Verpleegkundige staat niet langer helemaal bovenaan in de lijst met knelpuntberoepen, wel de technicus voor industriële installaties. Dat blijkt uit cijfers van de arbeidsbemiddelingsdienst VDAB. Arbeidsmarktexpert Marc De Vos noemt het gebrek aan technisch personeel een achilleshiel bij ons streven naar herindustrialisering.
Elk jaar voert de VDAB onderzoek naar de belangrijkste knelpuntberoepen in ons land. Dat zijn banen waarvan de vacatures nog moeilijker ingevuld raken dan andere beroepen. Het onderzoek van de VDAB vergeleek het aantal vacatures met het aantal werkzoekenden voor die functies en hun welbepaalde profiel.
Ondanks de economische onzekerheid en de voorzichtigheid bij de werkgevers is het aantal knelpuntberoepen toegenomen tot 241, of 7 meer dan vorig jaar. Zo zijn technische profielen lastig te vinden. Opvallende vaststelling: in 2024 is verpleegkundige niet langer het grootste knelpuntberoep, maar de technicus van industriële installaties.
Professor Marc De Vos (UGent) vindt dat gebrek van industriële profielen laakbaar. “Het valt op dat er in België, maar eigenlijk in heel Europa versnellingen zijn in de industriële tewerkstelling. Die hebben enerzijds te maken met de vergroening, maar ook met het versterken van de strategische economie in kritieke sectoren. Dat vergt gekwalificeerde mensen en hun beperkte beschikbaarheid is een van de meest onderbelichte problemen in dat proces. Het is de achilleshiel. Eigenlijk ontbreekt het totaal aan enige beleidsstrategie daarrond.”
De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op “Cookie-instellingen” te klikken.”
Acuut probleem
Daan Blomme, de woordvoerder van Vlaams minister van Werk Jo Brouns (cd&v), erkent de problematiek. “Het is een discussie die we moeten voeren en die begint bij ons onderwijs. We merken dat tso en bso te weinig aanspreken. We moeten zorgen voor een betere afstemming tussen wat de arbeidsmarkt vraagt en wat het onderwijs aanbiedt. Duaal leren kan daar een grote rol in spelen, doordat we de werkplek rechtstreeks bij de opleiding betrekken. In zulke opleidingen zien we dat er meer voor technische richtingen wordt gekozen en dat veel jongeren achteraf bij hun stageplaats aan de slag gaan.”
Professor De Vos stelt de vraag of het probleem niet een stuk dieper zit dan het Vlaamse onderwijs alleen. “De vraag is in welke mate het om een structureel probleem gaat. Er is nood aan meer onderzoek naar de tekorten, want als blijkt dat het tekort aan technisch personeel structureel is, kan de situatie heel snel acuut worden. Kijk naar onze havenindustrie, waar belangrijke investeringen worden gedaan. Met een tekort aan technische profielen kunnen we snel vast komen te zitten. We betalen gewoon cash in economisch potentieel.”
‘MET EEN TEKORT AAN TECHNISCHE PROFIELEN KUNNEN WE SNEL VAST KOMEN TE ZITTEN. WE BETALEN GEWOON CASH IN ECONOMISCH POTENTIEEL’
De mogelijke oplossingen liggen ook lang niet alleen bij ons onderwijsstelsel, benadrukt De Vos, maar ook bijvoorbeeld bij arbeidsmigratie. “Dat is iets waar bijvoorbeeld Duitsland veel verder in staat, terwijl hier de discussie wordt gevoerd. Er is een echt beleid nodig dat een synergie vormt tussen investering, innovatie en talent.”
Roer omgooien
Daan Blomme, de woordvoerder van minister Brouns, erkent ook dat er meer nodig is. “Een job als die van technisch installateur is minder sprekend dan pakweg die van verpleegkundige. Het gebeurt dat jobomschrijvingen erg onaantrekkelijk klinken, terwijl mensen wel aan die baan verknocht zouden kunnen raken als ze echt kunnen ervaren wat die functie inhoudt. Het is daarom belangrijk dat we mensen rechtstreeks naar de werkplek brengen. We moeten ook aan upskilling en reskilling doen, om ervoor te zorgen dat mensen het juiste profiel hebben, zonder dat ze eerst werkzoekend worden. Op onze huidige arbeidsmarkt moeten we levenslang leren en moeten we zorgen dat mensen het roer durven om te gooien.”
De minister deelt volgens Blomme wel de bezorgdheid van professor De Vos over de economische gevolgen voor België als er een tekort aan technische profielen is. “Het kan een beetje cru klinken, maar we kunnen in dit land niet allemaal advocaat of burgerlijk ingenieur worden. En als we onze economie en onze bedrijven willen doen groeien en we investeren om productieprocessen in België te houden, krijgen we een probleem als technische banen niet ingevuld raken.”
Naast de lijst met knelpuntberoepen deelt de VDAB ook de spanningsindicator van de Vlaamse arbeidsmarkt. Die bedroeg in december vorig jaar 2,3. Dat houdt in dat er per vacature gemiddeld slechts 2,3 kandidaten zijn. Ideaal zouden er per vacature vijf kandidaten moeten zijn.
VDAB-CEO Wim Adriaens wijst erop dat werkzoekenden gratis een opleiding kunnen volgen voor een knelpuntberoep. Bron: Trends Bekijk hieronder de toelichting van VDAB-topman Adriaens in de studio van Kanaal Z
Oorzaak is de toenemende werkdruk met hoge verwachtingen en strakke deadlines.
Het ziekteverzuim zet zich voort in ons land. In 2023 waren Belgische medewerkers bijna 10% van de werktijd afwezig door ziekte. Dat blijkt uit een analyse van HR- en Well-beingexpert Attentia.
Jaar na jaar neemt het langdurig ziekteverzuim van meer dan één jaar toe in ons land, tot een recordhoogte van 3,76% in 2023. Ook het middellang verzuim tussen één maand en één jaar lag met 2,45% nooit eerder zo hoog. Die stijging loopt wel minder gestaag door een tijdelijke daling in 2020. Op de langere termijn bekeken, neemt ook het kort ziekteverzuim (minder dan één maand) toe. Het cijfer lag het voorbije jaar weliswaar lager (3,53%) dan in 2022 (3,82%), maar toen ging het om een eenmalige piek. In de coronajaren 2020 en 2021 lag het kortverzuim dan weer lager dan de globale tendens, op respectievelijk 3,15% en 3,25%.
De stijging van het ziekteverzuim wordt gedreven door een aantal onderling verbonden factoren. “Er is de toenemende werkdruk met hoge verwachtingen en strakke deadlines”, verklaart Edelhart Kempeneers, medisch directeur bij Attentia. “Dit wordt nog versterkt door de groeiende nadruk op individuele prestaties en productiviteit, vaak ten koste van het persoonlijk welzijn. Bovendien draagt de snelle technologische vooruitgang bij aan een ‘altijd bereikbaar’-cultuur. Maar er is ook een groeiend bewustzijn rond geestelijke gezondheid, waardoor medewerkers eerder geneigd zijn om ziekteverlof te nemen voor psychologische klachten.”
Wanneer de cijfers meer in detail bekeken worden, trekt Attentia enkele opvallende conclusies. Bij vrouwen ligt het langdurig ziekteverzuim dubbel zo hoog als bij mannen. Het langdurig ziekteverzuim neemt ook toe naarmate medewerkers ouder worden. Nog opvallend is dat het ziekteverzuim bij arbeiders een pak hoger ligt dan bij bedienden: 6,28% langdurig ziekteverzuim bij arbeiders, ten opzichte van 2,6% bij bedienden.
Bij de vergelijking van verschillende sectoren valt op dat de sector ‘vrije beroepen en wetenschappelijke en technische activiteiten’ het laagste percentrage langdurig zieken heeft (1%). In tegenstelling hiermee heeft de sector ‘menselijke gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening’ het hoogste percentage langdurig zieken (9,9%).
De bezetting van autofabriek GKN in Florence, Italië, is de langstdurende ooit in Italië. Het ging over de strijd voor werkzekerheid en een overgang naar groene productie.
Al meer dan twee jaar hebben arbeiders in de autofabriek GKN in Florence, Italië, de productie stilgelegd. Ze hebben het gebouw overgenomen. Deze fabrieksbezetting is een inspirerend voorbeeld van hoe de strijd voor werkzekerheid en een overgang naar groene productie hand in hand kunnen gaan. Wat is de rol van het arbeiderscollectief Collettivo di Fabbrica in deze voortdurende strijd, hoe kunnen arbeiders dit verzet verbreden en wat is en het toekomstperspectief ervan?
Hoe is het Collettivo di Fabbrica (CdF) begonnen en hoe heeft het zich ontwikkeld?
Tussen 2008 en 2018 verzetten vakbondsafgevaardigden zich tegen de wereldwijde druk om de arbeidstijden te verlengen en de lonen te verlagen. Om deze druk te weerstaan, was het nodig om verenigd en compact te opereren, om op elk moment te kunnen staken, om in staat te zijn om een reeks overeenkomsten te sluiten en vooral om de participatie van werknemers te vergroten. We boekten talrijke successen in de periode 2008-2018, maar ondanks de effectieve en radicalere vakbondslijn hadden arbeiders de neiging om niet verder te kijken dan hun eigen fabrieken en passief te vertrouwen op vakbondsafgevaardigden.
Tien jaar lang broedden we op een alternatief vakbondsmodel. Toen in 2018 het Britse investeringsfonds Melrose Industries GKN kocht, richtten we onmiddellijk het CdF op: een soepele structuur waar iedereen lid van kon worden, ongeacht zijn vakbondslidmaatschap. Het CdF bewijst dat vakbondsvorming mogelijk is zonder het model van geprofessionaliseerde of geïnstitutionaliseerde vakbonden te doorlopen. Natuurlijk leeft CdF ook dankzij de kracht van de klassieke vakbondsstructuur: het kent een sterke interne aanwezigheid van de Italiaanse Federatie van Metaalarbeiders én de RSU, onze arbeidersraad.
Wat gebeurde er na de overname door Melrose?
Melrose wilde de fabriek leeghalen en veranderen in een lege huls. Zo begon de delokalisatie van de productie, waar we ons tegen verzetten. Daarna werd de productie op subtiele wijze geboycot door middel van irrationele investeringen en een doelbewust slechte planning, waar we ook tegen vochten. Ook werd duidelijk dat de nieuwe eigenaar zich niet hield aan de vele overeenkomsten die hij sloot, ondanks onze vaak sterke juridische positie. Als reactie hierop creëerden we samen met het CdF meer participatieve democratie in de fabriek. Dit bleek cruciaal: toen Melrose in 2021 de onmiddellijke sluiting van de fabriek aankondigde, hadden we al de basis gelegd voor vormen van arbeidersdemocratie die ons in staat stelden om een permanente vergadering op te richten die de fabriek sinds 9 juli 2021 in leven houdt.
Hoe probeerden de fabriekseigenaren jullie strijd te saboteren?
In eerste instantie versloegen we de ontslagen, maar tot op de dag van vandaag bevinden we ons in een onzekere situatie waarin geen arbeiders ontslagen worden en de productie niet opnieuw wordt opgestart. De fabriek staat er nog steeds; nieuw, met geavanceerde machines, maar verlaten door het kapitaal. We stelden dus een industrieel plan op als oplossing voor deze leegloop. Al snel kwam er echter een nieuwe eigenaar: een voormalig adviseur van GKN, die een andere tactiek tegenover ons aannam. In plaats van werknemers te ontslaan, wachtte hij zijn tijd af en beloofde hij de komst van een nieuwe investeerder die de fabriek zou herindustrialiseren.
Voor de publieke opinie leek het alsof de arbeiders van GKN hadden gewonnen. We werden in een moeilijke positie gebracht waarbij de indruk ontstond dat we zonder reden aan het vechten waren. Maar als we onze strijd hadden gestaakt, zou het bijna onmogelijk zijn geweest om hem opnieuw te beginnen. Daarom gingen we door met de permanente vergadering en tegen augustus 2022 slaagden we erin om de valse beloften van de nieuwe eigenaar te ontmaskeren: het was duidelijk dat hij geen echt herindustrialisatieplan had en dus probeerden we ons eigen plan in te voeren.
Kregen jullie steun van vakbonden of politieke partijen?
Met uitzondering van de uiterst rechtse Italiaanse regering heeft de gevestigde macht nog geen vorm van directe repressie tegen ons gebruikt, omdat we te sterk en te populair zijn geweest.
Zowel politieke partijen als vakbonden hebben ons meestal formeel gesteund zonder iets concreets te doen om onze strijd te versterken, waarbij ze vaak onze successen gebruikten om afstand te doen van hun eigen verantwoordelijkheid.
Hoe en waarom hebben jullie de arbeidersstrijd uitgebreid?
Voor ons is samenwerking met andere bewegingen heel belangrijk. Ons motto ‘Insorgiamo’ [‘Sta op’] benadrukt dat de strijd in autofabriek GKN ook anderen aangaat. Na een paar maanden hebben we dit motto geactualiseerd als ‘Insorgere per convergere e convergere per insorgere’ [‘Sta op om samen te komen en kom samen om op te staan’], want een vergevorderde arbeidersstrijd kan alleen standhouden als verschillende bewegingen en sociale kwesties erin samenkomen. Enkel kwantitatieve solidariteit – zoals materiële hulp, fondsen of het bieden van vaardigheden ter ondersteuning van de strijd – is onvoldoende.
Zodra je deel uitmaakt van een fabriek die de productie heeft stopgezet, is je strijd niet alleen een arbeidsconflict, maar ook een sociale strijd die verbonden is met verschillende andere kwesties: de reorganisatie van de productie, de groene transitie, de kwestie van het collectieve versus het individuele perspectief.
Zonder een convergentie van bewegingen zou er niet genoeg tijd zijn om voldoende collectief bewustzijn te ontwikkelen. Dit bewustzijn moet direct binnen de strijd worden aangewakkerd. Het belang van onderlinge verbondenheid met de milieubeweging zou bijvoorbeeld een vrij abstract idee gebleven zijn als deze beweging zich niet bij onze strijd had aangesloten: toen duizenden klimaatactivisten deelnamen aan demonstraties om GKN te redden, werd het idee van samenwerking tegelijkertijd praktisch, theoretisch en ideaal – en kreeg het zelfs uiting in ons industriële plan.
Kun je meer vertellen over de duurzame elementen in het industriële plan?
Ons industriële plan is gebaseerd op twee duurzame producten: de bakfiets en zonnepanelen. Bakfietsen kunnen autonoom en met een lage investering worden geproduceerd, maar de kernactiviteiten van onze fabriek kunnen niet alleen hierop worden gebaseerd. De productie van zonnepanelen zou zelfs een grote fabriek rendabel kunnen houden, maar vergt een investering van bijna 26 miljoen euro om een productielijn op te starten met de koolstofgebaseerde technologie die wij willen gebruiken. In de toekomst zouden we met deze technologie ook batterijen kunnen produceren zonder materialen als lithium en kobalt.
Hoe willen jullie de toekomst van de fabriek veiligstellen?
Bij velen bestaat de illusie dat een staat of regering eenvoudigweg op een knop kan drukken en de GKN-fabriek kan nationaliseren. De waarheid ligt echter anders: de Italiaanse regering is duidelijk niet bereid om over te gaan op nationalisatie. Bovendien hebben we te maken met een burgerlijke staat, die niet eens meer weet hoe nationalisatie werkt. Het te verwachten antwoord van de regering is dat ze alleen zou instemmen met overheidsinterventie als er al een ondernemer bij het plan betrokken is.
De nationalisatie die we wensen is dus onwaarschijnlijk en in juli 2023 waren we daarom gedwongen om de coöperatie GFF (GKN For Future) op te richten, een rechtspersoon voor de herindustrialisatie van GKN. We vragen nu om overheidsinterventie, maar als dat zou gebeuren, zou de staat waarschijnlijk proberen om zijn eigen bestuursvertegenwoordiger te introduceren. Deze verticale interventie moet worden bestreden met interventie van onderaf en open participatie in het eigendom van de coöperatie. De coöperatie zou gecontroleerd moeten worden door werknemers, maar de Italiaanse staat keurt goed dat coöperaties voor een derde gecontroleerd worden door investeerders – een kapitalistisch mechanisme. Daarom willen we dat investeerders uit zowel lokale solidariteitsbewegingen en gemeenschappen komen, als internationale solidariteits- en milieugerichte netwerken.
Wat staat jullie te wachten in de toekomst? Het X-uur nadert: het moment waarop we – met ons ontslag – formeel worden losgekoppeld van de fabriek, die op dat moment geen fabriek meer is maar gewoon een leeg gebouw: niet vanwege de afwezigheid van machines, maar van arbeiders. We hebben niet veel tijd meer. Populair aandeelhouderschap en de verwezenlijking van ons industrieel plan zijn urgente en fundamentele uitdagingen en ze moeten zo snel mogelijk gebeuren.
In de Verenigde Staten woedde afgelopen maanden de grootste stakingsgolf sinds decennia. Naast groepen leraren, legde personeel van Starbucks, Amazon, de apotheken, de filmindustrie en de grote autofabrikanten het werk neer. Meer dan 323.000 arbeiders staakten in 2023 en behaalden flinke overwinningen.
In november wonnen arbeiders bij de drie grote Amerikaanse auto producenten de grootste loons– verhoging in decennia. Deze ‘Big Three’ – General Motors, Ford en Stellantis – maakten de afgelopen tien jaar een recordwinst van250 miljard dollar.
Het basisloon voor de bestbetaalde autoconstructeurs stijgt in 4,5 jaar met 25 procent. Er worden stappen gezet om de loonniveaus (tiers) af te schaffen die de autobedrijven hebben ingevoerd sinds de recessie van 2008. Ook wordt de destijds geschrapte inflatiecorrectie heringevoerd en arbeiders in sommige toeleveringsbedrijven zullen onder dezelfde cao vallen.
De tiers betekende voor een deel van de autowerkers 20 procent minder inkomen, waardoor ze een extra baan erbij moesten nemen. Sommigen werkten 18 uur per dag en zagen hun gezin kapot gaan. De sfeer tussen vakbondsleden onderling was ronduit toxisch geworden. Met deze overwinning krijgen arbeiders een deel van hun leven terug.
De staking tegen de Big Three begon op 15 september, toen 13.000 arbeiders van drie vestigingen het werk neerlegden. Met 25.000 stakers in de derde week bleef de UAW – een vakbond voor auto-arbeiders met 150.000 leden – nog steeds zeer voorzichtig. Mede daarom voelden de autobazen zich niet gedwongen om alle eisen in te willigen, zoals een fatsoenlijk (defined benefit) pensioen en vergoeding van ziektekosten voor ‘tweedeklas’ arbeiders.
Na een historische staking van 118 dagen hebben ook acteurs betere voorwaarden bereikt. Hun loon stijgt dit jaar minstens 11,3 procent en de bijdragen voor pensioen en ziektekosten gaan omhoog. Daarnaast worden acteurs beschermd tegen het gebruik van kunstmatige intelligentie en zijn er maatregelen tegen seksuele intimidatie en voor diversiteit op de set.
Inhaalslag
Sinds de jaren 1970 is het niveau van vakbondsstrijd in de VS erg laag. Tussen 1945 en 1980 staakten jaarlijks 1 tot 4 miljoen Amerikanen. Het keerpunt daarin was een staking van de vluchtleiders in 1981. Toenmalig president Ronald Reagan brak hun staking door de inzet van militairen en het intrekken van de erkenning van hun vakbond PATCO. Dit was het startsein voor een harde aanval op alle vakbonden.
Van 1948 tot 1973 liepen de lonen ‘in de pas’ met de productiviteitsstijging. Maar door de nederlagen begon het aantal vakbondsleden te dalen. Terwijl in de 40 jaar sinds 1973 de productiviteit toenam met 75 procent, stegen de lonen met slechts 9 procent.
De vakbonden zijn nog steeds relatief zwak, met een lidmaatschap van slechts 10 procent van de arbeiders. Maar het aantal werklozen per vacature is sinds de COVID-pandemie gedaald. Daarnaast zijn arbeiders razend over hun verlies in koopkracht terwijl bedrijven ondertussen megawinsten maken en hoge dividenden uitkeren aan aandeelhouders.
Nieuwe sectoren
Bedrijven als Starbucks en Amazon zijn vrij jong en opgekomen in het neoliberale tijdperk. Sinds midden jaren 1990 zijn ze uitgegroeid van enkele vestigingen tot multinationals met een miljardenomzet. Amazon is de op een na grootste werkgever in de VS. Starbucks staat in de Fortune 500, met 15.000 vestigingen en een vermogen van 29 miljard dollar.
De megawinsten van deze bedrijven gaan hand in hand met een felle antivakbondspolitiek, schandalige lonen en een hoge werkdruk. Een Amazon-chauffeur werkt voor 16 dollar per uur, ’s winters in de vrieskou én ’s zomers bij 38 graden zonder airco.
Maar bij beide bedrijven slagen vakbonden er nu in om het personeel te organiseren. In de VS moet personeel van elk filiaal stemmen voor vakbondslidmaatschap. Starbucks Workers United heeft inmiddels 220 vestigingen georganiseerd. Bij Amazon zijn de Teamsters een offensief gestart. Daarbij gaan bijvoorbeeld 84 chauffeurs die deze zomer ontslagen werden naar picket lines bij meer dan 20 Amazondistributiecentra om solidariteit te organiseren.
Zwakte en kracht
Zwakte en kracht
Een belangrijke vraag is of de Amerikaanse vakbonden de opleving van strijd kunnen doorzetten. Daarbij is het een handicap dat de meeste bonden zichzelf politiek verbinden met de Democratische Partij. Dit maakte ze vleugellam toen, in december 2022, de Senaat onder leiding van president Joe Biden stemde voor een verbod op de geplande spoorwegstaking.
Tegelijkertijd kent het land op veel plekken een strijdbare traditie van solidariteit. In maart staakten 30.000 leraren in Los Angeles in solidariteit met het ondersteunend personeel. De organisatie voor zwarte burgerrechten NAACP verklaarde zich solidair met de staking van de UAW en de scriptschrijvers. En ondanks Bidens miljardensteun voor Israël, blokkeerden demonstranten op vrijdagochtend 3 november de haven van Oakland tegen wapenleveranties – met de steun van de vakbondsafdeling ILWU Local 10.
Buiten de Big Three proberen de andere autoproducenten de vakbond buiten de deur te houden. Maar na de overeenkomst met de UAW zagen Toyota, Honda, Hyundai en Volkswagen zich allen gedwongen om de lonen per januari met 9 tot 11 procent te verhogen. De UAW heeft Tesla al aangewezen als een volgend doelwit. De bond zegt: ‘Als we in 2028 terugkeren naar de onderhandelingstafel, zal dat niet alleen met de Big Three zijn, maar met de Big Five of Big Six.’ Internationale solidariteit kan de multinationals hard raken. Op Zwarte Vrijdag, 24 november, staakten arbeiders van Amazon tegelijkertijd in meer dan 30 landen, waaronder de VS, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië. Terwijl Tesla in Californë en Nevada het recht van arbeiders aanvecht om vakbondsshirts te dragen, zag Zweden eind november de eerste staking ooit bij een Tesla-vestiging.
De opkomst van grassroots vakbonden zoals Starbucks Workers United en de Amazon Labor Union geven arbeiders meer direct initiatief in hun strijd. De kleine groepen socialisten die actief zijn in de VS hebben de zware taak om solidariteit concreet te maken en individuen binnen die beweging te overtuigen van het belang van socialisme van onderaf. Bron: Socialisme.nu Neutr-On roept alle medewerkers op om naar een 30-urenweek te gaan en door een vermogens-belasting voor de rijken de belastingen op arbeid te verminderen
Zorgorganisatie I-mens verhoogt vanaf 1 februari 2024 haar prijzen voor wie gebruik maakt van dienstencheques. Per uur zal er bijna vier euro meer aangerekend worden. Dat schrijft De Standaard.
Een poetshulp van I-mens inschakelen zal vanaf februari 2024 wel 14 euro per uur kosten. Het is niet de prijs van de dienstencheque zelf die wijzigt – die kost nog steeds 9 euro, met een fiscaal voordeel van 1,8 euro – maar het bedrijft wijzigt de prijs voor de zogenaamde meerkosten. Die stijgt van 1,4 euro vandaag naar 5 euro. Dat is een prijsverhoging van 3,6 euro per uur.
De organisatie wil blijven inzetten op het uitbetalen van “correcte lonen” en wil investeren in opleidingen en goede omkadering voor hun personeelsleden. Om dat te kunnen blijven doen, is een prijsverhoging noodzakelijk, klinkt het. “Het leven is in korte tijd veel duurder geworden. Tegelijkertijd werd de prijs van een dienstencheque al tien jaar niet aangepast. Zonder zo’n prijsverhoging wordt het onhoudbaar om de job van poetshulp duurzaam te houden”, zegt woordvoerder Joris Wauters aan De Standaard.
HELFT VERLIESLATEND
Het nieuws komt niet onverwacht. In september trok de sector nog aan de alarmbel. Uit een onderzoek, op vraag van de werkgevers uit de dienstenchequesector, bleek dat de helft van de dienstenchequebedrijven verlieslatend is.
De sector vroeg toen aan de Vlaamse regering om de prijs van dienstencheques met vijf euro te verhogen. Vlaams minister van Werk Jo Brouns (cd&v) zag toen geen budgettaire marge voor een prijsverhoging. Geld moest van de gebruikers van de dienstencheques komen, klonk het toen.
Ook Helan Huishoudhulp, met 3.500 huishoudhulpen, liet eind vorig jaar zijn klanten al weten dat de administratieve heffing stijgt van 75 naar 120 euro per jaar.
Pas rond de 27 euro per cheque zouden die bedrijven zelfbedruipend zijn, zeggen ze zelf.
Dienstencheques blijven in 2024 negen euro kosten, maar worden via een omweg toch duurder: de dienstenchequebedrijven verhogen de bijkomende kosten voor de klant. ‘Absoluut logisch’, zegt econoom Ive Marx (UAntwerpen) in De Morgen. Het is volgens hem niet te verantwoorden dat dienstencheques nog steeds zo goedkoop zijn.
Via een hogere klantenbijdrage drijven de dienstenchequebedrijven hun prijzen op, ook al verandert er aan de cheques zelf niks. Waarom doen ze dat?
“Die dienstencheque kost negen euro en dat bedrag is al tien jaar lang niet meer geïndexeerd, terwijl alle lonen wel geïndexeerd zijn. Alles is een pak duurder geworden, maar de dienstencheque niet. Alleen al de voorbije paar jaar is er ruim 15 procent indexatie geweest, en nog veel meer over de laatste tien jaar.
“In reële termen zijn die dienstencheques in die periode dus enkel maar goedkoper geworden. Het is totaal niet te verantwoorden dat die prijs niet gestegen is. Want het is evident dat die 9 euro allesbehalve de kosten dekt.”
Waarom verhoogt de regering die prijs dan niet?
“De politiek is daar veel te huiverachtig voor. Ze durven die prijs niet te verhogen uit een puur electorale redenering. Vandaag is de dienstencheque gewoon een subsidie aan de hogere middenklasse. Op Vlaams niveau kost dat spul anderhalf miljard euro, en het meeste daarvan gaat naar de hogere inkomensgroepen.
“Omdat de regering het niet durft te verhogen, wordt de beslissing nu afgewenteld: de bedrijven gaan dan maar zelf de kosten verhogen die ze mogen doorrekenen aan de klant.”
Hoeveel zou de dienstencheque kosten als die niet gesubsidieerd werd?
“De subsidie is ongeveer het dubbele van wat de klant zelf betaalt, dus de dienstencheque zou zeker drie keer zo duur moeten zijn om zelfbedruipend te zijn. Dan zit je rond de 27 euro.”
Dan zouden de meeste mensen dat systeem niet meer gebruiken?
“Allicht niet, maar dat zijn normale prijzen hoor. In andere landen is het perfect normaal om 30 tot 35 euro per uur te betalen voor een poetshulp, dat is ook de prijs die je betaalt voor een glazenwasser of om een reparatie uit te laten voeren. Dat is een normale prijs voor een uur laaggeschoold werk.”
Anderhalf miljard euro, dat is een flinke subsidie voor een groep die het eigenlijk kan betalen.
“Ik heb dat subsidieniveau nooit verantwoord gevonden. De dienstencheque is er gekomen als een manier om zwartwerk te witten, en om de tewerkstellingsgraad te verhogen onder laaggeschoolde vrouwen, voornamelijk degenen met een migratieachtergrond. Maar we weten al lang dat de tewerkstelling onder die groep nog steeds erg laag ligt – lager dan in vergelijkbare landen zónder kostelijke dienstencheques.
“We weten ook dat er heel veel buitenlandse arbeid is in de dienstenchequesector – zeker in Brussel, terwijl daar net heel veel werklozen zijn. Heel veel mensen komen vanuit het buitenland naar hier om zo’n gesubsidieerde job te krijgen. Vroeger waren dat vooral Polen en werd onze dienstencheque weleens de beste Poolse tewerkstellingsmaatregel genoemd.
“En bovendien – nu wordt het echt al te gek – zijn er wel wat mensen die overstappen van een reguliere job, die opbrengt voor de schatkist, naar gesubsidieerd werk via dienstencheques. Dan schiet je jezelf als overheid gewoon in de voet.”
De maatregel mist zijn doel dus totaal? “Er zat een nobele doelstelling achter als tewerkstellingsmaatregel. Maar intussen zie je dat het discours in de Vlaamse politiek helemaal verschoven is. De bevoegde ministers zeggen nu telkens: de dienstencheque is een ondersteuning voor de hardwerkende Vlaamse middenklasse, de mensen die onze welvaart creëren en belastingen betalen enzovoort. Zij moeten die steun zogezegd krijgen zodat ze verder kunnen gaan met hard werken en productief zijn.”
Neutr-On is niet akkoord met de prijsverhoging voor administratieve kosten. Die moeten gewoon betaald worden door het bedrijf zelf en van de subsidies die ze krijgen. Sommige kantoren draaien met zo weinig poetsvrouwen dat ze eigenlijk wel failliet moeten gaan, juist door die administratiekosten en kantoor-huurprijs. Maar ze willen allemaal een goed draaiend bedrijf doen uitschijnen wat in veel gevallen niet zo is. Dan schakelen ze wat interim-poetsvrouwen in van een vluchtelingencentrum die amper weten hoe je moet poetsen, hoe je een knopje moet aannaaien of hoe je een vaatwasmachine moet inladen.
Opleidingen bestaan niet, daar zijn de bedrijven te lui en te gierig voor, de winsten zijn hun hoofddoel.
Ons advies: zoek liever een bedrijf dat geen administratiekosten aanrekent.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.