GEERT VERMEIR (SD Worx). “Je kunt je werk verliezen of je kunt de job van je leven vinden met een veel hoger loon. Die gemiste indexering is in beide gevallen snel vergeten.” Redacteur bij Trends De regering zal twee keer ingrijpen op de loonindexering, telkens ten belope van 2 procent. Geert Vermeir, juridisch expert van hr-dienstenleverancier SD Worx, legt uit wat werknemers te wachten staat.
De ingrepen treffen alleen mensen met een uitkering van meer dan 2.000 euro of een loon van meer dan 4.000 euro bruto. Wat is inbegrepen in de definitie van loon? GEERT VERMEIR. “Het is niet altijd zo eenvoudig om te bepalen of iemand meer of minder dan 4.000 euro bruto verdient. Wat doe je met loonelementen zoals een bedrijfswagen, maaltijdcheques, premies voor nacht-, ploeg- of weekendwerk, commissies, bonussen, eindejaarspremies en vakantiegeld? Die tellen hier allemaal niet mee. Enkel het normale, contractuele maandloon telt mee. “Dat betekent dat iemand met een brutoloon van 4.100 euro zonder bedrijfswagen wél geraakt zal worden en iemand met een brutoloon van 3.900 euro met een bedrijfswagen niet. Nochtans is die laatste financieel beter af. Maar alle voordelen in rekening brengen, is gewoon niet werkbaar of uitvoerbaar.”
De indexering van de lonen met 2,21 procent in januari van onder meer de bedienden in paritair comité 200 gaat gewoon door. Kan de regering die indexering nog terugdraaien? VERMEIR. “Neen. Dat zou onteigening zijn. Werknemers zullen een reeds gekregen indexering niet moeten terugbetalen. Voor de werknemers wiens lonen slechts één keer per jaar in januari worden aangepast aan de inflatie kan de eerste ingreep dus ten vroegste in januari 2027 plaatsvinden. “Daarnaast zijn er ook mensen wiens loon op vaste tijdstippen maandelijks, tweemaandelijks, twee of vier keer per jaar aan de inflatie wordt aangepast of mensen wiens loon op variabele tijdstippen veranderen eens een bepaalde spil overschreden wordt. Dat hangt af van de afspraken of de collectieve arbeidsovereenkomsten in de sector. Van zodra de wetgeving klaar is, kan er in 2026 al een effect zijn.”
Voorlopig verandert er niets, hoewel de regering de maatregel al in januari 2026 wilde laten ingaan. Wanneer verandert er wel iets?
VERMEIR. “Volgens ons is 1 april de eerste mogelijke en realistische datum voor de start van de centenindex of de indexsprong light. De RSZ zal toezicht houden op de bijdragen van de werkgevers en die redeneert in kwartalen.” Kunnen we de impact concreet maken? Stel dat de indexsprong light in januari 2026 was doorgegaan. VERMEIR. “Voor iemand met een brutoloon van 5.000 euro zou er dan een indexering van 2,21 procent op 4.000 euro gebeuren, goed voor 88,4 euro, en een indexering van 0,21 procent op het saldo boven 4.000 euro, nog eens goed voor 2,1 euro. Dat betekent in de praktijk een verschil van 20 euro op het brutoloon, een indexering met 90,5 euro in plaats van 110,5 euro. Netto blijft van dat verschil nog minder dan de helft over.”
De impact reikt natuurlijk verder dan de onmiddellijke impact. Mensen slepen die indexsprong light de rest van hun carrière mee. De vakbonden hebben tools gemaakt waarmee mensen de impact op hun loon én hun pensioen kunnen berekenen. VERMEIR. “Ja, het loon is de basis voor de berekening van de socialezekerheidsuitkeringen die je krijgt als je op pensioen gaat, ziek of werkloos bent. Tenminste: zolang je niet aan het plafond komt. Boven een bepaald plafond levert extra loon geen extra pensioenrechten meer op bijvoorbeeld. “Wanneer je nog een lange loopbaan voor je hebt, dan kan de impact zwaarder zijn dan wanneer je tegen het einde van je loopbaan zit, maar ik heb wel bedenkingen bij die theoretische berekeningen over dertig of veertig jaar. Er kan veel gebeuren over zo’n lange periode. Je kunt je werk verliezen, maar je kunt ook opslag krijgen of je kunt de job van je leven vinden met een veel hoger loon. Die lagere indexering is dan snel vergeten.”
Een echte indexsprong mogen we dit niet noemen. Maar een centenindex is dit toch ook niet? VERMEIR. “Klopt. Een echte indexsprong geldt voor iedereen. Dat is hier niet het geval. Van in het begin is er de naam centenindex aan deze operatie gegeven, maar ook dat is geen correcte benaming. Het idee van een centenindex circuleert al langer en zou betekenen dat alle lonen met hetzelfde vaste bedrag zouden stijgen. De procentuele indexering betekent dat de grootste verdieners ook de grootste toename van hun loon in euro krijgen. Zij hebben vaak ook een groter uitgavenpatroon natuurlijk. “Wat er nu zit aan te komen is een mengvorm. Je kan het bekijken als een potje dat twee keer gevuld moet worden, met een loonstijging van 2 procent die werknemers op het deel boven een bepaald loonplafond niet zullen krijgen. Stel dat de volgende loonindexering minder dan 2 procent bedraagt, dan gaan ze ook een stukje van de daaropvolgende indexering moeten inhouden. De regering had duidelijk het systeem voor ogen van het overheidspersoneel, waarbij er telkens een indexering van 2 procent wordt doorgevoerd als een bepaalde spil wordt overschreden. In december is die spil overschreden. Daarom weten we nu al dat drie maanden later, in maart 2026 dus, de lonen van de ambtenaren met 2 procent zullen stijgen. “Dé index bestaat echter niet. Er zijn heel veel verschillende indexsystemen. Dat maakt deze ingreep ook zo ingewikkeld.”
7. Zou deze regering de automatische loonindexering ook volledig durven afschaffen? Want het is een uniek systeem dat elders niet voorkomt. VERMEIR. “Een beperkte loonindexering bestaat in een paar Europese landen, maar niet op dezelfde schaal en niet op dezelfde wijze zoals de indexering bij ons bestaat. Wat dat betreft, zijn wij uniek in Europa en in de wereld. Dat is een van de redenen waarom het indexsysteem een bron van discussie is. Het doet economisch ook pijn aan onze bedrijven. Deze regering heeft in het regeerakkoord opgenomen dat de sociale partners tegen eind dit jaar een advies over een grondige hervorming moesten uitbrengen. Maar nood breekt wet, vermoed ik. De regering heeft al sneller ingegrepen om de begroting te doen kloppen.
De bedrijven moeten namelijk de helft van de besparing, die ze zullen doen door de afgetopte loonindexering doorstorten naar de overheid. De automatische loonindexering bestaat al meer dan 50 jaar. Zal dit systeem altijd blijven bestaan? Daar durf ik niet op antwoorden.”
7 op de 10 gezinnen rekenen op hulp om gezin draaiende te houden Ouders worden geacht te presteren alsof ze geen kinderen hebben, en te zorgen alsof ze geen job hebben. De ‘village’ krimpt, grootouders vangen op, en kwetsbare gezinnen betalen de rekening. De onzichtbare motor: onze grootouders Een gezin organiseren is vandaag de dag een gigantisch puzzelwerk. Uit de nieuwste Gezinsbarometer van de Gezinsbond blijkt dat de meeste ouders het niet alleen redden. Bijna 66 procent van de gezinnen rekent op onbetaalde hulp, en daar springen vooral de grootouders in het gat. In 4 op de 10 gezinnen helpen zij wekelijks met de opvang of het vervoer van de kleinkinderen. In 1 op de 3 gezinnen gebeurt dit maandelijks. Het bredere netwerk van buren of vrienden speelt een veel kleinere rol, minder dan 10 procent krijgt daar wekelijks steun van. Niet iedereen heeft dat geluk. Maar liefst 34 procent van de gezinnen krijgt geen onbetaalde hulp. Vaak is dat omdat ze familie niet tot last willen zijn of te ver weg wonen. Vooral bij eenoudergezinnen en gezinnen met een zorgnood is de nood hoog: 60 procent van hen geeft aan hulp echt nodig te hebben, maar deze niet te vinden. 60 procent van eenoudergezinnen geeft aan hulp echt nodig te hebben, maar deze niet te vinden Deze cijfers leggen een pijnlijke realiteit bloot. In een samenleving die steeds meer van ouders vraagt, vallen zij die geen sociaal vangnet hebben genadeloos uit de boot. Betaalde hulp als luxeartikel Hoewel 70 procent van de gezinnen betaalde hulp gebruikt – denk aan kinderopvang, poetshulp of een babysit – is dit voor velen een zware financiële last. Kostprijs is de grootste drempel voor wie er geen gebruik van maakt.
Dat geldt voor zes op de tien eenoudergezinnen en de helft van de gezinnen met een zorgnood. Waar kapitaalkrachtige gezinnen tijd kunnen ‘kopen’ om de werk-privébalans te redden, moeten kwetsbare gezinnen het vaak alleen rooien, wat de ongelijkheid alleen maar vergroot. Het bekende gezegde luidt: “It takes a village to raise a child.” Maar in het huidige Vlaanderen staat die ‘village’ onder enorme druk. Ivo Mechels, voorzitter van de Gezinsbond, stelt: “In Vlaanderen blijft die village vaak beperkt tot het gezin zelf en de grootouders. Niet iedereen heeft een sociaal netwerk in de buurt.” Er is nood aan betere verlofstelsels en bovenal aan betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvang. Hoewel veel ouders elkaar wel morele steun bieden door ervaringen te delen, ontbreekt het hen aan tijd voor praktische hulp. Maar liefst 77 procent zegt simpelweg te druk te zijn met het eigen gezin om anderen meer te ondersteunen. De ratrace laat weinig ruimte voor solidariteit tussen buren. Investeren in verbinding De Gezinsbond trekt aan de alarmbel en vraagt dat zorg niet langer als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Er is nood aan structurele erkenning, bijvoorbeeld via het behoud van het gezinspensioen en pensioenrechten voor wie deeltijds werkt om voor anderen te zorgen. Daarnaast is er nood aan betere verlofstelsels en bovenal aan betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvang. Dit is cruciaal voor elk gezin, maar een absolute noodzaak voor zij die geen helpend netwerk in de buurt hebben. In een wereld die individualiseert is het heropbouwen van sociaal weefsel noodzakelijk om de druk op gezinnen te verlichten Naast politieke eisen blijft de organisatie zelf inzetten op ontmoeting. Via lokale activiteiten zoals gezinsontbijten, paaseierenrapen en griezeltochten proberen ze gezinnen met elkaar in contact te brengen. “De Gezinsbond blijft zo investeren in verbinding en ontmoeting”, besluit Ivo Mechels, voorzitter van de bond. Want in een wereld die steeds meer individualiseert, is het heropbouwen van die sociale weefsel noodzakelijk om de druk op gezinnen te verlichten.
De Vlaamse regering verhoogt de quota voor artsen en tandartsen fors: 180 extra studenten mogen opleiding starten. De Vlaamse regering kiest voor een stevige verhoging van de quota voor het aantal studenten dat aan de opleidingen geneeskunde en tandheelkunde kan beginnen. Volgend academiejaar zullen er minstens 180 Vlaamse studenten meer dan vorig jaar aan de bacheloropleidingen mogen beginnen. De Vlaamse regering besliste dat op voorstel van minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA). Zij heeft het over een “historische verhoging” die “broodnodig is om het tekort aan artsen en tandartsen weg te werken”. Wie in België (tand)arts wil worden, heeft na zijn opleiding een RIZIV-nummer nodig. De federale regering bepaalt jaarlijks hoeveel van die nummers worden toegekend aan de Vlaamse en Franse gemeenschap. In Vlaanderen worden vervolgens startquota uitgewerkt, op basis van een intern Vlaams advies. De Vlaamse regering heeft nu beslist de quota fors te verhogen. Er zullen minstens 180 kandidaat-(tand)artsen meer starten dan vorig academiejaar. In totaal zullen daarmee minstens 2.155 studenten aan deze opleidingen kunnen beginnen. Minstens, omdat rekening wordt gehouden met mogelijke bijkomende adviezen. Minister Demir verwijst naar het “historische tekort aan artsen en tandartsen in Vlaanderen” als belangrijkste reden voor de verhoging. “Mensen hebben het moeilijk om een huisarts in hun buurt te vinden en het is lang wachten op een afspraak bij de tandarts. (…) Door het aantal studenten te verhogen, willen we terug beter aan de medische noden voldoen. Zeker nu de vergrijzing op ons afkomt, hebben we meer mensen in de zorg nodig. Iedere Vlaming heeft recht op een toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg”, legt de N-VA-minister uit. De verhoging gaat gepaard met bijkomende middelen voor de universiteiten. Zo start de Vrije Universiteit Brussel (VUB) met een opleiding tandheelkunde en wordt bijkomende opleidings-capaciteit voorzien, onder meer via een nieuwe masteropleiding aan de Universiteit Hasselt. Vlaanderen voorziet hiervoor extra financiële middelen vanaf academiejaar 2027.
Door de beperking van de werkloosheidsuitkering tot twee jaar zijn er nog meerdere aanpassingen. Ook de toegangsvoorwaarden voor inschakelingsuitkeringen worden aangepast. Zo’n inschakelingsuitkering is niet hetzelfde als een werkloosheidsuitkering. Ze is bedoeld voor jongeren die nog niet (voldoende) gewerkt hebben na hun studies. Ook hier worden de voorwaarden strenger en wordt de duur van de ondersteuning duidelijk begrensd. Vanaf 1 maart 2026 wordt die uitkering beperkt tot maximaal één jaar. Om er recht op te hebben moet je onder meer:
tussen 18 en 25 jaar zijn bij de aanvraag
twee positieve evaluaties hebben gekregen tijdens je beroepsinschakelingstijd en een inschakelingsattest bezitten
een studie of opleiding gevolgd hebben die recht geeft op een uitkering (voor wie jonger is dan 21 jaar bij aanvraag is een diploma verplicht) Lees ook: Wat verandert er voor werknemers in 2026?
Wat is de trampolinepremie? De trampolinepremie – ook wel parachutepremie genoemd en officieel: recht op ontslag binnen de werkloosheidsverzekering – is een nieuwe regeling die toelaat dat een werknemer onder bepaalde voorwaarden zelf ontslag neemt en toch tijdelijk een werkloosheidsuitkering krijgt. Tot nu toe gold het principe dat je enkel recht had op een uitkering als je onvrijwillig werkloos werd. Wie zelf ontslag nam, had in principe geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Vanaf 1 maart 2026 verandert dat.
Je kan als werknemer één keer in je loopbaan zelf ontslag nemen en toch een uitkering aanvragen. Je ontslag moet plaatsvinden na 28 februari 2026.
De trampolinepremie: wat is het? En is het een goed idee? Krijg je die trampolinepremie automatisch? Nee. Na je ontslag zal de RVA eerst een tijdelijke uitsluiting toepassen omdat je vrijwillig opstapte. Je moet vervolgens binnen 30 dagen vragen om die uitsluiting om te zetten in een beperkt recht op werkloosheidsuitkeringen. Daarnaast moet je je inschrijven als werkzoekende bij de bevoegde arbeidsbemiddelingsdienst (zoals VDAB in Vlaanderen), beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt en actief naar werk zoeken. De uitbetaling verloopt via een vakbond (ACV, ABVV, ACLVB) of via de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen.
Tot slot ook dit: wie plannen heeft om zelf ontslag te nemen of geconfronteerd wordt met werkloosheid, laat zich best vooraf goed informeren. Want de regels zijn soms best technisch en de impact op je inkomsten (zowel op korte als lange termijn) kan groot zijn. Ontdek: Hoe schrijf ik me in als werkzoekende?
Onder de slogan “Als vrouwen stoppen, stopt de wereld” leggen vrouwen het werk neer.
Doel: zichtbaar maken hoe essentieel hun bijdrage is aan het functioneren van de samenleving.
De staking richt zich tegen de vrouwonvriendelijke Arizona-regering.
Breder protest tegen regeringsbeleid
De besparings- en afbraakpolitiek van de regering De Wever–Rousseau stuit op stevig verzet.
Vakbonden, middenveld en feministische bewegingen spelen hierin een centrale rol.
Artikels en interviews in deze nieuwsbrief De pagina bundelt verschillende bijdragen rond feminisme, klassenstrijd en de historische wortels van onderdrukking: Fanny Gallot & Apolline Dupuis: De rol van vrouwen in sociale strijd; waarom een algemene staking noodzakelijkerwijs feministisch is. Mary Davis & Françoise De Smedt: De oorsprong van vrouwenonderdrukking en de link met kapitalisme en klassenstrijd. Christophe Darmangeat: Historische wortels van mannelijke dominantie en de economische/politieke structuren erachter. Apolline Dupuis: Seksueel geweld in relatie tot klassenverschillen en economische structuren.
Praktische info/ “Een algemene staking is noodzakelijkerwijs feministisch” | LAVA
In Vlaanderen bestaan er verschillende vrouwenbewegingen en vrouwenorganisaties die opkomen voor gendergelijkheid, vrouwenrechten, netwerking of maatschappelijke participatie. Hieronder staan enkele belangrijke voorbeelden.
Vrouwenraad De Vrouwenraad is de belangrijkste koepelorganisatie van vrouwenverenigingen in Vlaanderen. Ze verenigt tientallen organisaties die werken rond vrouwenrechten en gelijke kansen. (Vrouwenraad) Wat ze doen: • verdedigen van gelijke rechten voor vrouwen • advies geven aan de overheid • acties rond thema’s zoals gendergelijkheid, geweld tegen vrouwen en arbeidsrechten • samenwerking tussen verschillende vrouwenorganisaties
Femma Femma is een grote sociaal-culturele vrouwenbeweging met lokale groepen in Vlaanderen. Focus: • feminisme en gendergelijkheid • betere werk- en zorgverdeling • acties rond loonkloof, arbeid en zorg Ze organiseren ook vormingen, campagnes en lokale activiteiten.
Rebelle Rebelle is een feministische organisatie die vooral werkt rond gezondheid, sociale rechten en welzijn van vrouwen. Thema’s: • lichamelijke en mentale gezondheid • seksuele en reproductieve rechten • gender en zorg
Furia Furia is een radicale feministische beweging in Vlaanderen. Ze zetten zich in voor: • bestrijding van geweld tegen vrouwen • feministische politiek en beleid • acties en campagnes rond gelijkheid
ZIJkant ZIJkant is een progressieve vrouwenbeweging met een sterke focus op politiek en feministische ideeën. Activiteiten: • lezingen en debatten • campagnes rond gendergelijkheid • publicaties over feminisme
Vrouw & Maatschappij Dit is de politieke vrouwenbeweging van de partij CD&V en de grootste politieke vrouwenbeweging in Vlaanderen. (vrouwenmaatschappij.be) Doelen: • vrouwen stimuleren om actief te worden in politiek • beleidsvoorstellen rond gelijke kansen • netwerking voor vrouwen in de samenleving
Vrouwennet Vrouwennet is een netwerkorganisatie met duizenden leden en honderden lokale afdelingen. (Vrouwennet) Focus: • vrouwelijk ondernemerschap • netwerken en activiteiten • maatschappelijke projecten voor vrouwen
Kort samengevat: In Vlaanderen bestaan vrouwenbewegingen in verschillende vormen: • feministische actiegroepen: Furia, ZIJkant • sociaal-culturele bewegingen: Femma, Rebelle • netwerkorganisaties: Vrouwennet • politieke vrouwenbewegingen: Vrouw & Maatschappij • koepelorganisaties: Vrouwenraad
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.