by admin | apr 6, 2026 | Economie
De hoeveelheid onbelaste rijkdom die de rijkste 0,1 procent in belastingparadijzen verbergt, overtreft het volledige vermogen van de armste helft ter wereld, dat bestaat uit 4,1 miljard mensen. Dat blijkt uit analyses van Oxfam. Dit onderstreept de noodzaak van internationale actie om extreme rijkdom te belasten en een einde te maken aan belastingparadijzen.
Het is vandaag, 2 april, precies tien jaar geleden dat de Panama Papers naar buiten waren gebracht, die op basis van miljoenen gelekte documenten onthulden hoe rijke personen en bedrijven constructies in belastingparadijzen gebruikten om vermogen te verbergen en belastingen te ontwijken. De huidige bevindingen van Oxfam tonen aan dat superrijken tien jaar later dit nog steeds volop doen.
“De Panama Papers onthulden een schaduwwereld waar de rijksten immense fortuinen stilletjes buiten het bereik van belastingen en toezicht verplaatsen. Tien jaar later sluizen de superrijken nog steeds gigantische rijkdom weg in offshore kluizen”, zegt Christian Hallum, belastingexpert bij Oxfam International.
Meer dan Franse bbp
Oxfam schat dat in 2024 3,55 biljoen dollar aan onbelaste rijkdom offshore werd gestald in belastingparadijzen en niet-gerapporteerde rekeningen. Dit bedrag is groter dan het bbp van Frankrijk en meer dan het dubbele van het gezamenlijke bbp van de 44 ‘minst ontwikkelde’ landen ter wereld.
De rijkste 0,1 procent bezit ongeveer 80 procent van alle onbelaste offshore rijkdom, ofwel zo’n 2,84 biljoen dollar. Binnen deze kleine groep bezit 0,01 procent, de ultrarijke top, ongeveer de helft daarvan. Dat komt neer op 1,77 biljoen dollar dat zij bezitten, zonder dat ze daar belasting over betalen.
“Dit gaat niet alleen over slimme boekhouding, het gaat over macht en straffeloosheid”, aldus Hallum. “Wanneer miljonairs en miljardairs biljoenen dollars wegstoppen in offshore belastingparadijzen, plaatsen ze zichzelf boven de verplichtingen die voor de rest van de samenleving gelden.”
Hallum: “De gevolgen zijn even voorspelbaar als verwoestend: onze openbare ziekenhuizen en scholen worden ondergefinancierd, onze sociale samenhang wordt ondermijnd door toenemende ongelijkheid, en gewone mensen moeten de kosten dragen van een systeem dat is ingericht om een kleine elite te verrijken.”
Hardnekkig hoog
Hoewel er vooruitgang is geboekt in het terugdringen van onbelaste offshore rijkdom, blijft het niveau hardnekkig hoog op ongeveer 3,2 procent van het mondiale bbp. Onderzoekers schrijven deze daling toe aan onder andere de invoering van de Automatische Uitwisseling van Informatie (AEOI) rond 2016. Maar de vooruitgang is zeer ongelijk verdeeld, doordat de meeste landen in het Globale Zuiden uitgesloten zijn van het AEOI-systeem, ondanks hun dringende behoefte aan belastinginkomsten.
Daarom roept Oxfam regeringen op om inclusieve samenwerking in de wereld te versterken om de superrijken te belasten en belastingparadijzen te beëindigen onder de aankomende VN-Conventie, de UN Tax Convention. Een recent onderzoek van het Oostenrijks Instituut voor Economisch Onderzoek bevestigde dat verschillende OESO‑landen miljarden euro’s kunnen terugwinnen door een nieuw internationaal belastingsysteem in te voeren, waarbij bedrijven hun winsten niet langer zomaar kunnen verplaatsen naar belastingparadijzen. Zo zou België jaarlijks tot 20 miljard euro extra kunnen innen.
Ook is het belangrijk dat regeringen belastingdiensten en financiële transparantie versterken, zodat overheden de middelen hebben om de rijkdom van de rijkste individuen te identificeren en te volgen. Dit kan onder meer via een wereldwijd vermogensregister.
Bovendien moeten regeringen ervoor zorgen dat de rijkste 1 procent aanzienlijk hogere belastingtarieven betaalt op zowel arbeids- als kapitaalinkomsten, met nog hogere tarieven voor multimiljonairs en miljardairs. Er moeten dus belastingen worden ingevoerd op extreme rijkdom op niveaus die voldoende zijn om ongelijkheid te verminderen.
bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 6, 2026 | Boeken
Wat als de grens van Europa niet alleen een lijn op de kaart is, maar ook een systeem dat mensenlevens tekent? In ‘Bel me als je daar bent’ reist migratie-expert Flor Didden langs de buitengrenzen van Europa en toont hij wat vaak schuilgaat achter beleidstaal, met schrijnende én hoopvolle verhalen.
Ooit al gehoord van ‘the life jacket graveyard?’ Neen? Zoek het op. Maar wees gewaarschuwd. Het beeld is niet fraai. En dat geldt voor veel beelden die Flor Didden schetst in dit boek. Zo belooft Linde Merckpoel, radiopresentatrice en verzorgster van Diddens voorwoord, me een boek dat noch wijst, noch roept, maar enkel laat zien.
En niets is minder waar. Het beeld van het kerkhof van reddingsvesten op Lesbos blijft hangen, niet alleen omdat het confronterend is, maar omdat het precies blootlegt waar dit boek over gaat: de grens is niet langer een abstractie. Ze is een plek waar “hoop en wanhoop elkaar dagelijks kruisen”, aldus Merckpoel.
Zo neemt Didden me de volle 233 pagina’s mee op een tijdreis die start in 2015, “het begin van een crisis die de Unie op haar fundamenten doet trillen”. Samen reizen we van Griekenland naar Tunesië en Libië, en van de Middellandse Zee naar Polen. Laat het ook net dit tienjarig, weinig te vieren, jubileum zijn dat de aanleiding vormt voor deze compacte reis langs Europa en zijn grenzen. De centrale vraag die boven het boek hangt, wordt al vroeg gesteld: ‘Hoeveel wreder kan dit nog worden?’
Migratie is normaal, ons beleid niet
Al snel in de inleiding van zijn boek toont Didden ons waar zijn boek op neer komt: migratie is normaal, ons beleid niet. Het doet me meteen denken aan de woorden van Antonio Guterres, voormalig Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen, die ik zelf ooit neerschreef in mijn dissertatie: ‘Migratie is een feit van het leven, het is eigenlijk even oud als het menselijk leven zelf.’
Zo stelt ook Wali, Diddens eerste personage, en een vrijwilliger die ’s nachts mensen op de vlucht helpt in Brussel, hetzelfde als Guterres. Zelfde boodschap, andere boodschapper. De één een helpende burger, de ander een beleidsmaker.
Dit toont meteen aan wat Didden de lezer doorheen zijn hele boek probeert duidelijk te maken: elk mens wordt goed geboren, maar door context en positie gevormd tot dragers van een totaal ander wereldbeeld. De gedachte daarachter is helder: er is dus ruimte voor verandering. Het drama zit niet in migratie zelf, maar in de manier waarop staten en instellingen ermee omgaan.
Het drama achter staten en instellingen is dan ook wat de auteur ons probeert te tonen. ‘Gruwel lezen in rapporten van Human Rights Watch is één, het horen vanuit de mond van iemand die het effectief heeft meegemaakt, is toch anders.’ Door de afwisseling van rapporten en cijfers over ‘de migratiecrisis’, met getuigenissen van mensen als Danusjka van de Poolse grensgroep, of David van Refugees in Libya, legt Didden op een krachtige manier de hiaten in een Europees beleid bloot.
Zo stelt de auteur dat ‘de angst voor migratie al jaren de achilleshiel is van de Europese Unie’. Ook hier dacht ik terug aan een speech die Von der Leyen gaf in 2023 in de Europese Commissie: ‘We hebben nood aan sterke grenzen, maar we dienen steeds onze waarden hoog te houden.’
Deze zin gebruikte ik zelf ooit in een paper, vol overtuiging en trots van onze Europese waarden. Twee jaar later slaagde Didden erin om in zijn boek Von der Leyens uitspraak, en bijgevolg mijn trots, onderuit te halen door bloot te leggen hoe zij in dezelfde periode openlijk steun gaf aan Polen. Een land bekend om zijn pushbacks en mensenrechtenschendingen.
Het is dan ook net deze tragiek die doorheen Diddens boek sluimert: Europa spreekt nog altijd de taal van mensenrechten, terwijl het aan zijn grenzen systematisch precies die waarden ondergraaft. Dat spanningsveld, tussen het Europa van de verdragen en het Europa van prikkeldraad, pushbacks en afschrikking, vormt de rode draad van het boek.
Zo stelt Didden dat er ‘weinig meer daadkracht uitstraalt dan ijzer, beton en prikkeldraad’. En als er dan toch een punt van kritiek geformuleerd moet worden, is het in deze passage. De auteur laat hier een kans liggen om te spreken over de peperdure muur tussen Marokko en Ceuta en Melilla, twee Spaanse enclaves op Marokkaans vasteland. Een muur die dient om migranten buiten te houden, én die bovendien betaald is door de Europese Unie. Ondanks de terechte schouderklop aan Spanje voor zijn huidige moedige open migratiebeleid, was dit gegeven wel een interessante kanttekening geweest.
Van Lesbos tot Libië: feiten, fabels, en fataal falen
Didden legt vervolgens uit waar de titel vandaan komt: ‘Bel me als je daar bent’, woorden die ouders tegen hun kinderen zeggen wanneer ze vertrekken, in de hoop dat er ergens veiligheid wacht. In die simpele zin zit heel de kwetsbaarheid van migratie vervat: vertrek is nooit alleen beweging, het is ook afscheid, angst en onzekerheid.
Nergens was deze angst en onzekerheid zo voelbaar als in Griekenland in 2015. Het is dan ook niet toevallig dat Didden in 2025 terugkeert naar Lesbos, de plek waar tien jaar eerder de ‘Europese vluchtelingencrisis’ startte. Terecht suggereert hij dat die term, ter wereld gebracht door de media, zelf al misleidend is. De crisis zat niet in de komst van mensen op de vlucht, maar in het onvermogen, of de onwil, van Europa om menswaardig te reageren.
De passages over Moria, het beruchte vluchtelingenkamp op Lesbos met mensonterende en ongezonde omstandigheden dat in brand werd gestoken, tonen dit maar al te pijnlijk aan. Zo toont het voorval zowel het institutioneel falen van opvangsystemen aan, als dat het fungeert als symbool voor de bredere migratiecrisis. Het wanbeheer van één crisis zal steeds leiden tot een andere.
Het boek wordt nog donkerder wanneer Didden de Europese deals met Libië en Tunesië fileert. Hier verdwijnt elk restje hypocrisie. Wie nog gelooft dat Europa “vuile handen” vermijdt door uitbesteding, wordt hier genadeloos wakker geschud. De samenwerking met Libische milities en de kennis over deportaties naar de woestijn in Tunesië tonen aan dat de EU niet alleen toekijkt, maar actief meewerkt aan systemen van geweld.
Een van de krachtigste inzichten in dit hoofdstuk komt van David van Refugees in Libya: ‘Het geweld zit in het systeem en de instituties, niet in de mensen zelf.’ Dat is een cruciale zin. Want Didden vervalt nergens in het gemakzuchtige frame van ‘goede burgers versus slechte grenswachters’. Integendeel, hij laat zien hoe gewone mensen, in gewone functies, meedraaien in een systeem dat moreel onhoudbaar is geworden.
Geen monsters, maar mensen in een monsterlijk systeem
Net dat maakt Bel me als je daar bent sterker dan veel opiniestukken over migratie. Het boek reduceert niemand tot karikatuur. Niet de mensen op de vlucht, maar ook niet de kustwachter, de politieagent of de ambtenaar.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit het hoofdstuk ‘Tinderdates met kustwachters’: mannen die geen sadistische stripfiguren zijn, maar zichzelf vaak zien als mensen die gewoon hun job doen, en daar een moreel verhaal rond bouwen waarin zij de helden zijn.
Dat is ongemakkelijk, maar net daarom belangrijk. Het kwaad is zelden spectaculair, vaak is het banaal, administratief en routinematig. Didden begrijpt dat. En hij begrijpt ook dat een systeem alleen kan blijven bestaan als voldoende mensen erin leren functioneren, zonder nog fundamentele vragen te stellen.
Van Moria tot Marrakech: hoe angst politiek wordt
Een van de meest interessante hoofdstukken gaat over de ‘Mars tegen Marrakech’ en de val van de regering-Michel. Hier verschuift het boek van de grens van Europa naar onze eigen achtertuin. En terecht: grensgeweld ontstaat namelijk niet alleen aan de rand van Europa.
Didden toont hoe het voormalig VN-Migratiepact, een in wezen gematigd kader, in België kon uitgroeien tot een symbooldossier dat doelbewust werd opgeblazen via desinformatie en politieke framing. Hierdoor zou een niet-bindend internationaal akkoord, waarin VN-lidstaten het idee hadden samen te werken om migratie veiliger, geordender en regulier te maken, nooit het licht te zien krijgen. De les is helder: migratieangst is zelden spontaan. Ze wordt georganiseerd, gevoed en electoraal uitgebuit.
Misschien is dat ook waarom desinformatie zo goed werkt: niet omdat mensen ‘dom’ zijn, maar omdat leugens vaak aansluiten bij een wereldbeeld dat al aanwezig is. De echte vraag is dus niet alleen waarom desinformatie aanslaat, maar welk onderliggend mens en wereldbeeld haar geloofwaardig maakt, én wie daar de macht over heeft?
Gelukkig is dit geen boek van louter wanhoop
Wat Bel me als je daar bent onderscheidt van pure aanklachtliteratuur, is dat het niet stopt bij ontmaskering. Didden zoekt ook naar alternatieven, naar mensen en plekken waar iets anders mogelijk blijkt. Dat maakt hoofdstukken over initiatieven als ‘duo for a Job’, de lokale solidariteit in Griekenland, of het dorp Camini in Italië zo belangrijk. Ze dienen niet als feelgood-intermezzo, maar als politiek bewijs: het kan anders.
Ook de analyse van de economische en demografische realiteit is relevant. In een vergrijzend continent is de migrant tegelijk ongewenst en onmisbaar. Of zoals het boek scherp samenvat: ‘de migrant is ongewenst tot blijkt dat hij onmisbaar is’. Dat is misschien wel een van de grootste voorbeelden van hypocrisie in het Europese debat: arbeidsmigratie wordt gretig benut zolang ze onzichtbaar, precair en rechteloos blijft.
Daarom is Diddens pleidooi voor legale en veilige migratieroutes geen naïeve droom, maar een nuchtere politieke conclusie. Wie migratie echt wil ‘beheersen’, moet net weg van de dodelijke logica van afschrikking en externalisering.
De façade barst
Het meest onthutsende aan Bel me als je daar bent is misschien niet dat het nieuwe feiten brengt, al doet het dat geregeld, maar wel dat het de morele structuur van het Europese migratiebeleid blootlegt. Europa presenteert zichzelf nog altijd als een ‘unie van waarden’, maar aan zijn grenzen gedraagt het zich steeds vaker als een fort dat rechten conditioneel maakt.
Didden laat zien hoe het asielrecht, opgebouwd in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog, vandaag stap voor stap wordt uitgehold. Niet met één grote klap, maar via noodmaatregelen, uitzonderingslogica, deals met derde landen en juridische rookgordijnen.
Dat maakt het boek bijzonder relevant in een tijd waarin grensbewaking almaar vaker als vanzelfsprekend wordt gepresenteerd, en we aan de vooravond staan van de inwerkingtreding van het ‘nieuwe’, maar vooral strengere Europese migratiepact. Want wat hier op het spel staat, is niet alleen migratiebeleid. Het gaat ook over de vraag wat Europa nog wil zijn. En misschien nog fundamenteler: wie wij bereid zijn als mens te blijven zien.
Een noodzakelijk boek, ook voor wie denkt het debat al te kennen
Flor Didden schreef geen neutraal boek, en gelukkig maar. Zijn kracht zit net in het combineren van politieke analyse, terreinreportage en menselijke verhalen. Daardoor is Bel me als je daar bent niet alleen een boek over migratie, maar ook over macht, morele verschuivingen en de sluipende normalisering van geweld.
Het is een boek dat kwaad maakt, en dat moet ook. Maar het laat tegelijk genoeg licht binnen om niet in fatalisme te eindigen. Dat maakt de slotvraag des te pijnlijker: komt er ooit een dag dat Europa zich niet langer hoeft te schamen voor zijn migratiebeleid?
Bel me als we daar zijn. Een mooie eindzin, zou ik zeggen.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 6, 2026 | Geen categorie
De meerderheid van de Vlamingen wil dat mensenrechten het uitgangspunt vormen van het migratiebeleid, terwijl dat nu duidelijk niet het geval is. Tegelijkertijd wil eveneens een meerderheid van de Vlamingen dat het migratiebeleid nog strenger wordt dan het nu al is. Hoe is het mogelijk dat de meerderheid van de bevolking er tegelijkertijd deze twee totaal tegengestelde opinies op nahoudt?
“De medewerkers van Fedasil zijn bij het agentschap aan de slag gegaan om mensen op te vangen, niet om hen op straat te zetten.” Dat schrijven maar liefst 480 medewerkers van Fedasil in een moedige open brief waarin ze aangeven niet medeplichtig te willen zijn aan het onmenselijke en onwettige beleid van minister van Migratie Anneleen Van Bossuyt.
Een progressief politicus met een klein beetje talent voor framing maakt hier zonder probleem een verhaal van over de opstand van het werkvolk voor de rechten van migranten. Om de framing wat aan te dikken zou de hypothetische progressieve politicus kunnen verwijzen naar een peiling waaruit blijkt dat de meerderheid van de Vlamingen wil dat het migratiebeleid gebaseerd wordt op mensenrechten, terwijl die nu geschonden worden.
Dezelfde dag als de open brief van de medewerkers van Fedasil kwam echter ook een andere peiling naar buiten. Een duidelijke meerderheid van de Vlamingen wil een strenger migratiebeleid, zo blijkt uit de recente enquête van tv-zender Play en onderzoeksbureau iVox. Oekraïners wil men nog wel graag opvangen, maar verder lijken de attitudes van de Vlaming ten opzichte van migratie toch eerder negatief.
Ik hoef in dit geval niet over hypothetische rechtse politici te spreken. Iedereen die het politieke debat in Vlaanderen ook maar half volgt weet dat politici van het Vlaams Belang hieraan meer dan genoeg hebben om hun framing op te leggen en dat talkshows zoals De Tafel Van Gert hier zonder probleem aan meewerken.
De relativiteit van peilingen
Hoe nu deze twee realiteiten met elkaar verzoenen?
Belangrijk om te beseffen is dat uitspraken over wat het volk of de Vlaming denkt altijd berusten op een constructie. “Het volk,” zo stelt de Atheense politicus Perikles het in de roman Alkibiades, “dat zijn soms net mensen.” Niet alleen zijn de meningen van de verschillende mensen die samen geacht worden het volk te vormen verdeeld. Ook de mening van elk individu op zich is altijd een constructie.
Een mening is namelijk niet zomaar iets wat je zomaar hebt en waar dan eenvoudigweg gepeild moet worden, alsof het om een bloedgroep gaat. Een mening is iets dat je moet vormen. Het liefst gebeurt het vormen van een mening op basis van feitenkennis, kritisch denken en meerstemmig debat, maar wanneer je mensen eenvoudige stellingen voorlegt, dan forceer je dat proces waarin de mening gevormd moet worden. Door middel van vraagstelling die nooit neutraal is, construeert een peiling wat het pretendeert te meten.
Vraag je mensen of ze vinden dat het migratiebeleid op mensenrechten gebaseerd moet zijn, dan zegt de meerderheid daarop ja. Maar de suggestie dat je bij migratiebeleid in de eerste plaats moet denken aan principes zoals mensenrechten, ligt reeds in de vraag besloten. Vraag je mensen of ze denken dat Vlaanderen vol zit, zoals in de meest recente peiling gebeurde, dan zegt eveneens de meerderheid ja. Maar ook hier ligt de suggestie dat migratie gezien kan worden als een bedreiging reeds in de vraag besloten.
Een zelfvervullende voorspelling
Betekent dit dat de resultaten van opiniepeilingen volledig waardeloos zijn? Neen, natuurlijk niet. Je kan allerhande nuances en kritische bedenkingen hebben bij de vraagstelling in de bevraging van iVox. Om de vaststelling dat er negatieve sentimenten over migratie in onze samenleving dominant zijn, kan je niet heen. Eerlijk gezegd was er ook geen peiling nodig om die vaststelling te maken. Het besef dat die sentimenten per definitie geconstrueerd zijn, is echter van essentieel belang om de vraag te beantwoorden wat nu met die vaststelling moet gebeuren.
Binnen progressieve politieke partijen zien we vaak twee antwoorden terugkomen. Het eerste antwoord is: luisteren naar wat gezien wordt als ‘de stem van het volk’. Als zoveel mensen negatief staan tegenover migratie en je wil als linkse partij verkiezingen winnen, dan moet je zelf ook meer kritische standpunten tegenover migratie innemen. Het tweede antwoord is een variatie op het eerste antwoord: zwijgen. Als zoveel mensen negatief staan tegenover migratie en je wil als linkse partij verkiezingen winnen zonder je principes volledig te verraden, dan moet je vooral over andere thema’s praten.
Het probleem met dit soort redeneringen is niet alleen dat ze voortvloeien uit een naïeve visie op wat een peiling is. Het probleem dat uit die naïeve visie volgt, is dat dit soort redeneringen werken als een zelfvervullende voorspelling. Des te meer progressieve partijen zwijgen over migratie of er zelf een meer negatieve houding over aannemen, des te meer zal de bevolking negatief gaan staan tegenover migratie. Op deze manier laat je namelijk het debat over dit thema volledig bepalen door extreemrechts.
Politieke verantwoordelijkheid
Politici en ook media hebben in dit tijdperk van oprukkend populisme de neiging om zich te verschuilen achter het volk. In plaats van het volk te informeren of openlijk te proberen te overtuigen van hun visie, wordt er gedaan alsof het volk slechts een spiegel wordt voorgehouden. “Dit is wat jullie willen.”
Het idee dat er een onbemiddelde toegang zou bestaan tot kennis over wat het volk echt wil, is in het beste geval een illusie. In veel gevallen is het manipulatie. “Je zegt dat je de wil van het volk verwoordt, terwijl je het volk op het idee brengt te willen wat jij wilt,” zo vat Ilja Leonard Pfeijffer het goed samen. Dat politici een leidende rol hebben in het vormen van de publieke opinie, is ook wetenschappelijk aangetoond door John Zaller in zijn studie The Nature and Origins of Mass Opinion en recenter door verschillende studies herbevestigd.
Met dat inzicht in het achterhoofd moet wie zich zorgen maakt over de opkomst van extreemrechts niet zwijgen over migratie en al helemaal niet de extreemrechtse retoriek gaan overnemen. Wat nodig is, is dat de hypothetische progressieve politicus die het verhaal brengt over de opstand van het werkvolk voor de rechten van de migranten ophoudt met hypothetisch te zijn. Als peilingen iets leren, is het vooral dit: het is mogelijk om voor bijna elk standpunt een meerderheid van het volk achter je te krijgen, als je het maar op de juiste manier kan voorstellen.
Als je het debat wil winnen, hoef je dus niet je antwoorden aan te passen. Het komt erop aan de vragen op de juiste manier te formuleren.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 6, 2026 | Sectoren
Het is een rode draad doorheen de pensioenplannen van minister Jambon: besparen op de gelijkgestelde periodes voor onvrijwillige inactiviteit. ABVV en ACV stappen naar de Raad van State om een eerste Koninklijk Besluit te laten vernietigen.
Dat Koninklijk Besluit (KB) grijpt immers retroactief in op loopbaanperiodes uit het verleden. Het is een stevige waarschuwing voor de minister, ook zijn andere pensioenplannen dreigen voor de rechtbank te stranden.
Rechtszekerheid
De grote pensioenhervormingswet moet nog groen licht krijgen van het parlement, maar ondertussen verscheen al een KB met één specifieke maatregel in het Belgisch Staatsblad. Het zogenaamde ‘KB Beperkt fictief loon’ voorziet een lagere pensioengelijkstelling voor het eerste jaar werkloosheid, deeltijds werk met inkomensgarantie-uitkering en sommige eindeloopbaanregelingen (waaronder medisch SWT of SWT na 20 jaar nachtarbeid). Het KB verscheen eind januari 2026 in het Staatsblad, maar de nieuwe regels gelden retroactief vanaf februari 2025.
Voor de vakbonden is dat een flagrante schending van het principe van rechtszekerheid. Werknemers zien plots hun pensioenbedrag dalen omdat minister Jambon de regels en cours de route wijzigt. ABVV en ACV vechten daarom de lagere gelijkstelling voor het eerste jaar werkloosheid, deeltijds werk met inkomensgarantie-uitkering en de SWT-stelsels zware beroepen en herstructureringen aan. De vakbonden achten het zeer waarschijnlijk dat de Raad van State de retroactieve maatregel zal vernietigen, een uitspraak valt te verwachten over uiterlijk 18 maanden.
Knoeiboel
Deze specifieke rechtszaak staat symbool voor de juridische knoeiboel die de ‘hervorming’-Jambon is. “Het is een zuivere pensioenbesparing die retroactief de spelregels herziet en daarbij bovendien vrouwen juridisch dreigt te discrimineren. De pensioenplannen, zoals die nu voorliggen, zijn dan ook absoluut vatbaar voor juridische betwisting”, stelt Raf De Weerdt (federaal secretaris ABVV). Ook de nieuwe definitie voor loopbaanjaar – de fameuze 156-dagenregel – geldt bijvoorbeeld retroactief en wordt quasi zonder overgangsperiode ingevoerd.
Deze pensioenplannen zijn een pure economische besparing, en dit ten koste van vrouwen en mensen die deeltijds werkten of onvolledige loopbanen hebben. Anne Léonard (nationaal secretaris ACV) wijst uitdrukkelijk op “de verarming die dreigt voor heel veel toekomstige gepensioneerden en roept op om de pensioenhervorming te herbekijken met oog voor de sociale gevolgen van onder meer de malus, werkvoorwaarden etc.”
Mocht de pensioenhervormingswet groen licht krijgen van het parlement, beraden de vakbonden zich over verdere juridische stappen. Midden-februari kregen de vakbonden al gelijk in een andere zaak over de gelijkgestelde periodes, waardoor onder meer legerdienst integraal gelijkgesteld blijft.
Bron: Dewereldmorgen.be
by admin | apr 6, 2026 | Sectoren
Na een procedureslag van maar liefst elf jaar geeft de hoogste rechtbank van het land vrachtwagenchauffeur Stefan Popescu voor eens en altijd gelijk. Transportbedrijf Essers maakte zich schuldig aan sociale uitbuiting. ‘Ze hebben alles geprobeerd om me klein te krijgen.’
In 2011 kwam Stefan Popescu van Roemenië naar België voor een baan als vrachtwagenchauffeur. Bij het Limburgse transportbedrijf Essers zou hij flink meer verdienen dan in zijn thuisland. Wist hij veel dat hij niet eens het Belgische minimumloon verdiende, laat staan dat hij grotendeels in het zwart werd uitbetaald.
Het werd het begin van een rechtszaak die meer dan een decennium overspande en Popescu van de rechtbank in Roemenië tot het Belgische Hof van Cassatie bracht. Dat stelde hem onlangs definitief in het gelijk.
Een mirakel
“Het was al een mirakel dat de rechter in Roemenië me gelijk gaf en doorverwees naar een Belgische rechtbank”, zegt hij. “Zeker gezien de corruptie.”
In 2023 oordeelde het Belgische Arbeidshof uiteindelijk dat Essers zich schuldig maakte aan sociale uitbuiting. Dat oordeel houdt nu stand voor het Hof van Cassatie. Essers had een Belgisch loon moeten uitbetalen.
“Naast een soort onkostenvergoeding voor werken in het buitenland, die Essers niet correct aangaf, kreeg ik een Roemeens minimumloon van zo’n 200 euro”, legt Popescu uit. “Toen ik begreep dat mijn loon niet correct was, maakte ik een berekening en vroeg ik om me te betalen wat ze me verschuldigd waren. Op een legale en fiscaal correcte manier. Daarmee was de zaak afgehandeld geweest voor mij, maar van de ene op de andere dag was ik bedrijfsvijand nummer één.”
Je werkte bovendien niet alleen als vrachtwagenchauffeur, maar ook als persoonlijke chauffeur van toenmalig voorzitter Noël Essers.
“Soms moest ik hem naar een feest brengen of van de luchthaven oppikken. Ik was jong, hielp graag, en stond er niet bij stil dat dit een vorm van uitbuiting was. Want ik kreeg er niets extra voor. Ik leerde hem en zijn dochters kennen, hij kende mijn familie. We spraken met elkaar op personeelsbarbecues.”
“Het stelt me teleur dat Noël Essers nooit op mijn klacht heeft gereageerd. Nochtans heb ik hem persoonlijk aangeschreven. Mijn vader is een orthodox priester, mijn moeder leerkracht. Zelf ben ik naar het theologisch seminarie gegaan. Waar ik vandaan kom, is het belangrijk om respectvol te blijven. Voor Essers telt alleen het geld. Maar ik koester geen wrok. Als ik hem zie, zou ik hem opnieuw de hand schudden.”
Essers stuurde je daarop naar zijn Roemeense afdeling, aan een absoluut minimumloon.
“Waarop ik naar de rechtbank ben gegaan, en me met andere chauffeurs verenigde in een vakbond. Wanneer dat uitkwam, hebben ze me in Roemenië ontslagen onder valse voorwendselen. Ik kon nergens meer aan de slag. Dat onrechtmatig ontslag heeft de rechter later weliswaar teruggedraaid, maar het was duidelijk dat ze achter me aan kwamen.”
Een voorbeeld
In Roemenië kreeg je zelfs de fiscus op je dak.
“Mijn bankrekening werd geblokkeerd en de gerechtsdeurwaarder vorderde mijn woning in Roemenië op. Die rechtszaak loopt nog. Desnoods ga ik naar het Europees Hof van Justitie.”
“Je moet goed begrijpen dat Essers in Oradea (Roemeense stad nabij de grens met Hongarije, red.) een machtige en invloedrijke speler is. Ik heb geen zwart-op-wit bewijs dat Essers de fiscus eigenhandig op me afgestuurd heeft, maar die kwam niet uit het niets. De bedoeling is om me stil te krijgen en onze vakbond te sluiten. Dat toont hoeveel schrik Essers heeft dat iemand hun systeem doorprikt.”
Wat maakte dat je doorzette?
“Ik ben niemand. Ik ben een Roemeense nummerplaat die je kunt vertrappelen. Als ik mijn zaak uiteenzet, kan een kind zien wie in fout is. Toch duurde het elf jaar. Het verschil tussen mensen zoals ik en een multinational is gigantisch. Ik heb geen kapitaal zoals Essers en moest hard werken om door te gaan. Ik heb gezien hoe de advocaten van Essers zich gedragen als hyena’s. Maar nu ben ik blij dat ik volgehouden heb, dankzij de hulp van mijn advocaten en ACV-Transcom en dankzij God. Dat maakt deze overwinning een mirakel.”
“Het ging mij nooit om het geld. De kosten die Essers aan advocaten en juridische bijstand betaald heeft, zijn een veelvoud van wat ze mij verschuldigd zijn. Weet je wat mijn frustratie is? De uitkomst van deze rechtszaak is dat Essers mijn achterstallig loon moet betalen. Maar daarnaast zijn er geen juridische gevolgen voor hen. Zo kunnen ze ongestraft doorgaan.”
“Al hoop ik dat dit een voorbeeld stelt en anderen inspireert. Alleen al bij Essers werken honderden chauffeurs in dezelfde situatie als ik. Dit gaat om rechtvaardigheid. Kijk naar al die Litouwse nummerplaten (wijst naar de vrachtwagenparking). Dat zijn geen Litouwse chauffeurs, maar mensen van over de hele wereld die uitgebuit worden. Iedereen weet dat. Dat moet veranderen.”
Dit artikel verscheen eerder bij Visie.
Bron: DWM