Kim De Witte, volksvertegenwoordiger en pensioenspecialist PVDA
Onder druk van de sociale beweging en de dertien nationale actiedagen van vorig jaar zag de regering zich al verplicht om meerdere aanvallen af te zwakken. We hebben de verschillende overwinningen (pensioenen, nachtpremies, democratische rechten…) ontleed, en ze tonen aan dat strijd loont. En dat komt goed uit, want het is nog niet voorbij.
Nog voor de Arizona-regering was gevormd, waren er al protesten tegen de afbraak van het recht op pensioen. Aanleiding was de gelekte ‘supernota’ van Bart De Wever. Op 13 januari kwamen de openbare diensten massaal op straat, waaronder heel veel leerkrachten. Er was nog geen regering, maar ze sleepten toch al enkele aanpassingen in de wacht.
Ook na de regeringsvorming werden heel wat aanpassingen afgedwongen. Zo werden na de algemene staking van 31 maart de korte periodes van ziekte plots wél beschouwd als effectief gewerkte dagen voor de toepassing van de pensioenmalus. Het debat in de Kamer begin februari had duidelijk gemaakt dat het tegendeel beslist werd in het regeerakkoord.
Na de acties in april, mei en juni besliste de regering in haar Zomerakkoord dat tijdelijke werkloosheid erkend werd als gelijkgestelde periode voor álle pensioenmaatregelen. Militaire dienst werd gelijkgesteld voor de malus en landingsbanen bleven mogelijk vanaf 55 jaar. Die laatste zouden ook gelijkgesteld blijven voor de pensioenopbouw voor wie werkt tot de wettelijke pensioenleeftijd. Er zou tot slot ook een correctie komen in de pensioenmalus voor langdurige zieken. Wie langdurig ziek geweest is, zou minder snel een malus krijgen.
In september besliste de regering dat moederschapsrust toch zou meetellen voor het nieuwe systeem van vervroegd pensioen (vanaf 60 jaar na 42 gewerkte jaren met minstens 234 effectief gewerkte dagen per jaar).
En in november, na de grote betoging van 14 oktober en daags voor de tweede algemene staking, besliste de regering dat álle periodes van ziekte gelijkgesteld zouden worden aan effectief gewerkte dagen voor de toepassing van de pensioenmalus, dat de verstrenging van de voorwaarden voor het vervroegd pensioen afgezwakt zal worden en dat de volledige pensioenhervorming met minstens één jaar zal worden uitgesteld. Door die laatste beslissing alleen al zullen er 20.000 werkenden minder zijn die een pensioenmalus krijgen.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de acties en van de toegevingen die de regering enkele dagen of weken later deed.
1. Toegevingen op “langer werken”
1.1 Vervroegd pensioen
Om vervroegd met pensioen te gaan, moet men vandaag voldoen aan een leeftijds- en loopbaanvoorwaarde, waarbij een loopbaanjaar telt vanaf 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen.1 Waarom? Omdat de Pensioendienst in kalenderjaren (van 1 januari tot 1 januari) rekent en veel mensen pas beginnen werken in augustus of september, na hun studies. Als je een minimum van 156 dagen oplegt (dit is een half jaar), dan verliezen héél veel mensen meteen een heel jaar op hun loopbaanteller.
De Arizona-regering wilde die drempel desalniettemin optrekken naar 156 dagen per jaar. Onder druk van sociaal verzet werd het voorstel eind november afgezwakt: het eerste loopbaanjaar blijft meetellen vanaf 104 dagen, voor alle volgende jaren geldt wel de strengere norm. Volgens de Pensioendienst zal deze bijsturing het aantal mensen dat getroffen wordt door deze maatregeln met 22 procent verminderen.
Vooral vrouwen zijn het slachtoffer van de maatregel zoals die verder blijft bestaan. Meer dan één op drie vrouwen (37,5 procent) en één op vijf mannen (21,3 procent) zal hierdoor bijna één jaar langer moeten werken. Als de regeling niet werd bijgestuurd, zouden die cijfers nog een pak hoger zijn.
1.2 Landingsbanen
De Arizona-regering wilde de regels voor landingsbanen verstrengen. Iedereen – ook 55-jarigen met een zwaar beroep of in een bedrijf in herstructurering – zou voortaan minstens 35 loopbaanjaren moeten voorleggen. Bovendien zou er geen onderbrekingsuitkering meer zijn voor mensen onder de 60 jaar met een landingsbaan. Dat zou het systeem flink uithollen: door alleen al de loopbaanvoorwaarde zouden 8 op de 10 werknemers geen aanspraak meer kunnen maken op een landingsbaan.
Na de grote betoging van 14 oktober werd er een akkoord gesloten met de sociale partners waardoor landingsbanen vanaf 55 jaar toegankelijk blijven voor wie een zwaar beroep heeft of in herstructurering zit, inclusief de onderbrekingsuitkering.
1.3 Moederschapsrust en tijdelijke werkloosheid
Werknemers zullen de mogelijkheid krijgen om vanaf de leeftijd van 60 jaar met vervroegd pensioen te gaan, op voorwaarde dat ze een loopbaan van minstens 42 jaar hebben opgebouwd met minstens 234 effectief gewerkte dagen per jaar, aldus het regeerakkoord.
Daarmee wordt een nieuwe toegangspoort tot het vervroegd pensioen gecreëerd, maar het is eerder een klein gaatje. Volgens het ABVV zou slechts 3 procent van de mannelijke werknemers en 1 procent van de vrouwelijke werknemers er vroeger mee op pensioen kunnen gaan, omdat heel weinig mensen aan de strenge voorwaarde van 234 effectief gewerkte dagen gedurende 42 jaar geraken. Een vrouw die twee kinderen baart en twee keer moederschapsrust neemt gedurende vijftien weken, verliest sowieso al twee jaar. Idem voor wie, geheel buiten zijn wil om, slachtoffer is van tijdelijke werkloosheid gedurende bepaalde periodes in zijn loopbaan.
In het oorspronkelijke plan van de regering werd geen enkele niet-gewerkte periode gelijkgesteld voor deze maatregel. Door het protest tegen de discriminatoire invulling van deze maatregel heeft de regering in het Zomerakkoord beslist om de tijdelijke werkloosheid gelijk te stellen met effectief gewerkte dagen. In september kwam daar ook de moederschapsrust bij.
2. Toegevingen op “minder pensioen”
2.1 Pensioenmalus
De Arizona-regering wil het vroegere bonus-malussysteem opnieuw invoeren. Wie vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar met pensioen gaat, zal een blijvende pensioenboete krijgen van 2 tot 5 procent per jaar vervroegde pensionering. Wie aan strikte loopbaanvoorwaarden voldoet, kan de malus vermijden. Maar, welke niet-gewerkte periodes tellen mee?
Volgens het regeerakkoord werden enkel periodes van moederschapsrust, loopbaan-onderbrekingen/-verminderingen met zorgmotief en geboorteverlof gelijkgesteld aan gewerkte dagen.
In april 2025, enkele dagen na de algemene staking van 31 maart, bevestigde minister Jambon voor het eerst dat korte ziekteperiodes ook zouden meetellen. In het Zomerakkoord, na de acties van april, mei en juni, werden vervolgens tijdelijke werkloosheid en militaire dienst aan de lijst toegevoegd. Ook zou er een correctiemechanisme komen voor langdurige ziekteperiodes. In het Begrotingsakkoord van eind november, na de grote betoging van 14 oktober en daags voor de vier nationale actiedagen, werd langdurige ziekte definitief gelijkgesteld.
Zonder die gelijkstelling van ziekte zou iets meer dan 30 procent van de vervroegd gepensioneerden een pensioenmalus krijgen. Met gelijkstelling daalt dat tot 23 procent, een vermindering van bijna een kwart. Dat bevestigen de cijfers van Pensioenminister Jambon.
2.2 Berekening van het pensioen bij werkloosheid en landingsbanen
Alle periodes van werkloosheid, SWT, pseudo-brugpensioen en landingsbanen die ingaan vanaf de datum van het regeerakkoord worden gelijkgesteld aan een beperkt fictief loon, aldus het regeerakkoord.
Door deze maatregel zou elke dag tijdelijke werkloosheid een impact hebben op het pensioen. Voor die dag zou je geen pensioenrechten meer opbouwen op basis van je brutoloon, maar op basis van het gewaarborgd minimuminkomen. Met het zomerakkoord werd tijdelijke werkloosheid echter opnieuw gelijkgesteld voor alle pensioenmaatregelen, waardoor dit plan werd ingetrokken.
Voor landingsbanen werd een specifieke regeling uitgewerkt. Aanvankelijk was het de bedoeling om niet-gewerkte dagen niet langer te waarderen op basis van het huidige loon, maar op basis van het minimuminkomen voor de pensioenberekening. Van dat plan werd later afgeweken voor werknemers die tot aan de wettelijke pensioenleeftijd werken. Zij behouden de volledige gelijkstelling, ook van de niet-gewerkte dagen.
2.3 Uitstel pensioenhervorming
In het Begrotingsakkoord, daags voor de algemene staking en enkele weken na de betoging van 140.000 in Brussel, werd beslist om de volledige pensioenhervorming uit te stellen. De hervorming zal, op enkele uitzonderingen na, pas in werking treden op 1 januari 2027 in plaats van 1 januari 2026.
3. Toegeving op nachtarbeid
Initieel wou de regering de nachtpremies voor nieuwe werknemers in de handel-, distributie- en aanverwante sectoren beperken tot 00:00 en 05:00. Een studie van Denktank Minerva rekende uit dat het verlies daardoor kan oplopen tot 569 euro bruto per maand.2
In het begrotingsakkoord kwam de regering terug op haar plan en besloot ze om nachtpremies toe te kennen tussen 23:00 en 06:00. In plaats van 5 uur aan nachtpremies, zouden nieuwe werknemers 7 uur aan nachtpremies ontvangen.
4. Toegeving op democratisch vlak
De regering-De Wever-Rousseau wou kritische organisaties het zwijgen opleggen. Die doelstelling penden de regeringspartijen reeds neer in het regeerakkoord. Sinds het zomerakkoord van juli 2025 werkte minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) aan zijn wet-Quintin. In zijn voorontwerp van wet voorzag Quintin dat de ministerraad zelf kan beslissen om “radicale organisaties” te verbieden, zonder tussenkomst van een rechter en zonder proces. Een inbreuk op dit verbod zou worden gestraft met hoge boetes en tot 5 jaar gevangenisstraf.
Het is een ernstige aanval op onze democratische rechten. Daarom kwamen kwam onmiddellijk een bonte coalitie van vakbonden, middenveld, mensenrechtenexperts en grondwetspecialisten en ook de PVDA in verzet. Zij bekritiseerden dat het verbod er zou komen op basis van zeer vage begrippen en het idee dat de regering zich zo een buitengewone macht toeëigent.
Onder hun aanhoudende druk en nadat ook de Raad van State zich kritisch uitliet over het voornemen van de regering om organisaties te verbieden zonder enige gerechtelijke toetsing, zette de regering een eerste stap terug. 8 januari 2026 kondigde minister Quintin aan dat de regering zal afzien van het voornemen om zichzelf de macht te geven om organisaties definitief te ontbinden. Die bevoegdheid zou bij een rechter komen.
Ondanks deze toegeving, blijft de wet-Quintin problematisch. Ten eerste wil de regering zichzelf nog altijd de bevoegdheid toekennen om organisaties tijdelijk op te schorten of activiteiten te verbieden, en dat in afwachting van een definitieve gerechtelijke bevestiging. Ten tweede blijft het doel van de wet zelf problematisch: het verbieden van ‘radicale organisaties’. Door de zeer vage en ruime definitie kan de opschorting of het verbod worden gebruikt om sociaal protest te criminaliseren.
5. Het verzet tegen de plannen van de Arizona-regering gaat door
De cijfers en voorbeelden laten weinig ruimte voor twijfel: door de druk van onderuit werden heel wat toegevingen gedaan. De impact van de grootste maatregelen (de malus en de verstrenging van de loopbaanvoorwaarde voor het vervroegd pensioen) is met ongeveer een kwart beperkt. Ook op het schrappen van nachtpremies moest de regering deels terugkomen. Daarnaast werd ook de aanval op onze democratische rechten in de vorm van de wet Quintin verzwakt.
De verschillende regeringspartijen zitten verveeld met de pensioenhervorming. Ze beloofden allemaal werken méér te belonen. Ze beloofden ook uitdrukkelijk de pensioenen, die tot de laagste van West-Europa behoren, te verhogen. Ze doen het tegenovergestelde. De afschaffing van de welvaartsvastheid voor de laagste pensioenen en de blokkering van de indexering voor pensioenen vanaf 1.790 euro netto zal bijna alle werkenden en gepensioneer-den treffen. Voor wie niet kan werken tot 67 jaar, komt daar een dikke malus bovenop.
De hervorming treft werknemers met zware, deeltijdse of onderbroken loopbanen en vrouwen disproportioneel hard. Het pensioenverzet zal dan ook verder gaan. Op 5, 10 en 12 februari 2026 volgen nieuwe provinciale actiedagen en op 12 maart een nieuwe, grote betoging in Brussel. De pensioenhervorming van deze regering is geen reddingsoperatie. Het is een afbraakplan: iedereen langer doen werken voor minder pensioen. De grootste slachtoffers zijn onze kinderen. Zij zullen tien procent van hun pensioen verliezen, aldus de Studiecommissie voor de Vergrijzing. Een fatsoenlijk pensioen is haalbaar, als we de welvaart eerlijker verdelen.
Het Internationaal Olympisch Comité voert vanaf de Olympische Spelen van Los Angeles 2028 een geslachtstest in. Atleten met een ‘mannelijke ontwikkeling’ worden geweerd uit vrouwencategorieën. Door de nieuwe regel mogen transgender vrouwen niet meer deelnemen aan vrouwensporten. Lector biotechnologie Suzy Eeckelaerts verwelkomt die beslissing.
Nu kiest het IOC weer voor een duidelijk uitgangspunt: niet genderidentiteit, maar biologische ontwikkeling bepaalt wie in de vrouwensport mag deelnemen. Daarvoor moeten vrouwen een eenmalige screening op het SRY-gen onderdaan. Dat gen ligt op het Y-chromosoom en speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken.
De redenering is dat een mannelijke puberteit blijvende voordelen oplevert in kracht, snelheid en uithouding, ook als testosteron later wordt onderdrukt.
Die beslissing raakt niet alleen transgender vrouwen, maar ook sommige atleten met een DSD-aandoening. DSD (Differences of Sex Development) is een verzamelnaam voor meer dan 40 genetische aandoeningen. Het gaat om mensen bij wie chromosomen, geslachtsklieren, hormonen of uiterlijke geslachtskenmerken zich niet volgens het gebruikelijke mannelijke of vrouwelijke patroon ontwikkelen.
Suzy Eeckelaerts: Omdat sport objectieve criteria moet hanteren. Voor de vrouwencategorie is mannelijke ontwikkeling het uitsluitingscriterium. Veel argumenten om transvrouwen of bepaalde DSD-atleten toch toe te laten, vertrekken vanuit medeleven, en dat begrijp ik. Maar sport draait niet om medeleven, wel om duidelijke en controleerbare categorieën.
Voor mij is de volgorde duidelijk: inclusie stopt wanneer eerlijkheid en veiligheid worden bedreigd. Over transvrouwen kan geen discussie bestaan: sporten doe je met je lichaam, niet met je identiteit.
Speelt het fysieke prestatievoordeel van mannelijke DSD-atleten een rol?
Eeckelaerts: Op zich niet. Omdat sportcategorieën niet worden afgebakend op basis van hoe goed iemand presteert, maar op basis van fysieke kenmerken die prestaties beïnvloeden.
Dat geldt voor geslacht, leeftijd, gewicht en handicap. Een bokser mag ook niet in een lichtere gewichtsklasse uitkomen omdat hij toevallig niet harder slaat dan zijn tegenstander. Zo werkt sport niet.
De vraag is dus niet of een mannelijke DSD-atleet individueel slechter presteert dan sommige vrouwen. De vraag is welk criterium je gebruikt om de categorie af te bakenen. Dat blijft vrouwelijke ontwikkeling.
En ook belangrijk: mannelijke DSD-atleten worden niet verbannen uit de sport. Er is een geslachtscategorie voor iedereen. Wie niet in aanmerking komt voor de vrouwencategorie, kan deelnemen in de mannencategorie.
Critici zeggen dat er onvoldoende bewijs is dat mannelijke DSD-atleten altijd een fysiek voordeel hebben ten opzichte van vrouwen. Wat antwoordt u daarop?
Eeckelaerts: Je moet vertrekken van de meest logische hypothese: mannen hebben gemiddeld een sportief voordeel ten opzichte van vrouwen. DSD-atleten die een mannelijke puberteit hebben doorgemaakt, blijven mannen met die ontwikkeling. Dan is het logisch om ervan uit te gaan dat er een voordeel is.
Critici draaien de redenering om en zeggen: zolang er geen perfecte, specifieke studie is, is niet bewezen dat die atleten een voordeel hebben. Maar het ontbreken van bewijs is nog geen bewijs dat zo’n voordeel níét bestaat. Zulke studies zijn bovendien moeilijk, omdat die aandoeningen zeldzaam zijn.
Dat voordeel is ook biologisch verklaarbaar. Mannen hebben gemiddeld meer spiervolume en spierkracht. Afhankelijk van de sport loopt dat prestatieverschil op van ongeveer 10 procent in loopnummers tot zelfs 50 procent in gewichtheffen. Hoe meer een sport draait om kracht, en zeker om bovenlichaamskracht, hoe groter het voordeel.
Er zijn ook indirecte aanwijzingen in de topsport. Kijk naar de olympische 800 meter in Rio in 2016: Caster Semenya, Francine Niyonsaba en Margaret Wambui stonden alle drie op het podium. Dat waren geen biologische vrouwen (Semenya, Niyonsaba en Wambui hebben DSD, nvdr). Dat toont hoe groot het voordeel kan zijn wanneer atleten met een mannelijke ontwikkeling in een vrouwencategorie uitkomen.
Waarom zijn de voormalige Zuid-Afrikaanse halveafstandsloopster Caster Semenya en de Algerijnse boksster Imane Khelif voor u geen uitzonderingen?
Eeckelaerts: Dat zijn atleten met 5-alpha-reductasedeficiëntie. Zij maken wel degelijk een mannelijke puberteit door. Ze zijn dus biologisch mannelijk ontwikkeld en hebben ook de voordelen die daarbij horen. Het feit dat iemand bij de geboorte verkeerd geregistreerd werd omdat de genitaliën ambigu waren, verandert daar niets aan.
Het IOC laat uitzonderingen toe. Zijn die verdedigbaar?
Eeckelaerts: Ja, bij aandoeningen zoals complete androgeeninsensitiviteit, CAIS of het syndroom van Swyer, is er geen androgeniserende puberteit. Dan ontstaan die typische mannelijke voordelen niet.
Bij CAIS reageert het lichaam niet op testosteron. Bij Swyer ontwikkelt het lichaam ondanks een Y-chromosoom niet volgens het mannelijke patroon. Dat zijn extreem zeldzame gevallen.
Wat is volgens u de grote breuk met het IOC-beleid van 2021?
Eeckelaerts: In 2021 schoof het IOC de verantwoordelijkheid grotendeels door naar de sportfederaties. Het maakte zelf geen duidelijke keuze, en dat was laf. World Rugby, later gevolgd door World Athletics, deden dat wel: zij lieten alleen biologische vrouwen toe.
Het IOC-kader vertrok te veel van het idee dat toelating kon, tenzij er een sluitend bewijs van voordeel was. Daardoor ontstond er een grijze zone, met allerlei compromissen zoals testosteronsuppressie. Maar testosteron verlagen neemt die mannelijke voordelen niet weg.
Slechts één parameter schuift dan op richting de vrouwelijke range: de hematocrietwaarde. De rest, zoals kracht, niet. Dat is duidelijk aangetoond in een wetenschappelijk onderzoek, en dat is ook de referentietekst geworden voor de koerswijziging van het IOC.
Hoe betrouwbaar is die eenmalige SRY-screening?
Eeckelaerts: Het SRY-gen is niet de definitie van mannelijk geslacht, maar het correleert er bijna perfect mee. Daarom is het een bruikbaar screeningsinstrument. Het gaat om een objectieve test die meestal met een wanguitstrijkje kan worden afgenomen – of eventueel via een bloedstaal. Dat is snel, schaalbaar en weinig belastend.
Bovendien verandert je genoom niet, dus één test volstaat. En belangrijk: een positieve screening alleen volstaat niet om iemand uit de vrouwencategorie te weren. Daarna volgt uitgebreider biomedisch onderzoek.
Critici hebben ethische bezwaren tegen de SRY-screening en spreken over privacyproblemen.
Eeckelaerts: Ik vind de ingreep beperkt en niet buiten proportie. Een wattenstaafje langs de binnenkant van de wang is veel minder invasief dan een klassieke dopingcontrole, waarbij een official toekijkt terwijl een atleet in een potje plast. Natuurlijk is privacy belangrijk, maar wie aan topsport doet, aanvaardt controleprocedures.
Ziet u ook gevolgen voor de breedtesport?
Eeckelaerts: De IOC-regel geldt voor de topsport en voor de Olympische Jeugdspelen, niet voor de recreatiesport. In de topsport gaat het debat vooral over DSD-atleten. In de breedtesport gaat het vaker over transgender atleten, van wie het biologische geslacht meestal bekend is. Ik denk dat federaties door die nieuwe beleidslijn transgender atleten vlugger zullen weren.
Wat is uw mening daarover?
Eeckelaerts: Gemengde competities kunnen natuurlijk, maar dan moet dat vooraf duidelijk worden gecommuniceerd. Ook een exclusieve meisjescategorie moet volgens mij voorbehouden worden voor jongeren van het vrouwelijke geslacht.
De regering-De Wever-Rousseau begon met grote beloften. Ze zouden “werk meer doen lonen”, “de begroting op orde brengen” en “moedige hervormingen doorvoeren”. Iets meer dan een jaar later zit de regering vast. Op het vlak van begroting, koopkracht, pensioenen, energie, industrie, klimaat en internationaal beleid stapelen de tegenstellingen zich op.
Die tegenstellingen komen niet uit de lucht vallen. Ze tonen hoe een coalitie die de crisis wil afwentelen op de werkende bevolking, zich vastrijdt. Een coalitie die weigert te raken aan de privileges van de rijksten en tegelijk de deur wijd openzet voor militarisering. Het resultaat: een brede sociale beweging, groeiende onvrede bij de bevolking en een regering die steeds verder verdeeld raakt, steeds meer onder vuur ligt en steeds minder in staat is om te besturen.
De voorbije weken maakten dat nog eens duidelijk: de regering is verlamd, of wordt gewoon tot terugkrabbelen gedwongen. Het wetsontwerp — met onder meer een plafonnering van de index en hogere accijnzen op gas — werd uitgesteld. Ook de stemming over het wetsontwerp van de pensioenwet is verschoven. Het begrotingstekort loopt op. Onze energieafhankelijkheid neemt toe, zonder dat er structurele maatregelen komen om de prijzen duurzaam te drukken.
Een begrotingsimpasse die ze zelf hebben gecreëerd
De regering wilde sérieux uitstralen, maar wordt nu al ingehaald door de werkelijkheid. Het begrotingstekort ontspoort. Waarom? Omdat de regering blanco cheques uitschrijft voor nieuwe militaire uitgaven en cadeaus aan het kapitaal, zoals lagere sociale bijdragen.
Daar zit een fundamentele tegenstelling. Er zou geen geld zijn voor pensioenen, sociale zekerheid of de energietransitie — maar voor F-35’s worden wel miljarden gevonden.
En dat is niet alles. Tien jaar geleden gaven de N-VA en de MR een cadeau aan de grote bedrijven. Dat noemden ze de taxshift. Dat cadeau kost de sociale zekerheid elk jaar meer dan 8 miljard euro. Deze regering gaat verder op die weg door daar nog eens een extra jaarlijks cadeau van één miljard aan toe te voegen. Daarbovenop voegt ze nog de flexi-jobs en de vrijwillige overuren toe, waarop geen belastingen en (bijna) geen bijdragen voor de sociale zekerheid worden geheven.
Alsof dat nog niet genoeg is, weigert de regering bovendien koppig het grote Belgische taboe te doorbreken: de superrijken laten bijdragen.
Kortom, het ontsporende begrotingstekort is geen noodlot, maar een bewuste politieke keuze.
Antisociale hervormingen lopen vast bij gebrek aan draagvlak
De regering botst op een politieke realiteit: haar maatregelen missen draagvlak bij de bevolking. Ondanks toegevingen onder sociale druk raakt de pensioenhervorming niet vooruit.
Hetzelfde geldt voor het wetsontwerp met daarin de plafonnering van de index en de verhoging van de accijnzen op brandstof. Het uitstel is geen ongelukje, maar een teken dat de regering er niet in slaagt een nieuwe aanval op de koopkracht verkocht te krijgen, in het bijzonder in een context van stijgende energieprijzen.
Die maatregelen — mochten ze genomen worden — zijn niet alleen asociaal, maar ook economisch contraproductief: ze leggen de koopkracht van de mensen droog, en dus ook de vraag. Ze ontnemen de economie de zuurstof die ze nodig heeft. Ze zouden bovendien de economische crisis ook kunnen versterken.
De aanpak rond langdurig zieken valt onder dezelfde logica. Er wordt verstrengd, gesanctioneerd en met de vinger gewezen. Maar een samenleving genees je niet door zieken te bestraffen. Ook hier botst de beloofde efficiëntie op de realiteit: deze politiek pakt de echte oorzaken van de stijging van langdurige ziekte niet aan.
Een energiecrisis die verergert door het afbouwen van investeringen in klimaattransitie
Op energiegebied oogt de regering stuurloos. Sommige regeringspartijen vragen steunmaatregelen tegen de prijsstijgingen. Tegelijk willen ze belastingen en accijnzen verhogen, de index beperken en spelen sommige regeringsleden voor Trump door mee te stappen in een militarisering van internationale relaties — wat net instabiliteit en prijsstijgingen voedt.
Intussen schrapt de regering cruciale investeringen, in wat men het offshore windpark noemt. Dit gaat over een netwerk van reuzewindmolens in de Noordzee. Dit is het meest efficiënte op het vlak van energie. “Te duur”, klinkt het. Maar dat argument weegt licht tegenover de gevolgen van oorlog en onze afhankelijkheid van olie uit onder meer het Midden-Oosten. Resultaat: de regering zet een stap rond deze strategische hefboom, net op het moment dat bevoorradingszekerheid en publieke investeringen in schone energie versterkt moeten worden.
De tegenstelling is duidelijk: ze zeggen dat ze de industrie willen beschermen en de bevoorrading verzekeren, maar ze stellen essentiële investeringen uit. Ze spreken over onafhankelijkheid, terwijl de afhankelijkheid van het gas van Trump net toeneemt.
Een industrie in crisis, die vastzit in militarisering, onderinvestering en dure energie
De Belgische en de Europese industrie zitten in zwaar weer. In heel Europa verdwijnen elke maand duizenden jobs in de industrie.
Maar deze recepten — naast hun asociale en anti-klimaatkarakter — missen de kern van de zaak. Waar de industrie onder lijdt, zijn hoge energieprijzen, onderinvestering, technologische achterstand en het gebrek aan echte publieke planning.
De gevolgen van sancties op Russisch gas en olie, het afremmen van offshore wind en de afhankelijkheid van Amerikaanse en Midden-Oosterse energie keren als een boemerang terug in het gezicht van De Wever en co. Al hun praatjes over competitiviteit worden weggevaagd door exploderende energieprijzen.
De enige duidelijke koers die overblijft voor de industrie lijkt verdere militarisering van de economie. Ministers liepen zelfs te pronken op de wapenbeurs van Brussel. Maar ook dat biedt geen antwoord op sociale noden, de klimaattransitie of duurzame werkgelegenheid in de industrie. Zo’n model kan alleen blijven draaien in een context van oorlog — anders raken de afzetmarkten voor de wapenindustrie snel verzadigd. Maar zoals de oorlog tegen Iran laat zien: meer conflictoorlog staat gelijk aan energieprijzen die de pan uitswingen en toeleveringsketens die verstoord worden. Uiteindelijk zet dat net onze hele industrie onder druk.
Concreet maakt de regering budget vrij voor defensie, in plaats van te investeren in een ambitieus publiek programma rond energie, spoor, isolatie, groene staalproductie, klimaatneutrale chemie en toekomstgerichte technologie. Dat is sociaal onrechtvaardig, ecologisch onhoudbaar, gevaarlijk voor de economie en duwt ons richting een steeds onveiliger wereld.
Internationaal: een gevaarlijke vlucht vooruit in militarisering
Ook op internationaal vlak zijn de spanningen binnen de regering duidelijk zichtbaar. Sommigen willen België verder meesleuren in een oorlogslogica en een nauwere aansluiting bij Trump en de NAVO. Maar de meerderheid van de bevolking wil die oorlogspolitiek niet steunen, wat de druk op verschillende coalitiepartijen verhoogt.
In plaats van de Israëlisch-Amerikaanse aanval op Iran te veroordelen, zoals Spanje wel deed, kondigt de Belgische regering aan dat ze wil deelnemen aan een “coalition of the willing” om zogezegd de Straat van Hormuz te beveiligen.
Alsof we teruggekeerd zijn naar het koloniale tijdperk, waarin Europa militair zijn toegang tot grondstoffen veiligstelde. Maar die tijd ligt achter ons. Zulke missies zijn geen oplossing, maar een imperialistische politiek die juist meer instabiliteit en onveiligheid creëert.
Meer in het algemeen lost militarisering de crisissen van het hedendaagse kapitalisme niet op — ze verergert ze. Ze wakkert conflicten aan, jaagt speculatie op energie aan, leidt enorme middelen weg van sociale en klimaatnoden en duwt Europa in een strategische afhankelijkheid van de Verenigde Staten.
Een regering verlamd door groeiend sociaal verzet
Een cruciale factor achter de verlamming van de regering is het sociaal verzet. De betoging van 12 maart heeft indruk gemaakt. Na meer dan een jaar van acties verzwakt de beweging niet.
De onvrede groeit naarmate het echte beleid zichtbaarder wordt. Zo wordt de pensioenhervorming steeds beter begrepen — en daardoor ook breder afgewezen. De neerbuigende uitspraken van Jan Jambon over vrouwen hebben het ware karakter van die hervorming nog scherper blootgelegd en de verontwaardiging verder aangewakkerd.
Die druk van de sociale beweging werkt door in de publieke opinie en doet de regering twijfelen en terugkrabbelen. Ze weegt op Vooruit, CD&V en Les Engagés en maakt het politiek riskanter om beslissingen door te drukken. Dat verklaart waarom dossiers blijven aanslepen, worden uitgesteld of telkens opnieuw op de onderhandelingstafel belanden.
Met andere woorden: de regering zit niet alleen vast door haar eigen tegenstellingen, maar ook omdat ze tegenover zich een sterke, volgehouden sociale mobilisatie heeft, een kritische publieke opinie en een vastberaden oppositie.
Er is een alternatief
Deze regering zit vast omdat ze een systeem in crisis wil redden door net datgene te versterken wat de crisis heeft veroorzaakt: sociale besparingen, cadeaus aan het kapitaal, militarisering, gebrek aan planning en het weigeren om de rijksten te laten bijdragen.
Het kan anders:
De oorlogslogica afwijzen en bouwen aan een internationaal vredesfront, zoals Spanje en vele landen in het Globale Zuiden doen.
Massaal investeren in energietransitie en bevoorradingszekerheid.
De automatische indexering verdedigen in plaats van ze af te bouwen.
Echte loonstijgingen mogelijk maken om de vraag en de sociale zekerheid te versterken.
Overwinsten belasten, zeker die van degenen die profiteren van de oorlog.
En eindelijk het Belgische taboe doorbreken: de multimiljonairs laten bijdragen.
Deze maatregelen lossen de fundamentele tegenstellingen van het kapitalisme niet volledig op. Maar ze zouden wel ademruimte geven aan werkende bevolking, aan de industrie en aan het klimaat — en breken met de huidige logica: de crisis laten betalen door wie er geen verantwoordelijkheid voor draagt.
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz. Hierbij een kort overzicht.
• Werkloosheidsuitkeringen beperkt tot 2 jaar Werklozen die vanaf maart een uitkering aanvragen, zullen nog maximaal 2 jaar een volledige werkloosheidsuitkering kunnen krijgen. Daarnaast worden de inschakelingsuitkeringen (voor jonge schoolverlaters) beperkt tot maximaal een jaar. De volledige werkloosheidsuitkering bestaat uit een basisperiode van 12 maanden, aangevuld met een extra periode van maximaal nog eens 12 maanden, afhankelijk van het beroepsverleden. Concreet hebben mensen die de voorbije 3 jaar minstens een jaar gewerkt hebben, recht op 12 maanden uitkering. Elke extra gewerkte periode van 4 maanden geeft recht op een maand extra uitkering. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor werkzoekenden met een beschermingsuitkering, 55-plussers met meer dan 30 jaar beroepsverleden (dat evolueert naar 35 jaar in 2030), werklozen die voor eind 2025 met een opleiding zijn gestart voor een knelpuntberoep, of nog kunstwerkers en erkende havenarbeiders en zeevissers. Voor werkzoekenden die al een uitkering krijgen, zijn er overgangsmaatregelen waarbij het recht op uitkeringen wordt afgebouwd. De eerste groep – werklozen die al minstens 20 jaar volledig werkloos waren – verloor het recht op een uitkering begin dit jaar. Op 1 maart is een volgende groep aan de beurt: werkzoekenden die tijdens hun loopbaan tussen 8 en 20 jaar volledig werkloos zijn geweest. De komende maanden verliezen nog groepen werklozen hun uitkering.
• Eenmalige premie voor wie van job wil veranderen Vanaf 1 maart kunnen werknemers eenmalig aanspraak maken op een werkloosheidsuitkering als ze van job willen veranderen of zich willen omscholen. Dat kan met de zogenaamde trampolinepremie. Daarmee wil de federale regering een half jaar lang een vangnet bieden aan wie een uitweg zoekt naar een andere job of om burn-outs te vermijden. Werknemers die 10 jaar (3.120 arbeidsdagen of gelijkgestelde dagen) of langer gewerkt hebben en nood hebben aan een loopbaanswitch, kunnen eenmalig een beroep doen op de zogenaamde trampolinepremie. Als ze hun job opgeven, kunnen ze de premie aanvragen bij de overheid. Dan zien ze zes maanden lang het bedrag van de werkloosheidsuitkering op hun rekening verschijnen. De trampolinepremie is anders dan de gewone werkloosheidsuitkering. Op die laatste kan iemand enkel terugvallen als hij of zij onvrijwillig werkloos werd. Met de trampolinepremie wil de overheid mensen die vastzitten in hun job, de mogelijkheid geven om zelf op te stappen. Wie in de eerste 3 maanden van die periode aan een opleiding voor een knelpuntberoep begint en die met succes volbrengt, kan zelfs 6 maanden extra genieten van de premie. Toch kwam er al uit verschillende hoeken kritiek op de maatregel. Zo wees ACV al op enkele mogelijke valkuilen in de regelgeving. De vakbond vreest onder meer dat de maatregel misbruikt zal worden door mensen die de periode tot hun pensioen willen overbruggen of vakantie willen nemen. Ook werkgeversorganisatie Unizo deelt in die bezorgdheden.
• Hogere btw op overnachtingen en pesticiden De btw voor hotelovernachtingen of campingplaatsen verhoogt op 1 maart naar 12 procent. Die verhoging is een van de weinige die al doorgevoerd wordt nadat de federale regering eind vorig jaar, in het kader van de opmaak van de meerjarenbegroting, besliste de btw op een aantal goederen en diensten aan te passen. Voor pesticiden verhoogt de btw naar 21 procent. Na een erg kritisch advies van de Raad van State besliste de regering midden februari om de geplande btw-verhogingen op sport, cultuur en afhaalmaaltijden uit te stellen naar een nog onbepaalde datum. Behalve de btw op hotelovernachtingen en campingplaatsen gaat ook de verhoging van de btw op gewasbeschermingsmiddelen wel door. Voor die middelen gold lang een btw van 12 procent, maar die wordt naar 21 procent verhoogd. Voor meststoffen blijft de btw op 6 procent, maar voor de kleine minderheid aan meststoffen waaraan bijvoorbeeld een herbicide (zoals antimoswerking) is toegevoegd, wordt het btw-tarief naar 21 procent verhoogd.
• Nieuwe regels voor leefloon Vanaf 1 maart gelden nieuwe regels om te bepalen wie recht heeft op een leefloon. Om te berekenen of iemand al over voldoende bestaansmiddelen beschikt, moet vanaf dan ook rekening gehouden worden met de inkomens van iedereen die met de aanvrager onder hetzelfde dak woont. De OCMW’s kunnen om “billijkheidsredenen” nog van de nieuwe berekeningsmethode afwijken. Voor 1 maart moesten OCMW’s bij hun berekening enkel kijken naar de inkomsten van de aanvrager en zijn of haar partner. Vanaf 1 maart worden zij verplicht om ook de bestaansmiddelen van “meerderjarige onderhoudsplichtigen”, dat wil zeggen ouders, grootouders, kinderen, kleinkinderen enz., mee in rekening te brengen, als zij onder hetzelfde dak wonen. Ook het Groeipakket, de vroegere kinderbijslag, wordt voortaan mee in de weegschaal gelegd. Oordelen de centra dat die samengetelde middelen toereikend zijn, dan wordt het leefloon geweigerd. Het koninklijk besluit (KB) van minister van Maatschappelijke Integratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) laat nog een achterpoortje open. De OCMW’s mogen namelijk “wegens billijkheidsredenen” toch beslissen om bepaalde bestaansmiddelen buiten beschouwing te laten. Dat kan bijvoorbeeld wanneer een gezin kampt met hoge ziektekosten, een zware huurlast of andere kosten die niet vermeden kunnen worden. Als een OCMW beslist om op die manier af te wijken van de regels, moet het centrum dat “zeer goed feitelijk” kunnen motiveren, verduidelijkt het kabinet van Van Bossuyt. Daarnaast moet de gebruikte berekeningsmethode voorgelegd worden. Het gaat om een uitzondering die geval per geval zal worden beoordeeld
• ‘Mijn VerbouwPremie’ beperkt voor hogere inkomens Vanaf 1 maart zullen minder verbouwers een ‘Mijn VerbouwPremie’ kunnen krijgen. Mensen uit de hoogste inkomenscategorieën zullen alleen nog een premie kunnen bekomen voor een warmtepomp en een warmtepompboiler. De hoogste inkomenscategorieën gaan bijvoorbeeld vanaf een jaarinkomen van 43.240 euro voor een alleenstaande of 60.520 euro voor een gezin van twee personen. De premies die zij kunnen krijgen voor hun warmtepomp of warmtepompboiler, gaan in sommige gevallen ook omlaag. En ze zijn begrensd tot maximaal 20 of 25 procent van de totaalfactuur. Voor mensen die een lager inkomen hebben, verandert er niets. Behalve voor warmtepomp en warmtepompboiler kunnen zij premies krijgen voor werken aan onder meer ramen en deuren, dak-, vloer- en muurisolatie. Ook voor investeringen in niet-woongebouwen is er vanaf 1 maart geen Mijn VerbouwPremie meer.
• Verschillende verbouwingen aan woning vrijgesteld van vergunningsplicht Vanaf 1 maart is er voor een aantal verbouwingen aan de woning, zoals het plaatsen van deuren, ramen en binnenisolatie, niet langer een vergunning nodig. Daarnaast wordt de meldingsplicht afgeschaft. De meldingsplicht was in het verleden in het leven geroepen als slankere variant van een vergunning. Maar ze leidde in de praktijk “tot een grote dossierlast met een hoge foutenmarge”, aldus het kabinet. Voortaan heb je ofwel een vergunning nodig, ofwel niets. Enkel voor zorgwoningen blijft de melding behouden. De vergunningsplicht wordt ook voor meer ingrepen afgeschaft. Voor verbouwingen aan gevels en daken zonder volume-uitbreiding, inclusief het aanpassen en plaatsen van deuren en ramen, is geen vergunning meer nodig. Dat geldt ook voor alle binnenverbouwingen, het aanbrengen van binnenisolatie en de plaatsing van stekkerzonnepanelen. Landbouwers hebben geen vergunning meer nodig voor kleine schuilhokken, beperkte wateropslagplaatsen en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties. Ook kleine pocketvergisters – installaties die biomassa zoals mest omzetten in energie – hebben geen stedenbouwkundige vergunning meer nodig. Voor bedrijven, ten slotte, wordt voor binnenisolatie, handelingen aan gevels en daken, zonnepanelen en zonneboilers en alle binnenverbouwingen de vergunningsplicht afgeschaft.
Het ABVV, het ACV en het ACLVB organiseren in gemeenschappelijk vakbondsfront een nationale betoging in Brussel op donderdag 12 maart 2026. Er werd bovendien een stakingsaanzegging ingediend bij de NMBS voor een periode van 3 dagen: van zondag 8 maart 2026 (22 u) tot woensdag 11 maart 2026 (22 u). Het verkeer zal ernstig verstoord zijn. Op de wegen worden dan ook grote files verwacht. Wat moet je doen als je werknemers afwezig zijn of te laat aankomen? Moet je de ‘niet-gewerkte’ uren uitbetalen? Als gevolg van de interprofessionele betoging Neen, je moet aan de werknemers die aan de betoging deelnemen geen loon toekennen voor de ‘niet-gewerkte uren’. Bovendien kunnen de werknemers die te laat of niet op de plaats van het werk aankomen wegens hinder veroorzaakt door de betoging die vóór 12 maart 2026 werd aangekondigd, in principe, geen aanspraak maken op het loon voor de niet-gewerkte uren. Als die hinder vóór 12 maart wordt aangekondigd, zou de oorzaak van de vertraging of afwezigheid op het werk dus niet onverwacht zijn en vóór het vertrek van de werknemer liggen. Die zou bijgevolg de vereiste maatregelen hebben kunnen treffen om op tijd op het werk te geraken. Als gevolg van de staking bij de NMBS Normaal heeft je werknemer recht op zijn volledig dagloon als de volgende drie voorwaarden zijn vervuld:
op het ogenblik dat hij zich naar het werk begeeft, is hij geschikt om te werken;
begeeft zich normaal naar het werk maar komt met vertraging of niet op het werk aan;
de oorzaak van die vertraging of afwezigheid heeft zich voorgedaan op de weg naar het werk en ligt buiten zijn wil.
In principe is de patroon dus geen loon verschuldigd voor de niet-gewerkte uren van de werknemers die te laat of zelfs helemaal niet op het werk aankomen als gevolg van de staking van 8 maart (22 u.) tot 11 maart (22 u.).
De stakingsactie bij de NMBS werd immers enkele dagen geleden al aangekondigd en de media hebben daarover uitgebreid bericht. De oorzaak van de vertraging of afwezigheid op het werk (staking bij de NMBS) is dus niet onverwacht en ligt vóór het vertrek van je werknemer. Die had bijgevolg de vereiste maatregelen kunnen treffen om op tijd op het werk te geraken. Dat neemt niet weg dat het aangewezen is blijk te geven van ‘gezond verstand’ en zich begripvol op te stellen. Zelfs als de werknemer alle nodige maatregelen neemt (bv. vroeger vertrekken), is hij er nog niet altijd zeker van dat hij op tijd op het werk zal aankomen. Het kan ook dat de werknemer zich helemaal niet naar het werk kan begeven omdat hij onmogelijk zijn eigen wagen kan gebruiken, niet kan meerijden met een collega en ook niet te voet kan komen.
Ons advies Om latere betwistingen te voorkomen raden we de werkgevers aan om vooraf het voltallige personeel te verwittigen dat werknemers die op donderdag 12 maart deelnemen aan de betoging of het slachtoffer zijn van eventuele hinder die vóór 8 maart werd aangekondigd door de NMBS, in principe geen loon zullen krijgen voor de niet-gewerkte uren. Enige soepelheid is vereist.
Een werknemer die geen enkel loonverlies wil lijden kan, met onderling akkoord, een dag vakantie of inhaalrust nemen.
Als telewerk al van toepassing is in je onderneming, kan het een alternatief zijn tijdens de stakingsactie die de NMBS heeft aangekondigd voor werknemers die meestal met de trein naar het werk komen. De regels voor het toekennen van telewerkdagen die in je onderneming zijn vastgelegd, moeten uiteraard altijd worden nageleefd.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.