Aanval van N-VA op de VRT moet alle alarmen doen afgaan

Aanval van N-VA op de VRT moet alle alarmen doen afgaan

Je kunt veel zeuren over de VRT. Vaak terecht, overigens. Maar het moment is gekomen om een barricade op te werpen rond de VRT-toren. De aanvallen van N-VA op de VRT − na de uitstekende reportage van Pano over de schimmige aankopen van een anti-droneschild − zijn alarmerend. Theo Francken en Bart De Wever volgen een trumpiaanse handleiding om de openbare omroep in diskrediet te brengen.

Eén fragment, dinsdagavond 21 april in Terzake op de VRT, zegt alles over de gespannen relatie tussen de politiek (en dan vooral de grootste partij van het land, N-VA) en de openbare omroep. Je ziet premier Bart De Wever (N-VA) door een gang wandelen met een map documenten onder zijn arm. Microfoons van VTM en VRT priemen in zijn gezicht. De journalisten willen weten waar hij het geld denkt te halen om de stijgende energieprijzen te compenseren. Na een kregelig antwoord, stapt hij resoluut verder tot VRT-journalist Yves Borms hem vraagt of hij zoekt naar 50 miljoen euro. De Wever draait zich om en zegt met een onvervalst Antwerpse tongval: “Ik denk dat er oep de VRT nog kan bespaard weurren.” 

Studiogast Wouter Verschelden, ex-hoofdredacteur van De Morgen die nu zijn eigen Wetstraat-nieuwsbrief (W16) publiceert, reageert laconiek op de emotionele reactie van de premier. “Het is een beetje de grumpy-versie van Bart De Wever”, zegt hij aan VRT-journalist Annelies Beck. Of bedoelde hij trumpy? Wat zeker is, is dat de manier waarop de VRT de voorbije week werd gebasht niet anders dan trumpiaans kan worden genoemd. 

Waar zijn de drones?

Het begon met de weigering van minister van Defensie Theo Francken (N-VA) om te antwoorden op vragen van de Pano-redactie. Onderzoeksjournalisten Wim Van den EyndeMieke Fauconnier en Jan Konings visten wekenlang naar een reactie op hun reportage Waar zijn de drones?. De minister weigerde echter elke medewerking en dus bleven de bevindingen van de journalisten zonder weerwoord. Die onthullingen waren nochtans niet min. Theo Francken heeft beelden gelekt aan Het Laatste Nieuws waarop drones te zien zouden zijn die boven Zaventem cirkelen. Hij heeft ook vernietigende adviezen van de Inspectie van Financiën en waarschuwingen van de aankoopdienst van het leger naast zich neergelegd om via een spoedprocedure (zonder openbare aanbesteding) 50 miljoen uit te geven aan firma’s die een anti-droneschild zouden kunnen uitbouwen. 

Een van die firma’s wordt geleid door een ex-onderzoeker van VitoSteven Krekels, die al een tijdje onderzoek deed naar geo-intelligence (de captatie van waarnemingsdata) en die kennis stopte in een bedrijf (Senhive) dat nu geld krijgt van Defensie om een systeem uit te werken om drones te detecteren. Senhive kreeg dat contract zonder te moeten intekenen op een openbare aanbesteding. De regering gebruikte een spoedprocedure die het mogelijk maakt om contracten toe te wijzen zonder prijsvergelijking. De reden: de drone-dreiging die de vitale infrastructuur van België (Zaventem, militaire installaties) bedreigt. Omdat België niet beschikt over een afdoend anti-droneschild, moest er in sneltempo een worden gebouwd. 

Senhive was maar een van de bedrijven die zonder aanbesteding geld kregen toegestopt van de regering. Een andere uitverkorene, Cobbs, gaat zelfs systemen aankopen in Letland, alsof er geen Vlaamse bedrijven zouden zijn die dit materiaal kunnen leveren … Pano deed grondig journalistiek speurwerk en toonde aan dat de Inspectie van Financiën grote bezwaren had tegen het contract. De regering legde die adviezen naast zich neer. 

“Heksenjacht”

Francken wilde niet meewerken met Pano, omdat er volgens hem “een vijandige sfeer” heerste tussen hem en de journalisten. Nadat de reportage was uitgezonden, weigerde hij nog steeds te reageren. Toen hij in het parlement dan toch uitleg moest geven (en toegaf dat hij de beelden had gelekt aan HLN; beelden die achteraf gewoon van een rondvliegende helikopter bleken te zijn), sommeerde hij HLN om zijn reactie te komen filmen. Hij speelde de vermoorde onschuld en profileerde zich als slachtoffer van een heksenjacht. Andere ‘bevriende’ journalisten en media werden ingeschakeld om de VRT aan te vallen. Zo mocht de minister zelf de microfoon van PAL (het platform van ’t Pallieterke) vasthouden om de Pano-redactie de mantel uit te vegen. Joren Vermeersch, de speechschrijver van Theo Francken, kon niet wachten tot zijn wekelijkse column in De Standaard om op Facebook in zijn pen te kruipen en de Pano-reportage als een “absoluut dieptepunt qua journalistieke ethiek” te bestempelen. 

Het nieuws dat het Brusselse parket een vooronderzoek is gestart om na te gaan of alle regels zijn gevolgd bij het toewijzen van de drone-contracten, duwde Francken nog meer in het defensief. Als voor het gerecht de aantijgingen van Pano ernstig genoeg zijn om ze te onderzoeken, zullen ze wel meer zijn dan losse flodders. 

“Walgelijke reportage”

In de Kamercommissie Landsverdediging kreeg Francken de volle laag van de oppositie, maar ook meerderheidspartijen Vooruit en CD&V vroegen tekst en uitleg. Die kwam er in de vorm van een algemene ontkenning én een frontale aanval. Francken betreurde wel dat achteraf bleek dat de drones op de video die hij lekte naar HLN helikopters waren, maar voor het overige hield hij een scheldtirade tegen de ‘walgelijke’ reportage van Pano. In een passage die weinig aan de verbeelding overliet, en een echo leek van de sneer van Bart De Wever. “Duiding is belangrijk. De openbare omroep is belangrijk”, begon hij, om dan fijntjes op te merken dat de VRT 200 miljoen euro per jaar kost. “Als je dan met insinuaties komt, moet je met bewijzen komen.” Hoeveel bewijzen moeten er nog zijn, als je over officiële documenten van de Inspectie van Financiën en van de aankoopdienst van het leger beschikt?

Als je de Vlaamse media leest, lijkt hiermee de kous af. Het hele verhaal was voor de Vlaamse nieuwsredacties amper een paar dagen nieuwswaardig. Geen enkele redactie heeft ondertussen eigen onderzoekswerk gepubliceerd. In Franstalig België bleven die ook uit, maar daar verschenen wel kritische artikels (in Le Soir en op de RTBF) waarin geconcludeerd werd dat Franckens verdediging allesbehalve overtuigend is.

Dat is ook zo. Zo zit hij duidelijk verveeld met een verwijzing naar een post op X van 14 januari 2025 (toen hij nog geen minister was), een selfie met Steven Krekels. Die is volgens hem totaal onschuldig omdat Krekels toen nog niet voor Senhive werkte. Een zwakke reactie als je leest wat Francken toen zelf bij de foto schreef: “We leven in geopolitiek instabiele tijden. We moeten dringend onze weerbaarheid opkrikken. Defensie moet maximaal gebruik maken van de fantastische technologie en de O&O (onderzoek en ontwikkeling, red.) die we zelf in huis hebben. De volgende regering zal hiervan een prioriteit maken.” Het is alsof Bart De Wever na het verjaardagsetentje van zijn vriend Erik Van der Paal in ’t Fornuis, dat destijds door Apache met verborgen camera werd gefilmd, zou hebben getweet dat Land Invest Group dé geknipte kandidaat was om de Slachthuissite in Antwerpen te ontwikkelen.

Francken heeft ook de onhebbelijke neiging om te veel van zich af te bijten als hij onder vuur ligt. Het oude spreekwoord “wie geschoren wordt, moet blijven zitten; anders snijdt hij zichzelf”, is hem duidelijk onbekend. Zo stelde hij dat de Inspectie van Financiën geen opmerkingen maakte over het contract met de firma Cobbs. De alerte Pano-redactie sloeg meteen terug met een grondig artikel waarin die bewering wordt ontkracht. De Inspectie van Financiën was wel degelijk erg kritisch, maar vooral de quote van de dienst prijzencontrole van Defensie dat ze “niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor mogelijke lacunes of onvolledige informatie in het rapport”, is vernietigend. 

De voorbije dagen bracht Francken zonder schroom de top van het leger in stelling om zijn gelijk te bewijzen. Het leger, dat vroeger la grande muette werd genoemd, ontpopte zich zo tot de buikspreekpop van de minister. In een opvallende mededeling wordt onomwonden geschreven dat “de verwerving van het materiaal correct verlopen” is. De terughoudendheid die de dienst prijzencontrole van het leger in interne documenten uitte, is in het persbericht niet terug te vinden.

VRT in zwaar weer

Kritiek hebben op de openbare omroep is een nationale sport. Iedereen heeft wel een reden om te klagen en wellicht denken ze aan de Reyerslaan dat zolang de kritiek uit alle hoeken komt, ze goed bezig zijn. Toch kan niet meer worden ontkend dat de nieuwsdienst van de VRT in zwaar weer vertoeft. 

Ex-journalisten van de VRT, Johan Depoortere en Walter Zinzen, verwoordden deze week in Humo wat steeds meer kijkers ook ventileren; in familiekring, onder vrienden, in hun professionele omgeving of zelf aan de ombudsman van de VRT. Dat het nieuws bulkt van de faits divers en de sportverslaggeving, dat belangrijk nieuws kort wordt gebracht om kijkers niet af te schrikken, dat de duiding in De Afspraak steeds meer op het entertainment in De Tafel van Gert begint te gelijken − maar dan met minder bekwame presentatoren − en dat N-VA met Frederik Delaplace een ceo heeft gekregen die voor het eerst in de geschiedenis een besparingsplan met naakte ontslagen heeft uitgerold. De strafste quote in het interview kwam van Walter Zinzen, die zei dat Frederik Delaplace destijds niet als beste uit de selectie was gekomen. Dat zou ex-hoofdredacteur van De Standaard Peter Vandermeersch zijn geweest. Volgens Zinzen heeft Bart De Wever hoogstpersoonlijk zijn veto tegen hem gesteld.

Dat verdient toch een beetje aandacht. Apache vernam uit verschillende bevoegde bronnen dat Peter Vandermeersch in 2020 inderdaad als eerste uit het assessment van rekruteringsbureau Hudson was gekomen. Koen Clement (ex-Persgroep, ex-WPG, ex-Europalia en nu Studio 100) werd als tweede gerangschikt en Frederik Delaplace (ex-De Tijd) als derde. De ultieme beslissing lag bij het kernkabinet van de Vlaamse regering-Jambon. De drie kandidaten werden op een vrijdagochtend een voor een uitgenodigd voor een kort gesprek waarbij naar verluidt de helft van de ministers ongeïnteresseerd op hun smartphone zat te tokkelen. “Het was allemaal al beslist”, zegt een van hen. “Dit gesprek was alleen maar pro forma.

De VRT weigert alle commentaar op de selectie van de ceo. Minister van Media Cieltje Van Achter (N-VA) geeft geen teken van leven na herhaalde vragen van Apache.

Dat Peter Vandermeersch ondanks zijn beste score geen kans maakte, werd destijds al geschreven door Wouter Verschelden, die goed geconnecteerd is met de N-VA-top. N-VA zou hem niet hebben gewild. Minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) kon dan handig zijn ‘wit konijn’ (Delaplace) uit zijn hoed halen. Koen Clement werd immers te veel gezien als een vertrouweling van DPG Media-baas Christian Van Thillo. Feit is dat Frederik Delaplace nadien zonder morren de besparingen doorvoerde die onder zijn voorganger Paul Lembrechts niet mogelijk waren.

Het lijkt erg waarschijnlijk dat de ceo van de VRT (die al jarenlang elk interview weigert met Apache, overigens) de voorbije week bestookt werd met telefoontjes vanuit N-VA-kabinetten en -hoofdkwartieren. De voorzitter van de openbare omroep, N-VA-coryfee Frieda Brepoels, kreeg wellicht ook al de volle laag.

En kijk. Alle kritiek over handjeklap tussen N-VA en de VRT-top ten spijt: de VRT heeft zich deze week moedig gedragen. De Pano-ploeg werd perfect begeleid en juridisch is alles waterdicht. Minister Francken zal van ver moeten komen om – bijvoorbeeld bij de Raad van de Journalistiek – zijn kritiek op Pano hard te maken. Het enige wat ontbreekt in de documentaire is een wederwoord, maar dat weigerde Francken zelf te geven.

Ook toen de minister alle zeilen bijzette om de openbare omroep in een hoek te duwen en als vooringenomen te bestempelen, bewaarde de VRT de kalmte. De Pano-redactie publiceerde zelfs nog een tweede luik van het onderzoek waarin foute beweringen en ongefundeerde beschuldigingen van Francken glashelder werden gecounterd. Daarna bleef het wel stil. Alsof de VRT zelf de handrem heeft opgetrokken. Zo reageerden noch de ceo noch de voorzitter van de raad van bestuur op het nauwelijks verholen dreigement van De Wever en Francken om de geldkraan dicht te draaien voor de openbare omroep.

Is hiermee het blazoen van de VRT helemaal opgepoetst? Natuurlijk niet. Waarom legt de nieuwsredactie (of de redactie van De Afspraak of Terzake) de coalitiepartners van N-VA niet het vuur aan de schenen? Vooruit en CD&V hebben de beslissing van de regering mee goedgekeurd. Op welke gegevens baseerden ze zich? Wat was het advies van de minister van Begroting (Vincent Van Peteghem, CD&V) en wat moet Frank Vandenbroucke, de veteraan uit het Agusta-schandaal, denken van dit schouwspel? Die voelt zich, zo vernam Apache, al een tijd heel ongemakkelijk met de snelheid waarmee Theo Francken legeraankopen doet zonder afdoende garanties. En waarom heeft VRT-journalist Jens Franssen (die boeken schrijft met een generaal van het leger) destijds klakkeloos de paniekerige analyse van Francken en de legertop gevolgd dat de drone-dreiging vanuit Rusland kwam? Daarvoor is geen enkel bewijs gevonden, hoe plausibel de verklaring ook lijkt. Werd Franssen daarvoor ooit op het matje geroepen? 

Dat de zaak politiek nog niet van de baan is, bleek gisteren toen Vooruit-voorzitter Conner Rousseau in De Afspraak op Vrijdag zei dat zijn partij geen legeraankopen meer zal goedkeuren voor de interne audit die Theo Francken besteld heeft is afgerond. 

N-VA heeft tijdens de regeringsonderhandelingen verkregen dat de VRT drastisch moet besparen. Benieuwd welke voorstellen de partij, na de confrontatie met de Pano-redactie, op tafel zal leggen bij de volgende begrotingscontrole?

Dat de VRT nog steeds een onafhankelijk public interest medium is, is de voorbije week gebleken. Wie zich een verdediger van de democratie en de persvrijheid noemt, doet er goed aan de barricades te bemannen om de bestorming van de VRT-toren door N-VA en haar acolieten te counteren. Vlaanderen heeft de VRT broodnodig, hoe onvolmaakt de openbare omroep ook is.

Bron: APACHE.be

Poetshulpen draaien op voor gezondheidsklachten die ze op hun werk oplopen: “Dat is onrechtvaardig”

Poetshulpen draaien op voor gezondheidsklachten die ze op hun werk oplopen: “Dat is onrechtvaardig”

Rugpijn, spier- en gewrichtspijn, nek- en schouderklachten: door zwaar fysiek werk krijgen huishoudhulpen vaak te maken met gezondheidsproblemen. Toch wordt een groot deel daarvan niet erkend als beroepsziekte, daarom voerden ze vandaag actie aan de arbeidsrechtbank in Brussel.

Voor de arbeidsrechtbank in Brussel organiseren ACV Voeding en Diensten samen met Geneeskunde voor het Volk een actie voor de erkenning van beroepsziekten bij huishoudhulpen. Groene hartjes met zinnen erop als “onze gezondheid is een recht, geen luxe” worden voor de rechtbank omhooggehouden. Net als in de sector beslaat de groep uit bijna enkel vrouwen. 

“Huishoudhulpen worden al heel laag betaald, wanneer hun gezondheidsklachten die door het werk worden veroorzaakt niet als beroepsziekten worden erkend, verliezen ze bij ziekte een groot deel van hun loon”, vertelt een woordvoerder van ACV Voeding en Diensten. Dat is precies waar deze mensen vandaag tegen strijden.

ACV heeft zeven dossiers ingediend bij de arbeidsrechtbank om een aantal beslissingen van Fedris, het federaal agentschap voor beroepsrisico’s, aan te vechten. In deze dossiers weigert Fedris om ernstige musculoskeletale aandoeningen (MSA) bij huishoudhulpen te erkennen als beroepsziekte. 

Gezondheidsproblemen dubbel zo hoog 

“Veel van ons hebben rug- of nekklachten, maar we werken door met ontstekingsremmers of andere medicijnen omdat we anders op 60 procent van ons loon moeten terugvallen”, vertelt Rosa, een huishoudhulp die aanwezig is op de actie. “En dat is heel weinig.”

Poetswerk wordt volgens Kris Vanautgaerden, nationaal secretaris van ACV Voeding en Diensten flink onderschat. “Mensen denken dat iedereen kan poetsen omdat ze het zelf ook doen, maar het grote verschil is dat ze het niet elke dag doen.”

De cijfers onderbouwen het harde werk van huishoudhulpen. Van de meer dan 140.000 huishoudhulpen heeft 68 procent last van rugpijn, 67 procent heeft spier- en gewrichtspijn en 62 procent heeft nek- en schouderklachten. 

Daardoor zijn dagelijks een op de vijf huishoudhulpen afwezig op het werk wegens ziekte. Voor de langdurig arbeidsongeschikten ligt het cijfer ook hoog: een op de tien is langdurig arbeidsongeschikt. Dat zijn cijfers die meer dan dubbel zo hoog liggen als in andere sectoren.

“Toch moeten we zelf opdraaien voor de kosten van onze klachten, die duidelijk verbonden zijn aan onze job,” zegt Rosa. “Naast dat ons loon naar 60 procent daalt, moeten we ook bijvoorbeeld de kosten van kine betalen. Dat vinden wij onrechtvaardig.”

Het probleem overstijgt individuele dossiers. Huishoudhulpen, bijna uitsluitend vrouwen, blijven ondervertegenwoordigd in de erkenningen van beroepsziekten, hoewel zij sterk oververtegenwoordigd zijn in de ziektecijfers.

Erken beroepslasten

Op 4 december 2024 werden 112 dossiers ingediend bij Fedris voor de erkenning van werkgerelateerde MSA-klachten (wegens schouder-, elleboog- of polstendinitis of het carpaal tunnelsyndroom). De meerderheid van deze dossiers werd geweigerd, ondanks duidelijke werkgerelateerde risicofactoren (repetitieve bewegingen, tillen, werken in ongemakkelijke houdingen).

Voor zeven dossiers die Fedris heeft geweigerd stapt de ACV nu dus naar de arbeidsrechtbank. Fedris erkent slechts uitzonderlijk aanvragen, maar wanneer weigeringen voor de arbeidsrechtbank worden betwist, krijgen ze volgens ACV vaak wel een goedkeuring.

Bron: DeWereldMorgen.be

Jaap Seidell: “Een sterke lobby ondermijnt het voedingsbeleid”

Jaap Seidell: “Een sterke lobby ondermijnt het voedingsbeleid”

In de loop van zijn bijna vijftigjarige carrière verschoof de blik van de Nederlandse voedingswetenschapper Jaap Seidell van “weegschaal naar wereldschaal”. In zijn “meest activistische boek” neemt hij de hebzucht van de voedselindustrie op de korrel, maar kijkt hij ook naar onze eigen voorgeprogrammeerde gulzigheid. “We moeten het systeem veranderen, van binnenuit en bottom-up.”

Wie vandaag een grote supermarkt binnenstapt, heeft al gauw keuze uit meer dan 30.000 voedingsmiddelen, schat de Nederlandse hoogleraar en voedingswetenschapper Jaap Seidell. “Dat geeft de illusie van een haast eindeloze vrijheid om te kiezen wat we eten en drinken”, schrijft hij in zijn nieuwe boek Grenzen aan de gulzigheid

In werkelijkheid worden we vaak onbewust gestuurd door marketing, prijsstelling en beschikbaarheid. Dat speelt zich niet alleen af in supermarkten, maar ook in buurtwinkels, tankstations, horeca of treinstations – op alle plaatsen waar we vaak komen. Onze voedselomgeving puilt uit van de sterk bewerkte, calorierijke en goedkope voedingsmiddelen.

Neem suikerhoudende frisdranken met zijn ‘lege’ calorieën waarvan we al lang weten dat ze ons dik maken. En toch. Onlangs bleek uit onderzoek van de Vrije Universiteit van Amsterdam, waaraan Seidell meewerkte, dat Nederlandse tieners frisdrank volkomen normaal vinden. De helft van de jongeren krijgt op die manier negentig klontjes suiker per week binnen. Daar vraagt het tienerlichaam niet zelf om. “Het is opgedrongen door de marketing dat jongeren een sloot suiker met prik willen drinken”, vertelde hij op de Nederlandse Radio 1. Als zulke drankjes alomtegenwoordig zijn en volop gepromoot worden, zullen kinderen ze altijd verkiezen boven water. Daar sta je dan als goedbedoelende ouder. 

In Grenzen aan de gulzigheid vertelt Seidell dat hij als expert weleens aanwezig was bij overleg van het International Life Sciences Institute (ILSI) in Brussel, een wetenschappelijk klinkende stichting waarvan hij pas later begreep dat ze werd opgericht door een topman van Coca-Cola met financiering van bedrijven als NestléPepsiCoKellogg’s en Monsanto. “Deze industrie heeft jarenlang geprobeerd de relatie tussen frisdrankenconsumptie en obesitas te bagatelliseren, te verdraaien en overheidsingrijpen te vertragen.” Hij vergelijkt haar tactieken, zoals de financiering van wetenschappelijk onderzoek, met die van de tabaksindustrie. 

Karamel-zeezout

In een andere analogie met big tobacco pleiten onderzoekers ervoor (begin februari nog in The Guardian) om ultrabewerkt voedsel eerder als sigaretten te behandelen. Zijn pakweg chips, koekjes en frisdrank even verslavend als tabak, willen we weten. “Dat is een ingewikkelde vraag om te beantwoorden”, vindt Seidell. “Neurowetenschappers zijn het er niet over eens. Nicotine is uitermate verslavend, maar het is één stof. Bij ultrabewerkt voedsel gaat het altijd om een combinatie. Niemand gaat een pak suiker oplepelen. Zulke producten zijn vakkundig gemaakt om lekker door te eten: luchtig of smeuïg van structuur, zoet en zout van smaak. Het is dus meer een eetverslaving dan een verslaving aan een bepaalde stof.”

Ooit was onze gulzigheid een evolutionair voordeel: mensen gingen zich volproppen of middelen inslaan voor de schaarste die kon komen. Vandaag doet dit overlevingsinstinct ons al gauw overconsumeren. “De industrie weet dat perfect en speelt daar handig op in. Niet alleen hebben bedrijven de beste technologen en smaakexperten in dienst, ze zijn ook verwikkeld in een bikkelharde concurrentie met elkaar voor de ideale balans tussen vet, zoet en zout. Karamel-zeezout is zo’n ‘winnende’ combinatie die je nu overal ziet opduiken in bereidingen. We zijn er als consument bijna weerloos tegen.” 

Impulsief eet- of vreetgedrag speelt vooral bij tieners en kinderen een rol. Toetjes, snacks, ontbijtgranen … – allemaal ongezond, allemaal zaken waar ze als eerste naar zullen grijpen. Dat heeft naast smaak en structuur ook te maken met de op hen gerichte, indringende marketing van zulke producten. Seidell pleit er al lang voor om zulke reclame aan banden te leggen, zonder al te veel succes. “Veel bedrijven verklaren nu dat ze niet aan kindermarketing doen, in de klassieke zin. Dat hoeft ook niet: kinderen kijken geen TV meer. Maar online, vooral op sociale media en via influencers, is er weinig controle en wordt het een steeds groter probleem.”

Gemaksvoedsel

Jaap Seidell groeide op in de jaren 60, “toen voedsel nog van de slager, de bakker en de kruidenier kwam”. Zijn grootouders hadden een boomgaard en moestuin, en de dagelijkse kost was aardappelen, groenten en vlees. Dat heeft hij in enkele decennia volledig zien veranderen, met de bekende toename van obesitas bij kinderen. Het is een complete mismatch gebleken van een minder actief bestaan en snel veranderende eetgewoonten: mensen koken minder, en kiezen vaker voor kant-en-klaar voedsel vanwege tijdgebrek.

“We willen steeds meer doen, beleven en bereiken in dezelfde hoeveelheid tijd, er is een soort existentiële gulzigheid ontstaan: die zadelt ons op met een voortdurende druk om tijdefficiënt te zijn. Een gevolg daarvan is een enorme behoefte aan gemaksvoedsel. We eten ook steeds vaker on the go en worden daarin ontzorgd door automaten en fastfoodaanbieders.

“Oorspronkelijk dacht ik dat mensen door simpelweg andere keuzes te maken hun toekomstige gezondheid zouden kunnen verbeteren”, schrijft Seidell. “Later begreep ik dat ik die keuzevrijheid en kracht van vrije wil schromelijk had overschat en dat wat en hoeveel we eten vooral wordt bepaald door een wisselwerking tussen de biologie en de omgeving.” Hij ging zich vooral richten op omgevingsfactoren, waaronder ook de sociaal-culturele achtergrond van mensen.

Voor sommigen is de keuzevrijheid nog meer begrensd. “We zien dat in sociaaleconomisch kwetsbare wijken het aanbod van ongezond voedsel vaak groter is en het aanbod van betaalbaar gezond voedsel kleiner, wat bijdraagt aan gezondheidsverschillen tussen bevolkingsgroepen. Uit de cijfers blijkt bovendien dat gezonde producten duurder worden in vergelijking met bijvoorbeeld ijs en snoep. De gezonde keuze maken wordt daarom steeds lastiger voor mensen die maar moeilijk rondkomen. Daarbij komt nog dat ongezondere producten veel vaker in aanbieding staan dan gezondere producten.”

Hoe houdt hij zelf maat in een voedselomgeving vol verlokkingen? Seidell koopt altijd biologisch in de supermarkt en eet weinig vlees. “Zo zal ik altijd zorgen dat er fruit en snackgroenten in de buurt liggen. Toegegeven, ik mijd plekken die impulsief gedrag belonen. Wanneer dat niet anders kan, bijvoorbeeld in het treinstation, neem ik altijd zelf iets mee. Je moet rekening houden met je eigen zwaktes.”

Moestuinieren op school

Natuurlijk zijn overgewicht en obesitas maatschappelijke problemen. In Nederland schat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de totale kosten voor de samenleving op 25 miljard euro per jaar. Dat doet de vraag rijzen: waarom grijpt de overheid niet harder in?

Ze vindt het ingewikkeld, vermoedt Seidell. “Het is een wicked problem waarin veel factoren meespelen over verschillende beleidsdomeinen. Iedereen is betrokken, maar niemand voelt zich verantwoordelijk. Een andere reden is natuurlijk het verdienmodel achter obesitas. Er is een sterke lobby van bedrijven die het beleid ondermijnt. De farmaceutische sector voert ook veel marketing en pr bij huisartsen.”

Bovendien is de overheid terughoudend omdat ze vaak beschuldigd wordt van betutteling. “Mensen willen vrije keuze op het vlak van voeding. Maar ze worden enorm gestuurd door de industrie, via marketing, voedselomgeving, gemak en andere verleidingstechnieken – alles wat ik hierboven beschreven heb. Het is dus omgekeerd: de industrie betuttelt ons.” In zijn boek merkt Seidell op dat een overheid die nalaat effectief gezondheidsbeschermingsbeleid te voeren, van verwaarlozing of nalatigheid beschuldigd kan worden.

Je zou er moedeloos van worden, maar hij blijft optimistisch. “Steeds meer mensen pikken het verhaal op, en snappen de verontwaardiging”, denkt Seidell. “De centrale overheid mag dan weinig aandacht hebben voor het probleem, je moet naar het lokale niveau kijken. Daar zijn heel wat hefbomen om zaken te veranderen. Mijn hoop is dat organisaties uit tal van sectoren bijeenkomen, ook met bedrijven, om het systeem van binnenuit te veranderen. We zien ook grotere coalities ontstaan van grassrootsbewegingen waarbij jongeren het voortouw nemen. Dat is de toekomst.”

Een van de meest spectaculaire bevindingen in zijn carrière was het onderzoek naar voedseleducatie. Amsterdam begon al in 1913 met zogenaamde schooltuinen. “Door het hele jaar door kinderen te laten moestuinieren, krijgen ze vanzelf meer waardering voor alles wat groeit en bloeit. Zij begrijpen het belang van het klimaat en een gezonde bodem voor ons voedsel als geen ander. Ze gaan ook andere dingen lekker vinden. Zo noemden kinderen uit sociaaleconomisch kwetsbare wijken na afloop eigen gekweekte tomaten hun lievelingseten. De voordelen gaan breder, bijvoorbeeld met het bevorderen van gezonde eetgewoontes, door samen te eten en daar meer tijd voor te nemen.”

“We moeten daarom ieder kind voedselonderwijs en moestuinen gunnen”, besluit Seidell. “Het is een deur naar een betere wereld.”

Bron: APACHE.be

Wat vieren we eigenlijk op 1 mei?

Wat vieren we eigenlijk op 1 mei?

1 mei is in ons land een feestdag. De meeste mensen hebben die dag verlof, maar waarom eigenlijk?

Acht uur werken, acht uur slapen en acht uur vrije tijd. Dat was het idee van de vakbonden in de Verenigde Staten die in 1884 een grootschalige campagne opzette voor een achturige werkdag.

Grootschalige campagne

Het was niet zomaar een ballonnetje dat de vakbonden oplieten. Er werd al veel langer over gesproken en nu wilden de vakbonden het ook echt realiseren. Ze gaven zichzelf twee jaar de tijd: op 1 mei 1886 moest en zou de achturige werkdag realiteit zijn. Uiteindelijk zou het tot na de Tweede Wereldoorlog duren tot ze hun slag volledig thuis haalden.

1 mei als datum werd niet voor niets gekozen. Die dag stond in de VS bekend als Moving Day, de dag waarop contracten werden opgemaakt, beëindigd of verlengd, en veel arbeiders verhuisden. Twee jaar lang werd er gemobiliseerd, en vanaf 1 mei 1886 werd in verschillende sectoren actie gevoerd. 340.000 arbeiders gingen in staking.

Repressie

Op 4 mei werd op Haymarket Square in Chicago een bijeenkomst gehouden. Toen de politie ter plaatse kwam ontplofte er een bom. Vervolgens opende de politie het vuur op de menigte. Meerdere mensen werden gedood en vele honderden raakten gewond.

Zonder te onderzoeken waar de bom vandaan kwam werden acht verdachten opgepakt en berecht zonder bewijs. Ze werden ter dood veroordeeld. Vier van hen werden opgehangen, één pleegde zelfmoord in zijn cel, en de drie anderen zagen hun straf omgezet in gevangenisstraf. Later komt naar boven dat de bom afkomstig was van een politieagent.

De repressie had een omgekeerd effect. Van de VS tot in Europa ontstaat een solidariteitsbeweging met ‘de martelaren van Chicago’. “Als er dan toch acht mensen van de wereld genomen moeten worden, dan zouden het de acht rechters van het hooggerechtshof moeten zijn”, zo verklaart de Ierse toneelschrijver George Bernard Shaw.

De beweging groeit

In 1888 besluit de American Federation of Labor om elk jaar op 1 mei te demonstreren, ter nagedachtenis aan de gebeurtenissen in Chicago en om de eisen van de werkende klasse naar voor te schuiven.

Niet veel later wordt dat ook overgenomen werd door de vergadering van de Socialistische Arbeiders-Internationale (“Tweede Internationale”), een internationale organisatie voor socialistische partijen en vakbonden, in Parijs: 1 mei werd er uitgeroepen tot de internationale dag van de arbeid.

De eerste 1 mei in Europa vond plaats in 1890. Tienduizenden arbeiders staakten en stapten op in marsen om een werkdag van 8 uur te eisen. In Parijs droegen de deelnemers een rode driehoek. Het was het symbool van hun eis voor een achturendag. Later ging diezelfde rode driehoek ook symbool staan voor het verzet tegen het fascisme.

Vandaag

Sindsdien is 1 mei de dag van de werkende klasse, van de vakbonden en van het socialisme. Tot op de dag van vandaag komt men die dag overal in de wereld op straat.

Dat doet men om te vieren we dat werkende mensen opgekomen zijn voor betaald verlof, de sociale zekerheid hebben opgebouwd en de samenleving meer menselijk hebben gemaakt.

Het is ook een dag waarop de arbeidersbeweging nieuwe eisen op tafel legt. Dit jaar zal het wellicht vooral gaan om rechtvaardige belastingen en een vermogensbelasting. 

Bron: DeWereldMorgen.be

AI neemt je baan niet af, je baas doet dat

AI neemt je baan niet af, je baas doet dat

Volgens econoom Grace Blakeley gebruiken bazen AI als excuus om de macht van werknemers te breken. Maar werknemers laten zich niet zonder strijd verslaan.

Toen technologie in de jaren 90 echt begon door te breken, werd ons verteld dat we getuige waren van de opkomst van een ander soort kapitalisme. Techbedrijven beweerden hoge lonen, extra voordelen op het werk en progressieve sociale waarden te bieden. Denk maar aan de beroemde slogan van Google: “Don’t be Evil”.

De laatste jaren is deze mythe ingestort. Tegenwoordig worden techbedrijven juist gezien als de slechteriken. Maar één onderdeel van de oude mythe blijft hardnekkig bestaan – het idee dat techbanen goede banen zijn. Zoals vakbondsleden bij United Tech and Allied Workers (UTAW, een vakbond in de VK, nvdr) hebben vastgesteld, kan dat niet verder van de waarheid verwijderd zijn.

Deze werkgevers – ondanks de pingpongtafels en slaapzones – blijven werkgevers. Ze ontslaan nog steeds mensen, ze verlagen nog steeds lonen en ze intimideren nog steeds werknemers.

De AI-bluf: “Het werkt niet”

Ik sprak met John, een organisator bij United Tech and Allied Workers, over de uitdagingen waarmee hun leden te maken hebben – en een van de grootste is de dreiging van baanverlies door AI. Maar het probleem is niet zo eenvoudig als het vaak wordt voorgesteld.

Techbedrijven, aangemoedigd door goedgelovige stemmen in de media, vertellen ons al jaren dat AI onze banen komt afpakken. Maar veel bedrijven hebben weinig voordeel gehaald uit het invoeren van hun zogenaamd baanbrekende AI-strategieën. Werkgevers beweren dat dat komt doordat werknemers het niet goed gebruiken. Werknemers – inclusief de meest technisch onderlegden – zeggen dat het komt doordat de technologie niet werkt.

“Je hebt niet-technisch management dat deze beslissingen neemt, gedreven door marketinghype en enorme budgetten, en de mensen die het werk daadwerkelijk doen zeggen: dit werkt niet,” vertelt John.

In de praktijk is AI een rechtvaardiging geworden voor herstructurering. Als een bedrijf slecht presteert en personeel moet schrappen, is AI een handig excuus voor managers om mensen te ontslaan zonder aan aandeelhouders toe te geven dat het slecht gaat met het bedrijf.

“AI is een uitstekend rookgordijn geweest voor allerlei zaken. Werkgevers nemen in feite een gok op waar ze mee weg kunnen komen en wat goed klinkt voor investeerders,” legt John uit.

Het idee dat AI ieders baan komt afpakken, wordt eindeloos herhaald door bedrijfseigenaars en politici, omdat dit narratief een uiterst nuttige rol speelt in een kapitalistische economie: het verzwakt de onderhandelingspositie van werknemers. Als werknemers bang zijn om hun baan aan AI te verliezen, zullen ze immers minder snel strijden voor beter loon of betere arbeidsomstandigheden.

“Zelfs als AI niet in staat is om ieders baan over te nemen, verzwakt het nog steeds de onderhandelingspositie. Bedrijven hebben het gevoel dat ze kunnen zeggen: ‘laten we inkrimpen, laten we zeggen dat het door AI komt,’” volgens John.

Maar de banen verdwijnen niet. Ze worden simpelweg overgedragen aan externe opdrachtnemers tegen lagere lonen en met minder voordelen. “Iedere keer weer als je me die voorbeelden laat zien,” zegt John, “kan ik je een outsourcer of aannemer laten zien die precies hetzelfde aantal mensen heeft aangenomen.”

Achter de hype

Nergens is dit duidelijker dan bij contentmoderatie – een van de meest brute en minst zichtbare vormen van arbeid in de digitale economie. United Tech and Allied Workers heeft jarenlang geprobeerd om contentmoderatoren in het Verenigd Koninkrijk te organiseren, terwijl zij herhaaldelijk te maken kregen met aanvallen op hun loon en arbeidsomstandigheden door de grote techbedrijven.

“Dit zijn mensen die kijken naar seksuele uitbuiting van kinderen en extreem geweld. Het is een krankzinnige sector. Een miljardenbedrijf verdient hier geld, maar weigert mensen fatsoenlijk te betalen.”

Deze bedrijven beweren dat ze lonen verlagen en banen schrappen omdat ze die kunnen vervangen door AI, maar volgens John klopt dat simpelweg niet: “Ze hebben die banen duidelijk niet door AI vervangen. Ze hebben ze gewoon verplaatst naar het buitenland zodat ze mensen een derde minder kunnen betalen dan wat ze in Londen betaalden.”

United Tech and Allied Workers ziet het als een deel van haar taak om claims te onderzoeken over banen die door AI zouden zijn vervangen. De vakbond vraagt vaak om bewijs dat banen echt geautomatiseerd zijn, in plaats van uitbesteed.

“Elke keer dat we om bewijs hebben gevraagd, ‘laat ons de AI zien die deze banen vervangt’, komt dat er niet. En de media onderzoekt het ook niet. Er is veel journalistiek die de hype rond AI klakkeloos overneemt,” vindt John.

We weten dat verhalen over het vervangen van banen door AI de onderhandelingspositie van werknemers verzwakken. Daarom is het logisch dat vakbonden deze claims aanvechten – en werknemers de kracht geven om ze in twijfel te trekken. “Vakbonden moeten degenen zijn die deze beweringen ter verantwoording roepen, ze onder de loep nemen, belachelijk maken en bewijs eisen,” zegt John.

Na de bubbel: wie betaalt?

Uiteindelijk denkt John dat AI een bubbel is die op barsten staat: “Er is die hele AI-bubbel. Je ziet durfkapitalisten lachen op het podium van het World Economic Forum over hoe het allemaal draait om geld ophalen. Banken die massaal instappen vóór beursintroducties omdat ze weten dat ze hun geld eruit kunnen halen voordat het instort.”

Werknemers binnen de sector zijn niet blind voor de hype rond AI. Ze zien dat de technologie niet zo goed werkt als bazen beweren, ook al wordt die door het management opgedrongen. En ze weten dat zij degenen zijn die de gevolgen zullen dragen wanneer het misgaat. “Als het fout loopt, zullen werknemers de prijs betalen – via ontslagen, slechtere arbeidsomstandigheden en uitbesteding,” vertelt John.

Deze werknemers weten dat ze zich nu moeten organiseren om zich voor te bereiden op de chaos die eraan komt – en daar komt United Tech and Allied Workers in beeld. “We zien dat steeds meer werknemers naar ons toe komen en zeggen: ‘een paar van ons zijn begonnen te praten over een vakbond, we willen helpen.’”

De vakbond is nog klein, maar heeft nu al een aanzienlijke impact. “We hebben loonsverhogingen van 20 tot 30 procent gerealiseerd,” vertelt John, “We hebben banen gered en weerstand geboden tegen verplicht terugkeren naar kantoor.”

Vaak is alleen al de dreiging van vakbondsvorming genoeg om het management naar werknemers te laten luisteren: “Zodra je met een vakbondsvertegenwoordiger opdaagt denkt het management: ‘oh shit, we moeten ons beter aan de regels houden.’”

“Miljoenen uitgeven aan advocaten stelt voor hen niets voor”

Het spreekt voor zich dat de grote techbedrijven de pogingen van United Tech and Allied Workers om techwerkers te organiseren niet zomaar accepteren. Ze geven enorme bedragen uit om de vakbond te dwarsbomen nog voordat die echt van de grond komt.

“Bij TikTok hadden we een meerderheid van leden, we stonden op het punt erkenning te winnen”, zegt John. “Dus een week vóór de officiële stemming kondigden ze aan dat bijna het volledige trust & safety-team in Londen zou worden ontslagen en dat de banen naar het buitenland werden verplaatst om de vakbond te omzeilen.”

UTAW is een grassroots vakbond van techwerkers die het opneemt tegen enkele van de grootste en machtigste bedrijven ter wereld. Deze bedrijven beschikken over bijna onbeperkte middelen – en gebruiken die om te proberen de opkomende arbeidersbeweging in de techsector te ondermijnen.

“We zijn geen gelijkwaardige partijen. Miljoenen uitgeven aan advocaten stelt voor hen niets voor. Dat kan werkplekdemocratie met een jaar vertragen,” legt John uit.

Als deze bedrijven zo rijk zijn, waarom gebruiken ze die middelen dan niet gewoon om werknemers fatsoenlijk te betalen? Omdat toegeven aan de eisen van de vakbond een precedent zou scheppen. Big Tech kan het zich niet veroorloven dat werknemers het gevoel krijgen dat ze kunnen winnen als ze zich organiseren. Vakbondsvorming bedreigt immers niet alleen de bedrijfswinsten – het ondermijnt ook de fundamentele machtsongelijkheid tussen kapitaal en arbeid waarop het kapitalisme draait.

De strijd om techwerkers te organiseren staat nog in de kinderschoenen. De vakbondsdichtheid is nog laag in verhouding tot de omvang van de beroepsbevolking. Veel werknemers weten niet eens dat ze zich kunnen aansluiten bij een vakbond zoals United Tech and Allied Workers – en dat is precies waarom hun werk zo belangrijk is.

De strijd aangaan met Big Tech

Organisatoren bij United Tech and Allied Workers weten dat het opbouwen van vakbondsdichtheid in de techsector tijd zal kosten. Maar ze zijn erin voor de lange termijn vertelt John: “Dit is een project van 20 jaar. Je schrijft niet alleen mensen in, je verandert hoe ze hun plaats in de economie begrijpen.”

De grote techbedrijven denken dat ze onaantastbaar zijn. Ze denken dat ze werknemers kunnen uitbuiten, de planeet kunnen beschadigen en technologieën kunnen verspreiden die enorme sociale schade veroorzaken – zonder gevolgen. Wie zou hen immers stoppen? Ze hebben regeringen naar hun hand gezet – en ze duwen hun technologieën in zoveel aspecten van ons leven dat het bijna onmogelijk is geworden om zonder te leven.

In die context vormen georganiseerde werknemers de enige echte bedreiging voor de hegemonie van Big Tech. Als zij zich op de werkvloer verzetten, kunnen ze aantonen dat deze bedrijven geen almachtige monolieten zijn die boven de echte economie zweven. Zoals alle bedrijven hebben ze arbeid nodig om te overleven. En arbeid kan zich verzetten.

Dit artikel is een overname van de Substack van Grace Blakeley.

Bron: DeWereldMorgen.be