We leven om te werken. Meer nog dan de strijd om het geld, moeten we ook opnieuw denken aan de strijd om de tijd.

De strijd om de tijd staat in het centrum van het samenleven. Vandaag wordt alles ingezet op mensen aan het werk krijgen en houden. ‘Activeren’ noemt men dat sinds de Derde Weg. De werkzaamheid opvoeren. De pensioenleeftijd optrekken. De werkethiek centraal stellen. De ideologische strijd lijkt wel gestreden: we leven om te werken.

Het was vroeger anders. Vanaf 1864 de strijd voor de achturendag: van 14 en meer uren over 12, dan 10 en uiteindelijk 8 uren werken, 8 uren slapen en 8 uren vrij. Die strijd zal meer dan een eeuw duren! De kapitalisten geven pas toe wanneer de wel gewerkte uren minstens evenveel, veelal meer opleveren. Disciplinering van de arbeid verhoogt de productiviteit. Taylorisme en bandwerk drijven de productie onmenselijk hoog op. De kritiek van Charlie Chaplin in Modern Times (1936) uit het Interbellum is nog actueel.

Niemand verdedigde de nieuwe arbeidsorganisatie omdat ze zingeving en zelfrealisatie in het werk zou bevorderen. Wel integendeel. In het contract van de naoorlogse welvaartsstaat ligt duidelijk vervat dat verhoogde arbeidsproductiviteit naast verhoogde koopkracht en sociale zekerheid moet leiden tot meer vrije tijd. Van de 48 urenweek naar de 38 urenweek. Van zes dagen werken naar een weekend vrij. Naar betaalde feestdagen en zeven weken vakantie. Telkens weer werd de invulling van de tijd een inzet: vrijheid, vermaak, vorming, consumptie, enzovoort. Arbeidstijdsverkorting zou het leven buiten de arbeid een vrije invulling geven. De invoering van steeds nieuwe technologieën zou de vrijetijdsmaatschappij dichterbij brengen. Fascinerende toekomstbeelden over autonomie in de postindustriële samenleving, over vrijetijdseducatie, over heteronome versus autonome activiteit, enzovoort. De 30-urenweek werd door het Franse planbureau aangekondigd voor 1980! Dus: vervreemde arbeid en toegenomen arbeidsproductiviteit, in ruil voor steeds meer eigen tijd.

Dat contract is, en dat wordt vandaag veelal vergeten in de duidingsprogramma’s over activering, opgezegd met de neoliberale draai van de jaren 1980. Technologische vernieuwing, arbeidsorganisatie en stijgende arbeidsproductiviteit staan nu ten dienste van de concurrentiepositie en de winst. De kosten van de arbeidskracht als productiemiddel worden zoveel mogelijk gedrukt. Veertig jaar het riedeltje van liberaliseren, dereguleren, flexibiliseren en privatiseren. Een economische logica losgekoppeld van sociaal beleid. Aanwervingen vergen steeds een hogere gemiddelde productiviteit. Ondanks gevoelig verhoogde scholing en ondanks de tekorten stijgt de prijs van de arbeid nauwelijks. Niet-productieven worden stelselmatig uitgestoten en komen in de wachtrijen van de sociale voorzieningen terecht. Reclame, commerciële zenders, levensstijl en mode zorgen er ook voor dat de vrije tijd vooral consumptietijd wordt. Flexibilisering en segmentering van de arbeid zorgen voor een grotere beschikbaarheid van de werkenden. Wat doorgaans postindustriële dienstverlening wordt genoemd, is vandaag hyperindustrieel georganiseerd. Zij die werk hebben werken vandaag meer (ik zeg meer, niet per se langer), zitten meer in werkmodus. En dat vergt ook steeds meer ontsnappingen: korte vakanties, city trips, vermaak, drank, drugs, enzovoort. Maar al die levenssferen worden ook steeds meer afhankelijk van heteronome voorzieningen. Er is steeds minder ‘eigen tijd’.

Net dat gebrek aan echte vrije tijd, eigen tijd, tijd zonder een extern doel, activiteit omwille van de activiteit, net die ratrace, die druk, die noodzakelijke tijd, zorgt voor de gevoelige achteruitgang van de geestelijke gezondheid, voor de stelselmatige uitbreiding van de nieuwe ziektebeelden: chronisch vermoeidheidssyndroom, stress, depressie, burn-out, enzovoort. En nog is het perverse systeem niet bevredigd. Want zij die niet werken, moeten dringend worden geactiveerd: voor wat hoort wat, geen rechten zonder plichten, geen uitkeringen zonder productiviteit!

De waan van dat systeem is natuurlijk dat de productie van welvaart, van rijkdom, iedereen ten goede komt. Op zich kan productiviteitsstijging – meer produceren in dezelfde tijd – een goede zaak zijn. Groei, toch in die sectoren waar tekorten zijn, is nodig. Op enkele decennia is de productiviteit verveelvoudigd. Maar automatisering, robotisering en A.I. komen niet de gehele bevolking ten goede. De herverdeling vermindert. Thomas Piketty en Paul Goossens hebben de ongelijkheidsmachine transparant geanalyseerd. Niet alleen het geld is onrechtvaardig verdeeld, maar ook de tijd en daarmee ook de levenskwaliteiten.

Het kapitalistisch productivisme, en daarmee ook de arbeidsethiek (de protestantse werkethiek die volgens Weber aan de basis ligt van het kapitalisme), zit in een straatje zonder eind. Zij die binnen dat systeem nog wat sociale kruimels willen binnenhalen, zullen van een kale reis terugkomen. Ook al doen ze dat met de grootspraak en de overmoed na de partij, nu de maatschappij te willen hervormen. Het zou goed zijn dat ook eens structureel aan te pakken.

Meer nog dan de strijd om het geld, moeten we ook opnieuw denken aan de strijd om de tijd. Het gaat om zeggenschap, om het herwinnen van autonomie, om ‘het recht op luiheid’, maar ook om tijd voor de commons, voor hernieuwde socialisering en solidariteit. Het moet gezegd dat de arbeidersbeweging in die keuze niet altijd oordeelkundig is geweest. In zijn Time and Money (1993) heeft historicus Gary Cross aangetoond dat de work-and-spend mentaliteit bij de arbeiders de consumptiecultuur mede heeft uitgebouwd. In de onderhandelingen gingen loonsverhogingen en koopkracht altijd voor op arbeidstijdverkorting. En: natuurlijk draagt ook het werk bij tot zingeving, vooral voor die mensen die ook in het werk baas zijn over hun tijd en hun activiteit. Maar voor de velen die werken in een schema van de baas, met opdrachten en doelstellingen van buiten henzelf, is het gewoon werken voor een loon. Wat moraalridders en arbeidsexperten hen ook voorhouden.

Zonder brede maatschappelijke discussie over de tijdsorde komt er geen nieuwe emancipatie. Activering van de mensen stoot op de steeds verhogende werkdruk zonder echte loonsverhoging. De werklozen wensen of kunnen aan die voorwaarden niet intreden. De afbouw van de overlegeconomie en de verzwakking van de vakbonden verschuift de arbeidsverhoudingen naar het individuele niveau. Om dan de druk af te houden is individuele arbeidstijdverkorting, of egocentrische flexibiliteit, of nog ziekteverzuim de enige uitweg. Vele jongeren kiezen voor onthaasting. En dat is dan weer tegenstrijdig met de ons aangeprezen consumptieve levensstijlen.

We hebben gewoon geen tijd genoeg om aan alle verwachtingen te beantwoorden. De huidige samenleving bijt in haar staart. Omdat ze onophoudelijk op zoek is naar productiviteitswinst ten voordele van exhibitionistische rijken en ten koste van het dagelijks leven zelf. Opnieuw gaan voor echte vrije tijd, gewoon een deel van de stijgende arbeidsproductiviteit opeisen, harder werken inruilen voor minder werken, de tijd van de baas duurder verkopen, kortom controle op de werkdruk centraal stellen. Wanneer heeft men het in de media eens over de arbeidsverhoudingen zelf? De economie wordt vandaag te veel als een paradijs beschreven.

We moeten opnieuw op zoek naar een maatschappelijk evenwicht tussen arbeidsproductiviteit, koopkracht en vrije eigen tijd. Dat evenwicht in balans brengen met de ecologische en de culturele uitdagingen is de opdracht van een echt links alternatief. Tenzij men de puinhoop beheren en deelhebben aan de voordelen van dat beheer als maximumprogramma heeft. En: men mag zich eindelijk wel eens de vraag stellen naar het eigendomsrecht van die nieuwe arbeidsbesparende technologieën. Zal de ontwikkeling van de artificiële intelligentie en de verdere robotisering iedereen meer vrije tijd geven of leidt het alleen maar naar meer rijkdom geconcentreerd in private handen en naar meer werkloosheid en inactiviteit voor velen? Jazeker: ik ben voor het collectief bezit van dergelijke technologische innovatie! Verhoogde arbeidsproductiviteit moet de gehele samenleving ten goede komen. En vooral: opnieuw tijd vrijmaken voor het samen leven. Daar kunnen we tijdens vakanties eens over nadenken.

Bron: Sampol.be