Verzwakkende testresultaten, schoolverlaters, zittenblijvers. Het Vlaamse onderwijs zinkt verder weg. De economie loopt daardoor miljarden mis. Bedrijven moeten het beste zien te halen uit jonge rekruten. “Die jongeren kennen misschien niet langer de wet van Ohm uit het hoofd, ze kunnen wel vlot programmeren.”

Een land dat het opeens zou moeten stellen met werknemers die niet kunnen lezen of rekenen, zou een enorme economische klap krijgen. In Vlaanderen zijn we zover nog niet, maar lezen en rekenen gaat onze leerlingen wel almaar slechter af, blijkt uit internationale en nationale testen. Het legt een hypotheek op onze toekomstige welvaart. Scholing doet de economie beter draaien. De onderwijseconomen Eric Hanushek en Ludger Woessmann wijzen ook op een belangrijk indirect effect. Meer kennis zorgt voor nieuwe ideeën en innovaties, die de economie productiever maken en de groei nog hoger tillen. Goed onderwijs levert bovendien werknemers af, die nieuwe technologieën vlotter begrijpen, toepassen en doorgeven aan anderen. De aftakeling van het Vlaamse onderwijs is dus om veel redenen slecht nieuws.

Een grote pool aan goedgeschoolde arbeidskrachten, die meerdere talen spreken en vlot kunnen rekenen, is cruciaal voor de economie’ Kristof De Witte, hoogleraar onderwijseconomie aan de KU Leuven

Uiteraard is onderwijs niet het enige dat telt voor de welvaart. Ook infrastructuur, rechtszekerheid, efficiënte instellingen en openheid voor internationale handel spelen een grote rol. Bovendien is er geen zekerheid over de relatie tussen onderwijs en groei. Worden landen welvarend door goed onderwijs, of is het veeleer omgekeerd, en kunnen alleen rijke landen zich goed onderwijs veroorloven? Een eensluidend antwoord is er niet, aldus Hanushek en Woessman, maar analyse wijst vaak op het eerste. Chronologisch komt een grotere groei bijvoorbeeld vaak na meer kennis, zodat de groei moeilijk de kennis kan verklaren.

De toestand in Vlaanderen

Eerst het goede nieuws. In nogal wat internationale rangschikkingen staat het Vlaamse onderwijs nog steeds in de bovenste helft. In de jongste PISA-test (Programme for International Student Assessment) voor vijftienjarigen, die dateert van 2018, haalt Vlaanderen voor bijvoorbeeld wiskunde de tiende plaats op 79 landen, met een score van 518 punten. Maar in 2003 scoorde Vlaanderen nog 35 punten hoger. “Dertig PISA-punten staat ongeveer gelijk met wat een leerling leert in een schooljaar”, zegt Kristof De Witte, hoogleraar onderwijseconomie aan de KU Leuven. “Vlaamse vijftienjarigen hebben dus een extra jaar nodig om hetzelfde niveau van wiskunde en vaardigheden te bereiken als hun leeftijdsgenoten twintig jaar geleden.”

De economische impact van die achteruitgang is al even dramatisch. Volgens het model van Hanushek en Woessmann betekent een winst of verlies van 35 PISA-punten een verhoging of verlaging van de jaarlijkse groei met 0,60 procentpunt. Dat effect komt er pas op termijn, maar op het huidige Vlaamse bbp van zowat 300 miljard euro betekent het ruim anderhalf miljard euro aan misgelopen groei per jaar. “We spreken over gigantische effecten. Te weinig mensen zijn zich daarvan bewust”, zegt De Witte. “Een grote pool aan goedgeschoolde arbeidskrachten, die meerdere talen spreken en vlot kunnen rekenen, is cruciaal voor de economie.”

Ook in andere vergelijkende testen boeren de Vlaamse leerlingen achteruit. In de PIRLS-test voor begrijpend lezen (Progess in International Literacy Reading Study) bij leerlingen uit het vierde leerjaar zat Vlaanderen in 2021 niet alleen in de onderste tabelhelft, met plaats 29 op 43 landen, het behoort ook tot de sterkste dalers. Terwijl in 2006 nog 49 procent van de leerlingen een ‘hoog leesniveau’ haalde, was dat in 2021 nog 29 procent. Uit de Vlaamse Peilingstoetsen, die nagaan of leerlingen de eindtermen halen, bleek dat in 2021 slechts 39 procent van de leerlingen van het zesde leerjaar een percentage kan berekenen. In 2009 was dat nog 59 procent.

Onrustwekkend is ook het slinkende aantal toppresteerders en de aanzwellende groep zwakke presteerders. Het Vlaamse percentage topscoorders in de PISA-test voor wiskunde bijvoorbeeld smolt van 34 naar 19 procent tussen 2003 en 2018. “De groep die later voor innovaties zal zorgen, of leidende posities in de samenleving en de bedrijfswereld zal innemen, is massaal aan het krimpen”, zegt De Witte. De groep Vlaamse vijftienjarigen die het basisniveau voor wiskunde en leesvaardigheid niet haalt, is dan weer met bijna een vijfde gegroeid. “Een eenvoudige tekst lezen of een simpele rekensom maken – het minimum om mee te draaien in de samenleving – is voor hen te hoog gegrepen”, stelt De Witte. “Die groep zal het moeilijk hebben in het maatschappelijke leven, en de maatschappij zal aan hen veel geld en werk moeten besteden.”

De sociale kosten

Ook dat laatste, de maatschappelijke kostprijs, blijft vaak onder de radar, aldus De Witte: “Schoolachterstand geeft een reeks individuele problemen, die samenvloeien tot een zware sociale factuur. Neem de schoolverlaters zonder diploma, goed voor jaarlijks 12 procent van de leerlingen in het Vlaamse secundair onderwijs. We merken dat mensen zonder diploma meestal een lager loon hebben, vaker werkloos zijn en minder lang leven. Dat brengt enorme kosten voor de sociale zekerheid en de gezondheidszorg mee, terwijl de economie groei mist en de overheid belastinginkomsten derft.”

Om een idee te geven van de gederfde belastinginkomsten: het behalen van een diploma doet het brutojaarloon in Vlaanderen toenemen met 24 procent, aldus onderzoek van De Witte en zijn collega’s. Anderzijds kostten de NEET-jongeren (Not in Education, Employment or Training) ons vorig jaar 0,6 procent van het Vlaamse bbp. “Per hoofd van de bevolking kwam dat neer op 2.600 euro”, zegt De Witte. “Gelukkig daalt het aantal Vlaamse NEET-jongeren. In 2012 ging het om 9 procent van de 15- tot 24-jarigen, in 2022 was dat nog 5 procent.”

Op een andere onderwijsplaag, het zittenblijven, scoren we dan weer slecht: 24 procent van de Vlaamse vijftienjarigen is minstens één jaar blijven zitten, tegen 12 procent in de Europese Unie. “Lager onderwijs kost de ouders gemiddeld 600 euro per kind per schooljaar, middelbaar onderwijs gemiddeld ruim 1.000 euro. Voor de overheid bedragen de kosten respectievelijk 6.600 en 10.000 euro”, weet De Witte. “Dan zwijg ik nog over de cascade-effecten. Zittenblijven betekent een grotere kans op vroegtijdig schoolverlaten, en dus minder kansen op de arbeidsmarkt, gederfd inkomen en minder groei.”

Wat de bedrijven zeggen

Eind juni hield de werkgeversfederatie Voka een enquête onder 517 West-Vlaamse bedrijven. Daarvan ervaart 69 procent ‘een gebrek aan kennis en vaardigheden van pas afgestudeerden in de onderneming’. Voka-woordvoerder Eric Laureys. “Ondernemers merken dat het niveau van kandidaten lager is dan voorheen. Gezien de krappe arbeidsmarkt is kieskeurigheid geen optie. Veel bedrijven geven dan maar zelf een waaier aan basisopleidingen.” Een voorbeeld is Fluvius Academy, de ‘school’ van de elektriciteits- en aardgasnetbeheerder Fluvius. “Er is altijd al een kloof geweest tussen wat je op school leert en wat je op onze werkvloer moet toepassen”, verklaart woordvoerder Lara Lammens. “Wel valt op dat kandidaten minder goed op technische vragen antwoorden dan vroeger. Maar of dat ligt aan de kwaliteit van het onderwijs, of aan het tekort aan technisch geschoolden, zodat wij onze trechter breder moeten maken, is moeilijk te zeggen.”

Twintig jaar geleden klaagden ondernemers ook al over de kwaliteit van pas afgestudeerden. Werkgevers hebben traditioneel een vertekend beeld van nieuwkomers. Ik heb geen aanwijzingen dat hun kwaliteit zoveel zwakker zou zijn dan vroeger’ Jan Denys, arbeidsmarktspecialist van de hr-dienstverlener Randstad

De tijd van direct inzetbare kandidaten lijkt in elk geval voorbij. “Zijn er geen kandidaten meer met de juiste vaardigheden, opleiding of ervaring, zoek dan mensen met het juiste leervermogen, en geef hun een kans via een vooropleiding”, zegt Thomas Wauters, R&D-manager bij het uitzendbedrijf Accent. Omwille van de vraag naar vooropleidingen heeft Accent in 2020 Talent Lab opgericht. “Daar bieden wij vooropleidingen aan, zoals heftruckchauffeur, maar evengoed basiscompetenties, zoals digitale geletterdheid. Bedrijven die zich vastklampen aan de aanwervingscriteria van vroeger, zullen verliezen.” De problemen met kandidaten zijn niet nieuw, nuanceert Jan Denys, arbeidsmarktspecialist van de hr-dienstverlener Randstad. “Twintig jaar geleden klaagden ondernemers ook al over de kwaliteit van pas afgestudeerden. Werkgevers hebben traditioneel een vertekend beeld van nieuwkomers. Ik heb geen aanwijzingen dat hun kwaliteit zoveel zwakker zou zijn dan vroeger. Ik vrees dat het economische verlies door de massa niet-ingevulde vacatures veel groter is.”

Wat de schooldirecteur zegt

Pascal Vanhoecke is sinds 2019 personeelsdirecteur van ATS in Merelbeke, een bedrijf voor elektrotechnische installaties. Voordien was hij tien jaar directeur van het Technisch Atheneum Merelbeke. “De Vlaamse PISA-resultaten verzwakken, en dat vind ik jammer. Maar wat zegt zo’n test over de inzetbaarheid van mensen op de werkvloer? ATS heeft heel wat jonge technici en ingenieurs in dienst. De slechte PISA-resultaten hebben ons bedrijf niet bepaald doen stilvallen. Die jongeren kennen misschien niet langer de wet van Ohm uit het hoofd, ze kunnen wel vlot programmeren.”

De schoolfinanciering op basis van leerlingenaantal houdt veel kinderen gevangen in een richting die niet bij hen past, meent Vanhoecke. “Het ontbreekt de klassenraad vaak aan moed om de leerling naar een geschiktere studierichting te sturen, omdat de school die richting niet aanbiedt.” Ook de ouders krijgen een veeg uit de pan. “Alles moet leuk zijn voor het kind. Heeft dat kind het wat moeilijk, dan is dat een groot probleem. ‘Oei, dat zal autisme zijn.’ Er moeten meteen een diagnose, een antwoord en een pil komen. Onze samenleving is fragieler geworden dan twintig of dertig jaar geleden. Ik merk dat aan onze jonge buitenlandse werknemers: die zijn weerbaarder en hebben een betere werkattitude dan heel wat Vlaamse jongeren.”

Toch erkent Vanhoecke dat het onderwijs de lat lager heeft gelegd, zodat ATS veel werk heeft met het bijspijkeren van de technische basiskennis van nieuwe werknemers in zijn ATS Academy. “Maar maakt de beste van de klas altijd de mooiste carrière? Hoe zou Steve Jobs gepresteerd hebben op de PISA-testen? We mogen best wel wat pragmatischer omgaan met het schoolrapport. Vroeger werd het schoolrapport minutieus ontleed, nu starten studenten een bedrijfje. Ik vind dat fantastisch.”   Bron: Trends