De meerderheid van de Vlamingen wil dat mensenrechten het uitgangspunt vormen van het migratiebeleid, terwijl dat nu duidelijk niet het geval is. Tegelijkertijd wil eveneens een meerderheid van de Vlamingen dat het migratiebeleid nog strenger wordt dan het nu al is. Hoe is het mogelijk dat de meerderheid van de bevolking er tegelijkertijd deze twee totaal tegengestelde opinies op nahoudt?
“De medewerkers van Fedasil zijn bij het agentschap aan de slag gegaan om mensen op te vangen, niet om hen op straat te zetten.” Dat schrijven maar liefst 480 medewerkers van Fedasil in een moedige open brief waarin ze aangeven niet medeplichtig te willen zijn aan het onmenselijke en onwettige beleid van minister van Migratie Anneleen Van Bossuyt.
Een progressief politicus met een klein beetje talent voor framing maakt hier zonder probleem een verhaal van over de opstand van het werkvolk voor de rechten van migranten. Om de framing wat aan te dikken zou de hypothetische progressieve politicus kunnen verwijzen naar een peiling waaruit blijkt dat de meerderheid van de Vlamingen wil dat het migratiebeleid gebaseerd wordt op mensenrechten, terwijl die nu geschonden worden.
Dezelfde dag als de open brief van de medewerkers van Fedasil kwam echter ook een andere peiling naar buiten. Een duidelijke meerderheid van de Vlamingen wil een strenger migratiebeleid, zo blijkt uit de recente enquête van tv-zender Play en onderzoeksbureau iVox. Oekraïners wil men nog wel graag opvangen, maar verder lijken de attitudes van de Vlaming ten opzichte van migratie toch eerder negatief.
Ik hoef in dit geval niet over hypothetische rechtse politici te spreken. Iedereen die het politieke debat in Vlaanderen ook maar half volgt weet dat politici van het Vlaams Belang hieraan meer dan genoeg hebben om hun framing op te leggen en dat talkshows zoals De Tafel Van Gert hier zonder probleem aan meewerken.
De relativiteit van peilingen
Hoe nu deze twee realiteiten met elkaar verzoenen?
Belangrijk om te beseffen is dat uitspraken over wat het volk of de Vlaming denkt altijd berusten op een constructie. “Het volk,” zo stelt de Atheense politicus Perikles het in de roman Alkibiades, “dat zijn soms net mensen.” Niet alleen zijn de meningen van de verschillende mensen die samen geacht worden het volk te vormen verdeeld. Ook de mening van elk individu op zich is altijd een constructie.
Een mening is namelijk niet zomaar iets wat je zomaar hebt en waar dan eenvoudigweg gepeild moet worden, alsof het om een bloedgroep gaat. Een mening is iets dat je moet vormen. Het liefst gebeurt het vormen van een mening op basis van feitenkennis, kritisch denken en meerstemmig debat, maar wanneer je mensen eenvoudige stellingen voorlegt, dan forceer je dat proces waarin de mening gevormd moet worden. Door middel van vraagstelling die nooit neutraal is, construeert een peiling wat het pretendeert te meten.
Vraag je mensen of ze vinden dat het migratiebeleid op mensenrechten gebaseerd moet zijn, dan zegt de meerderheid daarop ja. Maar de suggestie dat je bij migratiebeleid in de eerste plaats moet denken aan principes zoals mensenrechten, ligt reeds in de vraag besloten. Vraag je mensen of ze denken dat Vlaanderen vol zit, zoals in de meest recente peiling gebeurde, dan zegt eveneens de meerderheid ja. Maar ook hier ligt de suggestie dat migratie gezien kan worden als een bedreiging reeds in de vraag besloten.
Een zelfvervullende voorspelling
Betekent dit dat de resultaten van opiniepeilingen volledig waardeloos zijn? Neen, natuurlijk niet. Je kan allerhande nuances en kritische bedenkingen hebben bij de vraagstelling in de bevraging van iVox. Om de vaststelling dat er negatieve sentimenten over migratie in onze samenleving dominant zijn, kan je niet heen. Eerlijk gezegd was er ook geen peiling nodig om die vaststelling te maken. Het besef dat die sentimenten per definitie geconstrueerd zijn, is echter van essentieel belang om de vraag te beantwoorden wat nu met die vaststelling moet gebeuren.
Binnen progressieve politieke partijen zien we vaak twee antwoorden terugkomen. Het eerste antwoord is: luisteren naar wat gezien wordt als ‘de stem van het volk’. Als zoveel mensen negatief staan tegenover migratie en je wil als linkse partij verkiezingen winnen, dan moet je zelf ook meer kritische standpunten tegenover migratie innemen. Het tweede antwoord is een variatie op het eerste antwoord: zwijgen. Als zoveel mensen negatief staan tegenover migratie en je wil als linkse partij verkiezingen winnen zonder je principes volledig te verraden, dan moet je vooral over andere thema’s praten.
Het probleem met dit soort redeneringen is niet alleen dat ze voortvloeien uit een naïeve visie op wat een peiling is. Het probleem dat uit die naïeve visie volgt, is dat dit soort redeneringen werken als een zelfvervullende voorspelling. Des te meer progressieve partijen zwijgen over migratie of er zelf een meer negatieve houding over aannemen, des te meer zal de bevolking negatief gaan staan tegenover migratie. Op deze manier laat je namelijk het debat over dit thema volledig bepalen door extreemrechts.
Politieke verantwoordelijkheid
Politici en ook media hebben in dit tijdperk van oprukkend populisme de neiging om zich te verschuilen achter het volk. In plaats van het volk te informeren of openlijk te proberen te overtuigen van hun visie, wordt er gedaan alsof het volk slechts een spiegel wordt voorgehouden. “Dit is wat jullie willen.”
Het idee dat er een onbemiddelde toegang zou bestaan tot kennis over wat het volk echt wil, is in het beste geval een illusie. In veel gevallen is het manipulatie. “Je zegt dat je de wil van het volk verwoordt, terwijl je het volk op het idee brengt te willen wat jij wilt,” zo vat Ilja Leonard Pfeijffer het goed samen. Dat politici een leidende rol hebben in het vormen van de publieke opinie, is ook wetenschappelijk aangetoond door John Zaller in zijn studie The Nature and Origins of Mass Opinion en recenter door verschillende studies herbevestigd.
Met dat inzicht in het achterhoofd moet wie zich zorgen maakt over de opkomst van extreemrechts niet zwijgen over migratie en al helemaal niet de extreemrechtse retoriek gaan overnemen. Wat nodig is, is dat de hypothetische progressieve politicus die het verhaal brengt over de opstand van het werkvolk voor de rechten van de migranten ophoudt met hypothetisch te zijn. Als peilingen iets leren, is het vooral dit: het is mogelijk om voor bijna elk standpunt een meerderheid van het volk achter je te krijgen, als je het maar op de juiste manier kan voorstellen.
Als je het debat wil winnen, hoef je dus niet je antwoorden aan te passen. Het komt erop aan de vragen op de juiste manier te formuleren.
Bron: dewereldmorgen.be
