Door de beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar zijn er nog meerdere aanpassingen. Ook de toegangsvoorwaarden voor inschakelingsuitkeringen worden aangepast. Zo’n inschakelingsuitkering is niet hetzelfde als een werkloosheidsuitkering. Ze is bedoeld voor jongeren die nog niet (voldoende) gewerkt hebben na hun studies. Ook hier worden de voorwaarden strenger en wordt de duur van de ondersteuning duidelijk begrensd. Vanaf 1 maart 2026 wordt die uitkering beperkt tot maximaal één jaar. Om er recht op te hebben moet je onder meer:
tussen 18 en 25 jaar zijn bij de aanvraag
twee positieve evaluaties hebben gekregen tijdens je beroepsinschakelingstijd en een inschakelingsattest bezitten
een studie of opleiding gevolgd hebben die recht geeft op een uitkering (voor wie jonger is dan 21 jaar bij aanvraag is een diploma verplicht) Lees ook: Wat verandert er voor werknemers in 2026?
Wat is de trampolinepremie? De trampolinepremie – ook wel parachutepremie genoemd en officieel: recht op ontslag binnen de werkloosheidsverzekering – is een nieuwe regeling die toelaat dat een werknemer onder bepaalde voorwaarden zelf ontslag neemt en toch tijdelijk een werkloosheidsuitkering krijgt. Tot nu toe gold het principe dat je enkel recht had op een uitkering als je onvrijwillig werkloos werd. Wie zelf ontslag nam, had in principe geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Vanaf 1 maart 2026 verandert dat.
Je kan als werknemer één keer in je loopbaan zelf ontslag nemen en toch een uitkering aanvragen. Je ontslag moet plaatsvinden na 28 februari 2026.
De trampolinepremie: wat is het? En is het een goed idee? Krijg je die trampolinepremie automatisch? Nee. Na je ontslag zal de RVA eerst een tijdelijke uitsluiting toepassen omdat je vrijwillig opstapte. Je moet vervolgens binnen 30 dagen vragen om die uitsluiting om te zetten in een beperkt recht op werkloosheidsuitkeringen. Daarnaast moet je je inschrijven als werkzoekende bij de bevoegde arbeidsbemiddelingsdienst (zoals VDAB in Vlaanderen), beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt en actief naar werk zoeken. De uitbetaling verloopt via een vakbond (ACV, ABVV, ACLVB) of via de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen.
Tot slot ook dit: wie plannen heeft om zelf ontslag te nemen of geconfronteerd wordt met werkloosheid, laat zich best vooraf goed informeren. Want de regels zijn soms best technisch en de impact op je inkomsten (zowel op korte als lange termijn) kan groot zijn. Ontdek: Hoe schrijf ik me in als werkzoekende?
Onder de slogan “Als vrouwen stoppen, stopt de wereld” leggen vrouwen het werk neer.
Doel: zichtbaar maken hoe essentieel hun bijdrage is aan het functioneren van de samenleving.
De staking richt zich tegen de vrouwonvriendelijke Arizona-regering.
Breder protest tegen regeringsbeleid
De besparings- en afbraakpolitiek van de regering De Wever–Rousseau stuit op stevig verzet.
Vakbonden, middenveld en feministische bewegingen spelen hierin een centrale rol.
Artikels en interviews in deze nieuwsbrief De pagina bundelt verschillende bijdragen rond feminisme, klassenstrijd en de historische wortels van onderdrukking: Fanny Gallot & Apolline Dupuis: De rol van vrouwen in sociale strijd; waarom een algemene staking noodzakelijkerwijs feministisch is. Mary Davis & Françoise De Smedt: De oorsprong van vrouwenonderdrukking en de link met kapitalisme en klassenstrijd. Christophe Darmangeat: Historische wortels van mannelijke dominantie en de economische/politieke structuren erachter. Apolline Dupuis: Seksueel geweld in relatie tot klassenverschillen en economische structuren.
Praktische info/ “Een algemene staking is noodzakelijkerwijs feministisch” | LAVA
In Vlaanderen bestaan er verschillende vrouwenbewegingen en vrouwenorganisaties die opkomen voor gendergelijkheid, vrouwenrechten, netwerking of maatschappelijke participatie. Hieronder staan enkele belangrijke voorbeelden.
Vrouwenraad De Vrouwenraad is de belangrijkste koepelorganisatie van vrouwenverenigingen in Vlaanderen. Ze verenigt tientallen organisaties die werken rond vrouwenrechten en gelijke kansen. (Vrouwenraad) Wat ze doen: • verdedigen van gelijke rechten voor vrouwen • advies geven aan de overheid • acties rond thema’s zoals gendergelijkheid, geweld tegen vrouwen en arbeidsrechten • samenwerking tussen verschillende vrouwenorganisaties
Femma Femma is een grote sociaal-culturele vrouwenbeweging met lokale groepen in Vlaanderen. Focus: • feminisme en gendergelijkheid • betere werk- en zorgverdeling • acties rond loonkloof, arbeid en zorg Ze organiseren ook vormingen, campagnes en lokale activiteiten.
Rebelle Rebelle is een feministische organisatie die vooral werkt rond gezondheid, sociale rechten en welzijn van vrouwen. Thema’s: • lichamelijke en mentale gezondheid • seksuele en reproductieve rechten • gender en zorg
Furia Furia is een radicale feministische beweging in Vlaanderen. Ze zetten zich in voor: • bestrijding van geweld tegen vrouwen • feministische politiek en beleid • acties en campagnes rond gelijkheid
ZIJkant ZIJkant is een progressieve vrouwenbeweging met een sterke focus op politiek en feministische ideeën. Activiteiten: • lezingen en debatten • campagnes rond gendergelijkheid • publicaties over feminisme
Vrouw & Maatschappij Dit is de politieke vrouwenbeweging van de partij CD&V en de grootste politieke vrouwenbeweging in Vlaanderen. (vrouwenmaatschappij.be) Doelen: • vrouwen stimuleren om actief te worden in politiek • beleidsvoorstellen rond gelijke kansen • netwerking voor vrouwen in de samenleving
Vrouwennet Vrouwennet is een netwerkorganisatie met duizenden leden en honderden lokale afdelingen. (Vrouwennet) Focus: • vrouwelijk ondernemerschap • netwerken en activiteiten • maatschappelijke projecten voor vrouwen
Kort samengevat: In Vlaanderen bestaan vrouwenbewegingen in verschillende vormen: • feministische actiegroepen: Furia, ZIJkant • sociaal-culturele bewegingen: Femma, Rebelle • netwerkorganisaties: Vrouwennet • politieke vrouwenbewegingen: Vrouw & Maatschappij • koepelorganisaties: Vrouwenraad
Helenka Spanjer in de Wereld Morgen “De pensioenhervorming discrimineert vrouwen”, zeggen tien vrouwenorganisaties. Zij eisen daarom met de campagne ‘Zorgen genoeg, genoeg gezorgd’ dat de federale regering de pensioenhervorming aanpast. “My Pension is een hele grote angst voor veel vrouwen”, vertelt Heleen Struyven, woordvoerder van vrouwenorganisatie Femma, woensdagochtend 4 maart in De Ochtend op Radio 1. “Veel vrouwen getuigen dat ze zelfs niet durven te kijken naar hun pensioen, omdat het toch niks gaat voorstellen.” Tien vrouwenorganisaties bundelen daarom de krachten en roepen gezamenlijk op voor een rechtvaardige pensioenhervorming die ongelijkheid verkleint in plaats van vergroot. Zelfs de Raad van State waarschuwt voor discriminatie van vrouwen en de vergroting van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen, die nu al 28 procent bedraagt. “Er is een rechtvaardige pensioenhervorming nodig en niet één die vrouwen discrimineert, financieel kwetsbaar maakt en bestaande ongelijkheid verder vergroot”, legt Struyven uit, in naam van alle vrouwenorganisaties, op Radio 1. Met de campagne Zorgen genoeg, genoeg gezorgd kaarten ze de discriminerende pensioenhervorming aan en stellen ze concrete aanpassingen voor. “Wij vragen een rechtvaardige bijsturing die rekening houdt met de realiteit van vrouwenlevens.” Niet realistisch De huidige pensioenhervorming vertrekt vanuit één norm: de lange, ononderbroken voltijdse loopbaan. Maar zo ziet de realiteit van vrouwenlevens er niet uit. “Dit is een ideaalbeeld dat voor veel vrouwen simpelweg niet haalbaar is”, aldus Struyven. “Als we kijken naar hoe loopbanen in werkelijkheid verlopen, dan is er lang niet zoveel vrije keuze als de regering met dit beleid laat uitschijnen.”
Vrouwen besteden gemiddeld 9,5 uur per week meer dan mannen aan zorgtaken Zo werkt 40 procent van de vrouwen vandaag deeltijds. Bij de mannen is dit slechts 12 procent. Dat komt omdat veel vrouwen naast hun betaalde werk ook nog 68 procent van het onbetaalde werk doen. Ze besteden zelfs gemiddeld 9,5 uur per week meer dan mannen aan zorgtaken. “Met de pensioenhervorming wordt dat extra afgestraft in plaats van gewaardeerd”, aldus Struyven. Concreet discrimineert onder andere de retroactieve pensioenknip vrouwen om met vervroegd pensioen te kunnen gaan. “Vroeger telde een werkjaar mee voor een vervroegd pensioen vanaf 104 gewerkte en gelijkgestelde dagen. Nu is die lat verhoogd naar 156 dagen”, legt Struyven uit. De vrouwenorganisaties vragen daarom het herstel van de 104-dagenregel voor vervroegd pensioen, zodat de toegang hiertoe haalbaar blijft. De realiteit van vele vrouwen is namelijk geen rechte, voltijdse carrièrelijn, maar een combinatie van arbeid en zorg. Het systeem moet die realiteit erkennen in plaats van bestraffen. Struyven: “Een vrouw die deeltijds of met korte interimcontracten werkt, of die door de thuissituatie niet aan het nieuwe minimum van zes gewerkte maanden komt, ziet anders meteen een volledig werkjaar wegvallen in de telling voor een vervroegd pensioen.” “We moeten echt terug naar een minimum van 104 gewerkte en gelijkgestelde dagen per jaar gaan. En als de regering toch de geplande verstrenging naar 156 dagen voor vervroegd pensioen wil doorzetten, dan mag die enkel gelden voor toekomstige loopbaanjaren vanaf 2027”, stelt Struyven. De nieuwe maatregel geldt namelijk ook met terugwerkende kracht voor de mensen die nu aan het einde van hun loopbaan zijn. “Sowieso moeten nieuwe regels alleen voor de toekomst gelden”, benadrukt Struyven. De spelregels tijdens de loopbaan verstrengen en die vervolgens toepassen op het verleden is fundamenteel onrechtvaardig, stellen de vrouwenorganisaties. Ook Raad van State oordeelt dat deze maatregel vrouwen disproportioneel hard straft Werknemers hebben hun loopbaan opgebouwd in goede trouw, binnen het geldende kader. Dat kader achteraf wijzigen, ondermijnt rechtszekerheid en treft vrouwen disproportioneel. De regering zet vrouwen zo voor voldongen feiten met grote financiële gevolgen waaraan ze niets meer kunnen veranderen. Ook de Raad van State oordeelt in haar advies dat deze maatregel vrouwen disproportioneel hard straft.
Financiële sancties werken niet wanneer mensen structureel minder kansen hebben op een voltijdse, ononderbroken loopbaan, aldus de organisaties. “Naast thuissituaties waar zorg nodig is, zijn er ook diverse sectoren waar deeltijdse contracten sowieso de norm zijn”, vertelt Struyven verder. “Neem de dienstenchequesector waar 90 procent van de vrouwen deeltijds werkt. Deze jobs kan je onmogelijk 38 uur per week jaar na jaar volhouden. Toch zitten we nu met een systeem dat hier geen rekening mee houdt en deeltijds werken juist heel hard afstraft.” Bovenop de verstrenging naar 156-dagen, voorziet de regering ook vanaf 2027 een systeem van beloning en bestraffing. Wie langer werkt dan de wettelijke pensioenleeftijd, krijgt een bonus. Maar wie vroeger wil stoppen, krijgt een malus, een vermindering van het pensioenbedrag. Voor elk jaar dat je voor de wettelijke pensioenleeftijd stopt, verlies je 2 tot wel 5 procent pensioen. Alleen wie aan de strenge werkvoorwaarden voldoet, ontsnapt eraan: namelijk door 35 jaar lang minstens 156 dagen per jaar te hebben gewerkt, én in totaal dus 7.020 gewerkte (en gelijkgestelde) dagen te hebben. Dit komt neer op gemiddeld 45 jaar halftijds werken. In de praktijk treft de pensioenhervorming hiermee vooral wie zorgtaken opneemt of periodes van onderbreking kent om maatschappelijke redenen. Dit vergroot de bestaande ongelijkheid, en in het bijzonder dus voor vrouwen, waarschuwen de vrouwenorganisaties. Daarom pleiten ze voor een afschaffing van de pensioenmalus. Minstens vragen ze een vrijstelling voor wie 7.020 effectief gewerkte dagen kan aantonen over de volledige loopbaan. “Besparing op de rug van vrouwen” “Er is begrip dat er bepaalde besparingskeuzes gemaakt moeten worden, maar wat je met dat budget doet is ook een politieke keuze”, stelt Struyven. “Ook al is er nood aan hervorming, moet je ervoor zorgen dat je niet bespaart op oneerlijke normen die specifiek vrouwen treffen.” “De regering noemt de pensioenhervorming een activeringsbeleid, maar ze besparen hiermee op de rug van vrouwen. Ze presenteren de hervorming als een stimulans om langer te werken, maar zelfs de Raad van State wijst erop dat dit effect enkel hypothetisch is. Dit kan niet genegeerd worden. Bovendien had de Vergrijzingscommissie dit vorig jaar al berekend. De regering weet dit dus al, dit is geen nieuwe informatie voor hen.”
“Je kan niet onder het mom van een activeringsbeleid vrouwen extra de put in duwen” Daarom is deze campagne zo hard nodig, benadrukt Struyven. “Het gaat hier over mensen die zorg opnemen. Het is zo belangrijk dat nu extra duidelijk wordt gemaakt dat je niet onder het mom van een activeringsbeleid, vrouwen extra de put in kan duwen.” Tot slot blijven de vrouwenorganisaties ervoor ijveren dat zorg, ouderschap en mantelzorg volwaardig worden erkend als onderdeel van de loopbaan. Zorgarbeid is geen individuele luxe of vrijblijvende keuze, maar een essentiële maatschappelijke bijdrage. Zorg is onmisbaar voor de samenleving en het is volgens de organisaties onaanvaardbaar dat vrouwen hiervoor financieel worden afgestraft. “Er is nu meer dan ooit het gevoel dat die onbetaalde zorgarbeid totaal niet gezien wordt”, aldus Struyven. “Daarom komen vrouwen op Internationale Vrouwendag deze zondag 8 maart onder andere hiervoor massaal op straat.”
Op Internationale Vrouwendag 8 maart worden er in verschillende steden acties georganiseerd. Bekijk de website van Femma voor meer informatie.
8 maart staat elk jaar in de agenda. Maar wat die dag vertegenwoordigt, blijft voor veel vrouwen elke dag voelbaar. In werk en inkomen, in zorg, in gezondheid, in veiligheid. In dit interview legt voorzitter Mariam Harutyunyan van de Nederlandstalige Vrouwenraad uit waarom Internationale Vrouwendag geen ritueel is, maar een signaal dat blijvende aandacht vraagt. Waarom blijft Internationale Vrouwendag vandaag nodig in Vlaanderen, ondanks jaren van beleid en vooruitgang? Mariam Harutyunyan: “Omdat gelijkheid nog altijd geen realiteit is. Vrouwen verdienen minder dan hun collega’s en bouwen daardoor ook minder financiële zekerheid op. Dat werkt door op lange termijn, onder meer in hun pensioen. Daarnaast blijven vrouwen ondervertegenwoordigd op plekken waar beslissingen worden genomen. Beleid komt zo te vaak tot stand zonder dat hun leefwereld voldoende mee aan tafel zit. Ook in de gezondheidszorg zien we hardnekkige ongelijkheid. Onderzoek en diagnoses vertrekken nog vaak van het mannenlichaam als norm. Klachten van vrouwen worden daardoor sneller geminimaliseerd of pas later ernstig genomen. Tel daarbij de onbetaalde zorg die vooral vrouwen dragen en die nog altijd weinig erkenning krijgt. En dan is er nog iets zorgwekkends: rechten die jarenlang verworven leken, staan opnieuw onder druk. Dat maakt Internationale Vrouwendag vandaag geen ritueel, maar een noodzakelijk signaal.” Wat zegt dat over hoe onze samenleving vandaag omgaat met genderongelijkheid? Mariam: “Het toont dat genderongelijkheid nog te vaak wordt gezien als een nichethema, terwijl het een structureel maatschappelijk probleem is dat doorwerkt in bijna elk domein. In gezondheidszorg, onderwijs, werk en inkomen, pensioenen, armoederisico en zelfs in hoe veilig iemand zich voelt in het dagelijkse leven. Dat zie je ook in cijfers die al jaren dezelfde richting uitgaan, zoals de blijvende loon- en pensioenkloof. Tegelijk groeit er een tegenbeweging die ongelijkheid minimaliseert en feminisme wegzet als overdreven. Daardoor moeten vrouwen hun ervaringen telkens opnieuw bewijzen voor ze ernstig worden genomen. Dat toont hoe diep die ongelijkheid nog verankerd zit.” Na het debat met Soundos El Ahmadi in De Afspraak was de verontwaardiging groot. Wat ontbreekt er vandaag om die publieke aandacht te vertalen naar meer veiligheid in het dagelijkse leven van vrouwen?
Mariam: “Wat ontbreekt, is erkenning dat onveiligheid geen individueel probleem is, maar een maatschappelijk gegeven. Veel vrouwen passen hun gedrag aan: ze kiezen andere routes, vermijden plekken, blijven alert. Dat blijft vaak onzichtbaar. Meer veiligheid vraagt daarom meer dan reacties achteraf. Het vraagt om preventie, onderwijs en een andere kijk op hoe we onze publieke ruimte inrichten. Niet vrouwen hoeven hun vrijheid te beperken, de samenleving moet ervoor zorgen dat vrouwen zich vrij en veilig kunnen bewegen.” Waar verwacht de Nederlandstalige Vrouwenraad vandaag meer daadkracht van het beleid, en hoever gaan jullie daarin? Mariam: “Daadkracht is nodig waar ongelijkheid vrouwen het hardst raakt: bij veiligheid, economische onafhankelijkheid, gezondheid en vertegenwoordiging in besluitvorming. Wij gaan daarin verder dan advies. We blijven beleid scherp agenderen, nemen deel aan het publieke debat en bouwen coalities met andere organisaties. Stilzitten is geen optie wanneer ongelijkheid vandaag realiteit is.” Waar haal je de motivatie om dit werk te blijven doen? Mariam: “Onrecht laat me niet los. De verhalen die ik hoor over wat vrouwen zelf meemaken, maken het onmogelijk om dit werk naast me neer te leggen. Zolang die ongelijkheid bestaat, blijft de drijfveer vanzelf aanwezig. Tegelijk zie je dat het werk effect heeft. Er komen gesprekken op gang, beleid schuift bij, en vrouwen geven aan dat ze zich eindelijk gehoord voelen. Soms zegt iemand dat een tussenkomst hen hielp om een grens te trekken of een keuze te maken. Dat zijn geen grote cijfers, maar ze tonen wel dat het verschil maakt. Dat geeft energie om door te gaan.” Als je één keuze mag maken in het Vlaamse genderbeleid: waarop moet nu ingezet worden om echte vooruitgang te boeken? Mariam: “Het is vreemd om één keuze te maken, terwijl alles met elkaar verbonden is. Gezondheid, werk, inkomen en veiligheid staan niet los van elkaar. Wie economisch kwetsbaar is, raakt moeilijker weg uit onveilige situaties. Wie in de zorg niet ernstig wordt genomen, valt sneller uit op werk en inkomen. Daarom is een consequente genderlens in al het beleid nodig. Als vaste basisvraag bij elke beslissing. Alleen zo boek je vooruitgang in meerdere domeinen tegelijk en voorkom je dat ongelijkheid zich blijft herhalen.
Mensen wegduwen uit de stad omwille van de wooncrisis en daarna hun openbaar vervoer afpakken omdat het niet voldoende rendeert. Waar is de visie?
Er is niets frustrerender dan sociaal werker zijn zonder oplossingen. En nochtans is het exact dat wat ik deed als ‘herhuisvestingsbegeleider’. In september 2020 veranderde ik binnen het OCMW van job. Ik ging me meer specialiseren in het thema wonen. Mijn taak bestond erin mensen te helpen zoeken naar een woning op de private huurmarkt.
Dat bleek al snel een bijna onmogelijke opdracht. Bij een deel van mijn cliënten hing een dreigende dakloosheid boven het hoofd. Anderen waren het al. Gezinnen met kleine kinderen die van sofa naar sofa trokken of hun dagen doorbrachten tussen park en nachtopvang. Ik belde immokantoren, fleemde bij huisbazen en schreef sollicitatiebrieven voor huurders. Alles om mijn cliënten te laten opvallen tussen de tientallen kandidaten. Maar uiteindelijk koos de huisbaas bijna altijd voor de meest solvabele. En eerlijk: wie zou dat zelf anders doen? Natuurlijk waren er ook huisbazen die wel kansen gaven – de meeste mensen deugen. Maar ik moet toch eerlijk bekennen dat ik in zulke situaties toch erg op mijn hoede was voor huisjesmelkers of kwade wil. Soms helaas ook niet meer dan terecht.
Met ons team zagen we de situatie maandelijks erger en erger worden. Huurprijzen die de lucht in gingen, waardoor onze cliënten bij voorbaat al uit de boot vielen. En steeds meer concurrentie onder kandidaat huurders. We gooiden het over een andere boeg en begonnen onze cliënten enthousiast te maken om hun zoekgebied uit te breiden. In Eeklo, Wachtebeke of Zelzate waren de huurprijzen een stuk goedkoper dan in Gent. We maakten fiches van landelijke gebieden en lieten zien dat daar ook scholen, winkels of zelfs een turnclub voor de kinderen waren. Op Google Maps simuleerden we busverbindingen tussen de respectievelijke gemeente en de grote stad. Een uur pendeltijd vonden we zelf billijk. We kregen een groep cliënten ook echt overtuigd. Ze vonden een woning op het ‘platteland’.
Het is aan deze mensen dat ik de laatste weken regelmatig terugdenk als ik onze minister van Mobiliteit, Annick De Ridder (N-VA), in het parlement hoor vertellen dat bussen en trams die niet vol zitten, geschrapt zullen worden.
Het is geen rocket science om te weten dat een bus van pakweg Nieuw-Gent naar de Zuid heel wat meer passagiers zal vervoeren dan die vanuit Wachtebeke naar Gent. In Wachtebeke zullen ongetwijfeld ook procentueel gezien meer gezinnen over een wagen beschikken dan in Nieuw-Gent. Maar de kans is groot dat gezinnen die vijf jaar geleden verhuisden, geen wagen hebben. Die raken straks, als minister De Ridder doorduwt, niet meer weg uit hun dorp. Die geraken niet meer tot aan hun werk, hun vrienden, de Nederlandse les of de jobbeurs, het ziekenhuis, enzovoort.
Landelijk wonen is voor veel mensen allang geen keuze meer, maar een noodzaak aangedreven door de wooncrisis. En toch blijven we beleid voeren alsof het geen impact heeft op nutsvoorzieningen zoals het openbaar vervoer. Maar ook niet op het lokaal sociaal beleid van zo een gemeente. Het lokale bestuur is het eerste aanspreekpunt voor mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties.
We duwen mensen weg uit de stad omwille van de wooncrisis en daarna pakken we hun openbaar vervoer af omdat het niet voldoende rendeert. Iemand zei me onlangs dat het een rationele beslissing is om verliesposten binnen het openbaar vervoer te schrappen. En natuurlijk: hoe leger een bus, hoe groter het verlies. Dus de minister van Mobiliteit zal straks stevig scoren in de begrotingstabellen.
Maar hoe rationeel zijn zulke beslissingen nog als we naar het breder plaatje kijken? Zou de besparing om een bus niet te laten rijden opwegen tegen het verlies dat iemand veel moeilijker of zelfs niet aan het werk raakt omwille van mobiliteit? Of is het voor de maatschappij beter dat mensen zich toch een auto aanschaffen, die eigenlijk niet kunnen betalen en zich noodgedwongen in de schulden werken?
Ik lees ook schrijnende verhalen van bejaarden die wekelijks met de bus naar de stad pendelen om daar af te spreken met vrienden. Die raken daar nu niet meer. Nochtans houdt sociaal contact mensen fit en gezond. Ik ben natuurlijk geen rekenkundige, maar ik durf toch poneren dat de besparing van buslijnen schrappen ons maatschappelijk meer zal kosten dan het opbrengt.
Dat heeft niets met rationaliteit te maken, maar met de realiteit en een brede maatschappelijke visie.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.