by admin | jul 7, 2022 | Sectoren
De krapte op de arbeidsmarkt is historisch. Duizenden vacatures raken niet ingevuld en de groei van heel wat ondernemingen wordt gefnuikt door een tekort aan personeel. “Samen met veel werkgevers stel ik ook zelf vast dat de huidige situatie niet langer houdbaar is”, zo zei Open Vld-Kamerlid Kathleen Verhelst donderdag in de Kamer. “Wanneer ondernemers toekomstplannen moeten opbergen, of erger nog, hun zaak stopzetten, bij gebrek aan werkkrachten, dan is dat gewoonweg tragisch, gelet op het potentieel aan inactieven”.
Te lage activiteitsgraad
Het is inmiddels genoegzaam bekend: de activiteitsgraad in ons land moet drastisch omhoog. Een eerste pakket aan maatregelen, samengevat in de zogenaamde Arbeidsdeal, moet hieraan bijdragen.
Verhelst: “Er zijn teveel inactieven in ons land, wat niet alleen onze productiviteit fnuikt. Het legt ook een zware last op de overheidsfinanciën en finaal dus bij de belastingbetaler.”
Flexibele arbeidsmarkt
Als liberalen pleiten we al langer voor een flexibelere arbeidsmarkt. Om meer mensen aan de slag te krijgen moeten we inactieven motiveren, zorgvuldig begeleiden, opleiden en activeren. In het kader van ‘Liberaal Vuur’, het vernieuwingstraject van Open Vld zijn op een recent congres hierover een aantal stellingen ingenomen. “Inzetten op werkbaar werk, op kwalitatieve flexijobs, gepensioneerden toestaan om tegen een lager belastingtarief bij te verdienen, kinderopvang goedkoper maken voor mensen die werken: het zijn allemaal maatregelen die wat ons betreft kunnen helpen om een pak meer mensen naar onze arbeidsmarkt toe te leiden en zo de financiële lasten én de werkdruk voor de werkende mensen doet dalen”, aldus Verhelst.
Arbeidsmobiliteit
Het is hemeltergend te moeten vaststellen dat bepaalde regio’s van ons land met grote werkloosheidscijfers kampen terwijl bedrijven nauwelijks enkele kilometers verder om arbeidskrachten smeken. de taalgrens blijkt in vele gevallen onoverbrugbaar. Dat kan niet langer en de arbeidsmobiliteit moet worden versterkt. In eerste instantie op interregionaal vlak, maar bij een nijpend tekort aan bepaalde profielen, moeten we een doelgerichte internationale arbeidsmigratie vooropstellen.
“Ik zit zelf in de bouwsector en net zoals mijn bekisters zal ik hier in dit halfrond op dezelfde nagel blijven kloppen. Ik deed dat gisteren, doe dat vandaag én morgen. Meer mensen aan de slag is niet alleen goed voor de staatskas, het is vooral goed voor de mensen zelf. Een job is en blijft de beste sociale bescherming. Iedereen die werkt bouwt mee aan onze Belgische sociale zekerheid”, zo sloot Verhelst haar tussenkomst in de Kamer af.
Bron: OpenVLD
by admin | jul 7, 2022 | Varia
Vlaams Parlementslid Vande Reyde wil verplichte subsidies door lokale besturen aan religie stoppen
Elk jaar gaat er 468 miljoen euro, een klein half miljard, ofwel 78 euro per Vlaming, naar godsdiensten. Het merendeel daarvan vloeit naar kerken en lonen van priesters. Vlaams Parlementslid Maurits Vande Reyde hekelt het gebrek aan transparantie. Hij stelt voor om de verplichting voor lokale besturen en hogere overheden om overheidssubsidies aan religie te geven te schrappen vanaf 2025. Lokale besturen kunnen er vanaf dan zelf over beslissen.
Verplicht bijpassen voor kerken
Gemeenten en steden zijn in Vlaanderen decretaal immers verplicht om met subsidies de gaten te dichten van zogenaamde kerkfabrieken. Dat zijn de “arme” vehikels van de katholieke parochies, waarin kerkgebouwen zijn ondergebracht. Voor kleine gemeenten gaat dat over enkele honderdduizenden euro per jaar. Bij steden al gauw over enkele miljoenen euro.
In totaal zijn al die lokale overheidssubsidies goed voor 77 miljoen euro in 2020 en 81 miljoen euro in 2021, zo blijkt uit een reeks parlementaire vragen die Vande Reyde stelde. Daarbovenop betaalt de federale overheid de lonen en pensioenen van geestelijken. Ook krijgen godsdiensten vrijstellingen op onroerende voorheffing en moeten lokale besturen bijspringen in de woonsten van priesters. Tenslotte betaalt het Vlaams gemeenschapsonderwijs 311 miljoen euro aan aparte vakken religie. Elke erkende religie mag immers zijn eigen vak aanbieden.
Vooral de verplichting van steden en gemeenten blijft gecontesteerd. Kerkfabrieken hebben op papier geen centen. Daar knelt voor Vande Reyde het schoentje. Volgens hem worden kerkfabrieken dikwijls arm gehouden, terwijl er in het katholiek netwerk wel aanzienlijke middelen aanwezig zijn.
De financiële boekhouding van de katholieke kerk noemt Vande Reyde daarom “een voorbeeld van ontransparant financieel beheer, waar een overheid volgens elke cursus goed openbaar bestuur geen subsidies aan kan geven”.
Vande Reyde verwijst naar de fraudezaak bij Poverello, de daklozenorganisatie die in een storm terechtkwam nadat bleek dat er grootschalig financieel wanbeheer en fraude werd gepleegd. Het centraal kerkbestuur van de bisdommen speelde daarbij een grote rol. Giften bedoeld voor daklozen werden afgeleid naar andere takken binnen het netwerk van de katholieke kerk en naar het centraal bestuur.
Volgens Vande Reyde hoeft een schrapping niet te betekenen dat gemeenten en steden alle investeringen op nul zetten: “Je laat ze gewoon de vrije keuze. Zo kan je ook eerst financiële transparantie vragen, net zoals bij elke andere organisatie die subsidies krijgt. Nu worden lokale besturen met de rug tegen de muur gezet. Ze moeten telkens betalen zonder enige verantwoording.”
De verplichting moet aangepast worden in het “Decreet over de werking van de erkende erediensten”. Daarin staat zwart op wit beschreven waarin gemeenten, steden en provincies moeten tussenkomen. Vande Reyde verwijst naar het Brusselse voorbeeld, waar in 2020 zo’n hervorming gebeurd is. “Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft vorig jaar korte metten gemaakt met de factuur aan kerken. Ze hebben alle tussenkomsten aan kerken weggetrokken bij de gemeenten en komen nu zelf nog maar voor maximum 40 procent tussen. Ze eisen daarvoor volledige transparantie en controle. Zo moet het in Vlaanderen ook”, besluit het parlementslid.
Bron: OpenVLD
by admin | jul 7, 2022 | Antipestteam
Investeringen in private huurmarkt mogen bouw sociale woningen niet vertragen
Het plan van minister Diependaele om 600 miljoen euro versneld in sociale huisvesting te investeren via de private sector is belangrijk als noodmaatregel. Anders dreigde dit budget verloren te gaan en terug te keren naar de algemene middelen. Het bedrag zal geïnvesteerd worden in woningen die verhuurd worden via sociale verhuurkantoren. “Het Netwerk tegen Armoede is al langer vragende partij voor investeringen in de private huurmarkt, zeker via sociale verhuurkantoren. Maar dat mag niet ten koste gaan van de bijkomende bouw van sociale woningen, die via huisvestingsmaatschappijen verhuurd worden aan een huurprijs op basis van het inkomen”, aldus algemeen coördinator Heidi Degerickx.
Voer sociale last in steden en gemeenten opnieuw in op Vlaams niveau
Om het bouwritme voor sociale woningen te verhogen, zijn daarom doortastende maatregelen nodig. Gemeenten staan al te vaak op de rem om ruimte te creëren voor sociale woonprojecten. Om dat ritme te verhogen kunnen gemeenten al een sociale last (een minimum aandeel sociale woningen) invoeren in het kader van ruimtelijke uitvoeringsplannen. Bouwpromotoren moeten dan bij nieuwe verkavelingen ook voorzien in sociale woningen. Slechts weinig gemeenten maken daar effectief werk van.
Daarom pleit het Netwerk tegen Armoede onomwonden voor de herinvoering van de sociale last op Vlaams niveau. Die is destijds vernietigd door het Grondwettelijk Hof omwille van procedurele redenen, niet omwille van inhoudelijke bezwaren. Niets belet de Vlaamse Regering om die Vlaamse last opnieuw in te voeren met een correcte juridische basis.
Verhoog het bouwritme van sociale woningen
Met de invoering van de sociale last zullen (grotere) verkavelingen in heel Vlaanderen een minimum aandeel sociale woningen bevatten. Dat zou het bouwritme aanzienlijk verhogen en vermijden dat we nog in een situatie belanden waarin budget voor sociale huisvesting niet uitgegeven raakt.
“Voor de 170.000 gezinnen die wachten op een sociale woning is het een heel zure boodschap dat ze langer zouden moeten wachten omdat het geld niet uitgegeven raakt, terwijl zij een inkomen op of onder de armoedegrens hebben”, benadrukt algemeen coördinator Heidi Degerickx.
Maak het recht op wonen waar en doorbreek zo de armoedecirkel
Dat minister Diependaele bijkomend budget uittrekt voor betaalbare private huurwoningen, is op zich een goede zaak. Alleen gaan die best ook prioritair naar de doelgroep die nu wacht op een sociale woning en vaak in heel precaire omstandigheden moet overleven op de private huurmarkt, in woningen van slechte kwaliteit aan een huurprijs die vaak onbetaalbaar is.
Heidi Degerickx: “De Vlaamse Regering erkent dat de 170.000 gezinnen op de wachtlijst recht hebben op een sociale woning, maar kan dat recht niet waarmaken. Deze gezinnen zitten in een noodsituatie, en dat vraagt om weldoordachte noodmaatregelen, specifiek voor deze groep. We richten immense schade aan door momenteel een volgende generatie kinderen in slechte tot zeer slechte woonomstandigheden laten opgroeien. Dat betaalt zich cash in de toekomst op het vlak van gemiste ontwikkelings- en onderwijskansen met gevolgen voor onze collectieve welvaart en welzijn. Kinderen vandaag in slechte woonomstandigheden laten opgroeien, vergroot aanzienlijk het risico op jongvolwassenen die ongekwalificeerd uitstromen en geen plek vinden op onze arbeidsmarkt. Goede en betaalbare huisvesting waar gezinnen veilig en langdurig kunnen op rekenen, geeft de stabiliteit die nodig is om de armoedecirkel te doorbreken. Sociale huisvesting is een cruciale hefboom.”
Recht op wonen centraal op 17 oktober
“Vlaanderen kampt al decennia met een steeds scherper wordende wooncrisis. Steeds meer mensen kunnen niet meer betaalbaar wonen. “Daarom moeten we elke mogelijke piste bewandelen om meer betaalbare woningen te creëren. We moeten de sociale huurmarkt groter maken en de private huurmarkt socialer. Daar zullen we later dit jaar ook sterk voor pleiten op 17 oktober, Werelddag van Verzet tegen Armoede”, besluit Heidi Degerickx.
Bron: DeWereldMorgen
by admin | jul 7, 2022 | Boeken
Woonzaak: ‘het woonbeleid dat er geen is’
Wonen is een grondrecht. Het recht om menswaardig te wonen. In praktijk blijft dat recht een “recht” zonder meer en wordt dat niet omgezet in iets concreets of constructiefs. Als leek kan ik na het lezen van dit boek van 200 bladzijden eigenlijk bijna begrijpen waarom dat zo is.
Wat een ongelooflijk kluwen van wetten en wetjes, besluiten, initiatieven. Wat een vat vol tegenstrijdigheden. Niets lijkt te werken of het vooropgestelde doel te bereiken. Praten, dialoog, zich constructief opstellen: allemaal tevergeefs. Als gewone burger kan ik hier en daar wel zekere details begrijpen en zekere initiatieven bijvallen omdat ze “juist” en rechtvaardig lijken. Maar je krijgt zeker geen vat op het geheel.
Ik kan me moeilijk voorstellen dat “onze” politiekers dat kunnen. Het lijkt alsof zij wel zien dat er “iets” is dat niet kan, “iets” dat ze willen veranderen omdat hun politieke visie ze in die richting wijst, “iets” gaan aanpakken onder publieke druk of druk van partijgenoten, “iets” dat ingefluisterd wordt door “influencers” die het inderdaad beter weten dan de politieker in kwestie. Al die “ietsjes” “doen” natuurlijk meestal wel wat, maar ze maken het geheel niet logischer, begrijpelijker, gerichter, socialer, rechtvaardiger.
Hugo Beersmans is te bewonderen, want die lijkt wel zicht te hebben op “het woonbeleid dat er geen is” en hoe dat moet veranderen. Eén enkele boosdoener schuift hij in elk geval duidelijk naar voor. Kort na de Tweede Wereldoorlog, een 70- tal jaar geleden, vond men dat het een goed idee zou zijn de Vlamingen warm te maken voor het idee om een eigendom te verwerven in de vorm van een eigen huis. Dat leek natuurlijk heel aantrekkelijk, vele Vlamingen slikten toen die spreekwoordelijke “Baksteen in hun maag” en begonnen te werken voor een hun eigen huis. Dat had natuurlijk als gevolg dat er nog maar weinig sociale huurwoningen werden gebouwd en dat er niet veel aandacht meer was voor de private huurmarkt. “Het is die voortdurende en éenzijdige focus op eigendomsverwerving die bijzonder negatieve effecten op de andere deelmarkten veroorzaakt”, concludeert schrijver.
Als leek – nog eens – zou je het boeltje gewoon willen schrappen en van de basis af een degelijk woonbeleid uitwerken. Iets in die zin zal misschien moeten gebeuren na de uitspraak van “het Europees Comité voor Sociale Rechten”. Want het woonactivisme staat sterk in België en meer dan 50 Vlaamse organisaties, van middenveld tot vakbonden, zijn wanhopig bij elkaar gekropen en hebben een coalitie gevormd om er uiteindelijk wat aan te doen. Ze hebben samen een organisatie gevormd, “Woonzaak” en gaan een klacht indienen bij dat Comité. Om dat voor te bereiden, willen ze het ook zo breed bekend maken en dit boek is deel van die campagne. Hier kan je inderdaad alles vinden wat er over te weten is.
Concreet wil dat zeggen – zoals het in de “Vlaamse Codex Wonen” staat – dat iedereen moet kunnen beschikken over een aangepaste woning, van goede kwaliteit, in een behoorlijke woonomgeving, met woonzekerheid tegen een betaalbare prijs. In Vlaanderen zijn er 170.000 zoekenden ingeschreven en toch moeten deze overwegend kansarmen blijven wonen in slechte woningen.
Enkele voorbeelden van en vragen over hoe het nu werkt:
– Hoe komt het dat een kwart miljoen Vlaamse families op de private huurmarkt moet wonen en betalen, terwijl ze nochtans in aanmerking komen voor een sociale woning.
– Bijna iedereen weet en zegt dat er groot gebrek is aan sociale woningen en toch blijven de betrokken ministers met ideeën aandraven die naast de kwestie zijn en eerder de privémarkt bevorderen.
– Met minder dan 6,5 procent sociale huurwoningen staan wij onderaan de lijst van sociale huurwoningen in Europa. Frankrijk 18% en Nederland meer dan 30%.
– Waarom worden er alsmaar hogere limieten ingevoerd voor het bouwen van sociale woningen?
– Niet de rechter beslist over de sanctie van uitsluiting van inschrijving maar wel de sociale verhuurder. Komt daar nog bij dat de betrokken huurder drie jaar zal uitgesloten blijven gezien hij zich niet meer mag inschrijven als kandidaat huurder.
– Een argument ter verantwoording van een eigendomswoning stelt het zeer aantrekkelijk voor. “Een woning kopen is een vorm van pensioen en het fiscaal voordeel is een vorm van pensioensparen.” Wat minder mooi is, is dat het wel gebeurt dat, zelfs met fiscale steun, het niet haalbaar wordt voor een grote groep en dat die dus na hun pensioen ook nog huur zullen moeten blijven betalen, dat terwijl de overheid de pensioenen laag houdt omdat ze er lijken van uit te gaan dat men toch al een pensioen verworven heeft in de vorm van een eigen woning.
– Het is net alsof er een zwarte lijst bestaat op de private huurmarkt.
– Over de meest behoeftige doelgroep, de dak- en thuislozen, zijn er nauwelijks objectieve data beschikbaar.
– We weten uit een telling dat in Gent 8,8 procent al meer dan twee jaar in precaire opvanginitiatieven zit.
– De Vlaamse overheid heeft, met andere woorden, helemaal geen zicht op de problematiek van dak- en thuisloosheid, noch op hoe die evolueert, noch op de vraag of haar beleid daaromtrent doelmatig is. Het beleid in Vlaanderen is dan ook strijdig met de vereisten onder artikel 16 van het handvest.
– Sociale woningen lijken meer en meer het imago te krijgen van woningen voor armen. Gedeeltelijk is dat dan weer door de manier waarop de sociale woningen gebouwd worden, qua schaal en omgeving. Een sociale woning moet toch geen woning zijn die er uitziet alsof het bedoeld is als een soort opvangsysteem voor mensen die niet weten hoe je deftig kan wonen. En vermits sociale woningen nu die bijklank hebben, willen steden er liefst niet te veel op hun grondgebied, geholpen door de Vlaamse Regering die bepaald heeft dat er in één stad niet meer dan 15% sociale woningen kunnen gefinancierd worden.
– Als je dan ook nog aanstuurt op stevig fusioneren in de sector is het duidelijk dat men eigenlijk met kosten en baten bezig is, met budget en procedures, taalkennis zelfs, efficiëntie, rendabel zijn en opbrengen, en niet met sociale werking.
– Wat doe je als je je met je familie toch in de privésector gewaagd hebt en dan blijkt dat je, bijvoorbeeld, niet kan investeren in de energiebesparende middelen die een vereiste zijn of onvoldoende inkomen hebt om de onderhouds- en gezamenlijke kosten te betalen die te maken hebben het gebouw? Waardoor je dan toch weer op zoek moet naar “elders” en verhuizen naar weer een andere omgeving, school en vriendjes voor de kinderen en met toch weer kosten die daarmee te maken hebben.
– Het is duidelijk dat je het private verhuren en wonen niet zomaar kan overlaten aan “de markt” die maar één zichtbare hand heeft: winst maken.
– Als je het ongeluk hebt arbeidsongeschikt te zijn, kan je dat niet langer zijn dan negen jaar, want daarna kan je niet langer in een sociale woning blijven wonen.
Als de bevoegde overheid graag wat meer wil weten over een rechtvaardig(er) woonbeleid en over wat er kan gedaan worden, dan kunnen ze beginnen met even de 12 pagina’s bibliografie te doorlopen achteraan dit boek en dan kan er geen twijfel over bestaan dat er wat moet gedaan worden. Je vindt er alles wat er in al die jaren over geschreven, gezegd en gedebatteerd is, de acties die gevoerd werden, de wetenschappelijke studies die er over verschenen zijn.
Maar het is natuurlijk veel eenvoudiger om samen met de gewone burger “Woonzaak”, dit ene boek van Hugo Beersmans te lezen.
Woonzaak, Hugo Beersmans, Uitgeverij EPO, 2022, ISBN 978 94 6267 363 2.
by admin | jul 7, 2022 | Boeken
In wat hopelijk de laatste maanden van een slopende coronapandemie zijn, en aan het begin van een gruwelijke oorlog in Oekraïne, brengt VRT-journalist Tim Verheyden een zeer actueel en lezenswaardig boek uit over de impact van desinformatie en fake news. Het had waar kunnen zijn leest vlot weg, en kan hopelijk een breed publiek bewust maken van de problematiek.
Tim Verheyden is een journalist die zijn nek durft uitsteken. Hij confronteerde voor een lopende camera Dries Van Langenhove met de inhoud van de geheime chatgroepen van Schild en Vrienden. Dat Verheyden een uitstekend verteller is weten we sinds zijn docuseries Privacy en ik en Facebook en ik. Zijn nieuwe boek, Het had waar kunnen zijn, verschijnt in de voorbereiding van een nieuwe serie die later op het jaar te zien zal zijn.
Het boek focust op twee actuele gebeurtenissen, de coronapandemie en de Russische inval in Oekraïne. Telkens weer vraagt hij zich af hoe fake news en desinformatie ontstaat, wie er belang bij heeft en hoe we er iets aan kunnen doen.
Corona: conflict en controverse
Fake news lijkt te beginnen als de business van kleine cyberritselaars in Noord-Macedonië. Met het aantreden van Donald Trump als Amerikaans president zien we dat het veel belangrijker wordt, en bewust wordt ingezet om politieke belangen te dienen.
Eens de coronapandemie losbrak zagen we ook in West-Europa hoe ver het intussen gekomen is. Het vertrouwen van het publiek in de overheid, de wetenschap en de media staat op een dieptepunt. Verheyden neemt de tijd om het succes te verklaren van personaliteiten als Mattias Desmet, Hilde De Smedt, Lieven Annemans en Sam Brokken. Annemans en Brokken maakten enkele interessante bemerkingen, maar het ontbreekt hen aan de juiste wetenschappelijke kennis. Met filosoof Johan Braeckman stelt Verheyden dat het hebben van een achterban geen bewijs is van het eigen wetenschappelijk gelijk.
Sociale media spelen een belangrijke rol in het verspreiden van nepnieuws. Dat heeft te maken met de algoritmes die ze volgen, algoritmes die er enkel op gericht zijn dat gebruikers blijven kijken, klikken en interageren. Conflict en controverse scoren beter dan verbondenheid, zo blijkt, en big tech heeft geen scrupules om daar op in te spelen. Platformen versterken vooroordelen en stimuleren mensen om in hun eigen bubbel te blijven.
Extreemrechts heeft weinig scrupules om in te spelen op de ontevredenheid en onzekerheid. Vlaams Belang nodigde Geert Van den Bossche en Sam Brokken uit in een onderzoekscommissie, niet omdat de partij oprecht gelooft dat ze gelijk hebben, maar omdat de stem die zij laten horen goed valt bij een deel van de achterban.
Oekraïne: doelbewuste desinformatie
In een oorlog is de waarheid het eerste slachtoffer. Die wijsheid, ten onrechte aan Winston Churchill toegeschreven, geldt de afgelopen maanden meer dan ooit. In februari 2022 valt Rusland Oekraïne binnen. Rusland heeft al jaren een slechte reputatie als verspreider van desinformatie, zowel via sociale media als via het eigen nieuwskanaal RT.
Tim Verheyden maakt er werk van om de desinformatie te duiden en te bekritiseren. Dat lukt natuurlijk enkel omdat de leugens doorzichtig zijn. De Westerse propaganda gaat, voor zover we daar vandaag een beeld van hebben, anders te werk. Van de NAVO en de VS zal je wellicht minder flagrante leugens horen, maar eerder eenzijdige berichtgeving. We horen over de gruwel van de Russen, niet over de onderdrukking van de Russischtalige Oekraïners. We lezen heldenverhalen over het Oekraïense leger, geen getuigenissen van soldaten die de moed hebben te deserteren.
Verheyden heeft daar weinig aandacht voor, en dat is een tekortkoming van dit boek. Als hij het over desinformatie in de Amerikaanse oorlogspropaganda heeft gebruikt hij een voorbeeld uit het verleden, de zogenaamde massavernietigingswapens van Saddam Hoessein in Irak.
Sterke journalistiek
Verheyden zoekt een antwoord op fake news en desinformatie in regelgeving. Hij stelt zijn hoop op de Digital Services Act, die momenteel voorbereid wordt in het Europees Parlement. Het valt te hopen dat Europa op een schaal kan werken die de grote techbedrijven inderdaad tot handelen dwingt, maar Verheyden houdt terecht een slag om de arm.
Daarnaast pleit hij ook voor sterke journalistiek. Hij pleit voor factchecks, zeker als die verder gaan dan het puur verifiëren van berichtgeving. Een goede factcheck toont ook hoe nieuws gemaakt wordt, hoe journalisten aan informatie komen en hoe daarbij fouten kunnen ontstaan. Daarmee kan je dus je lezers opvoeden tot kritische mediagebruikers.
Mediawijsheid: uitdaging voor de komende jaren
De sterkte van Het had waar kunnen zijn is de leesbaarheid. Het boek wisselt theoretische beschouwingen af met concrete verhalen, en met gesprekken met specialisten in verschillende aspecten van de problematiek. Zo komen onder andere Johan Braeckman, politicologe Nathalie Van Raemdonck en journalist en factchecker Rien Emmery aan het woord. Ook maken we kennis met Elke en Caitlin, wiens familie uit elkaar viel door discussies over corona, en Andy, een kijker met wie Tim Verheyden in discussie ging.
Fake news en desinformatie zijn niet met Donald Trump verdwenen, en zullen ook na corona en de oorlog in Oekraïne blijven bestaan. Het is daarom belangrijk dat mensen vals van echt leren onderscheiden en kritisch leren kijken naar wat ze te zien krijgen. Mediawijsheid is een uitdaging voor de komende jaren, en dat begint bij een goed begrip van hoe sociale en nieuwsmedia werken. Van hun methodes en hun economische structuren. Daarbij kan dit heldere nieuwe boek van Tim Verheyden zeker helpen.
Het had waar kunnen zijn, op zoek naar de impact van desinformatie en fake news verscheen bij Pelckmans, ISBN 978 94 6401 609 3