by admin | feb 10, 2026 | Economie
Huren wordt steeds duurder. Voor 280.000 Vlaamse gezinnen is huren veel te duur. In deze opinie legt Line De Witte uit dat het blokkeren van huurprijzen niet alleen noodzakelijk, maar ook haalbaar is.
Bram en Meggi zijn een jong koppel in Leuven. Ze kregen een kindje en moesten op zoek naar een grotere woning. Dat werd een appartement met een prijskaartje van 1.200 euro per maand. Een hele hap uit hun inkomen. Maar Bram en Meggi hebben nog geluk gehad vergeleken met andere verhalen die we horen.
Dat hoorde ik van Arnout en zijn vriendin. Zij betalen 1.500 euro per maand voor hun huurhuisje. Dat is veel, zeker met z’n tweeën. Daarom waren ze genoodzaakt een cohouser erbij te zoeken. Gezellig, dat wel.
Voor de zeventigjarige Wiske en haar gezin liep de huizenjacht een pak slechter af. Met haar gezin van drie bezocht ze in totaal meer dan vijftig woningen. Hun budget was noodgedwongen ‘beperkt’ tot 1.100 euro. Dus zagen ze heel wat schimmelwoningen passeren. Bovendien werden ze nooit gekozen uit de vele kandidaten. Uiteindelijk moest Wiske verhuizen uit Leuven, de stad waar ze al heel haar leven woont.
Huren wordt steeds duurder. Dat lees je in elk onderzoek. En iedereen met een onlangs ondertekend huurcontract kan het je vertellen. Leuven, waar ik woon, is de duurste centrumstad om te wonen. In de binnenstad huur je geen appartement meer voor minder dan 1.100 euro.
Wiske, Bram, Meggi, Arnout en zijn vriendin zijn maar enkele van de 280.000 Vlaamse huurders die volgens experts een betaalbaarheidsrisico lopen. Dat geldt voor iedereen die meer dan 40 procent van het gezinsinkomen uitgeeft aan wonen; huren, water en energie opgeteld.
Met de PVDA berekenden we op basis van de langverwachte Woonsurvey 2023 dat bij meer dan een kwart miljoen Vlaamse huurders de financiële donderwolken samenpakken. Vijftigduizend meer dan in 2018. Dat krijg je als politici de dolgedraaide woonmarkt de prijzen vrij laten bepalen.
Goed voor de investeerders, maar niet voor de huurders. Het is al te gek dat er vandaag geen enkele beperking bestaat op de huurprijs die een verhuurder kan vragen. 800 euro voor een krot van een studio? 1.100 euro voor een woning vol schimmel? 1.500 euro voor een klein huisje met twee slaapkamers? Het kan én mag allemaal.
Wonen wordt steeds meer onbetaalbaar. Het is in theorie een recht, maar in de feiten is dat allang niet meer het geval. De overheid heeft het opgegeven: ‘de markt speelt, we kunnen daar niets aan doen’, roepen de verschillende partijen in koor.
Dat de markt ervoor zorgt dat woningen steeds maar onbetaalbaarder worden, dat is duidelijk. En net daarom moet er worden ingegrepen op die losgeslagen markt. Dat hebben ze ook in Wenen begrepen. Wenen is een prachtige stad, gegeerd door toeristen met haar leuke cafeetjes, restaurants en cultuurhuizen.
In de zomer kunnen de 2 miljoen inwoners verkoeling vinden in zeventien openbare openluchtzwembaden. Heel wat mensen willen graag in Wenen wonen. De stad heeft alles om een peperdure stad te zijn. En toch is dat niet zo. Hoe dat komt?
In Wenen wordt de markt een halt toegeroepen. De stad is er zélf de grootste huisbaas. Maar liefst 60 procent van de Weners huurt een publieke of gesubsidieerde woning. En die kosten tussen 330 en 750 euro.
‘Ja maar, wij kunnen toch niet in een paar jaar tijd in alle steden honderdduizenden woningen door de stad zelf laten bouwen?’ hoor ik u denken. En dat klopt. Zo’n aanpassing komt er niet van dag 1 op 2. Maar ondertussen kan de overheid wél al ingrijpen op de markt.
De enige manier om te garanderen dat er op dit moment eerlijke prijzen worden gevraagd op de huurmarkt, is de private huurprijzen blokkeren. ‘Ho maar’, roepen liberalen nu in koor. Dat kan niet, dat mag niet, dat hoort toch niet!
Wel, eigenlijk is de huurprijzen blokkeren een hele normale maatregel. Je legt gewoon aan de hand van objectieve criteria een bovengrens vast. Denk aan comfort, energieverbruik, de ligging en het aantal kamers. Het effect? Je lost snel heel wat betaalbaarheidsproblemen op. Bovendien krijgen alle huurders eindelijk waar voor hun geld. Gedaan met al die overprijsde huizen en appartementen.
Dat het wel mogelijk is, wordt ook duidelijk als we naar andere Europese steden en regio’s kijken. Op heel wat plekken worden de huurprijzen nu al geblokkeerd: van Parijs in 2019 tot Catalonië vorig jaar. Ook Duitsland heeft al bijna tien jaar een huurprijsplafond dat huurders toelaat om buitensporige huurprijzen aan te vechten in de rechtbank. En Scandinavische landen als Zweden en Denemarken werken al decennia lang met systemen van huurprijsbeperking.
Kortom, de huurprijzen blokkeren is noodzakelijk, haalbaar en effectief. Waar wacht Vlaanderen nog op?
Line De Witte is Vlaams Parlementslid voor de PVDA.
Bron; dewereldmorgen.be
by admin | feb 10, 2026 | Economie
De ongelijkheid in ons land is groter dan verwacht. Dat blijkt uit een studie van de KU Leuven op basis van nieuwe data. Die nam niet alleen inkomen uit arbeid onder de loep, maar ook het vermogen, zoals spaargeld of aandelen. En dan ziet het plaatje er de laatste 15 jaar plots helemaal anders uit.
Qua inkomensongelijkheid gold België jarenlang als het Gallische dorp van Asterix en Obelix. Ons land was een uitzondering op de algemene internationale trend. Terwijl de inkomensongelijkheid overal om ons heen toenam, toonden rapporten van de OESO, de club van rijke landen, dat dat in België niet het geval was. Ons land kende volgens studies een zeer laag niveau van ongelijkheid, te vergelijken met egalitaire landen als Finland en Zweden.
Dat de ongelijkheid bij ons stabiel bleef, is allesbehalve evident. Want maatschappelijke veranderingen zoals een oudere bevolking en kleinere (eenouder)gezinnen wegen daarop. “Het is het beleid dat ervoor gezorgd heeft dat de ongelijkheid niet is gestegen”, zegt professor economie André Decoster van de KU Leuven.
“We hebben een herverdelend belasting- en uitkeringssysteem en dat heeft er tamelijk goed voor gezorgd dat de ongelijkheid min of meer stabiel is gebleven. Althans: op basis van de tot nu toe gebruikte bronnen.”
Voor hun boek ‘De paradox van ongelijkheid in België’ heeft een onderzoeksgroep van de KU Leuven, UAntwerpen en de ULB het beleid van de verschillende regeringen sinds 1985 onder de loep genomen. Onder bijna alle regeringen (Martens, Dehaene, Verhofstadt, Leterme, Van Rompuy, Di Rupo en De Croo) blijft de ongelijkheid bijna altijd stabiel.
“Als er fors moest bespaard worden, bijvoorbeeld in de jaren 1990 onder Dehaene, dan spaarde men zoveel mogelijk de laagste inkomensgroepen”, zegt Decoster. “Als er een belastingverlaging kon toegekend worden, bijvoorbeeld onder Verhofstadt begin jaren 2000, dan wonnen de laagste inkomensgroepen relatief meer dan de hogere.” Er is maar 1 uitzondering en dat is de regering Michel, waar alle inkomensgroepen evenveel wonnen.
Nieuwe bronnen, andere conclusies
De inkomensenquêtes, die doorgaans aan de basis liggen van zulke conclusies, zijn volgens de onderzoekers van de KU Leuven niet ideaal. Ze geven wel een goed beeld van inkomen uit arbeid, maar veel minder uit vermogen. Bovendien zouden rijke mensen minder snel deelnemen aan zulke enquêtes. Voor dit onderzoek zijn daarom andere bronnen gebruikt: een enquête naar het (inkomen uit) vermogen, de belastingaangiftes en de nationale rekeningen.
Die bronnen werpen nu een nieuw licht op de ongelijkheid in ons land. De inkomensongelijkheid is niet alleen hoger dan uit de klassieke enquêtes blijkt, ze verloopt ook minder stabiel dan we tot nog toe dachten. De dalende trend tot ongeveer 2010 komt tot stilstand, en sinds de financiële crisis neemt de inkomensongelijkheid in ons land toe.
Lage rente
De verklaring ligt in ons land niet bij de toenemende ongelijkheid in inkomen uit arbeid, maar wel bij het inkomen uit vermogen. Sinds 2010 is dat inkomen uit vermogen sterker gegroeid dan het bruto binnenlands product (bbp), de totale waarde aan goederen en diensten die ons land produceert. Bovendien is de ongelijkheid binnen dat inkomen uit vermogen ook nog fors toegenomen. Dat heeft voor een groot deel te maken met de lange periode van lage rente.
De interesten op spaarrekeningen, maar ook andere vastrentende producten zoals obligaties, zijn sinds de financiële crisis stevig gedaald. Deels door het beleid van de Europese Centrale Bank om de Europese economie uit het slop te halen, na de zware financiële crisis. Een lage rente moest lenen goedkoper maken en sparen ontmoedigen.
Denk maar aan de wettelijke minimumrente van 0,11 procent die jarenlang van toepassing was op de spaarrekeningen van veel banken. Of denk aan de periode dat het Agentschap van de Schuld zelfs geen staatsbon uitgaf omdat het rendement te laag zou zijn om het grote publiek te overtuigen. Bovendien zijn spaarrekeningen ruim verspreid onder de bevolking, waardoor voor een groot deel van de bevolking het inkomen uit vermogen afnam.
Aan de andere kant zijn de inkomsten uit meer risicodragend kapitaal, zoals dividenden uit aandelen, fors toegenomen. Zulke beleggingen zitten meer geconcentreerd bij een kleiner deel van de bevolking. Dat verklaart meteen waarom de ongelijkheid in inkomen uit vermogen sterk gestegen is.
“We dachten dat we echt een uitzondering waren en dat de ongelijkheid hier niet toenam. Nu hebben we een aanwijzing dat dat wel het geval is”, concludeert Decoster. “Maar dat betekent niet dat we vergelijkbaar zijn met de Verenigde Staten (zie grafiek, red.). Temeer omdat de toename van de ongelijkheid komt vanuit inkomen uit vermogen. In andere landen, zoals de VS maar ook in Duitsland, is het vooral de ongelijkheid in het arbeidsinkomen die is toegenomen. Bij ons blijft de ongelijkheid in het arbeidsinkomen eerder stabiel.”
Decoster: “Verschuiving naar belasting op inkomen uit vermogen is onvermijdelijk”
Wat kunnen de federale regeringsonderhandelaars met dit onderzoek? Volgens professor Decoster mag de conclusie van het onderzoek in elk geval niet zijn dat we een “absoluut gelijke samenleving” moeten willen, zo zegt hij in De Ochtend op Radio 1. “Sommige ongelijkheden zijn verantwoord, bijvoorbeeld als je veel risico neemt of heel hard werkt. Maar andere ongelijkheden, daar zijn we wel bekommerd over, zoals ongelijke startkansen of tegenslagen. Net daarvoor hebben we een zeer forse sociale zekerheid uitgebouwd.”
In zijn ogen is dé grote uitdaging van de politiek om die sociale zekerheid te blijven financieren, nu de bevolking en de economie aan het veranderen zijn.
“Politici hebben het altijd over de hervorming van de personenbelasting. Maar volgens mij ligt de échte uitdaging van de lasten op arbeid bij het feit dat de sociale zekerheid exclusief door arbeid wordt gefinancierd (en een beetje uit de algemene middelen). Als je dat wilt verschuiven, is er maar 1 andere mogelijkheid: een belasting op inkomen uit vermogen. Ik zou dus wel eerder kijken naar inkomen uit vermogen dan naar een vermogensbelasting zelf. Maar ik denk dat zo’n verschuiving onvermijdelijk is.”
Bron: vrt.nws
by admin | feb 10, 2026 | Antipestteam
“Iedereen is wel eens bang om uitgelachen te worden, omdat het erop zou kunnen wijzen dat we worden uitgesloten.” Dat zegt professor Heidi Vandebosch. Maar wat als het uitlachen extreme vormen aanneemt, zoals bij de Australische breakdancer Rachael ‘Raygun’ Gunn? En lachen we zo makkelijk anderen uit?
Het zijn beelden die viraal gingen. De Australische b-girl Rachael ‘Raygun’ Gunn op de Olympische Spelen in Parijs. De online kritiek die ze kreeg op haar opvallende moves dreven haar uiteindelijk tot het stopzetten van haar carrière. Maar waarom voelen we de nood om iemand uit te lachen?
“Als iemand uitgelachen wordt, is dat vaak omdat die persoon de norm overtreedt”, legt professor Vandebosch uit. Denk maar eens terug aan je eigen middelbareschooltijd. Jongeren die een afwijkend uiterlijk hadden of zich vreemd kleedden, werden misschien wel eens uitgelachen.
Dat was ook het geval bij Rachael Gunn, ze deed iets wat mensen niet verwachtten. “Als mensen daar gewoon eens mee lachen, is dat op zich geen probleem, maar het evolueerde hier écht naar online haat.”
Maar waarom geven we zo massaal online kritiek? “De media spelen daarin een grote rol”, volgens Vandebosch. “Nieuws krijgt vaak veel aandacht als het ofwel mensen aan het lachen brengt of boos maakt. Rachael Gunn deed het allebei. Sommigen lachten met haar, anderen waren boos omdat ze het volgens hen niet serieus nam of de plek afnam van betere breakdancers.”
Hoe viraler iets gaat, hoe meer commentaar je kan verwachten. “Zodra de poort geopend is, wordt de drempel om ook (negatieve) commentaar te geven veel lager.”
Gelotofobie vs. gelotofilie
Hoe gaan mensen om met het middelpunt van de spot te zijn, of nog extremer, met massale online haat? “Het is moeilijk om om te gaan met de constante stroom van negatieve berichten en haat. Je staat daar als slachtoffer weerloos tegen. De meest voorkomende reactie is dus om zich daarvan te gaan verstoppen en zich volledig af te sluiten.”
Professor Vandebosch benadrukt de ernstige gevolgen die een pestervaring kan hebben. “Cyberpesten kan heel lang nazinderen en sommigen houden er zelfs een trauma aan over.”
Bij sommigen ontwikkelt zich een angststoornis die gelotofobie wordt genoemd, dat is de angst om uitgelachen te worden. “Je wordt achterdochtig en hebt het gevoel dat mensen je uitlachen, zelfs wanneer dat niet het geval is.”
“Langs de andere kant heb je ook mensen die net heel sterk in hun schoenen staan en ervan houden om anderen aan het lachen te brengen, zelfs als dat ten koste gaat van zichzelf. Dat fenomeen noemt men gelotofilie.”
Deze mensen vinden het bijvoorbeeld niet erg als een beschamende video van zichzelf viraal gaat op sociale media, want ze kunnen dat vaak beter relativeren. Bijgevolg kan je deze mensen ook niet echt uitlachen, het is meer een waarderende lach.
Gelotofobie en gelotofilie zijn de extremen, de meesten van ons vallen natuurlijk ergens daartussen. “Iedereen is soms wel eens bang om uitgelachen te worden. We zijn sociale wezens en zijn gevoelig aan signalen die erop zouden kunnen wijzen dat we worden uitgesloten.”
Bron: vrt.nws
by admin | feb 8, 2026 | Economie
Iets meer dan een derde van de mensen die op 31 december vorig jaar zijn of haar werkloosheidsuitkering verloor, komt bij de OCMW’s terecht. Die trend is al enkele weken stabiel, en ligt op 36 procent. Dat meldt de Vlaamse Vereniging van Steden en Gemeenten (VVSG) op basis van een steekproef bij 100 OCMW’s.
Eind 2025 verloren 3.800 Vlamingen die al 20 jaar of langer werkloos zijn hun werkloosheidsuitkering. Uit de VVSG-steekproef blijkt ook nog dat de instroomcijfers over de hele lijn gelijk zijn, en dat er geen verschil op te merken is op basis van de grootte van het lokale bestuur.
Binnen lokale besturen van vergelijkbare grootte zijn er dan weer wel opvallende verschillen. Zo vermeldt de VVSG het voorbeeld van 2 middelgrote gemeenten die elk ongeveer evenveel inwoners hebben van wie de uitkering stopte. In het ene bestuur kwam geen enkele leefloonaanvraag binnen, in het andere gaat het om de helft van de betrokken inwoners.
Stilaan komen ook de aanvragen op gang voor de mensen die in de tweede golf, en dus op 28 februari, hun uitkering verliezen, stellen de OCMW’s verder nog vast.
Bron: vrt.nws
by admin | feb 8, 2026 | Verkiezingen 2024
De federale regering zal nog eens 3 tot 4 miljard euro extra structureel moeten saneren. Dat zegt premier Bart De Wever (N-VA) in een interview met VRT NWS. Daarin blikt hij ook terug op zijn eerste jaar als premier. De Wever looft de “indrukwekkende” koning Filip, maar blijft erbij dat het federale België onwerkbaar is.
De federale regering moet de komende jaren nog extra saneren om de begroting onder controle te krijgen. Dat was al even duidelijk. Nu plakt premier De Wever er voor het eerst zelf een bedrag op.
“Ik schat dat we toch structureel nog een bedrag tussen de 3 en de 4 miljard per jaar gaan moeten wegsnijden”, aldus de eerste minister. Het exacte bedrag zal de regering eind dit jaar bepalen.
In november geraakte de regering het eens over de maatregelen die zorgen voor een sanering van 8,1 miljard euro per jaar. “Maar dat is helaas niet voldoende”, zegt De Wever. De regering moet de komende jaren dus nog werk maken van een oefening die ongeveer half zo groot is.
De Wever geeft toe dat er nog pijnlijke maatregelen zullen volgen. “Iemand die het tegendeel zegt, die liegt. De belastingen zijn al zeer hoog en de investeringen zijn laag, dus er zijn geen pijnloze manieren om dit land uit de problemen te helpen. En toch zal het moeten.”
De extra besparingen zijn nodig om de zogenoemde Europese uitgavennorm te halen. Een volgende stap is om het begrotingstekort te verkleinen naar 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp), de norm die Europa eigenlijk oplegt. “Dat zal voor de volgende legislatuur zijn”, erkent De Wever. “Dan kom je er stilaan door.”
Idee over België niet veranderd
De Wever blikt bij VRT NWS ook terug op zijn eerste jaar als premier.
“Ik ondervind nu aan den lijve wat ik natuurlijk al jaren percipieer. Het is een zeer weerbarstig land om te besturen”, aldus de premier.
“Mijn basisidee over België is niet veranderd, ik ben een confederalist.” Dat het nu lukt om met de Franstalige partijen te besturen, is volgens De Wever te danken aan de verkiezingsoverwinning van MR en Les Engagés. “Maar je kan toch niet van toeval afhankelijk zijn? Een land moet structureel bestuurbaar zijn, dus mijn basisovertuiging blijft dat we daar stappen zullen moeten zetten.”
Al sluit De Wever niet uit dat hij zijn communautaire plannen nog langer aan de kant schuift: “Als men in Wallonië verstandig blijft kiezen voor MR en Les Engagés, dan sluit ik niet uit dat wij het huidige herstelbeleid tien jaar voeren.”
Paard wordt kameel
De Wever zet Arizona in de markt als een sanerings- en hervormingsregering. “Dat is iets wat ik in België deze eeuw nooit op die manier heb gezien. Nu heb je voor de eerste keer de mogelijkheid, dankzij de moedige stem in het zuiden van het land. Men heeft daar tegen de PS gekozen.”
De uitwerking van dat “herstelbeleid” verloopt moeilijk: het begrotingstekort blijft enorm en belastinghervormingen zoals de meerwaardetaks en de nieuwe btw-tarieven maken ons land fiscaal nog ingewikkelder.
Ook dat is volgens De Wever te wijten aan hoe België in elkaar zit. “Je hebt 5 partijen in de coalitie. Uit twee taalgemeenschappen met hun eigen publieke opinie. Dat wil zeggen: heel veel onderhandelen en heel veel nachtjes door. Om dan tot resultaten te komen die er wel toe doen, maar die niet altijd mooi zijn om naar te kijken”, aldus De Wever.
“Je ziet altijd hetzelfde gebeuren. Het paard dat je in gedachten had bij het binnengaan is veranderd in een kameel.”
Klik met de koning
Dat De Wever nu al een jaar een land leidt dat hij liever ontmanteld ziet, schrijft de premier toe aan zijn pragmatisme. “Ik verander eigenlijk nooit van overtuiging, maar ik verander in mijn leven soms wel van functie. Ik speel volgens de regels die er zijn.”
Het verklaart ook zijn goede band met koning Filip. “Het klikt persoonlijk tussen ons”, geeft De Wever toe.
“We hebben op dit moment een goede koning die zeer toegewijd is aan zijn taak. Ik moet zeggen, dat is indrukwekkend. Hij is uitstekend voorbereid, stelt de juiste vragen en wil altijd helpen. Dat vind ik bijzonder en waardeer ik enorm aan hem”, spreekt de premier vol lof.
Spanning met Trump
Ook tijdens de ontmoeting met Amerikaans president Donald Trump in Davos was De Wever onder de indruk van de vorst. “Hij heeft dat zeer goed gedaan.”
Hoe dat gesprek verlopen is, wil de premier niet vertellen. De Wever heeft Trump naar eigen zeggen wel duidelijk gemaakt dat de keuze voor de Europeanen duidelijk is. “Als we moeten kiezen tussen of uw bondgenoot zijn of Europeaan zijn, dan zal het altijd Europeaan zijn”, zou hij tegen Trump gezegd hebben.
“Ik ga niet zeggen hoe hij heeft gereageerd. Maar het is een man die niet graag tegengesproken wordt. Dus ik verwacht nu niet direct een uitnodiging voor de balzaal van het Witte Huis.”
Brussel
De Wever gaat in het interview ook in op enkele actuele dossiers. Over de werkloze mantelzorgers die dreigen hun werkloosheidsuitkering te verliezen, zegt de premier dat ze “niet bevreesd moeten zijn”.
“Er is nog geen pasklare oplossing, maar ik kan nu al zeggen dat het hoogstwaarschijnlijk met een overgangsperiode zal zijn. Ze zullen hun uitkering niet verliezen in maart of april. Wij zijn geen asociale regering. We willen het profitariaat eruit. Maar mensen die echt in nood zijn, moeten op de solidariteit van de samenleving kunnen blijven rekenen.”
De Wever laat ook zijn licht schijnen over de moeilijke regeringsvorming in Brussel. De Antwerpenaar zou naar eigen zeggen graag ingrijpen. “De wet staat het me helaas niet toe om het daar over te nemen. Anders had ik dat al lang gedaan, een soort federale crackdown op Brussel.”
“Ik heb een grote stad bestuurd. Als je ziet hoeveel geld er naar Brussel vloeit, er is meer dan geld genoeg. Als er een sterke en bekwame leiding is, kan je op 5 jaar tijd mirakels doen. Ik zou het zeer graag doen.”
Bron: vrt.nws