Maaltijdcheques van tien euro vormen de buffer tegen duurdere boodschappen, zo beloofde de regering. Maar de sectorakkoorden die Visie kon doorlichten, tonen dat nauwelijks werknemers daarop kunnen rekenen. ‘De regering wekte de indruk dat tien euro de nieuwe norm wordt, maar in veel sectoren krijgen werknemers zelfs geen maaltijd­cheques.’

Het was in het regeerakkoord een van dé beslissingen om onze koopkracht te beschermen: maaltijdcheques tot tien euro. Vooral voor Vooruit was de verhoging een grote overwinning. Werknemers zouden voortaan voor iedere gewerkte dag een maaltijdcheque van tien in plaats van acht euro kunnen krijgen. Maar die belofte blijkt geen garantie. Visie onderzocht een aantal afgesloten sectorakkoorden, waarin sociale partners een verhoging kunnen overeenkomen, en ontdekte dat momenteel bijna geen enkele sector die verhoging wil toekennen. 

Dat wringt des te meer nu een recente berekening van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven aangeeft dat Belgische lonen bijna 4,6 procent achterlopen op die in Nederland, Frankrijk en Duitsland, wanneer ook onder andere loonsubsidies in rekening worden gebracht.

Helemaal geen maaltijdcheques

Visie analyseerde de akkoorden die in 33 sectoren – goed voor ruim 1,1 miljoen werknemers – werden afgeklopt. Uit een brede analyse door het ACV blijkt dat drie sectoren helemaal geen sectoraal recht op maaltijdcheques hebben en er ook geen invoeren. ‘De indruk is gewekt dat tien euro de nieuwe norm wordt’, zegt Alexis Fellahi van de ACV-studiedienst. ‘Maar in veel sectoren krijgen werknemers er zelfs geen.’

Op het moment van de analyse was er slechts één piepkleine sector die de verhoging tot tien euro garandeert bekend. Alleen de volgens de laatste telling negen werknemers in de sector van de ‘bont en kleinvel’ (PC 148) mogen zich voorlopig ‘rijk’ rekenen met een gegarandeerde maaltijdcheque van tien euro per gewerkte dag.

Het grootste paritair comité (PC) van het land, dat van de ‘aanvullende groep bedienden’ met nummer 200, voorziet zelfs helemaal niet in maaltijdcheques. De ruim half miljoen werknemers in die categorie zijn dus volledig aangewezen op wat hun werk­gever op bedrijfsniveau of zelfs indivi­dueel wil toekennen. Ook in andere sectoren is dat van toepassing.

In sectoren waar werknemers wel al gegarandeerd recht op maaltijdcheques hadden, is er dan weer bijna nergens sprake van de voorgespiegelde verhoging tot tien euro. Zo zijn voorlopig 1,1 miljoen Belgische werknemers helemaal niet zeker van een maaltijdcheque van tien euro per gewerkte dag. In bedrijfstakken waar nog geen sectorakkoord uit de bus kwam, is het de vraag of daar ergens afgeklopt zal worden op maaltijdcheques van tien euro. Volgens interne bronnen verlopen die gesprekken vaak moeizaam.

Stijging ook minder dan beloofd

Zelfs waar er wel verhogingen zijn afgesproken, gaat het lang niet altijd om de maximale stijging van twee euro die de regering mogelijk maakte. Van de 33 onderzochte sectoren kent ongeveer de helft de twee euro stijging toe, goed voor zo’n 355.000 werknemers. Andere sectoren beperken zich tot een verhoging tussen een halve en anderhalve euro.

Daar komt nog bij dat veel verhogingen pas in de loop van 2026 ingaan. In sommige sectoren op 1 april, 1 juli of zelfs nog later. Terugwerkende toepassing is niet mogelijk voor maaltijdcheques. Werknemers die al sinds de start van de arizonaregering op een koopkrachtmaatregel wachten, moeten dus nog maanden geduld oefenen.

‘De regering heeft de loonmarge voor loonsverhoging op nul procent vastgelegd’, verduidelijkt ACV-voorzitter Ann Vermorgen. ‘Sectoren konden dus geen algemene loonstijgingen onderhandelen en moesten zich beperken tot minimale correcties of alternatieven zoals maaltijdcheques. Maar van de belofte dat maaltijdcheques van tien euro onze koopkracht gaan redden, blijft weinig overeind. Is dat wat er maar van af kan? Waar gaat de winst dan naartoe?’ 

Bron: visie.net