Minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) wil een taskforce oprichten die het beleid van probleemscholen tijdelijk naar zich toe kan trekken. Het is een van de maatregelen waarmee ze “ongewenst gedrag en schooluitval” wil aanpakken.
“Er moet weer rust en structuur komen op school”, zei minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) eind augustus. Ze beloofde toen dat ze scholen daarbij zou helpen. De Standaard kon de recentste versie van haar actieplan inkijken. Daaruit blijkt dat Demir een taskforce wil oprichten die in probleemscholen “het beleid van de school voor een afgebakende periode kan overnemen”. Het is de onderwijsinspectie die, als ze “tekorten in klasmanagement en gedragsbeleid” vaststelt, scholen kan “verplichten om zich extern te laten begeleiden door de taskforce”. Ook krijgen schooldirecties het mandaat om controles uit te voeren “op de inhoud van lockers, boekentassen en zakken” om zeker te zijn dat leerlingen geen drugs of wapens de school binnenbrengen. Dat mogen evenwel geen willekeurige steekproeven zijn.
Het plan moet “gewenst gedrag” op school bevorderen en “ongewenst gedrag duidelijk begrenzen”. De term “ongewenst gedrag” omvat zowel “minder ernstig gedrag dat de lesroutine verstoort en zo het leereffect ondermijnt (blijven praten, geen lesmateriaal bij zich hebben, in discussie blijven gaan …) als gedrag dat de grenzen van anderen overschrijdt of de werking van de school belemmert (uitschelden, discrimineren, bedreigen, stelen, spijbelen, pesten, vechten, iemand tot seksuele handelingen dwingen …)”.
Daarvoor moeten vooral scholen, maar ook leerkrachten, meer verantwoording afleggen voor hun tuchtbeleid. Zo moet elke school een gedragsexpert aanduiden. Dat kan de directeur zelf zijn, maar die mag de taak ook doorschuiven naar een andere persoon binnen de school. Bovendien kan de onderwijsinspectie onaangekondigd het klasmanagement in een school komen controleren. Maar ook binnen de gewone doorlichtingen moet de inspectie meer aandacht besteden aan het tuchtbeleid, zeker in middelbare scholen waar veel B-attesten uitgereikt worden waarbij leerlingen geen richting meer op dezelfde school kunnen volgen. Ten slotte moeten scholen ook beter motiveren waarom ze een tuchtmaatregel, zoals een schorsing, nemen.
Ongewenst stille jongen
“Op sommige scholen zijn er problemen. Die moeten worden aangepakt”, zegt Vlaams Parlementslid Stephanie D’Hose (Open VLD), die akte nam van het plan van Demir. “De leerkracht moet weer baas zijn in de klas: daarvoor heeft die meer ondersteuning nodig bij conflicten. Geen extra procedures. En ook geen taskforce die alles overneemt, want daarmee zet je een school de facto onder curatele.” D’Hose pleit voor meer opleiding voor directeurs. “Ze moeten net meer vrijheid krijgen en zelf kunnen bepalen waar ze personeel inzetten. Scholen moeten ook meer samenwerken met lokale besturen en justitie.”
D’Hose maakt zich als liberaal ook zorgen over het feit dat de staat bepaalt wat “gewenst en ongewenst gedrag” is. “Valt een stille, timide jongetje daar dan onder? Of vertoont een meisje dat door de scheiding van haar ouders moeite heeft om zich te concentreren dan ook ongewenst gedrag? Het is een gevaarlijk hellend vlak.”
Net voor de herfstvakantie heeft minister Demir het plan voor het eerst voorgelegd aan de onderwijskoepels. Ook zij hebben, volgens onze informatie, fundamentele bezwaren tegen verschillende maatregelen. “Dat de rol van de school en directie sterk uitgebreid wordt, is juridisch zeer wankel”, klinkt het. “We zien directies niet als potentiële klikspanen en willen problemen samen met ouders aanpakken. Dit is een model dat niet gebaseerd is op het Vlaamse onderwijs.” Later deze week volgt opnieuw overleg met de koepels. Demir betreurt dat het plan gelekt is voor het op de tafel van de Vlaamse regering terechtkwam. “Ik weet ook niet of de versie waarover De Standaard beschikt up-to-date is.” Verschillende bronnen bevestigen dat de versie van 15 oktober de laatste versie is die Demir met haar coalitiepartners gedeeld heeft. “Wat ik wel weet, is dat er in onze scholen meer moet worden ingezet op een leervriendelijke omgeving en dat we daarin grote stappen vooruit kunnen zetten met aangepast schoolgedrag.”
Bron: De Standaard
