Steeds meer dienstenchequebedrijven verhogen prijs van klantenbijdrage.

Veel dienstenchequebedrijven verhogen vanaf nieuwjaar hun klantenbijdrage. De prijs van de dienstencheque zelf ligt volgens de sector te laag om alle kosten te dekken.

De klantenbijdrage is momenteel de enige manier om de sector overeind te houden, klinkt het. Ongeveer een derde van alle dienstenchequebedrijven rekent momenteel nog geen klantenbijdrage aan. Maar die groep bedrijven zou steeds kleiner worden. De klantenbijdrage wordt onder meer gebruikt voor het betalen van de administratie of opleidingen voor het huishoudpersoneel.

“De terugbetaalwaarde van de dienstencheque is te laag voor de kosten die er allemaal zijn”, zei Ann Cattelain van beroepsfederatie Federgon op Radio 1. Een andere optie om de stijgende kosten te dekken, zou een verhoging van de prijs van de dienstencheque zelf kunnen zijn, maar daar verzet de Vlaamse Regering zich tegen. Die heeft de prijs van de dienstencheques sinds 2014 gebetonneerd op 9 euro per uur, wat na de fiscale aftrek 7,2 euro wordt.

Daarom verhogen sommige dienstenchequebedrijven hun klantenbijdrage. Eerder raakte al bekend dat de bijdrage bij zorgorganisatie I-mens stijgt van 1,4 naar 5 euro per uur. Bij Helan stijgt de jaarlijkse bijdrage van 75 naar 120 euro.

“We weten allemaal als particulier dat de prijs al jaren ongewijzigd gebleven is en dat is uiteraard geen realistische situatie in een periode zoals vandaag, waar we vorig jaar met een indexatie van meer dan 10 procent kampten”, zegt Cattelain.

Uit een onderzoek, op vraag van de werkgevers uit de dienstenchequesector, bleek dat de helft van de dienstenchequebedrijven verlieslatend is. Ongeveer 800.000 Vlaamse gezinnen maken gebruik van dienstencheques.

Volgens Neutr-On verdienen de dienstencheque-bedrijven genoeg, maar de meeste zijn niet bekwaam om een bedrijf te runnen, de bedienden in de kantoren zijn meestal familie, de broer, zuster,  zoon of dochter van de grote baas zonder de nodige opleiding, en de opleiding voor de poetshulpen, waarover ze spreken,  is onbestaande.