Versoepeling autokeuring onder vuur: “Er gaan veel gevaarlijke auto’s rondrijden”

Om de lange wachtrijen bij de keuringscentra tegen te gaan, wil de Vlaamse Regering, op voorstel van Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA), de autokeuring grondig versoepelen. Als de hervorming goedgekeurd wordt, zouden vanaf 1 september de meeste minder strenge regels al in werking treden. Een preventieadviseur uit de sector maakt zich grote zorgen over de impact op de verkeersveiligheid in Vlaanderen. “Er gaan veel gevaarlijke auto’s rondrijden in Vlaanderen”, waarschuwt hij.

De Vlaamse Regering wil de versoepelingen snel doorvoeren om de wachtrijen bij de keuringscentra korter te maken. Minister De Ridder wil enkele “quick wins” realiseren en zegt daarbij de Europese normen te willen volgen, maar tegelijk “verouderde en disproportionele verplichtingen” te willen schrappen. Volgens de minister moet dat leiden tot kortere wachttijden en meer efficiëntie. Dat zei ze bij VRT NWS.

Autokeuring

Toch klinkt er stevige kritiek op de hervorming. Een van de meest gevoelige maatregelen is het schrappen van de jaarlijkse autokeuring voor personenwagens die ouder zijn dan tien jaar of meer dan 160.000 kilometer op de teller hebben. Die voertuigen zouden voortaan nog maar om de twee jaar naar de keuring moeten.

Bart Rassaerts, preventieadviseur met meer dan 25 jaar ervaring in de autokeuringssector, ziet daarin een groot risico. “Ik snap niet waarom ze oudere wagens net minder willen keuren. Die voertuigen lopen net meer kans om gevaarlijke gebreken te hebben”, zegt hij aan PAL.

Volgens Rassaerts wordt precies de verkeerde groep minder gecontroleerd. “Er zal een groot wagenpark ontstaan dat kwalitatief slechter is dan wat we nu hebben”, waarschuwt hij. In zijn memorandum stelt hij dat de gebreken net toenemen met leeftijd en kilometerstand. Onder het huidige systeem wordt een wagen vanaf tien jaar of 160.000 kilometer jaarlijks gecontroleerd. Onder het nieuwe systeem kan een oud of zwaar gebruikt voertuig twee jaar rondrijden zonder technische controle. Als er vlak na een keuring technische mankementen aan het voertuig komen duurt het bijna twee jaar voor die opnieuw naar de keuring moet. Dat klinkt toch niet logisch?

Verdere versoepelingen

Niet alleen de regels rond personenwagens worden versoepeld. Ook bestelwagens en lichte vrachtvoertuigen gaan gefaseerd tussen 2026 en 2028 van een jaarlijkse naar een tweejaarlijkse keuring. Taxi’s en ziekenwagens zouden nog maar jaarlijks gekeurd worden in plaats van halfjaarlijks. Bussen gaan van een keuring om de drie of zes maanden naar één keer per jaar.

Dat laatste ligt bijzonder gevoelig. Eind mei werd in Londerzeel nog een schoolbus afgekeurd met een levensgevaarlijk remdefect. De remklauw bleek nog maar met één van de zes bouten vast te zitten. De bus was negen jaar oud en had bijna 200.000 kilometer op de teller. “Net dat soort voertuigen wil men nu minder vaak controleren”, zegt Rassaerts.

Ook de afschaffing van de verplichte tweedehandskeuring bij binnenlandse verkoop baart zorgen. Volgens cijfers van GOCA Vlaanderen kregen in 2025 meer dan 93.000 tweedehandsvoertuigen op de autokeuring een groot of gevaarlijk gebrek. Het ging onder meer om defecte remmen, versleten banden, structurele problemen en zware emissie-overtredingen. “Een Car-Pass zegt iets over de kilometerstand, maar niets over de technische staat van een wagen”, klinkt het. De afschaffing staat gepland voor 1 januari 2027, maar dat is nog niet definitief.

Kritiek zwelt aan

De kern van de kritiek is dat Vlaanderen deze veiligheidscontroles afbouwt zonder onafhankelijke impactanalyse. Minister De Ridder bevestigde op 18 juni in de commissie Mobiliteit dat er geen aparte onafhankelijke analyse werd besteld of uitgevoerd, en dat die er ook niet komt vóór de hervorming. Het kabinet bevestigt dat de effecten van de versoepelingen pas na de uitrol herbekeken zullen worden.

“De keuze van de Vlaamse Regering is om de hervorming niet verder te vertragen, maar te vertrekken van het Europese kader en van de bestaande inzichten. Daarbij wordt ook gewezen op het feit dat technische gebreken slechts in een zeer beperkt aandeel van de ongevallen mogelijk een rol spelen, terwijl menselijk gedrag veruit de belangrijkste factor blijft bij verkeersonveiligheid”, klinkt het bij het kabinet van De Ridder.

Dudley Curtis van de ngo European Transport Safety Council (ETSC) zegt dat er “een duidelijke correlatie is tussen de ernst van ongevallen en factoren als de staat van het voertuig, de kilometerstand en (het gebrek aan) technische keuring”.

“Als Vlaanderen, trouwens een van de beste van de klas op Europees niveau, vergaande versoepelingen zou doorvoeren is dat een enorme stap in de verkeerde richting op vlak van verkeersveiligheid”, aldus Curtis. Het ETSC raadt dus sterk aan om de jaarlijkse keuring te behouden.

“Tot de definitieve goedkeuring op 19 juli kunnen er nog aanpassingen worden gemaakt”, zegt Rassaerts. “Ik ben absoluut niet tegen vereenvoudiging. Maar toon eerst aan dat deze versoepelingen veilig zijn vóór je ze invoert.”

Voor Rassaerts is de oplossing eenvoudig: schrap overbodige administratie, maar behoud de veiligheidsprocedures. “Maak de autokeuring klantvriendelijker, digitaliseer waar dat kan en pak wachttijden aan. Maar haal niet de controles weg die oude, veelgereden en tweedehandswagens uit het verkeer halen wanneer ze gevaarlijk worden.”

Werknemers van de keuringscentra en andere bijhorende sectoren maken zich ook zorgen over de plannen van de regering. Naast de mogelijke impact op de verkeersveiligheid, kunnen er ook zo’n 500 jobs geschrapt worden. Men onderzoekt ook of de technische keuring kan plaatsvinden in gewone autogarages, om zo de druk te verlichten van de keuringscentra. We kunnen ons wel vragen stellen over de onpartijdigheid van herstellers die zelf keuringen gaan uitvoeren.

Bron: PAL.be

Het sluipende autoritarisme in België: en waar is de oppositie?

Een sluipend autoritarisme vindt vandaag de dag plaats in België en Vlaanderen, waarschuwt onderzoeker Pascal Debruyne. Dat is volgens hem niet het project van één partij aan de macht, maar loopt door de meeste partijen heen, omdat sommigen er actief in meestappen en anderen het laten gebeuren.

‘The most precious secret has been leaked: There is no Opposition!’ Leonard Cohen schreef het in zijn controversiële dichtbundel Flowers for Hitler (1964) over Canada. Een parlement ‘covered with fingerprints and scratches’ Verkozen politici ‘hunchbacked from climbing on each other’s heads’. En een land dat zich gedwee schaarde achter de Amerikaanse hegemonie, niet omdat het moest, maar omdat niemand nog wist hoe je nee zei. 

De meest kostbare zin in zijn gedicht: ‘There is no opposition’. Niet verboden of neergeslagen. Gewoon: opgeheven door ‘schuldige onmondigheid’, zoals Immanuel Kant dat noemde om naar ‘Verlichting’ te verwijzen. Vandaag doet men klaarblijkelijk het licht uit, als politiek project. 

Het doet denken aan wat er vandaag in België en Vlaanderen aan het gebeuren is: ‘sluipend autoritarisme’. Dat is niet het project van één partij aan de macht. Het loopt vandaag door de meeste partijen heen, omdat sommigen er actief in meestappen en anderen het laten gebeuren. Het geloof in ‘het primaat van de politiek’ is breed verspreid, ook bij wie zichzelf als gematigd of zelfs progressief beschouwt. 

En in tijden waar coalities van lokaal tot federaal door een handvol partijvoorzitters worden geregeld, is de democratie die men verdedigt al extreem beperkt. Participatie van onderuit is in dat model per definitie hinderlijk. Wie betoogt, wie kritisch schrijft, wie zich organiseert of wie institutioneel hindert, staat in de weg.

Veeg ze van ‘die ploat af’

Illustratief is wat er op 29 juni 2026 voor het Antwerpse stadhuis gebeurde, waar manifestanten verzamelden, uit protest tegen de Israëlische vlag die er wapperde. Hardhandige arrestaties, onder wie Groen-voorzitter Aimen Horch die een zwangere vrouw afgeschermde. 

Politie in burger die eruitziet zoals ‘een knokploeg’, gemaskerd en handelend alsof artikel 1 uit de wet op het politieambt – waar verwezen wordt naar ‘bijdragen tot de bescherming van de individuele rechten en vrijheden en de democratische samenleving’ – nooit bestaan heeft. Ondanks het Metallica-T-shirt is de boodschap ‘And Justice for All’ hen ontgaan. Eerder: ‘Veegt die mannen van de ploat af!’

Bij eerdere gelijkaardige acties werden manifestanten beantwoord met GAS-boetes voor ‘deelname aan een manifestatie’ en ‘meeroepen van leuzen’. Geen geweld of vernieling. De politierechtbank van Antwerpen had zulke boetes in oktober 2025 ongegrond verklaard. Maar dat houdt de lokale overheid niet tegen om gewoon nieuwe uit te schrijven. 

Dat men ruimtelijk burgers die hun stem willen laten horen, duwt naar plaatsen waar die stem geen enkel politiek effect meer heeft, is een voorbeeld van hoe men eigenlijk een betogingsverbod doordrukt op veel zachtere wijze. Maar wat er in Antwerpen gebeurde, gaat verder dan excessief politieoptreden. 

De Antwerpse politie beschikt over het wettelijke monopolie op geweld. Weken van politieke goedkeuring om te escaleren, buigt dat monopolie om tot een instrument om protest te ontmoedigen. Elke keer dat de politie harder optreedt dan de wet vereist, en elke keer dat het stadsbestuur dat stilzwijgend dekt, wordt de grens verlegd.

Antwerpen is één puzzelstukje. Wie een stapje achteruitzet, ziet het bredere patroon en kan de hele puzzel beginnen leggen: een sluipende afbraak van de checks and balances die een democratie draaiende houden. Oftewel, die zorgen dat macht om de samenleving te organiseren niet omslaat naar almacht. Naar boven toe, naar de zijkant en naar onderen toe. 

Aanvallen op de rechtstaat

Tegenkrachten die de bakens uitzetten van de rechtstaat moeten eraan geloven. Fedasil en de Belgische staat werden meer dan 10.400 keer veroordeeld door arbeidsrechtbanken voor de weigering om asielzoekers op te vangen. Niet één keer, als vergissing. Niet honderd keer, als beleidsfout. Meer dan tienduizend keer, als beleid. 

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens veroordeelde België in april 2026 voor schending van artikel 3 én artikel 6 EVRM. Niet louter wegens de omstandigheden in de opvang, maar wegens het stelselmatig negeren van rechterlijke uitspraken. 

Het Grondwettelijk Hof schorste datzelfde jaar de nieuwe opvangwet wegens strijdigheid met EU-recht en grondrechten. De reactie van de betrokken bestuurders: ze noemen rechters ‘activistisch’. En ook de Europese rechtsinstanties worden aangevallen: De Wever trok als premier van de Arizona-regering de Europese coalitie mee tegen hét folterverbod (art 3). Dat het EHRM en het EhvJ niet streng zouden zijn inzake migratiebeleid wordt door onderzoek tegengesproken: nationale staten krijgen altijd ‘het voordeel van de twijfel’. 

De methode is echter steeds dezelfde: eerst vonnissen negeren, dan de instanties aanvallen die ze vellen. De norm wordt gestaag verplaatst naar ‘activistische rechters’ als de kern van het probleem. Rechtse pundits koppen dat buitenparlementair binnen met ‘juristocratie’ en koppelen het aan pleidooien voor een volksberoep. 

De 4e macht veracht 

Ook de pers ondergaat het sluipende autoritarisme. In N-VA-kringen klinkt het al jaren hetzelfde: media zijn niet te vertrouwen, ze hebben een agenda, de ‘mainstream pers’ liegt. Het klinkt toch erg als Lügenpresse-logica, zonder het woord te gebruiken. 

Het is geen toeval dat dit het hardst klinkt over de media die macht structureel controleren. De VRT die een kritische reportage over drones uitzendt, moet dagenlang gedelegitimeerd worden. Samen met de gangbare praat over de publieke omroep als de Rode Burcht. Wie de gekende koppen bij De Afspraak maar ook wel vaker Terzake telt, ziet vaak een ander beeld. 

De aanval gaat ook verder. Jan Jambon weigerde in maart 2026 onwettig een subsidie van 40.000 euro aan Apache. Daarvoor was er al een eerdere weigering via de Nationale Loterij, toen Zuhal Demir nog de touwtjes in handen had. Het VVOJ en het Fonds Pascal Decroos stelden zich ernstige vragen bij de beslissing. 

Apache werd tegelijkertijd geconfronteerd met SLAPP-procedures, juridische acties niet bedoeld om te winnen maar om financieel uit te putten. Ook MO-magazine moest de bijl van besparingen doorstaan. Beeld je in dat we diversiteit aan stemmen en media krijgen over de wereld rond ons? 

Scoren zonder middenvelders 

Tegenspraak van onderuit? Dat kan niet meer onder het sluipend autoritarisme. Het wetsvoorstel-Van Quickenborne over een betogingsverbod werd in januari 2024 van tafel gehaald, na een vernietigend advies van de Raad van State en massaal protest. Een kleine overwinning. Maar de architectuur van de aanval bleef overeind. 

De wet-Quintin van 2025 maakt het mogelijk om ‘radicale organisaties’ administratief te ontbinden, zonder rechterlijke tussenkomst. Het Federaal Instituut voor de Rechten van de Mens stelde vast dat de wet de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging en het recht op een eerlijk proces vernietigt. 

Ben Weyts kondigde vanuit Vlaanderen in oktober 2025 aan dat gesubsidieerde organisaties hun middelen niet mogen gebruiken voor rechtszaken tegen de Vlaamse overheid. En via het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk perkt de Vlaamse regering – onder minister Gennez, een socialiste van Vooruit – de middelen van het middenveld in op een wijze die waarschijnlijk onwettig is en die uiteindelijk voor de Raad van State zal eindigen. 

Maar de ontmoediging werkt intussen al in de praktijk: dat ‘chilling effect’ is natuurlijk de bedoeling. Nu nog de politieke functie van de vakbonden en ziekenfondsen loskoppelen van hun dienstverlening en men kan scoren zonder middenvelders op het terrein. 

Sluipend autoritarisme 

Noem het wat het is: sluipend autoritarisme. “Executive aggrandisement”, klinkt academisch genoeg om te sussen. “Democratische erosie” klinkt alsof het vanzelf gaat. Het gaat niet vanzelf. Er zijn mensen met macht die dit willen, die dit bewust organiseren, en anderen die dit bij gebrek aan ruggengraat (en vaak gewoon door intellectuele blindheid: we leven in tijden waar sommige politici trots uitpakken met uitspraken over “geen boeken lezen”) laten passeren.

N-VA speelt zonder twijfel de centrale rol, maar het probleem is breder. Ook wie zwijgt, draagt bij. Ook wie meestapt omdat de coalitie het vraagt. Het paradoxale van dit moment: in een tijdperk waar ‘dingen benoemen’ een populistische sport is geworden, worden de echte structurele verschuivingen stilzwijgend genormaliseerd. Het luidst wordt geroepen over problemen die men zelf creëert of vergroot. Het stilst blijft het over de afbraak van de instituties die ons zouden moeten beschermen als burgers (met en zonder papieren). 

Cohen schreef het over Canada in de jaren zestig. Hij had het over ‘hier’ kunnen schrijven, vandaag. ‘De oppositie bestaat niet meer’, niet omdat ze verboden werd, maar omdat te weinigen haar nog willen. Momenteel kan het nog dichterlijke vrijheid zijn, maar als het beleid van vandaag de voorbode voor morgen wordt, staat de toekomst in de sterren geschreven.

Bron: Dewereldmorgen.be

Franstalig onderwijs opnieuw op straat in Charleroi: leerlingen en leraren kondigen nieuwe acties aan

Leraren en leerlingen van het Franstalig onderwijs kwamen dinsdag 30 juni opnieuw op straat in Charleroi en kondigen aan na de zomer opnieuw actie te voeren. “Deze hervormingen zullen vreselijke gevolgen hebben voor scholen, leraren en leerlingen.”

Het is druk op Brussel-Centraal. Klassen kwetterende kinderen vullen de vertrekhal, waar de hitte van de afgelopen dagen nog is blijven hangen. Leraren gebaren de kinderen in de rij, vertellen al wijzend naar het plafond verhalen en manoeuvreren hen de trein in. “Je zou maar een schoolreis moeten begeleiden”, zeggen we tegen elkaar. En we stappen op de trein naar Charleroi.

Aangekomen in Charleroi zien we de menigte staan. Rood en groen kleuren de groep van leraren en leerlingen tegen de grijze stad. Sinds maanden voeren Franstalige leerkrachten acties tegen nieuwe besparingen in het onderwijs. Opvallend is dat leerlingen nu mee de straat op komen. Massaal kwamen zij de straten op in Brussel, en ook nu in Charleroi.

Waarom komen mensen de straat op?

Er wordt in de Nederlandstalige media weinig over geschreven: het protest in het Franstalig onderwijs, en de besparingen die eraan komen. Wanneer het wel in het nieuws komt, gaat het vaak over botsingen met de politie of over beschuldigingen dat leraren leerlingen zouden “gijzelen”. De leerlingen op straat vertellen een ander verhaal.

“We worden niet gegijzeld”, zegt Alizé, laatstejaars in het middelbaar. Ze vertelt hoe leerlingen juist zelf leraren opzoeken om beter te begrijpen wat die hervormingen precies inhouden.

Naast haar staat Saori, die ook volgende week haar diploma krijgt en volgend jaar wil studeren. “Ik kom hier ook vanwege de verhoging van het collegegeld”, zegt ze. Dat zou nu 1.200 euro worden.

“We staan hier om de leraren te steunen”, zeggen twee andere scholieren. Volgens de plannen zullen leerkrachten vanaf het vierde jaar secundair onderwijs verplicht twee extra lesuren per week moeten geven, zonder bijkomende vergoeding. Leraren uit het hoger secundair zouden bovendien kunnen worden ingezet in het lager secundair, terwijl anderen hun baan verliezen. “Dat betekent dat 1.300 jobs geschrapt worden”, roepen ze.

“Het idee is dat van elke tien leraren er één zijn of haar job verliest”, legt David uit, hij is leerkracht op een middelbare school in La Louvière. “In het provinciaal onderwijs van Henegouwen zullen aan het begin van het schooljaar al zo’n vijftig voltijdse functies verdwijnen.”

Dat is onderwijsminister Valérie Glatignys (MR) strategie om het lerarentekort aan te pakken.

De malaise in het Franstalig onderwijs 

Toiletten die niet werken, plafonds die naar beneden komen, chauffages die het niet doen: in de stoet klinken voorbeelden genoeg van de malaise in het Franstalig onderwijs, waar nu al weinig geld naartoe gaat. “In Brussel zie je aan de staat van de gebouwen of ze van het Franstalig of het Nederlandstalig onderwijs zijn”, klinkt het.

“Het is te koud in de winter en te warm in de zomer”, zegt Adrian, leerkracht in Brussel. Met zijn fiets loopt hij mee met de stoet, zodat hij daarna meteen weer door kan. Hij had vandaag nog veel werk aan de rapporten.

Hij vertelt wat ze te horen kregen tijdens de warme dagen: “Ze zeggen dan: de leerlingen moeten veel water drinken en de airco moet aan.” Hij lacht. “Welke airco? Het budget dat het misschien mogelijk had gemaakt om airco’s te plaatsen, is naar beneden gehaald.”

De stoet beweegt ondertussen langzaam door de stad, gevolgd door twee politiewagens. Aan de scholen die we passeren hangen op de ramen blaadjes met “Non, non, non, non.” 

“Soms lijkt het alsof ze niks om ons geven, soms lijkt het alsof ze helemaal niks van het onderwijs begrijpen”, zegt Adrian. “Ik weet dat sommige ministers van onderwijs wel les hebben gegeven, maar daar lijkt het niet op.”

Staken als enige optie

Het is niet de eerste keer dat leerlingen als Alizé en Saori, en leraren als David en Adrian, staken. “We doen mee aan demonstraties, bijeenkomsten en acties die onze leraren organiseren.”

David vertelt dat hij de tel kwijt is van hoe vaak hij al heeft gestaakt. Tegelijk vertelt hij hoe moeilijk het is om zijn leerlingen zonder onderwijs achter te laten. “We voelen ons altijd schuldig als we de leerlingen niet goed onderwijs kunnen geven.”

En dat is natuurlijk ook de reden waarom ze op straat komen. “Deze hervormingen zullen vreselijke gevolgen hebben voor scholen, leraren en leerlingen”, zegt David. “Het hele schoolsysteem ligt onder vuur.”

Vandaag waren de lerarenraden bezig en konden veel leraren niet meestaken, zegt David. Hij kon zijn inbreng later nog opsturen. Maar hij vertelt dat er daarom acties gepland zijn voor het nieuwe schooljaar. “De eerste schooldag na de vakantie is al een stakingsdag, en er zullen er nog veel volgen.”

Ook Alizé zal na de zomer mee actievoeren. “Als er acties zijn in Brussel doe ik graag mee.” Al zal ze wellicht wat minder tijd hebben: “Als toekomstige student moet ik mijn studies wel serieus nemen.”

Drie weken terug in Brussel kwamen leraren en leerlingen ook massaal de straten op.

Bron: Dewereldmorgen.be

De hitte legt bloot hoe koud ons beleid is geworden

De hitte legt bloot hoe koud ons beleid is geworden

Hoeveel leed willen we nog aanzien voor we het echt anders durven doen? Die vraag stelt Lize Van Dyck zich af in deze hete dagen.

Ik schrok me te pletter deze ochtend wanneer ik mijn appartementsgebouw buiten wandelde en er in de hoek van de kleine hal een jonge man lag te rusten op een platte kartonnen doos. Niet meteen wat ik verwacht had op mijn laatste, snikhete schooldag. Ik bracht hem wat water en eten en vertrok naar mijn werk, waar ik elke dag voor cursisten sta met dezelfde amandelkleurige huid en mooie groenbruine ogen, die teveel leed gezien hebben.

De hal is het koelste plekje van mijn blok in Deurne. U weet wel, Deurne van de bomenkap, de 190 hectare grote, verlieslatende luchthaven en waar de politie jongeren oppakt, omdat ze na de zwemuren in de vijver duiken. Een superdivers, dichtbevolkt district, dat zwaar kreunt onder de hitte. Volgens Theo Francken hebben we nochtans geen reden tot klagen en worden we erop gewezen dat een fris pintje en BBQ aan het zwembad the way to go zijn.

Dergelijke uitspraken doen meteen denken aan het discours van de boertige en tegelijk elitaire, steeds meer in de waan verkerende, Amerikaanse president. Een discours waarin alle respect en waardigheid van tafel geveegd worden. Ook wij leven intussen in een land dat beteugeld wordt door gefrustreerde macho’s, die elke vorm van medemenselijkheid, realiteitszin en empathie lijken te missen. Leiders die keuzes maken ten bate van een kleine groep rijken en waarvan het gewone volk – en al zeker mensen in armoede – almaar meer de dupe zijn.

Ons beleid steunt oorlogsvoerders, investeert en masse in (AI) wapens en roept tegelijkertijd moord en brand over migratiestromen. Onze leiders zitten samen met de taliban en zaaien tegelijk angst over mannen uit andere oorden, die het op onze meisjes en vrouwen gemunt zouden hebben. Vrouwenrechten, pff laat me niet lachen. Om over de hypocrisie rond de steun aan Israëls genocide maar te zwijgen.

Goh, wat haalt ze veel door elkaar, hoor ik u denken. Welja en nee. Het hangt immers allemaal samen. Ons huidig systeem staat op ontploffen. De uitputting van onze natuur, met klimaatverandering tot gevolg, een onmenselijk beleid en oorlogen, een heilig geloof in AI, de bedreiging van onze basis mensenrechten. Noem het post-kapitalisme, neo-fascisme, technocratie, oligarchie, kies er maar eentje uit.

Maar net door die ruk naar extreemrechts en het wansmakelijk egocentrisme van psychopathische superrijken, wordt de gewone mens stilaan wakker. Er sluimert iets in de straten.

En het begint klein. Door offline en online protest. Door jongeren die nodige verkoeling zoeken in vijvers en fonteinen. Door mensen die ethische keuzes maken en samenkomen rond verbinding. Door mensen die bomen en water eisen, in plaats van de zakken te vullen van diegenen die de planeet verwoesten.

De omwenteling komt, het keerpunt in zicht. De vraag is hoeveel leed, hittegolven en extreem weer, hoeveel mensen op kartonnen dozen en doden op straat we nog willen aanzien. De democratie is uitgehold, de mensenrechten met de voeten geveegd.

Maar jij en ik, beste lezer, kunnen de nodige verandering teweeg brengen. Roep onze politici op ter verantwoording. Start met je leven in te richten naar die betere wereld die jij wil zien. Ik ben er alvast klaar voor.

Bron: Dewereldmorgen.be

Luc Deneffe wikt en weegt jeugdhulp: ‘De samenleving moet in therapie’

Op 1 mei wuifde de Leuvense jeugdhulporganisatie De Wissel haar directeur Luc Deneffe uit. Een markante sociale ondernemer gaat op pensioen. Maar zijn hart blijft liggen bij jongeren en gezinnen die in zeer precaire omstandigheden leven. “Zit als jongere maar eens in de ‘bijzondere jeugdzorg’. Zo’n begrip geeft je meteen een etiket voor het leven.”

Bijzondere jeugdzorg

Luc pikt me op aan het station van Tienen. Dat is geen toevallige keuze, zoals straks nog zal blijken. We lunchen in een eethuisje dat gerund wordt door mensen met een beperking.

Luc zoekt meteen verbinding met me. Dat we nu beiden als ervaren rotten in het sociaal werk het statuut van gepensioneerde delen. Al voegt hij er meteen aan toe dat zijn voortraject wel bijzonder is: Luc was als econoom lange tijd actief in de financiële en bedrijfswereld. Pas aan het begin van dit millennium maakt hij een merkwaardige oversteek naar de jeugdhulp.

Hij vertelt dat hij mijn Sociaal.Net-columns over jargon in sociaal werk graag leest. “We staan te weinig stil bij de kwetsende kracht van de woorden die we gebruiken. Zit als jongere maar eens in de ‘bijzondere jeugdzorg’. Zo’n begrip geeft je meteen een etiket voor het leven. Met dat ‘verbijzonderen’ duwen we deze jongeren uit de samenleving. Vroeg of laat gaan we daarvoor afgerekend worden.”

Onmacht

Ik grijp naar de actualiteit om zijn punt scherp te maken. Pas nog veroordeelde een rechtbank de Vlaamse Gemeenschap voor haar falende jeugdhulp. In het zoveelste debat in ‘De Afspraak’ belooft minister Gennez dat er beterschap op komst is met extra capaciteit en een nieuw monitoringsysteem dat het jeugdhulpaanbod transparanter maakt.

“Ik kan de minister nu al vertellen dat haar goedbedoelde beleidskeuzes weinig zoden aan de dijk zullen brengen. Ze vertrekken van het foute idee dat een performante en coherente jeugdhulp de problemen van deze jongeren en hun gezinnen kan oplossen.”

“We zijn voortdurend met capaciteitsvragen bezig: is er genoeg, is het voldoende vraaggericht, moeten we nog verder specialiseren? Maar alomtegenwoordige wachtlijsten en veelvuldige doorverwijzingen van de ene specialist naar de andere drukken ons met de neus op de feiten: we krijgen de gaten en breuken niet gedicht.”

“We voelen dat we falen en mislukken. Die onmacht beantwoorden we door op zoek te gaan naar nog meer van hetzelfde: nog meer capaciteit, vraag en aanbod nog beter monitoren en afstemmen. Dat is onvermijdelijk een doodlopend spoor. We moeten de economische logica van vraag en aanbod verlaten en weer op zoek gaan naar aansluiting met de brede samenleving.”

Ongemakkelijk gevoel

Ik vertel Luc dat ik zijn analyse herken en dat ik me daar ook wat ongemakkelijk bij voel. Met integrale jeugdhulp bouwden overheid en werkveld een ingewikkeld managementsysteem uit van hulpmodules, indicatiestellingen en toegangspoorten. Ik was destijds een van de mede-architecten van die integrale jeugdhulp.

Als een volleerd hulpverlener – al zal hij zichzelf nooit zo noemen – neemt Luc mijn ongemak over. “Ook ik beken: vanuit De Wissel werkten we mee aan dat ‘pakjessysteem’. Het klinkt straf, maar in onze jeugdhulp zijn jongeren en gezinnen een logistieke uitdaging geworden. We stellen een diagnose en leiden vervolgens het gelabelde pakketje naar de meest aangepaste hulp. Daarbij willen we onze capaciteit liefst zo efficiënt mogelijk benutten.”

“Al draait De Wissel mee in dat systeem, toch hebben we altijd geprobeerd om die indicatiestellingen, modules en toegangspoorten achterwege te laten en te luisteren naar wat jongeren en gezinnen echt nodig hebben, eerder dan onze modules in de vitrine te zetten.”

De kracht van verbeelding

“Die switch is niet makkelijk, want in de jeugdhulp beginnen we vaak waar heel wat antwoorden gestopt zijn. Wil je oplossingen die echt werken en die aansluiten bij wat gezinnen nodig hebben, laat dan de verbeelding spreken, zoals Seppe Vanhex dat mooi verwoordde. Onmacht kan ook een kracht zijn, als je die deelt met de mensen in een kwetsbare situatie en met hen op stap gaat als metgezel. Dat is wat ik leerde in de jeugdhulp.”

“Als je een jongere bijvoorbeeld vraagt ‘voor wie of wat zou jij je bed uitkomen?’, dan spreek je verstaanbare taal. Als het antwoord is: ‘Om geld te verdienen, een brommer te kopen en daarmee ver weg te rijden’, dan heeft dat betekenis. Vandaaruit kan je verder bouwen. Hetzelfde geldt voor de vader die wil gaan werken omdat zijn kinderen dan in die klas kunnen vertellen dat papa werkt.”

“Zulke betekenisvolle vragen stellen is zoveel belangrijker dan gespecialiseerde diagnoses stellen. Waar ga je naartoe als je iets ernstigs overkomt? Kan je grenzen stellen? Het talent van hulpverleners die voortdurend zo’n vragen stellen, brengt veel meer op dan gelijk welke vorm van capaciteitsbeheer. Je ontdekt zo waar mensen effectief van van wakker liggen, in plaats van te focussen op de zaken waarvan jij vindt dat ze moeten wakker liggen.”

“Zo brengen we jeugdhulp ook dichter bij de samenleving. Want hulpverlening gaat ook over huisvesting, werk en inkomen, onderwijs, vrijetijd… Zo zijn er in de jeugdhulp nog te veel mensen die denken dat ze niet met armoedebestrijding moeten bezig zijn.”

Luc schudt een citaat van Desmond Tutu uit de mouw: “Er komt een moment waarop we moeten stoppen met alleen maar mensen uit de rivier te trekken. We moeten stroomopwaarts gaan om te ontdekken waarom ze erin vallen.”

Ruimte voor nabijheid

Ondertussen horen we in die samenleving noodkreten over mentale problemen, geweld binnen en buiten het gezin, sociale isolatie, schooluitval, jongeren die het slachtoffer zijn van prostitutie en mensenhandel. Hoe kijkt Luc naar de stelling dat het niet goed gaat met onze jongeren?

“Sommige jongeren zijn er echt slecht aan toe. Hun gedrag en isolement kunnen extreem zijn. Als samenleving ervaren we opnieuw die onmacht waarmee we helaas weerom fout omgaan: nog meer specialisatie, nog meer medicatie, nog meer opsluiting, nog meer isolatie. We organiseren breuken tussen ouders en kinderen die nog moeilijk te herstellen zijn.”

“Die dynamiek gaat helemaal de verkeerde weg op. Een doctoraatsonderzoek besluit dat de jeugdhulp vaak onbedoeld de problemen versterkt die ze probeert op te lossen. Jeugdhulp lijkt steeds meer te maken te hebben met controle en discipline dan met hulp. Dat een deel van die jeugdhulp – de gesloten gemeenschapsinstellingen – intussen onder de verantwoordelijkheid valt van de Vlaams minister van Justitie, spreekt boekdelen.”

“De onderbuik van onze samenleving heeft grote honger naar orde, controle en voorspelbaarheid. We zijn die vandaag ongezond aan het voeden. We willen een lik-op-stukbeleid, ook voor jongeren die nog volop aan het opgroeien zijn. We creëren veel meer gesloten en beveiligde plaatsen dan pakweg in Nederland. Onverantwoorde ouders moeten gesanctioneerd worden. En intussen houden we het hele voortraject van uitsluiting en gemiste kansen buiten beeld. Voor mij is dan duidelijk: de samenleving moet in therapie.”

Keihard werken

“In De Wissel proberen we deze nefaste dynamieken te doorbreken vanuit een realistische ambitie: voor jongeren en gezinnen die al veel te veel begeleiders, verwijzers en organisaties achter de rug hebben, willen we een eindstation zijn, geen tussenstation. We willen als ‘hoopverleners’ niet het zoveelste breukmoment zijn in een traject. Doorverwijzen is taboe.”

“Dat is keihard werken, maar het kan. Onze hulpverleners gaan tot het uiterste om mensen in schrijnende gezinssituaties te ondersteunen, zodat ouders in staat zijn om papa of mama te blijven. Ik bewonder hulpverleners die samen met die gezinnen blijven doorzetten.”

Om dat mogelijk te maken, gaf Luc als leidinggevende zijn medewerkers alle ruimte. Vertrouwen stond centraal, regels en procedures bleven op de achtergrond. “Maar ik was ook veeleisend”, blikt Luc terug. “Discussies over afstand houden, liggen me niet. Bij De Wissel sta je heel dicht bij de jongeren en gezinnen. Dat is soms heftig en kan je emotioneel behoorlijk uitputten.”

“Ik weet dat je als hulpverlener sterk in je schoenen moet staan om daar mee om te gaan, zeker als je gezinssituaties ziet die fel contrasteren met je eigen gezin. Maar het is de enige manier om met die jongeren en gezinnen op pad te blijven gaan in een hobbelige samenleving met veel valkuilen.”

“Ik heb dus oneindig veel respect voor sociale professionals, maar benadruk tegelijk het besef dat ze er niet zijn om alle maatschappelijke vraagstukken naar zich toe te trekken en op te lossen. Sociaal werk en sociaal engagement zijn de opdracht van iedere burger. Als sociale professionals moeten we erover waken dat we niet te veel plaats innemen in de samenleving. We moeten wat meer samen leven om minder hulp te moeten verlenen.”

Daad bij het woord

Voor wie nog mocht twijfelen: Luc Deneffe is niet alleen een kritische visionair, maar ook een pragmaticus die de daad bij het woord voegt. We wandelen samen verder door Tienen en houden halt aan een oud scholencomplex waar een groep jongeren rondhangt in het Overkophuis. Ze komen meteen naar Luc en omhelzen hem hartelijk. Hetzelfde tafereel wat verderop bij ontmoetingsplek De Zwerm. Een man vertrouwt me meteen toe: “Dit is mijn plekje, beste bezoeker. Buiten De Zwerm heb ik geen familie.”

Het is geen toeval dat Luc hier meteen herkend wordt: hij zette zijn sterke schouders mee onder beide initiatieven. “Een onderzoekster trok rond in Tienen en luisterde onbevangen naar bewoners, jong en oud. Ze vroeg hen onder andere: ‘Waar kan je naartoe als je je niet goed voelt of als je problemen hebt?’ Zo verzamelde ze wel honderdvijftig plaatsen in de stad waar mensen iets voor elkaar kunnen betekenen, zoals een bankje aan een boerderij of een wolwinkelierster die weet wie een kamer ter beschikking heeft. En opvallend: niemand vermeldde een hulporganisatie.”

“Ook De Zwerm en het Overkophuis moesten plekken worden waar mensen iets voor elkaar kunnen betekenen, een aanvulling bij het ‘warmtenet’ dat we ontdekten. Als mensen in het sociale werkveld me dan vragen of De Zwerm een soort buurthuis is en of het Overkophuis een laagdrempelige jeugdhulporganisatie moet worden, zeg ik: niets van dat alles. Het Overkophuis is voor mij geen zoveelste advies- of hulpcentrum dat gerund wordt door professionele hulpverleners of experts. We zetten ons buiten de logica van vraag en aanbod en houden het Overkophuis dichtbij de jongeren zelf, als een eigen ontmoetingsplek.”

Wonderlijke samenwerking

Luc Deneffe: de directeur die gevangen zat in het web van de jeugdhulp, maar er tegelijkertijd ook wist aan te ontsnappen door te blijven dromen, zijn verbeelding overeind te houden en out of the box te werken. Terug richting station, vraag ik Luc of hij tevreden met pensioen gaat.

“Ik heb gewerkt in een fantastische organisatie die me de ruimte gaf om in de samenleving een steentje te verleggen. Onlangs zochten we onderdak voor twee jongeren in nood. Het ging als een vuurtje rond in ons netwerk en binnen de kortste tijd hadden we twee kamers. Mensen willen zich echt wel engageren, zolang ze niet lastiggevallen worden met formele zaken zoals verzekeringen of het risico beticht te worden van ontvoering van minderjarigen. Dat soort ballast belemmert vaak de solidariteit binnen de samenleving.”

“We zijn trouwens niet de enige jeugdhulpvoorziening die zo wil werken. In het CANO-netwerk ontmoette ik veel collega’s met de neus in dezelfde richting. Dat netwerk was voor mij een van de meest verrijkende samenwerkingen.”

“En met De Boomgaard bouwen we in Kessel-Lo aan een zorgdorp met wooneenheden en een krachtige buurtwerking. Wat daar gebeurt vind ik een bijzonder hoopgevend wonder. We verbinden er maatschappelijk engagement aan professionele hulpverlening. Dat project is een succes omdat wij met vier directeurs die geen tijd hadden gewoon de sleutel aan die buurt hebben gegeven. Vertrouwen en geloof in burgers die zich willen engageren en ‘het goede’ willen doen. Daar draait het om.”

Bron: Dewereldmorgen.be