1 mei speech-Bert Engelaar (ABVV): “Wij verwachten meer”

1 mei speech-Bert Engelaar (ABVV): “Wij verwachten meer”

“Wat de minister van asiel en migratie doet, is haast tekstboek antidemocraten: uitspraken en rechterlijke bevelen negeren, rechten uithollen en kwetsbare mensen gebruiken als politiek decor.” Zo sprak Bert Engelaar, voorzitter van het ABVV, op het 1 mei feest.

Kameraden, vrienden, 

1 mei, Dag van de Arbeid. Onze dag. Onze dag gaat over meer dan arbeid alleen. Onze dag gaat over de samenleving die we willen zijn. Over macht en tegenmacht. Over rechtvaardigheid en hypocrisie. Over solidariteit. Over zekerheid. Over wie betaalt, wie beschermd wordt en wie kopje onder gaat. 

Er wordt ons al jaren hetzelfde riedeltje verteld. Belastingen zouden het probleem zijn. Te veel. Te zwaar. De overheid zou per definitie inefficiënt zijn. Te log. Te groot. Doe rijken eerlijker bijdragen, en ze vertrekken met hun koffers, hun aandelen en hun gekwetste gevoelens. Te gewiekst. Te snel. 

Het is een handig verhaal. Alleen geen waar verhaal. Het is een fabel. 

Laat ons beginnen bij het klassieke argument: de overheid zal uw geld toch niet goed besteden. Alsof we democratie zouden moeten wantrouwen en daarom ongelijkheid maar laten verdergroeien. 

Wie bijdraagt, is een politieke keuze. Hoe middelen worden ingezet, is een andere politieke keuze. Beide horen thuis in het democratische debat. Burgers betalen belastingen en verwachten verantwoording. Terecht. Het verplicht regeringen om keuzes uit te leggen. Het geeft burgers de macht om hen daarop af te rekenen. Terecht. 

Wantrouwen in de overheid mag nooit dienen als schild voor wie geen bijdrage wil leveren. Wantrouwen moet een reden zijn om de democratie sterker, transparanter en eerlijker te maken. Dat verdienen de mensen. Dat moeten we waarmaken. 

Een rechtvaardige vermogensbelasting begint waar echte rijkdom begint. Ze treft grote vermogens. Ze behandelt gelijk. 

Ze sluit achterpoortjes. Ze vraagt meer van wie meer heeft. Precies zoals een beschaafde samenleving hoort te doen. We zijn dit aan onszelf verplicht, kameraden. Niet later. Nu! 

Feiten op een rij

Laten we naar de feiten kijken. 

De rijkste groepen zien hun aandeel in de welvaart groeien. Jaar na jaar. Onderaan blijft men vechten om rond te komen. Jaar na jaar. Ongelijkheid. Dat is het. Ongelijkheid. Minder kansen, ongezonder leven, minder opklimmen en een brozer vertrouwen in de democratie. 

Ongelijkheid schaadt. Ongelijkheid schaadt mens en economie. Een samenleving groeit niet wanneer steeds meer mensen achterblijven. Dat moeten we aanpakken, kameraden. Iedereen moet mee aan boord. 

Conservatieven bedienen zich van het schrikbeeld: de rijken zullen vertrekken. Dat klinkt dramatisch, maar het is een mythe. De mythe van de fiscale exodus. Politiek nuttig, maar feitelijk mager. 

Na het schrikbeeld volgt de emotie. “Er wordt al kapot belast. De rijken betalen al veel.” Sommigen betalen veel. Dat klopt. In absolute cijfers. Daar gaat het niet om. De echte vraag is verhouding. Wie leeft van arbeid betaalt zwaarder dan wie leeft van vermogen. 

Een bijeengezweet loon wordt sneller en zichtbaarder belast dan een fortuin dat groeit via aandelen, vastgoed of constructies. Dat is geen natuurwet. Dat is wetgeving. En wetgeving, die schrijven we samen. 

Regeltjes zijn noodzakelijk. Met selectieve, vrijwillige liefdadigheid komen we er niet. Rechtvaardige belastingen zijn sterker dan willekeurige gulheid. De echte vraag, beste vrienden, de echte vraag is niet óf het kan. De echte vraag is: wie houdt het tegen? 

Er is een alternatief

Binnenkort volgt een begrotingsconclaaf. We kennen het ritueel. Eerst ballonnetjes oplaten. Dan ernstige gezichten. Daarna gelekte tabellen. Vervolgens de boodschap dat iedereen inspanningen moet leveren. 

Tenslotte blijkt die “iedereen” te bestaan uit werknemers, gepensioneerden, zieken, mensen aangewezen op een uitkeringen en openbare diensten. 

Maar het begint sterk te ruiken naar een ruildeal. Een ruildeal waarbij men eindelijk een stap richting fiscale rechtvaardigheid zet om tegelijk af te slaan richting verder snijden in de sociale zekerheid en openbare diensten. 

Zit daar het geld? Bij mensen die ziek worden? Bij wie een pensioen verdiend heeft? Bij wie tijdelijk zonder werk valt? Bij leerkrachten, buschauffeurs, sociaal werkers? Gaan we mensen die het land dragen uit evenwicht brengen, terwijl grote vermogens dankbaar applaudisseren voor hun symbolische bijdrage? Neen!

Er is een alternatief. Dat zegt ook het ABVV, constructief. Het ligt er, een menu van concrete voorstellen. Op tafel. Behapbaar. Verteerbaar voor iedereen. Een menu dat de begroting versterkt. Zonder brute besparingen in sociale bescherming en bij overheidsdiensten. Een menu van zo’n 21 miljard euro. Geen toverkunst. Wel eerlijke ingrediënten. 

Hervorm de personenbelasting zodat alle inkomsten meetellen: arbeid, vermogen en vastgoed. Een euro is een euro. Pak uitzonderingsregimes en managementvennootschappen aan die vooral creatief blijken in het ontwijken van solidariteit. Herbekijk kritisch subsidies en kortingen waarvan niemand nog ernstig kan aantonen dat ze doen wat ze beloven. Dring fiscale cadeaus terug die al jaren automatisch worden verlengd alsof ze in de grondwet staan. 

Ze zijn dus wel te vinden, kameraden, die vele miljarden. Daarom lanceer ik nog maar eens m’n oproep: geef ons menu een eerlijke plaats op de kaart. Bekijk onze voorstellen. Kom mee aan tafel. Het is daar aan de onderhandelingstafel, dat akkoorden worden gesloten. Evenwichtig. Weloverwogen. 

Wanneer vakbonden én werkgevers, daar aan die onderhandelingstafel, voor het eerst sinds jaren op hoog niveau een akkoord sluiten, moet een regering daar ernstig mee omgaan. 

Ja, het gaat om de index. De index, de enige ex die je in je leven wilt. Onze index. De beste garantie op koopkracht. Voor iedereen. Puur Belgisch vakmanschap. Dat vakmanschap moeten we niet alleen koesteren, vrienden. We moeten het in ere houden. We moeten het duurzaam verankeren. 

En dat doen we. Mét een akkoord tussen vakbonden én werkgevers. Wanneer zij die elke dag op het terrein staan, over die index een akkoord sluiten, moet een regering luisteren. Wij verwachten van de regering dat ze de sociale partners respecteert. Wij verwachten van de regering dat ze haar verantwoordelijkheid opneemt. 

Wij verwachten van de regering, dat ze als werkgever, net zoals de werkgevers in de privé, de indexering veiligstelt. Voor al het overheidspersoneel. Volledig. Volwaardig. De index, kameraden, is en blijft een rode lijn.

1 mei gaat ook over waarden

Ziedaar het echte debat. Niet hoe diep men nog kan snijden in bescherming. Wel hoe men eerlijk middelen kan ophalen. Niet hoeveel mensen men nog extra onzeker kan maken. Wel hoe men rijkdom correct laat bijdragen. 1 mei gaat vandaag niet alleen over eerlijke bijdragen en sterke schouders. 

1 mei gaat ook over waarden. België profileert zich graag als verdediger van mensenrechten. Soms gebeurt dat ook echt, onder druk van burgers. Steun voor internationale rechtsinstellingen. Stappen om wapentransfers naar Israël stop te zetten. Maar tussen aankondiging en uitvoering gaapt vaak politieke leegte. 

De beslissing om producten uit illegaal bezet gebied te weren, wacht op uitvoering. Intussen worden plannen gesmeed om regels rond wapenexport te versoepelen. Ook dat is een klassieker van onze tijd: plechtig spreken over principes, om daarna in de kleine lettertjes uitzonderingen te organiseren. 

Mensenrechten zijn geen decorstuk voor buitenlandse toespraken, kameraden. Ze beginnen thuis. Daar wordt het ongemakkelijk. Wat de minister van asiel en migratie doet, is haast tekstboek antidemocraten: uitspraken en rechterlijke bevelen negeren, rechten uithollen en kwetsbare mensen gebruiken als politiek decor. 

Ik ben gelukkig niet de enige die dat durft te zeggen. Een samenleving die zichzelf ernstig neemt, laat kinderen niet slapen op straat en noemt dat kordaat beleid. Een samenleving waarin de macht zelf kiest wanneer regels tellen en wanneer niet, leidt tot extreem gevaarlijke toestanden. En dat kameraden, nooit meer! Nooit meer. 

Wij verwachten meer

Ik heb, vrienden, helaas nog pijnlijke voorbeelden. In onze gevangenissen blijft de toestand schrijnend. Overbevolkt. Mensen slapen op de grond. Men spreekt over een noodwet, alsof een nieuwe titel op een oud dossier plots matrassen uit het plafond tovert. 

Er is meer. Vreedzame betogingen worden te vaak kwaadwillig belemmerd. Hervormingen rond abortus blijven geblokkeerd. Fossiele sectoren ontvangen nog steeds gunsten en subsidies terwijl burgers korter moeten douchen en moreel moeten consumeren. 

Daarom, vrienden: wij verwachten meer. Minder stoerdoenerij. Minder volgzaamheid tegenover Donald Trump en zijn grillen. Minder schoothondengedrag. Meer diplomatieke druk. Meer initiatief. Meer ruggengraat. 

Een regering toont haar waarden niet in verklaringen, maar in daden. Een samenleving die grote vermogens ontziet maar kwetsbare mensen viseert, maakt keuzes. Een regering die rijkdom spaart maar rechten relativeert, maakt keuzes. Een politiek die streng is voor beneden en soepel voor boven, maakt keuzes. 

Op 1 mei moeten wij die keuzes benoemen. Wij vragen geen afgunst. Wij vragen geen strafexpeditie tegen succes. 

Wij vragen rechtvaardigheid. Wij vragen dat arbeid niet langer zwaarder belast wordt dan kapitaal. Wij vragen dat mensenrechten ook gelden wanneer ze politiek ongemakkelijk worden. Wij vragen dat democratie meer is dan communicatie. Wij vragen dat solidariteit geen slogan blijft, maar beleid wordt. 

De rijkdom is er. De middelen zijn er. De kennis is er. De oplossingen zijn er. Wat ontbreekt, is politieke moed. Laat ons die moed tonen. Op straat. In het parlement. In vakbonden en verenigingen. In elke buurt. Niet morgen. Niet ooit. Vandaag. 

Leve 1 mei. 
Leve de solidariteit.

Bron: DeWereldMorgen.be

1 mei-speech Paul Callewaert (Solidaris): “De verdachtmaking van de ziekenfondsen moet stoppen”

1 mei-speech Paul Callewaert (Solidaris): “De verdachtmaking van de ziekenfondsen moet stoppen”

“De commerciële verzekeraars laten deze mensen fors extra betalen of sluiten ze uit. Wij, Solidaris sluiten deze mensen in onze armen, zonder meerprijs. Dat geeft goed weer wat voor ons telt: iedereen mee.” Zo sprak Paul Callewaert, algemeen secretaris van Solidaris op de 1 mei viering.

Kameraden, beste vrienden,

Galileo Galilei is de Italiaanse wetenschapper die in de 17e eeuw voor de Inquisitie terecht stond omdat hij beweerde dat de aarde om de zon draait, en niet andersom. Hij werd daarvoor veroordeeld, zijn boeken werden verboden en hij werd gedwongen zijn ideeën publiekelijk te herroepen. Waarna hij gemompeld zou hebben: “En toch draait ze”, verwijzend naar de aarde. 

Zijn woorden staan symbool voor het verzet met kennis van zaken, tegen foute standpunten van de regerende klasse. Ze staan ook symbool voor de overtuiging dat wetenschappelijke waarheid niet kan worden onderdrukt. 

Galileo werd veroordeeld, maar één ding wist hij zeker, de wereld draait en vandaag zou hij gezegd hebben “De wereld draait door!” En of die doordraait. 

We leven in tijden waarin oorlogen lichtzinnig worden gestart zonder dat men weet wat men wil bereiken, waarin economische crisissen bewust worden uitgelokt, en de veiligheid van mensen roekeloos op het spel wordt gezet met als enige aanwijsbare drijfveren de geldhonger, de machtswellust van miljardairs. Een wereld in handen van onverantwoordelijke wereldleiders die Stratego, Monopoly of dokter Bibber spelen. Het zijn de gewone mensen die bibberen van angst, van onzekerheid en steeds vaker van honger.

Wij hoeven nog niet meteen bommen te vrezen. Wij kunnen onze zorgen niet vergelijken met die van mensen in Oekraïne of Gaza. Maar wie de wereld bekijkt, beseft dat wij hier voorlopig veel geluk hebben. Velen van u beseffen nu ook dat ons geluk kwetsbaar is, heel kwetsbaar. 

En dat besef moet ons verenigen. Hoe kunnen wij, samen, zorgen voor welvaart en welzijn, voor gezondheid en veiligheid, voor redelijkheid in deze wereld die op zoveel plekken ontspoort en mensen verplettert. En die uitdaging moeten we opnemen, in een context waar budgettaire krapte onderwerp nummer 1 is. 

Ideologische strijd

Kameraden, tegelijk bevinden wij ons vandaag midden in een ideologische strijd. Kiezen we voor ieder voor zich en de wet van de sterkste? Of kiezen we voor gemeenschap, voor verantwoordelijkheid, voor solidariteit zodat eenieder, de zwakke zowel als de sterke, een kans heeft op een goed en gezond leven? Die keuze staat vandaag weer op scherp.

Die strijd tussen die twee maatschappijvisies wordt vandaag spijtig genoeg gevoerd met een politiek debat waarin wetenschappelijke waarheden vervangen worden door gratuite meningen, ongefundeerde beweringen, halve waarheden en glasharde leugens. 

De politieke partijen die zich hieraan bezondigen en zeker degenen die beleidsverantwoordelijkheid dragen, zouden moeten beseffen dat deze tijden om ernst vragen en dat er geen plaats is voor dat soort flauwekul en demagogie. Dat dient tot niets.

Vorig jaar maakte ik al duidelijk dat sociale vooruitgang, actieve en voortdurende vernieuwing vereist. Wie het systeem wil afbouwen vindt ons op zijn weg als tegenstander: wie het wil verbeteren, het kostenefficiënter wil maken, dus niet bot of destructief besparen, kan op ons rekenen als partner.

Dan kan je ook de kennis en de ervaring van de mutualiteiten best gebruiken. Wij zijn bereid onze schouders te zetten onder elke welgemeende poging om in deze budgettair moeilijke tijden toch zoveel mogelijk te doen voor de gezondheid en het welzijn van iedereen. 

Verbeteren kan perfect in het systeem met de ziekenfondsen die daarin hun verantwoordelijkheid nemen, die het overleg met de andere partners en met de minister genegen zijn, die de kennis hebben om het systeem kostenefficiënter te maken, zonder de gezondheid en het welzijn van de mensen te raken. Het betekent wel: gerichter ingrijpen zowel wat nieuwe maatregelen betreft, als wat de doelmatigheid van de bestaande regelgeving betreft. De middelen en financiële inspanningen moeten terechtkomen bij wie ze echt nodig heeft.

Ik begrijp op dat vlak de harde taal van onze vrienden van de vakbond. Zij krijgen weinig gelegenheid tot dialoog. De minister van Arbeid maakt van overleg weinig of geen werk.

Dat overleg, intensief overleg met de sector, bestaat gelukkig nog wel in de ziekteverzekering. Met succes! Het is niet voor niets dat Frank Vandenbroucke ervoor heeft gezorgd dat ziektedagen, ouderschapsverlof en zorgverloven nog wel zullen meetellen voor het pensioen, dat vrouwen tot 30 jaar beschermd zullen worden tegen het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt en dat patiënten met een voorkeurtarief beschermd blijven tegen voor hen onbetaalbare supplementen. 

Dat is, vrienden, een historische overwinning voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg en dat in moeilijke tijden. Een historische overwinning om iedereen die ooit in een kwetsbare situatie terecht zou komen, aan boord te houden in een steeds duurder wordende geneeskunde. Een historische overwinning vóór maar ook ván de solidariteit. 

Er zijn er nochtans die daar anders over denken.

De N-VA schreef in haar ledenblad dat onze gezondheidszorg geen mutualiteiten nodig heeft. Dat de verplichte ziekteverzekering een opdracht voor de overheid is. Ze verkondigt dat nu ook publiek. De maskers vallen af. 

Weg van het Amerikaanse model

Kameraden, het zal u niet verbazen dat ik als socialist niet tegen een sterke overheid ben. Maar ik wil er de pleitbezorgers van dat overheidsmodel wel aan herinneren dat wij in dit land een verleden hebben, een geschiedenis en dat we in dat verleden een andere weg hebben gekozen. 

Er is gekozen voor een verplicht verzekeringssysteem, solidair gefinancierd, dat ver weg wil blijven van het Amerikaanse model waarin miljoenen mensen niet of onderverzekerd zijn. Waar geen bescherming is voorzien voor de oude dag, wanneer je getroffen wordt door werkloosheid, ziekte, of een ongeval. 

In België is 99 procent van de bevolking gedekt door ons verplichte ziekte- en invaliditeitssysteem. En dat heeft alles te maken met het feit dat ziekenfondsen een controlerende en beschermende rol hebben kunnen opnemen.

Dat model dat ten dienste staat van de mensen is vatbaar voor verbetering uiteraard, en wij zijn altijd bereid naar verbetering te streven. Maar wij waarschuwen, kijk naar de geschiedenis! Wat gebeurt er als mensen willen breken met het verleden, alles willen wissen, opnieuw willen beginnen. Doorgaans eindigt dat in gruwel. Het verleden van de Vlamingen en de Belgen is er niet om weg te smijten. Het is iets om trots op te zijn, te koesteren en voortdurend te verbeteren. En wie dat wil doen, vindt in ons een loyale partner. 

Inquisitie ten aanzien van de ziekenfondsen

Nochtans is de inquisitie ten aanzien van de ziekenfondsen eind vorig jaar ingezet, en nu voor de begrotingsbesprekingen extra opgedreven. Zij gebruikt cijfers en beweringen die langs alle kanten rammelen, die bewust misleidend zijn, niet verhelderend. 

Ziekenfondsen zouden het recht op voorkeurtarief te pas en te onpas uitdelen, onder meer aan zelfstandige gepensioneerden die daar niet om hebben gevraagd. 

Vooreerst: men zou fier moeten zijn dat ziekenfondsen op een proactieve manier de rechten van de mensen onderzoeken en toekennen aan mensen die er recht op hebben. En geloof me, ziekenfondsen doen dat meer dan wie ook: bij het toekennen van het MAF- statuut, bij de toekenning van het statuut chronisch zieken en ja ook bij de automatische toekenning van het voorkeurtarief.

Sommigen catalogeren dat onder onkunde, wanbeheer. Wij noemen dat kwaliteitsvolle dienstverlening. Vanuit onze 259 kantoren in Vlaanderen. Dit lijkt misschien oubollig. Dat is rekening houden met de noden van de mensen. Zorgen dat mensen die digitaal niet onderlegd zijn of uit vrees voor phishing nog ergens terecht kunnen. 

Ik hoor van bepaalde politieke partijen constant dat “langdurig zieken aan het werk moeten worden gezet”. Laat het voor eens en altijd duidelijk zijn. Wij zetten geen zieke mensen aan het werk! Ziek is ziek. Wanneer men ons vraagt de kettingzaag, as cold as Ice, boven te halen om de groep langdurig zieken uit te dunnen, dan zal men ons op zijn weg vinden. Dan zal het inderdaad over ons lijk zijn.  

Voor de adviserend artsen is een langdurig zieke geen cijfer maar een mens die zij benaderen, leren kennen en als dat zinvol is gaan zij proberen die persoon, ik benadruk die persoon, niet dat cijfer, terug begeleiden naar werk.

Ik wil hier de adviserend artsen een hart onder de riem steken die zich samen met de medisch-sociale teams elke dag te pletter werken, met gevaar soms voor de eigen gezondheid en veiligheid, om de arbeidsongeschikte te controleren en te adviseren. Zij beslissen onafhankelijk op basis van hun medische kennis en de situatie van de patiënt of die al dan niet aan het werk kan en/of moet.

Het is laag bij de grond en betreurenswaardig de integriteit van artsen zo in vraag te stellen en ze als “saboteurs” te bestempelen. Het is de schaamte voorbij en excuses zouden hier echt op hun plaats zijn.

Met cijfers en valse beweringen tracht men de publieke opinie te misleiden. Zieltjes ronselen op kap van artsen, adviserend artsen, patiënten en medewerkers met als doel de sociale bescherming af te bouwen.

Wij verwachten dat die verdachtmakingen stoppen, dat er respect is, voor de patiënten, voor onze leden, voor onze medewerkers. Wie heeft er nu baat bij om onder deze moeilijke omstandigheden, met demagogie en halve waarheden misvattingen in het leven te roepen, te streven naar verdeeldheid. Ik herhaal het nogmaals: wij zijn bereid tot constructieve samenwerking. Maar er zijn rode lijnen. 

Laten we daarom onder deze moeilijke omstandigheden waarin het land verkeert, waarin Europa verkeert, in deze onrustige wereld, laten we ophouden met leugens en verdachtmakingen. Laten we een toon vinden waarop we kunnen praten, elkaar begrijpen en samenwerken, samenwerken voor de gezondheid en het welzijn van de mensen. 

Iedereen mee

En daarbij bestaan wel degelijk verschillen tussen sociale en commerciële spelers.

Ingrid, 25 jaar, ooit kankerpatiënt, vandaag studente met toekomstplannen. Luis, 60 jaar, nog in behandeling voor kanker. Yara, 19 jaar en zwanger. En Farid, 75 jaar oud. 

Het zijn mensen, patiënten met een medische voorgeschiedenis die vandaag bij ons, bij Solidaris komen aankloppen. Dit zijn geen uitzonderingen. Dit is dagelijkse realiteit. 

Voor commerciële verzekeraars zijn deze mensen rode vlaggen. Ze zijn commerciële verliesposten wanneer zij zich willen verzekeren. 

Waarom denken jullie? 

De schadelast van verzekerden met een medische voorgeschiedenis ligt bijna dubbel zo hoog dan bij verzekerden zonder zo’n vooraf bestaande aandoening. 

In 2025 was 35 procent van onze nieuwe aansluitingen leden met een bestaande aandoening.  

De commerciële verzekeraars laten deze mensen fors extra betalen. Of sluiten ze uit. Wij, Solidaris sluiten deze mensen in onze armen, zonder meerprijs. Dat geeft goed weer wat voor ons telt: iedereen mee. 

Dat kameraden, is wat solidariteit inhoudt! Dit is waar sociale bescherming voor staat, dat is wat menselijkheid betekent. Waar de pure winstlogica enkel dorheid veroorzaakt en mensen achterlaat, zorgt solidariteit voor bloeiende welvaart.

Vandaag, blikken we vooruit, op 1 mei, niet zomaar een vrije dag. We vieren de dag waarop gewone mensen – mensen zoals u en ik – beseffen dat solidariteit geen gunst is, maar een strijd, en omdat we succesrijk hebben gestreden is het een recht geworden. Rechten komen niet uit de lucht vallen. Daarom zullen we voor die rechten blijven strijden. 

Met de Galileo in ons die zal blijven zeggen: “En toch draait ze!” 

Een samenleving gaat pas echt vooruit als niemand achterblijft. 

En dat doen we samen. Samen, verenigd. Samen vrienden. Samen Vooruit!

Bron: DeWereldMorgen.be

Regering wil flexi-jobs uitbreiden naar alle sectoren: “Belangrijke stap vooruit”

Regering wil flexi-jobs uitbreiden naar alle sectoren: “Belangrijke stap vooruit”

De ministerraad heeft vandaag groen licht gegeven voor de uitbreiding van flexi-jobs naar alle sectoren. Dat meldt minister van Werk David Clarinval (MR). Voor de zomer legt hij de tekst voor aan het parlement.

Het systeem van flexi-jobs bestaat sinds 2015. Ze werden ingevoerd om mensen die al aan het werk waren of gepensioneerd waren, te laten bijklussen in de horecasector.

Sindsdien werd het regime uitgebreid naar heel wat andere sectoren en bijgeschaafd. Nu volgt dus een uitbreiding naar alle sectoren, zoals al voorzien was in het regeerakkoord.

Volgens minister Clarinval gaat het om “een belangrijke stap vooruit” voor iedereen die meer wil werken om meer te verdienen. “Het is ook een belangrijke hefboom voor onze bedrijven, die gemakkelijker kunnen inspelen op activiteitspieken door tijdelijk een beroep te doen op werknemers. Dit versterkt hun concurrentievermogen”, luidt het.

Unizo reageert tevreden

“We zijn tevreden dat er schot in de zaak is gekomen. Belangrijk is nu dat de beslissing rond de flexi-jobs snel door het parlement geraakt zodat ze deze zomer, toch het flexiseizoen, al van kracht is”, reageert UNIZO op de goedkeuring door de ministerraad.

Het gaat om “twee belangrijke maatregelen die rechtstreeks inspelen op de noden van ondernemers en hen de ruimte geven om hun zaak meer werkbaar en rendabel te organiseren”, zegt de werkgeversorganisatie.

Bron: HLN.be

Vastgoedfamilie verwaarloost Thermae Palace en wordt beloond met verkoop

Vastgoedfamilie verwaarloost Thermae Palace en wordt beloond met verkoop

Het monumentale Thermae Palace op de Oostendse zeedijk wordt binnenkort met publieke middelen gerenoveerd. Nadien kan de Oostendse vastgoedfamilie Vanmoerkerke, die het pand vandaag huurt, het hotel kopen. Dat alles ondanks hun jarenlange verwaarlozing van het monument.

Het was Leopold II die begin vorige eeuw de opdracht gaf om gaanderijen op de Oostendse zeedijk te bouwen. Vanaf 1909 kon de koninklijke familie met haar gevolg op droge voeten en in de schaduw tussen de naburige Koninklijke Villa en de Wellingtonrenbaan flaneren. In de jaren 30 opende Leopolds opvolger Albert I het aanpalende kuuroord Thermaal Instituut, het huidige Thermae Palace. 

Thermae Palace ontvangt nog steeds gasten, maar moet dat doen in opgelapte ruimtes, omdat het gebouw lange tijd verwaarloosd is. Twee telgen uit de familie Vanmoerkerke, politiek goed geconnecteerde vastgoedontwikkelaars en vroegere Sunair-oprichters, baten het complex sinds 2013 uit via hun vennootschap Restotel. Ze betwisten al meer dan een decennium de onderhouds- en renovatieverplichtingen, net als de vorige huurders Apollo Hotels en de familie Desimpel.

Het huurcontract van 1998, dat nog steeds loopt, is nochtans helder. De huurder moet “zonder enig voorbehoud noch beperking, gedurende de gehele duur van zijn huur op zijn kosten instaan voor alle herstellingen, zowel huurders- als eigenaarsherstellingen, elke vernieuwing en alle onderhoud van het gehele complex”. 

Tegenover die zware onderhouds- en renovatieverplichting staat een jaarlijkse bescheiden huurprijs van (geïndexeerd) ruim 188.000 euro voor het hele complex. Maar Restotel weigert op eigen kosten te renoveren. Het bedrijf verwijst naar een plattegrond in een bijlage van de huurovereenkomst waarin de contouren van het gebouw met een blauwe stift omlijnd zijn aan de binnenkant. Daardoor willen de huurders enkel de binnenkant van het gebouw onderhouden. In een getekende bijlage van het huurcontract staat nochtans een gedetailleerde reeks renovatiewerken opgesomd, ook aan de buitenkant. Dit document maakt ook duidelijk dat het niet aan de stad of Vlaanderen is om zomaar tussen te komen.

Om van het sluimerende conflict rond de renovatieverplichtingen af te zijn, proberen het stadsbestuur en de Vlaamse overheid Restotel al jaren gedienstig te zijn met een deal. Het bedrijf heeft de stad in de tang, want niemand wil nog langer bijkomend verval.

Het hotel, zowel het gebouw als de inboedel, krijgt binnenkort een gesubsidieerde make-over via een projectvennootschap met de familie Vanmoerkerke als meerderheidsaandeelhouder (50% + 1 aandeel), Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV) via de Erfgoedkluis (45%) en de stad Oostende. De samenwerkingsovereenkomst uit 2023 die dat mogelijk maakt, lijkt vooral op handjeklap tussen overheden en de private uitbater. Oostendse burgerbewegingen uitten al langer kritiek op de manier waarop het stadsbestuur de hoteluitbater uit de wind zet en een verkoop van het monument voorbereidde. Apache bekeek een stapel publieke documenten en zag ook vertrouwelijke stukken waaruit blijkt dat de actiegroepen wel degelijk een punt hebben.

8 miljoen schadevergoeding

Het thermencomplex was in Oostende een terugkerend onderwerp tijdens de voorbije gemeenteraadsverkiezingen, die bits verliepen. Om de renovatie voor de private partner Restotel ‘haalbaar’ te maken, stelden toenmalig burgemeester Bart Tommelein (Anders) en toenmalig schepen Björn Anseeuw (N-VA) eerder dat jaar voor om een zeventien verdiepingen tellende woontoren met een vloeroppervlakte van ruim 15.000 vierkante meter op de parking van het monument toe te staan. De stadsadministratie kreeg meteen de opdracht om een ruimtelijk uitvoeringsplan voor te bereiden. Tegelijk werd ook met Vlaanderen onderhandeld om het museum MuZee in een vleugel van het complex onder te brengen. Dat zou Restotel jaarlijks 1,2 miljoen euro huur opleveren.  

Oostendenaars roerden zich. Actiegroep Dement verzamelde net voor de verkiezingen meer dan 10.000 handtekeningen en Tommelein bond in “bij gebrek aan draagvlak”. De ondertussen uitgetreden politicus lanceerde wel een oproep aan de Vlaamse overheid om 30 miljoen euro voor het monument op te hoesten. Toenmalig erfgoedminister Matthias Diependaele (N-VA) reageerde afwijzend, maar in het Vlaamse regeerakkoord haalden de nieuwbakken Oostendse coalitiepartners N-VA en Vooruit hun slag wel thuis. Het lokaal renovatiedossier haalde namelijk de regeringsonderhandelingen. 

“Na de verkiezingen van juni (2024, red.) zijn Jeroen Soete (Vooruit-kamerlid, red.) en ikzelf direct beginnen spreken met de Vlaamse onderhandelaars over extra middelen voor het Thermae Palace”, schrijft burgemeester John Crombez op de website van Vooruit Oostende. “Parlementslid Charlotte Verkeyn (N-VA-Kamerlid en eerste schepen in Oostende, red.) deed hetzelfde met haar onderhandelaars. Dat heeft Oostende en dit iconische gebouw duidelijk op de radar gezet bij de Vlaamse formatie. We zijn dan ook bijzonder erkentelijk dat formateur en beoogd minister-president Matthias Diependaele en de andere onderhandelaars van het Vlaamse regeerakkoord voorzien in deze nodige middelen. Zo zorgen ze er mee voor dat Thermae Palace terug zal kunnen schitteren én dit zonder dat er op de Parc Royal-site gebouwen moeten worden neergezet.”

De Vlaamse Regering besliste om de projectvennootschap met Restotel maar liefst 30 miljoen euro toe te stoppen om het hotelcomplex te renoveren, uit te breiden én in te richten. De toegezegde steun komt bovenop 12 miljoen euro voor de renovatie van de gaanderijen links en rechts van het gebouw. Die werken zijn na de zomer van 2025 gestart en uit de samenwerkingsovereenkomst gelicht, een zorg minder voor Restotel en een kost meer voor de stad, op voorwaarde dat de gaanderijen publiek blijven.

In de samenwerkingsovereenkomst zetten de stad Oostende en PMV alles in stelling om het complex nadien te verkopen aan de private partner. Om inzicht te krijgen in die constructie moeten we terug naar de vorige legislatuur. 

Sluipende besluitvorming

Crombez haalde het geld binnen, maar het was voormalig burgemeester Bart Tommelein die de kiem legde voor de miljoenensubsidie. Hij bereidde al in 2019 ook de sluipende privatisering van het complex voor. En keek daarvoor naar Vlaanderen. 

Om de renovatie van het thermencomplex mogelijk te maken, besliste de Vlaamse overheid toen om de Participatiemaatschappij Vlaanderen in te schakelen. PMV moest haar investeringsrol – via het fonds De Erfgoedkluis – en de herwaardering van de site onderzoeken. De participatiemaatschappij werkte vijf scenario’s uit. Een daarvan – “een participatieve structuur en heronderhandeling huurcontract met huidige exploitant” – kwam uit de bus “als meest optimale oplossing voor alle partners”.

Voor dat scenario moest een projectvennootschap opgericht worden met drie bestuurders voorgedragen door Restotel, twee bestuurders voorgedragen door PMV en een waarnemer aangeduid door de stad. Die waarnemer mag de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen, maar de stad heeft dus geen bestuurder. Daardoor heeft de private partner – op dat moment een gewone huurder – een doorslaggevende stem in het bestuursorgaan.

Vrijstelling herstelverplichting

Het basisdocument dat de verkoop uitstippelt is tot op heden slechts een intentieverklaring. Eind 2023 keurden de coalitiepartners (Open Vld, N-VA, Groen en CD&V) in de Oostendse gemeenteraad de samenwerkingsovereenkomst goed. Tegelijk keurde de gemeenteraad ook een addendum aan de oude huurovereenkomst goed. Daarin staat dat Restotel voortaan vrijgesteld wordt van alle herstelverplichtingen. Dat laatste is opmerkelijk, aangezien het bedrijf al langer huurdersverplichtingen negeert. De vrijstelling is meer dan waarschijnlijk een geste om het dossier te deblokkeren. 

Voormalig Vooruit-schepen Yves Miroir – die in 2018 overstapte naar Groen en daar in september 2023 aan de deur werd gezet – stemde toen als enige tegen de samenwerkingsovereenkomst. Vooruit, met huidig burgemeester John Crombez op de oppositiebanken, onthield zich, samen met Vlaams Belang.

In een bijlage van de samenwerkingsovereenkomst wordt duidelijk waar Miroir zich vooral druk over maakte: de verborgen privatisering. In de bijlage staat dat er “nood is aan een aangepaste beheers- en eigendomsstructuur”. Volgens het document moeten de “oude en onduidelijke juridische eigendomstitels” verduidelijkt worden “om toekomstige investeringen mogelijk te maken”.

De grond en gebouwen zelf blijken amper iets waard. Een Oostendse landmeter schatte in oktober 2023 dat de gebouwen van het thermencomplex bij een normale verkoop onder marktconforme voorwaarden ruim 26 miljoen euro kunnen opbrengen. Na aftrek van de renovatiekost kwam ze evenwel tot de conclusie dat er geen restwaarde is. Vastgoeddienst CBRE komt – na een uitgebreidere analyse – tot een gelijkaardige conclusie. De grond en de gebouwen zijn elk 1 euro waard.

In de geheime ‘termsheet’, een nota die de basisprincipes van de toekomstige statuten en de aandeelhoudersovereenkomst vastlegt, komt de aap uit de mouw. Daarin staan mogelijkheden om de grond en gebouwen aan de private partner te verkopen. “Een eventuele exit door de stad Oostende en PMV zal plaatsvinden onder de vorm van een verkoop van aandelen van de projectvennootschap. Wat de waardering van de aandelen betreft, zal gebruikgemaakt worden van een waarderingsformule.”

Vanaf het derde jaar tot en met de dag voor de zevende verjaardag van de voorlopige oplevering, heeft Restotel een zogenaamde ‘call optie’. Restotel kan alle aandelen van de stad Oostende en PMV overkopen “tegen de hierna vermelde uitoefenprijs”. De berekening zelf is verborgen in bijlagen die het publiek niet kan zien. 

Vanaf de achtste verjaardag na de voorlopige oplevering heeft Restotel die call optie elk jaar. Op de oneven jaren heeft PMV een ‘put optie’, waarbij zij Restotel en/of de stad Oostende kan uitkopen. Die afspraken gelden twintig jaar en worden telkens stilzwijgend verlengd voor een nieuwe termijn van vijf jaar. Hoewel de projectvennootschap zelf nog niet is opgericht, werd het verkoopscenario heel duidelijk uitgewerkt. 

Volgens een financieel plan dat bij de termsheet hoort, pompt Restotel 6,3 miljoen euro in het projectvennootschap, PMV 5,6 miljoen euro en het stadsbestuur 457.000 euro. De rest van de middelen wordt via leningen en subsidies opgehaald. Voor de totale renovatiekost variëren de schattingen naargelang de bron tussen 94 en 156 miljoen euro. 

Dubbelspel

De hele renovatie zal begeleid worden door een projectmanager uit de stal van Kaizer, een vennootschap rond William Vanmoerkerke, een van de twee zaakvoerders van Restotel. Op 12 december 2023, tussen de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst door het schepencollege en de bespreking op de gemeenteraad, pompte Vanmoerkerke 600.000 euro in de vennootschap. Die onthulling van voormalig schepen en op dat moment Groen-gemeenteraadslid Yves Miroir zorgde voor ophef op de gemeenteraad. Vragen of de (goedbetaalde) projectmanager wel neutraal genoeg is, beantwoordde het stadsbestuur met de mededeling dat er juridisch geen probleem is. 

Later blijkt dat het ‘strategisch communicatiebureau’ Growth Inc. de communicatie voor het renovatieproject zal doen. Voormalig burgemeester Bart Tommelein, die na de verkiezingen de overstap maakte naar Growth Inc., haastte zich erbij te vertellen “dat hij zich niet met het dossier zal inlaten”. 

“Geen probleem”

Halfweg 2024 trekt actiegroep Dement ook naar de vrederechter. Die liet het stadsbestuur en uitbater Restotel oproepen voor een verzoeningsprocedure. De actiegroep verwijst in het gesprek naar het fameuze artikel 4 van de huurovereenkomst met Restotel. Als huurdersverplichtingen niet nageleefd worden, dan moet de huurovereenkomst ontbonden worden, zo is de redenering. De vrederechter ontvangt een verrassend antwoord. Volgens Tommelein en Vanmoerkerke is er geen discussie over het naleven van de onderhouds- en renovatieverplichtingen. “Er is geen probleem”, schrijven ze in een gezamenlijk ondertekende brief op papier met hoofding van de stadsadministratie. 

Het nu onbestaande geschil was een half jaar eerder net het argument voor het oprichten van een projectvennootschap die het complex moest renoveren. “Het complex verkeert helaas in slechte staat en de benutting van het Thermae Palace Complex is niet optimaal”, zo staat in het raadsbesluit. “Het bestaan van een nog langlopende handelshuur op het pand, een sluimerend geschil over de onderhoudsverplichtingen van Restotel of de stad, de dwingende restauratie-eisen vanuit erfgoedperspectief en de verknochting met de Oostendse identiteit maken een succesvolle herontwikkeling een bijzonder moeilijke oefening, getuige hiervan de jarenlange stilstand in dit dossier.”

Het stadsbestuur stuurde tussen 2010 en 2017 ook vier aanmaningen naar Restotel, telkens zonder verder gevolg.

Koninklijke Gaanderijen afgesplitst

Vlaanderen investeert niet alleen 30 miljoen in de renovatie van het hotel. Er worden ook nog eens ruim 12 miljoen euro publieke middelen vrijgemaakt om de oostelijke en westelijke gaanderijen te renoveren. De 400 meter lange gaanderijen worden sinds 2017 gestut, omdat gevels afbrokkelen door waterinsijpeling.

Eind september 2025 passen het stadsbestuur, PMV en Restotel hun afsprakenkader van 2023 terug aan. Ze lichten de gaanderijen en de koppen (de ruimtes aan de uiteinden) uit het grote renovatiedossier. Dat blijkt uit het document ‘Principes op de hoofdlijnen’, dat in tegenstelling tot wat de titel laat uitschijnen, bij momenten heel gedetailleerde afspraken maakt over onder meer wc’s en vloertegels. 

Door twee derde van de gaanderijen uit de publiek-private samenwerking te halen, moet Restotel niet bijdragen aan de renovatie. Het geld voor de subsidies komt uit het Europees coronaherstelfonds en die middelen moeten tegen eind 2026 opgebruikt zijn. De stad zoekt uit of eventuele overschotten van de subsidies naar de projectvennootschap kunnen. Ook het toekomstige onderhoud zal bij de stad liggen.

In het document ‘Principes op de hoofdlijnen’ wordt verder ook afgesproken dat het hotel zijn capaciteit quasi kan verdubbelen van 116 naar 210 kamers. Aangezien er geen toren komt op de parking, is het onduidelijk waar die kamers dan ingericht zullen worden.

De ruimte voor kamers met hotelfunctie komt allicht ‘vrij’ omdat het Oostendse Museum voor Moderne Kunst, MuZee, dan toch niet zal verhuizen naar de thermen. In de aanvulling op de samenwerkingsovereenkomst in 2025, gaan de partijen uit de projectvennootschap ervan uit dat Toerisme Vlaanderen nog 15 miljoen euro in de site investeert. Dat geld werd eerder toegezegd voor de inrichting van MuZee. De projectpartners schrijven in de aanvulling dat Vlaanderen het geld zal ‘heralloceren’ wegens de “bijkomende aantrekkelijkheid van het Hotel Plus voor zakelijk toerisme in erfgoedlocaties”.

Inclusief luxueuze binnenafwerking

Uit dit document blijkt tot slot dat het renovatiedossier niet alleen draait om de ruwbouw of een casco-afwerking. De projectvennootschap zorgt ook voor de afwerking en de binneninrichting, zowel van de gemeenschappelijke delen als de luxekamers, inclusief meubilair en apparatuur. 

De projectvennootschap is nog niet officieel opgericht, maar de werken aan Thermae Palace starten allicht in 2027. De renovatie zal drie jaar duren en ingrijpend zijn: het gebouw wordt gestript en heropgebouwd aan de binnenkant. Voor een honderdjarig monument kan dat lastig zijn. In een aanvulling op de samenwerkingsovereenkomst gaan de stad, PMV en Restotel echter uit van “een beperkte lijst van waardevolle erfgoedelementen”. 

Tijdens een werfbezoek in maart 2025 beloofde erfgoedminister Ben Weyts (N-VA) alvast “soepel om te springen met de erfgoedwaarde van het gebouw”. Na de renovatie zal de projectvennootschap het complex voor 99 jaar in erfpacht geven aan Restotel. Op papier, want drie jaar na de voorlopige oplevering kan de huidige huurder het monument kopen. En dat terwijl Vlaanderen tientallen miljoenen investeert in een publiek-privaat project en Restotel nog steeds een lopende huurovereenkomst met renovatieverplichting heeft.

Bron: APACHE.be

Hoe Demir voor haar favoriete onderwijsexpert een overheidsopdracht omzette naar een subsidie

Hoe Demir voor haar favoriete onderwijsexpert een overheidsopdracht omzette naar een subsidie

Een omstreden aanbesteding die het kabinet van Zuhal Demir (N-VA) liet uitschrijven, was op het lijf geschreven van het Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Excel) van Thomas More. Toen bleek dat Excel-directeur Tim Surma enkel geïnteresseerd was in structurele miljoenenfinanciering, overtuigde Demir de Vlaamse Regering ervan een subsidie van 8,2 miljoen aan Excel toe te kennen.

In maart 2025, op de terugweg van een inspiratiereis naar Londen, beloofde onderwijsminister Demir onderwijsdeskundige Tim Surma volgens verschillende bronnen 10 miljoen euro voor een nieuw expertisecentrum voor ‘inspiratiescholen’. Op 13 juni 2025 keurde de Vlaamse Regering een subsidie van 9.316.800 euro goed aan Leerpunt voor “de aanstelling van een Expertisecentrum Inspiratiescholen voor de periode van 16 juni 2025 tot en met 31 augustus 2030”. Met dat subsidiegeld als ‘onderpand’ stuurde Leerpunt op 1 juli 2025 een ‘Overheidsopdracht Expertisecentrum Inspiratiescholen’ de academische wereld in. Geïnteresseerde hogescholen en universiteiten kregen tot 6 oktober om hun offertes in te dienen voor “de aanstelling van een expertisecentrum ter professionalisering en begeleiding van inspiratiescholen in het kader van de implementatie van nieuwe minimumdoelen in het Vlaamse basisonderwijs”. 

Wie de openbare aanbesteding won, kreeg uitzicht op bijna 9,3 miljoen euro (inclusief BTW). Een voorwaarde voor deelname was dat “het aan te stellen expertisecentrum moet bestaan uit een samenwerkingsverband van minstens twee verschillende hogeronderwijsinstellingen”. Die voorwaarde was door de Vlaamse Regering expliciet aan Leerpunt opgelegd “om monopolievorming te voorkomen”. Alle hogescholen rond de universiteiten van Gent en Antwerpen vormden samen een consortium om op de overheidsopdracht in te schrijven. De KU Leuven deed hetzelfde en vormde een consortium met katholieke hogescholen. 

Stroomlijnen

Volgens verschillende bronnen dicht bij het dossier was de overheidsopdracht of ‘call’ met de focus op “effectieve didactiek, kennisrijk curriculum en leerondersteunende vaardigheden” van bij de start op het lijf geschreven van Tim Surma’s Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Excel) aan de Thomas More-hogeschool. Een bron merkt op dat Bart Maes, regeringscommissaris in de raad van bestuur van Leerpunt, ook de pet draagt van ‘raadgever onderwijs’ op het kabinet van Zuhal Demir, “wat het stroomlijnen van die call tussen de Vlaamse Regering en Leerpunt vergemakkelijkte“. 

Een goedgeplaatste bron laat Apache weten dat op het kabinet van de minister van Onderwijs de verbazing dan ook groot was toen bleek dat Thomas More-hogeschool níet wou intekenen. Vanuit het kabinet werd meermaals aan Surma’s mouw getrokken om toch in te schrijven; de aanbesteding was immers eerst en vooral voor hem bedoeld. Tim Surma zou aan het kabinet Onderwijs uiteenlopende redenen hebben gegeven waarom hij niet wilde deelnemen. De ene keer klonk het dat hij er de capaciteit niet voor had. De andere keer dat hij de opdracht niet volgens de voorwaarden van het bestek kon uitvoeren. 

Verschillende mensen werden ingeschakeld om met de directeur van Excel te gaan praten, waaronder volgens de bron ook Bruno Vanobbergen, hoofd van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Tegenover Apache ontkent Vanobbergen dat het kabinet hem dat ooit vroeg. “Ik overleg af en toe met Tim Surma in het kader van de implementatie van ons nieuwe leerplan basisonderwijs”, zegt hij, “maar dat gebeurt altijd op mijn initiatief.”

Een nieuw scenario

In juli 2025 werd op het onderwijskabinet een vergadering over de overheidsopdracht belegd met Tim Surma en diens rechterhand Machteld Verbruggen. Van 2012 tot 2020 was Verbruggen algemeen directeur van Thomas More-hogeschool. Vandaag is ze ‘expert onderwijsbeleid’ bij Excel. De vergadering werd ook bijgewoond door Bert Van Weerdt, kabinetschef Onderwijs. 

Aan Surma werd gevraagd waarom hij niet op de call van Leerpunt wilde intekenen. Volgens onze bron antwoordde hij eerst: “Ik geloof niet in bottom-up, maar wel in een totaalaanpak.” Gevolgd door: “Ik hoef dit niet te doen; mijn orderboekje zit vol.” Tot de aap uit de mouw kwam en de mensen van Excel de verzuchting uitten: “Anderen krijgen geld, waarom kunnen wij dat dan óók niet krijgen?”

Met ‘anderen’ bedoelden Surma en Verbruggen volgens de bron de pedagogische begeleidingsdiensten en Leerpunt. Een andere bron bevestigt: “Excel wilde een structurele financiering van ongeveer 10 miljoen euro, los van alle regelgeving. Ze kregen uiteindelijk ook hun zin.” 

In de luwte werd er een nieuw scenario uitgetekend. Thomas More-hogeschool zou in zijn eentje en zonder iemand in te lichten een subsidie-aanvraag indienen voor “de aanstelling van een Expertisecentrum Inspiratiescholen”. Terwijl de consortia rond de universiteiten en zich een zomer lang de pleuris werkten om de door Leerpunt uitgeschreven overheidsopdracht binnen te halen, copy-paste Thomas More diezelfde opdracht voor zijn subsidieaanvraag. 

In augustus 2025 lichtte Thomas More de consortia in dat de hogeschool geen interesse meer had in de overheidsopdracht voor de inspiratiescholen. Over de plannen voor een nakende subsidieaanvraag werd met geen woord gerept. 

Apache onthulde eerder al hoe Zuhal Demirs voormalige adjunct-kabinetschef het handjeklap tussen zijn onderwijsminister en Thomas More niet langer kon aanzien. In oktober nam hij eerst ontslag om daarna klacht tegen zijn minister in te dienen bij Audit Vlaanderen. Eind december liet Audit Vlaanderen weten: “Zoals eerder gecommuniceerd is Audit Vlaanderen niet bevoegd voor private stichtingen (in dit geval Leerpunt) en kan Audit Vlaanderen niet op eigen initiatief een onderzoek starten bij een kabinet.”

“Geen goed beleid”

Op 15 november diende de Thomas More-hogeschool ogenschijnlijk out of the blue zijn subsidieaanvraag in. Die kreeg een paar dagen later, op 18 november, een negatief advies van de Inspectie van Financiën: “Dit dossier is geen teken van goed beleid.” Een week later, op 25 november, werd dat negatieve advies plots ‘gunstig’, al bleef de Inspectie erbij dat “in het geheel van dit dossier geen goed beleid werd gevoerd”. 

Een dag later kondigde Zuhal Demir in het Vlaams Parlement in volle plenaire vergadering aan dat ze de openbare aanbesteding naar een nieuw expertisecentrum op ‘pauze’ had gezet. “Volgens sommigen deed ik dat omdat de winnaar mij niet aanstond”, zei ze. “Dat is natuurlijk nonsens, want er is geen winnaar. Er is geen gunning. Ik heb de pauzeknop ingedrukt. Is het dan omdat mijn favoriet, Thomas More, moet winnen? Dan denk ik dat ik nog heel lang kan wachten, want ik heb begrepen dat ze niet hebben ingediend.” Over de ingediende subsidieaanvraag van Thomas More zweeg ze in alle talen.

Op vrijdag 19 december 2025 kende de Vlaamse Regering op vraag van Zuhal Demir een subsidie toe van “max. 8.244.347,26 euro aan Thomas More – Expertisecentrum Onderwijs en Leren (Tim Surma) voor de begeleiding van inspiratiescholen”. De subsidie aan Leerpunt van 9.316.800 euro werd verlaagd naar 70.000 euro voor “de gemaakte kosten voor de overheidsopdracht”. Die beslissingen werden die dag doelbewust niet geregistreerd op de website Vlaanderen.be; de documenten werden niet openbaar gemaakt.

Een insider schat het reële totaal van die prestaties op 2 miljoen euro in plaats van 8,24 miljoen euro. “Niemand twijfelt aan het belang van herwaardering van kennis in het onderwijs”, stelt hij. “Alleen groeide het in het geval van Tim Surma’s Excel uit tot een USP, een Unique Selling Proposition. Het ‘commerciële denken’ sloeg helemaal door. De directie van Thomas More is nu wellicht heel blij met al die overheidsmiddelen die dankzij Excel naar de hogeschool vloeien via de Vlaamse Regering en via het Antwerpse én Mechelse stadsbestuur.”

In datzelfde ‘commerciële denken’ passen de vele inspiratiereizen aan scholen in Engeland die Excel de laatste jaren voor politici en bewindslui uit het onderwijs organiseerde. Vaak worden er dan journalisten meegenomen, waardoor zo’n werkbezoek het karakter van een promoreis krijgt. 

In juni 2025 trokken zo ook alle Vlaamse parlementairen van de commissie Onderwijs op inspiratiereis naar Londen. Ze werden er verwelkomd door het Britse conservatieve Hogerhuislid Amanda Spielman. Een bron laat aan Apache weten dat Vlaams volksvertegenwoordiger Loes Vandromme (CD&V) bij toeval een lijstje van Spielman onder ogen kreeg waarop de deelnemende parlementairen gelabeld stonden als voor- of tegenstanders van het ‘constructivisme’ of ervaringsgericht onderwijs. ‘Constructivisten’ moesten volgens dat lijstje gewantrouwd worden. Vandromme zag ook naast haar eigen naam ‘constructivist’ staan en maakte zich daar erg boos over. 

Aan Apache bevestigt ze het incident. “Ik was vooral verontwaardigd dat men ons als parlementslid zo in ‘hokjes’ duwde”, zegt ze. “Ik vroeg me ook af op basis van welke informatie we dat label kregen. Voor alle duidelijkheid: ik ben geen ‘constructivist’.”

Kwam Vandromme ooit te weten wie Spielman de ‘constructivisme-labels’ had ingefluisterd? “Nee. Ik heb dat intussen losgelaten, maar het maakt wel duidelijk hoe eng de visie op onderwijs is van degene die dat lijstje bezorgde.”

Amanda Spielman werd in januari 2017 door de toenmalige conservatieve minister van Onderwijs Nicky Morgan tot hoofd benoemd van de Britse onderwijsinspectie Ofsted. Een jaar later stelde Spielman de in België geboren en getogen, maar al lang in Groot-Brittannië wonende Daniel Muijs aan tot hoofd van de onderzoeksafdeling van Ofsted. Apache berichtte eerder hoe hoofdinspecteur Amanda Spielman onder vuur kwam nadat ze scholen met een ‘kennisrijk curriculum’ bevoordeeld zou hebben. Eind december 2023 nam ze afscheid van Ofsted, waarna ze voor de Conservatieve Partij ging zetelen in het Hogerhuis. Op 21 december 2024 kondigde Demir in een interview met De Morgen aan dat ze Daniel Muijs de leiding zou geven over het uitwerken van nieuwe minimumdoelen voor het kleuter- en basisonderwijs. Voor zijn minimumdoelencommissie rekruteerde Muijs onder anderen Amanda Spielman. 

Alfa en omega

Als go-between tussen Tim Surma’s Excel en het kabinet van Zuhal Demir wijst een bron naar cabinetard Caroline Van Driessche. Volgens haar Linkedin-account was zij van september 2009 tot juni 2025 deeltijds algemeen directeur van de katholieke basisscholengemeenschap van Oudenaarde. Meteen nadat Zuhal Demir op 30 september 2024 Vlaams minister van Onderwijs werd, verwelkomde ze Van Driessche op haar kabinet als deeltijds ‘raadgever onderwijs’. Volgens de bron haalde Demir zo een sympathisant van Surma binnen, waarna diens ‘kennisrijk curriculum’, ‘evidence informed pedagogy’ en ‘effectieve didactiek’ op haar kabinet uitgroeiden tot alfa en omega. Meningen of adviezen van andere onderwijsprofessionals werden niet meer geraadpleegd. Sterker nog: “Onderwijsexperts met andere meningen waren voortaan persona non grata.” In het interview met De Morgen van eind december 2024 zei Zuhal Demir: “Aan de pedagogen die willen tegenpruttelen – ik hoor en lees ze natuurlijk ook – zeg ik: jullie mogen efkes zwijgen. Jullie beurt is gepasseerd. Het is aan andere mensen.” 

Begin maart 2024 reisden journalisten van De Standaard en VRT NWS mee op inspiratiereis naar een kleuter- en basisschool in een achterstandswijk in de Engelse stad Birmingham. Reisleider Tim Surma liet “een twintigtal Vlaamse schooldirecteurs, lerarenopleiders en andere onderwijsprofessionals” kennismaken met de ‘sterk sturende didactiek’ en het ‘kennisrijk lesgeven’ aan St Matthew’s C.E. Primary School, een van de 32 ‘research schools’ van de Education Endowment Foundation (EEF). Die Britse private stichting werd in 2011 uit de grond gestampt door de neoconservatieve minister van Onderwijs Michael Gove en geldt als ‘grote broer’ van Leerpunt. 

Zowel De Standaard als VRT NWS tekenden in St Matthew’s enthousiaste citaten op van Caroline Van Driessche, “algemeen directeur van vijftien katholieke basisscholen in Oudenaarde”. “We snakken naar een kennisrijk curriculum dat hoge verwachtingen combineert met een sterkere focus op gedrag”, zei ze tegen De Standaard. Aan VRT NWS vertrouwde ze toe: “Het gaat om wetenschappelijk onderbouwde inzichten waarvan we weten dat ze werken. Maar heel wat leerkrachten zijn opgeleid met het idee dat kleuters vooral moeten ontdekken en ervaringsgericht moeten leren. Leerkrachten denken dat ze eerst aan het welbevinden van hun klas moeten werken, maar hier zien we dat leren ook tot gelukkige kinderen leidt.”

Volgens haar Linkedin-account was Caroline Van Driessche van september 2023 tot februari 2025 ook deeltijds algemeen directeur van Vrije Leersteuncentra Oost-Vlaanderen. In die functie organiseerde ze samen met Excel van Thomas More op 29 november 2024 in het Gentse ICC het congres Onderwijskwaliteit voor iedereen. De keynote-spreker voor meer dan 1.000 leerkrachten uit zowel het basis- als het secundair onderwijs was Tim Surma. Achteraf dankte hij op zijn Linkedin-pagina Van Driessche voor “de puike organisatie”. Ze werkte toen al bijna twee maanden als onderwijsadviseur bij Zuhal Demir. 

Staatssteun

Op donderdag 12 maart 2026 vond in het Vlaams Parlement een hoorzitting plaats over de omstreden subsidie van 8,24 miljoen euro aan Thomas More-hogeschool. De oppositiepartijen hadden op de hoorzitting graag de stem gehoord van de twee consortia die wél hadden ingetekend. Ze wilden ook Thomas More, Leerpunt en de onderwijskoepels horen, maar al die verzoeken werden resoluut afgeblokt door de partijen van de meerderheid.

Op de hoorzitting spraken uiteindelijk twee experts: professor publiek recht Frederik Vandendriessche (UGent) en de in overheidsopdrachten gespecialiseerde advocaat Ann-Sofie Custers. “Absoluut een grijze zone”, oordeelde Vandendriessche over de hele procedure. Custers verwees naar het Europees recht, waarin overheden uitdrukkelijk gewaarschuwd worden om aanbestedingen niet kunstmatig te omzeilen via subsidies. Ze stelde pertinente vragen, zoals: waarom werd de overgang van overheidsopdracht naar subsidie amper gemotiveerd? Was er bij Thomas More sprake van voorkennis? Kregen alle partners een gelijke behandeling? 

Custers wees er ook op dat de subsidie van 8,24 miljoen euro aan Thomas More verdacht sterk leek op staatssteun. Ze voldeed volgens haar aan zowat alle volgens de Europese wetgever voorziene ‘cumulatieve voorwaarden’. “De eerste voorwaarde is dat het moet gaan over ‘staatsmiddelen toerekenbaar aan de staat’”, zei de advocaat. “Daar is geen discussie over mogelijk, want het gaat hier over een subsidie gefinancierd vanuit de begroting van de Vlaamse overheid. De tweede voorwaarde is dat er een economisch voordeel moet zijn. Ook daar is weinig discussie over mogelijk: het gaat hier over een eenzijdige toekenning van overheidsmiddelen voor het dekken van personeels- en werkingskosten die een onderneming in normale omstandigheden niet zou krijgen. De derde voorwaarde ‘selectiviteit’ lijkt ook voldaan: het geld is enkel toegekend aan Thomas More.” 

Ook de twee laatste voorwaarden, een onderneming met een economische activiteit en beïnvloeding van handelsverkeer en mededinging, konden volgens Custers worden afgevinkt. “Het gaat hier niet strikt over ‘onderwijs’, maar over ondersteunende afgeleide activiteiten waarin andere marktspelers actief zijn.” 

Staatssteun moét vooraf aan de Europese Commissie gemeld worden. Zij zal vervolgens toetsen of die steun de markt verstoort. Een overheid mag pas staatssteun geven als de Commissie daarmee akkoord is. Als de staatssteun niet of te laat gemeld wordt, kan de Commissie beslissen dat de steun terug opgeëist moet worden, inclusief rente. De Vlaamse Regering meldde de subsidie van 8,24 miljoen euro niet als staatssteun aan.

Vriendendienst?

Volgens de website van de federale overheidsdienst Justitie is er sprake van corruptie als “iemand in een machtspositie ongeoorloofde gunsten verleent in ruil voor wederdiensten of als vriendendienst”. Toch viel het woord ‘corruptie’ niet tijdens de hoorzitting.

Op de dag van de hoorzitting onthulde Knack dat de verliezende consortia geen juridische stappen durfden te ondernemen tegen de beslissing van de minister. Nochtans hadden ze volgens insiders veel kans om te winnen. “Er wordt gevreesd dat Demir het de onderwijsinstellingen niet in dank zal afnemen als ze naar de Raad van State zouden stappen”, schreef het blad. “Er staan in de komende beleidsperiode nog subsidies én wellicht besparingen op stapel. Gerechtelijke stappen zouden de relatie tussen de partijen en de minister verzuren.” Knack citeerde een bron die zei voor het hele Vlaamse onderwijsveld te spreken: “Niemand durft minister Demir in het harnas te jagen.”

Bron: APACHE.be