Hoeveel verdien je in de gezondheidszorg?

Hoeveel verdien je in de gezondheidszorg?

In de zorgsector zijn er altijd handen te kort. Maar vertaalt de hoge vraag naar verpleeg- en zorgkundigen zich ook in een hoog loon? Jobat.be ging op verkenning.

In de gezondsheidszorg zijn barema’s de norm, zeg maar tabellen met daarin de minimumlonen per aantal dienstjaren. Die zijn vastgelegd in collectieve arbeidsovereenkomsten, kortweg cao’s. Het salaris stijgt naargelang je anciënniteit opbouwt of als je doorgroeit in je carrière.

Zorginstellingen zijn verplicht om de sectorale barema’s te volgen: het loon mag nooit lager zijn dan wat er in de cao afgesproken is. Sommige werkgevers passen in bepaalde functies of situaties wel hogere lonen toe.

PC 330

Het overgrote deel van de zorgmedewerkers zit onder de paraplu van paritair comité 330. Dit paritair comité omvat federale sectoren (algemene, universitaire en psychiatrische ziekenhuizen, thuisverpleging, wijkgezondheidscentra, revalidatiecentra, diensten voor het bloed) en sectoren die overgeheveld zijn naar de regio’s (ouderenzorg, categorale ziekenhuizen, revalidatiecentra, initiatieven voor beschut wonen, psychiatrische verzorgingstehuizen).

CHECK: Hoe weet ik onder welk paritair comité ik val?

Uit het Jobat Salariskompas blijkt dat werknemers in de gezondheidszorg gemiddeld 4.299 euro bruto per maand verdienen. Dat is precies 16,9% meer dan het verdiende loon in 2020, dat toen nog gemiddeld 3.678 euro bruto per maand bedroeg.

Loonverschillen

Wat blijkt tevens uit het Jobat Salariskompas? Vrouwen verdienen in de zorgsector gemiddeld 3.901 euro bruto per maand, oftewel zo’n 1.102 euro bruto per maand minder dan hun mannelijke collega’s, die gemiddeld 5.003 euro per maand op hun loonbrief zien verschijnen. Omdat vrouwen nog steeds in “lagere” en dus minder betaalde functies actief zijn in de zorg?

Als starter mag je rekenen op gemiddeld 3.035 euro bruto per maand, aldus het Jobat Salariskompas. Vanaf 4 jaar ervaring stijgt dat naar gemiddeld 3.492 euro bruto per maand, vanaf 11 jaar ervaring naar 4.255 euro bruto per maand. Eens meer dan 20 jaar ervaring kan je naar verluidt rekenen op een gemiddeld brutomaandloon van méér dan 5.000 euro.

Aantal jaren dienst/ervaringGemiddeld brutomaandloon
0-1 jaar3.035 euro
2-3 jaar3.210 euro
4-5 jaar3.492 euro
6-10 jaar3.805 euro
11-15 jaar4.255 euro
16-20 jaar4.762 euro
21-25 jaar5.013 euro
26-30 jaar5.109 euro
+30 jaar5.531 euro

Ambieer jij een job in de gezondheidszorg? Check het actuele vacatureaanbod en … go for happy!

Ook de plaats van tewerkstelling betekent een verschil in bruto maandloon, zo blijkt. In de provincie Namen verdien je in de zorgsector het meest, aldus het Salariskompas van Jobat, gemiddeld zo’n 5.254 euro bruto per maand. In de provincie Luxemburg ligt het salaris in de zorg gemiddeld het laagst, op 3.606 euro bruto per maand, wat maar liefst 1.648 euro bruto per maand minder is!

Namen5.254 euro
Brussel5.095 euro
Henegouwen4.739 euro
Waals-Brabant4.340 euro
Vlaams-Brabant4.268 euro
Antwerpen4.225 euro
Oost-Vlaanderen4.208 euro
Limburg4.163 euro
Luik4.149 euro
West-Vlaanderen4.148 euro
Luxemburg3.606 euro

Op zoek naar een job bij jou in de buurt? Deze werkgevers in de zorg zijn momenteel op zoek…

Extralegale voordelen

Behalve een brutoloon ontvangen werknemers in de zorgsector natuurlijk ook extralegale voordelen, al zijn die – in vergelijking met de rest van het land – niet zo heel hoog in aantal: gemiddeld slechts 6,5 verschillende per werknemer.

De meest voorkomende zijn een eindejaarspremie (70%), maaltijdcheques of een maaltijdvergoeding (63%), een – hoe kan het ook anders? – hospitalisatieverzekering (54%) en/of een vergoeding voor woon-/werkverkeer (45%). Tel daar nog gemiddeld 27 vakantiedagen bovenop en je krijgt een mooi beeld van het complete loonpakket binnen de zorgsector.

Eindejaarspremie70%
Maaltijdcheques of maaltijdvergoeding63%
Hospitalisatieverzekering54%
Vergoeding woon-/ werkverkeer45%
13de maand42%
Pensioenplan of groepsverzekering40%
Fietsvergoeding38%
Anciënniteitsverlof36%
Laptop35%
Mogelijkheid tot thuiswerken30%
Gsm26%
Gsm-abonnement26%
Onkostenvergoeding23%
Ecocheques21%
Bedrijfsvoertuig19%
Tankkaart / laadpas18%
Leasefiets10%
Internetabonnement10%
Prestatiebonus8%
Consumptiecheques8%
Cafetariaplan7%
Tablet5%
Tandverzekering4%
Mobiliteitsbudget3%
Aankoop extra vakantiedagen3%
Andere (zonder specifiëren)2%
Fitness abonnement1%
Geen van deze6%
Gemiddeld aantal extralegale voordelen6,5

Bij onregelmatige prestaties krijgen bepaalde personeelcategorieën uit de zorg (paritair comité 330) trouwens ook toeslagen voor onder meer avonddienst, dagdienst op zaterdag en op zondag, gewone nachtdienst, onderbroken dienst en nachtdienst op zondag.

Verdien jij zoals het hoort? Vergelijk je loon met dat van anderen dankzij het Jobat Salariskompas

IFIC

Goed om weten tenslotte: sinds enkele jaren wordt in de zorgsector een functieclassificatiesysteem (IFIC) gehanteerd, dat alle beroepen in de sector omschrijft en weegt, zodat ze onderverdeeld kunnen worden in categorieën, waaraan bepaalde loonschalen zijn gekoppeld. Gemiddeld telt een ziekenhuis maar liefst 92 verschillende functies. De classificatie schaalt deze functies in op basis van de functiezwaarte, de verantwoordelijkheden, communicatie en moeilijkheidsgraad. Dat zorgt voor herkenbaarheid maar ook voor erkenning. Bovendien is de functieclassificatie een dynamisch instrument. De sociale partners hebben gekozen voor een systeem dat herzienbaar is in functie van de realiteit op het werkveld en dat geen 30 jaar moet meegaan in zijn huidige vorm.

Met de invoering van een nieuwe baremastructuur op basis van deze classificatie worden looncurves uitgezet die rekening houden met de functie-zwaarte. Het model moet op lange termijn een volwaardig alternatief bieden voor loonbarema’s die dateren uit de jaren ‘60 en ‘70 van de vorige eeuw. De sociale partners hebben met de bevoegde kabinetten alle mogelijke inspanningen geleverd om ervoor te zorgen dat werknemers zelf kunnen kiezen voor het nieuwe loonbarema. Doen ze dat niet, dan behouden de werknemers hun huidige loon en de evolutie die daarin voorzien was.  

Bron: Jobat

Feminisme is niet dood

Feminisme is niet dood

Maar de strijd is nog lang niet gestreden.

Door Liesbet Sommen (CD&V) in Knack,  Europees parlementslid voor CD&V

‘Waarom praten we nog steeds over gendergelijkheid?’ vraagt Liesbet Sommen naar aanleiding van Internationale Vrouwendag.  ‘Gendergelijkheid is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid – het is een fundamentele pijler van onze economische, sociale en morele welvaart.’

Op 8 maart 1911 gingen meer dan een miljoen mensen in heel Europa de straat op om de eerste Internationale Vrouwendag te vieren. Ze eisten het recht om te werken, te stemmen en een openbaar ambt te bekleden. Meer dan een eeuw later vieren we hoe ver we zijn gekomen – maar we moeten ook onder ogen zien hoe ver we nog moeten gaan.

De positie van vrouwen in de samenleving van vandaag wordt gekenmerkt door opvallende tegenstellingen. Enerzijds boekten we een indrukwekkende vooruitgang. Wanneer er in de federale regering een kernkabinet zonder vrouwen wordt samengesteld, is het ongeloof bij de bevolking – terecht – groot. Men kijkt niet meer op wanneer vrouwen aan het hoofd van een regering of een grootschalig bedrijf staan.

Onlangs nog deed voor het eerst een vrouw een gooi naar het presidentschap van de Verenigde Staten, toch het hoogste ambt in de westerse wereld. Bovendien was zij ook nog eens de eerste vrouw die daar op de stoel van vicepresident mocht zitten. Je kan je dus afvragen: zijn die glazen plafonds wel echt ondoordringbaar? Is er nog nood aan feminisme?

Anderzijds blijven hardnekkige structurele ongelijkheden bestaan. Vrouwen verdienen in de EU gemiddeld nog steeds 13% minder dan mannen, en de pensioenkloof loopt op tot bijna 30%. Voor vrouwen met kinderen is de werkloosheid zelfs 26%, bijna het dubbele van het algemene gemiddelde. Daarnaast zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd in leiderschapsposities en nemen zij een onevenredig groot deel van de onbetaalde zorgtaken op zich.

De COVID-19-pandemie heeft deze ongelijkheden pijnlijk blootgelegd en miljoenen vrouwen uit de arbeidsmarkt geduwd, wat de broosheid van de geboekte vooruitgang duidelijk maakt.

De uitdagingen gaan verder dan de werkvloer. Wereldwijde crises, van geopolitieke conflicten tot de stijgende kosten van levensonderhoud, treffen vrouwen onevenredig hard. Bovendien leidt elke crisis tot een toename van geweld tegen vrouwen. Volgens de Verenigde Naties heeft één op de drie vrouwen ooit te maken gehad met fysiek of seksueel geweld, waarbij mannen doorgaans de agressor zijn. Dit bewijst dat genderongelijkheid nog steeds diepe wortels heeft in onze samenleving – dieper dan sommigen willen toegeven.

Toch zijn er nog steeds zij die beweren dat de strijd voor vrouwenrechten overbodig is geworden. Denk aan macho-influencers die een hele generatie jonge jongens op sociale media inprent dat mannen superieur zijn aan vrouwen.

Of extreemrechtse partijen die vrouwen nog steeds voorstellen als gemaakt voor huishoudelijke taken en zorg voor kind en gezin. Daar is uiteraard niets mis mee, maar we mogen de ambities van vrouwen niet verengen tot alleen maar dat. Vrij contradictorisch zijn het deze groepen die ervan uitgaan dat gendergelijkheid al bereikt is.

Dit negeert de harde realiteit waar miljoenen vrouwen wereldwijd nog steeds elke dag mee te maken hebben. De Europese Commissie komt nu met een Roadmap for Women’s Rights, een stap in de goede richting. Maar zoals de EU Gender Equality Index 2024 laat zien, is de vooruitgang pijnlijk traag en ongelijk. Hoewel meer vrouwen dan mannen nu afstuderen aan universiteiten, blijven velen gevangen in traditionele rollen, beperkt door vooroordelen en kwetsbaar voor geweld, zowel op het werk als thuis.

Gendergelijkheid is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid – het is een fundamentele pijler van onze economische, sociale en morele welvaart. Genderongelijkheid kost de EU naar schatting 370 miljard euro per jaar. En waar is de moraliteit wanneer het gaat over het fysieke en psychologische geweld tegen vrouwen? Gelijkheid in naam betekent niets zonder gelijkheid in de praktijk.

Het thema – of strijdkreet – van Internationale Vrouwendag dit jaar luidt “Accelerate Action“. Naast een strijdkreet is het ook een eis. De tijd om te vragen waarom we het nog over gendergelijkheid hebben, is voorbij. De echte vraag is: wat doen we eraan? Gelukkig beginnen we niet vanaf nul. Ieder van ons heeft een rol te spelen. Of je nu beleidsmaker, bedrijfsleider, opvoeder of gewoon een geïnformeerde burger bent, onze stemmen en acties kunnen bijdragen aan – of afbreuk doen van– het doel van gendergelijkheid. We kunnen allemaal onze eigen vooroordelen uitdagen. We kunnen allemaal organisaties steunen die strijden voor vrouwenrechten. En we kunnen allemaal onthouden dat we, door te strijden voor gendergelijkheid, strijden voor een rechtvaardigere, welvarendere en menselijkere samenleving voor iedereen.

Tijd dus om bewustzijn om te zetten in actie, zelfgenoeg-zaamheid te vervangen door vastberadenheid en ervoor te zorgen dat elke vrouw de kans krijgt haar potentieel te benutten. Feminisme is niet dood – de strijd is dan ook nog lang niet gestreden. 

Bron: Knack

Vier op de tien vrouwen hebben pensioen onder de armoedegrens

Vier op de tien vrouwelijke werknemers en zelfstandigen in België moeten rondkomen met een pensioen onder de armoedegrens. Dat blijkt uit recente cijfers van de Federale Pensioendienst.

“Het gaat over meer dan een half miljoen vrouwen”, verduidelijkt onze volksvertegenwoordiger en pensioenspecialist Kim De Witte. “Hun pensioen ligt gemiddeld een vierde lager dan dat van hun mannelijke collega’s.”

De genderpensioenkloof weerspiegelt de structurele ongelijkheden op de arbeidsmarkt.

“Factoren zoals de loonkloof, de ongelijke verdeling van zorg- en huishoudelijke taken en het hoge aandeel deeltijdse arbeid bij vrouwen leiden tot een lagere pensioenopbouw. Het pensioenstelsel reproduceert die ongelijkheden”, zegt Kim.

De afgelopen jaren zagen we een positieve evolutie in de genderpensioenkloof, maar die positieve trend zou snel kunnen omkeren. De regering-De Wever plant een besparing die een disproportioneel grote impact heeft op vrouwen.

“Door de pensioenmalus krijgt de helft van de vrouwen een financiële sanctie bij vervroegd pensioen. Daarnaast waarschuwde het Planbureau al voor de inperking van de gelijkgestelde periodes. Zonder die periodes zou de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen stijgen met maar liefst 12 procentpunt”, merkt Kim op. “Het idee dat de kloof zichzelf zou dichten door een nieuwe generatie vrouwen, klopt dus niet. We moeten ons pensioenstelsel wapenen met mechanismen die de zichtbare en onzichtbare arbeid van vrouwen waarderen”, besluit Kim. 

Bron: PVDA   

Economisch geweld  tegen vrouwen

Geweld tegen vrouwen is meer dan alleen fysiek of psychisch geweld. Economisch geweld, zoals niet betalen van alimentatie, is een meer sluipende, maar even verwoestende vorm. Tien vrouwenorganisaties pleiten daarom voor de invoering van een universeel en automatisch alimentatiefonds.

Spread the love

Controle over de financiële middelen, beletten om te gaan werken, het niet betalen van alimentatie en economische afhankelijkheid zijn strategieën die vrouwen in kwetsbaarheid gevangen houden. Dit leidt niet alleen tot materiële onzekerheid, maar ook tot chronische stress en psychische belasting.

Tien vrouwenorganisaties, waaronder Furia en de Vrouwenraad, pleiten voor de invoering van een universeel en automatisch alimentatiefonds naar het voorbeeld van Frankrijk en Québec. Daar wordt alle alimentatie en niet enkel bij wanbetaling zo uitbetaald.

Economisch geweld binnen en na de relatie

Economisch geweld begint vaak binnen de relatie waar geld een machtsmiddel wordt. De dader controleert de uitgaven, verhindert zijn partner toegang tot een bankrekening of om te werken, waardoor zij volledig afhankelijk wordt. Ook na de relatie blijft deze controle vaak bestaan.

In België ontvangt bijna de helft van de vrouwen die recht hebben op alimentatie voor de kinderen deze alimentatie niet of onregelmatig. Te veel vaders gebruiken geld als drukkingsmiddel en weigeren te betalen, waardoor ze hun ex-partner in economische kwetsbaarheid houden.

Deze vaders accepteren niet dat ze de controle over het gezinsbudget verliezen. Ze zijn ervan overtuigd dat hun ex-partner het geld verkeerd zal gebruiken, de kosten voor de kinderen overdrijft en hen een onrechtvaardige financiële bijdrage vraagt.

Om deze financiële conflicten na een scheiding te beperken, is de invoering van een uniforme en verplichte berekening van alimentatiebedragen essentieel. Duidelijkheid over de berekening zal leiden tot betere naleving van de betalingen.

Vereenvoudiging procedures

Onze overheden pleiten voor administratieve vereenvoudiging om de efficiëntie van de openbare diensten te verbeteren. Deze logica moet ook toegepast worden op de Dienst voor Alimentatievorderingen (DAVO), de openbare instelling die instaat voor uitbetaling in geval van wanbetaling.

Dit kan door DAVO directe toegang te geven tot het centraal register van gerechtelijke beslissingen en tot informatie over gezinstoelagen. Dat zou de aanvraagprocedure vergemakkelijken en versnellen, waardoor de administratieve last voor vrouwen vermindert. 92 procent van de aanvragen wordt immers door vrouwen ingediend wat het gendergerelateerd karakter van dit geweld illustreert.

Het is essentieel om deze dienst te versterken en de toegang te vereenvoudigen zodat deze vrouwen niet dubbel worden gestraft: enerzijds door financiële verlating en anderzijds door complexe administratieve procedures. DAVO moet toegankelijk blijven voor alle gezinnen, ook via fysieke kantoren (niet alleen via de OCMW’s) en telefonisch om de digitale kloof te overbruggen.

Meer nog, het is tijd om een universeel en automatisch alimentatiefonds in te voeren naar het voorbeeld van Québec of Frankrijk. Alle alimentatiebetalingen zouden via dit fonds moeten verlopen en niet alleen in geval van wanbetaling. In Québec wordt sinds de oprichting van de dienst in 1995 in 94,5 procent van de dossiers alimentatie geïnd. Frankrijk heeft in 2023 een soortgelijk systeem ingevoerd: alle door de rechtbank bepaalde alimentatie verloopt via een publiek agentschap. In slechts één jaar tijd is het aantal wanbetalingen daar gedaald van 30 procent naar 10 procent.

Het Arizona-regeerakkoord voorziet onderzoek naar een verplicht gebruik van DAVO in geval van intrafamiliaal geweld om de inning van alimentatie te verzekeren en economisch geweld tegen te gaan. Dit is een eerste stap in de goede richting. De regering heeft alle kaarten in handen om een universeel alimentatiefonds op te richten, maar toont voorlopig helaas niet de ambitie om dit te realiseren.

Volgens een recent onderzoek in opdracht van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, is de omvorming van DAVO tot een OPT-OUT-systeem (waarbij alle alimentatiebetalingen automatisch via deze dienst verlopen, tenzij anders gevraagd en onder bepaalde voorwaarden) een doeltreffende oplossing om de regelmatige uitbetaling van alimentatie te garanderen en armoede bij alle eenoudergezinnen te bestrijden.

Toegankelijk DAVO

Momenteel kan men pas na twee niet-betaalde termijnen een beroep doen op DAVO. Dit brengt veel vrouwen al na de eerste gemiste betaling in financiële problemen. Het is daarom cruciaal om de toegang tot DAVO mogelijk te maken vanaf de eerste niet-betaling, zodat er snel kan worden ingegrepen.

Bovendien is het bedrag van de voorschotten die DAVO uitkeert sinds 2003 nooit geïndexeerd en blijft het bedrag beperkt tot 175 euro. Dit bedrag moet onmiddellijk worden geïndexeerd en vervolgens geleidelijk worden verhoogd, om uiteindelijk het plafond volledig af te schaffen. Alleen zo kan er een passend financieel steunpakket voor moeders worden gegarandeerd. Het regeerakkoord van Arizona voorziet in onderzoek naar de afschaffing van deze plafonds en het automatisch toekennen van voorschotten.

Tot slot zou DAVO de betekeningskosten (de uitgaven die gepaard gaan met de officiële overhandiging van de gerechtelijke beslissing door een gerechtsdeurwaarder) moeten voorschieten voor vonnissen over alimentatie. Deze kostelijke, maar noodzakelijke stap vormt een belangrijke financiële drempel voor veel slachtoffers. Door deze kosten te verlagen, wordt de toegang sneller en efficiënter.

Urgentie is nodig om vrouwen te beschermen

Het Verdrag van Istanbul, dat België in 2016 heeft geratificeerd, erkent economisch geweld als een vorm van geweld tegen vrouwen. Toch schieten de maatregelen om dit te bestrijden te kort. Het is hoog tijd dat de Belgische staat zijn beloften nakomt en het beleid versterkt om de financiële zelfstandigheid van vrouwen te waarborgen. Economisch geweld is geen bijkomende schade bij een scheiding. Het is een wapen, een machtsmiddel en een schending van de waardigheid van vrouwen. Het is tijd om dit te stoppen. Op 8 maart laten we onze stem horen tegen dit onzichtbare en onaanvaardbare geweld. 

Bron: DeWereldMorgen.be

8 maart: internationale vrouwendag

8 maart: internationale vrouwendag

Volgens een Nederlandse studie is het salarisverschil tussen mannen en vrouwen verder gedaald,  maar de loonkloof blijft.

Het verschil tussen wat mannen en vrouwen verdienen is opnieuw kleiner geworden. Wel blijft in het bedrijfsleven het loonverschil nog groot, zo blijkt uit nieuwe cijfers van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over de uurlonen in 2022.

In het bedrijfsleven verdienden vrouwen vorig jaar 16,4 procent minder dan hun mannelijke collega’s. Bij de vorige meting, in 2020, was dit verschil nog 17,3 procent. In harde cijfers verdienden mannen vorig jaar gemiddeld 23,30 euro per uur en vrouwen 18,90 euro.

De verschillen in salaris zijn daarmee nog altijd groot. Wel is het minder dan bij het begin van de tweejaarlijkse metingen in 2014. Toen verdienden vrouwen in het bedrijfsleven nog ruim 19 procent minder.

Bij de overheid zijn de loonverschillen tussen mannen en vrouwen een stuk kleiner dan in het bedrijfsleven. Vorig jaar was het verschil 5,1 procent: 29,70 euro per uur voor vrouwen en 31,30 euro voor mannen. Bij de meting in 2020 was het verschil nog 6,7 procent, in 2014 was het verschil 9,6 procent

Meer aan de top

De grootste loonverschillen zitten overigens bij de hoogste posities op de arbeidsmarkt. Bij bedrijven was vorig jaar jaar het verschil tussen de meest verdienende mannen en vrouwen 23,9 procent. Bij de overheid was dit met 9 procent minder groot. Onder laagverdieners verdienen vrouwen juist iets meer dan hun mannelijke collega’s.

Als de loonverschillen worden gecorrigeerd naar soort werk, functie, opleiding en ervaring, dan blijkt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven met 6,9 procent gelijk is gebleven. Bij de overheid daalde het verschil naar 1,8 procent.

Meer aan de top

De grootste loonverschillen zitten overigens bij de hoogste posities op de arbeidsmarkt. Bij bedrijven was vorig jaar jaar het verschil tussen de meest verdienende mannen en vrouwen 23,9 procent. Bij de overheid was dit met 9 procent minder groot. Onder laagverdieners verdienen vrouwen juist iets meer dan hun mannelijke collega’s.

Als de loonverschillen worden gecorrigeerd naar soort werk, functie, opleiding en ervaring, dan blijkt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen in het bedrijfsleven met 6,9 procent gelijk is gebleven. Bij de overheid daalde het verschil naar 1,8 procent.

In oktober berekenden Intermediair en Nyenrode Business Universiteit dat in 2021 de loonkloof tussen mannen en vrouwen juist groter was geworden. Hierin werden naast het gewone salaris ook het gebruik van een auto van de zaak, tankpas, winstdelingen, dertiende maand en andere vergoedingen meegenomen.

‘Onacceptabel’, vindt de Nederlandse minister

Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid noemt het onacceptabel dat het gemiddelde uurloon van vrouwen nog altijd lager ligt dan die van mannen. “Iedereen verdient gelijkwaardige kansen op het werk”, schrijft zij in een reactie op het CBS-onderzoek. De minister wil bij bedrijven en overheden meer transparantie over loonverschillen en zwangerschapsdiscriminatie aanpakken, door invoer van een nieuwe Europese richtlijn. “Ik roep zowel werkgevers als werknemers op: ga hierover het gesprek aan, ook al is dat ongemakkelijk. Hoe eerlijk is het bij jou op de werkvloer?”  Bron NOS

Extra artikels over de loonkloof vindt u onder deze link.

De strijd voor vrouwenrechten blijft ook vandaag nog razend noodzakelijk.

4 op de 10 vrouwen moeten het stellen met een pensioen onder de armoedegrens. Hun pensioen ligt gemiddeld een kwart lager dan dat van hun mannelijke collega’s. En met wat deze regering van Bart De Wever  wordt het nog erger. Door de pensioenmalus krijgt de helft van de vrouwen ook nog een financiële sanctie bij vervroegd pensioen.