by admin | apr 6, 2026 | Economie
Over bedelaars doen heel wat clichés de ronde: ze zijn lui, geven al hun geld uit aan alcohol of werken in opdracht van een criminele bende. Maar nieuw onderzoek geeft toch een ander beeld. “Voor het grootste deel gebruiken bedelaars het geld voor zaken waarvoor wij het ook zouden gebruiken: om te leven”, zeggen de Vlaamse onderzoekers.
Wie regelmatig door de straten van Brussel of een andere grootstad loopt, weet dat er heel wat bedelaars actief zijn. Je passeert ze misschien zelfs dagelijks. Toch tasten veel passanten in het duister over hun leefwereld.
“Ook sociaal werkers weten niet altijd hoe ze moeten omgaan met mensen die bedelen”, zegt Harm Deleu, onderzoeker aan de Odisee-hogeschool. Samen met Mieke Schrooten en Pascal Debruyne voerde hij 4 jaar lang onderzoek naar bedelaars in Brussel. Ze spraken met bedelaars zelf, maar ook met professionals die in contact komen met bedelaars, zoals politieagenten en zorgverleners.
“Wie zijn die mensen? Waarom bedelen ze? En wat doen ze met het geld dat ze verzamelen? Dat wilden we graag te weten komen. “Hun bevindingen zijn gebundeld in het boek ‘Zichtbaar onzichtbaar’. In ‘Het uur van de waarheid’ op Radio 1 buigt Deleu zich alvast over de meest hardnekkige clichés over bedelen.
1 Bedelaars werken in opdracht van een criminele bende
Dat bedelaars niet echt behoeftig zijn en ’s avonds gewoon worden opgepikt met een BMW of andere luxeauto is een hardnekkige mythe.
“Ook op sociale media zie ik vaak dat soort opmerkingen circuleren”, zegt Deleu. Maar volgens de politie is er geen enkel bewijs dat bedelaars structureel worden ingezet door georganiseerde criminele bendes
“Wat wel soms het geval is, is dat het bedelen gebeurt in familieverband. Familieleden bedelen soms in dezelfde zone op verschillende plekken. Ik denk dat dat deels het misverstand kan verklaren, omdat mensen op een bepaald moment ook samenkomen.”
2 Ze verdienen bakken geld
“De bedragen die vaak terugkwamen, liggen rond de 15 à 20 euro per dag”, weet Deleu. “Daar spring je niet ver mee. Dat verklaart ook waarom bedelen voor criminele bendes niet aantrekkelijk is: de inkomsten zijn vrij beperkt.”
Al verschilt dat bedrag wel nog per profiel. “Sommige mensen krijgen sneller geld. Ze zien er sympathieker uit, wekken meer medeleven op of zitten misschien ook op de goede locatie op het juiste moment. Dan kunnen daginkomsten wat hoger liggen, richting de 30 of 40 euro, maar al bij al blijven dat beperkte bedragen.”
3 Bedelaars in Brussel zijn vooral afkomstig uit de Roma-gemeenschap
“Er is een grote diversiteit onder de mensen die bedelen in Brussel”, zegt Deleu. Het gaat om families uit Roemenië, maar ook andere Europese landen of leden van de Roma-gemeenschap zijn vertegenwoordigd. Binnen die groepen zijn er ook grote verschillen, benadrukt hij.
“Roemenen zijn bijvoorbeeld wel aanwezig in de populatie die bedelt, maar als je kijkt naar hoe ze leven, is dat heel verschillend. Soms gaat het over mensen die al jarenlang in België wonen, in een appartement leven, met kinderen die naar school gaan en een vrij gestructureerd leven hebben, maar bedelen nodig hebben om hun inkomsten aan te vullen.”
4 Mensen die bedelen zijn lui en willen niet werken…
“Het is zo dat mensen die bedelen dat vaak als hun werk beschouwen. Die gaan niet louter passief wachten, maar gaan ook in interactie met mensen. Ze bedanken ze, geven ze eventueel een goed gevoel…”
Maar daarnaast zijn er volgens Deleu ook mensen die het bedelen als een ‘aanvullende job’ zien. “Vaak doen ze al iets in het informele circuit. Zo zijn er mensen die ramen wassen bij lokale handelaars of op markten goederen in- en uitladen. Waar er handen nodig zijn, staan ze klaar om in te springen in ruil voor kleingeld.”
5 … terwijl ze heel makkelijk een ‘echte’ job zouden kunnen krijgen
Onder de bedelaars in Brussel zijn er ook heel wat EU-burgers: Belgen, maar ook Fransen en Italianen, Roemenen, Polen en Bulgaren. “Je denkt dat er zoiets is als vrij verkeer van personen. Er zijn legale wegen om naar België of andere EU-landen te gaan en je daar te installeren en te werken, maar toch loopt dat op allerlei manieren fout.”
“Ze komen in informeel werk terecht, in deels aangegeven werk of in seizoensarbeid zoals appels plukken. Als het werk wegvalt, is er weinig bescherming voor hen. Ze hebben bijvoorbeeld niet genoeg dagen gewerkt om een beroep te doen op sociale zekerheid. Of niet al het werk dat ze gedaan hebben is aangegeven.”
“Daardoor komen veel mensen in een negatieve spiraal terecht. Ze kunnen geen beroep doen op de verzorgingsstaat zoals wij dat kunnen.”
6 Mensen bedelen vaak om een alcohol- of drugsverslaving te financieren
Uit gesprekken met straatbewoners blijkt dat verslaving zeker voorkomt. “Maar de vraag is soms: wat was er eerst, de kip of het ei?” Het harde straatleven kan verslavingen in de hand werken. Dat willen mensen die geld geven, niet aanmoedigen.
In bepaalde groepen bedelaars komt het meer voor dan in andere, benadrukt Deleu. “Bijvoorbeeld bij de Roma en Roemenen staat verslaving helemaal niet op de voorgrond. Het is in de eerste plaats om te overleven, om geld te verzamelen om familie in het thuisland naar school te sturen of om eventueel kleine werkjes aan het huis te doen.”
“Voor het grootste deel gebruiken bedelaars het geld waarvoor wij het ook zouden gebruiken: om te leven.” Maar ook zij die geld uitgeven aan bier of andere middelen, hebben eten, water en een slaapplek nodig. “Het geld gaat dus niet enkel naar de verslaving.”
7 Bedelen is verboden
“We zien dat lokale overheden soms zoeken naar manieren om bedelen te beteugelen, maar dat botst vaak met andere rechtsbronnen, zoals de Europese wetgeving”, zegt Deleu. “Eigenlijk mag je bedelen.”
“Het agressief bedelen, het aanklampen of misbruik maken van mensen, mag niet. Daar zijn regels rond. Bedelen an sich mag, als iemand op een niet-agressieve manier om geld vraagt om tegemoet te komen aan zijn noden.”
Bron: vrt.nws
by admin | apr 6, 2026 | Antipestteam
Geachte heer Colruyt, beste Jef,
Ik wil u van harte danken voor uw nieuwste initiatief: het aanbod van een noodvoedingspakket waarmee een mens in deze kwade tijden in geval van malheur 24 uren zou moeten kunnen overleven. Uw pakket bevat alles wat een geteisterde nodig heeft: een ontbijt, twee maaltijden en zelfs de nodige snoep. Waarom een mens elke dag een nieuwe lepel nodig heeft, begrijp ik niet meteen. En verder ga ik ervan uit dat de meegeleverde papieren zakdoeken ook als toiletpapier gebruikt zullen worden. Maar over details wil ik niet vallen. Meer dan een detail is echter de prijs: 29,99 euro! En dat bij de goedkoopste van alle supermarkten!
Meneer Colruyt, met het regime dat mijn schuldbemiddelaar mij oplegt, ontvang ik elke week exact 50 euro waarmee ik niet alleen voeding, maar ook zeep, het wassalon, kleren, schoenen, sigaretten en horecaverbruik moet bekostigen. Gelukkig zijn er nu uw pakketten die duidelijk maken wat ik allang vermoedde: om te overleven moet een mens elke dag over minimum 29,99 euro beschikken.
Zou u hierover een open brief aan Vandenbroucke Frank, onze minister van armoede, kunnen schrijven? Indien u erin slaagt om op die manier alle schuldbemiddelaars te lande de arm om te wringen, loop ik direct naar uw winkel om er een noodvoedingspakket te gaan kopen.
Mogelijk kan u uw omzet nog verder verhogen door ook een open brief aan Francken Theo, onze minister van oorlog, te schrijven. Misschien kan hij zijn door president Trump opgeblazen defensiebudget aanspreken om alle Belgen een gratis Colruytpakket te bezorgen. Een van zijn voorgangers slaagde erin om alle Belgen een milieubox cadeau te doen, waarom dan geen noodratsoen?
U nog veel succes toewensend met uw winkel, groet ik u met de meeste Hoogachting,
De Meester Frederik,
genoegzaam gekend als Dikke Freddy.
Bron: sociaal.net
by admin | apr 6, 2026 | Economie
De huidige discussie over pensioenhervormingen vertrekt vanuit een voltijdse, ononderbroken loopbaan als norm. Wie langer werkt, meer bijdraagt en minder onderbrekingen kent, bouwt een beter pensioen op. Op papier klinkt dat logisch. In de realiteit van vele gezinnen met kinderen met zorgnoden is het dat allerminst, vindt Ad De Vrieze van netwerkorganisatie Cliëntenforum.
Wie neemt de zorg op?
Voor heel wat ouders – in het bijzonder ouders van kinderen met een handicap, chronische ziekte of complexe zorgnoden – is voltijds werken geen vrije keuze, maar eenvoudigweg geen haalbare optie. Zij nemen een groot deel van de zorg zelf op, niet omdat ze dat noodzakelijk zo willen, maar omdat er vaak geen alternatief is. Wachtlijsten in de zorg zijn structureel, personeelstekorten hardnekkig en ondersteuning lang niet altijd beschikbaar of flexibel genoeg om te combineren met betaalde arbeid.
Wie in die context zegt: “ga dan voltijds werken”, stelt meteen een tweede, zelden beantwoorde vraag: “wie neemt de zorg dan over?” Vandaag is het antwoord pijnlijk duidelijk: vaak niemand.
Die realiteit wordt nog scherper wanneer we kijken over de grenzen van één beleidsdomein heen. Ouders zien hoe kinderen noodgedwongen (deeltijds) thuis zitten door plaatsgebrek in het buitengewoon onderwijs of door schooluitval zonder passend alternatief.
Ze krijgen soms de erkenning dat de zorgnood hoog is — via een goedgekeurd persoonlijk assistentiebudget of bij meerderjarige kinderen een persoonsvolgend budget — maar moeten vervolgens jaren wachten voor dat budget effectief beschikbaar is, vaak zonder retroactieve ondersteuning. Ondertussen blijven wachtlijsten bij thuisbegeleidingsdiensten, multifunctionele centra en andere ondersteuningsvormen oplopen. De zorg is erkend, maar niet gedeeld.
Loopbaankeuze is gevolg van tekorten
In die context dreigen pensioenhervormingen die vertrekken vanuit het ideaalbeeld van een lineaire loopbaan deze ouders extra te benadelen. Onderbroken carrières, deeltijds werk of periodes van zorgverlof worden gezien als afwijkingen, als individuele keuzes met individuele gevolgen. Het ideaalbeeld miskent dat deze loopbanen niet het gevolg zijn van voorkeur, maar van structurele tekorten in zorg, onderwijs en ondersteuning.
Daarbij komt dat veel zorgouders naast uitvoerder van zorg ook een rol opnemen als ‘zorgmanager’. Zij plannen en coördineren therapieën, doktersafspraken en multidisciplinair overleg, stemmen af met scholen en hulpverleners en navigeren door complexe administratieve systemen. Die continue organisatie vergt tijd, flexibiliteit en mentale ruimte. Het is een bijkomende reden waarom een voltijdse job voor veel zorgouders geen realistische optie is.
Dubbele bestraffing
Zorg opnemen is dan ook geen privékwestie. Ouders die dag in dag uit zorgen voor hun kind, ontlasten niet alleen de zorgsector, maar maken ook inclusie, continuïteit en menswaardige ondersteuning mogelijk. Wanneer de overheid erkent dat er nood is aan assistentie, maar de effectieve ondersteuning uitblijft, worden ouders gedwongen die kloof zelf op te vullen. Vaak gaat dat ten koste van betaalde arbeid. Als diezelfde ouders vervolgens ook in hun pensioen worden afgestraft, ontstaat een dubbele bestraffing van maatschappelijke inzet.
Vanuit het Cliëntenforum maken we ons dan ook zorgen over deze blinde vlek. Een pensioenhervorming kan alleen rechtvaardig zijn als ze gedragen wordt over beleidsdomeinen heen. Zolang zorg, onderwijs en welzijn geen bijkomende garanties bieden dat zorg effectief gedeeld kan worden, blijft de oproep tot ‘langer en voltijds werken’ voor veel ouders leeg. Pas wanneer ondersteuning tijdig, toegankelijk en combineerbaar is, kan een ruimere loopbaan voor sommige ouders misschien wél een piste worden.
Pensioenhervormingen mogen geen bijkomende ongelijkheid creëren tussen wie zorg kan uitbesteden en wie dat niet kan, tussen wie een standaardloopbaan kan uitbouwen en wie structureel zorg draagt voor anderen. Zeker in een samenleving die steeds meer inzet op informele zorg en mantelzorg, is het tegenstrijdig om diezelfde zorg achteraf financieel te bestraffen.
Signalen van ouders
Een toekomstgericht pensioenbeleid vertrekt niet alleen van economische houdbaarheid, maar ook van sociale rechtvaardigheid. Dat vraagt dat zorg — ook informele zorg — zichtbaar wordt gemaakt, erkend en meegewogen. Niet als gunst, maar als structureel uitgangspunt.
Die expertise bestaat. Cliëntenorganisaties brengen al jaren signalen samen van ouders van kinderen met extra zorgnoden die vastlopen tussen werk, zorg en inkomen. Zij zien waar systemen wringen, waar beleid onbedoelde effecten heeft en waar bijsturing noodzakelijk is. Hun inzichten verdienen een volwaardige plaats in het debat.
Als we echt werk willen maken van eerlijke pensioenen, dan moeten we vertrekken van de levens die mensen vandaag leiden, niet van loopbanen die voor velen onhaalbaar zijn. Het is hoog tijd dat de realiteit van zorgende ouders expliciet wordt meegenomen in de verdere discussie over pensioenhervormingen.
Bron: sociaal.net
by admin | apr 6, 2026 | Economie
Middenveldorganisaties en oppositiepartijen komen met voorstellen om de overwinsten van oliebedrijven te belasten en de prijzen onder controle te houden. Zo neemt de druk op de regering om maatregelen te nemen in deze energiecrisis toe.
De grootste slachtoffers van de illegale oorlog tegen Iran zijn natuurlijk de mensen in de regio zelf, maar ook in Europa voelen we de gevolgen in de vorm van stijgende prijzen. Wat minder onder de aandacht komt, is dat er ook winnaars zijn in deze energiecrisis.
Overwinstbelasting
Zo maken oliebedrijven in de Europese Unie sinds het begin van de oorlog in Iran 81,4 miljoen euro extra winst per dag door de sterk stijgende brandstofprijzen. Dat berekende Greenpeace. Alleen al in maart streken ze 2,5 miljard euro extra winst op. In België gaat het om ongeveer 2,3 miljoen euro extra winst per dag.
“Terwijl mensen sterven in West-Azië en miljoenen mensen in Europa worstelen met torenhoge brandstofprijzen, laten regeringen toe dat oliebedrijven hun zakken vullen”, legt Joeri Thijs van Greenpeace België uit. “Regeringen moeten dringend hogere belastingen invoeren op alle winsten uit fossiele brandstoffen en dat geld gebruiken om de energierekeningen van mensen te verlagen, te investeren in goedkope, veilige en lokaal opgewekte hernieuwbare energie, en gemeenschappen te ondersteunen die getroffen worden door de klimaatcrisis.”
Concreet roept Greenpeace de lidstaten van de Europese Unie op om overwinstbelastingen in te voeren. Bij een overwinstbelasting wordt een percentage afgehouden van de winsten die duidelijk hoger zijn, bijvoorbeeld 30 procent hoger, dan in een normale periode, afgemeten aan een referentiejaar.
Wie alvast gewonnen is voor het idee, is Aimen Horch, de nieuwe voorzitter van Groen. In zijn eerste toespraak en zijn eerste tv-optreden sinds zijn voorzitterschap lanceerde hij de zogenaamde Trump-taks.
Concreet kan dat voor Groen op verschillende manieren. Via een heffing op volume, waarbij er per verkochte ton een overwinstbelasting gevraagd wordt. Zo heeft de vorige regering dat in 2022 succesvol gedaan. Ofwel met een tarief, zoals in andere landen gebeurd is tijdens de energiecrisis. In Nederland werd in 2022 een solidariteitsbijdrage voor de fossiele industrie ingevoerd van 33 procent voor winsten die 120 procent hoger lagen dan referentiewinsten (de winst die een bedrijf maakt in een ‘normaal’ jaar).
Hoeveel dat precies zal opbrengen, hangt af van hoe hoog de overwinsten zullen zijn. Maar Horch wijst erop dat de vorige federale regering tijdens de energiecrisis in 2022 een gelijkaardige belasting invoerde die toen 600 miljoen euro opbracht. De opbrengst moet volgens Horch gaan naar investeringen in hernieuwbare energie, omdat dat “de enige manier is om op lange termijn controle te krijgen over de energiefactuur.”
Naast hernieuwbare energie is ook investeren in energiezuinige sociale huisvesting een mogelijke sociaal-rechtvaardige klimaatmaatregel op lange termijn. Dat stelt in ieder geval Decenniumdoelen voor, een samenwerking tussen mutualiteiten, vakbondsorganisaties, armoedeorganisaties en andere middenveldorganisaties om structureel armoede te bestrijden.
Tegelijkertijd stelt Groen ook dat er maatregelen op korte termijn nodig zijn. Concreet stelt Horch voor om alle overbodige accijnzen en onnodige kosten, bijna 300 euro, uit de elektriciteitsfactuur te halen. Dat verlaagt de totale energiefactuur fors.
De factuur verlagen
De PVDA pleit net als Groen voor een belasting op overwinsten. In België betekent dat concreet dat Total en ExxonMobil die zullen betalen, maar ook bijvoorbeeld Shell boekt grote overwinsten. Daarom pleit de PVDA ervoor om ook op Europees niveau overwinsten te belasten.
De opbrengst daarvan moet voor de PVDA vooral dienen om de energiefactuur te doen dalen. Concreet stellen zij voor om de brandstofprijs te plafonneren op maximaal 1,60 euro. De prijs bestaat voor 72 procent uit accijnzen. Door die te verlagen wanneer de prijzen stijgen, is het mogelijk om een soort schokdemper op de prijs te zetten.
Naast overwinsten kan de overheid volgens de PVDA ook haar eigen meeropbrengsten gebruiken. Volgens berekeningen van de studiedienst van de PVDA kan de overheid door de stijgende energieprijzen naar schatting minstens 74 miljoen euro per maand aan extra inkomsten genereren uit btw op diesel, benzine, mazout en aardgas, als de prijzen op het niveau van begin deze week blijven. Op basis van de nieuwe prijsstijgingen deze week stijgen de meerinkomsten voor de overheid zelfs naar 94 miljoen euro per maand.
De stijgende energieprijzen jagen automatisch ook de btw-inkomsten omhoog. Hoe duurder brandstof en energie worden, hoe meer de staat int. “Dat is een pervers mechanisme: de overheid verdient aan een crisis die gezinnen steeds dieper in de problemen duwt”, zegt Peter Mertens, parlementslid van de PVDA. “Die extra inkomsten moeten integraal terugvloeien naar de bevolking, zodat mensen opnieuw ademruimte krijgen.”
Ook roept Decenniumdoelen op tot maatregelen om de facturen betaalbaar te houden. “Het sociaal tarief heeft tijdens de vorige energiecrisis bewezen dat het energiearmoede voorkomt”, zo klinkt het. “Het is structureel, gericht en effectief.” Decenniumdoelen vraagt daarom een uitbreiding en automatische toekenning van het sociaal energietarief voor de 20 procent laagste inkomens en de invoering van een getrapt systeem voor de groep uit het derde inkomensdeciel, zodat zij niet langer uit de boot vallen.
Het voorbeeld van Spanje
Het is dus vooral de vraag hoe zij de maatschappelijke druk kunnen verhogen op de regeringspartijen om iets te ondernemen. Daarbij wordt vooral gekeken naar Vooruit en CD&V, die in de vorige regering reeds een overwinstbelasting invoerden. Beide partijen hebben ook in de pers laten verstaan dat ze voorstander zijn van maatregelen om de energiefacturen onder controle te houden, maar voorlopig blijft premier De Wever (N-VA) volhouden dat er geen ruimte is om maatregelen te nemen. Tegelijkertijd is de geplande verhoging van de accijnzen op gas wel opnieuw uitgesteld.
Dat het ook echt anders kan, toont Spanje. In tegenstelling tot België dat er niet in slaagt om de illegale oorlog tegen Iran te veroordelen, heeft Spanje haar luchtruim gesloten voor de VS. Bovendien weigert het land de Trump-norm die landen oplegt om 5 procent van hun bbp te investeren in defensie. In plaats daarvan investeerde het land de afgelopen jaren meer dan andere Europese landen in hernieuwbare energie. De Spaanse bevolking plukt er vandaag de vruchten van in de vorm van stabielere energieprijzen.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 6, 2026 | Economie
OPINIE
Een systeem dat is gebaseerd op oorlog, uitbuiting en ecologische ineenstorting doet de Apocalyps onvermijdelijk lijken -maar dat hoeft niet zo te zijn.
Toen ik vanmorgen wakker werd, zag ik een paar deprimerende – en verontwaardiging opwekkende – krantenkoppen. “BP en Shell zullen 5 miljard pond verdienen aan de oliecrisis”, schreef The Telegraph. “Aandelen van oliemaatschappijen stijgen naar recordhoogte nu de oorlog in het Midden-Oosten de prijs per vat de hoogte in jaagt”, schreef The Guardian.
Dit nieuws is natuurlijk niet verrassend. Ik schreef vorige week een paar artikels waarin ik erop wees dat oliemaatschappijen, dankzij de oorlog in Iran, grote winsten maken. Maar het is niet omdat dit soort dingen normaal zijn in een kapitalistische economie, dat we het ook moeten normaliseren.
De oorlog tegen Iran heeft op onthutsende manier de verbanden blootgelegd tussen oorlog, uitbuiting en de vernietiging van ons milieu. Enkele van de grootste en machtigste bedrijven ter wereld – bedrijven die al decennialang de planeet verwoesten – liegen daarover en corrumperen onze politiek om te voorkomen dat ze moeten betalen voor de sanering. Zij precies profiteren nu van een oorlog die voor alle anderen leidt tot armoede, ontworteling en de dood.
Deze oorlog heeft eens te meer aan het licht gebracht dat het economische systeem waaronder we allemaal leven irrationeel, onverdedigbaar en fundamenteel anti-menselijk is. Het is nog nooit zo duidelijk geweest dat we echt voor de keuze staan tussen het einde van de wereld en het einde van het kapitalisme.
Kapitalisme en de Apocalyps
Mark Fisher liet ooit de beroemde uitspraak noteren dat het veel gemakkelijker was om zich het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme. Dit komt deels door wat hij ‘kapitalistisch realisme’ noemde – het gegeven dat de kapitalistische ideologie zo diep in onze samenlevingen is ingebed dat het onmogelijk is geworden om ons een alternatief voor te stellen.
Een andere reden waarom het gemakkelijker is om je het einde van de wereld voor te stellen dan het einde van het kapitalisme, is dat het einde van de wereld tegenwoordig niet zo ver weg lijkt. Bij elke nieuwe oorlog, elk nieuw virus en elk nieuwsbericht over een dreigende ecologische ineenstorting zien we beelden van de Apocalyps voorbijflitsen.
Leven in een kapitalistische economie maakt het niet alleen moeilijker om je een alternatief voor het kapitalisme voor te stellen – het maakt het ook gemakkelijker om je het einde van de wereld voor te stellen.
Het is geen toeval dat Amerikaanse militairen te horen krijgen dat de oorlog in Iran de volgende stap is op weg naar de Apocalyps. Er kwamen talloze klachten van militairen in de hele VS nadat hen naar verluidt was verteld dat ze in de “eindtijd” leefden en dat deze oorlog deel uitmaakte van “Gods goddelijke plan”.
Commandanten kregen expliciet de opdracht om de troepen te mobiliseren door te citeren uit de Apocalyps, waarin een oorlog in het Midden-Oosten wordt beschreven die leidt tot het begin van Armageddon en de wederkomst van Christus.
Dit religieuze fanatisme draait niet alleen om het cultiveren van een rigide en exclusieve groepsidentiteit via christelijk nationalisme; het gaat erom mensen gerust te stellen dat ze gelijk hebben als ze het gevoel hebben dat ze de eindtijd doormaken. Je leven wordt steeds slechter, er loert overal een nieuwe crisis en je hebt niet veel hoop voor de toekomst – maar dat geeft niet, want het maakt allemaal deel uit van een veel groter plan.
Deze boodschap is zo overtuigend omdat het economische systeem waarin we leven zo destructief is. Hoe moeilijker het wordt om in hun levensonderhoud te voorzien, hoe dichter mensen bij de armoede komen, hoe banger ze worden voor een klimaatramp, en hoe vaker ze horen over dood en oorlog, hoe makkelijker het is om te geloven dat het einde daadwerkelijk nadert.
De profiteurs
Het kapitalisme is bezig mensen, de planeet en onze collectieve verbeeldingskracht langzaam te vernietigen – maar alleen voor de meerderheid. Voor de kleine minderheid die dit systeem bestuurt – de kapitaalbezitters, de politieke leiders en de bureaucraten die de hele machine aansturen – leveren oorlog, dood en vernietiging onvoorstelbare rijkdom op.
Van de oliemaatschappijen die megawinsten maken door de planeet te vernietigen, tot de CEO’s van techbedrijven die al onze hulpbronnen opslokken om hun mensonvriendelijke technologieën te voeden, tot het militaire apparaat dat apocalyptische beelden gebruikt om jonge mannen en vrouwen ervan te overtuigen te gaan sterven in weer een nieuwe oorlog die wordt gevoerd uit hoogmoed en voor de hebzucht van corrupte politici. Het systeem is niet voor iedereen disfunctioneel.
Deze kleine groep wil ons doen geloven dat het einde nabij is. In feite geloven ze dat zelf ook – en ze reageren daarop door te investeren in privélegers, militaire bunkers en missies naar Mars. Ze willen ons doen geloven dat er geen hoop is voor de toekomst – althans niet voor de meeste mensen, en niet op deze planeet.
Het zieke aan de huidige tijd is dat hoe meer ravage deze mensen aanrichten, hoe makkelijker het voor de rest van ons wordt om te geloven dat ze gelijk hebben – dat er echt geen alternatief is. Het einde komt eraan, de miljardairs die dit hebben veroorzaakt zullen vertrekken, en de rest van ons moet zich gewoon voorbereiden op wat daarna zal komen.
De strijd om de toekomst
Het ziet er op dit moment inderdaad somber uit, maar het einde – hoe dat er ook uit mag zien – is nog niet gekomen. En de strijd tegen degenen die deze wereld vernietigen, is niet hopeloos.
Voor elke miljardair die gif in de atmosfeer en via de ether verspreidt, zijn er tienduizenden mensen die vechten voor hun bestaan. Ze strijden tegen onvoorstelbare kansen in om weerstand te bieden aan imperialistisch geweld, uitbuiting van arbeiders, de aantasting van de planeet en de vernietiging van hun gemeenschappen. Af en toe winnen ze. Soms slagen ze er zelfs in iets nieuws op te bouwen.
Ik schrijf vaak over hun strijd. Ik heb er ook over geschreven in mijn laatste boek. Want deze verhalen vertellen ons iets wat de miljardairsklasse niet wil dat we het geloven: er is geen einde. Geen einde van de wereld, geen einde van de geschiedenis, geen einde aan de strijd. Alleen maar dezelfde strijd die keer op keer opnieuw gevoerd moet worden.
De wereldvernietigers willen dat we al onze energie steken in ongerustheid over de Apocalyps. Je proberen voorstellen hoe een nieuwe wereld eruit zou kunnen zien – al is het maar in onze eigen buurt – is een vorm van verzet. Het kan ons helpen de nodige inspiratie te vinden om eraan te beginnen bouwen.
Bron: dewereldmorgen.be