Hoge belastingen en duurdere winkelkar: hoe blijven we alles betalen?
Elke partij belooft de burgers extra koopkracht in haar programma. Gaan de belastingen omlaag? Moet het minimumloon omhoog? Lees hier wat de partijen zelf voorstellen.
België kende de afgelopen jaren de hoogste inflatie sinds de jaren 70. Wat dat concreet wil zeggen? De energiefactuur verdubbelde voor sommigen en de gemiddelde winkelkar is vandaag meer dan een kwart duurder in vergelijking met 2 jaar geleden. Voor een brik melk van 1 liter betaalde je bijvoorbeeld 94 eurocent begin 2022, vandaag is dat 1,19 euro.
Toch is onze koopkracht er niet op achteruit gegaan, integendeel. Door het systeem van de automatische indexering van de lonen en uitkeringen – dat bijna nergens anders ter wereld bestaat – volgt ons inkomen die inflatie. We kunnen gemiddeld niet minder, maar zelfs een beetje meer kopen met ons inkomen dan voor de crisis.
Iedereen wil lagere belastingen
Maar dat gemiddelde zegt niet alles. In De Stemming gaf 37 procent van de ondervraagden aan dat ze er het afgelopen jaar financieel op achteruit zijn gegaan. Ook studies wijzen uit dat de 40 procent laagste inkomens wel degelijk koopkracht verloren hebben tijdens de afgelopen regeerperiode.
Het hoeft niet te verbazen: alle partijen zeggen in hun programma dat de koopkracht van de Belgen omhoog moet. Allemaal willen ze de belastingen op ons inkomen verlagen. Bijna nergens in de wereld zijn belastingen op arbeid zo hoog. De vraag blijft: hoe compenseren de partijen dat verlies aan belastinginkomsten om te vermijden dat de begroting niet verder ontspoort?
De standpunten
Vlaams Belang wil een verlaging van de belastingen waardoor een werknemer gemiddeld enkele honderden euro’s per maand meer zou overhouden. Daarnaast moet ook het minimumloon omhoog. Dat plan kost wel miljarden aan de overheid. Volgens het Federaal Planbureau zou de begroting op die manier nog veel verder in het rood gaan.
“De stijging van de koopkracht moet niet door de Vlamingen zelf betaald worden”, zei voorzitter Tom van Grieken tijdens de campagne. De partij kijkt daarvoor naar Franstaligen en nieuwkomers. Door de sociale zekerheid te splitsen en die pas toegankelijk te maken na 8 jaar voor niet-westerse migranten, hoopt de partij daar veel te besparen.
De 3 belangrijkste standpunten
- Het Vlaams Belang wil de koopkracht verhogen door de belastingen op het inkomen te verlagen, waardoor het netto-inkomen stijgt. Concreet willen wij de belastingvrije som optrekken naar 13.000 euro, de tarieven van 40 en 45 procent verlagen naar 30 en 40 procent en het toptarief van 50 procent toepassen vanaf 61.000 euro (nu 46.440 euro oftewel vanaf een modaal inkomen). Dat levert 239 tot 470 euro netto per maand op.
- Het Vlaams Belang wil het minimumloon in Vlaanderen verhogen met 5 procent.
- Sparen beschermen. Spaarders hebben het grootste koopkrachtverlies geleden, want spaargeld wordt niet geïndexeerd. Daarom pleit het Vlaams Belang voor een wettelijk minimumrente op spaarboekjes.
Voor Vooruit is koopkracht thema nummer 1. De belastingen op inkomen uit werk moeten omlaag en het minimumloon omhoog. Daarnaast pleit de partij ook voor lagere facturen voor onder meer energie en internet.
Om te zorgen dat al die maatregelen niet voor een groter begrotingstekort zorgen, kijken de socialisten in de eerste plaats naar bedrijven en vermogende Belgen. Ze willen besparen op bedrijfsubsidies en mensen met groot vermogen meer belasten.
De 3 belangrijkste standpunten
- Gegarandeerde indexering van uw loon. Als het leven duurder wordt, moet ook uw loon automatisch stijgen. De index zullen we behouden. In winstgevende sectoren en bedrijven moet opnieuw onderhandeld kunnen worden over loonsopslag. Boven op de index die de koopkracht stabiel houdt.
- Hogere minimumlonen. Werken moet lonen, en wie werkt moet meer overhouden dan wie niet werkt.
- Meer netto op de rekening. We verlagen de belastingen op werk. Dat kan door de belastingen op inkomen uit vermogen te verhogen. Zo zullen werkende mensen netto meer overhouden.
Minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V) legde een plan om de belastingen te hervormen op de regeringstafel vorig jaar. Maar de partijen raakten het niet eens. CD&V blijft achter dat plan – met minder belastingen op inkomen uit werk – staan.
Om die lastenverlaging voor werknemers te compenseren, wil de partij winsten uit vermogen hoger belasten en pleit ze voor hogere belastingen voor multinationals.
De 3 belangrijkste standpunten
- Wie werkt, moet netto meer overhouden door een grote fiscale hevorming. Met onze fiscale blauwdruk kan een jong werkend koppel tot 7.500 euro per jaar extra overhouden.
- De automatische indexering van de lonen en pensioenen wordt behouden om de koopkracht van burgers te beschermen.
- We zorgen voor betaalbare woningen door 500.000 extra woningen tegen 2035 te ontwikkelen, lenen aan 100 procent (aankoopbedrag) opnieuw mogelijk te maken en lagere registratiebelastingen.
Ook Groen wil de lasten op arbeid verlagen en de minimumlonen optrekken. De partij heeft zelfs een plan om het armoederisico helemaal tot 0 te herleiden. Met hun zogenoemde ‘welvaartsgarantie’ zouden alle inkomens – ook uitkeringen – opgetrokken worden tot boven de armoedegrens.
Net als de andere linkse partijen kijkt Groen naar hogere belastingen op grote vermogens om hun plannen te betalen.
De 3 belangrijkste standpunten
- Werken doen lonen, met een fiscale hervorming die verzekert dat mensen meer overhouden van hun loon aan het einde van de maand, gemiddeld 322 euro netto erbij voor wie werkt.
- De automatische index beschermen en verbeteren, zodat de lonen vanzelf omhoog gaan wanneer de prijzen stijgen.
- De minimumlonen optrekken naar 15 euro per uur.
“Het verschil tussen werken en niet-werken moet altijd 500 euro zijn”. Het is dé verkiezingsslogan van de liberalen. Ze maken er zelfs een breekpunt van. Ze willen vooral de koopkracht van de mensen die werken en zelfstandigen verhogen. Dat moet via een heel pakket aan maatregelen.
Wanneer je een leefloon krijgt, kan je aanspraak maken op bijvoorbeeld goedkoper internet en een lagere energiefactuur. De liberalen willen niet dat die voordelen nog langer verbonden zijn aan bepaald statuut, maar wel aan je inkomen. Of dat nu uit werk of een uitkering is.
Volgens de Open VLD zal de overheid die maatregelen kunnen betalen omdat meer mensen aan de slag gaan – onder meer ook door de werkloosheidsuitkeringen na 2 jaar stop te zetten. Ze willen ook besparen op de gezondheidszorg.
De 3 belangrijkste standpunten
- Het verschil tussen werken en niet-werken is minstens altijd 500 euro per maand. Zelfs al is het maar enkele uren als eerste stappen terug naar de arbeidsmarkt, het verschil tussen werken en niet-werken moet altijd voelbaar zijn. Om dit te bereiken zorgen we ervoor dat mensen die werken minder belast worden. We schaffen de 45%-schijf af en breiden de Vlaamse jobbonus uit tot mediaaninkomens en verhogen hem tot 1000 euro. Om de koopkracht van zelfstandigen te verhogen en ook daar te zorgen dat werken loont voeren we een zelfstandigenbonus in.
- Sociale voordelen moeten toegekend worden op basis van inkomen, niet op basis van een statuut. Dit zorgt ervoor dat ook werkende mensen in aanmerking komen voor voordelen als hun loon aan de lage kant is, wat er dan op zijn beurt weer voor zorgt dat werken altijd meer loont dan niet-werken. Zo halen we mensen ook uit het sociaal isolement van bepaalde statuten.
- Iedereen kan onbelast bijverdienen dankzij de flexi-jobs. Wie naast zijn job nog wil bijverdienen moet dat kunnen en mag daar fiscaal niet voor gestraft worden. Daarom breiden we de flexi-jobs uit naar alle sectoren en zorgen we ervoor dat je ook een flexi-job bij je eigen werkgever kan doen. Ook zelfstandigen in hoofdberoep kunnen, bijvoorbeeld als ze omwille van seizoensgebonden activiteiten of de economische conjunctuur daarvoor de tijd hebben, een flexi-job doen.
Om de toegenomen prijzen in de supermarkt aan te pakken, gaat de PVDA voor een drastische oplossing. De btw op voedsel en andere essentiële producten moet naar 0 procent. Om wonen betaalbaarder te maken wil de partij de huurprijs begrenzen.
De PVDA rekent op zijn ondertussen bekende ‘miljonairstaks‘ om die maatregelen te bekostigen.
De 3 belangrijkste standpunten
- We verlagen de btw op de winkelkar naar 0 procent. Terwijl de prijzen van basisgoederen de pan uit swingen, is het onbegrijpelijk dat de overheid hier nog eens een taks op heft. Voor basisgoederen zoals voedsel, non-alcoholische dranken en schoonmaak- en hygiënische producten schaffen we de btw af.
- We maken loonsverhogingen opnieuw mogelijk door de loonwet van 1996 aan te passen. Deze wet legt een loonnorm op aan het sociaal overleg die niet overschreden mag worden. Momenteel is de marge 0,0 procent: niemand mag opslag vragen, zelfs niet in zeer winstgevende bedrijven. Wij maken deze loonnorm indicatief in plaats van bindend.
- Wonen neemt een te grote hap weg uit het budget van veel huishoudens. We streven ernaar dat niemand meer dan één derde van zijn inkomen aan wonen moet uitgeven. Daarvoor verhogen we het aanbod aan betaalbare woningen door opnieuw een sociale norm in te voeren: in elk groot nieuwbouwproject moet minstens één derde bestaan uit betaalbare koopwoningen en één derde uit sociale woningen. Op de private huurmarkt begrenzen we de huurprijzen op basis van objectieve criteria zoals oppervlakte, energiezuinigheid en comfort.
Net als de liberalen wil de N-VA vooral mensen die werken ondersteunen. Ook volgens hen moet het verschil tussen werken en niet werken minstens 500 euro zijn. Daarvoor is een fiscale hervorming nodig. Ook de belastingen op de aankoop van een woning en op erfenissen wil de N-VA verlagen.
Langs de andere kant wil de partij de leeflonen en werkloosheidsuitkeringen niet indexeren de komende jaren. Wanneer het leven duurder wordt zal het bedrag dus niet meer mee stijgen. Op die manier willen ze mensen aanzetten om te gaan werken en de overheid moet minder uitgeven aan de uitkeringen. Ook in de gezondheidszorg zijn miljarden te halen om de lastenverlaging mee te bekostigen, denkt de partij.
De 3 belangrijkste standpunten
- We vergroten het verschil tussen werken en niet werken naar minstens 500 euro netto per maand, onder andere door het afschaffen van de bijzondere bijdrage sociale zekerheid.
- We maken kinderopvang goedkoper door de fiscale aftrekbaarheid te verhogen naar 100 procent.
- We koppelen sociale voordelen aan het inkomen en niet aan het statuut. Ze worden geplafonneerd en gradueel afgebouwd, zodat we geen negatieve effecten zien op mensen die (meer) gaan werken.
Bron: VRT.NWS
