Lidl voert strijd tegen ‘laadtoeristen’

Lidl en verscheidene andere winkels bieden als promotie gratis laadpalen voor elektrische auto’s aan op hun parkings. Maar daarvan wordt blijkbaar veel misbruik gemaakt door ‘stroomdieven’ die helemaal geen inkopen doen. Daarom neemt de Lidl nu maatregelen, zoals de verlaging van de laadsnelheid.

De overgang naar elektrisch rijden betekent dat er ook een grote nood komt aan laadpunten. De uitbouw van een dicht netwerk van laadpalen is ingezet, maar heeft nog heel wat tijd nodig om het hele grondgebied voldoende af te dekken. Daarom zijn initiatieven van supermarkten en andere handelszaken die laadpalen op hun parkings voorzien zeker lovenswaardig. Ze worden ook steeds drukker gebruikt, omdat de stroom er in vele gevallen gratis is. En dat is natuurlijk mooi meegenomen in deze tijden van dure energie.

Stroomdieven

Maar blijkbaar loopt deze gratis laadservice toch een beetje uit de hand. Zo merkte supermarktketen Lidl dat er vrij veel ‘laadtoerisme’ gebeurt aan haar laadpalen door mensen die er hun elektrische auto komen opladen aan de snelladers met vaak een vermogen van 50 kWzonder echter aankopen te doen in de winkels. Dat is natuurlijk niet de bedoeling, zodat Lidl zelf spreekt van ‘stroomdieven’.

Daarom gaat de supermarkt nu het vermogen van zijn laadpalen verlagen tot 25 kW om deze stroomdieven te ontmoedigen en wordt er ook gedacht over een systeem om het gratis laden voor te behouden aan de klanten van Lidl die ook effectief in de supermarkt komen winkelen, meldt GVA.be

Wie een uurtje laadt bij Lidl aan 50 kW, tankt dus voor ongeveer 30 euro (tegen een tarief van 0,6€/kWh) gratis bij. Aan het verlaagde vermogen 25 kW is dat dus weldra nog slechts 15 euro. Gratis elektrisch tanken kan voorlopig ook nog bij andere handelszaken, zoals Delhaize (11 kW) en Ikea (22 kW). Maar ook daar houdt men de tendens in de gaten en wordt het systeem wellicht eveneens aangepast als het aantal elektrische auto’s de volgende jaren sterk gaat toenemen. Tja, Sinterklaas bestaat niet, ook niet voor de EV-rijders die dus in de toekomst hun stroom overal zelf zullen moeten betalen.

Bron: Gocar.be

Duizenden Vlamingen riskeren boete tot 4.000 euro

Nog nooit van het “terugkommoment” gehoord? Da’s een 4 uur durende, verplichte én betalende opleiding voor jonge Vlaamse bestuurders, met als ultieme doel het aantal ongevallen in een dalende lijn te krijgen. Hoewel dat deze cursus dus verplicht is, blijkt dat duizenden Vlamingen die ernaar toe moesten, dat niet hebben gedaan. Zij riskeren een boete die tot maar liefst 4.000 euro kan oplopen.

In totaal werden er vorig jaar 4.308 dossiers opgemaakt voor landgenoten die het terugkommoment, dat een praktisch gedeelte en een groepsgesprek bevat, aan zich voorbij hebben laten gaan of die het pas na de “aanmaningsperiode” hebben gevolgd, zo meldt HLN, volgens cijfers van het kabinet van Vlaams minister van Mobiliteit Lydia Peeters (Open Vld).

Concreet zijn 2.610 jonge bestuurders effectief nooit komen opdagen. Zowel zij als de 1.698 personen die het terugkommoment pas hebben beleefd nadat de termijn tijdens dewelke het terugkommoment moet worden gevolgd eigenlijk al verstreken was, riskeren een sanctie in de vorm van een boete.

En tijdens corona?

Tijdens de covid-crisis werden er een tijd lang geen terugkommomenten georganiseerd. Voor zij die dan hadden moeten gaan, werd de termijn over meerdere jaren verspreid. De pandemie mag volgens de overheid dus niet als een excuus worden beschouwd.

Bovendien zijn de meeste jonge chauffeurs wel netjes in orde. In 2021 hebben zo’n 34.900 autobestuurders die hun rijbewijs nog niet zo lang hebben, de bijkomende “opfrissingscursus”, die overigens 108 euro per persoon kost, gevolgd.

Wie moet moet naar een terugkommoment?

Wie in Vlaanderen een rijbewijs B heeft gehaald, moet 6 tot 9 maanden later naar het terugkommoment, althans als die persoon in een Vlaamse gemeente of stad woont bij de afloop van de termijn. Het geldt voor wie het laatste voorlopig rijbewijs in Vlaanderen heeft aangevraagd vanaf 1/10/2017 (behalve door verlies of diefstal of de wijziging van begeleider).

Bron: Gocar.be

Strijd tegen lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden is feministische strijd!

70% van de laagstbetaalde werknemers zijn vrouwen. De arbeidsomstandigheden in de gezondheidszorg, het onderwijs, de kinderzorg, het huishoudelijk werk en de thuishulp zijn bijzonder erbarmelijk; dit zijn sectoren waarin vrouwen in de meerderheid zijn. Er vonden al een hele reeks vakbondsacties plaats in de voorbije maanden om dat aan te klagen.

Standpunt van Campagne ROSA

Het kapitalisme gebruikt seksisme om de helft van de bevolking in een tweederangspositie te houden. Vooroordelen over de zogenaamd natuurlijke zorgende rol van vrouwen worden gebruikt als een excuus voor lage lonen in de sectoren waarin zij oververtegenwoordigd zijn. “Waarom zouden ze goed betaald moeten worden voor werk dat ze anders gratis doen?!” Door de onhoudbare werklast en onvoldoende openbare diensten werkt 43% van de vrouwelijke werknemers in deeltijd en dus met een deeltijds loon. Ze werken daarnaast lange uren onbetaald huishoudelijk werk. Het loonverschil tussen mannen en vrouwen bedraagt jaarlijks 23,1% en 30% tijdens het pensioen …

  • Tegen de onhoudbare werkdruk en voor werkgelegenheid: de 30-urige werkweek, zonder loonverlies, met compenserende aanwerving et met verlaging van het werkritme.

Strijden voor financiële onafhankelijkheid

Het probleem is niet dat mannen een te goede job hebben; ook zij zien hun koopkracht dalen. Het probleem is dat vrouwen niet genoeg verdienen om financieel onafhankelijk te zijn. Zij lopen twee keer zoveel kans om in een situatie van financiële afhankelijkheid te zitten. Het loon van vrouwen wordt nog steeds gezien als een aanvullend loon, hoewel er twee lonen nodig zijn om fatsoenlijk te kunnen leven.

Het wordt met de dag erger. Brandstof slokt een groot deel van onze lonen op. De werknemers met dienstencheques hebben dat aan de kaak gesteld. De indexering gebeurt na de kosten, zonder de reële stijging van de kosten van het levensonderhoud te volgen. Dat treft de laagste inkomens nog zwaarder. Voor huurders is de indexering van de huurprijzen onbetaalbaar. Daarbovenop komt de wet van ’96 die een reële loonsverhoging verhindert. Onaanvaardbaar!

  • Breek de loonwet! Verhoog alle lonen met 2 euro per uur!
  • Volledig herstel van de index met controle van de werkende klasse over de berekening en samenstelling ervan. Telkens wanneer de index wordt overschreden, moeten alle lonen en uitkeringen onmiddellijk worden verhoogd.

Precariteit = kwetsbaar voor geweld

Lage lonen en onzekere arbeidsomstandigheden maken het nog moeilijker om uit een situatie van pesterijen of geweld op het werk te komen, uit angst om je job te verliezen. Het is nog erger wanneer je geen recht op werkloosheiduitkeringen hebt kunnen opbouwen. Deze economische kwetsbaarheid plaatst ons in een situatie van afhankelijkheid van onze partner/ouders. Het belet ons vrij te kiezen met wie we al dan niet willen samenleven: er is een recorddaling van het aantal scheidingen (-15% in 2021). Het maakt je ook kwetsbaarder voor huiselijk geweld. Arm zijn verdubbelt het risico om verkracht te worden.

De toenemende onzekerheid werkt seksisme in de hand. 27% van de Europeanen vindt gendergerelateerd geweld in bepaalde omstandigheden aanvaardbaar! Wanneer een vrouw een probleem meldt, wordt zij veroordeeld, en niet de feiten die worden gemeld. Alsof een slachtoffer dat niet “perfect” is, geen slachtoffer kan zijn …

  • Voor een massaal publiek investeringsplan in de non-profit en de openbare diensten zoals kinderopvang, onderwijs, gezondheidszorg, sociale huisvesting, wijk- en jongerenhuizen …

Campagnes opzetten om “vrouwelijke” sectoren te syndicaliseren.

Het is de vakbeweging die in België de meeste vrouwen in strijd brengt. Vakbonden hebben het potentieel om te strijden tegen de specifieke onderdrukking van vrouwen en LGBTQIA+-personen. Maar dit vergt specifieke aandacht omdat, net als de rest van de samenleving, ook onze organisaties doorspekt zijn van seksisme en LGBTQIA+-fobie.

De dominante ideologie is de ideologie van de heersende klasse. De heersende klasse heeft geen belang bij de gelijkheid van individuen. Kapitalisme is gebaseerd op ongelijkheid; sociale ellende gaat hand in hand met de verrijking van de elite. De techniek van “verdeel en heers” dient om de kracht van onze eenheid te verzwakken. In de strijd tegen discriminatie, onderdrukking en uitbuiting is het van cruciaal belang te kijken naar wat ons verenigt in plaats van naar wat ons van elkaar onderscheidt: wij maken deel uit van een sociale klasse die de capaciteit heeft om het kapitalisme omver te werpen door middel van stakingsacties en massamobilisatie. Als de pandemie iets heeft aangetoond, dan is het wel dat het de werknemers zijn die de wereld doen draaien. Het is tijd dat we het in eigen hand nemen!

  • Campagnes voor de syndicalisering van vrouwelijke werknemers en de versterking van vrouwencomités in de vakbonden: als instrument om vrouwen meer te betrekken bij de strijd en om hun specifieke problematieken te bespreken.

Campagne ROSA (Reageer tegen Onderdrukking, Seksisme en Asociaal beleid) strijdt voor socialistisch feminisme.

We willen het probleem bij de wortel aanpakken: het kapitalisme. Een kleine elite van ultrarijken buit ons uit en moet ons verdelen om dat te kunnen blijven doen. We moeten strijden voor een samenleving die gebaseerd is op de ontplooiing van iedereen.

  • Dat kan door de financiële sector in publieke handen te nemen, zodat de gemeenschap een overzicht heeft van alle geldstromen en de beschikbare middelen worden geïnvesteerd in wat sociaal noodzakelijk is.
  • Voor een democratisch geplande economie, democratisch socialisme.

Bron: LSP

Krachtsverhouding voor maatschappijverandering opbouwen. De rijken voor eens en altijd doen betalen

Krachtsverhouding voor maatschappijverandering opbouwen. De rijken voor eens en altijd doen betalen

“Er zijn zakenmannen die minder worden belast dan hun poetsvrouw, dat werpt toch vragen op.” Neen, dit is geen citaat van Raoul Hedebouw (al heeft ook hij dat gezegd), maar van de econoom Etienne de Callataÿ, voormalig medewerker van premier Jean-Luc Dehaene. Het idee van een vermogensbelasting wordt nu verdedigd door 5 van de 7 partijen van de federale meerderheid. Enkel de Vlaamse en Franstalige liberalen blijven tegen.

Er is in de publieke opinie een ware vloedgolf van steun voor een miljonairstaks. De cijfers spreken voor zich. Begin 2021, dus nog voor de huidige koopkrachtcrisis, waren alleen bij de MR-kiezers de voorstanders van een belasting op de rijken in de minderheid, zij het met toch wel 49%. Het stadium van de bewustmaking is voorbij, er is nood aan een strategie om de superrijken effectief te doen betalen.

Opgepast voor rookgordijnen

Het is niet de eerste keer dat de roep om een vermogensbelasting zo populair is. Begin 2015 bleek uit een peiling dat niet minder dan 85% van de bevolking het wilde. De timing was niet onbelangrijk: die peiling kwam er in de directe nasleep van het actieplan in het najaar 2014 tegen de regering-Michel. Dat ambitieuze actieplan in een gemeenschappelijk vakbondsfront begon met een militantenconcentratie, gevolgd door een nationale betoging die tussen de 120 en 150.000 mensen verzamelde, een reeks van regionale stakingen (één dag per week gedurende 3 weken, met één Waalse en één Vlaamse provincie tegelijk, eindigend met Brussel, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant) en tenslotte een nationale algemene staking op 15 december. Dit mobilisatieschema, dat van tevoren bekend was, was zeer doeltreffend. Het was de enige keer dat de regering wankelde onder de kracht van de vakbonden. Maar de vakbondsleiders waren helaas ook bang geworden voor de machtige sociale beweging die zij in gang hadden helpen zetten en waarvan zij de controle dreigden te verliezen.

Gebruikmakend van de sterke afkeer van belastingontduiking en -ontwijking begon de CD&V te praten over een “taxshift”, d.w.z. een verschuiving in de belastingheffing van inkomen uit arbeid naar inkomen uit kapitaal, in ruil voor sociale vrede. De ACV-leiding greep dit aan om de voortzetting van het actieplan te vertragen, wat de ABVV-leiding dan weer aangreep om te zeggen dat het de strijd niet alleen kon voeren. Terwijl de indrukwekkende strijdbeweging zich richtte tegen de indexsprong, de bevriezing van de lonen, de ontmanteling van de openbare diensten, de afbraak van de sociale zekerheid, de aanvallen op het stakingsrecht, de verhoging van de (vervroegde) pensioenleeftijd en de toenemende verarming van werklozen, gepensioneerden, zieken en gehandicapten, ging het enkel nog over de befaamde taxshift. Die werd uiteindelijk in 2016 doorgevoerd met een reeks verlagingen van werkgeversbijdragen aan de sociale zekerheid, waardoor onze sociale zekerheid nog meer werd ondermijnd.

Nu de inflatie galoppeert, de rente stijgt en het begrotingstekort de pan uit rijst, zullen gevestigde instanties en politici spreken over een terugkeer naar besparingsmaatregelen. Tegelijk zet de dalende koopkracht de loonwet van 1996 onder druk. Veel werkenden kunnen het gewoon niet meer aan. We mogen ons niet laten vangen door een nieuw rookgordijn van het establishment. Een louter symbolische belasting op grote vermogens in ruil voor sociale vrede volstaat niet. Aangehouden actie is nodig om de druk op de ketel te houden. De vakbondsmobilisaties moeten verder opgevoerd worden om een echte miljonairstaks af te dwingen. Dat vereist de invoering van een vermogenskadaster en het opheffen van het bankgeheim. Tevens moet de mogelijkheid van onteigening voorzien worden. Tegelijk moet er werk gemaakt worden van noodmaatregelen voor onze koopkracht, zoals het intrekken van de loonwet van 1996 en veralgemeende loonsverhogingen met 2 euro per uur.

Van tijgers maak je geen vegetariërs

Zelfs het Internationaal Monetair Fonds, de OESO en de Europese Unie hebben zich onlangs uitgesproken voor een belasting op de overwinsten van de energiebedrijven. Naar aanleiding van het Economisch Forum in Davos pleitte Oxfam voor een taks op de overwinsten die tijdens de pandemie werden gemaakt. In september 2020 berekende Oxfam al dat een taks van 90% op de aan Covid gerelateerde winsten van 32 multinationals maar liefst 104 miljard dollar aan extra publieke inkomsten zou opleveren. Op Davos waren er enkele rijken die zelf vroegen om meer belastingen te betalen.

En toch is het weinig waarschijnlijk dat het ervan komt. Wat zou de reactie van multinationals en superrijken zijn indien er in België een dergelijke maatregel komt? Ze zouden een leger van advocaten en accountants inzetten om geen cent extra te moeten betalen. Desnoods zouden ze dreigen om hun productiecapaciteiten en activa te verplaatsen. Ze zouden krankzinnig bedragen storten op de rekeningen van rechtse populisten. Ze zouden een kapitaalvlucht organiseren.

Dat is geen pessimisme, integendeel. Het is net een les uit de geschiedenis die aangetoond wordt door de onmacht van president Roosevelt in de VS of premier Léon Blum in Frankrijk in de jaren 1930. Recenter was er Mitterand in Frankrijk na zijn winst in de presidentsverkiezingen van 1981. Allen probeerden ze het grootkapitaal en de rijksten wat extra te laten bijdragen. Tegelijk stelden ze het grootkapitaal gerust en werd er niet geraakt aan de private eigendom van de productiemiddelen. Hierdoor konden de kapitalisten elke poging om hen meer te doen betalen saboteren. Laten we duidelijk zijn: zonder het wapen van de nationalisatie onder democratische controle en bezit van de werkende klasse en de gemeenschap, zullen we er niet komen.

In een tijd van historische hongersnood controleert één familie (de familie Cargill) 70% van de wereldlandbouwmarkt. Dit moet stoppen! Eisen zoals voor een miljonairstaks moeten we koppelen aan de nationalisatie van de volledige financiële sector en andere sleutelsectoren van de economie (zoals energie, farma, voeding …) onder democratische controle en beheer van de werkende klasse. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de superrijken voor eens en altijd betalen, niet als een illusie van een ‘zachter’ kapitalisme maar als overgangsmaatregel naar de noodzakelijke socialistische transformatie van de maatschappij.

Bron: LSP

‘Mama, ik wilde je beschermen maar was te klein en bang van papa’

‘Mama, ik wilde je beschermen maar was te klein en bang van papa’

Iwein Denayer was tot voor kort hulpverlener op het JAC in Halle. Hij werkte er met jongeren die zich in een kwetsbare leefsituatie bevonden. Nu is Iwein aan de slag als preventiewerker bij CAW Halle Vilvoorde.

Af en toe schrijft Iwein de dingen die hij als sociaal werker meemaakt van zich af. “Veel mensen zijn zich niet bewust van de emotionele rollercoaster waarop wij hulpverleners soms zitten. Door mijn teksten te delen, geef ik graag inkijk in die dagelijkse realiteit.”

lex #1

De armen vol tatoeages en dikke stretchers in beide oren. Heel waarschijnlijk zit er geen grammetje vet aan deze kerel. 21 is hij.

Ik zie dat hij wat onwennig heen en weer beweegt op zijn stoel. Zo gaat het meestal, bij jonge mensen die de eerste keer een babbel hebben met iemand van het JAC, of een hulpverlener tout court.

Eenmaal mijn gebruikelijke praatje over de werking van het JAC erop zit, neemt hij aarzelend het woord. Hij vertelt me dat hij een beetje in de rats zit. Hij kan moeilijk een job houden. Hij zit in een vicieuze cirkel waarin faalangst, onzekerheid, vermoeidheid en concentratieproblemen ronddansen in zijn hoofd.

Daar komt nog bij dat hij zich mislukt en dom voelt omdat hij zijn middelbaar diploma niet heeft kunnen behalen. “Ik had toen te veel aan mijn hoofd”, klinkt het.

Alex vraagt hoe ik kan helpen. Dat kan op verschillende manieren… Met de nodige ondersteuning, motivatie en mij als supporter, kan hij misschien toch nog zijn diploma halen. Of we zoeken samen naar een opleiding die hij kan volgen, zodat hij sneller aan de slag kan in een job die hem meer boeit dan die die hij tot nu toe had. We kunnen ook samenzitten met een organisatie die hem kan begeleiden in het vinden van een gepaste job. Er is wel wat mogelijk in België, land der kansen.

We nemen nog een aantal andere opties door en praten wat over koetjes en kalfjes.

Tristesse

Tijdens het gesprek bekruipt mij echter een bijzonder gevoel van tristesse.

Alex, de getatoeëerde spierbundel, kijkt mij sporadisch aan met een donker, doch helder stel ogen. Ik heb het gevoel dat die ogen nog een ander verhaal willen vertellen. Zijn het tranen die klaarzitten? Heb ik inkijk in de vensters van een zwaar gepijnigde ziel?

Het gevoel laat mij niet los. Maar ik krijg geen kans om het te benoemen of een plaats te geven. Alex heeft een afspraak bij de VDAB en moet vertrekken. Snel geef ik hem nog de kans een nieuwe afspraak te maken. Daar gaat hij niet op in, maar als het nodig is zal hij contact opnemen.

Alex #2

Een paar weken later. Uit het niets, zonder aankondiging, staat Alex voor de deur. Hij vraagt of ik even tijd voor hem kan maken.

Ik word onmiddellijk geraakt door hetzelfde gevoel waarmee ik het vorige gesprek afsloot. Ik voel nu zelfs een intense gewaarwording van dringende noodzakelijkheid. Op zo’n moment zijn eten en middagpauzes niet aan de orde. We zoeken snel een lokaal en zetten ons neer.

Alex start zijn relaas met de boodschap dat hij wel een goed gevoel had bij het vorige gesprek. Ik bedank hem en grijp het moment aan om te zeggen dat ik onze eerste ontmoeting afsloot met het akelige gevoel dat hij met iets zat waarover hij niet durfde te vertellen.

Touché.

Merkwaardig genoeg komt er een bizarre rust over Alex, die hem de nodige moed geeft zich bloot te geven en zijn relaas te doen. Ik zet me schrap voor de rit.

Mama

In het midden van alles staat mama.

Mama die nu opgescheept zit met een partner die in feite niet echt om haar geeft. De thuis van Alex en zijn moeder is voor die man een plek van gratis onderdak en gratis eten. Er is geen sprake van liefde. Er is geen plaats voor troost, voor een lach of gesprek. Er is gewoon veel leegte.

Alex wil dat ze hem dumpt. En vooral, dat ze nu gewoon van mannen wegblijft. Want die betekenen niet veel goeds, in zijn ogen. Hij vertelt vervolgens dat zijn jeugd één lange ooggetuigenis was van geweld en agressie, met zijn vader in een misselijkmakende hoofdrol.

Mama die met haar haren van de trap wordt gesleurd. Mama die seks moet hebben, wanneer hij het wil. Mama die klappen krijgt als ze probeert niet in te stemmen met die eis. Mama die drie operaties aan haar kaak nodig heeft, nadat ze door papa onwaarschijnlijk hard het ziekenhuis in gemept werd. Mama die zichzelf snijdt zodat ze de andere pijn dan niet moet voelen.

Mama die in de tuin niet kan mee voetballen omdat ze met vijf gekneusde ribben zit. Mama die nooit meer normaal zal kunnen stappen door de verbrijzelde enkel die je krijgt als je echtgenoot daar in een dronken woedebui maar blijft op trappen. Mama…

Uiteindelijk en na heel veel valse starten, vluchtte mama met Alex. Maar echt helemaal zullen ze nooit van die man verlost zijn, zelfs al ligt hij onder de zoden. De schim hangt in het huis. In elke thuis. En voor Alex: “What has been seen, cannot be unseen.”

De tranen die vorige keer al klaarzaten, laat Alex nu de vrije loop. Het lucht hem op. Het lucht mij op. Een scherpe sensatie van verlossing en verademing maakt zich meester over hem en mij. Hij vertelt me dat dit het was. Het zat hem al jaren dwars. Hij had het opgesloten in de donkerste kerker van zijn ziel.

Alex #3

Na nog een paar heftige gesprekken wil Alex zijn mama mee uitnodigen. Hij wil haar iets vertellen. Ik stem in. Alex belt zijn mama met bibberende stem op en vraagt haar volgende keer mee te komen naar het JAC. Ook zij stemt in.

Als Alex de volgende keer binnenstapt, zie ik dat hij zenuwachtig is. Wat hij kwijt wil, is niet zomaar iets. Ik heb er met hem grondig over gepraat en we hebben afgesproken hoe hij het zal aanpakken. Ook ik ben nerveus als ik de mama binnenlaat. Met welk gevoel staat zij hier? Voelt ze zich verplicht? Is ze bang? Is ze boos of geërgerd? Het maakt me onzeker en een beetje angstig.

Ik begroet haar en zie een heel fragiele, kwetsbare vrouw. Maar ik zie ook iemand die met een open en zorgzame blik naar binnenstapt. Haar ietwat scheve stapje en de littekens op haar gezicht bevestigen wat Alex mij toevertrouwde. Niettemin gaat elke beweging van de dame gepaard met een zekere kracht en fierheid.

Wanneer ze het lokaal binnenstapt waar Alex zit, verandert de sfeer in de ruimte. Alex kan zijn tranen met moeite bedwingen en mama komt hem tegemoet met een heel gemeende en liefdevolle knuffel. Iedereen gaat zitten. Alex neemt het woord.

Ik zie u graag

“Mama, er is iets wat ik u al heel veel jaren wil zeggen. Ik heb al veel nagedacht over hoe ik het u moet vertellen, maar ik vind geen manier. Daarom heb ik het opgeschreven.”

Alex haalt een verfrommeld A4’tje boven. Hij geeft het met trillende handen aan zijn mama. Moesten de woorden op dat stukje papier gewicht toegemeten krijgen, dan zou zelfs een leger spierbundels als Alex het niet van de grond krijgen.

Mama bekijkt haar zoon met een blik waarmee ze te kennen geeft dat ze al vermoedt wat ze lezen zal. Ze heeft haar ogen nog niet naar het blad gericht, of de eerste tranen maken zich los.

Ze leest luidop: “Mama, ik wil u zeggen dat ik u nog altijd heel graag zie. Papa heeft heel lelijke dingen met u gedaan en gij hebt heel veel pijn gehad. Ik had u moeten beschermen en voor u vechten, maar ik kon dat toen nog niet doen. Ik wilde wel, maar ik was te klein en ik was bang van papa. Ik heb mij daar altijd schuldig voor gevoeld, dat ik u niet kon helpen. Kunt ge mij vergeven mama?”

Tranen

Mama legt het briefje naast zich neer en barst in tranen uit. Ze staat op, stapt naar Alex en pakt hem vast zoals alleen een met hart en ziel bezorgde moeder haar zoon kan vastpakken.

“Gij moet u niet schuldig voelen. Gij waart nog een klein manneke. Gij kon daar niets tegen doen en ik zie u ook nog altijd heel graag.”

De emotionele spanning maakt plaats voor een overdonderende opluchting. De lading zinderende openhartigheid die door merg en been gaat, laat niemand onberoerd. Alle drie zijn we aan het wenen.

Het duurt een tijdje vooraleer mama Alex loslaat. Alex is eventjes de gelukkigste jongeman ter wereld.

Ik ben blij dat ik deze straffe kerel heb mogen begeleiden. Ik hoop dat het zijn littekens minder ruw zal maken. Al is het maar een klein beetje.

Bron: Sociaal.net

‘Hulpverleners hebben nooit een groot verschil gemaakt’

Nick De Ridder (34) bracht bijna zijn hele jeugd in de jeugdhulp door. Nadien zat hij negen jaar in de gevangenis. Vandaag gaf hij zijn leven een nieuwe draai en heeft hij één belangrijke boodschap: het kan anders. “De jeugdhulp heeft bij mij gefaald.”

Niemand hoorde me

Toen ik nog in de wieg lag, kwam ik al in de jeugdhulp terecht. Mijn ouders waren allebei drugsverslaafd. Mijn moeder was in de handen van mannen die haar prostitueerden. Ze was continu op de dool. Mijn vader was regelmatig in opname of hij zat in de gevangenis.

Wanneer ik negen was, kreeg mijn vader het hoederecht en ging ik weer bij hem wonen. Hij had een relatie met een lieve vrouw. Heel even had ik een stabiele thuissituatie. Maar dat liedje duurde niet lang.

Al snel herviel hij in oude gewoontes: drugs, agressie, emotionele terreur. Wanneer mijn stiefmoeder na twee jaar wegvluchtte, stond ik er helemaal alleen voor. Ik kreeg geen kleren, geen eten. Naar school gaan hoefde niet.

Ik liep regelmatig weg van huis omdat ik bang was van mijn vader. Hij ging me niet eens zoeken. Ik was vaak meerdere dagen weg. De politie vond me op een nacht tussen de sparren naast een weg, volledig onderkoeld. Het was allemaal een schreeuw om hulp, maar niemand hoorde me.

Criminele feiten

Mijn vader pleegde criminele feiten om aan drugs te geraken. Ons huis stond vol met gestolen goederen. Na een tijdje begon ik ook dingen te mispeuteren. Ik stal bijvoorbeeld merkkleren omdat ik het beu was om kledij van de rommelmarkt te dragen.

Wanneer ik op een keer wegliep van huis, dwaalde ik rond en deed ik enkele inbraken. Ik weet niet zeker of ik het deed om te overleven. Ik kende gewoon niets anders. Ik was geen beroepscrimineel, ik was een kind, overgelaten aan zijn lot. De politie pakte me op.

Op mijn twaalfde vond de jeugdrechter me oud genoeg voor een gemeenschapsinstelling. Ik verbleef er vier maanden. Dan mocht ik weer naar ‘huis’. Mijn vader had er niets beter op gevonden dan een huis te kraken. Ik zat er letterlijk tussen afval, gestolen goederen, gebruikte naalden en uitwerpselen.

Snel oordeel klaar

Niemand bekommerde zich om mij. Mensen hebben snel een oordeel klaar. Ze vonden me marginaal. Terwijl ik eigenlijk heel kwetsbaar was. Ik ging weer stelen. Dat ging van kwaad naar erger. Het duurde niet lang voor ik weer in de gemeenschapsinstelling zat.

Tot mijn achttien ben ik er in het totaal acht keer beland. De eerste keer omwille van de verontrustende opvoedingssituatie, maar daarna door als misdrijven omschreven feiten. Elke keer ik vrijkwam, was ik blij. Maar na twee weken miste ik de instelling al. Alleen al omdat ik er een warm bed, eten en vrienden had. In de buitenwereld had ik die niet.

Je went aan die gesloten omgeving, de regels, de lange gangen met slaapkamers. Het wordt je comfortzone. Als ik er nu op terugkijk, stak ik misschien onbewust feiten uit om terug te mogen keren naar die veilige zone. Terwijl het op lange termijn niet zo’n goede plek is om je jeugd door te brengen. Je gaat bijvoorbeeld niet naar school. Er is wel les, maar het levert geen diploma op.

Telkens ik vrijkwam, werd wel gezocht naar een school voor mij, maar overal werd ik buitengesmeten. Niemand wilde me. Waarom? Ik had van kleins af aan het gevoel dat ik het zwarte schaap was. Ik voelde me in de steek gelaten. Dat uitte zich in asociaal en agressief gedrag. Zelfs bij alternatieve trajecten om een diploma te halen, werd ik buitengesmeten. Dat zegt wel iets over hoe erg het was.

Het cachot

In de gemeenschapsinstelling belandde ik tientallen keren in de isolatiecel. Ik mispeuterde dingen, vocht, was agressief of onbeleefd tegen een opvoeder. Telkens was het antwoord: het cachot. Meestal zat ik er vier dagen, één keer acht.

’s Ochtends vroeg ging de deur open. Je deken en matras werden weggenomen. Dan zat je daar. Met enkel je bed, een klein tafeltje en een stoel, vastgeschroefd in de grond. Pas om negen uur ’s avonds mocht je weer op bed liggen. Je gedachten gaan alle kanten uit. Je creëert fantasiebeelden om je toch een beetje gelukkig te voelen.

Probeer je eens voor te stellen wat dat doet met een kind in volle ontwikkeling. Want je bent nog een kind. Maar als een kind criminele feiten pleegt, dan vergeten mensen snel dat het een kind is. Ja, er is misschien een agressieprobleem, maar fixeren of isoleren maakt dat alleen maar erger.

Eigenlijk zouden we isolatie in de jeugdhulp meteen moeten afschaffen. Pedagogisch heeft het geen enkel nut.

Triestig nieuws

Toen ik veertien was, overleed mijn moeder door zelfdoding. De begeleiders namen me apart: “Nick, we hebben triestig nieuws.” Ik kende haar niet echt. Ik had geen band met haar en heb niet eens gehuild. Ik heb me gewoon in de zetel gezet en heb een uur of zes voor me uit gestaard.

Hulpverleners hebben nooit een groot verschil gemaakt. Met de consulent van de jeugdrechtbank heb ik nooit een band gehad. Zelfs toen ik nog heel klein was, een jaar of negen, voelde het alsof ze me met de vinger wees. In plaats van te vragen hoe het met me ging, sloeg ze mijn dossier open en wees ze me op alles wat ik fout deed. Ik zocht liefde, appreciatie en bekommernis, maar ik voelde me verhoord.

Afstand

Ook de opvoeders gaven me niet wat ik als kwetsbaar kind nodig had. Opvoeders zullen je nooit benaderen zoals hun eigen kinderen. Ze gedragen zich professioneel. Al kan ik daar vandaag wel genuanceerd naar kijken. Hulpverleners lopen zelf tegen de grenzen aan van wat ze kunnen. Ze hebben naast hun job een eigen leven, zorgen en gezin.

Het is niet de bedoeling dat ze na een werkdag gebroken naar huis terugkeren. Daarom bouwen ze een muur rond zich heen. Maar als kind in de jeugdhulp voel je die afstand. En als ik nu terugkijk op mijn gedrag, dan begrijp ik ook dat ze afstand hielden. Ik woog op mijn vijftiende al 80 kilo en deed aan fitness. Met mijn agressief gedrag vormde ik een gevaar voor hen.

Onlangs sprak ik een van mijn favoriete opvoeders van toen. Hij doet de job al vijftig jaar en vertelde me dat ik in de top vijf stond van de moeilijkste jongens in zijn carrière. Ik schrok toch dat het zo erg was.

Re-integreren in de maatschappij

Op mijn achttien liet de jeugdhulp mij volledig los. Maar ik was niet klaar voor een volwassen leven.

Mijn jeugd was er een van tegenslagen, stigmatisering en overleven. Dan kan je moeilijk verwachten dat ik in staat was om te werken, een woning te betalen en mee te draaien in de samenleving. Het klinkt onwezenlijk maar eigenlijk had ik een plan nodig om te re-integreren in de maatschappij.

Ook emotioneel had ik een achterstand. Als kind moet je vreugde beleven, succes meemaken en onbezonnen zijn. Dat is belangrijk voor je ontwikkeling. Het helpt om sterker in je schoenen te staan. Om een ‘ja’ of een ‘nee’ te kunnen accepteren. Om dingen te kunnen relativeren. Dat kon ik allemaal niet.

Ik had geen plan. Ik ging naar het kraakpand van mijn vader, die op dat moment in de gevangenis zat. Toen ik mijn vader wilde bezoeken, kreeg ik het aan de stok met een cipier. Ik sloeg de inkomhal van de gevangenis kort en klein, en daarna pleegde ik enkele ramkraken. De politie pakte me later die avond op.

Van pure frustratie sloeg ik mezelf twee blauwe ogen. Dat deed ik wel vaker. De onderzoeksrechter stuurde me naar de gevangenis. Ik zat in een cel samen met mijn vader. Het is de mooiste tijd die ik met hem beleefd heb.

Gangstersyndroom

Ik was niet bang van de gevangenis. Meer nog, het voelde als een avontuur. Net al veel jongeren uit de gemeenschapsinstelling leed ik aan het gangstersyndroom. Ik romantiseerde crimineel gedrag en banditisme. Ik keek op naar beroepscriminelen.

De volgende twee jaar kwam ik vier keer in de gevangenis terecht. Telkens ik vrijkwam, pleegde ik nieuwe feiten. Het ging van kwaad naar erger: ramkraken, overvallen op dealers, auto’s stelen. Op mijn twintigste kreeg ik een gevangenisstraf van negen jaar. Dat was een lange en duistere periode. Na een tijd begon het besef te groeien dat het zo niet verder kon.

Eigen bedrijf

Toen ik uiteindelijk vrijkwam, kreeg ik een job bij een schrijnwerkersbedrijf. Ik werd stevig op de proef gesteld. Het was keihard werken en ik vond in het begin moeilijk mijn draai met de collega’s. De kleinste opmerking werkte als een rode lap op een stier. Normaal zou ik agressief reageren, maar ik wist dat ik dan meteen opnieuw in de gevangenis zou vliegen. Stap voor stap vond ik mijn plek in de groep.

Vandaag heb ik mijn schulden aan de slachtoffers afbetaald. Nu ben ik dakwerker en heb ik mijn eigen zaak. Ik heb een tijdje twee ex-gedetineerden tewerkgesteld. Hun begeleiden was zwaar. Vaak was ik meer bezig met hun leven in orde brengen dan met mijn eigen zaak. Intussen zijn ze alle twee gestopt en werk ik weer in mijn eentje.

Bekeken als dader

Nu ik met wat afstand kan terugkijken, zie ik dat de jeugdhulp bij mij gefaald heeft. Nooit werd er gewerkt rond het kind dat ik was. Ik werd meer bekeken als dader dan als kind. Terwijl ik een slachtoffer was van mijn situatie. Na een tijd dacht ik ook zelf dat ik een crimineel was.

Het moet anders. De faciliteiten in de jeugdhulp zijn top. Maar het blijft een tijdelijke opvang. Je ontwikkeling wordt er on hold gezet. Ik kreeg geen riemen om mee te roeien. Ik had geen hobby’s. Niemand zocht mee naar mijn talenten.

Bovenal had ik een enorme emotionele achterstand. Tot op vandaag heeft dat gevolgen. Mijn vrouw en kinderen zie ik doodgraag, maar gelukkig zijn, ik kan dat niet. Ik kreeg eens de opmerking dat ik over mijn leven praat alsof het een film is. Dat is puur omdat ik als klein kind, om de pijn niet te moeten voelen, geleerd heb om niet vanuit mezelf te praten, maar alsof ik aan de zijlijn sta.

Op een bepaald moment kreeg ik de stempel ‘beperkte empathie’. Maar hoe komt dat, vroeg ik me dan af. Was de jeugdhulp zo empathisch? Stonden jullie open voor mijn gevoelens? Toonden jullie begrip voor mijn situatie? Onder gevangenen zitten veel empathische jongens met een verleden in de jeugdhulp. Maar de samenleving geeft niet om hen. Het is een straatje zonder einde.

Preventief

Vanuit het besef dat het anders moet heb ik vzw Rebron opgericht. We moeten met jongeren uit de jeugdhulp rond hun talenten aan de slag gaan. Ik wil daarom graag een systeem van ervaringsdeskundige buddycoaches opzetten.

Vandaag doet de jeugdhulp veel te weinig beroep op ervaringsdeskundigen. Er zijn nochtans genoeg mensen zoals ik die geleerd hebben uit hun fouten. Wij kunnen voor jongeren een enorme meerwaarde betekenen. We kunnen als buddycoach met hen een traject op maat afleggen.

Als ik op mijn vijftien zo iemand in mijn leven had gehad, had het helemaal anders kunnen lopen. Daar ben ik echt van overtuigd.

Nick werkte net een boek af over zijn leven ‘De grote ontsnapping’. Voor meer info over de verschijningsdatum en waar je het kan bestellen, houd je best de Facebookpagina van vzw Rebron in de gaten.

Bron: sociaal.net