Minister Demir wil scholen verplichten om antipestbeleid in te voeren, na nieuwe oproep Vlaamse Scholierenkoepel

Ook in het Nederlandstalig onderwijs zullen scholen verplicht worden om een antipestbeleid in te voeren. Dat zegt Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) nadat de Vlaamse Scholierenkoepel de Vlaamse regering had opgeroepen om actie te ondernemen. In het Franstalig onderwijs is een antipestbeleid op school al langer verplicht. 

De Scholierenkoepel vraagt al langer om een verplicht antipestbeleid. “Op veel scholen bestaat er al een beleid”, duidt voorzitter Gabriel Leka (17). “Maar we merken dat er tussen scholen nog veel verschillen zijn.” 

“Uit de scholierenbevraging blijkt ook dat 1 op de 10 leerlingen zich onveilig voelt op school. Daarom vragen we Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA, red.) om scholen op te leggen dat ze een uitgewerkt antipestbeleid hebben”, zegt Leka.

De koepel keek voor zijn aanbevelingen naar het Franstalige onderwijs. “We zien dat leerlingen daar zelf ook kunnen meewerken aan het beleid. Dat is belangrijk, want pesten is een groepsfenomeen. Wil je dat grondig aanpakken, dan moet je leerlingen betrekken.”

Onderwijsminister Demir: “Verplicht antipestbeleid komt er”

In een schriftelijke reactie zegt minister Demir dat ze de oproep van de Vlaamse Scholierenkoepel “100 procent steunt”. “Pesten aanpakken is een prioriteit voor mij. De scholieren hebben daar met mij een partner. Mijn deur staat altijd open om naar hun bezorgdheden en aanbevelingen te luisteren.”

“Een verplicht antipestbeleid voor de scholen zal er komen”, belooft Demir. “Op dit moment bekijk ik hoe ik scholen daar juridisch kan toe verplichten. Gedragsproblemen, zoals pesten, worden opgenomen in het schoolcontract. De schoolinspectie zal daar ook op toezien.”

Recordpoging schouderklopjes geven

Ook de Scholierenkoepel erkent dat er al goede zaken gebeuren. Om te vieren wat wél al goed gaat, onderneemt de koepel deze namiddag in het Vlaams Parlement een recordpoging ‘schouderklopjes geven’. Want in heel wat scholen is er al grondig nagedacht over een passend beleid. 

Zo ook in Het Atheneum van Vilvoorde, waar ze al 4 jaar gebruikmaken van aanspreekpunten onder de leerlingen. “We merken dat leerlingen makkelijker hun weg vinden naar elkaar, die drempel is lager”, vertelt directeur Ward Brouwers.

“Daarnaast voorzien we ook leerlingenbegeleiding die bereikbaar is. En we zorgen ook dat ons leerkrachtenteam alert is: zo moeten leerlingen niet altijd zelf over de brug komen”, legt Brouwers uit.

De school vat het begrip ‘pesten’ breed op. “Ook kleine of subtiele acties kunnen grote gevolgen hebben. Daar proberen we iedereen bewust van te maken. We vinden het belangrijk om die kleine dingen op te pikken en die niet weg te zetten als fait divers.”

Een meldknop op Smartschool

Ook in het Heilige-Drievuldigheidscollege in Leuven bestaat er al enige tijd een antipestbeleid. Net als de school in Vilvoorde maken ze gebruik van bemiddelaars, zogenaamde ‘switchers’. Ze hebben zelfs een apart ‘switch-lokaal’. 

Om hen te contacteren is er een knop op smartschool, het platform dat leerlingen, leerkrachten en ouders gebruiken om te communiceren. “Zowel omstaanders als slachtoffers kunnen een situatie waar ze zich zorgen over maken zo aankaarten”, legt leerkracht en verantwoordelijke voor het antipestbeleid, Hilde Van Wichelen, uit. 

“Sinds het begin van het schooljaar kregen we al 41 meldingen” zegt Van Wichelen. “De ‘switchers’ gaan dan met de situatie aan de slag. In 90 procent van de gevallen is het daarna opgelost. Wanneer het te complex is, zijn er leerkrachten of leerlingenbegeleiders om te helpen.”

Daarnaast zet de school de ‘switchers’ in om leerlingen te informeren en pestsituaties te voorkomen. “Twee keer per jaar gaan ze langs in alle klassen. Ze geven dan les rond een bepaald thema, van groepsdruk tot cyberpesten.”

Ook met verscheidene teambuildingsactiviteiten wil de school zorgen voor meer verbondenheid, om zo pesten te voorkomen.

In Leuven kunnen ze zich alvast helemaal vinden in de vraag van de koepel om elke school te verplichten een beleid te hebben. “Dat is eigenlijk een no-brainer, dat zou overal moeten bestaan. Op een school waar geen beleid is, kan het heel eenzaam of triestig zijn.”

Bron: VRT.nws

Minister van Onderwijs Demir (N-VA) over 47.000 stakende leerkrachten

“Hervormingen nodig, maar doemscenario’s kloppen niet”

Er is een pensioenhervorming nodig in het onderwijs, maar de “doemscenario’s die in de pers verschijnen kloppen niet”. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) gezegd in het Vlaams Parlement. De minister gaf ook cijfers over de onderwijsstaking: 47.000 leerkrachten stonden maandag niet voor de klas uit protest.

Een van de doelen van de Vlaamse regering is het beroep van leerkrachten aantrekkelijker maken. Een doel dat door de federale regeringsonderhandelaars een flinke slag heeft gekregen. In uitgelekte pensioensplannen zou blijken dat leerkrachten 2 tot 4 jaar langer moeten werken voor een lager pensioen.

Tijdens de vakbondsactie in Brussel afgelopen maandag liepen meer dan 20.000 personeelsleden uit het onderwijs mee. In het actualiteitsdebat in het Vlaams Parlement gaf minister Demir vandaag nieuwe cijfers. Volgens haar hebben 47.000 leerkrachten maandag niet voor de klas gestaan.

Een actie die is binnengekomen, zegt de minister. “Iedereen heeft de actie gehoord en gezien. We delen jullie bezorgdheden”, aldus Zuhal Demir, die wel onmiddellijk realistisch is. “Eender welke regering en politicus die verantwoordelijkheid wil opnemen zal hervormingen doorvoeren om pensioenen in de toekomst betaalbaar te houden. Ook voor leerkrachten die binnen tientallen jaren op pensioen gaan.”

Al probeert ze de sector wel gerust te stellen. “Wil dat dan zeggen dat alle doemscenario’s die in de pers verschijnen, werkelijkheid zullen worden? Nee, dat ook niet. Er wordt van alles geschreven. Ga niet in op de extreme maatregelen en cowboyverhalen die zogezegd op tafel liggen.”

“Ik zou willen vragen de federale onderhandelingspartijen discreet te laten verder werken om tot een rechtvaardig resultaat te komen. Leerkrachten zetten zich elke dag in voor de toekomst van ons land. Als de sector op rechtvaardige manier hervormd wordt, zal iedereen die hervorming volgen. Maar rechtvaardigheid is de lijn.”

Job aantrekkelijker maken

Welke pensioenshervormingen er nu zullen komen, zal blijken uit het federale regeerakkoord. De Vlaamse regering zal vooral de job aantrekkelijker moeten maken. Hoe ver staat minister Zuhal Demir met die plannen?

Zoals binnen elke sector is het loon uiteraard een belangrijk aspect. “De verloning moet competitief blijven”, is Demir duidelijk. Ze haalt een studie aan uit 2002, waaruit blijkt dat het loonpakket toen gelijkwaardig was aan die uit de privésector. “Ik heb gevraagd om die studie een update te geven.”

En daarnaast liggen er enkele concrete maatregelen klaar. “Op korte termijn liggen er al maatregelen op tafel over de anciënniteit van leerkrachten, statuut van een gastleerkracht en extra ondersteunend personeel in de klassen. Al hebben we ook een langetermijnvisie nodig en daarvoor hebben we een sociaal overleg opgestart.”

“Leerkrachten verdienen respect”

Binnen dat sociaal overleg zit de regering samen met de onderwijskoepels en vakbonden. “Om samen tot oplossingen en voorstellen te komen. Om zowel nieuwe leerkrachten aan te trekken als bestaande leerkrachten aan boord te houden.”

Binnen het overleg komen verschillende thema’s aan bod. “Over respect en tucht, bijvoorbeeld. Want elk beroep verdient respect en ook leerkrachten moeten opnieuw gerespecteerd worden.” Daarnaast gaat het overleg over de opdrachten en taken van leraren en de professionalisering van het beroep. “We moeten de kwaliteit van leerkrachten opkrikken, onder meer door ze te blijven opleiden. Daar is budget voor nodig.”

Tot slot ligt binnen het overleg ook de vraag op tafel om pedagogische begeleidingsdiensten en het hr-beleid te versterken. “Voor een sterk schoolbestuur hebben we een uniforme basisopleiding nodig voor directeurs. We bekijken de verschillende mogelijkheden hoe we dat zullen aanpakken.”

De minister van Onderwijs benadrukt wel dat het sociaal overleg een lang proces is. “Of we doen het via het sociaal overleg dat enkele maanden zal duren. Ofwel bespreken we het onmiddellijk in de regering. Ik heb voor die eerste weg gekozen om hopelijk op die manier snel een goede invulling te krijgen.”

Bron: VRT.nws

Enkele veranderingen in Vlaams onderwijs

Zwaardere wiskundetoetsen en verlenging maatregelen tegen lerarentekort

Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) heeft 2 nieuwe maatregelen aangekondigd: de centrale toetsen worden uitgebreid met moeilijkere wiskundevragen en scholen krijgen bijkomende mogelijkheden om het lerarentekort aan te pakken.

Vanaf 2026 worden de Vlaamse toetsen in het zesde middelbaar uitgebreid. Naast algemene eindtermen zoals hoofdrekenen en eenvoudige vraagstukken, worden dan ook specifieke eindtermen getoetst. Dit betekent dat leerlingen ook getest worden op complexere onderwerpen zoals algebra, meetkunde en statistiek. 

“Het gaat hierbij niet over kleine niche-onderwerpen, maar om de essentie van verschillende wiskunderichtingen,” zegt Demir. “We willen onze onderwijskwaliteit goed kunnen meten. En tijdens de test iedereen uitdagen, ook onze wiskundeknobbels.”

Deze aanpassing volgt op een arrest van het Grondwettelijk Hof dat de eindtermen van de tweede en derde graad middelbaar vernietigde. De nieuwe toetsen zullen vooral impact hebben op studierichtingen met veel wiskunde, zoals Economie-Wiskunde en Wetenschappen-Wiskunde.

Personeelstekort aanpakken

Om het lerarentekort aan te pakken worden bestaande maatregelen verlengd tot en met het schooljaar 2029- 2030. Scholen mogen ondersteunend personeel aanstellen wanneer ze geen leerkrachten vinden. Deze ondersteuners kunnen toezicht houden of helpen in de klas, zodat leerkrachten zich kunnen concentreren op lesgeven. Scholen mogen hiervoor maximaal 20 procent van hun vacante lesuren omzetten. 

Er komt ook een duidelijker profiel voor schooldirecteurs. Het nieuwe ‘kernprofiel’ stelt criteria vast voor goed leiderschap, zoals organisatietalent en het vermogen om anderen te motiveren. Deze profielen moeten helpen bij het selecteren van geschikte directeurs.

Tot slot worden de opzegtermijnen van leraren verlengd. Afhankelijk van hun anciënniteit moeten ze nu één tot dertien weken vooraf melden dat ze vertrekken. Dit moet scholen meer tijd geven om vervanging te vinden.

Bron: vrt.nws

Ruim 2,1 miljoen Belgen lopen risico op armoede of sociale uitsluiting

Ruim 2,1 miljoen Belgen lopen risico op armoede of sociale uitsluiting

In België liepen vorig jaar iets meer dan 2,1 miljoen mensen het risico op armoede of sociale uitsluiting, goed voor 18,2 procent van de bevolking. Dat blijkt uit de resultaten van de enquête naar de inkomens en levensomstandigheden (SILC) voor het jaar 2024, georganiseerd door het Belgische statistiekbureau Statbel.

Ruim een op de tien Belgen (11,3 procent) leeft in een huishouden waar de volwassenen op beroepsactieve leeftijd de afgelopen twaalf maanden slechts zeer weinig hebben gewerkt. Een kleine groep van de bevolking (6,1 procent) was ook niet in staat om bepaalde dagelijkse uitgaven te doen, zoals rekeningen betalen, versleten meubilair vervangen of regelmatig uitstappen maken. Wie geconfronteerd wordt met een van die twee situaties of een inkomen onder de armoededrempel heeft, beschouwt Statbel als iemand die het risico loopt op armoede of sociale uitsluiting.

In 2024 had 11,5 procent van de Belgische bevolking een beschikbaar inkomen onder de armoededrempel. De armoedegrens voor een alleenstaande bedraagt 18.235 euro per jaar, of 1.520 euro per maand. Voor een huishouden dat bestaat uit twee volwassenen met twee kinderen ten laste is dat vastgelegd op maandelijks 3.191 euro. Ondanks de stijging van de armoededrempel, daalde de monetaire armoede de voorbije jaren licht. Statbel legt een deel van de verklaring daarvoor bij de indexering van de lonen en de pensioenen.

Ongeveer een op de tien Belgen (11,2 procent) geeft in de enquête aan in materiële en sociale deprivatie te leven. Die groep heeft niet voldoende middelen voor zeker vijf van de dertien essentiële aspecten van het dagelijkse leven. Dat gaat onder meer over verwarming, onverwachte uitgaven en toegang tot vrijetijdsactiviteiten. Onverwachte uitgaven (van ongeveer 1.400 euro) en een week vakantie per jaar buitenshuis zijn de meest voorkomende moeilijkheden.

De ongelijkheid in ons land, gemeten aan de hand van de Gini-coëfficiënt, blijft stabiel. De coëfficiënt bedroeg 25,1 in 2019, 24,2 in 2023 en 24,7 in 2024. Daarbij komt 0 overeen met volkomen inkomensgelijkheid en 100 met volkomen ongelijkheid.

Brussel heeft de hoogste niveaus van armoede en sociale uitsluiting. Ook in de Waalse provincie Henegouwen ligt het risico hoger dan in andere provincies. In beide regio’s kunnen zowat vier op de tien mensen geen onverwachte uitgaven doen. Het Vlaams Gewest heeft de laagste percentages voor alle indicatoren. De SILC-enquête meet elk jaar verschillende indicatoren met betrekking tot armoede, inkomensongelijkheid en levensomstandigheden.

Bron: HLN