Het aantal alleenstaande mannelijke asielzoekers op de wachtlijst voor opvang blijft stijgen. Het gaat ondertussen om 2.700 personen, die vaak beroep op de al overvolle Brusselse daklozenopvang. Van de 4.000 vooropgestelde extra plaatsen voor asielopvang, kon de regering er voorlopig 1.275 openen. 

De 50-jarige Mustafa vluchtte uit Syrië en kwam drie maanden geleden aan in ons land. Hij heeft voorlopig geen zicht op een plaats in de opvang en overnacht buiten aan de gebouwen van Dienst Vreemdelingenzaken in Brussel. “Het vroor afgelopen nacht -5, ik had 10 dekens nodig”, legt hij uit. “Ik wil niets speciaal, gewoon een dak boven mijn hoofd. Ik wil gewoon als een mens behandeld worden.”

Hij is een van de 2.700 alleenstaande mannen op de wachtlijst voor asielopvang. Dat zijn er 600 meer dan drie maanden geleden, blijkt uit cijfers van Fedasil. De Moor besliste toen om mannelijke alleenstaande asielzoekers geen toegang meer te geven tot de asielopvang. In de praktijk was dat al langer het geval. Ze wil de beschikbare plaatsen voor gezinnen voorbehouden om te vermijden dat die op straat belanden. 

“Dat is voorlopig ook gelukt”, zegt De Moor. De maatregel blijft van kracht. Het aantal opvangplaatsen nam afgelopen maanden wel toe, maar niet genoeg om alleenstaande mannen opnieuw structureel op te vangen. Fedasil zegt wel dat ze ze “druppelsgewijs” toegelaten.

1.275 extra plaatsen

De regering zoekt extra plaatsen om iedereen opvang te kunnen bieden, zeker nu de temperaturen zakken. Volgens de Moor kwamen er sinds september al 1.275 opvangplaatsen voor asielzoekers bij in het kader van het winterplan. Onder andere in Bredene, Theux en Ronse.

Dat is nog een stuk verwijderd van de in totaal 4.000 plaatsen die de regering in september aankondigde. Naast het jaarlijkse winterplan – goed voor 2.000 plaatsen – richtte premier De Croo ook een taskforce op die voor 2.000 tijdelijke bijkomende plaatsen moet zorgen.

Volgende week komt de taskforce voor de derde keer samen. De eerste twee vergaderingen hebben voorlopig niet tot concrete extra plaatsen geleid. Het is niet eenvoudig om nieuwe locaties te vinden, klinkt het.

Er wordt gekeken naar ziekenhuizen, gebouwen van NMBS en kazernes van Defensie. Of die locaties volstaan en wanneer ze in gebruik genomen kunnen worden, onderzoeken de ministers nog. De zoektocht naar personeel en samenwerking met lokale besturen vormen net als bij andere opvanginitiatieven extra knelpunten. 

De Moor: “Meer opvangplaatsen niet de enige oplossing”

De 1.275 plaatsen zijn voorlopig te beperkt om ook alleenstaande mannen opnieuw structureel opvang te kunnen bieden. In het najaar vragen traditioneel meer mensen bescherming aan in ons land, en die hebben allemaal recht op opvang. In oktober waren dat er 3.226, het hoogste cijfer tot nu toe dit jaar. De aantallen zijn wel lager dan in dezelfde periode vorig jaar. 

“We kunnen dit niet oplossen met enkel maar meer opvangplaatsen. De instroom moet echt omlaag, en daarom hamer ik zo op de hervorming van het Europees migratiebeleid. Het nieuwe Europees Migratiepact moet er voor zorgen dat er minder asielzoekers in ons land toekomen. Enkel op die manier zullen we opnieuw iedereen kunnen opvangen”, zegt De Moor. 

In totaal zijn er vandaag 35.388 opvangplaatsen beschikbaar volgens Fedasil. In het begin van de legislatuur waren dat er nog maar 27.000, benadrukt de staatssecretaris. 

Snellere uitstroom

Of er plaatsen beschikbaar zijn in de opvang hangt niet alleen af van hoeveel mensen erbij komen. Hoe meer mensen de opvang verlaten, hoe sneller er plaatsen vrijkomen. En ook daar knelt het schoentje. De periode die de diensten nodig hebben om te oordelen of iemand recht heeft op asiel duurt steeds langer. Tijdens die wachtperiode heeft een asielzoekers recht op een plek in het opvangnetwerk.  

De oorzaak is de grote achterstand bij de bevoegde overheidsdiensten. Het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS) geeft aan dat het op dit moment aankijkt tegen een achterstand van 17.408 dossiers. Dat zijn er 5.000 meer dan een jaar geleden. 

CVSG heeft extra personeel aangeworven en het aantal maandelijks afgewerkte dossiers stijgt, maar de vele aanvragen doen de achterstand nog steeds groeien. 

Concurrentie met andere Brusselse daklozen

Om zoveel mogelijk te vermijden dat mensen op de wachtlijst ook effectief de nacht op straat moeten doorbrengen, zoekt de Moor ook buiten het opvangnetwerk van Fedasil naar oplossingen. De regering kondigde in september aan te investeren in 500 extra noodplaatsen in de Brusselse daklozenopvang. Vandaag is die beslissing formeel goedgekeurd op de ministerraad. Die opvang komt bovenop de 1.500 plaatsen in de Brusselse daklozenopvang die het federale niveau al financiert.  

Hoeveel asielzoekers er precies op straat leven is onduidelijk. “Ze blijven volledig onder de radar. In het verleden waren ze zichtbaarder omdat het oogluikend werd toegelaten dat ze ergens tenten opzetten of samentroepen, dat is nu niet het geval”, legt Thomas Willekens van Vluchtelingenwerk Vlaanderen uit. 

De 500 extra plaatsen zijn broodnodig, want ook de Brusselse daklozenopvang zit vol. Volgens burgerplatform BelRefugees, verantwoordelijk voor één van de noodopvangcentra voor Brusselse daklozen, staan er ondertussen rond de 1.000 mensen op hun wachtlijst. Die moeten tot meer dan een maand wachten op een plaats. Ongeveer 70 procent van hen zouden asielzoekers zijn. Ook hulpdienst Samusocial moet mensen wandelen sturen. 

Het toenemende aantal alleenstaande mannen dat geen reguliere opvang krijgt, zet druk op de klassieke daklozenopvang. In Brussel zijn volgens de laatste tellingen 7.134 daklozen in Brussel, meer dan er opvangplaatsen zijn. Samusocial waarschuwde al voor de impact op de daklozenopvang in augustus, toen De Moor de maatregel invoerde.

“Deze situatie leidt tot een grote concurrentie tussen groepen voor de beschikbare plaatsen in het netwerk en dwingt de organisaties om dagelijks alleenstaande mannen, maar ook vrouwen en gezinnen, soms met jonge kinderen, te weigeren”, zegt Willekens. In de praktijk gaan de voor asielzoekers voorziene plaatsen, door de federale overheid gefinancierd, niet altijd naar die groep. 

Vriestemperaturen

Zeker nu de temperaturen zakken, wordt de situatie precair. “De recente temperatuurdalingen baren zorgen over de huidige beschikbaarheid van onderdak voor dakloze mensen in Brussel”, zegt het Brussels Gewest vandaag in een persbericht. 

Ze zetten nu een noodinterventieplan op met 155 extra plaatsen, waarvan er 120 zijn voorbehouden voor alleenstaande mannen. Bovendien blijven het Zuidstation en de metrostations in Brussel ook ‘s nachts toegankelijk voor daklozen als het 0 graden of kouder is. 

Bron: vrt.nws