by Frans Dams | sep 8, 2023 | Economie
De Croo: ‘Al wie poten en oren heeft aan het werk is prioriteit nummer één’
‘Ik ben niet blind voor de problemen, maar ik wil oplossingen vinden. Stap na stap. En oppassen dat je niet struikelt. Die methode werkt.’ Door WIM VAN DE VELDEN in De Tijd
‘Voor mij is dé vraag hoe we tot een ‘can do’-mentaliteit komen, tegenover het ‘rien ne va plus’ van anderen.’ Dat zegt Alexander De Croo (Open VLD), die graag verlengingen zou spelen in de Zestien.
Hoezeer premier Alexander De Croo ook wil schitteren met een positief ‘can do’-verhaal, toch is het regeringwerk niet van die aard dat het een gewonnen koers is. De tegenstellingen binnen de zevenpartijencoalitie waren vaak hardnekkig, waardoor grote hervormingen uitbleven. Voor het laatste jaar ligt de lat ook niet meer al te hoog. De plannen voor een fiscale hervorming zijn opgeborgen. Wat nog op de plank ligt, is een milde begrotingsoefening van 1,2 miljard euro.
En toch lopen bij de politieke rentree de spanningen binnen Vivaldi weer op. Dat staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor (CD&V) alleenstaande mannen niet langer wil opvangen, om te vermijden dat straks weer vrouwen en kinderen op straat moeten slapen, doet de groenen en de PS steigeren.
De Croo biedt De Moor rugdekking. ‘We doen er alles aan om die maatregel zo kort als mogelijk te houden. Hoe sneller we in staat zijn opvangplaatsen te creëren, hoe korter die zal zijn’, kaatst hij de bal terug naar de linkse coalitiepartners. Die moeten zelf opvangplaatsen zoeken, als ze geen tijdelijke opvangstop voor alleenstaande mannen willen.
Terwijl de asieldruk weer toeneemt, kreunt de economie steeds meer onder het tekort aan handjes. Is arbeidsmigratie toch geen must?
Alexander De Croo: ‘Dat er handen tekort zijn, weegt niet alleen op onze economie, het is een maatschappelijk probleem: het laat zich voelen in de zorg, de opvang, het onderwijs. Vandaar dat al wie poten en oren heeft aan het werk moet. Maar eerder dan nu volop in te zetten op arbeidsmigratie, moeten we eerst alle Belgen aan de slag krijgen. Dat is prioriteit nummer één.’
Dat klinkt goed, maar de realiteit is dat er minder Waalse werkzoekenden in Vlaanderen aan de slag zijn dan tien jaar geleden.
De Croo: ‘Dat het een taalprobleem zou zijn, geloof ik niet. De Fransen die in de grensstreek aan de slag zijn, kennen geen Nederlands. Gelukkig vindt ook Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) dat er te veel werklozen in Wallonië zijn. Ik juich het toe dat er meer zal worden samengewerkt tussen Vlaanderen en Wallonië, zodat Waalse werkzoekenden de vele openstaande vacatures in Vlaanderen kunnen invullen. Maar we hebben vooral nood aan een mentaliteitswijziging. Werken is geen straf, hé.’
Is de Waalse mentaliteit het probleem?
De Croo: ‘Ik geloof niet dat er echt een verschil van mentaliteit is tussen Vlamingen, Walen of Brusselaars. Wel is er een politiek verschil in de manier waarop naar werk wordt gekeken. Als je in solidariteit gelooft, moet je voor werk zijn. Het gaat om meer dan een inkomen. Je draagt dan ook bij tot de sociale zekerheid, waar iedereen weleens op terugvalt.’
Het tekort aan handjes is een bijkomende handicap boven op de hoge loon- en energiekosten, maar wat doet u eraan?
We hebben een expansief beleid gevoerd. Met succes. Er zijn 300.000 jobs gecreëerd. Maar daar hebben we een budgettaire prijs voor betaald. Nu moeten we zien hoe we de begroting weer op het goede spoor krijgen.
De Croo: ‘Om de opeenvolgende crisissen het hoofd te bieden hebben we een expansief beleid gevoerd en zo’n 20 miljard euro in de economie gepompt. Met succes. De jobcreatie ligt hoger dan in de vorige legislatuur, toen het economisch normale tijden waren. Volgens het Planbureau zullen we tegen het einde van de legislatuur zo’n 300.000 jobs gecreëerd hebben. De koopkracht is intact gebleven. En we hebben vermeden dat veel bedrijven over de kop zijn gegaan. Daar hebben we wel een budgettaire prijs voor betaald. We moeten nu kijken hoe we de begroting weer op het goede spoor krijgen. Bij de begrotingsopmaak in het najaar willen we nog een inspanning doen van 1,2 miljard euro, boven op de eerder al besliste inspanning van 0,6 procent van het bruto binnenlands product.’
Had het allemaal niet iets meer moeten zijn?
De Croo: ‘Een fiscale hervorming kunnen we budgettair niet aan. Vandaar dat we dat niet gaan doen. Het is ook maar de vraag of we nog iets aan de loonkosten moeten doen, want de loonsverhogingen in Duitsland vallen hoger uit dan gedacht. Door de automatische loonindexering zijn de loonkosten snel omhoog gegaan, maar in de buurlanden zie je een inhaaloperatie. Wij plukken nog altijd de vruchten van de lastenverlaging die is doorgevoerd onder de regering-Michel, want de jobmotor draait op volle toeren.’
Toch staat de industrie onder druk. Na het Ineos-arrest wordt de vraag zelfs hardop gesteld of er nog wel een toekomst is voor de industrie in ons land, en bij uitbreiding in Europa.
De Croo: ‘Laat me duidelijk zijn: ik heb mee de schouders gezet onder Ineos, dat een ethaankraker wil bouwen in de haven van Antwerpen, omdat we die industrie hier nodig hebben. Sommigen vinden chemie iets vies, maar het zit in zowat alles wat we dagelijks gebruiken. Als het hier niet kan, zal het elders gebeuren, met een grotere negatieve impact op het milieu. Industrie hebben we dus nodig, net zoals landbouw. Ik wil geen tegenstelling tussen die twee creëren.’
Is in de Europese Green Deal nog wel plaats voor de industrie?
De Croo: ‘Wat ontbreekt in Europa is een industriële deal, naast de Green Deal. Die is nodig om het evenwicht te bewaren, onze energiebevoorrading te verzekeren en koplopers te blijven in de transitie naar hernieuwbare energie.’
Zal het volstaan dat twee kerncentrales tien jaar langer worden opengehouden? Of zullen we nog een bijkomende gascentrale nodig hebben, willen we zeker zijn van onze energiebevoorrading?
De Croo: ‘We zijn erin geslaagd het nucleaire te verlengen, wat bijvoorbeeld niet het geval is in Duitsland. Twee kerncentrales zullen tien jaar langer blijven draaien en we doen onderzoek naar de moduleerbare centrales van de toekomst, de SMR’s. Dat toont de politieke moed en het pragmatisme van partijen die het anti-nucleaire in hun programma hebben.’
‘Maar we zien dat de elektrificatie sneller dan verwacht gaat, wat op zich een goede zaak is, want het doet de CO2-uitstoot dalen. Het houdt wel in dat we in overleg met hoogspanningsnetbeheerder Elia moeten nagaan wat er nog nodig is. Die elektrificatie mogen we niet afremmen. We moeten alles doen wat nodig is om voldoende capaciteit en buffers te hebben. Met vraagsturing en batterij-opslagcapacitieit raak je al een heel eind, maar ik ga niet op de zaken vooruitlopen. We zullen de oefening doen. Je ziet: nog werk genoeg.’
Werk genoeg, maar lukt het nog wel om de noodzakelijke hervormingen door te voeren?
De Croo: ‘Het zal u misschien verbazen, maar ons land kent veel mogelijkheden én veel dadendrang én ambitie. Daar moet je politiek op inzetten. Ik geloof niet dat we ons land beter zullen maken door voortdurend te kankeren dat hier niets nog gaat. Dat is zoals een trainer van een voetbalclub die zou zeggen: we suck. Of een CEO die zou zeggen dat zijn bedrijf het slechtste van de wereld is. Ik ben niet blind voor de problemen, maar ik wil oplossingen vinden. Stap voor stap. En oppassen dat je niet struikelt. Die methode werkt.’
Moet de lat niet hoger liggen, want straks dreigen we weer voor een lange periode in lopende zaken te gaan?
Ik vind het van politieke luiheid getuigen, als we weer naar ellenlange regeringsonderhandelingen zouden gaan.
De Croo: ‘Waarom zouden we binnen twee maanden na de verkiezingen geen regering kunnen vormen? Ik vind het van politieke luiheid getuigen, als we weer naar ellenlange regeringsonderhandelingen zouden gaan. Het ligt ook in handen van de kiezer. Die moet kiezen: ofwel voor politici die geloven in de kracht van ons land, ofwel kies je voor het donkere-wolkenverhaal van anderen.’
Bart De Wever mikt op een centrumrechts Vlaams blok, waar niet aan voorbij kan worden gegaan bij de regeringsvorming.
De Croo: ‘Dat is een plat die voor de vierde keer in de microgolfoven wordt opgewarmd. Blokvorming leidt tot blokkeringen. Ik sta daar anders in en wil partners in Vlaanderen en Wallonië zoeken die het land vooruit willen helpen. Bart De Wever droomt van een nationalistisch, conservatief blok. Zo ben ik niet. We houden er een verschillende visie op na. Hij volgt een confrontatielogica en polariseert, terwijl ik mik op het samenbrengen van mensen. In het dossier van de overlast aan het Zuidstation in Brussel schoof iedereen de hete aardappel naar elkaar door, tot ik iedereen rond de tafel heb gebracht. Daarmee zijn de problemen nog niet opgelost, maar het is de enige manier om vooruit te raken.’
Vicepremier Georges Gilkinet (Ecolo) heeft het blijkbaar niet goed begrepen. Hij nam de vlucht vooruit met zijn plan om de nachtvluchten vanaf de luchthaven van Zaventem te verbieden?
De Croo: ‘Daarmee afkomen vlak voor verkiezingen heeft in het verleden al politieke slachtoffers gemaakt. Je moet daar voorzichtig mee zijn. Vanzelfsprekend moet je een duurzaam pad bewandelen, maar in het terugdringen van de geluidsoverlast geloof ik dat technologische vooruitgang ons kan helpen. De luchthaven is cruciaal voor onze economie. Als we wereldtop zijn in de farmaceutische sector, in het ontwikkelen van vaccins, dan heeft dat ook te maken met de bereikbaarheid via de luchthaven.’
Zijn er geen institutionele hervormingen nodig, om het land efficiënter te laten draaien?
De Croo: ‘Ik ben daar niet door geobsedeerd. Zelfs de beste staatshervorming zal niet helpen, als de politieke wil er niet is om samen te werken. We hebben wel betere dingen te doen dan weer een rondje staatshervorming.’
Wat heeft Vivaldi laten liggen waarvan een volgende regering werk zou moeten maken?
De Croo: ‘De uitdagingen zijn bekend: meer mensen aan de slag krijgen, de industrie hier houden… Maar voor mij is dé vraag hoe we tot een can do-mentaliteit komen, tegenover het rien ne va plus van anderen. Ik geloof in de mogelijkheden van België en van de Belgen.’
Als ik partijen kan verenigen, die ook geloven in de mogelijkheden van ons land, wil ik verderdoen.
Dat klinkt alsof u verder wil doen als premier?
De Croo: ‘Als ik partijen kan verenigen, die ook geloven in de mogelijkheden van ons land, wil ik verderdoen. Het zal natuurlijk afhangen van wat de kiezer zegt: je kan niet voortdoen met minder dan 10 procent van de stemmen. Niemand kan tevreden zijn met 10 procent, het moet veel meer zijn dan dat.’
Anders zou u toch maar de dweil van de Wetstraat zijn?
De Croo: ‘O, maar ik heb mij nooit een dweil gevoeld. In het functioneren als premier speelt het geen rol hoeveel zetels je partij telt in het parlement. Het hangt af van het vertrouwen dat de coalitiepartners in jou hebben.
Enige introspectie is daarbij wel op zijn plaats. We hebben niet altijd een fraai beeld van de politiek opgehangen. De mensen hebben niets aan ruziemakers, we moeten doen waarvoor we worden betaald en oplossingen bedenken.’ Bron: De Tijd
by Frans Dams | sep 8, 2023 | Onderwijs
Je leven lang bijleren? Dat is het mooiste dat er is. Het is nooit te laat voor die carrièreswitch, dat extra certificaat, diploma of die nieuwe hobby.
Wil jij je talenten ontdekken? Zelfstandiger worden of bijleren, bijvoorbeeld over computers? Je diploma halen of starten aan een nieuwe uitdaging?
Dankzij het volwassenenonderwijs kan jij er 100% voor gaan, ook als je van nul af aan moet beginnen.Vind een opleiding via het Opleidingskompas
Jezelf bijscholen, daar staat geen leeftijd op. Of je nu een nieuw hoofdstuk start of er een wil afsluiten, er is altijd een cursus die bij je past.
Van een kantoorjob naar een echte stiel, of andersom? Alles is mogelijk in het volwassenenonderwijs. Een nieuw (deel)certificaat staat ook goed op je CV als je wil doorgroeien in je job. Of je het nu voor je werk doet, of voor jezelf, jij spreekt straks vloeiend die extra taal of je houdt er een nieuwe hobby aan over.
Dankzij het volwassenenonderwijs kan jij er 100% voor gaan, ook als je van nul af aan moet beginnen.
Het volwassenenonderwijs biedt opleidingen en modules aan op maat van iedereen. Jong, oud. Iets bijleren of van nul starten. Er is altijd een reden om bij te leren.
Les volgen in een Ligo-CBE of in een CVO? Eén module volgen of een volledige opleiding? Of op zoek naar een andere opleiding? Vind de informatie over het volwassenenonderwijs.
Over het volwassenenonderwijs | Vlaanderen.beEen diploma secundair onderwijs halen in het (vlaanderen.be)
by Frans Dams | sep 8, 2023 | Onderwijs
Verzwakkende testresultaten, schoolverlaters, zittenblijvers. Het Vlaamse onderwijs zinkt verder weg. De economie loopt daardoor miljarden mis. Bedrijven moeten het beste zien te halen uit jonge rekruten. “Die jongeren kennen misschien niet langer de wet van Ohm uit het hoofd, ze kunnen wel vlot programmeren.”
Een land dat het opeens zou moeten stellen met werknemers die niet kunnen lezen of rekenen, zou een enorme economische klap krijgen. In Vlaanderen zijn we zover nog niet, maar lezen en rekenen gaat onze leerlingen wel almaar slechter af, blijkt uit internationale en nationale testen. Het legt een hypotheek op onze toekomstige welvaart. Scholing doet de economie beter draaien. De onderwijseconomen Eric Hanushek en Ludger Woessmann wijzen ook op een belangrijk indirect effect. Meer kennis zorgt voor nieuwe ideeën en innovaties, die de economie productiever maken en de groei nog hoger tillen. Goed onderwijs levert bovendien werknemers af, die nieuwe technologieën vlotter begrijpen, toepassen en doorgeven aan anderen. De aftakeling van het Vlaamse onderwijs is dus om veel redenen slecht nieuws.
Een grote pool aan goedgeschoolde arbeidskrachten, die meerdere talen spreken en vlot kunnen rekenen, is cruciaal voor de economie’ Kristof De Witte, hoogleraar onderwijseconomie aan de KU Leuven
Uiteraard is onderwijs niet het enige dat telt voor de welvaart. Ook infrastructuur, rechtszekerheid, efficiënte instellingen en openheid voor internationale handel spelen een grote rol. Bovendien is er geen zekerheid over de relatie tussen onderwijs en groei. Worden landen welvarend door goed onderwijs, of is het veeleer omgekeerd, en kunnen alleen rijke landen zich goed onderwijs veroorloven? Een eensluidend antwoord is er niet, aldus Hanushek en Woessman, maar analyse wijst vaak op het eerste. Chronologisch komt een grotere groei bijvoorbeeld vaak na meer kennis, zodat de groei moeilijk de kennis kan verklaren.
De toestand in Vlaanderen
Eerst het goede nieuws. In nogal wat internationale rangschikkingen staat het Vlaamse onderwijs nog steeds in de bovenste helft. In de jongste PISA-test (Programme for International Student Assessment) voor vijftienjarigen, die dateert van 2018, haalt Vlaanderen voor bijvoorbeeld wiskunde de tiende plaats op 79 landen, met een score van 518 punten. Maar in 2003 scoorde Vlaanderen nog 35 punten hoger. “Dertig PISA-punten staat ongeveer gelijk met wat een leerling leert in een schooljaar”, zegt Kristof De Witte, hoogleraar onderwijseconomie aan de KU Leuven. “Vlaamse vijftienjarigen hebben dus een extra jaar nodig om hetzelfde niveau van wiskunde en vaardigheden te bereiken als hun leeftijdsgenoten twintig jaar geleden.”
De economische impact van die achteruitgang is al even dramatisch. Volgens het model van Hanushek en Woessmann betekent een winst of verlies van 35 PISA-punten een verhoging of verlaging van de jaarlijkse groei met 0,60 procentpunt. Dat effect komt er pas op termijn, maar op het huidige Vlaamse bbp van zowat 300 miljard euro betekent het ruim anderhalf miljard euro aan misgelopen groei per jaar. “We spreken over gigantische effecten. Te weinig mensen zijn zich daarvan bewust”, zegt De Witte. “Een grote pool aan goedgeschoolde arbeidskrachten, die meerdere talen spreken en vlot kunnen rekenen, is cruciaal voor de economie.”
Ook in andere vergelijkende testen boeren de Vlaamse leerlingen achteruit. In de PIRLS-test voor begrijpend lezen (Progess in International Literacy Reading Study) bij leerlingen uit het vierde leerjaar zat Vlaanderen in 2021 niet alleen in de onderste tabelhelft, met plaats 29 op 43 landen, het behoort ook tot de sterkste dalers. Terwijl in 2006 nog 49 procent van de leerlingen een ‘hoog leesniveau’ haalde, was dat in 2021 nog 29 procent. Uit de Vlaamse Peilingstoetsen, die nagaan of leerlingen de eindtermen halen, bleek dat in 2021 slechts 39 procent van de leerlingen van het zesde leerjaar een percentage kan berekenen. In 2009 was dat nog 59 procent.
Onrustwekkend is ook het slinkende aantal toppresteerders en de aanzwellende groep zwakke presteerders. Het Vlaamse percentage topscoorders in de PISA-test voor wiskunde bijvoorbeeld smolt van 34 naar 19 procent tussen 2003 en 2018. “De groep die later voor innovaties zal zorgen, of leidende posities in de samenleving en de bedrijfswereld zal innemen, is massaal aan het krimpen”, zegt De Witte. De groep Vlaamse vijftienjarigen die het basisniveau voor wiskunde en leesvaardigheid niet haalt, is dan weer met bijna een vijfde gegroeid. “Een eenvoudige tekst lezen of een simpele rekensom maken – het minimum om mee te draaien in de samenleving – is voor hen te hoog gegrepen”, stelt De Witte. “Die groep zal het moeilijk hebben in het maatschappelijke leven, en de maatschappij zal aan hen veel geld en werk moeten besteden.”
De sociale kosten
Ook dat laatste, de maatschappelijke kostprijs, blijft vaak onder de radar, aldus De Witte: “Schoolachterstand geeft een reeks individuele problemen, die samenvloeien tot een zware sociale factuur. Neem de schoolverlaters zonder diploma, goed voor jaarlijks 12 procent van de leerlingen in het Vlaamse secundair onderwijs. We merken dat mensen zonder diploma meestal een lager loon hebben, vaker werkloos zijn en minder lang leven. Dat brengt enorme kosten voor de sociale zekerheid en de gezondheidszorg mee, terwijl de economie groei mist en de overheid belastinginkomsten derft.”
Om een idee te geven van de gederfde belastinginkomsten: het behalen van een diploma doet het brutojaarloon in Vlaanderen toenemen met 24 procent, aldus onderzoek van De Witte en zijn collega’s. Anderzijds kostten de NEET-jongeren (Not in Education, Employment or Training) ons vorig jaar 0,6 procent van het Vlaamse bbp. “Per hoofd van de bevolking kwam dat neer op 2.600 euro”, zegt De Witte. “Gelukkig daalt het aantal Vlaamse NEET-jongeren. In 2012 ging het om 9 procent van de 15- tot 24-jarigen, in 2022 was dat nog 5 procent.”
Op een andere onderwijsplaag, het zittenblijven, scoren we dan weer slecht: 24 procent van de Vlaamse vijftienjarigen is minstens één jaar blijven zitten, tegen 12 procent in de Europese Unie. “Lager onderwijs kost de ouders gemiddeld 600 euro per kind per schooljaar, middelbaar onderwijs gemiddeld ruim 1.000 euro. Voor de overheid bedragen de kosten respectievelijk 6.600 en 10.000 euro”, weet De Witte. “Dan zwijg ik nog over de cascade-effecten. Zittenblijven betekent een grotere kans op vroegtijdig schoolverlaten, en dus minder kansen op de arbeidsmarkt, gederfd inkomen en minder groei.”
Wat de bedrijven zeggen
Eind juni hield de werkgeversfederatie Voka een enquête onder 517 West-Vlaamse bedrijven. Daarvan ervaart 69 procent ‘een gebrek aan kennis en vaardigheden van pas afgestudeerden in de onderneming’. Voka-woordvoerder Eric Laureys. “Ondernemers merken dat het niveau van kandidaten lager is dan voorheen. Gezien de krappe arbeidsmarkt is kieskeurigheid geen optie. Veel bedrijven geven dan maar zelf een waaier aan basisopleidingen.” Een voorbeeld is Fluvius Academy, de ‘school’ van de elektriciteits- en aardgasnetbeheerder Fluvius. “Er is altijd al een kloof geweest tussen wat je op school leert en wat je op onze werkvloer moet toepassen”, verklaart woordvoerder Lara Lammens. “Wel valt op dat kandidaten minder goed op technische vragen antwoorden dan vroeger. Maar of dat ligt aan de kwaliteit van het onderwijs, of aan het tekort aan technisch geschoolden, zodat wij onze trechter breder moeten maken, is moeilijk te zeggen.”
Twintig jaar geleden klaagden ondernemers ook al over de kwaliteit van pas afgestudeerden. Werkgevers hebben traditioneel een vertekend beeld van nieuwkomers. Ik heb geen aanwijzingen dat hun kwaliteit zoveel zwakker zou zijn dan vroeger’ Jan Denys, arbeidsmarktspecialist van de hr-dienstverlener Randstad
De tijd van direct inzetbare kandidaten lijkt in elk geval voorbij. “Zijn er geen kandidaten meer met de juiste vaardigheden, opleiding of ervaring, zoek dan mensen met het juiste leervermogen, en geef hun een kans via een vooropleiding”, zegt Thomas Wauters, R&D-manager bij het uitzendbedrijf Accent. Omwille van de vraag naar vooropleidingen heeft Accent in 2020 Talent Lab opgericht. “Daar bieden wij vooropleidingen aan, zoals heftruckchauffeur, maar evengoed basiscompetenties, zoals digitale geletterdheid. Bedrijven die zich vastklampen aan de aanwervingscriteria van vroeger, zullen verliezen.” De problemen met kandidaten zijn niet nieuw, nuanceert Jan Denys, arbeidsmarktspecialist van de hr-dienstverlener Randstad. “Twintig jaar geleden klaagden ondernemers ook al over de kwaliteit van pas afgestudeerden. Werkgevers hebben traditioneel een vertekend beeld van nieuwkomers. Ik heb geen aanwijzingen dat hun kwaliteit zoveel zwakker zou zijn dan vroeger. Ik vrees dat het economische verlies door de massa niet-ingevulde vacatures veel groter is.”
Wat de schooldirecteur zegt
Pascal Vanhoecke is sinds 2019 personeelsdirecteur van ATS in Merelbeke, een bedrijf voor elektrotechnische installaties. Voordien was hij tien jaar directeur van het Technisch Atheneum Merelbeke. “De Vlaamse PISA-resultaten verzwakken, en dat vind ik jammer. Maar wat zegt zo’n test over de inzetbaarheid van mensen op de werkvloer? ATS heeft heel wat jonge technici en ingenieurs in dienst. De slechte PISA-resultaten hebben ons bedrijf niet bepaald doen stilvallen. Die jongeren kennen misschien niet langer de wet van Ohm uit het hoofd, ze kunnen wel vlot programmeren.”
De schoolfinanciering op basis van leerlingenaantal houdt veel kinderen gevangen in een richting die niet bij hen past, meent Vanhoecke. “Het ontbreekt de klassenraad vaak aan moed om de leerling naar een geschiktere studierichting te sturen, omdat de school die richting niet aanbiedt.” Ook de ouders krijgen een veeg uit de pan. “Alles moet leuk zijn voor het kind. Heeft dat kind het wat moeilijk, dan is dat een groot probleem. ‘Oei, dat zal autisme zijn.’ Er moeten meteen een diagnose, een antwoord en een pil komen. Onze samenleving is fragieler geworden dan twintig of dertig jaar geleden. Ik merk dat aan onze jonge buitenlandse werknemers: die zijn weerbaarder en hebben een betere werkattitude dan heel wat Vlaamse jongeren.”
Toch erkent Vanhoecke dat het onderwijs de lat lager heeft gelegd, zodat ATS veel werk heeft met het bijspijkeren van de technische basiskennis van nieuwe werknemers in zijn ATS Academy. “Maar maakt de beste van de klas altijd de mooiste carrière? Hoe zou Steve Jobs gepresteerd hebben op de PISA-testen? We mogen best wel wat pragmatischer omgaan met het schoolrapport. Vroeger werd het schoolrapport minutieus ontleed, nu starten studenten een bedrijfje. Ik vind dat fantastisch.” Bron: Trends
by Frans Dams | sep 8, 2023 | Onderwijs
Op papier zijn er genoeg leerkrachten actief, maar toch is er een lerarentekort: “Goed opgeleide leerkrachten worden niet efficiënt ingezet”, stelt onderwijsexpert Van Damme.
Op papier zijn er volgens de Europese instanties OESO en Eurostat genoeg leerkrachten actief in België. Toch krijgen directeuren hun opdrachten niet gevuld en brengen leerlingen veel tijd door in de studie. Hoe valt dat te rijmen? “Er zijn veel goed opgeleide leraren in België, maar die worden niet efficiënt ingezet”, meent onderwijsexpert Dirk Van Damme. “Bovendien worden leraren te zwaar belast en laten scholen zich leiden door financiële prikkels.”
Er blijft een structureel tekort aan leerkrachten in het basis- en secundair onderwijs, zo blijkt: op de website van de VDAB staan nog steeds opvallend veel vacatures open voor leerkrachten. Toch zijn er op papier voldoende leerkrachten aan de slag in België om alle leerlingen van onderwijs te voorzien. Dat blijkt uit data van de Europese Organisatie voor Economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) en Eurostat, het directoraat-generaal van de Europese Unie belast met het opmaken van statistieken.
“België heeft een van de beste ratio’s van alle OESO-landen,” bevestigt onderwijsexpert Dirk Van Damme in “De ochtend” op Radio 1. “Per 9 leerlingen is er 1 leerkracht in het secundair onderwijs. Maar die verhouding vertaalt zich niet in de klassen.” Waar loopt het dan mis, volgens Van Damme? “De grote poel aan goed opgeleide leraren wordt niet efficiënt ingezet. Leerkrachten komen niet terecht op de plekken waar ze de meeste waarde kunnen opleveren.”
Taaie nettenstructuur
Het onderwijsbouwwerk is inefficiënt, meent hij. “Er zijn veel dunbevolkte richtingen en veel richtingen overlappen elkaar ook.” Dat probleem signaleerde ook Vooruit-voorzitter Conner Rousseau in “De afspraak op vrijdag”: “Drie verschillende leerkrachten die Grieks geven aan een handvol leerlingen moeten worden samengebracht in één klas, zo spaar je twee leerkrachten uit.”
De huidige onderwijsstructuur laat dat niet zo gemakkelijk toe. Het Vlaams onderwijs bestaat uit drie onderwijsnetten met telkens minstens een onderwijskoepel. Dat levert een verzuild of ‘vernet’ landschap op: het gemeenschapsonderwijs (GO!), het gesubsidieerd officieel onderwijs zoals het stedelijk of provinciaal onderwijs en het gesubsidieerd vrij onderwijs met de katholieke scholen. “Die taaie nettenstructuur,” stelt Dirk Van Damme, “houdt tegen dat leerkrachten hun opdracht bijvoorbeeld invullen op verschillende scholen waar er nood is. Ze zijn aangesloten aan een net en kunnen niet zomaar ingeschakeld worden in een ander net.”
Die inefficiënte organisatie moeten we durven aanpakken, ondanks de taaie structuren, vindt Van Damme. “Het kan niet zijn dat we leerkrachten genoeg hebben, maar dat leerlingen in de studie zitten omdat we vasthouden aan dat driedubbele aanbod.” Zo oppert de onderwijsexpert bijvoorbeeld een ‘richtingenruil’: “De ene school kan een richting opgeven aan een andere school, in ruil voor een andere opleiding. Onderling kunnen scholen, tussen de netten heen, gemakkelijk zulke afspraken maken.”
Economische logica
Toch is het niet alleen de verzuilde structuur die het onderwijs in de problemen werkt. Een sterke marktlogica werkt ook het onderwijs in de hand. “Scholen krijgen subsidies op basis van het aantal leerlingen dat ingeschreven is”, licht Van Damme toe. “Door die financiële prikkels en de concurrentie die daarbij komt kijken, proberen scholen kleine richtingen in stand te houden. Die eisen veel uren op die ze veel beter elders zouden investeren.”
Door de financiële prikkels en de concurrentie die daarbij komt kijken, proberen scholen kleine richtingen in stand te houden.
Dirk Van Damme, onderwijsexpert
Bovendien liggen de zogeheten rationalisatienormen laag, vindt Van Damme. Die normen bepalen hoeveel leerlingen er minstens nodig zijn om een richting te behouden. “De overheid zou die normen kunnen optrekken.” De verantwoordelijkheid ligt echter niet alleen bij de overheid, meent de onderwijsexpert. “Ook de netten en koepels die al jaren het politieke beleid op het matje roepen, moeten zelf hun verantwoordelijkheid nemen en samen mee de moeilijke oefening maken.”
Bureaucratisch belast
Ten slotte staan leraren in België te weinig uren voor de klas. Internationaal vergeleken staan we zelfs onder het OESO-gemiddelde. Moeten we die lesuren dan gewoon optrekken? Dat zal weinig uithalen als je niets verandert aan alle werkbelasting daarrond, zegt Van Damme. “De vorige legislatuur van Hilde Crevits (CD&V) toonde met een studie duidelijk aan dat leerkrachten te hard belast worden met papierwerk. Als je het aantal uren voor de klas zou optrekken, maar die bureaucratische rompslomp niet aanpakt, zal de werklast alleen maar vergroten.” Bovendien krijgen leerlingen in België veel uren les in vergelijking met andere OESO-landen, terwijl leerkrachten relatief weinig uren voor de klas staan. “Meer uren les, leidt ook niet per se tot betere leerresultaten”, zegt Dirk Van Damme. Ook hier ontbreekt dus efficiëntie. “De eindtermen en lesplannen die leraren moeten halen, zijn erg zwaar. De leraren halen die doelstelling vaak nu al niet.” De werkdruk verlagen door administratieve taken uit handen te nemen, zou al veel helpen aan het lerarentekort. Bron: vrt NWS
by Frans Dams | sep 8, 2023 | Economie
Het federaal Planbureau verwacht dat de spilindex al deze maand zal worden overschreden in plaats van in november. Daardoor zullen de sociale uitkeringen al in oktober en de wedden van het overheidspersoneel in november met 2 procent omhooggaan.
Het Planbureau heeft de inflatieverwachtingen naar boven bijgesteld: voor dit jaar van 3,9 procent naar 4,4 procent, en voor volgend jaar van 3,4 procent naar 4,1 procent. De volgende spilindexoverschrijdingen schuiven daardoor ook naar voren.
Als de prognose juist zit, zullen de uitkeringen en ambtenarenlonen twee keer worden opgetrokken volgend jaar. De spilindex zou worden bereikt in februari en juni. De maand na een overschrijding worden de uitkeringen verhoogd, de maand daarna de weddes van het overheidspersoneel. De laatste overschrijding van de spilindex dateert van november 2022.