by admin | aug 10, 2025 | Varia
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
- Nummerplaten schrappen wordt duurder
Wie een nummerplaat wil laten schrappen, kan die vanaf augustus niet langer gratis afgeven bij bpost. Tot nu toe zorgde bpost voor de schrapping. De nummerplaat kon gratis afgegeven worden. Maar vanaf 1 augustus wordt de schrapping volledig afgehandeld door de Dienst voor Inschrijving van Voertuigen (DIV).
Er zijn verschillende manieren om de nummerplaat te laten schrappen. Het kan nog gratis, door de plaat te deponeren in een inzamelbox bij de DIV of bij de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, beide in de Vooruitgangstraat in Brussel nabij het Noordstation. Een tweede mogelijkheid is de plaat inpakken – bijvoorbeeld geplooid in een A4-omslag – en opsturen naar DIV – 1212 Brussel. Dat kost minstens 5,15 euro.
Bpost biedt ook een nieuwe dienst aan, waarbij de nummerplaat onverpakt kan worden afgegeven en het postbedrijf die een werkdag later op de schrappingsdienst van de DIV aflevert. Het vraagt daar 17,99 euro voor. De nummerplaat die moet worden ingeleverd, is de officiële plaat. Dat is die met het DIV-logo, die normaal achteraan op het voertuig hangt.
De overheidsdienst benadrukt dat het vaak niet nodig is om de nummerplaat te laten schrappen. Wie het voertuig inruilt voor een ander voertuig van dezelfde categorie, kan de plaat behouden. De inschrijving moet alleen binnen de vier maanden gebeuren.
- Tweedehands motorfiets of speedpedelec inschrijven
Wie een tweedehands motorfiets, bromfiets, speedpedelec, driewieler of lichte vierwieler wil inschrijven die eerder al in België was ingeschreven, moet daarvoor vanaf 1 augustus niet langer langs het postkantoor. Dat bevestigt de federale overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
Sinds 2023 moest men voor zo’n inschrijving langs een kantoor van bpost gaan om er het inschrijvingsbewijs van het voertuig op te zeggen en een formulier ‘aanvraag tot inschrijving’ te krijgen. Dat is vanaf 1 augustus verleden tijd: dan kan de verzekeraar het voertuig rechtstreeks inschrijven. De nieuwe procedure “vereenvoudigt de administratie en bespaart je 12 euro”, zegt de overheidsdienst.
by admin | aug 10, 2025 | Economie
Uit onderzoek van techgigant Microsoft blijkt dat vertalers, geschiedkundigen en schrijvers maar beter een tandje bijsteken. Die drie staan met 37 andere jobs op de lijst met 40 beroepen die het hardst bedreigd worden door de opkomst van artificiële intelligentie (AI). Al stellen de onderzoekers dat het niet noodzakelijk een kwalijke zaak is.
De onderzoekers van Microsoft probeerden met hun rapport Working with AI: measuring the occupational implications of generative AI in kaart te brengen op welke beroepen de opkomst van generatieve AI – zoals ChatGPT en Copilot – de grootste impact zal hebben. Daarvoor werden 200.000 geanonimiseerde gesprekken tussen gebruikers en Copilot onder de loep genomen.
Daaruit is gebleken dat gebruikers AI vooral inzetten om hulp te krijgen bij het verzamelen van informatie, net als bij communiceren en schrijven. De AI-tools op hun beurt gaven vooral uitleg, adviseerden, assisteerden en onderwezen. Vooral bij kenniswerk en in communicatiegerichte beroepen blijkt die hulp van Copilot en co dan ook bijzonder nuttig. Het zal dan ook niet verbazen dat vertalers en tolken, schrijvers en auteurs, klantenservicemedewerkers, wiskundigen en geschiedkundigen hoog op de lijst van ‘meest bedreigde beroepen’ prijken.
Dit zijn de meest bedreigde 40 jobs:
• Tolken en vertalers
• Historici
• Passagiersbegeleiders
• Vertegenwoordigers van diensten
• Schrijvers en auteurs
• Klantenservicemedewerkers
• Programmeurs van CNC-machines
• Telefonisten
• Ticketverkopers en reisbureaumedewerkers
• Omroepers en radio-dj’s
• Effectenhandelaren
• Docenten landbouw- en huishoudkunde
• Telemarketeers
• Conciërges
• Politicologen
• Nieuwsanalisten, verslaggevers, journalisten
• Wiskundigen
• Technische schrijvers
• Correctoren en tekstcontroleurs
• Gastheren en gastvrouwen
• Docenten bedrijfskunde (hoger onderwijs)
• Specialisten public relations
• Demonstrateurs en productpromotors
• Vertegenwoordigers in reclameverkoop
• Administratieve medewerkers nieuwe accounts
• Statistische assistenten
• Baliemedewerkers en verhuurmedewerkers
• Dataspecialisten
• Persoonlijke financiële adviseurs
• Archivarissen
• Docenten economie (hoger onderwijs)
• Webontwikkelaars
• Bedrijfsanalisten
• Geografen
• Modellen
• Marktonderzoekers en analisten
• Telecommunicatiemedewerkers openbare veiligheid
• Schakelbordoperators
• Docenten bibliotheekwetenschappen (hoger onderwijs)
• Bibliothecarissen, curatoren en archivarissen
Het zal evenmin verbazen dat fysieke beroepen het meest buiten schot blijven. De minst bedreigde jobs vind je in sectoren als schoonmaak, logistiek en zorg.
Deze 40 jobs worden het minst beïnvloed door AI:
• Flebotomisten (medisch professionals die bloed afnemen bij patiënten)
• Verpleegassistenten
• Verwijderaars van gevaarlijke stoffen
• Klusjesmannen: schilders, stukadoors…
• Balsemers
• Operatoren van installaties en systemen
• Kaakchirurgen
• Monteurs van autoruiten
• Scheepswerktuigkundigen
• Bandenreparateurs en -wisselaars
• Prosthodontisten
• Fabrieksmedewerkers
• Wegenwerkers
• Medische apparatuurvoorbereiders
• Operatoren van verpakkings- en vulmachines
• Machinevoerders en afvoerders
• Afwassers
• Betonwerkers en afwerkers
• Leidinggevenden brandweer
• Bestuurders van industriële trucks en tractoren
• Oogheelkundig medisch technici
• Massagetherapeuten
• Chirurgische assistenten
• Bandenvormers
• Dakwerkers
• Operatoren gascompressoren en -pompen
• Dakdekkers
• Werknemers op boorplatform
• Kamermeisjes en huishoudhulpen
• Operatoren bestratings- en stampmachines
• Operatoren bosbouwmachines
• Motorbootbestuurders
• Verzorgers
• Vloerschuurders en afwerkers
• Operatoren van machines om funderingspalen in grond te stoppen
• Spoorleggers en onderhoudsoperators
• Gietvormers en kernmakers
• Operatoren waterzuiveringsinstallaties
• Brug- en sluiswachters
• Baggeroperatoren
De onderzoekers benadrukken wel dat wie een job uitoefent met een grote impact door AI niet noodzakelijk nerveus moet worden. “Als AI ontwikkelaars van software 50 procent productiever maakt, zou het net zo goed kunnen dat bedrijven hun ambities verhogen en meer ontwikkelaars gaan aanwerven om nog meer output te hebben. Al kan het ook dat ze hetzelfde werk gedaan krijgen met minder ontwikkelaars”, staat te lezen in het rapport.
“Wat ik opvallend vond aan die lijst, is dat er veel kenniswerk op staat”, zegt Jeroen Baert, AI-expert en computerwetenschapper. “Dat is het delen van informatie en het uitleggen van informatie, maar AI zit toch nog altijd met een groot hallucinatieprobleem. Er komen geregeld onzin en leugens uit. Dan vind ik het raar dat jobs met kennisoverdracht, leraars bijvoorbeeld, op die lijst staan.”
Baert neemt het allemaal met een korrel zout. “Omdat uitgerekend Microsoft die lijst publiceert, een bedrijf dat een product (Copilot) wenst te verkopen. Ze zeggen er ook altijd bij dat het de jobs niet zal doen verdwijnen maar dat de jobs erdoor geaugmenteerd zullen worden. Dat klinkt toch erg als verkoopspraat.”
Toilet ontstoppen
Volgens de Amerikaanse nieuwssite Axios toont het onderzoek aan wat verwacht werd – dat AI voor miljoenen jobs wereldwijd een bedreiging vormt – maar net zo goed dat de jobs die niet bedreigd worden aan belang en interesse zullen winnen. “Als je toilet om 2 uur ‘s nachts niet doorspoelt, zal je ChatGPT niet kunnen bellen om het te ontstoppen”, staat te lezen in een analyse. “De hervorming van de Amerikaanse economie door AI belooft een soort van wraak te worden voor arbeiders, nu kantoormedewerkers grotendeels overbodig worden maar de behoefte aan geschoolde vakmensen alleen maar toeneemt.”
Volgens Baert zal het zo’n vaart niet lopen. “Dat klinkt erg filosofisch, maar die stap zie ik nog niet snel gezet worden. Vroeger haalde je een diploma en was je zeker van werk. Ik zie het niet snel gebeuren dat AI een diploma van pakweg vertaler niets waard maakt. Mijn mening is dat er veel geïnvesteerd wordt en dat de hype er duidelijk is, maar dat er al bij al weinig verandert in het werkveld. Veel bedrijven hebben ook al projecten teruggerold.” Hij verwijst naar taalapp Duolingo. “Die gingen volledig AI-gedreven werken en lieten daarvoor mensen gaan. Maar dat is toch ook al teruggedraaid. Ik mis overal de productiviteitswinst waarover zoveel gezegd wordt.”
Onenigheid
Bij Amazon bleek recent nog welke impact AI kan hebben. CEO Andy Jassy zei in een interview met CNBC onomwonden dat de nieuwe mogelijkheden jobs zullen doen verdwijnen in zijn bedrijf, waar de voorbije tijd al 27.000 mensen ontslagen zijn. Nvidia-CEO Jensen Huang schetste dan weer een opbeurender beeld. “Elke job wordt beïnvloed, daar bestaat geen twijfel over”, zei hij op een congres in mei. “Maar je gaat je job niet verliezen aan AI. Je gaat je job verliezen aan iemand die AI gebruikt.” Uit onderzoek bleek eerder dit jaar nog dat 34 procent van de Belgische bedienden AI geregeld gebruikt tijdens het werk, maar ook dat de productiviteitsgroei in sectoren waar AI omarmd wordt – financiën, gezondheidszorg… – aanzienlijk is en de werknemers daar meer door gaan verdienen
Bron: GVA
by admin | aug 10, 2025 | Economie
De basisfilosofie van de pensioenhervorming van de federale regering is duidelijk. Op termijn moeten de stelsels voor werknemers, ambtenaren en zelfstandigen volledig gelijklopen. Maar uit de laatste details van het zomerakkoord blijkt dat er voor een groep ambtenaren een gunstiger regime blijft.
Volgens een nota die zakenkrant De Tijd kon inkijken, blijkt dat de regering de zogenaamde ‘actieve diensten’ een jaar eerder met vervroegd pensioen laat gaan. De politie, de brandweer, de loodsen en luchtverkeersleiders kunnen vanaf 2032 na 41 jaar met vervroegd pensioen – terwijl de rest 42 jaar moet werken.
Hoort ook bij die actieve diensten: het onderwijspersoneel, goed voor ruim 200.000 mensen in Vlaanderen alleen. ‘Het is een toegift, maar geen cadeau met een grote strik eromheen’, zegt Nancy Libert, algemeen secretaris van de socialistische vakbond ACOD Onderwijs.
Leerkrachten zullen minstens een jaar vroeger met pensioen kunnen dan zelfstandigen of werknemers. Dat is toch een gunstregime?
Nancy Libert: Eerst en vooral: dit stond in het regeerakkoord. En dat gaat ook alleen maar over de pensioendatum. Het heeft niets te maken met ons uiteindelijke pensioenbedrag, waar geen uitzondering voor is gemaakt. Ik zie dat de regering-De Wever nu een analyse laat maken of bepaalde categorieën, zoals vrouwen, te hard getroffen worden door deze hervormingen. Ik hoop dat de maatregelen in positieve zin zullen worden aangepast.
Waarom hebben leerkrachten recht op een gunstigere pensioenregeling?
Libert: Als er in onze pensioenen wordt ingegrepen, zien wij een deel van onze bezoldiging wegvallen, want het pensioen is een soort uitgesteld loon. Uit een studie blijkt dat de lonen in het onderwijs alleen dankzij het pensioen competitief zijn met de privésector. Onderwijspersoneel heeft geen recht op salariswagens of maaltijdcheques. Zodra er dus aan het pensioen wordt getornd, is het onderwijs niet meer competitief. Als de federale regering zou beknibbelen, heb ik tegen Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) gezegd, zullen wij aan haar deur kloppen. De minister heeft ongetwijfeld met de premier gebeld, ze zitten nu eenmaal in dezelfde partij.
Voor alle duidelijkheid: volgens de gelekte plannen zou de soepelere regeling níét voor het hoger onderwijs gelden.
Libert: Ik beschik nog niet over de teksten, maar dat zou toch niet de bedoeling mogen zijn.
‘Ik begrijp dat mensen dat niet fair vinden, maar iedereen verdedigt zijn eigen sector.’
‘Ik begrijp dat mensen dat niet fair vinden, maar iedereen verdedigt zijn eigen sector.’
‘Waarom zou de overheid van vloerders verwachten dat ze tot hun 67e werken, maar van leerkrachten niet? Ik vind dat beide jobs tot die leeftijd moeilijk vol te houden zijn, maar nu maakt de overheid voor de een wél een uitzondering en voor de ander niet’, zei pensioenexperte Ria Janvier in Het Laatste Nieuws. Ze vindt het niet fair.
Libert: Ze heeft gelijk. Ik vind ook niet dat vloerders tot hun 67 jaar zouden moeten werken – ik vind niet dat iemand tot die leeftijd aan de slag zou moeten blijven. Ik begrijp dat mensen dat niet fair vinden, maar iedereen verdedigt zijn eigen sector.
Zullen de leerkrachten thuisblijven op de grote demonstratie op 14 oktober?
Libert: Helemaal niet. Eerst en vooral zijn wij geen navelstaarders: wij kijken niet alleen naar onze eigen sector, maar verdedigen het collectief. Daarnaast zijn mensen niet alleen boos over het langer moeten werken, maar ook over het pensioenbedrag. In tijden van leerkrachtentekorten wringt het dat men aan het pensioen – en dus het totale loonpakket – morrelt.
‘Uit een studie blijkt dat de lonen in het onderwijs enkel competitief zijn met de privésector dankzij het goede pensioen.’
Hoeveel dreigen leerkrachten te verliezen? Libert: Ik vind het schrijnend voor jonge mensen. Zij zijn het minst bezig met hun pensioen. ‘Tegen dat wij met pensioen gaan, zullen er nog zes regeringen passeren’, klinkt het soms.
Maar wat je nu kwijt bent, zul je er moeilijk ooit weer bijkrijgen. Aangezien ze binnenkort de pensioenen willen berekenen op een carrière van 45 jaar, en niet langer op de beter betaalde laatste 10 jaar, spreek je al gauw over 500 euro netto minder per maand.
En dan is er nog de pensioenmalus, die mensen bestraft die voor hun wettelijk pensioen willen stoppen. Daarvoor zou men 35 jaar moeten werken, maar ik wil nog wel eens zien hoe die jaren precies worden bepaald. Vroeger was er een leerkrachtenoverschot in plaats van een tekort. In het onderwijs zijn er veel mensen -ook ik – die verschillende jobs bijeen hebben moeten sprokkelen om aan een halftijdse regeling te komen, of zelfs net daaronder. Ik wacht de concrete teksten dus af, want de precieze bewoordingen doen ertoe.
Bron: Knack
by admin | aug 10, 2025 | Economie
De Nederlandse fiscalist Reinier Kooiman wil alle belastingen afschaffen en vervangen door een vermogensbelasting. ‘Waarom mag de overheid 50 procent van je inkomen afnemen, maar niet een klein beetje van je spaarrekening vragen?’
Vergeet u voor heel even het geharrewar in de regering-De Wever over de meerwaardebelasting. Al tijdens de regeringsonderhandelingen zorgde die nieuwe belasting voor de moeilijkste discussies, maar de regering is ondertussen vier maanden aan de bak en er is nog steeds geen compromis in zicht.
In vergelijking met de totale begroting gaat het nochtans maar over een symbolische belasting. In zijn nieuwe boek, toepasselijk genoeg getiteld De sterkste schouders, komt de Nederlander Reinier Kooiman met een veel radicaler en uitstekend onderbouwd voorstel: schaf álle belastingen af, en vervang ze door één heldere vermogensbelasting. Hij zal u er zo meteen van proberen te overtuigen.
Dat was nochtans niet zijn oorspronkelijke bedoeling. Kooiman, een fiscalist die verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam en die tot voor kort ook voor financieel dienstverlener Deloitte werkte, wilde in de eerste plaats een academische geschiedenis van ons belastingstelsel schrijven. Dat is De sterkste schouders ook, en het is in de Italiaanse stadstaten van de middeleeuwen dat Kooiman de inspiratie vond voor zijn voorstel.
Reinier Kooiman: ‘Mijn onderzoek was louter historisch, omdat er eigenlijk nog geen geschiedenis van onze belastingen bestond. Ik wilde uitzoeken waar de principes daarachter precies vandaan kwamen. Natuurlijk werk ik ook als fiscalist en had ik al wel mijn eigen ideeën. Maar pas toen ik de vergelijking tussen de middeleeuwen en vandaag echt goed doortrok, ontdekte ik een aantal nieuwe inzichten. Ik had er nog nooit echt bij stilgestaan dat ons belastingstelsel vandaag zorgt voor een herverdeling van arm naar rijk. Onze belastingen doen de ongelijkheid enorm toenemen, terwijl ik net als heel veel mensen altijd dacht dat het andersom was. In de Italiaanse stadstaten werd er één vermogensbelasting aan iedereen opgelegd met eenzelfde tarief. Dat klinkt als een primitief systeem, maar het is eerlijker dan wat wij nu hebben.’
Ik geloof dat u dat wat moet uitleggen.
Kooiman: Iedereen betaalt inkomensbelasting naar draagkracht, maar voor heel veel andere belastingen geldt dat al niet. Belastingen op consumptie, zoals de btw of accijnzen en invoerrechten, moet iedereen gelijk betalen. De laagste inkomens besteden het grootste deel van hun geld aan consumptie, dus zij betalen in verhouding meer belastingen.
In landen als Nederland en België is de inkomensongelijkheid historisch gezien nog wel redelijk beperkt, maar de vermogensongelijkheid is veel groter. Ons belastingsysteem is daar de belangrijkste oorzaak van. Op vermogens hoeven namelijk nooit belastingen te worden betaald, terwijl mensen met een laag of middeninkomen niet de kans krijgen om nieuw vermogen op te bouwen. Daarvoor betalen ze te veel belastingen op hun inkomen.
Mensen die al veel geld hebben, kunnen veel makkelijker verder sparen. Die ongelijkheid valt niet te verkleinen door de inkomstenbelasting progressief te verhogen. De superrijken zullen zelfs een hoger percentage van het totale vermogen in handen hebben dan voor die belastingheffing.
‘Voor de economische wetenschap is het al sinds de achttiende eeuw een dogma dat de belastingen het best uit inkomen betaald worden. Tegenwoordig is er een verschuiving bezig, maar zo’n tweehonderd jaar heeft zij dat standpunt verdedigd.’
Wat leerde u dan van de Italiaanse stadstaten?
Kooiman: Zij haalden enkel belastingen op als er een grote uitgave moest worden gemaakt. Als Genua oorlog wilde voeren tegen Firenze, werd er berekend hoeveel geld daarvoor nodig was. Laten we ervan uitgaan dat die oorlog 4000 libra (Franse munteenheid in de middeleeuwen, nvdr) ging kosten. Vervolgens keek men naar het totale vermogen: stel dat er in totaal 400.000 libra in bezit was, dan moest iedereen één procent van zijn vermogen bijdragen. In een jaar met meer uitgaven lag dat percentage misschien hoger, maar iedereen betaalde wel een even groot aandeel van zijn vermogen. Het was voor mij fascinerend dat die steden altijd vermogen kozen als maatstaf voor iemands draagkracht, terwijl wij onszelf hebben geleerd om alleen naar iemands inkomen te kijken.
Een belangrijk verschil is wel dat de overheid toen veel kleiner was dan vandaag en ook veel minder geld nodig had.
Kooiman: Klopt. Dat waren kleinere samenlevingen waar burgers als vrijwilligers werden aangewezen om de belastingen te heffen. Het kon goed zijn dat je buurman bij jou dat geld kwam innen. Vergelijk dat met de systemen van vandaag waarbij alles heel efficiënt is gecentraliseerd en geanonimiseerd. Ik woon in Hilversum, en op het einde van mijn straat staat het oude belastingkantoor. Vroeger had je die in het hele land. Je kon daar terecht met vragen, maar ook die tijd is voorbij. Het staat allemaal veel verder van de burger af, en politici debatteren ook zelden over de vraag wie belastingen moet betalen. Dat is een technische discussie geworden, terwijl het een belangrijk vraagstuk is in een land waar de overheid ongeveer 45 procent van de economie aanslaat.
Wanneer is het idee om mensen vooral naar ieders vermogen te belasten in onbruik geraakt?
Kooiman: Naarmate die stadstaten groter werden, werd dat ook wel ingewikkelder. In de middeleeuwen waren het juristen die meedachten over belastingen, vandaag worden vooral economen door politici geconsulteerd. Voor de economische wetenschap is het al sinds de achttiende eeuw een dogma dat de belastingen het best uit inkomen betaald worden. Tegenwoordig is er een verschuiving bezig, maar zo’n tweehonderd jaar heeft zij dat standpunt verdedigd.
Sinds de opkomst van het kapitalisme was veel kapitaal nodig als investering om, bijvoorbeeld, spoorwegen aan te leggen. Dat kapitaal belasten werd dus gezien als de kip met de gouden eieren slachten. In mijn ogen is dat meer elitaire retoriek dan een ernstig argument: als het totaal aan belastingen niet verhoogt, blijft er evenveel kapitaal in omloop. Dat zou alleen anders zijn als vermogenden blijkbaar beter in staat zijn om hun geld te beheren dan gewone mensen die enkel van hun inkomen moeten rondkomen. Maar daarvoor bestaat natuurlijk geen bewijs.
Is een inkomensbelasting niet vooral veel eenvoudiger te heffen dan een vermogensbelasting?
Kooiman: België en Nederland kennen allebei successierechten, waarbij iedereen de omvang van een nalatenschap moet aangeven. Dat is niet heel moeilijk. Een inkomensbelasting op arbeid is misschien eenvoudig, maar verder bestaan juist veel discussies over die inkomensbelastingen. Dat is ook de reden waarom rijke mensen zo weinig belastingen betalen.
Kapitaalinkomsten, dividenden en zelfs huur zorgen voor problemen, en vennootschappen waar veel van dat geld in zit zijn heel makkelijk te verplaatsen naar andere landen. Wat is het beste moment om die inkomsten op kapitaal te belasten? Kijk maar naar hoeveel discussies jullie hebben over de meerwaardebelasting. Na 200 jaar moeten we misschien wel besluiten dat we het eens op een andere manier moeten proberen.
‘Het is niet zo heel erg moeilijk om dat allemaal te controleren, want vermogens fluctueren meestal niet heel erg. Als iemand plots een jaar opmerkelijk minder vermogen aangeeft, moet de fiscus maar eens langsgaan om te kijken wat er in de kelder ligt.’
Alle belastingen afschaffen in ruil voor één vermogensbelasting, hoe bent u daarop gekomen?
Kooiman: Vrijheid en gelijkheid zijn voor mij de twee leidende principes. Het belastingstelsel dient in mijn ogen niet om te herverdelen van rijk naar arm. Dat is een inbreuk op de vrijheid van mensen. Als een overheid wil herverdelen, doet ze dat veel beter aan de uitgavenkant. Dat is veel minder ingewikkeld.
Iedereen hoort voor en na belastingen verhoudingsgewijs even rijk te zijn, en dat is eigenlijk enkel te bereiken met een vermogensbelasting met één tarief. In die zin is dit geen links of rechts voorstel, het is juist erg liberaal. Maximale vrijheid: iedereen krijgt waar hij voor heeft gewerkt. Maximale gelijkheid: iedereen betaalt procentueel evenveel. Een miljonair zal veel geld moeten betalen, maar hij kan niet zeggen dat hij harder wordt aangepakt dan andere mensen.
‘Een miljonair zal veel geld moeten betalen, maar hij kan niet zeggen dat hij harder wordt aangepakt dan andere mensen.’
Hoe hoog moet dat tarief dan liggen?
Kooiman: Ik heb voor Nederland de berekening gemaakt, en dat zal in België niet heel anders zijn: je hebt een belasting van 8,5 procent nodig om de begroting te doen kloppen. Natuurlijk is dit stelsel veel eenvoudiger en waarschijnlijk ook goedkoper. Twee tot drie miljoen gezinnen in Nederland betalen belastingen én krijgen vervolgens sociale toeslagen van de overheid. Als ze geen belastingen op hun inkomen meer hoeven te betalen, zullen ze die toeslagen misschien ook niet meer nodig hebben.
Elk jaar 8,5 procent moeten afstaan van het eigen vermogen: zeker als je al een huis bezit dat ook wordt doorberekend, is dat best pittig.
Kooiman: Dat valt wel mee, zeker als alle andere belastingen wegvallen. De belastingdruk verschuift eigenlijk van jong naar oud. Ik heb in excel wat zitten rekenen met voorbeelden. Gemiddeld zouden mensen tot vijftig jaar minder belastingen gaan betalen, en vanaf je vijftigste juist iets meer. Jongeren krijgen dus de kans om eindelijk zelf een huis te kopen. Maar zeker gepensioneerden die geen arbeidsinkomen meer hebben, zullen wat moeten interen op hun eigen vermogen.
Is dat heel erg? Ik denk van niet. Vandaag laten ouderen vaak grote erfenissen na aan hun kinderen die niet zelden ook al met pensioen zijn en niet veel anders kunnen doen dan dat geld te beheren tot ze zelf doodgaan. Met dat geld gebeurt niets meer, terwijl jongeren vandaag onder een zware belastingdruk gebukt gaan.
‘Gemiddeld zouden mensen tot vijftig jaar minder belastingen gaan betalen, en vanaf je vijftigste juist iets meer.’
De Belg spaart obsessief voor zijn oude dag. Die gaat u wel midscheeps raken.
Kooiman: Zulke spaarders zijn niet heel erg economisch onderlegd, want geld brengt al meer op door het te beleggen of te investeren. Ze kiezen voor de veiligste weg, omdat hen dat misschien een gevoel van zekerheid geeft. Ze hebben moeite om van een afstandje naar hun eigen situatie te kijken. Want wat is de realiteit? In Nederland bezit 10 procent 60 procent van het vermogen. Die rijkste 10 procent gaan dus 60 procent van alle belastingen betalen. 90 procent van de bevolking gaat erop vooruit. Ik merk ook in reacties op mijn boek dat die mensen toch heel negatief reageren: je gaat het weinige spaargeld dat ik heb afpakken! Heel paradoxaal.
In België krijgen voorstanders van vermogensbelastingen het verwijt: jullie gaan schilderijen aan de muur bij mensen thuis taxeren, en in wijnkelders duiken om te zien of er dure flessen liggen die moeten worden betaald. Dat bent u allemaal ook echt van plan, want werkelijk alles telt mee voor iemands vermogen.
Kooiman: Je kunt je geen uitzonderingen permitteren, want dan hangt plots iedereen zijn huis vol met dure schilderijen om niets te hoeven betalen. Zulke uitzonderingen zijn economisch niet verstandig en ook niet rechtvaardig. Het is ook niet zo heel erg moeilijk om dat allemaal te controleren, want vermogens fluctueren meestal niet heel erg. Als iemand plots een jaar opmerkelijk minder vermogen aangeeft, moet de fiscus maar eens langsgaan om te kijken wat er in de kelder ligt.
De weerstand tegen vermogensbelastingen is wel echt immens: het voelt aan als diefstal.
Kooiman: Waarom mag de overheid 50 procent van je inkomen afnemen, maar niet een klein beetje van je spaarrekening vragen? In mijn voorstel zal ook niemand kunnen zeggen dat het geld al eens belast is. We vinden allemaal dat iedereen beloond moet worden voor het werk dat we doen, maar in de praktijk zijn mensen die een erfenis krijgen of met wat mazzel een bedrijf voor veel geld verkopen het beste af. We benadelen mensen die hard werken voor hun geld. Ik denk dat het iets psychologisch is, of een gebrek aan kennis van hoe het systeem in elkaar zit. Als ik het goed uitleg, merk ik dat mensen sympathie krijgen voor mijn idee.
U hebt het in uw boek over kapitaalvlucht. Dat blijft uiteraard een groot risico en is altijd een belangrijk argument geweest tegen vermogensbelastingen. Zijn overheden de voorbije tien jaar eigenlijk beter geworden om dat tegen te gaan?
Kooiman: Er zijn twee types van kapitaalvlucht. Iemand kan gewoon verhuizen naar een ander land. Dat zal altijd een mogelijkheid blijven, maar dat probleem wordt nogal overschat. Heel veel mensen willen niet verhuizen om louter belastingtechnische redenen, en de fiscus controleert streng of iemand ook daadwerkelijk is verhuisd. Het kapitaal dat in vennootschappen zit, kan veel makkelijker geïnvesteerd worden in een ander land.
Als Nederland veel hogere belastingen gaat heffen op huurwoningen, kunnen investeerders makkelijk huurwoningen beginnen te kopen in België. Belastingontwijking wordt wel al veel strenger aangepakt, maar tegelijkertijd hebben landen de belastingtarieven laten zakken uit angst om investeringen te verliezen. Vroeger had je misschien tarieven van 70 procent, maar die werden makkelijk ontweken. Nu dat steeds moeilijker wordt, is de vraag of die tarieven niet weer wat omhoog kunnen.
‘Het probleem van de kapitaalvlucht wordt overschat. Heel veel mensen willen niet verhuizen om louter belastingtechnische redenen.’
U werkte tot voor kort bij Deloitte als fiscalist, en begint binnenkort bij Stibbe, een advocatenkantoor. U probeert de clichés over de beroepsgroep te nuanceren, maar de indruk blijft bij heel veel mensen dat zij betaald worden om te helpen belastingen te ontwijken.
Kooiman: Zonder zulke kantoren zouden er minder belastingen worden betaald. Wij vertellen klanten soms wel op welke manier zij minder kunnen betalen, maar wij zeggen ook heel vaak: dat plannetje van u gaat niet werken, die en die belasting moeten echt wel worden betaald. De wetgeving is zodanig complex geworden dat bedrijven niet zonder juristen en adviseurs kunnen. Er is zo veel antimisbruikwetgeving dat het steeds moeilijker wordt om de fiscus iets voor te spiegelen, maar vroeger betaalden fiscalisten zichzelf inderdaad wel een keer of drie terug. Je kon bij wijze van spreken met het vliegtuig naar New York om daar aan Amerikaanse klanten te vertellen welke Nederlandse constructie ze moesten opzetten, en achteraf tekenden ze allemaal in.
Maar ik heb genoeg collega’s die, als blijkt dat een klant vijf miljoen euro aan belastingen moet bijpassen, denken: ze hebben geld genoeg, laat ze maar lekker betalen. Aan de andere kant zijn er ook activistische fiscalisten die niet enkel hun klanten adviseren, maar zich geroepen voelen om ook voor hen te lobbyen bij politici. Ze hebben de technische kennis om discussies makkelijk te winnen. Zo zijn we lang niet allemaal, ik vind die meerwaardebelasting van jullie een uitstekend idee. (lacht)
Dat gelobby zorgde er wel voor dat de belastingregels zo extreem complex werden. Kooiman: Het zijn vaak belangengroepen die om specifieke regelingen of uitzonderingen vragen, maar soms is het onze schuld. Ook fiscalisten die jarenlang bezig zijn met mogelijkheden te bedenken om belastingen te ontwijken, moeten niet zeuren dat de wetgeving daarna veel ingewikkelder is geworden om net dat tegen te gaan. Ik verzet me alleen tegen het idee dat de wetgeving een trukendoos is waar wij maar iets uit te grabbelen hebben om de belastingen van onze klanten te doen wegsmelten. Zo werkt het echt niet.
Fiscale hervormingen liggen héél gevoelig. In België maken ze het systeem in regel alleen maar complexer en nooit eenvoudiger. Zou u al blij zijn als er een kleine vermogensbelasting werd ingevoerd? Kooiman: Het zou een goed begin zijn, maar de charme zit natuurlijk in de uitruil. Ik zou het jammer vinden als linkse partijen louter voor een vermogensbelasting pleiten boven op alle belastingen die er al zijn. Het moet altijd duidelijk zijn welke belastingen er vervolgens naar beneden gaan, anders zullen mensen niet erg enthousiast zijn.
Reinier Kooiman, De sterkste schouders, Atlas Contact, 352 blz., 24,99 euro.
by admin | aug 10, 2025 | Sectoren
‘Het verzwakken van het middenveld betekent dat we een van de cruciale verdedigingslinies opgeven tegen armoede, uitsluiting en sociale spanningen’, schrijft Melodie Geurts van de Vrijdaggroep in Knack.
“Vanmorgen vertelde mijn leidinggevende me dat we twee diensten moeten sluiten door een gebrek aan financiering. We helpen jongeren met familiale problemen. In september kunnen we hen niet meer op-vangen. Over een maand ben ik werkloos, met een pasgeboren baby, in een sector die volledig verzadigd is.”
Deze getuigenis vat treffend samen wat steeds meer mensen in de sociale sector meemaken. Het sociale weefsel – een essentiële buffer in tijden van crisis – is uitgeput.
Een ontwricht landschap
De huidige economische context zet alle sectoren onder druk. Maar het verzwakken van het middenveld betekent dat we een van de cruciale verdedigingslinies opgeven tegen armoede, uitsluiting en sociale spanningen.
De signalen stapelen zich al maanden op: massale ontslagen, besparingen, toegenomen onzekerheid bij organisaties. De oorzaken zijn bekend: teruggeschroefde publieke financiering, politieke instabiliteit en het dreigende verlies van fiscale stimuli voor giften. Door net te snijden in de stevigste pijlers van de sociale cohesie, holt onze collectieve veerkracht uit.
Wat moet er gebeuren?
De oplossingen liggen voor de hand:
- Behoud de fiscale aftrekbaarheid voor giften op 45%.
- Herbekijk het besparingsbeleid van de verschillende regeringen, zodat het middenveld degelijk ondersteund wordt.
- Voorzie meerjarige financiering: stabiliteit en voorspelbaarheid zijn essentieel voor het werk van verenigingen.
Het vangnet van het Belgische model
Het verenigingsleven is meer dan een sector: het is haast een economie op zich, goed voor meer dan 12% van de werkgelegenheid in België. Maar bovenal is het een motor van sociale stabiliteit.
Verenigingen spelen een sleutelrol in zorg, opvang, onderwijs, cultuur, armoedebestrijding, antidiscriminatie en intergenerationele solidariteit. Tijdens de coronacrisis waren zij het die sociaal contact hielpen behouden, geïsoleerde mensen ondersteunden, maaltijden en hygiënemateriaal verdeelden, en gezinnen begeleidden. Tijdens de energiecrisis richtten ze hulppunten op, deelden ze pakketten uit en boden ze hulp aan waar de overheid tekortschiet. Ook vandaag nog vangen ze de gaten op in huisvesting, migratieopvang en daklozenzorg.
Wanneer de staat zich terugtrekt, blijven de verenigingen overeind. Wie hen verzwakt, ondermijnt een van de laatste dammen tegen polarisatie en sociale afbraak. Het lijkt wel alsof beleidsmakers vergeten zijn wat het middenveld tijdens de jongste crisissen betekende: een stille maar robuust bastion van samenhang.
Toenemende druk op het verenigingsleven
Directe besparingen en verminderde publieke financiering duwen steeds meer vzw’s richting de afgrond. In sommige sectoren slinken subsidies met 25%. In Wallonië zijn de facultatieve subsidies eind 2024 volledig afgeschaft.
Volgens Codef (een multisectorale federatie die 650 verenigingen in Wallonië vertegenwoordigt) brengt deze maatregel 13% van de Waalse vzw’s rechtstreeks in gevaar. Van de organisaties die het verlies overleven, geeft 37% aan hun werking te moeten terugschroeven: minder projecten, minder doelgroepen, minder ruimte voor innovatie en minder slagkracht bij crisissituaties.
Ook het fiscale beleid bedreigt het verenigingsleven. Vandaag kunnen burgers en bedrijven tot 45% belastingvermindering krijgen op giften. De nieuwe federale regering overweegt die aftrekbaarheid te verlagen naar 30%. Dat zou een aanzienlijke impact hebben op privé-giften, terwijl net die fondsen essentieel zijn voor het voortbestaan van vele initiatieven.
Voorstellen voor een toekomstbestendig sociaal model
- Behoud de fiscale aftrekbaarheid van 45%, zodat giften aantrekkelijk blijven.
- Zorg voor een stabiel en voorspelbaar subsidiebeleid, afgestemd op eerdere regeerperiodes.
- Voer een rem in op abrupte besparingen, bijvoorbeeld door een wettelijk maximum van 10% besparingsmarge van de ene legislatuur op de andere in te voeren.
- Moedig banken aan om investeringsfondsen op te richten die jaarlijks minstens 1% van hun inkomsten reserveren voor ondersteuning van verenigingen.
- Voorzie structurele, meerjarige financiering voor vzw’s van openbaar nut.
Geen luxe, maar noodzaak
Een stevig sociaal weefsel is geen luxe voor goede tijden, maar een absolute noodzaak in onzekere periodes. Op 22 mei trokken bijna 30.000 mensen de straat op om te protesteren tegen de uitholling van de non-profitsector.
Hun boodschap is duidelijk: het middenveld stikt. Zonder snelle, doortastende maatregelen dreigt een van de meest fundamentele pijlers van onze samenleving weg te vallen. Melodie Geurts is stichter van vzw Educonsent en lid van de Vrijdaggroep.
Bron: Knack