“Met een vingerknip 4 miljard voor Defensie, mensen met handicap in de kou” – Lise Vandecasteele

“Met een vingerknip 4 miljard voor Defensie, mensen met handicap in de kou” – Lise Vandecasteele

Twintig jaar lang al staan 18.000 mensen op een wachtlijst voor een budget dat hun leven draaglijker zou maken. Lise Vandecasteele, Vlaams volksvertegenwoordiger voor PVDA, kent het dossier door en door. Haar oordeel is scherp: er gaat veel te veel geld naar oorlog en wapentuig, en veel te weinig naar mensen met een beperking.

Boosheid

Aanleiding voor het gesprek is een betoging op het Martelaarsplein, pal voor de zetel van de Vlaamse Regering, waar mensen met een handicap en hun organisaties hun ongenoegen lieten blijken over het beleid van minister Caroline Gennez. “Die organisaties noemen zichzelf Ongehoord, Niet Akkoord,” legt Vandecasteele uit. “Het zijn drie organisaties van mensen met een handicap, gesteund door meer dan twintig andere.” In december voerden ze al actie op dezelfde plek. Nu kwamen er drie keer zoveel mensen opdagen. “De boosheid neemt toe, dat is duidelijk.”

Net die boosheid roept vragen op. Minister Gennez van Vooruit had na een lange oppositiekuur juist beloofd om eindelijk werk te maken van de eindeloze wachtlijsten. Waarom dan toch protest?

“Ze vrezen dat de hervormingen die de minister plant, dreigen te mislukken,” zegt Vandecasteele. “Het probleem is dat die hervormingen niet vertrekken van de noden van mensen met een handicap, maar van een budgettaire logica. De vraag is niet langer wat iemand echt nodig heeft en hoe we de zorg daarrond organiseren, maar wat er mogelijk is binnen het beschikbare budget.”

Het oude systeem

De minister stelt dat het vorige systeem niet werkte. Dat verdient nuance, vindt Vandecasteele. “Het werkt niet omdat er onvoldoende budget wordt vrijgemaakt. Op zich werkt het systeem van persoonsvolgende financiering wel, op een aantal knelpunten na.”

Dat systeem geeft mensen, naargelang de zwaarte van hun zorgnood, een budget dat kan stijgen of dalen als hun situatie verandert. De grote kracht ervan zit in de vrijheid die het biedt. “Mensen kunnen dat budget zelf inzetten naar hun eigen noden,” zegt Vandecasteele. “De mama van baby Pia (het meisje werd in 2019 bekend in Vlaanderen toen haar ouders 1,9 miljoen euro inzamelden voor Zolgensma, een levensreddend medicijn tegen de dodelijke spierziekte SMA, red.) vertelde dat ze er een persoonlijk assistent mee kon betalen om haar dochter mee op schoolreis te laten gaan. Een vrouw die blind is, schakelt iemand in om boodschappen te doen of om te ontspannen. Mensen hadden zo veel zelfregie, en net daarover was er veel tevredenheid.”

Maar er was nooit budget voor iedereen. De gelukkigen waren tevreden, de rest bleef wachten. “De regering weigert om voldoende middelen vrij te maken om iedereen een budget te geven. En nu wil men met minder geld toch meer budget voorzien.”

Handicapspecifieke zorg

Vandecasteele wijst op de nieuwe regels die eraan komen. “Er komen veel meer beperkingen op wat mensen wel en niet met hun budget mogen doen. De minister zegt dat enkel de handicapspecifieke zorg nog betaald mag worden.”

In de praktijk komt dat neer op minder hulp. Wie het openbaar vervoer neemt, een poetshulp inhuurt of begeleiding nodig heeft voor een kind op school, kan daarvoor straks niet meer terecht bij dat budget.

“Dan heet het dat de verantwoordelijkheid bij het openbaar vervoer of het onderwijs ligt, en dat wij dat niet meer betalen. Iedereen is voor een zo inclusief mogelijke samenleving, maar dat is vandaag de realiteit niet. Mensen vrezen dat ze de hulp die ze nodig hebben niet meer mogen inschakelen, terwijl hun noden niet veranderd zijn. Daardoor vermindert de ondersteuning gewoon.”

Rechtstreeks toegankelijke hulp

Als alternatief verwijst de minister naar de rechtstreeks toegankelijke hulp, waar mensen ondersteuning kunnen inkopen. Dat klinkt als een oplossing, maar Vandecasteele plaatst er grote vraagtekens bij.

“Die rechtstreeks toegankelijke hulp bestaat vandaag al. Het zijn voorzieningen die verschillende vormen van ondersteuning aanbieden, waar mensen op kunnen intekenen als ze punten hebben. Wie daar vandaag niet genoeg aan heeft, vraagt een ondersteuningsbudget aan.” Het aanbod schiet in de praktijk tekort. “Het is niet aangepast aan de noden en het verschilt sterk van regio tot regio. Je moet eigenlijk het geluk hebben dat de hulp die je nodig hebt ook beschikbaar is waar je woont.”

En dan is er nog een ongemakkelijke waarheid: ook bij die rechtstreeks toegankelijke hulp zijn er wachtlijsten. Wachtlijsten die bovendien niet eens geregistreerd worden. “Wat wij vrezen, is dat een heel grote groep mensen naar die rechtstreeks toegankelijke hulp wordt doorgestuurd, terwijl daar vandaag geen capaciteit voor is.”

De cijfers van een hoorzitting in het najaar onderbouwen die vrees. “De vakbonden geven aan dat er een personeelstekort is. De voorzieningen zeggen dat er meer budget en extra personeel nodig zijn om een groter aanbod te bieden, en dat is er vandaag niet. Het is dus een belofte die niet waargemaakt kan worden: een hele groep van de wachtlijst zou naar rechtstreeks toegankelijke hulp kunnen, maar die is er gewoon niet.”

Het resultaat is een vicieuze cirkel. Je raakt niet van de ene wachtlijst af, en op de andere raak je evenmin, omdat er te veel mensen zijn.

Mensenrechten

De kritiek van de meerderheid op de oppositie is bekend: dit zou populisme zijn, en waar moet dat geld vandaan komen? Vandecasteele draait de redenering om en plaatst het debat op het niveau van de fundamentele rechten.

“Het gaat hier vooral over een mensenrecht. Mensen met een beperking zijn niet altijd in staat om zelfstandig een menswaardig leven te leiden en deel te nemen aan de samenleving. Dat zijn twee mensenrechten die de overheid zou moeten garanderen.” Wat ze vragen, is geen luxe. “Geen foliekes, geen extraatjes. Ze vragen gewoon om te kunnen leven en deel te nemen aan de samenleving. En dat draagt trouwens ook bij aan diezelfde samenleving: als mensen met een handicap meer kunnen werken en winkelen, zijn er terugverdieneffecten. Het is een positieve zaak.”

De kern van haar betoog: “De regering weigert al lang om voldoende budget vrij te maken om dat mensenrecht te garanderen. Maar dat is een politieke keuze. Een wachtlijst is geen natuurfenomeen.”

4 miljard voor Defensie

Hoeveel zou de volledige oplossing kosten? Vandecasteele verwijst naar de berekening van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). “Volgens hen is er ongeveer 1,4 miljard euro nodig om iedereen die dat nodig heeft een budget te geven. Dat is geen gigantisch bedrag, zeker niet als je ziet welke bedragen er aan Defensie worden uitgegeven.”

Daar wringt voor haar het schoentje. “Twintig jaar lang slaagt men er niet in om mensen met een handicap hun mensenrecht te garanderen. Maar voor Defensie maakt men met een vingerknip vier miljard euro vrij. Dat is een keuze die de regering maakt.”

De minister verdedigt zich met het argument dat er intussen al 3 tot 3,5 miljard geïnvesteerd is. Vandecasteele nuanceert: de recente extra investering bedraagt 470 miljoen euro, tegenover de 1,4 miljard die volgens het VAPH nodig is. “Men voorziet vandaag dus een derde van wat nodig is.”

Voor haar is de vergelijking met andere rechten verhelderend. “Als mensen op pensioen gaan, zegt men ook niet: sorry, het pensioen is op, je moet op de wachtlijst. Dit gaat over mensen die zich willen wassen, zich willen kleden, naar buiten willen, willen werken, willen deelnemen aan het leven. Dat zijn mensenrechten, en daarop zou niet bespaard mogen worden.”

Bron: VlaamsParlement.be

Groen licht voor de ‘centenindex’: wat is het en wat betekent dat voor jou?

Groen licht voor de ‘centenindex’: wat is het en wat betekent dat voor jou?

Het parlement heeft de centenindex van de regering-De Wever goedgekeurd. Hoe werkt die centenindex concreet? Wat is het effect op je loon, pensioen of uitkering? En hoeveel mensen worden getroffen?

Hoe werkt de centenindex?

Er komt geen indexsprong, maar wel een zogenoemde ‘centenindex’. Dat betekent dat de lonen nog wel meestijgen met de levensduurte, maar niet voor iedereen even hard. Er komt een plafond.

Dat plafond ligt op 4.000 euro voor het bruto maandloon en op 2.000 euro bruto voor halftijdse brutolonen en uitkeringen zoals pensioenen. Boven dat plafond komt er ook nog een indexering, maar pas na aftrek van 2 procentpunt.

Voor iemand met een brutoloon tot 4.000 euro verandert er dus niets. Maar stel nu dat je een brutoloon hebt van 5.000 euro. Dan krijg je tot 4.000 euro de volledige indexering. Alles daarboven wordt geïndexeerd na een aftrek van 2 procentpunt.

Concreet: is er een indexering van 2 procent, krijg je boven 4.000 euro niets. 80 euro dus. Is er een indexering van bijvoorbeeld 6 procent, dan krijg je 6 procent op 4.000 euro en 4 procent op 1.000 euro. 

Belangrijk om te weten, is dat deze maatregel maximaal 2 keer kan worden ingeroepen tijdens deze regeerperiode: een keer nu in 2026 en een keer in 2028.

De maatregel zal al snel te merken zijn in een aantal sectoren. Zo zullen arbeiders in de cementfabrieken en petroleumnijverheid, net als arbeiders, uitkeringstrekkers en bedienden in gas- en energiebedrijven, als eersten de impact van de centenindex voelen.

Toch zal er voor pakweg de helft van de sectoren pas in 2027 iets veranderen. Heel wat sectoren werken immers met een jaarlijkse indexering in januari. En de overheid zelf werkt voor de lonen van het overheidspersoneel en uitkeringen met een spilindex. Die zou naar verwachting in juni opnieuw worden overschreden. Zij zullen 3 maanden later, in september dus, de index voelen.

Hoe groot is de impact op je portefeuille?

Ongeveer de helft van alle mensen die werken, zal dit voelen. Het mediaanloon in België bedroeg in 2022 (het meest recente cijfer van statistiekbureau Statbel) 3.728 euro bruto per maand. Dat betekent dat de helft van de werknemers toen minder dan 3.728 euro bruto per maand verdiende, de helft verdiende meer. Het gemiddelde maandloon bedroeg 4.078 euro bruto in 2022. Belangrijk: het mediaanloon ligt intussen – door verschillende indexeringen – hoger dan in 2022. 

“Wie niet zo heel veel meer dan 4.000 euro verdient, zal die indexering in centen niet echt voelen. Het vaste bedrag zal dicht bij het bedrag liggen dat ze normaal zouden hebben gekregen”, zegt professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent). “Maar wie aan de lonen raakt, raakt natuurlijk ook de mensen.”

Pensioenen

“Als het gaat om de pensioenen, zullen vooral vastbenoemde ambtenaren deze maatregel voelen. In de privésector ligt het gemiddelde pensioen nog steeds onder de 2.000 euro bruto. De pensioenen van vastbenoemde ambtenaren liggen een stuk hoger, gemiddeld boven de 3.000 euro.”

Weinig impact op promoties

Volgens professor Baert zal de centenindex werknemers niet beletten om promotie te willen maken. “Er is nu al een zogenoemde promotieval in België, waardoor sommige mensen netto maar weinig overhouden van een loonsopslag van het brutoloon. Die is er nu vooral omdat de federale werkbonus en Vlaamse jobbonus wegvallen boven de 3.000 euro bruto, en je in hogere belastingschijven terechtkomt. Van het extra brutoloon van je baas blijft netto dan weinig over.”

“Wat besloten is, heeft daar niet zo heel veel mee te maken. Dat gaat immers om de automatische indexering van je huidige loon. Al kan het natuurlijk zo zijn dat bepaalde goedbetaalde jobs net iets minder aantrekkelijk zullen worden, omdat ze de komende jaren iets minder zullen toenemen qua brutoloon.”

Wat vinden de vakbonden en werkgevers?

De vakbonden gingen vanaf dag 1 niet akkoord met het idee van een centenindex. “Meer dan de helft van de werknemers zal door de indexhervorming 2 keer moeten inleveren”, zei Ann Vermorgen van het ACV. “Daarnaast wordt gas ook duurder, en het remgeld. Dus er wordt onevenwichtig in de richting van de werknemers gekeken.”

Het ABVV sloot zich daarbij aan: “Het begrotingsakkoord legt de rekening bij wie werkt en ziek is, terwijl grote vermogens zich er opnieuw makkelijk van afmaken.” De socialistische vakbond klaagde aan dat er voor het eerst aan het mechanisme van de automatische loonindexering wordt geraakt. “Zo zet de regering de deur op een kier voor verdere afbouw. De index is voor ons echt een rode lijn.”

De liberale vakbond ACLVB noemde de centenindex “onaanvaardbaar en ongezien”. “Dat de niet-indexering voor de helft terechtkomt in de zakken van ondernemingen, zogezegd om de competitiviteit te versterken, versterkt het gevoel dat werknemers opnieuw de rekening betalen.”

Bron: VRT.nws

“Het was een drama, maar we hadden geen andere keuze”: luchtverkeersleiders Skeyes reageren op hun staking die luchthavens lamlegde 

“Het was een drama, maar we hadden geen andere keuze”: luchtverkeersleiders Skeyes reageren op hun staking die luchthavens lamlegde 

“Ik zou als passagier ook ambetant zijn, maar geloof mij: we hadden geen andere keuze.” Zo klinkt het bij 3 luchtverkeersleiders van Skeyes na de staking van dinsdag. Ze wijzen daarbij op een onvrede die al jaren borrelt binnen het bedrijf. “Alles wat we hebben geprobeerd, werd genegeerd”, klinkt het. “En als de directie de komende weken opnieuw niet luistert, zijn verdere acties niet uitgesloten.”

Honderden geannuleerde vluchten, duizenden gestrande reizigers, urenlange chaos op meerdere luchthavens in België en een geraamde economische schade van 10 miljoen euro: de onverwachte staking bij luchtverkeersleider Skeyes legde het luchtruim dinsdag vrijwel volledig stil.

Voor de reizigers was de impact meteen voelbaar. “Tuurlijk raakt dat je”, zegt luchtverkeersleider Tom*. “Je kent altijd mensen die getroffen zijn. Maar het was nooit de bedoeling om passagiers te gijzelen. Integendeel: we wilden net zo min mogelijk hinder veroorzaken.”

Verschillende aanleidingen

Wat drijft hen er dan toe om toch zo grootschalig het land lam te leggen? Er is niet één enkele reden, klinkt het. “De acute aanleiding was de komst van een digitaal controlecentrum in Namen”, zegt luchtverkeersleider Nicolas*.

Dat centrum wordt volgend jaar operationeel en zal op afstand het opstijgende en landende verkeer en alle grondbewegingen op de luchthavens van Charleroi en Luik aansturen. Later wordt het systeem ook uitgerold naar luchthavens in Vlaanderen.

Op zich is niemand tegen dat centrum, benadrukt luchtverkeersleider Bart*. Volgens de directie van Skeyes gaat het om een belangrijke technologische stap vooruit. Maar het is onder andere het praktische en financiële compensatieplan dat niet bij iedereen in goede aarde viel. Zo zullen luchtverkeersleiders uit Charleroi en Luik voortaan naar Namen moeten pendelen.

Nog belangrijker is de bezorgdheid over de veiligheid van het nieuwe systeem, zeggen de 3 luchtverkeersleiders. Het draait volgens hen vooral om zicht en inschatting.

Veiligheid onder druk

“In een klassieke toren kijk je met één oogopslag 360 graden rond en zie je meteen hoe vliegtuigen zich tot elkaar verhouden”, legt Bart uit. “Je ogen liegen niet. In een digitale toren werk je daarentegen met schermen die maar een deel van dat zicht weergeven en het beeld licht vervormen. Daardoor wordt het moeilijker om afstanden en conflicten snel en precies in te schatten. Het is niet onmogelijk, maar je moet automatisch meer marge inbouwen.”

“Echte ongelukken verwacht ik niet, want we blijven professioneel werken en hebben altijd nog de radar. De kans dat toestellen elkaar dichter naderen dan veilig is, wordt wel groter. Terwijl veiligheid altijd voorop zou moeten staan.”

Daarbovenop heerst bij het personeel van Skeyes grote frustratie over de manier waarop het hele proces is verlopen. Maandag werd een voorakkoord gesloten tussen de directie en 1 vertegenwoordiger van de christelijke vakbond ACV, maar de achterban kreeg die tekst nooit te zien.

“Dat gebrek aan inspraak heeft de onrust alleen maar aangewakkerd”, zegt Tom. “Het akkoord werd niet gedragen door het personeel, en toch wilden ze het doorduwen.”

Onvrede broeit al jaren

Nu, als dat nieuwe controlecentrum voorlopig enkel werknemers in Charleroi en Luik treft, waarom staakten dan ook de werknemers in Brussel en Vlaanderen mee? Volgens de 3 luchtverkeersleiders is dat eenvoudig: omdat het probleem veel groter is dan Namen alleen. 

Die onvrede borrelt al jaren, zeggen ze. Volgens hen sleept een reeks dossiers al jaren aan zonder dat er vooruitgang wordt geboekt. “Er is een compleet gebrek aan sociale dialoog”, zegt Nicolas. “Wij noemen het een sociale monoloog.”

Dat gevoel werd nog versterkt door het voorakkoord van maandag. Van de 17 pagina’s draaiden er 14 rond de digitale toren in Namen. “Er resteerden dan 3 pagina’s over alle andere dossiers waar wij al jaren op wachten”, zegt Nicolas.

“Zo kaarten we al lang werkschema’s aan waarbij niet genoeg echte rustdagen worden ingepland. Dat weegt op ons sociaal leven, maar door oververmoeidheid kunnen we ook minder alert worden. Wat bij onze job onverantwoord is.”

Volgens hem ligt een groot deel van het probleem bij de huidige CEO. “Hij heeft geen enkele behoefte aan een breed gedragen akkoord”, zegt hij. “Hij zoekt gewoon die ene stem die hij nodig heeft, zelfs als de rest van het personeel daar totaal niet achter staat. Als wij problemen aankaarten, glijdt dat gewoon van hem af.”

Ook Tom ziet dezelfde patronen terugkeren. Volgens hem gaat het al lang niet meer om 1 dossier, maar om een cultuur die het personeel murw maakt. “Akkoorden worden maar half uitgevoerd of we moeten twee jaar later opnieuw gaan bedelen voor iets dat al beslist was. Dat is heel frustrerend. Op een bepaald moment kookt dat gewoon over.”

Volgens hem hanteert de directie bovendien een strategie van “verdeel en heers”, waarbij verschillende werknemers andere uurroosters, vergoedingen of voordelen krijgen.

Volgens de 3 luchtverkeersleiders stoorde 1 element hen dan ook in de berichtgeving van de voorbije dagen: de focus op hun loon. “Er werd precies gedaan alsof dit om geld ging”, zegt Bart. “Dat is nooit het probleem geweest. Ja, we verdienen goed. Dat betekent toch niet dat je geen problemen meer mag aankaarten? Alsof een degelijk loon je het recht afpakt om te zeggen dat iets niet veilig is of dat een organisatie fout loopt.”

Begrip voor boosheid

Veel onvrede dus. Feit blijft dat de gevolgen van de actie aanzienlijk waren. Wanneer de mannen daarop worden aangesproken, benadrukken ze dat de actie initieel helemaal niet bedoeld was om het land plat te leggen, maar enkel om een signaal te geven aan de directie. “De eerste actie was daarom in de nacht van maandag op dinsdag begonnen in Luik en Charleroi”, zegt Nicolas. “Op een moment dat de hinder minimaal zou zijn.”

“De directie had er geen oren naar en trad uiteindelijk zelfs intimiderend op. Dan pas is de escalatie begonnen en volgden de andere luchthavens, met de gevolgen van dien. Het was trouwens niet alleen een actie van de luchtverkeersleiders, maar ook van de meteorologen en de technici. De ontevredenheid wordt breedgedragen.”

De 3 reageren begripvol op de boosheid die er was en nog steeds is. “Passagiers zijn er de dupe van”, zegt Bart. “Wij hebben het luchtverkeer afgesloten. Natuurlijk komt daar kritiek op. Dat was een drama. Wij vinden dat ook niet leuk om te doen. Dat gaat eigenlijk helemaal in tegen wie wij zijn. Er is niemand die daarvoor staat te springen.”

“Ik zou als passagier ook ambetant zijn”, zegt ook Nicolas. “Ik snap dat volledig. Maar geloof mij, we hebben alles geprobeerd. We hebben zelfs alle ministers die zijn gepasseerd al eens gecontacteerd om de problemen aan te kaarten”, zucht hij. “Alles wat we hebben voorspeld, is helaas ook uitgekomen.” 

Vorige maand nog hebben 190 luchtverkeersleiders trouwens een brief gestuurd aan minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke (Les Engagés), maar ze hebben geen antwoord gekregen.

Wat nu?

Dinsdagavond bereikten directie en vakbonden uiteindelijk een akkoord om opnieuw rond de tafel te gaan. Dat leidt voorlopig tot wat rust op de werkvloer en in de lucht, maar de spanningen zijn daarmee allesbehalve verdwenen.

“Het bedaart de gemoederen even, ja”, zegt Nicolas. “Volgens hem staat of valt alles met de manier waarop de directie de komende weken naar het personeel luistert. “Het vertrouwen is laag. Dat moet eerst hersteld worden.”

Bart sluit zich daarbij aan. “We willen werken, hé. Dat is altijd zo geweest. Ik zie de komende weken dan ook geen acties ontaarden, maar dan moet er wel ook iets veranderen. Dat is gewoon de realiteit.”

Ook Tom ziet het akkoord vooral als een adempauze, geen oplossing. “Het is goed dat er weer gepraat wordt”, zegt hij. “Iedereen weet dat praten alleen niet genoeg is. Als niets verandert, dan kan niemand uitsluiten dat er opnieuw acties komen. Dat is niet wat we willen, maar je kunt mensen niet blijven negeren.”

Toch hopen ze dat het zover niet hoeft te komen. “We willen gewoon dat er geluisterd wordt”, besluit Nicolas. “Meer is dat eigenlijk niet.”

Bron: VRT.nws

Help, ik ben slachtoffer van phishing! Wat moet ik nu doen?

Help, ik ben slachtoffer van phishing! Wat moet ik nu doen?

Als je slachtoffer van phishing bent, is het essentieel dat je zo snel mogelijk contact opneemt met de fraudedienst van jouw bank. Het is ook belangrijk dat je aangifte doet bij de politie, zodat oplichters opgespoord en vervolgd kunnen worden. Ontdek hier een stappenplan van wat je als slachtoffer moet doen én hoe je kan proberen jouw bank alles te laten terugbetalen wanneer die dat onterecht weigert.

Banken moeten slachtoffers van phishing altijd meteen voorlopig terugbetalen, tenzij ze die betaling zelf hebben uitgevoerd of toegestaan. Dat heeft de kortgedingrechter in Antwerpen eerder deze week bevestigd in zijn uitspraak.

Alleen als een bank daarna kan bewijzen dat je als klant zelf grof nalatig bent geweest, mogen ze dat geld terugvragen. Intussen moeten ze dus wel eerst betalen, maar in de praktijk gebeurt dat zelden.

Wat moet je doen als je slachtoffer wordt van phishing? En hoe kan je je bank zover krijgen om toch terug te betalen? Hieronder vind je een stappenplan.

1. Contacteer je bank zo snel mogelijk 

Het is erg belangrijk dat je je bank zo snel mogelijk contacteert wanneer je het slachtoffer bent geworden of dreigt te worden van oplichters. Snel reageren is essentieel en soms kunnen banken er nog in slagen om bepaalde betalingen tegen te houden. Elke bank heeft verplicht een eigen phishing-telefoonnummer waarop ze 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 telefonisch bereikbaar moeten zijn.

Het is ook belangrijk dat je je bank zo snel mogelijk op de hoogte stelt zodat zij jouw bankapp of toegang tot jouw rekeningen kunnen blokkeren. Ook Card Stop kan je meteen helpen bij het blokkeren van jouw bankkaarten. Deze dienst kan je bereiken op 078 170 170. De bank moet ook een dossier opstellen over de phishing en proberen te achterhalen wat er is gebeurd.

Stel dat er na de melding aan de bank toch nog geld van je rekening verdwijnt, dan zal de bank die bedragen integraal moeten vergoeden. Daarbij speelt het dan geen rol meer of je grof nalatig bent geweest of niet.

Ben je toch grof nalatig geweest, maar verdwijnt er nog geld van je rekening nadat je hebt gemeld aan de bank dat je bent opgelicht: dan moet de bank dat bedrag toch aan je terugbetalen. Let op: wel enkel op voorwaarde dat het om een niet-toegestane betaling gaat. Time is dus soms letterlijk money.

2. Doe aangifte bij de politie

Het is belangrijk dat je altijd aangifte gaat doen bij de politie  wanneer je bent opgelicht. Voor veel mensen is dat helaas een mentale drempel. Daardoor bestaat zoiets als een “dark number”. Dat betekent dat het aantal geregistreerde klachten wellicht een grove onderschatting is van het echte aantal mensen dat slachtoffer wordt van phishing.

Wanneer je klacht neerlegt bij de politie, wordt allereerst een proces-verbaal opgesteld door de agent die jou verder helpt. Daarin kan je je hele verhaal doen en kan je best meteen alle nuttige info delen die de politie kan helpen. Zoals screenshots, e-mails, gegevens, rekeningnummers etc.

Je klacht wordt daarna naar het parket verstuurd. Het is dan aan de procureur om te beslissen of er opsporingsonderzoek komt of niet. Jammer genoeg worden dossiers vaak geseponeerd. Dat wil zeggen dat het gerecht verder niets met je klacht zal doen.

Soms omdat er te weinig bewijsmateriaal is of omdat de daders ongrijpbaar zijn geworden omdat ze in het verre buitenland zitten. Misschien wel de pijnlijkste boodschap die je als slachtoffer kunt krijgen, is dat je dossier geseponeerd wordt omdat het bedrag dat werd gestolen te laag is om er verder iets mee te doen.

Er bestaat nog een andere manier om een gerechtelijk onderzoek af te dwingen. Als je bij de onderzoeksrechter een klacht indient met burgerlijkepartijstelling, dan is die verplicht om een onderzoek te voeren.

Helaas moet je als particulier wel een borgsom voor de gerechtskosten betalen. Dat kan een drempel zijn voor veel mensen. Die bedraagt 500 euro, maar kan je bij een veroordeling in jouw voordeel wel achteraf recupereren. Je hebt trouwens geen advocaat nodig (en maakt dus geen kosten bij een advocaat) wanneer je een klacht indient bij de onderzoeksrechter.

3. Dien klacht in bij Ombudsfin

Ombudsfin  is de ombudsman voor financiële diensten in ons land. Bij deze dienst kan je om te beginnen terecht voor gratis advies en hulp wanneer je slachtoffer wordt van phishing. 

Een andere belangrijke taak van de ombudsdienst is bemiddelen tussen banken en klanten wanneer ze onderling niet tot een oplossing komen voor een geschil. Het gebeurt vaak dat banken een onderzoek openen naar de phishing en dat je daar dan maandenlang niets over hoort. Of dat de bank je laat weten dat zij oordelen dat je grof nalatig bent geweest (soms zonder al te veel argumenten, laat staan bewijzen) en dat daarmee de kous af is. Als jouw bank onterecht weigert om jou het gestolen bedrag terug te betalen, dan kan je aan de ombudsman vragen om te bemiddelen.

Het oordeel van de ombudsdienst is niet bindend en ze kan niemand verplichten om mee te werken. In gemiddeld de helft van de bemiddeling slaagt Ombudsfin erin om tot een onderling akkoord te komen. Weet ook dat rechters vaak veel waarde hechten aan de inschatting van de ombudsman. Oordeelt die dat je wel degelijk recht hebt op een terugbetaling van de bank, dan bestaat de kans dat een rechter hem daar later in zal volgen.

4. Stel de bank in gebreke

Als je erover nadenkt om naar de rechter te stappen, dan kan je ervoor kiezen om de bank eerst nog eens de mogelijkheid te geven om je toch te betalen voor het zover moet komen.

Dan kan je ervoor kiezen om de bank in gebreke te stellen. Een ingebrekestelling is een juridische manier om bijvoorbeeld een bedrijf te laten weten dat het jou nog iets verschuldigd is. In dit geval de terugbetaling van jouw gestolen geld.

Soms kan dat voldoende zijn om toch tot een akkoord te komen, buiten de rechtbank om. Je hebt daar ook geen advocaat voor nodig, een ingebrekestelling kan je gewoon zelf versturen.

Er bestaat geen vaste manier waarop je iemand in gebreke moet stellen. Je mag dus helemaal zelf kiezen hoe je dat precies doet, maar je kiest best altijd voor een schriftelijke manier. Alleen zo kan je achteraf bewijzen dat de ingebrekestelling effectief is verstuurd en aangekomen. Een aangetekende zending (met ontvangstbewijs) is daarom de meest veilige optie.

Zodra je de bank een ingebrekestelling hebt gestuurd, beginnen ook intresten te lopen. Dat betekent dat er elke dag dat de bank niet betaalt extra geld bijkomt.

5. Vraag de vrederechter om hulp

Je kan aan de lokale vrederechter vragen om een verzoeningspoging te doen. Dat is geen echte rechtszaak, maar is in grote lijnen vergelijkbaar met een bemiddeling door een ombudsdienst. Je zou dus kunnen vragen aan de vrederechter om te bemiddelen tussen jou en de bank. Opgelet: dat kan enkel voor bedragen tot 5.000 euro.

De verzoening is gratis, maar blijft wel vrijwillig, dus de rechter kan de bank niet verplichten om mee te werken en zelfs niet eens om op te dagen. Als het tot een akkoord komt tussen jou en de bank, na bemiddeling van een vrederechter, dan is dat akkoord wel bindend, net zoals een vonnis. 

Je kan een verzoening aanvragen door een eenvoudige brief te sturen naar het vredegerecht van jouw kanton. Vermeld daarin al jouw gegevens en die van je bank. Schrijf ook een samenvatting van het probleem en geef duidelijk aan welke concrete oplossing je graag wilt bekomen. Je kan ook langsgaan bij de griffie in het vredegerecht en daar mondeling een verzoening aanvragen.

6. Wanneer loont het de moeite om naar de rechtbank te stappen?

Een rechtszaak is soms de laatste strohalm voor een slachtoffer. Zeker als het om veel geld gaat. Niemand daagt zijn eigen bank graag voor de rechter en een rechtszaak kost je naast veel tijd en stress ook altijd geld, door gerechtskosten en de factuur van je advocaat. Zelfs al win je op het einde van de rit. Dan moet je koudweg de afweging maken: wanneer is het financieel gezien de moeite om de bank voor de rechter te dagen?

Uit navraag bij advocaten moet je al gauw op een paar duizend euro rekenen. De grootste kostenpost is het uurloon van je advocaat, maar je betaalt daarnaast nog extra kosten zoals bijvoorbeeld voor de dagvaarding. Als het gestolen bedrag lager ligt dan een paar duizend euro zal het dus vaak financieel niet zinvol zijn om naar de rechter te stappen. Tenzij je een rechtsbijstandsverzekering hebt die jouw gerechtskosten als slachtoffer van phishing dekt natuurlijk.

Bron: VRT.nws

Supermarktinflatie daalde in mei naar laagste peil sinds 2021

Supermarktinflatie daalde in mei naar laagste peil sinds 2021

De inflatie in de supermarkt is in mei gedaald naar 0,27 procent. Dat meldt consumentenorganisatie Testaankoop op basis van haar maandelijkse inflatiecijfers. Het inflatiecijfer duikt zo voor het eerst sinds december 2021 onder de 1 procent. “Dit is goed nieuws voor gezinnen”, zegt Laura Clays, woordvoerder van Testaankoop, “al vrezen we dat het lage inflatiecijfer van korte duur zal zijn.”

Hoewel de prijzen de afgelopen maanden volop zijn gestegen door de oorlog in het Midden-Oosten, is ons inflatiecijfer in de supermarkten opnieuw wat gedaald. 

Volgens consumentenorganisatie Testaankoop bedroeg de inflatie in mei 2026 slechts 0,27 procent. Dat wil zeggen dat jouw boodschappen 0,27 procent duurder waren dan een jaar geleden. Het betekent niet dat de prijzen dalen, wel dat ze minder snel stijgen. 

“Het inflatiecijfer ligt echt zeer laag”, zegt Laura Clays, woordvoerder van Testaankoop, in een reportage van De Markt. “Voor het eerst sinds december 2021, toen de prijzen sterk zijn beginnen te stijgen, ligt het inflatiecijfer weer onder de 1 procent.” 

Hoe berekent Testaankoop het inflatiecijfer?

Sinds eind 2021 vergelijkt consumentenorganisatie Testaankoop elke maand een verzameling van bijna 3.000 verschillende producten bij 6 winkelketens: Colruyt, Albert Heijn, Delhaize, Lidl, Aldi en Carrefour. 

Op basis van de prijsevolutie van die producten berekent Testaankoop het inflatiecijfer, dat weergeeft hoeveel de prijzen zijn gestegen.

Duur vlees, goedkope aardappelen

Het product dat het sterkste in prijs is gestegen, blijft vlees. Voor een biefstuk betaal je nu 8 procent meer dan een jaar geleden, voor lamsvlees is dat zelfs 18 procent. Ook americain natuur is een sterke stijger met 7 procent. 

En koffieliefhebbers zullen al eens hebben gevloekt in de supermarkt. Zowel koffiepads als gemalen koffie zijn een stuk duurder geworden, met respectievelijk 11 en 7 procent. 

Ook kabeljauw en blauwe bessen (+10 procent), chocolade (+5 procent) en bier (+4 procent) blijven duurder worden. 

Groenten zijn dan weer een stuk goedkoper geworden. Over het algemeen is hun kostprijs dankzij goede oogsten met 5 procent gedaald. Wortelen zijn zelfs 10 procent goedkoper, ijsbergsla 6 procent. Ook voor uien betaal je 3 procent minder. 

Al zijn vooral aardappelen een heel stuk goedkoper geworden. Een kilo kost gemiddeld opnieuw minder dan 2 euro. 

“Veel mensen zijn blij met die prijsdaling, maar als je de prijs van een kilo aardappelen vergelijkt met die van januari 2022, dan zie je dat een kilo aardappelen liefst 37 procent duurder is geworden”, legt Clays uit. 

Twee oorlogen als boosdoener

Reden voor die enorme prijsstijging sinds eind 2021 is de oorlog in Oekraïne. “De energieprijzen zijn toen enorm gestegen en ook transport is toen veel duurder geworden. Heel wat oogsten uit Oekraïne, zoals tarwe en granen, zijn ook niet kunnen doorkomen naar Europa en de rest van de wereld.” 

Daardoor zijn eerst heel wat basisproducten duurder geworden, waarna de bewerkte producten ook in prijs gestegen zijn, stelt Clays. 

Voor de daling nu ziet Clays niet meteen een duidelijke aanleiding. “De prijzen waren de afgelopen jaren gewoon al erg duur. Nu zien we dat die prijsstijgingen en dus ook het inflatiecijfer eindelijk wat aan het plafonneren zijn, we bereiken een plateau”, legt ze uit. “Dat is goed nieuws voor gezinnen.”

Bron: VRT.nws