“Een school moet de lat superhoog leggen, maar we verwachten van ouders hetzelfde.” Juffen Natalie en Laura en directrice Begga van basisschool ‘De Klare Bron’ in Heverlee, verklaren waarom Vlaamse tienjarigen zo achteruitboeren voor wiskunde, zoals blijkt uit nieuw onderzoek. “Het wiskundeniveau daalt omdat ook het taalniveau daalt”, zeggen ze.
“Wiskunde is de basis. Alles begint ermee”, sprak viroloog Steven Van Gucht onlangs in ‘Over de oceaan’. “Als we ooit aliens tegenkomen, zullen we enkel door middel van wiskunde met hen kunnen communiceren.” Begga Willems, directrice van basisschool ‘De Klare Bron’ in Heverlee, ziet dat anders. “Taal is de basis”, zegt zij. “Want zonder taal heb je geen wiskunde. Meer zelfs: voor wiskunde heb je ontzettend véél taal nodig, ook vakspecifieke taal. En daar knelt volgens mij het schoentje: het wiskundeniveau daalt omdat ook het taalniveau daalt.”
Juf Natalie Haine van het vierde leerjaar knikt: “Zonet deed ik een luistertoets”, zegt ze. “Eén van de opdrachten: ‘Kleur de mantel van Sinterklaas rood’. Een leerling stak zijn vinger op: ‘Wat is dat juf, een mantel?’ De ouders van die jongen spreken thuis Nederlands, hé.”
Ze geeft nog een voorbeeld: “De woorden ‘toename’ of ‘afname’ in een vraagstuk? Dat begrijpen ze niet altijd. De kinderen lezen ook niet meer wat in een opdracht staat. Ze kijken over de woorden. Waarop ik dan moet zeggen: ‘Léés nu eens wat er gevraagd wordt.’ Ja, dan snappen ze het plots wel. Bij vraagstukken geef ik hen soms de tip: ‘Téken wat je leest’. Wat ik ook vaak hoor: ‘Juf, waarom moeten we dat kunnen? Er bestaan toch rekenmachines.’ Die weerstand zorgt er soms voor dat ze niet willen leren.”
‘Transformeren’ en ‘compenseren’
Dat hun directrice en juf zich zowel over hun taal- als wiskundeniveau bekommeren, zal de 22 leerlingen in de klas momenteel worst wezen. Het enige wat telt deze week: de komst van de Sint. Vooraan staan schoenen en pantoffels met daarin opgerolde verlanglijstjes. Er klinken sinterklaasliedjes en op de grond liggen speelgoedboeken van Bol.com. Een groot contrast met de vier posters die op het bord hangen. ‘Transformeren’ en ‘compenseren’ staat erop. Twee moeilijke woorden voor Vlaamse tienjarigen. Kan dat niet gewoon optellen en aftrekken heten? “Ze onthouden die termen goed”, zegt de juf. “Net zoals ze ook moeilijke voornamen onthouden. We doen ook aan optellen en aftrekken, hoor.”
Om alles wat beter te begrijpen – over wiskunde praat je blijkbaar niet meer hetzelfde zoals vroeger – is ook juf Laura Van Ryckeghem erbij komen zitten, zorgleerkracht en wiskundecoach op school. “Transformeren is een manier om een oefening makkelijker te maken, ervoor te zorgen dat je hoofd minder hard moet werken om een som op te lossen”, legt ze uit. “Dat sluit meer aan bij wat je in het echte leven ook doet, als je naar de winkel gaat en moet uitrekenen of je genoeg geld bij hebt, cash of op je rekening. Een voorbeeld: iets kost 58 euro, iets anders 26 euro. Je wil graag beide. Bij 58 tellen we twee bij zodat we een rond getal hebben. Bij 26 doen we er twee af. Zo komen we tot de som 60+24=84. Je ‘transformeert’ als een van beide termen dicht bij een rond getal ligt. Een andere oefening: hoeveel is 840+580? Plus 580 is hetzelfde als plus 600, min 20. Wat je er extra bij doet, moet je er ook weer af doen. Dat is compenseren. Die tussenstapjes zijn zo belangrijk.”
Het zijn voorbeelden van de ijsbergdidactiek, een methode die kinderen meer rekeninzicht geeft. “Die kwam er vanuit het GO!-onderwijs naar aanleiding van de dalende wiskunderesultaten”, zegt Begga. “Onze school koos ervoor toen bleek dat te veel kinderen in de derde graad nog extra remediëring nodig hadden.”
“Sommen zijn slechts het topje van de ijsberg”, legt juf Laura uit. “Net als bij een echte ijsberg bevindt het belangrijkste deel zich onder de oppervlakte. Je kan maaltafels drillen, maar je moet ze ook begrijpen. En dat kan enkel als je al kennis en vaardigheden hebt opgedaan. Een voorbeeld: twee maal vier en vier maal twee heeft dezelfde uitkomst, maar twee groepjes van vier is iets anders dan vier groepjes van twee. Een mama en papa die met hun twee kinderen aan de bus staan? Dat zijn samen vier personen.”
Al bij de kleuters wordt op deze school aan ijsbergrekenen gedaan. “Dat minister Demir een kleuterklas een crèche noemt, is misplaatst. Ze mag eens komen kijken hoe hard hier gewerkt wordt. Dankzij de nieuwe rekenmethode merken we echt het verschil: er is opvallend meer rekenwinst bij onze kinderen in het eerste leerjaar.”
Rol van de ouders
In de klas van juf Natalie zitten tien kinderen die anders- of meertalig zijn opgevoed. Dat is bijna de helft. Twintig jaar geleden was dat 10 procent. “Hen uitleggen wat een quotiënt is, wat tientallen of eenheden zijn, vraagt logischerwijze meer tijd”, zegt ze. “Maar ook Nederlandstalige gezinnen gebruiken die woorden niet aan de keukentafel. We leggen ze daarom ook uit aan de ouders, steken een handleiding in het huiswerkmapje.” Directrice Begga: “Maar zij moeten daar natuurlijk mee aan de slag. Vroeger werd er thuis veel meer geoefend op die dingen. Vandaag geven ouders wel eens voorrang aan hobby’s. Het is als school superbelangrijk om voor alle kinderen de lat hoog te leggen, maar dan moeten ouders dat ook doen.”
Welke verklaringen de drie nog zien voor de dalende wiskunderesultaten? Niet de invulboeken – “Die waren er vroeger ook al” – of smartboards. Noch het feit dat ze minder oefenen op kloklezen – alles is digitaal – of rekenen met centen. Laptops dan misschien? “Rekenen doen we nooit op een computer!”, zegt de directrice snel. Juf Natalie: “Nee, absoluut niet. Daarvoor gebruiken we wisbordjes. Rekenen is je tussenstappen opschrijven, wissen en opnieuw beginnen.”
Vlinderen
Directrice Begga denkt na, zegt plots: “Het concentratievermogen van kinderen. Ze kunnen zich veel minder focussen, zetten niet door. Ze beginnen aan iets en zeggen direct: ‘Ik kan het niet, ik heb het niet verstaan’. Zelfs bij kleuters is het al zichtbaar: veel meer kinderen dan vroeger ‘vlinderen’. Ze kunnen niet langer dan één minuut met iets spelen. Het moet altijd snel gaan. Maar dat is de ziekte van de maatschappij. Hoe we dat moeten oplossen? Ik weet het niet.”
Bron: HLN
