Bijna vierhonderd extreem rijke mensen uit meer dan twintig landen vragen zelf in een open brief aan de wereldleiders om anders belast te worden dan nu het geval is. Intussen blijkt ook dat twee derde van de miljonairs zich zorgen maken over de invloed van de superrijken op het presidentschap van Donald Trump.
De 370 ondertekenaars van de brief vragen aan de elite die deze week verzamelt in Davos voor het jaarlijkse World Economic Forum, om de superrijken eerlijk te belasten. Bij de ondertekenaars zijn onder meer Abigail Disney, Marlene Engelhorn, Brian Eno, Richard Curtis en ook de de Belgische multimiljonair Bruno Fierens.
De brief heeft als titel We Must Draw The Line en dringt er bij de gekozen leiders op aan om de agressieve invloed van extreme rijkdom op de samenleving aan te pakken.
Ze schrijven in de brief dat het speciale privilege van extreme rijkdom niet kan doorgaan. ‘We moeten de grens trekken’, leest de brief, gericht aan regeringsleiders. ‘Dit hoeft niet moeilijk te zijn. Er is een eenvoudige oplossing die snel geleverd kan worden. Jullie moeten ons, de superrijken, belasten.’
Eerlijke belastingen voor iedereen
Een nieuwe opiniepeiling onder 2902 miljonairs uit G20-landen onthult daarnaast ook dat 63% van hen denkt dat de invloed van de superrijken op het presidentschap van Trump een bedreiging vormt voor de stabiliteit in de wereld, de controle over de (sociale) media, het rechtssysteem en de politieke integriteit.
‘De geschiedenis leert ons dat extreme ongelijkheid in rijkdom desastreuze gevolgen heeft voor iedereen, inclusief de rijken’, reageert Bruno Fierens die mee de open brief heeft ondertekend. ‘Als rijk persoon zie ik heel duidelijk dat het systeem waarin we leven vooral in het voordeel is van degenen die al het meeste hebben. Die dynamiek moet veranderen en in België, net als in veel andere landen, moeten onze beleidsmakers stoppen met weigeren het probleem te zien. In ons aller belang moeten we dit frontaal aanpakken en eerlijkere belastingmodellen invoeren.’
Controle van de media
Uit de enquête blijkt verder dat twee derde denkt dat de superrijken zich ongepast hebben gemengd in de Amerikaanse verkiezingen. Meer dan 70% van de miljonairs is het ermee eens dat de superrijken de publieke opinie onevenredig beïnvloeden door de media en sociale media te controleren en zich een toegang te kopen tot beleidsmakers.
‘Het is gemakkelijk om de verkiezing van een figuur als Donald Trump als een aberratie te zien, maar dat is niet het geval. Donald Trump is – samen met zijn zogenaamde “eerste maatje” Elon Musk – de laatste en onvermijdelijke conclusie van decennia van passiviteit van de kant van wereldleiders om extreme ongelijkheid tegen te gaan’, zegt Abigail Disney, een van de 370 ondertekenaars. ‘Om de stabiliteit van onze democratieën te waarborgen, hoeven we alleen maar de politieke wil te vinden om voor eens en voor altijd belasting te heffen op rijke mensen zoals ik’, aldus Disney.
De enquête werd uitgevoerd door Survation in opdracht van Patriotic Millionaires International, in samenwerking met Oxfam en Millionaires for Humanity.
Oxfam publiceerde maandag nog maar het jaarlijkse ongelijkheidsrapport Takers Not Makers, waarin de organisatie aantoont hoe de rijkdom van miljairdairs drie keer sneller steeg in 2024.
Neen zover is het nog niet, meestal bedoelt men dat de economische groei zeer zwak of zelfs negatief is. Dat heeft niet één oorzaak, maar een combinatie van factoren.
De belangrijkste zijn:
Zwakke internationale vraag België is een zeer open economie: ongeveer 80% van het bbp hangt direct of indirect samen met internationale handel. Wanneer de economie in Duitsland, Frankrijk of Nederland vertraagt, exporteren Belgische bedrijven minder.
Hoge loonkosten Door de automatische loonindexering zijn de lonen de voorbije jaren sterk gestegen. Dat beschermt de koopkracht van werknemers, maar verhoogt ook de kosten voor bedrijven. Sommige ondernemingen stellen daarom investeringen of aanwervingen uit.
Hoge energieprijzen Hoewel de energieprijzen lager liggen dan tijdens de energiecrisis van 2022, betalen veel energie-intensieve bedrijven nog steeds meer dan concurrenten buiten Europa. Dat drukt de winstgevendheid.
Terughoudende investeringen Door hogere rentevoeten is lenen duurder geworden. Zowel gezinnen als bedrijven investeren daardoor minder in woningen, machines en uitbreidingen.
Vertraging van de industrie Vooral de chemische sector, staal, metaal en andere industriële activiteiten hebben het moeilijk. België heeft relatief veel industrie, waardoor dit een duidelijke impact heeft op de economie.
Begrotingstekort en overheidsschuld België kampt met een groot begrotingstekort. Daardoor heeft de overheid minder ruimte om de economie extra te stimuleren zonder de schuld verder te laten oplopen.
Onzekerheid Bedrijven wachten vaak af wanneer er onzekerheid is over:
geopolitieke spanningen; oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten
handelstarieven; onzekerheid over de Amerikaanse taksen
Europese regelgeving;
toekomstige belastingen of arbeidsmarktbeleid.
de hitte heeft een negatieve weerslag op de productiviteit
Is België uniek?
Nee. Veel Europese landen groeien momenteel traag. België doet het op sommige vlakken zelfs beter dan Duitsland, waar de industrie zwaarder onder druk staat. Anderzijds groeit België minder snel dan landen zoals Spanje of Polen, die profiteren van sterkere binnenlandse vraag, toerisme of hogere investeringen.
Positieve punten
Ondanks de zwakke groei zijn er ook sterke kanten:
de werkgelegenheid blijft historisch hoog;
de inflatie is veel lager dan tijdens de energiecrisis;
de Belgische financiële sector is stabiel;
de farmaceutische sector en sommige diensten blijven goed presteren.
Kortom: de Belgische economie is niet volledig “stilgevallen”, maar bevindt zich in een periode van zeer trage groei. Dat komt vooral door zwakke export, hoge kosten voor bedrijven, terugvallende industriële activiteit en een onzekere internationale economische omgeving.
Het leven wordt duurder
In (2024) was ongeveer de helft van de Belgen bezorgd over de stijgende levenskosten. De meest recente onderzoeken laten zien dat die bezorgdheid in 2026 nog steeds groot is, al zijn de accenten iets verschoven.
De belangrijkste bevindingen voor dit jaar zijn:
De meerderheid van de Belgen vindt dat de economische situatie het afgelopen jaar is verslechterd. Stijgende prijzen blijven de belangrijkste bron van ongerustheid.
Ongeveer 1 op de 4 Belgen zegt onvoldoende financiële ruimte te hebben voor een nieuwe auto of een jaarlijkse vakantie.
1 op de 10 Belgen heeft moeite om een woning voldoende te verwarmen, wat wijst op aanhoudende financiële druk.
Volgens een iVOX-enquête verwacht 70% van de Belgen in 2026 extra op zijn uitgaven te letten. De grootste zorgen zijn:
boodschappen (66%);
energiekosten (64%);
de impact van overheidsmaatregelen op het gezinsbudget.
Het consumentenvertrouwen is in 2026 wel iets verbeterd ten opzichte van vorig jaar, maar de zorgen over de kosten van levensonderhoud blijven duidelijk aanwezig.
Kort samengevat:
Onderwerp
2024
2026
Zorgen over levensduurte
Ongeveer 50%
Nog steeds zeer hoog; prijsstijgingen blijven de grootste zorg
Besparen op uitgaven
Hoog
70% wil extra besparen
Moeite met basisuitgaven
Aanwezig
1 op 10 heeft moeite met verwarming; 1 op 4 mist budget voor auto/vakantie)
De conclusie is dat de bezorgdheid over de levensduurte niet verdwenen is. Hoewel sommige economische indicatoren licht verbeterd zijn, blijft de koopkracht voor veel Belgische gezinnen een belangrijk aandachtspunt en passen veel mensen hun uitgavenpatroon aan.
Al vóór de coronapandemie waarschuwden verschillende topfiguren uit de financiële wereld dat de groeiende vermogensongelijkheid het kapitalistische systeem onder druk zette. Alan Schwartz (voormalig CEO van Bear Stearns) en Scott Minerd (Guggenheim Partners) stelden dat de concentratie van rijkdom populisme en maatschappelijke onvrede voedde.
Sindsdien zijn die waarschuwingen alleen maar actueler geworden. De coronacrisis, de hoge inflatie, de stijgende woonkosten en de sterke stijging van aandelen- en vastgoedprijzen hebben de vermogenskloof verder vergroot. Terwijl centrale banken en overheden de economie ondersteunden, profiteerden vooral bezitters van kapitaal. Tegelijk kampen veel werknemers met koopkrachtverlies, onzekere contracten en moeilijk betaalbare huisvesting.
Ook politiek heeft deze ontwikkeling haar sporen nagelaten. In de Verenigde Staten blijft Donald Trump een belangrijke kracht aan de rechterzijde, terwijl binnen de Democratische Partij politici zoals Bernie Sanders pleiten voor hogere belastingen op grote vermogens, sterkere vakbonden en een grotere rol van de overheid. Gelijkaardige discussies over ongelijkheid en vermogensbelasting spelen ook in Europa.
De bezorgdheid van de economische elite
Op bijeenkomsten van de financiële elite, erkennen steeds meer miljardairs en investeerders dat extreme ongelijkheid het sociale draagvlak voor het kapitalisme kan ondermijnen.
Ray Dalio, oprichter van Bridgewater Associates, waarschuwde dat een systeem dat steeds meer rijkdom concentreert uiteindelijk het risico loopt op sociale onrust en fundamentele politieke veranderingen. Anderen, zoals Ken Griffin van Citadel, blijven geloven dat het kapitalisme op zich goed functioneert, maar dat vooral onderwijs, innovatie en economische kansen moeten worden verbeterd.
Marxistische analyse
Vanuit een marxistisch perspectief zijn deze ontwikkelingen geen tijdelijke ontsporing, maar een logisch gevolg van het kapitalistische productiesysteem.
Karl Marx stelde dat het kapitalisme steunt op de tegenstelling tussen twee fundamentele klassen:
de rijken die eigenaar zijn van bedrijven, kapitaal en productiemiddelen;
het proletariaat, dat zijn arbeid moet verkopen om te kunnen leven.
Volgens Marx ontstaat winst doordat werknemers meer waarde produceren dan zij als loon ontvangen. Deze meerwaarde wordt toegeëigend door de eigenaars van het kapitaal. Daardoor groeit het vermogen van de kapitaalklasse sneller dan dat van werknemers.
Moderne marxistische economen wijzen erop dat deze dynamiek vandaag zichtbaar blijft. Grote technologiebedrijven, investeringsfondsen en multinationals concentreren steeds meer economische macht, terwijl vakbonden in veel landen verzwakt zijn en de arbeidsmarkt flexibeler is geworden. Dit leidt volgens hen tot een verdere concentratie van rijkdom en macht.
Marx voorspelde bovendien dat deze tegenstellingen uiteindelijk zouden leiden tot klassenstrijd: conflicten tussen arbeid en kapitaal over lonen, arbeidsvoorwaarden, belastingen en de verdeling van rijkdom. De opkomst van populistische bewegingen, stakingen, protesten tegen ongelijkheid en de roep om hogere belastingen voor grote vermogens worden door marxisten vaak gezien als uitingen van die voortdurende maatschappelijke spanning.
Kritiek op de marxistische visie
Niet alle economen delen deze analyse. Liberale economen benadrukken dat markteconomieën historisch voor grote welvaartsgroei, technologische vooruitgang en armoedevermindering hebben gezorgd. Zij erkennen vaak dat ongelijkheid een probleem kan vormen, maar zien oplossingen eerder in beter onderwijs, concurrentiebeleid, sociale mobiliteit en gerichte herverdeling dan in een fundamentele verandering van het economische systeem.
Conclusie
Waar de financiële elite vroeger vooral sprak over economische groei en markten, erkent een deel van haar vandaag openlijk dat extreme vermogensongelijkheid een risico vormt voor de stabiliteit van het kapitalisme. De discussie draait niet langer uitsluitend om economische efficiëntie, maar ook om legitimiteit: hoeveel ongelijkheid kan een samenleving verdragen voordat sociale en politieke spanningen escaleren?
De marxistische analyse beschouwt deze ontwikkelingen als een bevestiging van Marx’ theorie dat kapitalisme inherent de neiging heeft rijkdom te concentreren en klassenconflicten te versterken. Tegenstanders zien dezelfde problemen echter als oplosbaar binnen een hervormd kapitalistisch systeem, zonder de markteconomie zelf af te schaffen.
Uit onderzoek van hulporganisatie Oxfam Novib blijkt dat er nog maar 62 extreem rijke mensen nodig zijn om evenveel vermogen te hebben als de armste helft van de wereldbevolking: 1.760 miljard dollar. Dat zijn dus 62 mensen die evenveel geld hebben als 3,5 miljard mensen bij elkaar opgeteld. Daar waren in 2010 nog 388 rijke mensen voor nodig.
Uit onderzoek van hulporganisatie Oxfam Novib blijkt dat er nog maar 62 extreem rijke mensen nodig zijn om evenveel vermogen te hebben als de armste helft van de wereldbevolking: 1.760 miljard dollar. Dat zijn dus 62 mensen die evenveel geld hebben als 3,5 miljard mensen bij elkaar opgeteld. Daar waren in 2010 nog 388 rijke mensen voor nodig.
Waar vrijwel alle andere mensen te maken kregen met bezuinigingen en een slinkende portemonnee, zagen de heren en dames superrijken hun vermogen stijgen met 44%. Daar staat een daling van 41% in het ‘vermogen’ van de armste 3,5 miljard mensen tegenover.
Oxfam-directeur Farah Karimi (zelf goed voor ruim € 100.000 per jaar) legt de schuld bij het perverse belastinggedrag van extreem rijke mensen en multinationals. Via ingewikkelde constructies slagen zij erin op grote schaal belastingen te ontwijken. Volgens Karimi moeten regeringsleiders “politieke moed” tonen en een einde maken aan “de kwalijke rol van belastingparadijzen”.
De uitspraken van Karimi wijzen op een beperkt begrip van de machtsverhoudingen in de wereld. Zij roept regeringsleiders op een einde te maken aan deze wantoestanden. Wat zij niet begrijpt, is dat de 62 rijkste mensen via hun economische macht het politieke toneel domineren. Door donaties tijdens politieke campagnes en via door hen gefinancierde machtige lobbygroepen houden zij de huidige politiek in hun greep. Het is voor de meeste regeringsleiders, die na hun politieke carrière hopen op een job bij diezelfde multinationals, simpelweg niet mogelijk om ‘iets’ te ondernemen tegen deze situatie.
We leven in een wereld waarin een kleine elite schatrijk is en vrijwel alles voor elkaar kan krijgen vanwege deze welvarende positie. Deze positie hebben zij te danken aan de arbeid van hun personeel, dat lange uren maakt om het vermogen van hun baas te kunnen spekken. Het is deze uitbuiting die de grondslag vormt voor de ontstane situatie van extreme inkomensongelijkheid. Het is dan ook deze situatie die opgelost moet worden voordat er betekenisvolle verbeteringen kunnen plaatsvinden.
Het wordt hoog tijd dat de opbrengst van de arbeid daadwerkelijk terechtkomt bij degene die deze creëert: de arbeider. We moeten niet langer accepteren dat een kleine elite als een parasiet profiteert van het harde werk van de overgrote meerderheid. Deze situatie kan alleen worden opgelost wanneer de productiemiddelen die deze rijke elite in staat stelt absurde hoeveelheden welvaart te verzamelen, worden onteigend en in handen komen van de arbeidersklasse. Alleen dan kan er sprake zijn van een betekenisvolle en eerlijke welvaartsverdeling.
Daarom pleit Vonk voor de nationalisering van de grote banken en multinationals, zodat deze onder het zelfbestuur van de arbeiders geplaatst kunnen worden. Pas wanneer alle grote bedrijven democratisch geleid worden, zullen de extreme inkomensverschillen verdwijnen. De economie zal geleid worden op een manier die ten goede komt aan iedereen en niet een kleine groep extreem rijken.
In principe is een werknemer verplicht zijn verlof op te nemen voor het eind van het jaar. Vanaf nu kan verlof overdragen naar volgend jaar in uitzonderlijke gevallen. Niet opgenomen vakantiedagen uitbetalen voor het eind van het vakantiejaar blijft, wat bedienden betreft, verplicht voor de werkgever.
Het is in principe verboden wettelijke vakantiedagen die nog niet werden opgenomen, naar het volgende jaar over te dragen.
Werknemers zijn verplicht om de vakantie te nemen waarop zij recht hebben. Een weigering van de werknemer om zijn vakantiedagen op te vragen, doet geen afbreuk aan de verplichting van de werkgever om deze dagen toe te kennen.
Wettelijk verlof overdragen naar volgend jaar: ja, maar…
Vanaf nu heeft een werknemer die zijn vakantiedagen niet kan opnemen vóór het einde van het vakantiejaar, de mogelijkheid om ze uit te stellen naar een latere datum. De vakantiedagen mogen dan ingepland worden in de loop van de 24 maanden die volgen op dit vakantiejaar. Maar verlof overdragen naar een latere datum mag alléén als de onmogelijkheid om de vakantie op te nemen te wijten is aan bepaalde oorzaken van schorsing (onderbrekingen) van de uitvoering van de overeenkomst. Het gaat om volgende onderbrekingen:
arbeidsongeval of beroepsziekte;
niet-arbeidsgebonden ongeval of ziekte (privéleven);
zwangerschapsrust;
verlof als gevolg van de omzetting van moederschapsrust bij overlijden of ziekenhuisopname van de moeder;
geboorteverlof;
adoptieverlof;
profylactisch verlof en profylactisch borstvoedingsverlof;
pleegzorgverlof;
pleegouderverlof.
Meer details over deze verlofregelingen vindt u in SocialEye. Ontdek de databank.
Moet u niet-opgenomen vakantiedagen uitbetalen?
Wat bedienden betreft blijft de werkgever verplicht om de werknemer het vakantiegeld te betalen voor de overgedragen vakantiedagen, en dat ten laatste op 31 december van het vakantiejaar (= het jaar waarin de vakantiedagen niet konden worden opgenomen).
We merken nogmaals op dat uitstel van verlof enkel mogelijk is in de bovengenoemde situaties. In andere gevallen kunnen de niet-opgenomen vakantiedagen niet worden overgedragen en gaan ze “verloren”, maar wordt er wel vakantiegeld uitbetaald.
Overdracht van buitenwettelijke vakantiedagen
Er is geen enkele wettelijke bepaling die de overdracht van buitenwettelijke vakantiedagen regelt. Daarom moet worden verwezen naar de voorwaarden voor de toekenning van dit verlof en met name naar eventuele overdrachtsregels die zijn vastgelegd in een arbeidsreglement, een cao of de individuele arbeidsovereenkomst. Naargelang het geval kan uitstel worden toegestaan of geweigerd.
Tips om boetes te vermijden
We merken ook op dat, gelet op het dwingende karakter van het recht op jaarlijkse vakantie, de werkgever moet kunnen aantonen dat hij ervoor heeft gezorgd dat de werknemer zijn vakantie daadwerkelijk kon opnemen. Hij moet de werknemers nauwkeurig en tijdig informeren over het saldo van hun niet-opgenomen verlofdagen en hen, zo nodig formeel, aansporen die op te nemen.
Ontvang gratis expertise over arbeidsduur en vakantiedagen
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.