zijn ideologische geestesgenoten ons naar op pad zetten. Zo schrijft De Wever dat “Europa’s postkoloniale model van eenzijdige ontwikkelingshulp compleet achterhaald is”, en we daardoor steeds meer aan invloed verliezen. Precies hetzelfde soort discours met heimwee naar het koloniale tijdperk als Rubio afstak in Munchen dus.

Als we iets kunnen leren uit de geschiedenis, dan is het wel hoe het in zo’n wereld niet goed afloopt. Net daarom is het belangrijk om te beseffen dat de keuzes die ons door hen worden opgedrongen helemaal niet onvermijdelijk zijn. Dat besef is de eerste stap om ons een andere wereld die zo noodzakelijk is te kunnen voorstellen.

Bron: Dewereldmorgen.be

De Wever plant nog extra sanering van 3 tot 4 miljard euro: “Geen pijnloze manieren om uit problemen te geraken”

De federale regering zal nog eens 3 tot 4 miljard euro extra structureel moeten saneren. Dat zegt premier Bart De Wever (N-VA) in een interview met VRT NWS. Daarin blikt hij ook terug op zijn eerste jaar als premier. De Wever looft de “indrukwekkende” koning Filip, maar blijft erbij dat het federale België onwerkbaar is.

De federale regering moet de komende jaren nog extra saneren om de begroting onder controle te krijgen. Dat was al even duidelijk. Nu plakt premier De Wever er voor het eerst zelf een bedrag op. 

“Ik schat dat we toch structureel nog een bedrag tussen de 3 en de 4 miljard per jaar gaan moeten wegsnijden”, aldus de eerste minister. Het exacte bedrag zal de regering eind dit jaar bepalen.

In november geraakte de regering het eens over de maatregelen die zorgen voor een sanering van 8,1 miljard euro per jaar. “Maar dat is helaas niet voldoende”, zegt De Wever. De regering moet de komende jaren dus nog werk maken van een oefening die ongeveer half zo groot is. 

De Wever geeft toe dat er nog pijnlijke maatregelen zullen volgen. “Iemand die het tegendeel zegt, die liegt. De belastingen zijn al zeer hoog en de investeringen zijn laag, dus er zijn geen pijnloze manieren om dit land uit de problemen te helpen. En toch zal het moeten.”

De extra besparingen zijn nodig om de zogenoemde Europese uitgavennorm te halen. Een volgende stap is om het begrotingstekort te verkleinen naar 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de norm die Europa eigenlijk oplegt. “Dat zal voor de volgende legislatuur zijn”, erkent De Wever. “Dan kom je er stilaan door.”

Idee over België niet veranderd

De Wever blikt bij VRT NWS ook terug op zijn eerste jaar als premier. 

“Ik ondervind nu aan den lijve wat ik natuurlijk al jaren percipieer. Het is een zeer weerbarstig land om te besturen”, aldus de premier.

“Mijn basisidee over België is niet veranderd, ik ben een confederalist.” Dat het nu lukt om met de Franstalige partijen te besturen, is volgens De Wever te danken aan de verkiezingsoverwinning van MR en Les Engagés. “Maar je kan toch niet van toeval afhankelijk zijn? Een land moet structureel bestuurbaar zijn, dus mijn basisovertuiging blijft dat we daar stappen zullen moeten zetten.”

Al sluit De Wever niet uit dat hij zijn communautaire plannen nog langer aan de kant schuift: “Als  men in Wallonië verstandig blijft kiezen voor MR en Les Engagés, dan sluit ik niet uit dat wij het huidige herstelbeleid tien jaar voeren.”

Paard wordt kameel

De Wever zet Arizona in de markt als een sanerings- en hervormingsregering. “Dat is iets wat ik in België deze eeuw nooit op die manier heb gezien. Nu heb je voor de eerste keer de mogelijkheid, dankzij de moedige stem in het zuiden van het land. Men heeft daar tegen de PS gekozen.” 

De uitwerking van dat “herstelbeleid” verloopt moeilijk: het begrotingstekort blijft enorm en belastinghervormingen zoals de meerwaardetaks en de nieuwe btw-tarieven maken ons land fiscaal nog ingewikkelder.

Ook dat is volgens De Wever te wijten aan hoe België in elkaar zit. “Je hebt 5 partijen in de coalitie. Uit twee taalgemeenschappen met hun eigen publieke opinie. Dat wil zeggen: heel veel onderhandelen en heel veel nachtjes door. Om dan tot resultaten te komen die er wel toe doen, maar die niet altijd mooi zijn om naar te kijken”, aldus De Wever.

“Je ziet altijd hetzelfde gebeuren. Het paard dat je in gedachten had bij het binnengaan is veranderd in een kameel.”

Klik met de koning

Dat De Wever nu al een jaar een land leidt dat hij liever ontmanteld ziet, schrijft de premier toe aan zijn pragmatisme. “Ik verander eigenlijk nooit van overtuiging, maar ik verander in mijn leven soms wel van functie. Ik speel volgens de regels die er zijn.”

Het verklaart ook zijn goede band met koning Filip. “Het klikt persoonlijk tussen ons”, geeft De Wever toe. 

“We hebben op dit moment een goede koning die zeer toegewijd is aan zijn taak. Ik moet zeggen, dat is indrukwekkend. Hij is uitstekend voorbereid, stelt de juiste vragen en wil altijd helpen. Dat vind ik bijzonder en waardeer ik enorm aan hem”, spreekt de premier vol lof.

Spanning met Trump

Ook tijdens de ontmoeting met Amerikaans president Donald Trump in Davos was De Wever onder de indruk van de vorst. “Hij heeft dat zeer goed gedaan.”

Hoe dat gesprek verlopen is, wil de premier niet vertellen. De Wever heeft Trump naar eigen zeggen wel duidelijk gemaakt dat de keuze voor de Europeanen duidelijk is. “Als we moeten kiezen tussen of uw bondgenoot zijn of Europeaan zijn, dan zal het altijd Europeaan zijn”, zou hij tegen Trump gezegd hebben.

“Ik ga niet zeggen hoe hij heeft gereageerd. Maar het is een man die niet graag tegengesproken wordt. Dus ik verwacht nu niet direct een uitnodiging voor de balzaal van het Witte Huis.”

Brussel

De Wever gaat in het interview ook in op enkele actuele dossiers. Over de werkloze mantelzorgers die dreigen hun werkloosheidsuitkering te verliezen, zegt de premier dat ze “niet bevreesd moeten zijn”.

“Er is nog geen pasklare oplossing, maar ik kan nu al zeggen dat het hoogstwaarschijnlijk met een overgangsperiode zal zijn. Ze zullen hun uitkering niet verliezen in maart of april. Wij zijn geen asociale regering. We willen het profitariaat eruit. Maar mensen die echt in nood zijn, moeten op de solidariteit van de samenleving kunnen blijven rekenen.”

De Wever laat ook zijn licht schijnen over de moeilijke regeringsvorming in Brussel. De Antwerpenaar zou naar eigen zeggen graag ingrijpen. “De wet staat het me helaas niet toe om het daar over te nemen. Anders had ik dat al lang gedaan, een soort federale crackdown op Brussel.”

“Ik heb een grote stad bestuurd. Als je ziet hoeveel geld er naar Brussel vloeit, er is meer dan geld genoeg. Als er een sterke en bekwame leiding is, kan je op 5 jaar tijd mirakels doen. Ik zou het zeer graag doen.”

Bron: vrt.nws