Onze grondwet stelt dat iedereen recht heeft op een menswaardig bestaan. OCMW’s moeten dat mee mogelijk maken. Al zijn die mooie principes gebeiteld in wetten, toch staat de praktijk op losse schroeven. OCMW maatschappelijk werker Sushmitha Hanssen pleitte pas nog om die schroeven weer aan te draaien door begeleidingen meer controlerend te organiseren. ‘Coalitie Humaan OCMW’ is vooral bezorgd dat de oorspronkelijke opdracht van dat maatschappelijk werk aan het wegglijden is: een laatste maar betrouwbare schakel zijn van solidariteit.

Uit het leven gegrepen

Stel: je bent al enkele jaren werkloos. Door de inkorting van je werkloosheidsuitkering zal je die in 2026 verliezen. In theorie werd je tijdens die periode van werkloosheid begeleid door een VDAB-arbeidsbemiddelaar, op zoek naar een duurzame job. Maar de praktijk is vaak anders: de meeste mensen kregen nauwelijks begeleiding.

Kan je – nu in 2026 je werkloosheidsuitkering stopgezet wordt – nog aanspraak maken op begeleiding naar werk door de VDAB? In theorie wel, maar met de geplande forse besparing op de VDAB zal deze dienst nog minder capaciteit hebben om je te ondersteunen in je zoektocht naar een job.

Werkbereidheid

Vind je toch geen plaats op de arbeidsmarkt? Dan is er een laatste dam om niet in armoede terecht te komen: wie financieel in de problemen komt, kan de stap naar het OCMW zetten en een leefloon aanvragen.

Maar ook dan zal ‘werk’ meteen opduiken in je traject. Om een leefloon te kunnen ontvangen, moet je je bereid tonen om te werken. Hoe je die werkbereidheid moet aantonen, heeft de wetgever niet gespecificeerd. Gelukkig maar, want een uniforme omschrijving van het aantonen van de werkbereidheid, zou elke vorm van maatwerk voor individuele situaties onmogelijk maken.

Begin en einde

Dat maatwerk is noodzakelijk. Mensen die naar het OCMW stappen, hebben zelden enkel een financieel probleem. Ze worden bijvoorbeeld ook geconfronteerd met dreigende uithuiszetting, relationele problemen of een kind met ernstige gezondheidsproblemen.

Deze mensen hebben eerst stabiliteit en ondersteuning nodig in plaats van bijkomende druk. De idee om van elke leefloongerechtigde te verwachten dat die wekelijks vijf realistische sollicitatiebewijzen indient, zonder rekening te houden met de problemen die zich ondertussen opstapelden, is ronduit absurd. Toch stellen we vanuit onze praktijkervaringen vast dat dit de realiteit is in steden zoals Antwerpen. Daar verplaatst men het eindpunt van een traject richting arbeidsactivering naar het begin van dat traject.

Controle als administratieve vereenvoudiging

Ook onze regionale en federale beleidsvoerders voeren de druk op en vragen OCMW-maatschappelijk werkers om sterker in te zetten op controle en een (te) snelle stap naar de arbeidsmarkt.

Dat lijkt een administratieve vereenvoudiging voor maatschappelijk werkers die kreunen onder de dossierlast. Op vlak van die werkdruk is er geen beterschap in zicht: in 2026 zal het aantal mensen dat een leefloon moet aanvragen sterk stijgen. Dan is het verleidelijk om dat binnen de perken te houden met snelle en eenvoudige tools om die controles uit te voeren.

Weinig winst

Toch zal die beleidskeuze weinig winst opleveren: een beleid dat inzet op activering zonder oog te hebben voor de complexe realiteit van mensen mist zijn doel. Mensen geraken niet vooruit vanuit druk, repressie, wantrouwen en administratieve opgejaagdheid. Wel vanuit vertrouwen, maatwerk en het wegnemen van drempels.

Dat wegnemen van drempels is een onderschat maar cruciaal probleem. Mensen die voor het eerst een OCMW binnenstappen om hulp te vragen, zien vaak geen andere uitweg meer. Ze moeten onder andere gevoelens van schuld en schaamte opzij zetten om die hoge drempel te nemen.

Voor een grote groep blijft de drempel te hoog. Zij zetten de stap naar het OCMW niet en hun precaire leefsituatie blijft verborgen. Zo wordt geschat dat de helft van de mensen die wel recht heeft op een leefloon daar toch geen gebruik van maakt. Die hoge ‘non take-up’ staat in schril contrast met de bijzonder kleine groep mensen die onrechtmatig een leefloon ontvangt: ongeveer 5 procent.

Wat deze mensen nodig hebben

Wat mensen die geen uitweg meer zien nodig hebben, is iemand die luistert. Iemand die de situatie helpt ontrafelen. Iemand die het overleven terugbrengt tot zekerheid over basisbehoeften. Iemand die met hen op pad gaat om opnieuw stabiliteit te vinden. Iemand die ondersteunt, die in hen gelooft en waar nodig telkens terug een vangnet biedt.

Deze korte opsomming van wat deze mensen nodig hebben, is geen rocketscience. Deze inzichten worden telkens opnieuw bevestigd door pedagogische, sociologische en  psychologische onderzoeken.

Dikke bult

Toch staat alles wat maatschappelijk werk zo belangrijk maakt onder druk. Stereotypes regeren zonder tegenspraak. Armoede zou vooral het gevolg zijn van onverstandige beslissingen: ‘eigen schuld, dikke bult’. Te veel profiteurs zouden  onrechtmatig gebruik van een riant leefloon. Feiten en onderzoeken die staalhard het tegendeel aantonen, verdwijnen naar de coulissen.

Te veel beleidsvoerders surfen mee op die golven. Ze kiezen ervoor om angst als wapen te gebruiken door rechthebbenden te framen als onbetrouwbaar of crimineel. ‘De profiteurs moeten eruit, want anders is er niet meer genoeg voor u, gij hardwerkende Vlaming.’ Die polariserende retoriek van ‘goede’ en ‘slechte’ armen dreigt ook sommige maatschappelijk werkers te voeden.

Laatste, betrouwbare schakel

Verschuift de wettelijke basis van het OCMW binnenkort naar het ‘recht op menswaardig bestaan voor wie binnen de beoogde tijdspanne toegelaten wordt op de arbeidsmarkt’? Of hebben we de moed om radicaal vast te houden aan een menswaardig bestaan voor iedereen, om samen pal te blijven staan voor een OCMW dat niet afglijdt naar een controle- en sanctioneringsdienst?

Blijven we de krachten bundelen om trouw te blijven aan onze oorspronkelijk en wettelijke opdracht: een laatste maar betrouwbare schakel te zijn van solidariteit?

Bron: sociaal.net