Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
• 1 week opzeg tijdens de eerste 6 maanden
Bij arbeidsovereenkomsten die vanaf 1 augustus ingaan, bedraagt de opzegtermijn gedurende de eerste 6 maanden nog één week. Dat is zowel het geval wanneer de werkgever een werknemer ontslaat als wanneer de werknemer zelf opstapt. Ook bij een tegenopzeg geldt een opzegtermijn van 1 week.
Tot nu toe was dat anders: in de eerste 3 maanden was de opzegtermijn wel al 1 week, maar daarna liep die op tot 5 weken voor wie nog geen 6 maanden in dienst was. Een werknemer die zelf ontslag nam tussen 3 en 6 maanden, moest nog 2 weken presteren. Voor contracten die eerder al liepen, verandert er niets.
Minister van Werk David Clarinval (MR) wil met de maatregel de drempel om aan te werven naar eigen zeggen verlagen. “We willen jongeren toelaten sneller toegang te krijgen tot een contract van onbepaalde duur, zoals iedereen. De huidige situatie vormt een rem voor de aanwerving van jongeren”, klinkt het. Het idee is dat werkgevers sneller een kans geven aan nieuwe mensen als een mismatch hen minder kost en dat jongeren minder lang blijven hangen in een opeenvolging van interimopdrachten en tijdelijke contracten.
Het komt neer op de terugkeer van de proefperiode, meer dan 12 jaar nadat die werd afgeschaft bij de harmonisering van de statuten van arbeiders en bedienden. Er is wel een verschil: de proefperiode gold enkel als daarover een clausule in het contract stond, terwijl de kortere opzegtermijn automatisch geldt voor elk contract dat vanaf 1 augustus wordt gesloten.
• Aardgas en mazout duurder, elektriciteit goedkoper
Vanaf 1 augustus stijgen de accijnzen op aardgas en stookolie. De accijnzen op elektriciteit dalen dan weer. Dat staat in de programmawet die de Kamer eind mei goedkeurde en het werd deze week bevestigd door de FOD Financiën.
De bedoeling is om Belgen weg te duwen van fossiele brandstoffen. Voor een gemiddeld gezin dat op aardgas verwarmt, stijgt de gasfactuur met 18,17 euro per jaar. Datzelfde gezin betaalt door de lagere accijnzen zo’n 12,64 euro minder voor stroom. Netto komt de energiefactuur dus ongeveer 5,50 euro per jaar hoger uit.
Oppositiepartij Anders spreekt van een schijnbeweging: van een echte taxshift is geen sprake zolang de stroomfactuur niet evenveel daalt als de gasfactuur stijgt.
De hervorming werd bedacht voordat de Amerikaans-Israëlische oorlog in Iran de energieprijzen hoog deed oplopen. Ze had eigenlijk al op 1 april moeten ingaan, maar liep vertraging op omdat de oppositie de programmawet meermaals blokkeerde, onder meer met amendementen en een adviesaanvraag bij de Raad van State. Vanaf 2027 zouden ook de accijnzen op diesel en benzine stijgen.
• Minimumloon stijgt naar 2.233,61 euro
Het gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen (GGMMI), in de volksmond het algemeen minimumloon, stijgt op 1 augustus naar 2.233,61 euro bruto.
Dat bedrag is het absolute minimum dat in elke sector moet worden betaald voor contracten van een maand of langer. Het is niet helemaal hetzelfde als een minimummaandloon: ook zaken die pas later in het jaar worden uitbetaald, zoals een dertiende maand of een eindejaarspremie, tellen mee om na te gaan of het minimum gerespecteerd wordt. Voor wie doorgaans korter dan een kalendermaand aan de slag is, geldt het niet.
• Logopedist voortaan ook via video
Logopedisten mogen vanaf 1 augustus videoconsultaties aanbieden. Na artsen, kinesitherapeuten en vroedvrouwen is dat de volgende beroepsgroep die dat mag. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) kondigde de maatregel half mei aan.
Er zijn wel voorwaarden. Het eerste contact verloopt sowieso fysiek. Daarna kan de patiënt maximaal 10 opeenvolgende sessies op afstand aanvragen. Evaluatiesessies, bilansessies en groepssessies moeten fysiek doorgaan en voor kinderen jonger dan 4 jaar kan het niet.
“Voor zorgverleners leidt het tot minder no-shows, voor patiënten tot een betere opvolging. Zorg wordt zo niet onderbroken door drukke agenda’s of moeilijke verplaatsingen”, zegt Vandenbroucke.
• Brussel verdubbelt de taks op sluikstorten
In de stad Brussel wordt overlast vanaf 1 augustus fors duurder. De gemeenteraad bekrachtigde eind juni een reeks verhogingen op voorstel van schepen van Openbare Netheid Anas Ben Abdelmoumen (PS).
De taks op klassiek sluikstorten verdubbelt van 500 naar 1.000 euro per kubieke meter. Voor gevaarlijk afval en bouwafval gaat het van 1.000 naar 2.000 euro. Een niet-reglementaire vuilniszak op de openbare weg kost 400 euro in plaats van 150 euro; reglementaire zakken of karton die buiten de toegelaten uren buitenstaan, leveren 200 euro per zak of kubieke meter op.
Illegale graffiti wordt belast aan 1.000 euro per vierkante meter, het dubbele van vandaag. En wie betrapt wordt op wildplassen, betaalt 400 euro in plaats van 250 euro.
Formeel gaat het niet om boetes maar om taksen, waardoor ook handhavers van de gemeente of Net Brussel een dossier meteen kunnen afhandelen.
Volgens Ben Abdelmoumen is het niet de bedoeling de stadskas te spekken, wel de vervuiler te laten betalen. “In 2025 kostte de verwerking van al het afval onze stad maar liefst 2 miljoen euro, waarvan 600.000 euro voor de 1.891 sluikstorten die we moesten opruimen.”
Tegelijk wil de stad de gratis alternatieven versterken: vanaf het najaar krijgen inwoners 2 gratis ophalingen van grofvuil per jaar in plaats van 1, en mogen ze per keer 3 in plaats van 2 kubieke meter meegeven. Samen met de jaarlijkse dienstverlening van Net Brussel komt dat neer op 15 kubieke meter gratis per inwoner per jaar, tegenover 9 vandaag.
In het Brussels en vooral het Waals Gewest ligt het aantal mensen dat een leefloon aanvroeg na de uitsluiting van de werkloosheidsuitkering gevoelig hoger dan in Vlaanderen.
Van de ruim 99.000 mensen die dit jaar hun werkloosheidsuitkering geschrapt zagen, heeft 53 procent een leefloon aangevraagd bij het lokale OCMW. De regering-De Wever dacht dat slechts één op de drie dat zou doen.
Meer dan de helft van de mensen die in de eerste helft van dit jaar hun werkloosheidsuitkering opgeschort of stopgezet zagen door de maatregel van de federale regering, stapte naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) om een leefloon aan te vragen. Dat blijkt uit nieuwe, gedetailleerde cijfers over de instroom van langdurig werklozen naar het leefloonstelsel.
De beperking van de werkloosheidsuitkering tot maximaal twee jaar was een voor België historische hervorming. In een eerste fase in januari ging het om mensen die al 20 jaar of meer een werkloosheidsuitkering kregen. Ook een groep jongeren die langer dan een jaar een inschakelingsuitkering had, zag de uitkering stopgezet. Begin maart volgden de mensen die gedurende 8 tot 20 jaar een uitkering kregen. In april kwam daar nog iedereen die tussen 2 en 8 jaar in de werkloosheid zat bovenop.
Alles samen ging het in de eerste zes maanden volgens de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) om 99.166 mensen. Over het hele uitstroomtraject tot juli 2027 zullen zo’n 180.000 mensen hun verliezen.
9.000 weigeringen
Van de 99.166 langdurig werklozen die hun uitkering verloren, dienden er 52.593 (53%) een leefloonaanvraag in bij het OCMW, leert de doorrekening van de programmatorische federale overheidsdienst Maatschappelijke Integratie. Aan ruim 43.600 mensen werd het leefloon ook toegekend – goed voor 83 procent van degenen die er een aanvroegen en voor 44 procent van alle werklozen die zonder uitkering vielen.
Het OCMW geeft pas een minimuminkomen wanneer een doorgedreven controle heeft uitgewezen dat de betrokkene geen recht heeft op een andere uitkering, noch dat er zicht is op een andere bron van inkomsten. Het leefloon geldt met andere woorden als het laatste redmiddel en gaat veelal gepaard met een resem voorwaarden op het vlak van begeleiding en het zoeken naar werk.
Bij de resterende 17 procent van de langdurig werklozen die tussen januari en eind juni hun uitkering verloren én een minimuminkomen aanvroegen – goed voor een kleine 9.000 mensen – wees het onderzoek uit dat ze niet aan de voorwaarden voor een leefloon voldeden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het gezinsinkomen via een werkende partner te hoog ligt.
Hoger in Wallonië
Toen de regering-De Wever de hervorming aankondigde, zei minister van Werk David Clarinval (MR) dat hij ervan uitging dat een op de drie een leefloon zou aanvragen. Dat aandeel ligt in realiteit dus veel hoger, zowel in het Vlaams (42%) als in het Brussels (51%) en vooral het Waals Gewest (59%). Wie geen leefloon aanvroeg, is ofwel aan het werk, krijgt een ziekte-uitkering, heeft een andere vorm van inkomen of verdween van de officiële radar.
Niet inperking werkloosheid maar nieuwe leefloonregels zetten druk op OCMW’s
Iets meer dan de helft van de mensen die vandaag na de uitsluiting van de werkloosheidsuitkering een leefloon krijgen, is alleenstaand. Daartegenover staat zo’n 31 procent minstens één kind ten laste heeft. De rest – net geen 17 procent – deelt een huishouden met bijvoorbeeld een partner of ouders.
De specifieke gezinssituatie en mogelijke andere inkomsten of eigen middelen bepalen hoe hoog het leefloonbedrag ligt. Zo kunnen inkomsten van inwonende ouders of meerderjarige kinderen, maar ook spaargeld, recurrente giften van vrienden, erfenissen of alimentatiegelden van ex-partners het bedrag drukken. Samenwonenden hebben recht op maximaal 894 euro per maand, alleenstaanden op 1.340 euro. In een gezin met kinderen ten laste kan het bedrag oplopen tot 1.812 euro.
In de meeste gevallen ligt het leefloon lager dan de werkloosheidsuitkering. Afhankelijk van de gezinssituatie, de werkloosheidsduur, het laatste loon en het beroepsverleden schommelt de uitkering voor voltijdse werknemers tussen 761 en 2.773 euro per maand.
Aan het werk
Hoeveel mensen na het verlies van hun werkloosheidsuitkering alsnog aan het werk gingen dan wel een andere uitkering krijgen, is niet duidelijk. Uit de eerste rapporten van de RVA, waarin enkel de eerste en tweede golf aan stopzettingen in rekening werd gebracht, bleek dat ongeveer 10 procent werk vond en 9 procent terechtkwam bij het ziekenfonds. De verwachting is dat het percentage werkenden bij de latere golven hoger zal liggen, wegens de kortere werkloosheidsduur en het kleinere aandeel alleenstaanden.
Bron: De Tijd
Steeds meer wordt duidelijk dat de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd een noodzakelijke, maar onvoldoende stap was om onze arbeidsmarkt te hervormen. De echte uitdaging om meer mensen aan het werk te helpen, is de activering van de honderdduizenden langdurig zieken in ons land.
Sinds begin dit jaar verliezen in ons land mensen die meer dan twee jaar werkloos zijn hun uitkering. De bedoeling van die historische hervorming is die groep via een financiële sanctie te stimuleren om werk te zoeken.
Uit nieuwe cijfers die De Tijd kon verzamelen, blijkt dat meer dan de helft van de ruim 99.000 mensen die in de eerste helft van dit jaar hun werkloosheidsuitkering verloren, naar het OCMW is gestapt om een leefloon aan te vragen. Dat is meer dan de regering-De Wever had gedacht. Ze hield er rekening mee dat slechts een derde zou overstappen op een leefloon.
Hoe symbolisch belangrijk de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd ook is, een grote besparing zal ze niet zijn. Want aan bijna de helft van de mensen aan wie vroeger een werkloosheidsuitkering betaald werd, wordt nu een leefloon betaald. Uit voorlopige eerste ramingen blijkt dat slechts 10 procent weer aan de slag is gegaan.
De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd was een noodzakelijke stap, maar is geen schot in de roos. Nochtans is meer mensen aan het werk krijgen het medicijn bij uitstek om de rampzalige Belgische overheidsfinanciën op orde te zetten.
En dan kom je al snel weer uit bij de andere grote groep mensen die in ons land niet aan het werk zijn: de bijna 600.000 langdurig zieke werknemers. Dat cijfer ligt niet alleen historisch hoog, maar is ook vergeleken met andere Europese landen extreem uitzonderlijk. Een groep van die mensen is uiteraard dermate ziek dat ze niet weer aan het werk kan, maar in principe moet een deel ervan op zijn minst deeltijds opnieuw aan de slag kunnen.
Net als het jarenlang een taboe was om te raken aan de uitkering van langdurig werklozen, was het voor de regeringen van de afgelopen twee decennia een even groot taboe om langdurig zieken te viseren. Er werd dan ook veel te lang niets aan gedaan. Met een spectaculaire groei tot gevolg. In 2005 ging het nog om 230.000 zieken, in 2015 om 370.000 en eind vorig jaar om 576.000. En dat is nog zonder de langdurig zieke ambtenaren geteld.
Stappenplan
Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) heeft een stappenplan uitgewerkt om langdurig zieken weer aan het werk te helpen. Een deel ervan moet nog in uitvoering worden gebracht, maar voorlopig heeft het nog maar weinig zoden aan de dijk gebracht.
Nochtans ligt daar de echte uitdaging voor de regering-De Wever. Als ze in september zoals afgesproken 10 miljard euro wil besparen, moet naar de langdurig zieken worden gekeken. Bron: De Tijd.
Volgens Neutr-On schort er iets aan de werking van het systeem, er zijn zoveel werklozen en leefloners maar probeer maar eens iemand te vinden bij de wijkwerkers om wat klusjes te komen opknappen, dat lukt gewoon niet.
Ook de afbouw van de fiscale voordelen voor dienstencheques heeft een nadelig effect op de werkgelegenheid. De belangrijkste resultaten tot nu toe zijn:
• Een daling van het gebruik in Vlaanderen. In 2025 werden ongeveer 2 miljoen minder dienstencheques gebruikt dan in 2024. Ook het aantal gebruikers daalde voor het eerst in jaren.
• De kost voor gezinnen is gestegen. Naast het verdwijnen van het fiscale voordeel steeg de prijs van de dienstencheque en rekenen sommige bedrijven bijkomende administratieve kosten aan. Daardoor is huishoudhulp voor veel gezinnen merkbaar duurder geworden.
• Discussie over de doelmatigheid van het systeem. Verschillende economen wijzen erop dat het oorspronkelijke doel – zwartwerk bestrijden en laaggeschoolde werkgelegenheid creëren – grotendeels wordt tenietgedaan door de afschaffing van het fiscaal voordeel.
Omdat de maatregel nog maar kort van kracht is, verwachten onderzoekers en beleidsmakers dat een betrouwbaarder beeld pas zal ontstaan na enkele jaren, wanneer duidelijk wordt of de daling in gebruik doorzet en of er effecten zijn op zwartwerk, werkgelegenheid en de betaalbaarheid van huishoudhulp.
Volgens Neutr-On is het vooral de afschaffing van een goed draaiend systeem dat de grootste ergernis veroorzaakt. De klusjes blijven liggen en de leefloners hebben geen werk en zitten met hun vingers te draaien.
Daarnaast kunnen alleen de bedrijven gebruik maken van flexijobbers, waarom kunnen gezinnen geen beroep doen op flexijobber om klusjes op te komen knappen?
De maatregelen die de regering neemt hebben weinig sociale en maatschappelijke meerwaarde.
Een staking die 18 jaar duurt! Je houdt het eigenlijk niet voor mogelijk, maar dit is Mexico. En dit was de ‘lange zwarte neoliberale nacht’. Tel de twee bij elkaar op en je komt tot een vrolijke maar tragische vermenging van politieke, economische en rechterlijke belangen.
De staking begon op 31 juli 2007, in drie mijnen, waarvan de grootste de kopermijn van Cananea is, deelstaat Sonora. De arbeiders klagen over het gebrek aan veiligheid en hygiëne en het niet-respecteren van hun CAO.
De eigenaar van de mijn, Germán Larrea van Grupo Mexico, de op een na rijkste man van Mexico, weigert de staking te erkennen. En vooral: hij wil de vakbond van de mijnwerkers niet erkennen. De arbitragecommissie die in zo’n gevallen moet optreden erkent de staking evenmin, we zijn dan al in 2009. In 2010 bevestigt het Hooggerechtshof die uitspraak. Voor de ‘petite histoire’: het was de advocaat van Larrea die in 2010 minister van binnenlandse zaken was.
De vakbond trekt daarom, in 2012, naar het Inter-Amerikaans Hof voor de rechten van de mens. En daar wordt de zaak pas in 2021 voor het eerste behandeld.
Door die uitspraak van het Hooggerechtshof kan Grupo Mexico de mijn echter wel weer openen. De mijnwerkers zijn ontslagen, hun arbeidscontract is verbroken en alle kosten zijn nu voor de Staat.
President Calderón stuurt 4000 militairen naar Cananea om de mijnwerkers te verwijderen. Jarenlang volgen er acties, wegblokkeringen en protesten in de hoofdstad. De arbeiders krijgen geen loon meer, ze lijden honger en worden gediscrimineerd. Germán Larrea zet ze allemaal op een zwarte lijst zodat ze nergens anders in de regio kunnen werken, samen met hun echtgenotes en familie. De electriciteit in de gezinnen wordt afgesloten, hun kinderen worden van school gestuurd. Voor de mijn engageert hij mijnwerkers uit Centraal-Amerika. Het ziekenhuis in de regio wordt gesloten, zodat ook de gezondheidszorg in gevaar komt. Het is een hele regio die wordt getroffen.
Vakbondsleider Gómez Urrutia, vandaag parlementslid voor Morena, moet veiligheidshalve uitwijken naar Canada. Germán Larrea doet alles om de vakbondssolidariteit te breken.
Plunderen en vervuilen
Germán Larrea was niet aan zijn proefstuk. Wat hem drijft is haat jegens vakbonden en de arbeidersklasse. En winsthonger, uiteraard. En macht.
In 2006 was er een zwaar ongeval in een andere mijn, Pasta de Conchos. 65 mijnwerkers kwamen on. De ‘koperkoning’ weigerde ook maar één inspanning te doen om zijn overleden arbeiders naar de oppervlakte te brengen.
In 2014 werd de rivier Sonora zwaar vervuild door een lozing in één van zijn bedrijven van veertigduizend kubieke meter zwavelsulfaat en zwavelzuur. 270 km van de rivier en de oevers werden vervuild in een regio met 25.000 inwoners. Tot vandaag veroorzaakt deze vervuiling ziekten.
Er werd op dat ogenblik door President Peña Nieto een fonds opgericht om de schade te vergoeden. Het geld werd echter gebruikt om het imago van het bedrijf wit te wassen.
Germán Larrea staat op nummer 32 van de Forbes lijst van miljardairs, met een vermogen van meer dan 50 miljard US$.
Politieke wil
De vorige President van Mexico, López Obrador, is begonnen met gesprekken om het conflict op te lossen. Zijn opvolgster, Claudia Sheinbaum, is er met haar minister van binnenlandse zaken in geslaagd dit tot een goed einde te brengen.
De mijnwerkers zullen achterstallig loon en ontslagvergoedingen betaald krijgen, toegang tot pensioenen en tot de sociale zekerheid krijgen. Helaas zijn inmiddels 53 mijnwerkers overleden. Germán Larrea gaf toe dat wie wil, opnieuw in de mijn mag werken.
Er werd een ‘Plan voor een integrale oplossing’ goedgekeurd, ook door de mijnwerkers, met eenparigheid.
Er komt een fonds van 2,2 miljard Pesos, een goede 100 miljoen US$. 542 miljoen Pesos gaat naar vergoedingen voor de 650 mijnwerkers, of hun weduwe. De rechten en de CAO van de arbeiders worden erkend.
Voor het probleem van de vervuiling zullen drinkwaterinstallaties worden gebouwd, mét een controlemechanisme. Er komt een nieuw ziekenhuis met 60 bedden.
Grupo Mexico zal 70 % van het totale bedrag betalen, de federale regering 22 % en de regio 8 %.
Dit is een politieke oplossing, waarin de regering en de gouverneur van deelstaat Sonora een grote rol hebben gespeeld.
Solidariteit
Dat dit conflict uiteindelijk kon opgelost worden is vooral te danken aan de politieke wil van de regering. Dit was echter niet mogelijk geweest als de mijnwerkers en hun vakbond niet krachtdadig waren blijven aandringen en als de solidariteit was verloren gegaan.
De oorsprong van het conflict lag in de blinde haat van een werkgever die het belang van het werk van zijn arbeiders negeerde. Er werd op geantwoord met actie, eenheid en solidariteit. De mijnwerkers hebben een zware tol betaald in een regio waar het in de winter tot -8 en in de zomer tot 45 graden wordt. Ze hebben honger geleden, maar hielden stand, 6715 dagen lang. Het is een bijzonder tragisch verhaal, maar tegelijk een bewijs dat samenwerking en solidariteit het kunnen halen.
In de twee andere mijnen waar in 2007 de staking uitbrak, Sombrerete in Zacatecas en Taxco in Guerrero, werd nog geen oplossing gevonden.
Cananea gaf het voorbeeld van hoe het kan. Dit is ook de mijn waar in 1906 hardhandig werd opgetreden door de regering tegen de mijnwerkers. Het was één van de aanleidingen voor de Mexicaanse Revolutie. Bron: Uitpers
Volgens Neutr-On moeten de internationale vakbonden zich meer inzetten om de werkomstandigheden wereldwijd te verbeteren. De aandeelhouders moeten belast worden met een rijkentaks van 2% voor vermogens > 2 miljoen euro.
De pensioenhervorming van de regering-De Wever zadelde de Pensioendienst op met een ongeziene uitdaging. Topman Vincent Mahieu spreekt van het zwaarste jaar uit zijn carrière. “Het zou beter zijn te herbeginnen van een blanco blad, maar dat ligt politiek gevoelig.
De managers van de macht In de machinekamer van het complexe België houden topambtenaren ons land draaiende. Wie zijn die civil servants, wat zijn hun uitdagingen en drijfveren en hoe gaan ze om met de politieke macht die hen aanstuurt? De Standaard interviewde hen op plekken die voor hen van bijzondere waarde zijn of waar ze echt zichzelf kunnen zijn. “Als het fel waait, voel je de toren hier bewegen.” Het uitzicht op de bovenste verdieping van de Pensioentoren, vlak aan het Brusselse Zuidstation, is adembenemend. Met 150 meter is de mastodont uit 1967 nog altijd de hoogste toren van België. “Op sommige dagen zie je de koeltorens van Doel”, zegt Vincent Mahieu. De administrateur-generaal van de Federale Pensioendienst heeft zo’n 2.300 medewerkers onder zich, en kijkt uit over toch een aanzienlijk deel van de 2,7 miljoen pensioengerechtigden. Hij is bezig met hen allemaal, merk je als je hem bevlogen hoort praten over de werkdag van een vislosser, en hoe je diens pensioen berekent. “Sinds de start van de regering-De Wever tot de stemming van de pensioenhervorming hebben wij dag en nacht gewerkt, in een hoog tempo, om dat allemaal rond te krijgen. Ik zei het nog tegen de minister en zijn kabinetschef: voor jullie is de job klaar bij de goedkeuring van de pensioenwet, bij ons loopt die door: wij moeten toezien op de correcte uitvoering en moeten maken dat elke burger de juiste informatie krijgt. Zo ingrijpend is die hervorming, dat MyPension een tijdje niet alle data meer kon geven, op het moment dat de bezorgdheid bij de burger toenam. “Er is wel wat verkeerde framing geweest”, zegt Mahieu. “MyPension heeft nooit platgelegen. We hebben hooguit wat capaciteitsproblemen gehad, door de massale interesse naar de impact van de hervormingen. Onderschat niet de verantwoordelijkheid die wij dragen: als wij verouderde of foutieve informatie zouden laten staan, zouden mensen carrièrekeuzes maken op basis van foute informatie. Dat kun je simpelweg niet maken.”
Heeft de regering de pensioenhervorming niet veel te ingewikkeld gemaakt? “Het is ontegensprekelijk zo dat er meer complexiteit bij is gekomen, met het systeem van een bonus en malus voor wie langer werkt na de wettelijke pensioenleeftijd of vervroegd met pensioen gaat. Burgers informeren is er niet makkelijker op geworden. Dat is nochtans belangrijk om draagvlak te creëren en vertrouwen te kweken tussen de generaties: tussen de gepensioneerden en de mensen die nu studeren of werken. Mensen moeten in staat zijn om een geïnformeerde keuze te maken over hun carrière.”
De pensioenhervorming roept veel boosheid op, dat zien we bij betogingen. Krijgt u zelf felle reacties, als u vertelt dat u baas bent van de Pensioendienst? “Toch niet. Ook onze pensioenconsulenten niet. Het kan uiteraard gebeuren, maar de mensen slagen er goed in om een onderscheid te maken tussen de politiek en de uitvoerders van dat beleid. Natuurlijk zitten er bij de zowat 8 miljoen mensen tussen school en pensioen zeker mensen die boos zijn over een daling van hun pensioenbedrag of een opschuiving van hun pensioendatum. Dat is ook menselijk, dat kunnen we wel plaatsen.”
Hoe belandt een bio-ingenieur op de stoel van administrateur-generaal van de Pensioendienst? “Toen ik in 1997 een studiekeuze maakte, was ik geboeid door menselijke genetica. Aan de universiteit werd me afgeraden om voor geneeskunde te kiezen, met mijn rolstoel zou het moeilijk zijn om alles in de praktijk te doen. Na mijn studie voor bio-ingenieur deed ik wetenschappelijk onderzoek aan de KU Leuven. Vervolgens belandde ik bij de FOD Volksgezondheid. Daar kregen we te maken met de Mexicaanse griep. Ik heb mee de aankoop van mondmaskers geregeld – de fameuze mondmaskers die we later nodig zouden hebben in de coronacrisis, maar die tegen dan verscheept bleken te zijn naar Afrika, of zelfs versnipperd. Kun je dat geloven: ze waren niet goed genoeg meer voor ons, maar wel om gedoneerd te worden aan Afrikaanse landen.” “Bij de FOD Volksgezondheid klom ik in 2012 op tot financieel directeur. In 2018 kwam ik vervolgens over naar de Pensioendienst, waar ik sinds oktober vorig jaar administrateur-generaal van ben.”
Hoe hebt u het voorbije jaar beleefd? “In alle eerlijkheid, het was het meest uitdagende jaar uit mijn carrière.”
Erger dan het jaar van de Mexicaanse Griep? “Absoluut. Het is een zwaar jaar geweest, voor het hele team. Hier hebben veel mensen echt heel hard gewerkt. Onderschat niet dat onze medewerkers meeschreven aan de hervorming van het ambtenarenpensioen, en dus hun eigen toekomstige pensioen. Zij zijn daar uiterst professioneel in geweest. Chapeau voor de mensen die aan een pensioenhervorming hebben gewerkt, die onvermijdelijk een impact heeft op een familielid, kennis of zelfs zichzelf. En dat in een hels tempo. Zij weten wat hun rol is als ambtenaar, als ‘civil servant’: de beleidsmakers ondersteunen en de wetgeving correct uitvoeren.”
Stel dat u geen rekening moest houden met de politiek, zou u dan een totaal andere pensioenhervorming hebben getekend? “Dat denk ik wel. Het zou beter zijn om te starten van een blanco blad. Nu worden er koterijen op koterijen gebouwd, maar als je een efficiënt, eenvoudig uitlegbaar systeem wil, zou je beter eens kantelen naar een heel ander systeem. Maar van een blanco blad beginnen, dat schrikt natuurlijk af. En het ligt politiek én maatschappelijk gevoelig, want er zijn zoveel belangengroepen die verworven rechten of systemen willen behouden. Het gelobby vanuit de publieke sector was immens. Ze kwamen niet op mijn deur kloppen, maar zeker wel bij de minister. De loodsen, de politie, de militairen, de magistraten, de professoren, het onderwijs, de treinbestuurders … iedereen probeert zijn eigen ‘regime’ te behouden.”
En dus komen er nog pensioenhervormingen op ons af? “Daar ben ik zeker van. De hervorming van het ambtenarenpensioen bijvoorbeeld is al aanzienlijk, maar ik denk dat het tegelijk nog maar een eerste stap is naar meer gelijkheid en harmonisatie met de andere stelsels. Dat moet leiden tot meer mobiliteit op de arbeidsmarkt.”
En we zullen nog langer moeten werken? Of bereiken we daar stilaan een plafond? “De wettelijke pensioenleeftijd wordt vanaf 2030 opgetrokken tot 67. In zowel Nederland als Duitsland gaat het debat al richting 70. Of het kan gaan om een koppeling aan de levensverwachting, zoals in Denemarken, waar de pensioenleeftijd stijgt naar 70 jaar tegen 2040. Vroeg of laat komt dat ook bij ons op tafel. Alleen is de vraag of je ook het vervroegd pensioen kan opschuiven en dichter bij de wettelijke pensioenleeftijd kan brengen.”
Ziet u zichzelf werken tot 70? (lacht) “Ik persoonlijk zelf niet nee. Toch niet in deze functie.”
Waarom niet? “Ik zit met een wat specifieke situatie, als rolstoelgebruiker. Er komt veel stress bij deze job kijken. Ik denk dat ik dat tempo en die intensiteit niet kan trekken tot 70. Ik denk wel dat ik tegen dan een andere rol kan opnemen, als mentor bijvoorbeeld. Maar deze verantwoordelijkheden dag in dag uit opnemen, dat kost veel energie.”
Er is maar één topambtenaar in een rolstoel. Heeft dat uw werk ook mee gekleurd? “Ik vind het wel van belang, het geeft me een andere kijk op de dingen. Neem nu de quota: in de federale overheid moet 3 procent van de jobs zijn ingevuld door personen met een beperking. Dat is goed, want het stimuleert mensen om ook belang te hechten aan diversiteit bij aanwervingen, of zelfs ruimer, want je kan ook al aangeworven zijn en een handicap krijgen.” “Er zijn echter ook veel beperkingen die niet zichtbaar zijn, zoals autisme bijvoorbeeld. En dan wordt dat 3 procentquotum een hindernis. Want alleen de mensen die zelf een attest hebben doorgegeven aan de werkgever tellen daarvoor mee. Heel wat mensen met een beperking willen natuurlijk niet dat hun werkgever daarvan op de hoogte is. Dat snap ik heel goed.” “Wij willen afstappen van die eis om een attest af te leveren. De sociale zekerheid kan de gegevens uit databanken anoniem kruisen met de mensen die bij ons werken. Dan zou je bij ons uitkomen bij 4 procent, terwijl we puur op basis van attesten uitkomen onder de 3 procent. Maar uiteindelijk doet dat er niet toe. Waar het om gaat, is dat we redelijke aanpassingen doen voor mensen met een beperking, dat we een ‘disability management’ hebben. Als iemand uitvalt met een burn-out, hebben we een actief beleid om die persoon weer te betrekken en te kijken wat er mogelijk is. Dat vind ik veel belangrijker dan dat 3 procentquotum, waarbij je kunt afvinken om vervolgens te doen alsof je werk erop zit.”
Ervaart u zelf als rolstoelgebruiker nog moeilijkheden? “Toch wel. Aan het begin van mijn loopbaan hier in Brussel nam ik nog dagelijks de trein. Toen moest je die nog 24 uur op voorhand reserveren, zodat iemand je zou helpen. Nu is dat nog altijd drie uur op voorhand en het kan dan alleen in de grote stations. Ik reserveerde op zaterdag om zeker te zijn dat ik op maandag de trein kon nemen. En dan moest je hopen dat het niet sneeuwde, dat er geen stakingen waren en dat je geen treinbegeleider met een slechte dag trof. In Brussel-Zuid wist je nooit zeker of er wel iemand zou staan om te helpen.” “En bij De Lijn is het niet veel beter. Daar moet je geluk hebben dat de buschauffeur echt wil stoppen om de oprijplaat boven te halen. Soms heb je wel eens een buschauffeur die zegt: sorry, ik mag mijn post niet verlaten. Daar gaat mijn bloeddruk van omhoog.” “Als ik dan zie hoe het er in andere landen aan toegaat, dan denk ik dat er hier nog véél ruimte is voor verbetering. In Oostenrijk en Zwitserland weet je op voorhand welke treinwagon toegankelijk is en kun je met een druk op de knop zelf binnenrijden.”
Maar in uw carrière aan de overheid botste u niet op drempels? “Absoluut niet. Ik zeg thuis wel eens: als ik niet in een rolstoel moest zitten, was ik misschien competitiesporter geworden. Want ik heb toch wel een grote drive. Ik overcompenseer wel eens, misschien wel om te vermijden dat mensen zouden zeggen: die zit daar als deel van een diversiteitsbeleid. Maar ik zie de rolstoel niet, de rolstoel zit achter mij.”
Zonder extra economische groei krijgt premier De Wever de federale begroting nooit op orde. België zit niet alleen met een begrotings-, maar ook met een groeiprobleem. Dat maakt het voor premier Bart De Wever (N-VA) alleen maar moeilijker om de begroting te saneren. België wordt stilaan echt de zieke man van Europa. Ons land heeft niet alleen het grootste begrotingstekort en de op drie na hoogste overheidsschuld, maar ook de laagste economische groei in de eurozone. Zoals De Standaard berichtte, groeide de Belgische economie het voorbije jaar met slechts 0,5 procent. Nochtans is economische groei een essentieel element om de begroting op orde te krijgen. Lagere groeicijfers betekenen bijna automatisch lagere belastinginkomsten. Daarom staat het in de sterren geschreven dat de regering bij de begrotingsopmaak in september niet alleen op zoek zal gaan naar maatregelen om 10 miljard euro te vinden, maar ook naar manieren om de economische groei te stimuleren – of toch minstens niet af te remmen. Want dat is de herculesopdracht waar de regering voor staat: besparingen dreigen vaak de economische groei af te remmen, en er is al helemaal geen geld om de groei te stimuleren met verdere lastenverlagingen. Minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V) liet in juni in De Tijd al optekenen dat “de komende begrotingsopmaak niet alleen mag worden gezien als een besparingsverhaal, maar dat ook moet worden ingezet op een verhoging van onze groei, productiviteit en innovatie. We moeten vooral de middelen die we al uittrekken om bedrijven te ondersteunen doelmatiger inzetten.”
Zweeds voorbeeld Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) werkt aan een groeiplan om bij de komende begrotingsgesprekken op tafel te leggen. In juni liet hij al verstaan het voorstel van werkgeversorganisatie Voka om naar Zweeds voorbeeld een groeirekening in te voeren, te onderzoeken. Dat zou Belgen moeten stimuleren om een deel van de 300 miljard euro op spaarboekjes in de economie te investeren. Op zo’n groeirekening zouden alle belastingen op beleggen zoals de roerende voorheffing, de meerwaardebelasting, taks op beursverrichtingen en de effectentaks vervangen worden door één jaarlijkse – liefst niet te hoge belasting – op de totale waarde van de rekening. In Zweden bedraagt die belasting 1 procent. In het regeerakkoord staat trouwens dat de regering “via een variant op de wet-Cooreman-De Clercq mensen wil stimuleren om hun spaargeld in de economie te investeren.” De wet-Cooreman-De Clercq uit 1982 voorzag onder meer in een belastingvermindering voor wie investeerde in Belgische aandelen. Alleen is het in de eengemaakte Europese markt van vandaag bijna onmogelijk om alleen investeringen in Belgische aandelen aan te moedigen. De vraag is dan ook in hoeverre een eventuele belastingvermindering rechtstreeks naar de Belgische economie zou vloeien. Bovendien is het onduidelijk hoe zo’n systeem kan worden ingepast in ons belastingsysteem. Als zo’n rekening – tot een bepaald bedrag – wordt ingevoerd boven op wat er allemaal al bestaat, wordt het fiscale systeem nog ingewikkelder. Iets waar ook Jambon al voor waarschuwde. De kans dat de groeirekeningen alle bestaande beleggingsfiscaliteit vervangen, is dan weer weinig denkbaar. Dat zou een fiscale omwenteling betekenen waarvan niemand zal kunnen inschatten wat ze kost of opbrengt.
Miljonairstaks Wat Vooruit absoluut niet zal toestaan, is dat zijn pas ingevoerde en zwaarbevochten meerwaardebelasting door een groeirekening zou worden uitgehold, laat staan vervangen. Vooruit en Les Engagés trekken daarentegen naar deze begrotingsonderhandelingen met een nieuwe miljonairstaks. Het toont meteen de politieke gevoeligheid om aan de spaar- en beleggingsfiscaliteit te sleutelen. Maar niet alleen dat ligt moeilijk. Jambon werkt ook al enige tijd aan maatregelen om de bestaande belastingverminderingen voor investeerders in start-ups en groeibedrijven te verbeteren, maar zijn voorstellen raakten nog niet door de regering en zullen dan ook worden meegenomen in de begrotingsgesprekken. Tegelijk blijft economische groei iets waar de politiek maar weinig vat op heeft, zeker in een open economie als de onze. Een regering kan alleen maar proberen om de omstandigheden voor groei te creëren. Zo denkt de huidige regering dat de ingevoerde flexibilisering van de arbeidsmarkt tot extra groei zal leiden, maar of dat zo is, zal nog moeten blijken.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.