Belgen die naar het werk fietsen verdienen bijna 500 euro per jaar

Volgens berekeningen van consultant SD Worx verdienen Belgen die met de fiets naar het werk gaan bijna 500 euro per jaar. Dat is een mooi bedrag in een moeilijk economisch klimaat.

Steeds meer werknemers kiezen ervoor om met de fiets naar het werk te komen. Dan moet je natuurlijk wel in de buurt van je werkplek wonen. Als je vijftig kilometer moet pendelen, wordt het ingewikkelder. Volgens SD Worx verdienen Belgen die voor dit vervoermiddel kiezen gemiddeld 460 euro per jaar, wat neerkomt op 38 euro netto per maand. Dit is te danken aan de fietsvergoeding die in 2024 verhoogd werd tot 35 eurocent/km. 

Niet alle werknemers verdienen hetzelfde. SD Worx wijst erop dat de helft van de werknemers die met de fiets naar het werk komen tot 250 euro per jaar verdienen. Maar heel wat werknemers verdienen veel meer, vooral wie lange afstanden fietst (tussen 21 en 30 km van het werk). Die krijgen een vergoeding van 810 euro per jaar. Daarvoor moet ze veel trappen, want deze groep legt gemiddeld 220 km per maand af. Dit betekent dat ze gemiddeld één keer per week fietsen. De studie geeft niet aan of de andere verplaatsingen met de auto gebeuren of dat deze mensen telewerken.

Seizoensgebonden

De gegevens van SD Worx zijn nauwkeurig. En ze tonen aan dat fietsen naar het werk evolueert doorheen het jaar. Logischerwijs zijn er meer aanvragen voor fietsvergoedingen in de zomermaanden dan in de winter.

Ter herinnering: er bestaan twee soorten vergoedingen voor woon-werkverkeer met de fiets. Aan de ene kant is er de veralgemeende fietsvergoeding (sinds 2023), die geldt voor alle sectoren en 28 eurocent/km oplevert voor maximaal 20 km (heenreis, de terugreis niet meegerekend). Aan de andere kant is er de facultatieve fietsvergoeding, die in 2024 werd afgetopt op 35 eurocent/km.

Vlaanderen, Brussel en Wallonië

Volgens SD Worx gebruikte één op de zes Belgische werknemers (15%) de fiets voor woon-werkverplaatsingen in 2024, waardoor ze recht hadden op een fietsvergoeding. Maar het gebruik en de gewoonten lijken sterk te verschillen naargelang de regio. Vreemd genoeg fietsen de Brusselaars niet vaak naar het werk (ook al is het over het algemeen dichterbij). Slechts 7% doet dat. Wallonië scoort logischerwijs nog minder goed, met 2% van de werknemer. In Vlaanderen wordt het meest gefietst: 20% van de werknemers gaat met zijn tweewieler naar het werk.

Bron: gocar.be

Oefen je sollicitatiegesprek met AI

Oefen je sollicitatiegesprek met AI

Heb je stress voor je sollicitatiegesprek? Oefen met een digitale assistent en boost je zelfvertrouwen. Ontdek hoe AI je kan helpen.

Artificiële intelligentie (AI) kan je helpen om je gesprek te oefenen. De meest bekende AI-tools zijn ChatGPTGoogle Gemini en Microsoft Copilot.

Prompts die je op weg helpen

Prompts zijn instructies die je aan een AI-tool geeft. Je kan vragen om het sollicitatiegesprek te oefenen.

Tip: bezorg eerst je cv, motivatiebrief en vacature aan de AI-tool:

  • Haal persoonsgegevens zoals je naam en contactinfo uit je cv en brief en upload beide documenten als bestand.
  • Voeg de link naar de vacature toe of plak de vacaturetekst in de chat.

Voorbeeld van een prompt

Je bent een ervaren recruiter van [bedrijfsnaam]. Ik ben kandidaat voor de vacature [functie]. Help mij om mijn sollicitatievaardigheden te verbeteren en bereid me voor op een echt gesprek.

Oefen een realistisch sollicitatiegesprek met mij:

  • Stel een 5-tal relevante vragen, één per keer, gebaseerd op de vacature, mijn cv en motivatiebrief.
  • Luister goed naar mijn antwoorden en stel bijvragen als je dieper wil ingaan op bepaalde dingen.
  • Heb je voldoende info, ga dan over naar de volgende vraag.

Geef na afloop van het gesprek, of wanneer ik “STOP” zeg, concrete feedback per antwoord. Focus op inhoud en overtuigingskracht. Maak ook een algemene analyse en geef de belangrijkste aandachtspunten mee.

Wees kritisch

AI geeft je tips en suggesties, maar jouw inbreng blijft cruciaal. Kijk kritisch naar de feedback die je krijgt.

Blijf in dezelfde chat

Blijf in hetzelfde gesprek voor al je sollicitatie-oefeningen. AI onthoudt wat je zegt en bouwt daarop verder. Zo krijg je steeds betere feedback.

Bij de meeste AI-tools kan je de chat een duidelijke naam geven. Dan vind je het gesprek makkelijk terug om verder te oefenen.

Bron: VDAB.be

‘Pak ziekmakend werk aan, niet de langdurig zieke’

‘Mensen blootstellen aan ziekmakend werk maakt mensen langdurig ziek. Zo simpel is het. Laat ons er dus vooral voor zorgen dat werk duurzaam en werkbaar is. Niet patiënt per patiënt, maar structureel’, schrijven opbouwwerkers Thijs Vansteenwinckel en Zehra Eviz naar aanleiding van de oplaaiende discussie over langdurige ziekte.

Recent pleitten zowel huisartsenvereniging Domus Medica als professor arbeidsgeneeskunde Lode Godderis voor grondige hervormingen in het beleid rond langdurige zieken, gaande van fit notes tot nauwere samenwerking tussen huisartsen en arbeidsartsen. Ze herhalen ook luid en duidelijk dat het sanctioneren van langdurig zieken niet werkt, zoals onderzoek ook aantoont. Dat is nodig, want het dominante politieke discours waarin langdurig zieken worden weggezet als ‘profitariaat’ draagt niet bij aan het oplossen van dit vraagstuk.

Mensen blootstellen aan ziekmakend werk maakt mensen langdurig ziek

Gaan we het aantal langdurige zieken terugdringen met fit notes en nauwere samenwerkingsverbanden tussen artsen? Misschien wel. Raken deze curatieve oplossingen aan de kern van het probleem? Neen. Het is eigenlijk simpel: mensen blootstellen aan ziekmakend werk maakt mensen langdurig ziek. Laat ons er dus vooral voor zorgen dat werk duurzaam en werkbaar is. Niet patiënt per patiënt, maar structureel.

Laat ons dat ziekmakend werk even van dichterbij bekijken. Een stem die we helaas veel te weinig horen in dit debat is de stem van mensen die zelf langdurig ziek zijn of dat waren. SAAMO werkte de afgelopen twee jaar intensief met schoonmakers die voor privébedrijven overheidsgebouwen poetsen. Op die tijd hadden we meer 600 gesprekken op de werkvloer en 20 groepssessies met deze mensen. Hun tewerkstelling is vaak precair. Ze hebben weinig inspraak en genieten onvoldoende sociale bescherming. De werkdruk is te hoog en de lonen zijn te laag.

Desondanks zijn dit mensen met een grote beroepsfierheid. Ze leveren een belangrijke publieke dienstverlening, en zijn daar trots op. Terecht. Helaas loopt het al te vaak mis op gezondheidsvlak. De link tussen precair werk en gezondheidsproblemen wordt in onderzoek duidelijk aangetoond. Overheden en werkgevers dragen hierin een grote verantwoordelijk.

De stem van mensen in ziekmakende jobs

We illustreren met een praktijkverhaal uit Gent. Het lokaal bestuur bespaarde vorig jaar op de contracten met de schoonmaakfirma, een winstgevende multinational. De werkdruk neemt toe.

Een schoonmaker getuigt:

Door de besparingen hebben ze veel mensen ontslaan, nu moeten we werken voor twee. Daardoor gaan mensen zich blesseren. Aan de armen, de schouders of de rug. En dan zegt onze werkgever: ‘jij bent te veel ziek” 

Een collega valt haar bij: “Mijn werkgever geeft geen vaste contracten meer. Nieuwe medewerkers krijgen enkel nog tijdelijke contracten. Op die manier proberen ze ziekteverzuim tegen te gaan. Mensen met een kortlopend contract durven niet lang ziek te blijven, omdat ze hopen dat, als ze hard genoeg werken, ze uiteindelijk een vast contract krijgen. Hierdoor overschrijden ze vaak hun eigen grenzen en vallen ze uit.”

Een andere collega was langdurig ziek, en ging na een tijd opnieuw aan de slag in binnen het systeem van progressieve tewerkstelling. Eigenlijk had haar dokter het advies gegeven om langer thuis te blijven, maar onder druk van de werkgever startte ze weer op. Ze vernam dat de bazen overwogen om haar te ontslaan omwille van haar ziekte. Haar werkgever weigerde om een aangepast takenpakket te voorzien. ‘Neem een pijnstiller’, was het advies. Poetsen op verslavende opiaten, dan maar. Deze problemen worden al lang aangekaart, voorlopig met weinig resultaat. Het lokaal bestuur wijst naar de verantwoordelijkheid van het bedrijf, en omgekeerd.

Verhalen als deze zijn helaas dagelijkse kost voor een grote groep mensen in onze samenleving, in de schoonmaaksector en daarbuiten.  De verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt in de naam van eindeloze economische groei die federaal op tafel ligt belooft weinig beterschap. Langdurige ziekte aanpakken begint bij het erkennen van het spanningsveld tussen economische groei en besparingspolitiek enerzijds en het welzijn van werknemers anderzijds.  Het is voor velen een ongemakkelijke waarheid, maar eindeloze economische groei is inherent onverzoenbaar met het welzijn van werknemers in een kwetsbare positie. Wie dat niet gelooft moet zelf maar eens een tijdje klaslokalen gaan poetsen voor een winstgedreven onderneming.

Politieke moed nodig

De oplossingen zijn voorhanden, nu nog de politieke moed om ze om te zetten in beleid, op alle politieke niveaus. Op een bepaald moment moet men erkennen dat de oplossingen die volgen geen radicale ideeën maar gewoon pragmatische oplossingen zijn.

Geen enkele schoonmaker haalt gezond de pensioenleeftijd van 67. Erken schoonmaak als zwaar beroep, zodat mensen vroeger en gezonder op pensioen kunnen. Maak werk van een collectieve arbeidsduurvermindering met behoud van loon, naar Ijslands voorbeeld. Onderzoek wijst uit dat de effecten hiervan op zowel economie als welzijn gunstig zijn. Ondersteun werkgevers met kennis en middelen om voluit in te zetten op duurzaam en werkbaar werk. Want laat ons wel wezen: er zijn uitwassen, maar evengoed zijn er ondernemers die het beste voor hebben met hun personeel, en bereid zijn prioriteit te geven aan welzijn.

Overheden kunnen ook het goede voordbeeld geven door geoutsourcete diensten die gekenmerkt worden door ziekteverzuim opnieuw zelf in dienst te nemen. Zo behouden ze zelf de controle over de arbeidsvoorwaarden van dit personeel, weg van de winstlogica. Overheden die deze jobs alsnog willen uitbesteden kunnen in hun aanbestedingsbeleid specifieke sociale criteria opnemen. Op Europees niveau is de EU-richtlijn rond openbaar aanbesteden, aan herziening toe. De huidige wetgeving zorgt voor een race to the bottom, waarbij de werkdruk steeds toeneemt.  Geef gehoor aan de oproep van meer dan 100 economen en maak hier werk van een hervorming.

Een oproep aan onze overheden: neem jullie verantwoordelijkheid op, en durft doortastend beleid voeren. Beleid dat ook buiten de grenzen van de partijideologie durft kleuren. Betrek in de opmaak van dat beleid ook vanaf dag één mensen met ervaringskennis. Organisaties als SAAMO kunnen daarin een partner zijn.

Zolang de structurele oorzaken van langdurige ziekte niet worden erkend en de politieke moed ontbreekt om oplossingen die bewezen effectief zijn in te voeren blijft het voor iedereen, van arts tot zieke schoonmaker, dweilen met de kraan open.

Deze opinie verscheen eerder op Knack.be.

Bron: saamo.be

Leven we om te werken of is het andersom?

Leven we om te werken of is het andersom?

Volgend jaar stijgt de pensioenleeftijd van 65 naar 66 jaar, terwijl slechts een kleine minderheid van de Belgische werknemers bereid of in staat is om langer te werken.

Vanaf 2025 stijgt de wettelijke pensioenleeftijd in België van 65 naar 66 jaar, en vanaf 2030 wordt deze 67 jaar. Dit is een maatregel die door de regering-Michel I werd ingevoerd om de kosten van de vergrijzing te beheersen.

Uit onderzoek van HR-dienstverlener Securex blijkt dat slechts 8,8 procent van de werknemers zin heeft om tot 67 jaar of langer te werken. Voor een pensioenleeftijd van 66 jaar geldt hetzelfde patroon, met slechts 10,5 procent bereidheid.

Ongeveer 17 procent van de werknemers denkt fysiek en mentaal in staat te zijn om tot 67 jaar te werken. Een overweldigende meerderheid van 80 procent geeft aan niet te kunnen werken tot 66 jaar of langer.

Er zijn verschillen per leeftijdsgroep. Zo blijken 55-plussers iets optimistischer over hun vermogen om langer te werken.

Er zijn verschillende factoren die het langer werken beïnvloeden. Minder zware fysieke arbeid, meer flexibele werkvormen en meer autonomie voor de werknemer vergroten de kans dat werknemers langer blijven werken.

Omgekeerd verkleinen absenteïsme en micromanagement zonder aandacht voor intrinsieke motivatie de kans dat werknemers langer blijven werken.

Securex benadrukt dat de verhoging van de pensioenleeftijd op zich niet voldoende is om werknemers daadwerkelijk langer aan het werk te houden. Vooral het creëren van een ondersteunende werkomgeving is cruciaal.

Daarnaast is het belangrijk dat werkgevers en werknemers, ongeacht de leeftijdsgroep, tijdig en goed geïnformeerd worden over de veranderingen en mogelijkheden. Het voorbeeld van 55-plussers laat zien dat ook oudere werknemers nog professionele ambities hebben en waardevol zijn op de arbeidsmarkt.

In samenvatting wijst de studie op de noodzaak van een breder sociaal beleid en een open dialoog tussen werkgevers en werknemers om het werken tot hogere leeftijden zowel haalbaar als aantrekkelijk te maken.

Een overweldigende meerderheid van de werknemers ziet een verhoging van de pensioenleeftijd niet zitten. Die verhoging door de strot duwen is dan ook onfatsoenlijk en ook onnodig.

De verhoging van de pensioenleeftijd is geen financiële noodzaak. Het pensioenvraagstuk is in wezen een verdelingsvraagstuk. Als er jaarlijkse honderden miljarden op belastingparadijzen wordt versluisd, dan is er meer dan geld genoeg. Het is een kwestie van politieke moed en juiste prioriteiten.

Hoe het kapitalisme ons depressief, alleen en uitgebuit achterlaat

Alles wat je denkt te weten over kapitalisme, klopt niet. De markt is niet vrij, concurrentie is niet eerlijk en het systeem doet niets voor de gewone mens. Hoe het wel zit, legt Grace Blakeley voor je uit. Proletariërs aller landen, verenigt u!

Het beeld dat veel mensen van kapitalisme hebben, klopt niet. Dat betoog je in je boek. Eén van de misvattingen die je aan de kaak stelt, is het idee dat kapitalisme draait om de vrije markt.

“Ik denk dat het beeld dat kapitalisme gekenmerkt wordt door de vrije markt over de hele wereld heerst. In de tijd van de Sovjet-Unie werd daar heel erg op gehamerd. Aan de ene kant had je het communisme van de Sovjet-Unie, waar de economie door de staat werd gepland. Aan de andere kant had je het ‘vrije’ westen, waar de vrije markt en eerlijke competitie ervoor zorgden dat de macht werd verdeeld en elk bedrijf een eerlijke kans kreeg. 

Maar de realiteit ziet er heel anders uit: in bijna alle kapitalistische landen ligt een heel groot deel van de politieke en economische macht in de handen van een klein aantal mensen. De markt is niet vrij, omdat die wordt gedomineerd door een paar grote en machtige bedrijven. Ook onze economie is daarom voor een groot deel gepland. Overheden en bedrijven trekken daarbij samen op, terwijl kleine bedrijven amper een kans krijgen.”

Zou de rol van de overheid binnen het kapitalisme niet juist heel klein moeten zijn?

“Het idee dat veel mensen hebben is inderdaad dat de overheid binnen het kapitalisme meer op de achtergrond staat: de overheid houdt toezicht op de markt en zorgt ervoor dat iedereen zich aan de regels houdt. 

In werkelijkheid zijn de overheid en het bedrijfsleven vaak vervlochten. Niet alleen hebben grote bedrijven vaak enorme invloed in de politiek, maar de overheid biedt ook nog eens enorm veel staatssteun aan bedrijven, die anders misschien failliet zouden gaan. 

Neem bijvoorbeeld Boeing, de vliegtuigmaatschappij. Recent kwam dit bedrijf in het nieuws omdat er tijdens een vlucht een deur uit het vliegtuig was gevallen. Eerder, in 2018 en 2019, vielen er twee vliegtuigen uit de lucht, waardoor 346 mensen stierven. Boeing probeerde de schuld eerst op de piloten te schuiven, maar later kwam aan het licht dat er een fout in een van de systemen zat. Het management wist hiervan, maar besloot weg te kijken. Anders zouden de winsten er namelijk onder lijden. 

Het nare van dit verhaal is dat Boeing hier gewoon mee kon wegkomen. Sterker nog, Boeing was in 2018 en 2019 de grootste ontvanger van staatssteun in de VS. De overheid strafte Boeing dus niet, maar beloonde het bedrijf zelfs met  belastingvoordelen en subsidies.”

Als Boeing zulke grote fouten maakt, zou het dan niet weggeconcurreerd moeten worden?

“Het idee van een vrije markt is inderdaad dat als jouw bedrijf niet efficiënt produceert, een ander bedrijf wordt opgericht dat het beter doet. Door deze competitie blijven de prijzen voor de consument zo laag mogelijk en zijn de producten optimaal. 

Helaas is ook dit ideaal in werkelijkheid een sprookje. Ten eerste is toetreding tot een markt vaak niet zo makkelijk. Neem bijvoorbeeld de vliegtuigindustrie: ik kan niet zomaar naar de bank gaan en zeggen dat ik geld wil lenen om een concurrent voor Boeing op te richten. Dat gaat namelijk om gigantische bedragen. Voor veel andere belangrijke industrieën – bijvoorbeeld de techindustrie – geldt hetzelfde.  

Daarnaast zorgen de enorme hoeveelheden staatssteun voor grote bedrijven ervoor dat kleine concurrenten geen kans krijgen om te groeien. Er is voor bedrijven zoals Boeing dus eigenlijk geen wezenlijke competitie, waardoor zij bijna alles kunnen doen wat ze willen.”

Een laatste misvatting is dat kapitalisme voor de meeste wereldvrede zorgt. Door kapitalisme zijn landen namelijk economisch afhankelijk van elkaar, waardoor ze elkaar minder snel aanvallen, toch?

“Het ligt er heel erg aan hoe je naar geweld kijkt. Het kapitalisme en neoliberalisme hebben er inderdaad voor gezorgd dat landen minder met elkaar zijn gaan vechten. Alle landen hebben immers dezelfde prioriteit: ervoor zorgen dat grote bedrijven, koste wat het kost, beschermd worden. 

Maar deze benadering heeft voor heel veel andere vormen van geweld gezorgd. Bij Amazon moesten werknemers bijvoorbeeld doorwerken terwijl een collega dood naast hen op de grond lag. In Ecuador kan het oliebedrijf Chevron een enorme ecologische ramp veroorzaken en de plaatselijke bevolking met de schade achterlaten. Het kapitalisme doet normale mensen, arbeiders en het klimaat dus enorm veel geweld aan. En al dit leed is inherent aan het kapitalisme. Het is geen foutje in een verder goed functionerend systeem.”

Wat kan je als individu dan doen tegen zo’n groot systeem?

“Het is moeilijk om als individu op te staan tegen een systeem. Ik denk ook dat we moeten oppassen voor het idee dat de oplossing zit in individuele gedragsverandering. Ik kan me voorstellen dat veel mensen de klimaatcrisis zien en denken: ik moet hier iets tegen doen. En dus gaan ze proberen meer ethisch te winkelen, minder te vliegen en minder vlees te eten. 

Al deze reacties zijn gebaseerd op een hele individualistische kijk op de wereld. Maar dat is precies wat de grondleggers van het neoliberalisme wilden. In plaats van dat we samenkomen om fossiele bedrijven aansprakelijk te stellen, proberen we onze eigen carbon footprint te verkleinen. Terwijl het hele idee van een carbon footprint bedacht is door oliebedrijven die wilden voorkomen dat zij moesten betalen voor de ecologische schade die ze veroorzaakten. Zij hebben er baat bij als mensen de klimaatcrisis als een persoonlijk probleem zien in plaats van als een systemisch probleem.”

Wat heeft deze individualistische manier van denken voor gevolgen?

“Het kapitalisme is in onze hoofden gekropen. We hebben geleerd dat we altijd moeten winnen, altijd moeten concurreren en aan de top van de hiërarchie moeten belanden. Bovendien hebben we geleerd dat, mocht dit niet lukken, we hier volledig zelf verantwoordelijk voor zijn. Alles wat fout gaat, is in wezen onze eigen schuld.

Ik denk dat dit een van de belangrijkste redenen is waarom we nu zo’n mentale gezondheidscrisis hebben. Vooral jonge mannen worden aangemoedigd te geloven dat je waarde als mens afhangt van hoe goed je kunt concurreren in dit systeem. Het is helemaal niet gek dat dit voor heel veel angst en onzekerheid zorgt. Sterker nog: zolang we deze ideeën blijven omarmen en ons leven blijven leiden volgens dit ideaal van competitief individualisme, zullen we depressief zijn en ons alleen voelen.”

Dat klinkt allemaal behoorlijk somber. Is er ook een alternatief mogelijk?

“We moeten niet verstrikt raken in het competitieve individualisme. De neiging tot concurrentie is namelijk niet inherent aan de mens; we zijn evengoed geneigd om samen te werken aan gezamenlijke doelen. 

In mijn boek beschrijf ik talloze voorbeelden die laten zien dat wanneer mensen samenkomen, ze in staat zijn hun wereld een stukje beter te maken. Zo bedachten werknemers van Lucas Aerospace in de jaren ‘70 een radicaal plan om hun bedrijf te redden. In plaats van door te gaan met het produceren van wapens, stelden zij voor hun middelen in te zetten voor het maken van sociaal nuttige producten, zoals windturbines en medische apparatuur. 

Voorbeelden als deze tonen aan dat mensen niet gemanaged hoeven te worden; ze komen vaak zelf met mooie en sociaal nuttige ideeën. Wanneer je ze dat ziet doen, ontstaat er een gevoel van vertrouwen, solidariteit en gezamenlijkheid, en dat is precies wat zo veel mensen missen in hun leven.”

Grace Blakeley

Economisch commentator

Grace Blakeley (1993) is economisch commentator, journalist en schrijfster. Dit jaar verscheen haar boek Aasgierkapitalisme. Bedrijfsmisdaden tegen de menselijkheid.

Hierin legt Blakeley het corrupte systeem bloot waarin de superrijken hun gang kunnen gaan, terwijl de gewone mens aan haar lot wordt overgelaten.

Bron: brainwash.nl