Het indexplafond zal voor bijna een miljoen werknemers en mogelijk ook alle ambtenaren en zorgpersoneel pas in 2027 voelbaar zijn. De regering-De Wever heeft nog altijd geen volledig akkoord over de invoering van het indexplafond.
De regering-De Wever heeft dinsdagavond nog niet alle losse eindjes van het begrotingsakkoord kunnen samenknopen. Vrijdag komt het kernkabinet opnieuw samen om zich te buigen over de zogenaamde notificaties. Dat zijn de uitgeschreven afspraken van wat er tijdens de nachtelijke onderhandeling werd beslist. Daarin wordt ook al iets meer in detail getreden over de uitwerking van de besliste maatregelen.
- De Standaard kon het ontwerp van de notificatie over de toepassing van het indexplafond lezen. Ter herinnering: de regering heeft afgesproken om brutolonen boven de 4.000 euro en uitkeringen (inclusief pensioenen) boven de 2.000 euro in 2026 en 2028 niet te indexeren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, omdat de aanpassing van lonen en uitkeringen, afhankelijk van de diverse sectoren, op andere momenten gebeurt.
- De notificatie geeft meer zicht op wanneer ambtenaren en werknemers het plafond zullen voelen. Het uitgangspunt daarbij is het volgende: zodra de wetgeving is goedgekeurd – wellicht pas begin volgend jaar – begint de inflatieteller te lopen, totdat die leidt tot een volgende indexering. Op die indexering wordt dan het plafond toegepast.
- Bij de bijna één miljoen werknemers van wie de lonen eenmaal per jaar worden geïndexeerd (op 1 januari) zal daardoor het plafond voor het eerst worden toegepast op de indexering op 1 januari 2027.
- Bij de werknemers die maandelijks, halfjaarlijks of per kwartaal hun indexering krijgen, zal het plafond zodra de wetgeving in werking is getreden bij elke indexering toegepast worden, totdat ze in totaal 2 procent aan indexering ingeleverd hebben op hun brutoloon boven de 4.000 euro. Zij zullen, afhankelijk van de inflatie, het plafond deels in 2026 al voelen, maar mogelijk ook nog in 2027.
- Voor de ambtenaren, het zorgpersoneel en wie een uitkering geniet, is het uitkijken naar wanneer de ‘spilindex’ wordt overschreden. Hun indexering volgt dan drie maanden later. Volgens het Federaal Planbureau zou de spilindex mogelijk deze maand al overschreden worden. In dat geval zal het indexplafond pas toegepast worden na de volgende overschrijding van de spilindex. Dat kan in 2026 zijn, maar evengoed pas in 2027, afhankelijk van de inflatie. Als de spilindex pas in januari wordt overschreden, dan kan het indexplafond eventueel al op de indexering van april toegepast worden. Voorwaarde is wel dat de wetgeving dan al in werking is getreden voor de overschrijding van de spilindex.
- Als het indexplafond later effect heeft, betekent dat meteen ook dat de daaraan gekoppelde opbrengst voor de begroting later zal binnenkomen. De helft van wat de bedrijven uitsparen dankzij het indexplafond zullen ze moeten doorstorten aan de staatskas. Daarnaast is dat indexplafond een besparing, omdat de uitgaven voor ambtenarenlonen en uitkeringen minder snel zullen stijgen.
- Deeltijds werken
- Ondertussen is ook al duidelijk dat gekeken zal worden naar het maandelijkse brutoloon op het loonbriefje om te bepalen of het indexplafond moet worden toegepast. Daar zal dus geen rekening worden gehouden met de dertiende maand, vakantiegeld of extralegale voordelen zoals een bedrijfswagen.
- Wat wel nog altijd uitgeklaard moet worden, is hoe men de maatregel zal toepassen op deeltijdse werknemers. Wordt hun loon omgerekend naar een voltijds loon om te zien of ze al dan niet door de grens van 4.000 euro gaan? Het is ook nog niet duidelijk hoe het zal gaan met arbeiders die bijvoorbeeld door nachtpremies de ene maand meer dan 4.000 euro en de andere maand minder dan 4.000 euro verdienen.
- Een ander heikel punt blijft de btw-verhoging voor ‘sport en ontspanning’ en op ‘afhaalmaaltijden’. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) heeft altijd aangegeven dat hij voor een maximale invulling gaat en dat blijkt ook nog altijd uit de betrokken notificatie die De Standaard heeft kunnen inkijken. Daarin staat alleen een uitzondering voor de ‘culturele activiteiten’ die nu al vrijgesteld zijn van btw, omdat de organisator geen winstoogmerk heeft en de opbrengsten uitsluitend gebruikt worden om de kosten te dekken. Dus ziet het er voorlopig naar uit dat zowel de supermarktsushi als het ticketje voor Pairi Daiza niet zullen ontsnappen aan de hogere btw.
- Bron: De Standaard