by admin | mrt 1, 2025 | Sectoren
De NMBS ligt opnieuw onder vuur. Dit keer vanwege de pensioenleeftijd van het rijdend personeel. Het publieke debat wordt gekenmerkt door een overvloed aan ongenuanceerde argumenten en selectieve interpretaties van feiten, waarbij sommige experts en beleidsmakers zich schuldig maken aan een gebrek aan inzicht in de werkomstandigheden van deze werknemers. Hoe terecht is de kritiek op het pensioen op 55 jaar voor treinbestuurders en treinbegeleiders?
Debat vol cijfers, maar zonder context
Ik meng me zelden in politieke debatten, maar de aanvallen op de NMBS – en de intellectuele oneerlijkheid (of onwetendheid) van sommige experten – gaan me als ex-treinbegeleider/wetenschapper toch net iets te ver. Ik lach vaak weg dat academici in een ivoren toren leven, maar bij sommigen zou enkele jaren werken buiten de academische wereld toch een toevoeging aan hun expertise zijn. Gelukkig durf ik nog te zeggen dat mijn collega’s zich normaal met een oneindige nieuwsgierigheid en openheid onderdompelen en vastbijten in hun domein.
Laten we één ding duidelijk stellen: deze hele discussie over pensioen op 55 jaar gaat niet over alle NMBS-medewerkers, maar specifiek over het rijdend personeel. Die kunnen na 30 jaar in rijdende dienst op 55 jarige leeftijd op pensioen en krijgen na 36 jaar een volledig pensioen. In 2023 waren er dat welgeteld zeven die op 55 jaar besloten weg te gaan. Eén is al dood. Want – harsh reality – de gemiddelde levensduur bij het rijdend personeel ligt naar verwachting ook veel lager dan bij de rest van het personeel.
Als mijn collega academici hun intellectuele eerlijkheid waarderen, zouden ze ook aangeven dat onderzoek al lang heeft uitgewezen dat de voorwaarden waaronder deze groep werkt, een significante impact heeft op de gezondheid, het welzijn en de levensduur. En ja, dat hebben ze gemeen met veel andere beroepen die zich sterk aftekenen tegenover de 9-to-5 werkmens en/of jobs met meer jobcontrole.
Zet tegenover die zeven eens de politici die in die periode (2023) – met een fikse afscheidspremie en extreem mooi pensioen, waar deze groep mensen nog niet bij in de buurt komt – afzwaaiden. Een groep die er meesterlijk in getraind lijkt bij besparingen vooral te kijken naar wie in de loonpiramide onder hen staat en dus de besparingen vooral wil halen bij wie ál minder heeft. Dat vinden we als maatschappij precies normaler, terwijl het ons veel meer kost.
Realiteit van rijdend personeel: flexibiliteit zonder grenzen
Mensen die echter dag in, dag uit werken onder onregelmatige en slopende omstandigheden zouden geen enkele gunst mogen krijgen. Werknemers die geen vaste uren hebben, die de ene dag ’s ochtends, de volgende dag ’s avonds en daarna weer ’s middags werken. Die soms zeven dagen na elkaar worden ingeroosterd en elke paar maanden tijdens een periode van 3 weken of meer pas de dag ervoor weten of én wanneer ze moeten werken. Die hun verlof – dat zogenaamd ‘enorm’ is – niet zomaar kunnen opnemen (24 dagen als ik me niet vergis, de rest zijn compensaties voor overuren). En die daarbovenop ook nog eens met agressie te maken krijgen.
Denken we nu echt dat deze mensen een 9-to-5 job hebben? Van het rijdend personeel bij de NMBS hebben treinbegeleiders amper één uur in de nacht (tussen 2 en 3 uur) waarin er geen diensten zijn. Voor zover ik weet kunnen shiften van bestuurders de hele dag én nacht plaatsvinden. Bij De Lijn, waar men ook staakte, zijn de shifts soms zelfs twaalf uur lang, waarvan slechts zeven betaald worden, omdat de uren er tussenin als ‘persoonlijke tijd’ worden beschouwd. Dat zijn de realiteiten die genegeerd worden in dit debat.
Ploegendiensten zijn al nefast voor de gezondheid, maar totale onregelmatigheid nog veel meer. Het verloop bij deze personeelsgroep is dan ook enorm – een logisch gevolg van de ‘geweldige’ arbeidsomstandigheden. Verwachten dat deze werknemers nu ook zonder protest zomaar langer blijven werken is simpelweg absurd. Dit heeft niks te maken met een ‘voorkeursbehandeling’. Dit gaat over elementair respect voor de mensen die ons transport draaiende houden, vaak onder zware en onzekere omstandigheden.
Uitgestelde kosten van politieke kortzichtigheid
En dan is er nog de financiële realiteit. De NMBS heeft 300 miljoen euro aan de staat betaald om bestaande arbeidsvoorwaarden te behouden, nadat de pensioenkas werd overgenomen om de begroting van Verhofstadt II te spijzen. In bijhorend koninklijk besluit zaten ook voorzieningen voor de toekomst, waar nú verantwoordelijkheid moet worden genomen. Over de effecten op langere termijn werd toen, zoals het politici blijkbaar vaker betaamd, niet goed nagedacht.
Werknemers hebben hun hele carrière minder loon geaccepteerd in ruil voor het vooruitzicht op een degelijk pensioen (NIET alleen rijdend personeel trouwens). Ook: geen 13e maand, geen volledig vakantiegeld, geen groepsverzekering tijdens die hele loopbaan. Nu dat pensioen wordt afgebouwd, krijgen ze niet terug wat ze hebben opgegeven. Alsof dat niet genoeg is, wordt er nu ook nog gesnoeid in nacht- en weekendvergoedingen.
Hoe ver moet dit nog gaan? En dat moeten ze normaal vinden? Of rechtvaardig? Als men hiervoor op straat komt, heeft men mijn volle steun.
En dat ook politici deze mensen proberen te demoniseren in plaats van verbinding te zoeken en naar een échte oplossing te werken, is bij de haren getrokken. Laat hen maar eens verantwoording afleggen voor dat riante loon en pensioen. Laat hen deze crisis oplossen in plaats van nog meer te polariseren. Dát is wat ik van staatsmannen en -vrouwen verwacht. Regeren ze verantwoordelijk, dan mogen ze ook gerust meer verdienen (maar wel wat redelijk blijven).
Dit debat zou niet moeten gaan over hoe we de slechtste arbeidsvoorwaarden als norm stellen, maar over hoe we streven naar menswaardige omstandigheden.
Werkgevers zitten echt niet te wachten op werknemers die tegen hun zin tot hun 62e of 67e blijven. Zeker niet in functies waarin veiligheid centraal staat.
Boven de 55 jaar is de kans op werkincidenten immers al significant hoger. Het hoogste risico situeert zich boven de 65 jaar. In dit geval zijn vaak ook meteen reizigers betrokken. In veel sectoren is werken tot 67 dan ook gewoon absurd.
Ook pluk je een 60+-bestuurder trouwens niet zomaar van de trein om die ‘even’ in een ‘aangepaste’ job te schuiven. De impact van die job in een recent verleden verdwijnt dan ook niet plots. Is het zoveel gevraagd daar nu eens open en fair bij stil te staan?
Laten we eerlijk blijven. Dit is geen kwestie van privileges, maar van basisrespect en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden.
Iris Steenhout is ex-treinbegeleidster en nu onderzoeker/docent aan Vrije Universiteit Brussel en Erasmushogeschool Brussel.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | mrt 1, 2025 | Varia
“Mensen die ziek zijn, dragen niet bij. Dus zullen ze langer moeten werken als ze niet aan hun minimum aantal dagen komen voor hun pensioen”, zegt Jan Jambon in ‘De Zevende Dag’ op 9 februari. “Maar ik kan niet meer werken om aan mijn minimumdagen te komen”, reageert Els die 63 jaar en chronisch ziek is, in deze openhartige open brief.
Jan Jambon, zondag 9 februari 2025 was u te gast in De Zevende Dag (vanaf min 12) om onder andere de hervorming van de pensioenen toe te lichten. Als chronisch zieke voelde ik me miskend en vergeten in uw verklaring van het nieuwe malussysteem van de pensioenhervorming.
Kort samengevat zei u: “Mensen die ziek zijn, dragen niet bij. Dus zullen ze langer moeten werken als ze niet aan hun minimum aantal dagen komen.”
Uit dit antwoord blijkt een zwart-wit denken over ziekte: je bent ziek, daarna genees je of sterf je. Chronische ziekte met een blijvende arbeidsongeschiktheid, bestaat niet in dat denkbeeld.
Ik kan me voorstellen dat u, in het heetst van een discussie in een tv-studio, geen rekening houdt met alle bestaande mogelijkheden. Maar uw antwoord miskende mij als chronisch zieke. Ik kan niet meer werken om aan mijn minimumdagen te komen. Er is geen periode ná mijn ziekte. Dus word ik nog maar eens gestraft om wat mij buiten mijn wil overkomt: ziek zijn en ziek blijven.
Hopelijk kan u in de kalmte van een studiedienst ook mijn situatie in overweging nemen.
Niet bijdragen of niet geholpen worden?
Als jonge professional heb ik zeventien jaar een succesvolle beroepscarrière gehad. Al die jaren heb ik als alleenstaande zonder kinderen ruimschoots bijgedragen aan de staatskas (sociale bijdragen, belastingen, enz.).
En toen werd ik ziek. Onze vermaarde geneeskunde kon me niet beter maken, hoewel ik alle revalidatietherapieën (meer dan eens zelfs) probeerde. Ik werkte nog twee jaar halftijds in een stelsel van progressieve hertewerkstelling. Maar nu weet ik dat mijn kans op spontane genezing het grootste was zonder revalidatie en met zoveel mogelijk rust.
Uiteindelijk werd ik op het werk ontslagen. Vandaag ben ik nog altijd ziek. Ik kom dus niet aan mijn minimum aantal dagen, als gelijkgestelde periodes van invaliditeit voortaan niet meer meetellen in dit malussysteem. En ik kan dit niet meer goedmaken, zoals u in de studio suggereerde.
Nochtans probeer ik al 25 jaar om beter te worden. Om weer te kunnen bijdragen via zinvol werk onder de vorm van arbeidsparticipatie. Om me weer een “erkend” in plaats van miskend lid van de maatschappij te voelen.
De voorbije 25 jaar “kostte” ik de maatschappij mijn invaliditeitsuitkering, maar het kostte mij veel meer. Ondanks alle jaren bijgedragen te hebben aan de staatskas, kon de staat mijn gezondheid niet terugbrengen. Ik zou niet liever gewild hebben dan na een ziekteperiode terug volop te leven, financieel en jobsgewijs bij te dragen. In dat geval zou mijn loon (en mijn pensioen) alleen hoger geworden zijn, niet lager.
Op eigen kosten heb ik allerlei dure pogingen gedaan om toch iets van mijn leven terug te krijgen, wat via de reguliere weg niet lukte. Ondertussen kon ik, gezien de hoogte van mijn uitkering, op geen enkele bijkomende sociale voorziening beroep doen. Mijn uitkering was namelijk weliswaar maar 40 procent van mijn loon, maar aangevuld met een privé-verzekering gewaarborgd inkomen. Ik betaalde daarentegen nog hopen belasting: zelfs mét een hypotheekaftrek bijna 10.000 euro, ieder jaar weer. De staat profiteerde mee van mijn privé-verzekering. Ik weet niet of je dat kan klasseren onder “niet bijdragen”.
Geen ziektebehandeling en geen pensioen
Wellicht ben ik niet representatief voor de meeste chronische zieken. Ik weet niet hoeveel er zo zijn en dat doet ook niet ter zake. Het doet zelfs niet ter zake of je ooit hebt kunnen bijdragen.
Wat wel telt, is hoe sociaal u de hervorming van de pensioenen wil maken. Ziek zijn kan iedereen overkomen en iedereen zou liever weer kunnen werken dan ziek te blijven. De weinige profiteurs vertekenen dit beeld en dit moet u zeker controleren.
Ziek zijn kan iedereen overkomen en iedereen zou liever weer werken dan ziek blijven
Er wordt altijd gesproken over dat half miljoen langdurig zieken, maar ik vraag me af hoe men dat probleem kan aanpakken zonder goed te weten welke profielen daar in welke verhoudingen in voorkomen. Meten is weten, zegt men. Wordt er bijvoorbeeld ergens geregistreerd hoeveel er daarvan überhaupt geactiveerd kunnen worden? Hoeveel zijn er niet te genezen? Hoeveel zouden er kunnen genezen als men andere behandelingen zou toelaten?
Ook in dit debat voel ik me miskend. Er zijn chronisch zieken die met de huidige behandelingen niet genezen en dus ook niet geactiveerd kunnen worden. Deze zieken worden door het malussysteem een tweede keer gestraft: ze krijgen geen behandeling en hebben nu ook nog geen zicht op een normaal pensioen.
Els, 63 jaar
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | mrt 1, 2025 | Verkiezingen 2024
In het uitgebreid dossier ‘De plannen van de regering De Wever’ analyseren we het federale regeerakkoord tot op het bot. In dit artikel gaan het Vlaams Netwerk tegen Armoede en het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding dieper in op de gevolgen voor mensen in armoede.
“Elke persoon in armoede is en blijft er één te veel. Iedereen heeft recht op een menswaardig leven”, staat te lezen in de eerste paragraaf van het hoofdstuk Armoedebestrijding van het federaal regeerakkoord. Daarvoor zal de regering twee grote hefbomen gebruiken: werk en controle, zodat “armoedebeleid zich kan focussen op zij die niet kúnnen werken en hulpbehoevend zijn”. Daarmee wordt de toon meteen gezet.
Het Vlaams Netwerk tegen Armoede en het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding (BAPN) vrezen echter dat het nieuwe federale regeerakkoord meer mensen dieper in de armoede zal duwen. De besparing van 2,8 miljard euro op de sociale zekerheid zal de koopkracht van mensen in armoede aantasten en haalt de sociale bescherming onderuit.
Bovendien zal de beperking van de werkloosheid in de tijd de kansen doen afnemen van mensen in hun zoektocht naar werk en hen richting OCMW en een leefloon drijven. Daarnaast zorgt de besparing van twee derde op de middelen voor een uitholling van de welvaartsenveloppe. De welvaartsenveloppe is nochtans een belangrijk instrument om de laagste uitkeringen te doen stijgen, bovenop de indexering met 2 procent. De welvaartsenveloppe beschermt mensen in de laagste inkomenscategorieën en beperkt de kloof tussen uitkeringen en de armoedegrens.
Werk als oplossing voor armoede?
Volgens het federaal regeerakkoord dient ‘een job als cruciale dam tegen armoede’ en ‘lonen kwalitatieve jobs en leiden ze uiteindelijk tot duurzame tewerkstelling’. Dat klopt zeker, al moeten we meteen de randbemerking maken dat werk geen automatische hefboom uit armoede is. Wie werkt, heeft in België 4,7 procent kans om in armoede terecht te komen.
Werknemers met laaggeschoolde profielen, in een deeltijdse job of verschillende (flexi-)jobs vormen het grootste deel van de werkende armen. Door de uitbreiding van het regime van flexijobs, het mogelijke verbod op nachtwerk en nog een aantal andere maatregelen vrezen we echter dat dit aantal nog zal stijgen.
Een tweede bemerking is dat de tekst van het regeerakkoord nogal kort door de bocht gaat over de zoektocht naar een job. De tekst gaat voorbij aan de veel complexere realiteit van de arbeidsmarkt met mensen die werk zoeken en vinden in onaangepaste en slechtverloonde jobs, met deeltijdse tewerkstelling en tijdelijke/interimcontracten.
In die arbeidsmarkt is discriminatie (op basis van leeftijd, afkomst, gender, beperking, scholingsgraad, handicap, ziekte) dagelijkse kost. Mensen ervaren een mix van sociale uitsluitingen op het vlak van huisvesting, gezondheid, financiële problemen, kinderopvang en sociaal netwerk. Daardoor is werk vinden en behouden helemaal geen evidentie. De beperking van de werkloosheid in de tijd veronderstelt verkeerdelijk dat mensen daardoor daadwerkelijk aan werk zouden geraken.
Werkloosheidsuitkering onder vuur
De beperking van de werkloosheid in de tijd zal niet het verhoopte effect hebben. Het zal mensen in een kwetsbare positie nog verder wegduwen van de arbeidsmarkt en net extra drempels opwerpen in de zoektocht naar werk.
De weg vooruit is daarentegen het begeleiden en opleiden naar fatsoenlijk werk, met een waardig loon, betaalbare en kwaliteitsvolle kinderopvang, een degelijk vervoersnetwerk en een uitbreiding van de aanvullende uitkeringen en steunmaatregelen tot werkenden met een laag loon. Dat is onnoemelijk efficiënter om mensen naar de arbeidsmarkt te leiden.
Door de beperking van de werkloosheid in de tijd, worden mensen weggeduwd uit de sociale zekerheid naar de sociale bijstand. Mensen zullen bij stopzetting van de werkloosheidsuitkering op zoek moeten naar een andere financiële oplossing met veel onzekerheid tot gevolg.
“Voor mij was financiële stabiliteit heel belangrijk. Zonder die zekerheid had ik niet de mentale ruimte om de stappen te zetten die nodig waren om te kunnen gaan werken. Ik moest op zoek naar een betere woning, werken aan mijn sociaal isolement, aan mijn zelfvertrouwen … Als je uitkering dan heel onzeker of te laag is, gaat dat niet. Dan ben je puur bezig met overleven.”
-Getuigenis-
Mensen die hun werk verliezen, zouden kunnen rekenen op een hogere uitkering in het begin van hun werkloosheidsperiode, stelt het federaal regeerakkoord. De studie van de effecten van de inperkingen in de inschakelingsuitkeringen heeft al aangetoond dat zulke maatregelen geen impact hebben op de uitstroom naar werk voor laaggeschoolden.
Een OESO-rapport van juni 2022 laat zien hoe de invoering van de versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen niet heeft geleid tot hogere tewerkstelling. Door de extra drempels in de zoektocht naar werk zullen de maatregelen van de federale regering in de praktijk leiden tot meer aanvragen tot leefloon, de overgang naar een ziekte-uitkering en/of een grotere afhankelijkheid van een partner.
De beperking van de werkloosheid in de tijd zal mensen wegduwen uit de sociale zekerheid naar de sociale bijstand. Een aantal mensen zal gaan aankloppen bij het OCMW. OCMW’s doen dienst als residueel opvangnet. Mensen zoeken hulp bij het OCMW als het gezinsbudget ontoereikend is om aan de primaire behoeften te voldoen, zoals huisvesting, voeding, water en energie. Het OCMW is een laatste reddingsboei, waar mensen helemaal niet naar uitkijken. Bovendien zijn OCMW’s niet gespecialiseerd in de begeleiding naar werk. Dat zorgt dus voor een nieuwe drempel in de zoektocht naar werk.
Het is opnieuw contraproductief, want de zoektocht naar werk komt zo nog extra onder druk te staan. Het is onduidelijk wie je verder zal begeleiden naar werk. Zal de werkzoekende nog bij VDAB op begeleiding naar werk kunnen rekenen. Is iemand dan aangewezen op de dienstverlening van OCMW of verdwijnt die van de radar
Nu al zijn mensen in armoede op zoek naar werk een speelbal tussen diensten waarbij veel informatie en vertrouwen verloren gaan. De beperking van de werkloosheid zal dit nog verergeren, en daardoor de weg naar werk hinderen in plaats van te vergemakkelijken. Parallel komt de wettelijke opdracht van het OCMW als laatste vangnet voor een menswaardig bestaan voor iedereen zo nog meer onder druk te staan.
Voorwaardelijke sociale rechten
Naast werk zet het federaal regeerakkoord in op controle. Een streng activeringsbeleid zou meer mensen aan het werk moeten krijgen. Sociale rechten worden steeds meer gekoppeld aan voorwaarden in de zoektocht naar werk met strengere controles en sancties voor werkzoekenden en langdurig zieken. Wie niet voldoet aan de voorwaarden, krijgt een sanctie en ziet zijn rechten tijdelijk of definitief geschorst worden.
De belangrijkste voorwaarde is activering. Wie recht heeft op een uitkering, zal werk moeten zoeken, anders vervalt diens recht. Alle rechthebbenden op een leefloon zullen nu ook verplicht een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI) moeten aangaan.
Het GPMI was in eerste instantie bedoeld als begeleidingsinstrument, maar wordt des te meer een administratieve, zelfs louter technische voorwaarde voor het leefloon. Dat heeft als gevolg dat de kansen van mensen in moeilijke financiële levensomstandigheden plaatsmaken voor angst en stress, zoals we al hebben vastgesteld in de publicatie ‘Het GPMI: te veel uitsluiting, te weinig begeleiding ’. Als de rechthebbende de (eenzijdig) gemaakte afspraken niet of niet voldoende opvolgt, volgt er opnieuw een sanctie.
Maatschappelijk stigma
Maar tegen die tijd heeft die persoon al jaren van controle, obstakels, vallen en opstaan, en veroordelende blikken achter de rug. Jarenlang bezig zijn met overleven, worstelen met fysieke en mentale gezondheidsproblemen die armoede veroorzaken, vechten om uit de schulden te geraken, kinderen opvoeden in onmenselijke omstandigheden.
De tekst van het regeerakkoord bulkt van de tegenstellingen tussen zij die werken, zij die hulp verdienen en de anderen. Die ‘anderen’ worden gezien als mensen die niet actief genoeg naar werk zoeken, als ‘profiteurs’ en ‘luieriken’ die in de hangmat van de sociale zekerheid hangen.
De federale regering zal de controle versterken om ervoor te zorgen dat deze ‘derderangsburgers’ geen cent te veel betaald krijgen. Dat terwijl uit recente cijfers blijkt dat er slechts een heel klein percentage sociale fraude is.
De regering zal investeren in het sensibiliseren van eerstelijnsactoren om misbruiken van Dringende Medische Hulp tegen te gaan. Het blijkt echter dat 80 à 90 procent van de mensen zonder wettig verblijf die er recht op hebben het gewoon niet aanvragen.
Wie volgens de federale regering de uitkering niet gebruikt voor dagelijkse basisbehoeften, zal mogelijks een deel van het inkomen rechtstreeks in alternatieve vormen krijgen. Denk hierbij aan voedselbonnen, bonnen voor kledij voor de kinderen of de rechtstreekse betaling van de schoolfactuur door de uitkeringsinstelling. Dat tast de koopkracht en het beperkte gezinsbudget van mensen in armoede aan, net als hun keuzevrijheid om sociale toeslagen en bijslagen vrij te besteden en te beschouwen als een deel van het algemene gezinsinkomen.
“Als mijn kind dan nieuwe schoenen nodig heeft, maar de elektriciteitsrekening ligt er ook nog. Wat moet ik dan kiezen om eerst te betalen? Als ik mijn elektriciteit niet betaal, kan de maatschappij een signaal geven aan de lokale overheid dat ik een betalingsachterstand heb. Maar moet ik dan mijn kind met kapotte schoenen naar school sturen? Dan wordt hij daar gepest en gaat de school misschien aan de alarmbel trekken. Welke keuze je dan ook maakt, je loopt sowieso het risico om een deel van je inkomen te verliezen.”
-Getuigenis-
Naast een moeilijke financiële positie ervaren mensen in armoede een maatschappelijk stigma. Velen worden geconfronteerd met negatieve vooroordelen en aannames die hun persoonlijke en professionele leven beïnvloeden. Dat leidt tot gevoelens van schaamte, schuld en sociale isolatie. We zien de laatste decennia opnieuw een verschuiving van armoede als een maatschappelijk probleem naar het individuele schuldmodel. Armoede wordt steeds meer gezien als een individuele verantwoordelijkheid en niet als een structureel probleem.
Het federale regeerakkoord creëert A- en B-burgers. Zo moeten nieuwkomers bijvoorbeeld vijf jaar wachten voor ze recht hebben op een leefloon. Dat terwijl het leefloon het allerlaatste vangnet in onze sociale zekerheid is. Door deze maatregel in te voeren, duwt de federale overheid nieuwkomers in een zeer precaire financiële situatie waar ze moeilijk uit kunnen geraken.
Een leefloon is net het steuntje in de rug voor mensen om hun leven in België uit te bouwen en zo actief aan de maatschappij bij te dragen. Het helpt hen niet financieel kopje-onder te gaan in hun zoektocht naar een woning en werk.
“Ik hoor weleens dat mensen die niet werken of in armoede leven, lui zijn. Dat deze mensen leven op de kosten van de staat, op de kosten van de belastingbetaler. Er zijn mensen die dat ook rechtstreeks in je gezicht zeggen. Maar wij zijn niet lui, wij zijn geen profiteurs; mits de juiste begeleiding en kansen kunnen wij bouwen aan een toekomst.”
-Getuigenis-
Geen toekomstperspectief
Armoede is een multidimensionaal probleem, maar in de eerste plaats een financieel probleem. Uitkeringen boven de armoedegrens en hogere minimumlonen zorgen voor voldoende financiële middelen voor mensen in werkloosheid en mensen die werken, om te voorzien in hun levensonderhoud.
De komende jaren zal de armoede hoogstwaarschijnlijk toenemen en verdiepen door de uitholling van de welvaartsenveloppe, de zwaarste besparingen in de sociale zekerheid en de bevriezing van de verhoging van de laagste inkomens tot of boven de armoedegrens.
Door strengere voorwaarden voor sociale rechten en de uitsluiting van bepaalde groepen in de samenleving van deze rechten, creëert de federale regering eerste- en tweederangsburgers binnen de Belgische bevolking. Daarnaast ligt de focus op controle en sanctionering van iedereen die gebruikmaakt van deze rechten in plaats van in te zetten op automatische rechtentoekenning en de toegankelijkheid van sociale diensten. Zo kan elke rechthebbende zijn of haar rechten opnemen.
De beperking van de werkloosheid in de tijd, maar ook de verhoogde druk op werkzoekenden in activeringstrajecten via financiële straffen zullen contraproductief werken. Financiële onzekerheid zal de afstand tot de arbeidsmarkt vergroten en het risico op armoede verdiepen.
Om meer mensen aan het werk te krijgen, is een bredere kijk nodig op de cruciale randvoorwaarden die mensen in staat stellen om werk te vinden en te behouden. Daarvoor is niet enkel een bestraffend beleid nodig, maar eerder een aanvullend en ondersteunend beleid. Mensen in armoede zijn nu al dagelijks bezig met overleven, soms een leven lang. Het nieuwe federaal regeerakkoord geeft hen en hun kinderen helaas weinig toekomstperspectief.
Het Vlaams Netwerk tegen Armoede en het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding (BAPN) nemen het op voor de belangen van mensen in armoede door in te zetten op ervaringsdeskundigheid en hun stem te versterken. Dat doen ze onder meer samen met de 61 lokale verenigingen waar mensen in armoede het woord nemen in Vlaanderen en Brussel. In Vlaanderen en Brussel bereiken ze zo’n 22.000 mensen in armoede. Velen onder hen worstelen dagelijks met toegang tot sociale rechten op het vlak van inkomen, werk, wonen, onderwijs, vrije tijd en vele andere levensdomeinen.
Lees ook:
Het volledige dossier.
1. Waar komt dit regeerakkoord vandaan? (Seppe De Meulder)
1.1 Waarom is er geen debat over de Europese begrotingsregels?
1.2 Wat is de staatsschuld, waar komt ze vandaan en wie profiteert ervan?
1.3 Het doemdenken van Bart De Wever
1.4 De verrechtsing van het politieke debat
2. Wat staat er ons te wachten?
2.1 Een begroting op maat van grote bedrijven (Seppe De Meulder)
2.2 Jef Maes (ABVV) over afbraak sociale zekerheid (Kristien Merckx)
2.2 Vruchteloos zoeken naar werkbaarheid in de Arizona-woestijn (Raf De Weerdt & Lander Vander Linden, ABVV)
2.3 Competitiviteit van bedrijven krijgt voorrang op klimaatambities (Greenpeace)
2.4 Federaal regeerakkoord dreigt meer mensen dieper in armoede te drijven (Vlaams Netwerk tegen Armoede & het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding
2.5 Regering tegen vrouwen (Fauve Peirelinck & Matilde De Cooman, Collectief 8 maars)
2.6 Het strengste asiel- en migratiebeleid ooit uitgelegd (Pascal Debruyne, migratie-expert)
2.7 Miljarden sociale uitgaven doorgesluisd naar leger en wapenfabrikanten (Ludo De Brabander, Vrede vzw)
2.8 Democratische rechten onder druk
3. Macht en tegenmacht
3.1 Wij zijn de motor van dit land (Bert Engelaar, ABVV)
3.2 Verzet tegen regeerakkoord: “De volgende 12 maanden zijn doorslaggevend” (Lieveke Norga, AVC Puls, Toon Danieux)
3.3 De kracht van samenwerking (Fatiha Dahmani, union organiser)
3.4 Ja, er is een alternatief voor de plannen van De Wever (Joris Van Gorp)
3.5 Naar een nieuw realisme
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | mrt 1, 2025 | Economie
Donald Trump stelde onlangs voor om de militaire budgetten van de VS te halveren, terwijl hij tegelijkertijd zijn plannen voor een nieuw raketafweersysteem onthulde. Zijn uitspraken over denuclearisatie en defensie-uitgaven roepen vragen op over de haalbaarheid en intenties achter zijn plannen.
“Op een gegeven moment, als alles weer rustig is, ga ik met China praten en ga ik met Rusland praten. Vooral met die twee. En ik ga zeggen dat we geen reden hebben om bijna duizend miljard dollar uit te geven aan het leger (…) en ik ga zeggen dat we dat geld aan andere dingen kunnen besteden”, zei Trump op een persconferentie.
“Als we alles op orde hebben, zullen de eerste vergaderingen zijn met president Xi van China en president Poetin van Rusland. En dan ga ik zeggen: laten we ons militair budget halveren. En we kunnen dat doen, ik denk dat we dat zullen kunnen doen”, voegde hij eraan toe.
VS koploper
De VS geeft aanzienlijk meer uit aan zijn leger dan Rusland en China samen. Volgens het SIPRI was de VS in 2023 verantwoordelijk voor 37 procent van de wereldwijde militaire uitgaven. China stond op de tweede plaats, maar met een groot verschil: 12 procent van de militaire uitgaven. Rusland kwam met 4,5 procent op de derde plaats.
Over kernwapens zei Trump: “Het is niet nodig dat we gloednieuwe kernwapens bouwen. We hebben er al zoveel dat we de wereld wel vijftig keer kunnen vernietigen, of honderd keer. En dan zitten wij hier nieuwe kernwapens te bouwen, en [Rusland] zit nieuwe kernwapens te bouwen en China zit nieuwe kernwapens te bouwen”.
Moderniseren en denucleariseren
De VS is zijn nucleaire triade aan het moderniseren, een project waarvan wordt verwacht dat het 1.500 miljard dollar zal kosten. [nvdr: triade slaat op een krijgsmacht die nucleaire wapens vanaf het land, via onderzeeërs en vanuit vliegtuigen kan lanceren].
Trump herhaalde ook zijn oproep om te gaan ‘denucleariseren’ met Rusland en zei dat de Russische president Vladimir Poetin daar “heel erg” voor te vinden was.
Trump beweerde eerder al dat hij tijdens zijn eerste ambtstermijn bezig was met denuclearisatie met Rusland en China, maar de VS trok zich in die periode ook terug uit belangrijke wapenbeheersingsverdragen.
Wapenbeheersing of wapenwedloop?
Rusland heeft onlangs gezegd dat de vooruitzichten voor de Amerikaanse wapenbeheersing niet goed zijn, aangezien het laatste nucleaire wapenbeheersingsverdrag tussen de twee machten in februari 2026 afloopt en er momenteel geen vervanging is.
Maar Trumps gesprekken met de Russische president Vladimir Poetin over de oorlog in Oekraïne zouden kunnen leiden tot onderhandelingen over wapenbeheersing.
Aan de andere kant vaardigde Trump recentelijk een decreet uit voor het bouwen van een groot nieuw raketafweersysteem ter bescherming van de VS en zijn militaire bases in het buitenland, wat tot een nieuwe wapenwedloop zou kunnen leiden.
En het prijskaartje zal enorm zijn. Tegelijk zouden de republikeinen in het Congres de militaire uitgaven met ten minste 100 miljard dollar willen verhogen.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | mrt 1, 2025 | Antipestteam
In de aanloop naar 8 maart, de internationale dag voor de rechten van vrouwen en genderminderheden, moet deze datum een centraal moment worden voor mobilisatie tegen alle vormen van onderdrukking. Het is niet alleen een dag om strijd uit het verleden te eren, maar ook een cruciale kans om terrein te heroveren in een mondiale context die wordt gekenmerkt door een opgang van extreemrechts en reactionaire schreeuwers.
door Ophélie (Brussel)
Het succes van politieke figuren als Trump illustreert de doeltreffendheid van het verzet tegen wat ze ‘woke’ noemen. Dit offensief tegen progressieve ideeën over gender, racisme en seksualiteit vindt een zorgwekkende weerklank bij een deel van het electoraat, aangewakkerd door populistische retoriek en medeplichtige media. In het licht van deze regressie is mobilisatie belangrijker dan ooit.
Het voorbeeld van Gisèle Pélicot, die onvermoeibaar heeft gestreden tegen seksueel geweld en de dubbelzinnigheden van het rechtssysteem, inspireert ons om door te zetten. Haar moed benadrukt een overweldigende realiteit: justitie brengt slachtoffers van verkrachting vaak een tweede trauma toe. De procedures zijn lang, vernederend en nauwelijks toegankelijk voor mensen die noch de financiële middelen, noch de benodigde emotionele steun hebben. De “bijkomende slachtofferschade” – het proces waarbij het slachtoffer beschuldigd wordt en gedwongen wordt haar eigen trauma te rechtvaardigen – is een plaag die bestreden moet worden.
Wat aan de kaak gesteld moet worden is de onrechtvaardigheid van een systeem dat liever “ideale slachtoffers” erkent, zij die voldoen aan stereotypen van duidelijk lijden. Slachtoffers die durven te praten over hun innerlijke pijn of die niet in deze hokjes passen, worden vaak weggewuifd of genegeerd. Deze willekeurige selectie bij de erkenning van geweld is niet alleen een aanval op de waardigheid van de slachtoffers, maar ook een bewijs van de structurele vooroordelen van een systeem dat weigert zichzelf in vraag te stellen. De strijd tegen seksueel geweld en de behandeling van slachtoffers is geen strijd die alleen gevoerd moet worden.
In deze onrustige tijden is de strijd voor erkenning en respect voor de stem van slachtoffers nog lang niet gestreden. Recente bewegingen zoals #MeToo hebben de kracht van solidariteit en collectieve actie laten zien. De vijandige reacties op deze vooruitgang, vooral van extreemrechts, laten echter zien dat we waakzaam moeten blijven.
Het is tijd om een eind te maken aan de vicieuze cirkel van victim-blaming en geweld: zowel in de samenleving, als in de rechtszaal, als in gemeenschappen en gezinnen. We eisen meer middelen voor de begeleiding van slachtoffers van seksueel geweld en voor preventie. Zo komen we op voor massale publieke investeringen in vluchthuizen, zorgcentra na seksueel geweld en meldpunten om elk slachtoffer te ondersteunen.
8 maart is een moment om onze kracht en vastberadenheid te tonen. Het gaat om meer dan één dag: het gaat om een voortdurende inzet om onze samenleving te veranderen. Door onze stemmen en acties te verenigen, kunnen we de strijd aangaan met de opkomst van reactionaire ideeën en de basis leggen voor een samenleving die vrij is van uitbuiting en onderdrukking.
Bron: Socialisme.be