Eén op vijf scholen krijgt ongunstig advies onderwijsinspectie. De onderwijskwaliteit in Vlaanderen staat nog altijd fors onder druk. Bijna een op de vijf doorgelichte scholen kreeg een ongunstig advies in het schooljaar 2024-2025. In het secundair onderwijs loopt dat op tot bijna een op de vier. Dat blijkt uit de Onderwijsspiegel 2026, het jaarrapport van de Vlaamse onderwijsinspectie.

De inspectie voerde 621 pedagogische doorlichtingen uit. Daarvan kregen 236 scholen (38 procent) een gunstig advies zonder meer. Nog eens 272 scholen (43,8 procent) kregen een gunstig advies, maar met de verplichting aan hun tekorten te werken. Bij 113 scholen (18,2 procent) viel het advies ongunstig uit. Bij drie scholen dreigt de erkenning definitief ingetrokken te worden

In het secundair onderwijs zijn de cijfers het slechtst: van de 114 doorgelichte scholen kreeg bijna een kwart een ongunstig advies. In het basisonderwijs, waar 363 scholen werden doorgelicht, gaat het om ongeveer 18 procent. Dat is een verslechtering tegenover het schooljaar 2023-2024, toen 15 procent van de doorgelichte instellingen een ongunstig advies kreeg.
 
‘De cijfers zijn slechter dan vorig jaar. Daar mogen we de ogen niet voor sluiten’, zegt Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). ‘Bij mijn aantreden stelde ik vast dat de tanker niet gekeerd is. Ondertussen moet ik die beeldspraak bijstellen: het onderwijs is geen tanker, maar een vloot. En een vloot is net zeer behendig. Maar het vraagt ook de nodige tijd en kalmte om te kunnen manoeuvreren.’
 
De inspectie stelt een aantal hardnekkige problemen vast. Schoolbeleid werkt te weinig door tot in de klas: veel scholen slagen er niet in hun pedagogische visie te vertalen naar de dagelijkse klaspraktijk. Daarnaast zijn er grote verschillen tussen leraren onderling, gebruiken scholen te weinig data om bij te sturen en is de leerlingenbegeleiding niet altijd doelgericht.
 
Het jaarverslag duikt ook dieper in de verschillen tussen het kleuter, lager en secundair onderwijs. Daarbij valt op dat de kleuterevaluatie een werkpunt is: bij bijna de helft van de kleuterscholen scoort die onder of net op de verwachting.
 
Voor Nederlands in het lager onderwijs zijn de resultaten wisselend. De manier waarop lesgegeven wordt, voldoet in de meeste scholen, maar de begeleiding op maat schiet tekort: bij zo’n twee derde van de scholen haalt die net of niet de lat. Ook de manier waarop leerlingen geëvalueerd worden, blijft een knelpunt. Opvallend: voor Nederlands in het secundair onderwijs haalt bij ongeveer twee derde van de doorgelichte scholen de instructie slechts de ondergrens, en ook de feedback aan leerlingen scoort zwak.

Voor wiskunde ziet de inspectie een vergelijkbaar beeld in het lager onderwijs: bij de helft van de scholen benadert de begeleiding op maat hooguit de verwachting. In het secundair onderwijs is dat nog uitgesprokener: bij meer dan acht op de tien scholen haalt de begeleiding op maat voor wiskunde niet de lat.
 
Ook opmerkelijk is dat het onderwijskundig beleid hét grootste pijnpunt blijft. Bij 46 van de doorgelichte scholen scoorde dat beneden de verwachting, bij nog eens 315 benaderde het de verwachting. Ook een betrouwbare evaluatie van de eigen onderwijskwaliteit blijft een groot werkpunt.
 
De resultaten liggen in lijn met internationale onderzoeken als PISA en TIMSS. Demir wijst erop dat het beleid om de trend te keren nu pas echt wordt uitgerold. ‘Nieuwe minimumdoelen, een sterkere lerarenopleiding, meer focus op orde en rust in de klas en op effectieve didactiek: die ingrepen komen nu in stelling’, aldus de minister. Ze verwacht dat het effect daarvan pas de komende jaren zichtbaar wordt.
 
Naast de pedagogische doorlichtingen voerde de inspectie ook 138 doorlichtingen uit op het vlak van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne (BVH), een forse stijging tegenover 93 het schooljaar ervoor. Ruim een derde van de scholen kreeg daarbij een ongunstig advies.

Scholen met een ongunstig advies krijgen verplichte begeleiding, gericht op de vastgestelde problemen, en een herbezoek van de inspectie.
Inspecteur-generaal Katrien Bonneux benadrukt dat de overgrote meerderheid van de scholen wel een gunstig advies kreeg. ‘De situatie is ernstig. Dat moet je durven benoemen. Maar samen met leerkrachten en directies gaan we dit keren’, zegt ze. 

Bron: Knack