Welbespraakt en zonder schaamte, zo beschrijft Lieve Flour (81) haar leven in het woonzorgcentrum in Turnhout in haar boek ‘Ik werd kamer 235’. En met dezelfde overtuiging verandert ze stap voor stap hoe ze er wordt behandeld. “In het begin mag je niet doen wat je nog kunt en daarna kan je niet meer wat je nog mag.”

Lieve (81) woont nu 3 jaar in een woonzorgcentrum in Turnhout, een ervaring die haar aan het schrijven zette. In haar boek ‘Ik werd kamer 235’ beschrijft ze hoe ze haar zelfstandigheid en privacy verloor en geeft ze kritiek op de bureaucratie van het centrum.

“In het begin dat ik er was, klopte men niet om binnen te komen”, vertelt ze in De Afspraak. “Als je poetsvrouw, je tuinman of je loodgieter je gaat vertellen hoe jij moet leven en zomaar overal in jouw huis binnenkomt, accepteer je dat toch ook niet? En terecht.” Sinds Lieve dat aankaartte, wordt er wél geklopt.

Regeltjes

Flour heeft lak aan de vele regels die haar vrijheid beperken in het centrum. Dat ze medebewoners niet met kleine zaken mag helpen, bijvoorbeeld. “Een van mijn tafelgenoten heeft artrose waardoor zijn handen verkrampt zijn. Hij kan zijn vlees niet meer snijden, zijn aardappelen niet meer snijden, en ik mag niet helpen.”

Of dat medebewoners soms om 16 uur al naar bed moeten. “Anders kwam de zorg in het gedrang”, beschrijft ze in haar boek. Ze vertelt er stoutmoedig bij hoe ze de man in zijn kamer ging halen. “Is dit tegen de regels? Ja”, zegt ze zelf.  “Heb ik hier spijt van? Nee. Want zijn recht om te kiezen waar hij zijn avondmaal wilde gebruiken, werd geschonden”, vindt Lieve.

Toch begrijpt ze ook sommige regeltjes, zoals de vaste plaatsen bij het eten. “Er wordt bijna nergens anders in onze maatschappij zo veel medicijnen gebruikt als in een woonzorgcentrum. Je voorkomt zo heel wat problemen bij het uitdelen van medicijnen”, zegt ze.

Zonder schroom 

Taboe-onderwerpen als incontinentie gaat ze niet uit de weg. “Eerlijk gezegd, vind ik dat het niet alleen nuttig, maar zelfs nodig is om eens tot in detail te beschrijven wat het dragen van een incontinentiepad met een volwassen mens doet”, schrijft ze. 

Zo wijst ze erop dat het model hetzelfde is voor mannen en vrouwen, vindt ze dat je de pads te lang moet dragen en zijn ze lelijk. Bovendien maken ze intimiteit moeilijker. “De pad doodt vakkundig iedere gedachte aan zelfs nog maar het begin van een zweem van intimiteit. Als hij tot overmaat van ramp door zorgverleners met de sluiting achteraan wordt vastgemaakt, wordt zelfs masturberen een hachelijke onderneming”, schrijft Flour zonder schroom.

Passief

Lieve ziet vooral structurele problemen. “De systematische nadruk op de taken, het planmatige, en het aanbodgestuurde, maakt mensen passief, hulpeloos en zwijgend”, vertelt Lieve.  “In het begin mag je niet doen wat je nog kunt en daarna kan je niet meer wat je nog mag. Je wordt passief, je wordt hulpbehoevend, je wordt nog meer incontinent.”

“Onderzoek na onderzoek heeft ondertussen aangetoond dat meer autonomie en meer zelfbeschikking ook in woonzorgcentra werkt. Toch blijft de weerstand tegen meer vraaggestuurde zorg en mensgerichte planning – óók voor de zorgverleners! – groot en vrij algemeen.”

In de eerste plaats vraagt Lieve om een meer persoonlijke behandeling. “Wij blijven mensen”, zegt Flour. “Behandel ons dus ook als mensen, en als volwassen mensen. Wij zijn geen eenheidsworst, wij zijn individuen.”

Opdracht voor personeel én bewoners 

Het personeel in het woonzorgcentrum zit tegelijk vast aan dat ‘planmatig’ systeem en aan de opleiding schort ook wel wat, vindt Flour. Maar het personeel heeft ook zelf een verantwoordelijkheid, gelooft de bewoner. 

Ze is vol lof over personeelsleden die vragen of ze in de badkamer mogen binnenkomen, of vragen hoe ze precies gewassen wil worden. Tegelijk spaart ze haar kritiek niet voor personeel dat bewoners betuttelt, “als kleuters behandelt” of te weinig rekening zou houden met de privacy van de bewoners.

Van die bewoners verwacht Lieve wel dat zij “beleefd, met respect en met geduld” vragen om aanpassingen. “De zorg is een tanker, geen jetski die je even kan keren”, beseft ze.

Bron: vrt.nws

Ik werd kamer 235

In dit boek vertelt Lieve Flour – zelf bewoner – hoe het er écht aan toe gaat in een woonzorgcentrum.

Lieve observeert scherp, schrijft met flair en humor en spaart niemand. Ze deelt wat goed gaat, benoemt wat beter kan, en geeft ondertussen mooie complimenten aan wie dat verdient. Haar boodschap? Zorg draait om meer dan regels en routines – het gaat om respect, betrokkenheid en menselijke waardigheid.

Dit boek is een aanrader voor iedereen die met ouderenzorg in aanraking komt – van zorgverleners en familieleden tot beleidsmakers en geëngageerde lezers. Het staat vol leerrijke reflecties, concrete ervaringen en suggesties voor verbetering. En dat geschreven door iemand die het elke dag zélf beleeft.

Een krachtige stem uit de praktijk, die raakt, prikkelt en inspireert tot empowerment in woonzorgcentra.

Te koop via Standaard Boekhandel