Wat verandert er in december 2025?

Wat verandert er in december 2025?

Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.

Hierbij een kort overzicht.

DeepSeek verboden bij federale overheid

Het personeel van de federale overheid mag niet langer toepassingen van het Chinese AI-systeem DeepSeek gebruiken. Tegen 1 december moeten alle applicaties verwijderd zijn van de diensttoestellen van de personeelsleden, zo staat in een omzendbrief die minister van Modernisering van de Overheid Vanessa Matz (Les Engagés) onlangs publiceerde.

Het AI-taalmodel DeepSeek geldt zowat als de Chinese tegenhanger van het Amerikaanse ChatGPT. Maar er rijzen in heel wat landen vragen omwille van de privacy.

De beslissing om het Chinese model te verbieden bij de federale overheid kwam er na een analyse door het Centrum voor Cybersecurity. “Het gebruik van dit systeem verbieden, is een kwestie van waakzaamheid. We garanderen dat onze overheidsdiensten een veilige en beschermde omgeving zijn”, verklaarde Matz eerder.

Naast federale overheidsdiensten geldt de regel ook voor autonome overheidsbedrijven, administratieve openbare instellingen, het Openbaar Ministerie, Defensie en de federale politie.

Militairen bewaken meer nucleaire sites

Militairen kunnen vanaf 1 december ingezet worden voor de bewaking van meer nucleaire sites.

Sinds 1 juli ondersteunt Defensie de federale politie al met militairen, materieel en infrastructuur voor de beveiliging van de kerncentrales van Doel en Tihange. Vanaf 1 december breidt dat uit naar het nucleair onderzoekscentrum SCK CEN in Mol, het Joint Research Centre in Geel en Belgoprocess, het bedrijf dat instaat voor de verwerking en opslag van radioactieve afvalstoffen in Dessel.

SCK CEN in Mol. 

Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) en minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) ondertekenden in juni een protocolakkoord over de bijstand. Daarin staat dat de federale politie verantwoordelijk blijft voor de leiding van de operaties. De bedoeling van de militaire ondersteuning is om agenten vrij te kunnen maken voor andere taken.

Vanaf 1 april 2026 zullen militairen ook helpen om het Nationaal Instituut voor Radio-elementen in Fleurus te beveiligen.

Nog twee kernreactoren draaien in België

België telt vanaf 1 december nog twee werkende kernreactoren. Reactor Doel 2 zal zondagavond na vijftig jaar definitief stilgelegd worden.

Doel 2 is de vijfde Belgische reactor die gesloten wordt. Eerder werden Doel 3, Tihange 2, Doel 1 en Tihange 1 al definitief stilgelegd. Doel 4 en Tihange 3 mogen tien jaar langer draaien, tot 2035.

Doel 2 is een van de kleinere reactoren van ons land, met een vermogen van 445 megawatt. De centrale aan de oevers van de Schelde startte officieel met elektriciteit produceren op 1 december 1975. Eens de reactor is stilgelegd en van het hoogspanningsnet afgekoppeld is, begint de stopzettingsfase. Dat is een voorbereiding op de echte ontmanteling van Doel 2, die pas start in 2029. De afbraak is voorzien tussen 2039 en 2040.  

Bron: HLN

De Euroclear miljarden

De Euroclear miljarden

Wat is Euroclear en waarom speelt België een sleutelrol?

Euroclear is een van ’s werelds grootste financiële afwikkelingshuizen, gevestigd in Brussel. Het beheert effecten en internationale geldstromen en fungeert als een neutrale infrastructuurspeler. Sinds de Russische invasie in 2022 zijn Russische staatsreserves – ongeveer 185 miljard euro – bij Euroclear geblokkeerd door EU-sancties. Deze tegoeden genereren jaarlijks miljarden aan interesten, waarvan België via belastingen al circa 1,7 miljard euro int, bestemd voor steun aan Oekraïne.

Het Europese plan en Belgische bezwaren

De Europese Commissie wil niet alleen de interestopbrengsten, maar ook een deel van het kapitaal van die Russische tegoeden gebruiken als onderpand voor een lening van 90 tot 140 miljard euro aan Oekraïne. België verzet zich hiertegen om drie hoofdredenen:

  1. Juridische risico’s
    Premier Bart De Wever noemt het plan een “confiscatie” en vreest schending van internationaal recht en bilaterale verdragen met Rusland. Dit kan leiden tot arbitrageclaims en reputatieschade voor Brussel als financieel centrum.
  2. Financiële aansprakelijkheid
    België wil niet alleen opdraaien voor mogelijke schadeclaims. De EU belooft bilaterale garanties en een solidariteitsmechanisme, maar volgens experts blijven de waarborgen vaag en onvoldoende om “honderden miljarden euro’s risico” af te dekken.
  3. Geopolitieke en veiligheidszorgen
    Rusland dreigt met vergeldingsmaatregelen, waaronder juridische stappen en zelfs provocaties zoals drones boven Belgisch grondgebied. Dit verhoogt de druk op België om niet geïsoleerd te raken binnen de EU.

Politieke en economische impact

  1. België staat steeds meer geïsoleerd in Europa; andere lidstaten willen snel doorzetten om Oekraïne te steunen.
  2. Binnenlands is er kritiek: België profiteert van belastinginkomsten op de geblokkeerde tegoeden, maar weigert het kapitaal zelf in te zetten.
  3. De discussie raakt ook aan de geloofwaardigheid van Euroclear en de EU als veilige financiële havens. Experts waarschuwen dat dit precedent internationale investeerders kan afschrikken.

Conclusie

De kern van het probleem: België wil spijkerharde garanties voordat het akkoord gaat met het gebruik van Russische tegoeden bij Euroclear voor Oekraïne. Zonder die garanties vreest het land juridische claims, financiële repercussies en reputatieschade. De EU dringt echter aan op solidariteit en risicodeling, waardoor de druk op België toeneemt.

Scenario 1:   België stemt in met EU-plan

Voordelen:

Versterkt solidariteit binnen de EU en steun aan Oekraïne.

Vermijdt politieke isolatie en reputatieschade als “blokkerende lidstaat”.

Risico’s:

Juridische claims van Rusland en investeerders (mogelijk honderden miljarden).

Kans op vergeldingsmaatregelen door Rusland (economisch, diplomatiek, cyber).

Euroclear’s status als veilige financiële haven kan onder druk komen.

Scenario 2: België blijft blokkeren

Voordelen:

Bescherming tegen juridische en financiële aansprakelijkheid.

Behoud van reputatie als rechtsstaat die internationale verdragen respecteert.

Risico’s:

Politieke isolatie binnen EU, druk op Belgische diplomatie.

Mogelijke impact op toekomstige EU-begrotingsonderhandelingen.

Kritiek van bondgenoten en negatieve media-aandacht.

Belangrijkste afweging:

Het draait om risicodeling en garanties: België wil harde waarborgen voordat het akkoord gaat. Zonder die garanties blijft het risico op claims en reputatieschade te groot.

De Neutrale en Onafhankelijke vakbond (Neutr-On) stelt voor de Russische Euroclear-tegoeden te confisqueren als terugbetaling van de miljarden investeringen die België de vorige eeuw deed in Rusland.

Het  gaat over een vergeten hoofdstuk uit de Belgische economische geschiedenis: de massale investeringen van Belgische bedrijven en kleine beleggers in het Rusland van de tsaren rond 1900.

Samenvatting van het artikel

Belgische investeringen in Rusland: België was rond 1900 de grootste internationale investeerder in Rusland. Daardoor konden Russische staalbedrijven  tienduizenden Russen tewerkstellen.  Belgische ondernemingen investeerden er toen massal.  Rusland gold toen als een “emerging market” avant la lettre.   Vooral  kleine investeerders in België kochten aandelen.

De ommekeer: Na de bolsjewistische revolutie werden Belgische eigendommen in beslag genomen. Zo’n 20.000 Belgische investeerders moesten  vluchten en lieten alles achter.

In 1919 werden de verliezen geraamd op 3,5 miljard goudfrank (nu ongeveer 665 miljard euro).

Geen compensatie: België erkende de Sovjet-Unie pas in de jaren ’30, waardoor beleggers hun geld kwijt waren. Enkel erfgenamen van tsaristische obligatiehouders hopen nog op een regeling.

Confiscaties en de Euroclear-miljarden

De  suggestie van Neutr-On  is om de huidige Russische tegoeden die in Brussel bij Euroclear geblokkeerd staan (ongeveer 200 miljard euro aan Russische centrale bankreserves) te zien als een vorm van schadevergoeding voor die historische confiscaties.

  • Historische claim: Belgische beleggers verloren destijds miljarden door de nationalisaties van de Sovjets. Er is nooit een structurele compensatie gekomen.
  • Huidige situatie: Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 zijn Russische staatsreserves bij Euroclear bevroren. De EU bespreekt of de opbrengsten (rente, dividenden) kunnen worden gebruikt voor de wederopbouw van Oekraïne.
  • Argumentatie: Men zou kunnen stellen dat België, als gastland van Euroclear, een deel van die middelen ook zou mogen aanwenden als compensatie voor de historische verliezen van Belgische beleggers. Dit zou een symbolische “rechtzetting” zijn van de confiscaties van 1917–1919.
  • Realiteit: Juridisch en politiek ligt de focus vandaag op herstelbetalingen aan Oekraïne, niet op historische claims. Toch kan uw redenering dienen als een moreel argument: Rusland heeft een lange traditie van niet-vergoede confiscaties, en de huidige blokkade van Euroclear-tegoeden kan gezien worden als een vorm van rechtvaardigheid in continuïteit.

Een verdrag van 1983  tussen België en Rusland dat de Belgische staat afstand deed van de  tegoeden is volgens Neutr-On teniet gegaan door de inval van Rusland in Oekraïne en de diplomatieke sancties.

Toepassing op de akte van 1983
• Context van 1983: België en de Sovjet-Unie wilden hun relaties normaliseren. België deed afstand van oude claims om economische en diplomatieke samenwerking te bevorderen.
• Huidige situatie: Rusland (rechtsopvolger van de Sovjet-Unie) pleegt agressie tegen Oekraïne, is onderworpen aan zware EU-sancties, en de diplomatieke relaties zijn vrijwel volledig verbroken.
• Fundamentele verandering:
o De basis van het akkoord (normalisering en samenwerking) is volledig verdwenen.
o De omstandigheden zijn niet voorzienbaar geweest in 1983.
o De verplichtingen zijn radicaal gewijzigd: België kan de akte niet meer uitvoeren zonder in strijd te komen met sancties en internationaal recht.

Juridische argumentatie
België zou kunnen stellen:
• Dat de grondslag van het akkoord (vertrouwen en samenwerking) niet meer bestaat.
• Dat de verplichting tot afstand van claims zinloos is geworden, omdat Rusland zelf door agressie en sancties de economische samenwerking onmogelijk maakt.
• Dat de fundamentele verandering van omstandigheden een geldige reden is om de akte van 1983 te beëindigen of ongeldig te verklaren.
Conclusie
Het beroep op rebus sic stantibus (art. 62 WVV) is een juridisch verdedigbare weg voor België om de akte van 1983 ongeldig te verklaren. Het argument is dat de omstandigheden die de basis vormden voor het akkoord (normalisering van relaties en samenwerking) fundamenteel en onvoorzienbaar veranderd zijn door de agressie van Rusland en de sancties die daarop volgden.

Miljoen werknemers zal indexplafond wellicht pas in 2027 voelen

Het indexplafond zal voor bijna een miljoen werknemers en mogelijk ook alle ambtenaren en zorgpersoneel pas in 2027 voelbaar zijn. De regering-De Wever heeft nog altijd geen volledig akkoord over de invoering van het indexplafond.

De regering-De Wever heeft dinsdagavond nog niet alle losse eindjes van het begrotingsakkoord kunnen samenknopen. Vrijdag komt het kernkabinet opnieuw samen om zich te buigen over de zogenaamde notificaties. Dat zijn de uitgeschreven afspraken van wat er tijdens de nachtelijke onderhandeling werd beslist. Daarin wordt ook al iets meer in detail getreden over de uitwerking van de besliste maatregelen.

  • De Standaard kon het ontwerp van de notificatie over de toepassing van het indexplafond lezen. Ter herinnering: de regering heeft afgesproken om brutolonen boven de 4.000 euro en uitkeringen (inclusief pensioenen) boven de 2.000 euro in 2026 en 2028 niet te indexeren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, omdat de aanpassing van lonen en uitkeringen, afhankelijk van de diverse sectoren, op andere momenten gebeurt.
  • De notificatie geeft meer zicht op wanneer ambtenaren en werknemers het plafond zullen voelen. Het uitgangspunt daarbij is het volgende: zodra de wetgeving is goedgekeurd – wellicht pas begin volgend jaar – begint de inflatieteller te lopen, totdat die leidt tot een volgende indexering. Op die indexering wordt dan het plafond toegepast.
  • Bij de bijna één miljoen werknemers van wie de lonen eenmaal per jaar worden geïndexeerd (op 1 januari) zal daardoor het plafond voor het eerst worden toegepast op de indexering op 1 januari 2027.
  • Bij de werknemers die maandelijks, halfjaarlijks of per kwartaal hun indexering krijgen, zal het plafond zodra de wetgeving in werking is getreden bij elke indexering toegepast worden, totdat ze in totaal 2 procent aan indexering ingeleverd hebben op hun brutoloon boven de 4.000 euro. Zij zullen, afhankelijk van de inflatie, het plafond deels in 2026 al voelen, maar mogelijk ook nog in 2027.
  • Voor de ambtenaren, het zorgpersoneel en wie een uitkering geniet, is het uitkijken naar wanneer de ‘spilindex’ wordt overschreden. Hun indexering volgt dan drie maanden later. Volgens het Federaal Planbureau zou de spilindex mogelijk deze maand al overschreden worden. In dat geval zal het indexplafond pas toegepast worden na de volgende overschrijding van de spilindex. Dat kan in 2026 zijn, maar evengoed pas in 2027, afhankelijk van de inflatie. Als de spilindex pas in januari wordt overschreden, dan kan het indexplafond eventueel al op de indexering van april toegepast worden. Voorwaarde is wel dat de wetgeving dan al in werking is getreden voor de overschrijding van de spilindex.
  • Als het indexplafond later effect heeft, betekent dat meteen ook dat de daaraan gekoppelde opbrengst voor de begroting later zal binnenkomen. De helft van wat de bedrijven uitsparen dankzij het indexplafond zullen ze moeten doorstorten aan de staatskas. Daarnaast is dat indexplafond een besparing, omdat de uitgaven voor ambtenarenlonen en uitkeringen minder snel zullen stijgen.
  • Deeltijds werken
  • Ondertussen is ook al duidelijk dat gekeken zal worden naar het maandelijkse brutoloon op het loonbriefje om te bepalen of het indexplafond moet worden toegepast. Daar zal dus geen rekening worden gehouden met de dertiende maand, vakantiegeld of extralegale voordelen zoals een bedrijfswagen.
  • Wat wel nog altijd uitgeklaard moet worden, is hoe men de maatregel zal toepassen op deeltijdse werknemers. Wordt hun loon omgerekend naar een voltijds loon om te zien of ze al dan niet door de grens van 4.000 euro gaan? Het is ook nog niet duidelijk hoe het zal gaan met arbeiders die bijvoorbeeld door nachtpremies de ene maand meer dan 4.000 euro en de andere maand minder dan 4.000 euro verdienen.
  • Een ander heikel punt blijft de btw-verhoging voor ‘sport en ontspanning’ en op ‘afhaalmaaltijden’. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) heeft altijd aangegeven dat hij voor een maximale invulling gaat en dat blijkt ook nog altijd uit de betrokken notificatie die De Standaard heeft kunnen inkijken. Daarin staat alleen een uitzondering voor de ‘culturele activiteiten’ die nu al vrijgesteld zijn van btw, omdat de organisator geen winstoogmerk heeft en de opbrengsten uitsluitend gebruikt worden om de kosten te dekken. Dus ziet het er voorlopig naar uit dat zowel de supermarktsushi als het ticketje voor Pairi Daiza niet zullen ontsnappen aan de hogere btw.  
  • Bron: De Standaard
Thuisverpleging is een miljardenbusiness

Thuisverpleging is een miljardenbusiness

In de sector van de thuisverpleging gaat veel geld om. In de begroting van de federale gezondheidszorg voor 2025 staat een bedrag van 2,305 miljard euro voor ‘honoraria aan verpleegkundigen voor thuisverzorging’. Daar komt nog een bedrag van 53,559 miljoen euro bovenop voor ‘specifieke tegemoetkomingen diensten thuisverpleging’.

De thuisverpleegster Stefanie Sander, die verdacht wordt van groot­schalige sociale fraude, zette ongewild de thuiszorg in de schijnwerpers. In 2025 besteedt de overheid ruim 2,3 miljard euro aan de sector. De vergrijzing zal het belang ervan nog doen toenemen. Het personeel is erg gewild op de arbeidsmarkt.

Dat geld wordt uitgekeerd via het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv). Dat overheidsorgaan heeft geen afzonderlijke cijfers over de aantallen thuisverplegers, noch over de verhouding tussen de loontrekkenden en de zelfstandigen in de sector. De federale Planningscommissie Medisch Aanbod, een afdeling van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, heeft wel cijfers. In 2023 telde België 134.656 verpleegkundigen in de gezondheidssector. Het aantal voltijdse equivalenten in loondienst in de thuisverpleging bedroeg 7.743 in het vierde kwartaal van 2024, van wie 5.719 in Vlaanderen werken. Cijfers over het aantal zelfstandigen zijn er niet.

Het is niet omdat het Riziv geen precieze cijfers heeft over de aantallen thuisverplegers, dat de instelling geen controles doet. Thuisverplegers krijgen een Riziv-nummer, gelinkt aan hun erkenning als gezondheidszorgverstrekker. “Zodra een verpleegkundige een Riziv-nummer heeft, kan die volledig autonoom werken op basis van de prestaties in de nomenclatuur voor de thuisverpleging. Die nomenclatuur is een lijst met codes die bepaalt welke vergoeding iemand krijgt voor een verpleegkundige interventie”, duidt Hendrik Van Gansbeke, de algemeen coördinator van het Wit-Gele Kruis. Het Vlaamse nummer één in thuisverpleging heeft een vzw-structuur per provincie. Het Wit-Gele Kruis Limburg staat afgetekend vooraan op plaats nummer één in onze top 25. Verderop volgen Vlaams-Brabant (plaats drie) en Oost-Vlaanderen (plaats zeven).

De meest rendabele bedrijven in thuisverpleging

Samen met de financieel-economische databank Trends Business Information onderzochten we de sector met de NACE-code 86940, ‘activiteiten van verpleegkundigen en verloskundigen’, en stelden we een top 25 samen van de meest rendabele ondernemingen in deze categorie. De centrale maatstaf was de cash­flow. “Dat is de cash die aan het einde van het boekjaar overblijft, na betaling van alle kosten, waaronder ook de leninglasten en de belastingen”, duidt Pascal Flisch, analist bij Trends Business Information. “Dat cijfer geeft een goed beeld van de rendabiliteit van een onderneming. De cashflow volstaat voor de nodige investeringen. De onderneming kan die ook uitkeren als dividend.”

Het Wit-Gele Kruis haalt zijn inkomsten vooral uit terugbetalingen via de ziekenfondsen (en uiteindelijk het Riziv) en al dan niet uit het remgeld, het deel dat de patiënt zelf betaalt. “Per voltijdse thuisverpleegkundige in loondienst halen we jaarlijks gemiddeld 63.000 euro inkomsten via de nomenclatuurprestaties en het remgeld”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Dat bedrag geldt voor iemand die vijf dagen per week gemiddeld bijna acht uur per dag werkt. Het brutoloon van een zorgmedewerker schommelt tussen 3.700 en 5.200 euro per maand, afhankelijk van het diploma. Een zelfstandige thuisverpleegkundige kan tot elf uur per dag werken, zes dagen per week. Die zelfstandigen kunnen dus meer uit de nomenclatuur halen. Het is hun vrijwillige keuze. Zij willen puur zelfstandig ondernemen.” De bv Stefkes van Stefanie Sander is de nummer zes in de lijst (lees ook: thuisverpleegster Stefanie Sander had een van de rendabelste bedrijven in haar sector).

Zeven dagen per week

Een voorbeeld is de hekkensluiter in onze top 25, de bv Groep Pipeleers. De onderneming heeft een praktijk in Landen. “Ons team bestaat uit vijf zelfstandige verpleegkundigen. Wij werken met één Riziv-nummer”, meldt zaakvoerder Gert Pipeleers in een e-mail die hij al vóór vijf uur ’s ochtends heeft verstuurd. “Wij werken zonder sociale bescherming bij ziekte, zonder vakantiegeld en dertiende maand. Wij werken van ’s morgens 5 uur tot ’s avonds 23 uur, en dat zeven dagen per week.”

Onze top 25 bevat nog meer ondernemingen waarin zelfstandige thuisverplegers samenwerken, naast ondernemingen die groepen van zelfstandige thuisverplegers bundelen en voor hen allerlei zaken regelen. Zo noemt het nummer vier, Zorgconnect, zich een “beroepsvereniging voor de sector”. De vzw in Temse groepeert meer dan 700 zelfstandige zorgverleners in Vlaanderen. De onderneming doet aan ondersteuning, organiseert opleidingen, en regelt de administratie en de tarievenbehandeling. Ook de bv Ontzorg uit Antwerpen, het nummer negen, is een platform dat zorgverleners ondersteunt en ontzorgt. Die dienstverlening is voor beide bedrijven een rendabele business.

Groeisector

De markt van de thuisverpleging zal door de vergrijzing blijven groeien. Volgens de prognoses van het Riziv zou het aantal verpleegkundigen in de gezondheidssector tegen 2043 stijgen tot meer dan 160.000. “Er is altijd vraag naar adequate en goede professionele thuisverpleegkundige zorg thuis”, benadrukt Hendrik Van Gansbeke. De vraag blijft ook los van de vergrijzing stijgen, onder meer doordat de ziekenhuisopnames korter worden. Patiënten willen ook langer thuis geholpen worden. “Dat kan technisch en organisatorisch almaar beter”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Maar we moeten er wel voldoende mensen voor hebben. Steeds meer verpleegkundigen worden zelfstandig, maar daarom doen ze niet enkel aan thuisverpleging. Ze stellen zich steeds meer als alternatief voor uitzendkrachten beschikbaar in ziekenhuizen en woon-zorgcentra. Ze worden daar bovendien ook goed voor vergoed, beter dan in de thuisverpleging. Voor die opdrachten ontwikkelt zich een commerciële activiteit waarvoor zorginstellingen willen betalen.”

Voor de VDAB zijn verzorgenden in de thuiszorg een knelpuntberoep. De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst ontving de voorbije twaalf maanden 3.481 vacatures voor die categorie. Eind oktober waren 454 nog altijd niet ingevuld.

Waterland koopt Altrio

Ook private spelers ontdekken de beloftevolle markt van de thuisverpleging. De financieel-economische krant De Tijd berichtte onlangs dat het investeringsfonds Waterland de grootste aandeelhouder van  de bv Altrio Thuisverpleging zou worden. Dat bedrijf staat met twee filialen in onze top tien. Altrio ondersteunt 1.050 zelfstandige verpleegkundigen die actief zijn in de eerstelijnszorg in Vlaanderen. Het coördineert die zorg en krijgt daarvoor een commissie. Zo plant Altrio de rondes van de zorgverleners en regelt het hun administratie. Het is een rendabel bedrijf, dat vorig jaar een bedrijfswinst van 3,34 miljoen euro haalde op een omzet van 62,4 miljoen euro, goed voor een dividenduitkering van een half miljoen euro. Sinds 2019 is de omzet met bijna 350 procent gestegen.  Bron: Trends

De Belgische zorgsector kampt al jaren met fraudegevallen die het vertrouwen van patiënten en instanties ondermijnen. Waar zorggeld bedoeld is om kwetsbare mensen te ondersteunen, wordt het in sommige dossiers misbruikt voor persoonlijke verrijking.

Van zorgprestaties naar valse facturen

Fraude begint vaak met het onterecht aanrekenen van zorgprestaties: fictieve patiënten, dubbele facturatie of het declareren van uren die nooit geleverd zijn. Zorgkassen en het RIZIV voeren controles uit, maar fraudeurs vinden telkens nieuwe manieren om het systeem te misleiden.

Er zijn zelfs geruchten dat er in de ziekenhuizen nogal wat slaappillen en peppillen verhandeld worden. Ook een drugstrafiek en frauduleuze aanstellingen worden genoemd.

Het geld verdwijnt in luxe

Wat opvalt in verschillende dossiers is dat de opbrengsten van deze fraude niet naar de zorg terugvloeien, maar naar persoonlijke luxe. Dure wagens zijn een van de meest zichtbare symbolen: van sportwagens tot exclusieve SUV’s.  Fraudeurs gebruiken zorggeld om een levensstijl te financieren die haaks staat op de realiteit van hun patiënten. Het contrast tussen de noden van zorgbehoevenden en de luxe van fraudeurs zorgt voor publieke verontwaardiging.

Sancties en gevolgen

Wanneer fraude aan het licht komt, volgen sancties:

Terugbetalingsverplichtingen aan zorgkassen. Schorsingen of intrekking van erkenningen door het RIZIV.

In ernstige gevallen strafrechtelijke vervolging. Toch tonen sommige dossiers dat fraudeurs ondanks sancties blijven doorgaan, wat de nood aan strengere controles benadrukt.

Politieke dimensie Fraudeurs die tegelijk maatschappelijk of politiek actief zijn, zorgen voor extra controverse. Het beeld van iemand die enerzijds publieke functies bekleedt en anderzijds zorggeld misbruikt voor luxe-uitgaven, leidt tot scherpe debatten over integriteit en geloofwaardigheid.

Conclusie

Fraude in de zorgsector is meer dan een financieel probleem: het tast het vertrouwen in zorg en politiek aan. Het beeld van zorggeld dat eindigt in luxe wagens is een krachtig symbool van hoe misbruik de solidariteit ondermijnt. Strengere controles en transparantie zijn noodzakelijk om te voorkomen dat middelen, bedoeld voor zorg, verdwijnen in persoonlijke luxe. Sommige lastercampagnes suggereren dat de sjoemelverpleegsters evenveel verdienden als in de escortsector. Betere controles zijn zeker nodig.

Langdurig werklozen verliezen uitkering

Een kleine 200.000 langdurig werklozen staan op het punt hun werkloosheidsuitkering te verliezen. Zij maken amper een kans op de arbeidsmarkt. Wordt dit vooral een factuur voor het OCMW en het Riziv? “Je zal zien, in de straten van Brussel zullen nog meer armen rondlopen.”

De langdurig werklozen verliezen hun uitkering, besliste de regering-De Wever in het voorjaar. Voortaan eindigen werkloosheidsuitkeringen al na maximaal twee jaar. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) stuurde al brieven met het slechte nieuws naar de langdurig werklozen. Op 1 januari wordt de uitkering stopgezet van mensen die langer dan twintig jaar werkloos zijn. In de daaropvolgende maanden is de rest van de langdurig werklozen aan de beurt.

Drijft het slechte nieuws de langdurig werklozen naar de arbeidsmarkt, wat toch de bedoeling van de regering is? Colruyt Group merkt een effect. “In de sollicitaties die wij ontvangen, zit inderdaad een toenemend aandeel langdurig werklozen”, zegt woordvoerder Maria Clara Geurs. “Het is een opvallende stijging, die zeker samenhangt met de berichten over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd.” Volgens Geurs solliciteren langdurig werklozen vooral op functies als bediende-verkoper, magazijnier, nachtwaker en medewerker van het contactcenter. “Sinds de coronapandemie is ook duidelijk geworden dat retail werkzekerheid biedt. Daarom zijn we top of mind bij sollicitanten.”

Dat laatste geldt blijkbaar niet voor bpost en het logistieke bedrijf Katoen Natie, die geen stijging bespeuren van het aantal sollicitanten die langdurig werkloos zijn. “Integendeel zelfs”, klinkt het bij Katoen Natie. Ook bij de Luikse voedingsdistributeur Trendy Foods valt geen nieuws te melden, ook al telt Wallonië veel meer langdurig werklozen. “Het is nog te vroeg”, zegt Bert Mons, de gedelegeerd bestuurder van Voka West-Vlaanderen, een regio waar de bedrijven schreeuwen om arbeidskrachten. Vooralsnog krijgen die geen langdurig werklozen uit het vlakbij gelegen Henegouwen aan de deur. Ze zouden nochtans welkom zijn. “We merken dat onze 16.000 Noord-Franse werknemers weer voor hun thuisregio dreigen te kiezen, door de gunstige economische evolutie daar”, zegt Mons. “Ik betwijfel of we überhaupt Henegouwse of andere Waalse langdurig werklozen zullen zien. Die zullen in de eerste plaats terecht moeten in Waalse bedrijven, zeggen Waalse ondernemers mij.”

Maar toch, er beweegt iets op de arbeidsmarkt. De helft van de Vlaamse maatwerkbedrijven krijgt meer sollicitaties van langdurig werklozen, meldde de koepelfederatie Groep Maatwerk onlangs. “Voor onze vacature voor maatwerkcoach – waarvoor we valide mensen zoeken – kregen we het afgelopen jaar nul reacties binnen”, zegt Luk Cools, de directeur van het maatwerkbedrijf De Brug in Mortsel. “Nu bieden zich 250 mensen aan. Van die 250 zijn er 50 die al sinds 2016 of eerder niet aan de slag zijn.”

Ook het uitzend- en selectiebedrijf Accent merkt een effect. “Wij zien een duidelijke stijging van het aantal reacties op onze onlinevacatures”, zegt chief research & development officer Thomas Wauters. “In de periode januari-oktober 2025 tellen we 12 procent meer onlinesollicitaties dan in dezelfde periode van 2024. Of de belangstelling van langdurig werklozen komt, kunnen we niet vaststellen, maar wel indirect afleiden: de sollicitaties op laagdrempelige vacatures als magazijnier of schoonmaker zijn gestegen met 15 tot 40 procent. De alarmbellen zijn duidelijk afgegaan.”

De cijfers

Op de arbeidsmarkt komt een enorme golf langdurig werklozen aanrollen. Tussen 2026 en midden 2027 zullen in Vlaanderen 62.676 werklozen hun uitkering verliezen, schat de RVA. In Wallonië gaat het om 88.561 werklozen, in Brussel om 41.715 en in Duitstalig België 952. Alles samengeteld zullen 193.904 Belgische werklozen hun uitkering verliezen, een onwaarschijnlijk groot aantal. Eind oktober telde België in totaal 283.653 volledig uitkeringsgerechtigde werklozen.

Hoeveel kans maken die vele tienduizenden pechvogels op de arbeidsmarkt? Het ziet er slecht uit. Het Europees statistiekagentschap Eurostat onderzocht de kansen van werkzoekenden die minstens twee jaar werkloos waren om in het volgende kwartaal een baan te bemachtigen. Voor de Belgische 25- tot 54-jarige langdurig werklozen was die kans amper 6 procent in 2024. (zie grafiek Langdurig werklozen: de jobkansen). De voorbije jaren bleef ons land systematisch onder het Europese gemiddelde, met uitzondering van 2019. Andere EU-landen, en dan vooral Nederland, Noorwegen en Denemarken, doen het beter dan België.

De Belgische beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd geldt niet voor 55-plussers, als ze tenminste een loopbaan van meer dan 30 jaar kunnen voorleggen. In elk geval zijn de perspectieven voor langdurig werklozen ouder dan 55 jaar nog beroerder. In België kon vorig jaar slechts 4 procent van hen in het volgende kwartaal werk vinden, opnieuw onder het Europese gemiddelde. En opnieuw doen andere EU-landen het beter, met Noorwegen en Denemarken op kop.

De gevolgen

Zo te zien stevent België af op een sociaal drama. Langdurig werklozen zomaar op de arbeidsmarkt loslaten, maakt van hen vogels voor de kat. De Gentse economieprof Bart Cockx, gespecialiseerd in de evaluatie van het arbeidsmarktbeleid, is niet verbaasd. “Bij de langdurig werklozen heb je hoe dan ook een grote groep die heel weinig kans maakt om een baan te vinden. Ze zijn laaggeschoold, of hebben medische of psychische problemen, of moeten omkijken naar zorgbehoevende familieleden, of verkeren in andere situaties waardoor ze heel moeilijk inpassen in een reguliere baan. Ze hebben nooit vaardigheden verworven waarmee werkgevers iets kunnen aanvangen, of hebben die mettertijd verloren.”

Wat leert de ervaring elders? “In bijna alle andere landen stoppen de uitkeringen na een, twee of maximaal drie jaar”, zegt Cockx. “Dan volgt een verhoogde uitstroom uit de werkloosheid. Dat effect is significant, maar blijft klein. De uitstroom gaat 2 à 3 procentpunt hoger dan het normale niveau. Maar daarmee is de grote groep langdurig werklozen niet aan de slag. Het is niet omdat je je uitkering verliest, dat je daarom een baan vindt.”

En zelfs dan nog. Samen met een collega bestudeerde Cockx het effect van werkgeversubsidies voor de aanwerving van werklozen tussen 45 en 48 jaar oud. “De subsidie verhoogde hun kans op een job met 5 procent – wat al niet veel is – maar nog geen jaar later waren ze hun baan alweer kwijt”, zegt Cockx. “Ze worden immers vaak aangeworven voor kleine, seizoensgebonden jobs, zoals pakjes inpakken in de aanloop naar Kerst. Ze leren er niets en kunnen er ook geen opleidingen volgen. Als die mensen dat werk dan weer verliezen, lopen hun uitgaven door. Ze moeten zien te overleven. Ik vrees voor Amerikaanse toestanden, waar mensen op straat terechtkomen. Want niet iedereen wil de vernedering slikken om bij het OCMW aan te kloppen. Je zal het zien, in de straten van Brussel zullen nog meer armen rondlopen. Dat zeg ik niet als wetenschapper, maar als bezorgde mens.”

‘Veel langdurig werklozen hebben nooit vaardigheden verworven waarmee werkgevers iets kunnen aanvangen, of hebben die mettertijd verloren’.  

Het probleem

De stopzetting van de werkloosheidsuitkering is bedoeld als financiële prikkel voor de werklozen. Maar als die prikkel pas na een of twee jaar komt, is het kalf al half verdronken. “Degenen met de grootste kans op een job stromen al in de eerste maanden uit de werkloosheid”, zegt Cockx. “Je blijft over met een groep werklozen die zelfs met financiële prikkels niet aan werk zullen raken, omdat ze gewoon weinig kans maken.”

Daarom moet de overheid al bij de instroom de mensen identificeren met een grote kans op langdurige werkloosheid en hen actief begeleiden. “Wij gebruiken een AI-tool om de kans op werk in te schatten”, zegt Joke Van Bommel, woordvoerder van de VDAB. “Werkzoekenden met een lage kans op werk, en dus een hoog risico op langdurige werkloosheid, komen bovenaan onze lijst: hen bellen we als eerste op, zodat we snel kunnen helpen.”

Toch heeft Cockx twijfels. “De VDAB heeft onvoldoende capaciteit en effectieve instrumenten om deze groep te helpen. Vele van deze mensen worden dus langdurig werkloos. België grijpt nog veel te weinig in bij de aanvang van de werkloosheid. Wij wachten tot mensen langdurig werkloos worden en proberen dan pas om het probleem op te lossen met een financiële sanctie. Maar veel werklozen hebben tegen dan al hun spaargeld opgebruikt en hebben juist meer nood aan financiële ondersteuning. Als je dan toch met financiële prikkels wilt werken, doe dat dan aan het begin van de werkloosheidsperiode, want dan werken die het best. Het merendeel van de nieuwe werklozen heeft al wat spaarcenten opgebouwd en kan gerust enkele maanden zonder uitkering voortgaan. Voor hen voer je het best een wachttijd in. Voor de groep met een laag inkomen die niet kon sparen, kun je de wachttijd schrappen.”

Zoals het er nu voorstaat, dreigt de beperking van de werkloosheidsuitkeringen een vestzak-broekzakoperatie te worden. Het Riziv (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) mag zich opmaken voor meer uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, suggereert een studie uit 2023 van Belgische langdurig werklozen gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Public Economics. Controle van langdurig werklozen van minder dan 49 jaar op zoekgedrag naar jobs bleek vrijwel geen tewerkstellingseffect te hebben. De langdurig werklozen kwamen gewoon in de arbeidsongeschiktheid terecht. De afname van de gecumuleerde werkloosheidsuitkeringen per individu werd grotendeels weggeveegd door de toename van de gecumuleerde ziekte-uitkeringen. Dat doet vermoeden dat de budgettaire winst van de werklozencontrole neerkomt op ‘very close to zero’, aldus de studie.

Allicht moeten ook de OCMW’s zich klaarmaken voor een toeloop. “Dat hangt af van het profiel van de langdurig werkloze”, zegt Ive Marx, economieprofessor (UAntwerpen) en expert sociaal beleid. “Veel langdurig werklozen wonen wellicht samen met een partner die een inkomen heeft, zodat ze veel kans maken om boven de inkomensgrens voor een leefloon te vallen.”

Waarschijnlijk zullen vooral werkloze alleenstaanden en gezinshoofden in het systeem van het leefloon terechtkomen. Het OCMW moet leefloners naar een job leiden, maar Marx heeft er geen goed oog in. “Er is een sterkere samenwerking nodig met de VDAB. We weten echter dat de communicatie en de samenwerking tussen de OCMW’s en de VDAB niet altijd optimaal verlopen.” Ook Cockx maakt zich weinig illusies. “Een OCMW is totaal niet uitgerust om mensen steun te bieden in hun zoektocht naar werk.”

‘België grijpt nog veel te weinig in bij de aanvang van de werkloosheid. Wij wachten tot mensen langdurig werkloos worden en proberen dan pas om het probleem op te lossen met een financiële sanctie’

De aanpak

Net daar kunnen andere organisaties inspringen, zoals JobRoad, een vzw die mensen uit kansengroepen aan een baan in de privésector helpt. “De OCMW’s voelen de druk toenemen, en kloppen nu meer dan vroeger bij ons aan”, zegt Wauters, die zijn functie bij Accent combineert met de leiding over JobRoad. “Iemand uit een kansengroep naar een baan in de privésector leiden is een apart metier. Het OCMW en soms zelfs de VDAB spreken de taal van de werkgevers onvoldoende. JobRoad spreekt die taal wél en zorgt ervoor dat de werkgever zijn klassieke rekruteringsproces achterwege laat en onze kandidaten een kans geeft.”

Volgens Wauters verdient de privésector een veel grotere plaats in de activering van leefloners door het OCMW. Vandaag verloopt die activering veelal via werkervaringstrajecten in de publieke of semi-publieke sector. “Denk aan de gemeentelijke groendienst, het woon-zorgcentrum of de kringwinkel”, zegt Wauters. “Maar soms maakt zo’n traject de kloof tussen de leefloner en de reguliere arbeidsmarkt nog breder. Want in de publieke of semi-publieke sector zijn de regels net iets minder streng. Een keer een halfuur te laat aankomen op het werk wordt in de kringwinkel al eens door de vingers gezien. In de privésector kan zoiets niet. Het resultaat is dat zo’n leefloner nog moeilijker toe te leiden is naar de privésector dan voorheen. Leg daarom bij de activering meteen de link naar de privésector, eventueel via uitzendarbeid. De samenwerking met de uitzendkantoren kan de activering een veel groter bereik bezorgen, en zo de verwachte toeloop op de OCMW’s helpen opvangen.”

En wat met de werkgevers? Staan zij open voor langdurig werklozen? “De meeste werkgevers zitten niet te wachten op iemand met een groot gat in zijn of haar cv”, zegt Greetje Allaert, adviseur bij Randstad RiseSmart, dat mensen uit kansengroepen begeleidt naar werk. “We gaan eerlijk het gesprek met de bedrijfsleiders aan, en zeggen wat ze mogen verwachten en wat niet. Alleen zo kun je hen overtuigen om iemand een kans te geven. Maar we zien dat onze kandidaten soms weinig feedback of zelfs helemaal geen reactie krijgen op hun sollicitatie. Onze coaches nemen dan contact op met het bedrijf om alsnog uitleg te krijgen. Daaruit kan de werkzoekende leren.”

Ook de werkgever moet een traject doorlopen, volgens Allaert. “Iemand uit een kansengroep aanwerven is een ingrijpende beslissing. Hoe ga je met zo iemand om? Hoe integreer je hem of haar in de bedrijfswerking? Allemaal zaken die je vooraf grondig moet doordenken. Het team moet overtuigd zijn, de vakbonden moeten mee in het bad zitten, en ook de leidinggevende moet daarin worden gecoacht. Als alle puzzelstukjes in elkaar vallen, gebeuren er mooie dingen.”

De verantwoordelijkheid

Als mensen jarenlang zitten te verkommeren in de werkloosheid, gaan ook de vakbonden niet vrijuit, volgens Marx. “De sociale zekerheid wordt mee beheerd door de sociale partners, en dus ook de vakbonden. Tegelijk betalen de vakbonden de uitkeringen van zowat 90 procent van werklozen uit. Ik zeg niet dat de vakbonden daar geld aan verdienen, maar het is een belangrijke bron van klantenbinding. Het is geen toeval dat België een veel hogere graad van vakbondslidmaatschap heeft dan de buurlanden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de vakbonden een zware verantwoordelijkheid dragen voor de langdurige werkloosheid.”

Maar het is ook een falen van de overheid, volgens Marx. “We waren zowat het enige land ter wereld met werkloosheidsuitkeringen van onbeperkte duur. En tegelijk waren we een land met een krappe arbeidsmarkt en een lage werkzaamheidsgraad. De politieke conclusie had al veel vroeger getrokken moeten worden. Nu pas komt de politiek erachter dat vele tienduizenden mensen al jaren werkloos zijn, vaak zelfs meer dan twintig jaar. Het is onvoorstelbaar hoe dit kon gebeuren.

De Zweedse les

In 2001 besliste Zweden om na twintig weken werkloosheid de uitkering voor een werkloze te verlagen. Voorheen bleef de uitkering gelijk op 80 procent van het laatst verdiende loon. Samen met enkele andere economen greep de Belg Johannes Spinnewijn, professor aan de London School of Economics en wereldautoriteit inzake arbeidsmarktbeleid, de maatregel aan om het effect van dalende uitkeringen – en dus van financiële prikkels – te bekijken. Hun bevindingen verschenen in het gezaghebbende The American Economic Review. Wat bleek? Financiële prikkels zijn in de eerste twee maanden drie keer sterker dan na zes maanden. Ook na drie maanden is de prikkel nog altijd dubbel zo sterk als na zes maanden. Dat staat haaks op de degressieve uitkeringen in België en de stopzetting ervan na maximaal twee jaar. Wat nog niet wil zeggen dat het Zweedse systeem beter is. Maar dat valt allicht ook niet te zeggen van het Belgische. 

Bron: Trends

This website stores cookies on your computer. These cookies are used to provide a more personalized experience and to track your whereabouts around our website in compliance with the European General Data Protection Regulation. If you decide to to opt-out of any future tracking, a cookie will be setup in your browser to remember this choice for one year.

Accept or Deny