Veel toekomstige leerkrachten halen eindtermen lager onderwijs zelf niet: “Dit toont hoe slecht de kwaliteit van het secundair onderwijs is”
Studenten die aan de lerarenopleiding voor de lagere school beginnen, slagen vaak niet voor de starttoetsen wiskunde en Frans. Het niveau daarvan ligt nochtans niet hoog: de tests zijn opgesteld op het niveau van 12-jarigen. Ook leerlingen uit het aso scoren vrij zwak.
Als het van minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) afhangt, geven leerkrachten in het lager onderwijs over twee schooljaren les over het Gilgamesj-epos, het meewerkend voorwerp, rekenen met breuken of Garcia II van Kongo. Alleen zal dat de komende jaren heel wat druk op de lerarenopleidingen zetten. Veel jongeren die aan de opleiding beginnen, bezitten weinig parate kennis, blijkt uit de resultaten van de starttoets, die De Standaard kon inkijken.
Studenten die aan de lerarenopleiding beginnen, moeten sinds enkele jaren een test afleggen voor de start van het eerste jaar. De toets Nederlands is verplicht voor alle studenten – van het kleuteronderwijs tot het secundair. Wie in het lager onderwijs wil lesgeven, wordt ook op wiskunde en Frans getest. Afhankelijk van het resultaat, wordt remediëring verplicht of aangeraden.
Vooral op wiskunde en Frans scoren de leerkrachten in spe slecht. Voor wiskunde haalt een op de drie studenten niet de helft op de toets. Zij zijn verplicht remediëring te volgen. Nog een derde scoort net boven de helft en krijgt het advies om zich te laten remediëren. Voor Frans is de situatie nog ernstiger: 43 procent haalt minder dan 50 procent, nog eens 27 procent kreeg het advies om extra lessen te volgen. Voor Franse grammatica lag het gemiddelde onder de helft.
Het niveau van de toetsen ligt niet hoog. De starttoetsen voor wiskunde en Frans testen de minimumdoelen of eindtermen van het lager onderwijs: wat kinderen kennen en kunnen op het einde van het zesde leerjaar. Voor Nederlands is de test gebaseerd op de minimumdoelen voor het secundair onderwijs voor de dubbele finaliteit, het vroegere tso. Er wordt de studenten aangeraden niet voor de test te studeren, zo krijgen ze een eerlijk beeld van hun actuele kennis.
Voor Nederlands zijn de resultaten beter. Al komt hier een pijnpunt naar boven dat ook in internationale toetsen als Pisa terugkeert. Er zijn amper toppresteerders. Slechts 2,91 procent van de bijna 7.000 deelnemers scoort tussen 85 en 100 procent. Bovendien liggen de scores bij leerlingen uit doorstroomrichtingen – het vroegere aso – niet veel hoger dan bij leerlingen uit het tso of kso. “Niemand scoort spectaculair”, zegt iemand die bij de analyse betrokken was.
“Dit is geen blamage voor de lerarenopleidingen. Het toont alleen hoe slecht de kwaliteit van het secundair onderwijs vandaag is. En welke grote achterstand de opleidingen moeten goedmaken”, zegt een directeur van een hogeschool.
De toetsen zijn een uiterst delicaat thema. De Vlaamse Hogescholenraad heeft de lerarenopleidingen nadrukkelijk gevraagd om niet te communiceren over de resultaten. Ook de organisatie zelf communiceert niet. Ze schoof de hete aardappel door naar minister Demir. Maar ook haar kabinet wenste de resultaten niet te delen. Het ontkende aanvankelijk zelfs dat Demir de resultaten had.
Storm op komst
Achter dat stilzwijgen zitten meerdere redenen. De hogescholen vrezen om in een rondje zwartepieten te belanden met het secundair onderwijs. Tegelijk leeft de angst bij de lerarenopleidingen – die vaak al in een slecht daglicht gesteld worden – om opnieuw negatief in beeld te komen. Door het lerarentekort is elke leraar nodig. “En eigenlijk heeft deze test weinig voorspellende waarde voor het afleveren van goede leerkrachten”, zegt de persoon die bij de analyse betrokken was. “Het hangt vooral af van wat er in de lerarenopleiding zelf gebeurt.” Verschillende hogescholen maken een beweging naar meer focus op vakinhoud.
De komende jaren wacht de opleidingen wellicht ook een storm. Zoals aangekondigd in het regeerakkoord, plant Demir een hervorming van de lerarenopleiding. Geen enkele opleiding wil nu al iets aankaarten, uit vrees haar stuk van de taart te zien verdwijnen.
De hogescholen benadrukken zelf dat ze veel doen om de leerlingen bij te spijkeren. Ze bieden niet alleen verplichte pakketten van dertig uur aan, maar ook individuele remediëring. Zo organiseert Thomas More vakantiecursussen Nederlands, Frans en wiskunde. Andere hogescholen, zoals Artevelde, bieden trajecten van veertig uur wiskunde of tachtig uur Frans aan via een samenwerking met het volwassenenonderwijs.
Bron: GVA
