by admin | apr 4, 2024 | Verkiezingen 2024
In de aanloop naar de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen voert Knack de strijd tegen fake news op. We doen dat, voor het eerst, in een unieke samenwerking met andere nieuwsredacties uit Vlaanderen, Franstalig België en Nederland. ‘Door de krachten te bundelen kunnen we sneller foute claims weerleggen en de kwaliteit van het politieke debat verhogen.’
Vandaag, 2 april, is International Factchecking Day, de dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor de strijd tegen nepnieuws en desinformatie. Dat is nodig, want fake news tiert welig en baart ook 8 op de 10 Vlamingen zorgen, zo bleek twee jaar geleden uit een studie van de VRT.
Nu de verkiezingen van 9 juni naderen en de campagne zich op gang trekt, vliegen de politieke uitspraken ons om de oren. Maar kloppen de cijfers wel die kandidaten en partijen daarbij gebruiken? En moeten we altijd geloven wat we zien in een campagne, of worden we soms misleid door beelden en foto’s?
Met zijn factcheckrubriek voert Knack al jaren strijd tegen desinformatie. De komende weken en maanden schakelen we nog een versnelling hoger, en we doen dat in een uniek samenwerkingsverband met andere nieuwsredacties uit Vlaanderen, Franstalig België én Nederland.
Knack, VRT NWS, Factcheck.Vlaanderen, deCheckers.be, RTBF, Algemeen Dagblad, Pointer (KRO/NCRV) en Nieuwscheckers slaan de handen in elkaar voor de allereerste Factcheck-marathon van de Lage Landen. De inspiratie komt uit Nederland, waar eerder al drie edities plaatsvonden bij vorige verkiezingen. De focus ligt op thema’s die een belangrijke rol spelen bij de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen. Van koopkracht tot veiligheid, van klimaat tot migratie.
‘Het is ongezien dat maar liefst acht redacties uit België en Nederland de krachten bundelen om samen te factchecken’, zegt Knack-hoofdredacteur Bert Bultinck. ‘Maar het is ook nodig. De komende weken en maanden zullen partijvoorzitters en andere toppolitici ons en elkaar om de oren slaan met cijfers, stellingen en rapporten. Maar kloppen die allemaal wel? Twee weken lang, in de kritieke periode net voor 9 juni, gaan twintig journalisten aan de slag om uitspraken van politici te checken. Door de krachten te bundelen maken we ons sterk dat we sneller foute claims kunnen weerleggen en op die manier de kwaliteit van het politiek debat kunnen verhogen.’
Het startschot voor de marathon wordt gegeven op maandag 27 mei. Vanaf dan zullen journalisten van de verschillende redacties samenwerken vanuit een gemeenschappelijke redactie bij de VRT. Iedere dag zullen ze minstens twee factchecks maken in tekst, audio en video, die gepubliceerd zullen worden op de nieuwsplatformen van alle deelnemende media.
Een van de partners die mee in Brussel komt werken, is de Nederlandse publieke omroep KRO-NCRV Pointer. ‘Er staat dan ook veel op het spel bij de Europese verkiezingen’, zegt René Sommer, hoofdredacteur journalistiek KRO-NCRV. ‘Het draait om grote thema’s zoals klimaatverandering en migratie, onderwerpen waarover misinformatie wordt verspreid. Daarom vinden wij het belangrijk om in de aanloop naar de verkiezingen een Factcheck-marathon te organiseren, zodat kiezers hun stem kunnen uitbrengen op basis van de feiten. Door de samenwerking met AD en Nieuwscheckers, maar ook die met de Belgische collega’s van Knack, VRT, Factcheck Vlaanderen en deCheckers kunnen we maximaal impact hebben met onze factchecks.’
Via deCheckers.be kunnen Vlamingen ook zelf factchecks aanvragen of politieke uitspraken signaleren die ze graag willen laten checken.
De Factcheck-marathon van Knack, VRT NWS, Factcheck.Vlaanderen, deCheckers.be, RTBF, Algemeen Dagblad, Pointer (KRO/NCRV) en Nieuwscheckers. Van 27 mei tot en met verkiezingsdag 9 juni (6 juni voor de Nederlanders). Alle factchecks van de marathon zullen verschijnen op de platformen van Knack, op die van de andere deelnemende media én op decheckers.be.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 4, 2024 | Antipestteam
Het uitstellen van de documentaire ‘Het proces dat niemand wou’ door VRT-CEO Delaplace was niet alleen schadelijk voor de slachtoffers in de reeks, maar ook voor slachtoffers in het algemeen. Het geeft een verkeerd signaal af over grensoverschrijdend gedrag, namelijk: “Zwijg maar even”.
De ‘grote inschattingsfout’
Vorige week nam VRT-CEO Frederik Delaplace het besluit om de documentaire Het proces dat niemand wou voorlopig niet uit te zenden. In deze documentaire komen slachtoffers van Bart De Pauw aan het woord. Dit uitstel kwam voort uit het feit dat De Pauw had aangegeven dat hij in gesprek wilde gaan met de slachtoffers voordat de uitzending plaatsvond.
Minister van Media Benjamin Dalle (CD&V) concludeerde dat er overduidelijk te weinig aandacht was besteed aan de slachtoffers. “Er zijn meer dan twee maanden lang gesprekken geweest tussen de VRT en Bart De Pauw zonder dat daarbij de getroffenen zijn gehoord.”
Het eerste gesprek met De Pauw vond plaats op 11 januari. Terwijl de slachtoffers pas in de dagen voor 20 maart, de oorspronkelijke datum in het zendschema, werden betrokken.
Het besluit tot uitstel veroorzaakte een golf van kritiek, en op dinsdag 26 maart maakte de VRT bekend dat de documentaire toch zou worden uitgezonden. In een verklaring erkende de VRT een “grote inschattingsfout” te hebben gemaakt.
Ondanks dit alles ziet minister Dalle toch een positief aspect in de situatie en beschouwt het kunnen toegeven van een fout als “een teken van positief leiderschap”. Echter, ACOD Kunst, Cultuur en Media is het hier niet mee eens.
Goed leiderschap? Juist teken van zwakte
Joke Kerkhofs, adjunct-secretaris bij ACOD VRT, bekritiseert Delaplace en betoogt dat hij geen goed voorbeeld van leiderschap is. Als het een inschattingsfout is geweest zou dat volgens haar betekenen dat we te maken hebben met een “amateur met een vetgedrukte a”.
Aan de andere kant overweegt ze de mogelijkheid dat er meer achter de schermen speelt en dat de CEO onder druk is gezet. Als hij inderdaad zo gevoelig blijkt te zijn voor druk, “dan is hij misschien niet de juiste man op de juiste plaats”.
Wanneer het gaat om druk uitoefenen, stelt Kerkhofs dat we naar de politiek moeten kijken. “Frederik Delaplace is politiek aangesteld en zou dus ook politiek moeten worden ontslagen als hij niet zelf opstapt. En ik denk dat daar het probleem ligt, vooral omdat we nu in een verkiezingsjaar zijn, waar partijen druk kunnen uitoefenen.”
De vakbonden hebben geen vertrouwen meer in Delaplace, en Kerkhofs benadrukt dat dit ook geldt voor het personeel. “Na een vorige communicatie van ‘geen commentaar’ – waar Delaplace VRT-medewerkers opdroeg niet meer met buitenstaanders te communiceren – heerst er hier een angstcultuur. Dat was ook al zo een zware inschattingsfout. En dan nu dit signaal er nog eens bij van ‘zwijg anders eventjes als slachtoffer’. Ik denk dat het vertrouwen zoek is.”
“We hebben niets aan excuses als vervolgens alles gewoon weer doorgaat alsof er niets gebeurd is. Wat mij betreft is dit zijn tweede gele kaart, en moet hij misschien nu maar naar de bank verwezen worden.”
Signaal naar slachtoffers: “Zwijg maar”
Volgens Kerkhofs was het uitstellen van de documentaire een foute beslissing, niet alleen voor de slachtoffers in de reeks, maar ook voor slachtoffers in het algemeen. Ze benadrukt dat de VRT als democratisch instituut de normen en waarden van de democratie moet verdedigen.
Door de uitzending uit te stellen, wordt er volgens haar een verkeerd signaal afgegeven over zaken als grensoverschrijdend gedrag, namelijk: “Zwijg maar even”.
“Als vakorganisatie ontvangen we momenteel talloze meldingen. Ik heb zojuist van betrokken mensen in het Vlaamse parlement vernomen dat ook zij veel te horen krijgen over grensoverschrijdend gedrag, toxisch leiderschap en een angstcultuur binnen de VRT. Ik denk dat we deze problemen in kaart moeten brengen en moeten kijken naar de juiste oplossingen. Want dit gedrag moet stoppen, het moet echt stoppen.”
by admin | apr 4, 2024 | Onderwijs
Dat Weyts de onderwijsinspectie probeert aan banden te leggen is geen uitschuiver, maar kadert in een ruimer patroon van politieke partijen om een grotere greep te krijgen op het bestuur en om het middenveld de mond te snoeren.
Brokkenparcours
Zou de N-VA niet al een beetje spijt hebben dat ze de post van onderwijs aan Ben Weyts hebben gegeven, vraagt Bart Eeckhout zich terecht af in De Morgen. Het rapport dat de minister kan voorleggen op het einde van de legislatuur is in elk geval allesbehalve denderend.
Het lerarentekort heeft hij schromelijk onderschat en zijn ad hoc maatregelen zoals de flexileerkrachten of lerarenspecialist schieten niet alleen tekort, ze zorgen voor verdeeldheid in het korps en maken de job nog minder aantrekkelijk. Het aantal niet ingevulde jobs stijgt steeds gestaag verder, en ondertussen is ook directeur een knelpuntberoep geworden.
Met betrekking tot het ander hoofdprobleem – de kwaliteit van het onderwijs – heeft hij ook gefaald. Weyts wou schitteren door het onderwijs te laten ‘excelleren’, maar de resultaten van de Pisa-testen vertellen het tegenovergestelde. We boeren steeds verder achteruit.
Daarnaast hebben we zowat het minst inclusieve onderwijs van onze buurlanden. In Vlaanderen zitten driemaal zoveel leerlingen in het buso als in de rest van Europa. De kloof tussen sterke en zwakke leerlingen ligt ook een stuk boven het Europese gemiddelde.
De onderfinanciering van het hoger onderwijs is niet aangepakt, de lerarenopleiding is niet hervormd en de vernieuwing van de eindtermen was een debacle. Tijdens de covidcrisis heeft Weyts de leerkrachten grotendeels aan hun lot overgelaten. Enzovoort.
Schriftvervalsing
Tja, het is niet direct een rapport om fier op te zijn. Vorige week kwam er nog een ‘buis’ bij. Het blijkt namelijk dat hij inspectieverslagen heeft tegengehouden of gewijzigd als hem dat niet goed uitkwam. Zo mocht bijvoorbeeld een rapport over de luchtkwaliteit en ventilatie in klaslokalen tijdens de coronacrisis niet gepubliceerd worden. Uit dat rapport bleek dat 65 procent van de scholen moeite had met het ventileren van de lokalen.
In zijn afscheidsinterview verklaarde Lieven Viaene, topman van de onderwijsinspectie dat hij de afgelopen jaren enorme druk voelde vanuit het kabinet. De minister hield de inspectie aan de leiband en perkte haar vrijheid in.
Weyts doet niet eens de moeite om dat te ontkennen. Volgens hem opereren ambtenaren in een democratische rechtsstaat nu eenmaal onder de verantwoordelijkheid van de regering en moeten zij “het beleid uiteindelijk ook uitvoeren. Wanneer ze dat niet doen, dan grijp ik in”. Zo simpel is dat voor hem.
In zijn gekende arrogante stijl voegde Weyts er aan toe: “Als Viaene zelfstandig wil worden, dan kan hij een winkel of een kapperszaak beginnen. Tot dan zal hij uitvoeren wat de Vlaamse democratie van hem vraagt.” De ambtenaar als stropop, punt uit.
Hiermee gaat Weyts zijn boekje ver te buiten. Een inspectie moet onafhankelijk kunnen optreden en ongehinderd kunnen rapporteren aan het parlement. De minister houdt niet alleen ‘hinderlijke’ informatie achter, hij wijzigt blijkbaar zelfs de inhoud ervan. Volgens Frankie Schram, professor Bestuursrecht aan de KU Leuven is dat in feite zelfs “schriftvervalsing”.
Geen uitschuiver
Dit is geen uitschuiver, maar past in een ruimer patroon van politieke partijen, met de NV-A op kop, om een grotere greep te krijgen op het bestuur en om het middenveld de mond te snoeren of te muilkorven. Denk maar aan de ‘uitstap’ van de Vlaamse regering uit Unia of meer recent aan de intimidatie tegen onze website DeWereldMorgen en tgen Vrede vzw.
Ambtenaren worden aan de leiband gelegd of met misprijzen behandeld, adviesraden genegeerd, controleorganen monddood gemaakt en middenveldorganisaties afgedreigd met subsidies. Het zijn praktijken die thuishoren in autoritaire regimes als die van Orban in Hongarije.
Vanuit zowel de oppositie als de meerderheidspartijen kwam er dan ook felle kritiek op de muilkorfpraktijken van Weyts. “Griezelig”, “erg schadelijk”, “ongeoorloofde politieke druk”, zo klonk het. Coalitiepartner Open VLD wil Weyts over de kwestie ondervragen en vraagt daarom een extra zitting van de commissie Onderwijs tijdens de paasvakantie.
Een nuchtere terugblik op de voorbije vijf jaar leert dat Weyts zijn ministeriële bevoegdheid niet heeft gebruikt om de grote uitdagingen van het onderwijs aan te pakken, daarvoor ontbrak het aan ambitie, inzet en ernst. Hij heeft zijn departement daarentegen aangewend om zichzelf ideologisch te profileren en te scoren bij zijn achterban, denk maar aan het afnemen van kinderbijslag van ouders die hun kinderen onvoldoende Nederlands bijbrengen.
Nee, we hebben geen clown nodig die van het onderwijs een circus maakt en in zijn boxershort komt paraderen. Onze leerlingen, ouders en leerkrachten verdienen beter, veel beter. Er zijn ministers die al voor kleinere misstappen de laan werden uitgestuurd. Benieuwd wat de extra zitting in het parlement zal opleveren.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 4, 2024 | Economie
Op donderdag 21 maart organiseerde het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) een conferentie bij het Atomium, symbool van de gouden jaren ’50 van het atoom, ter versteviging van hun succesvolle lobbying op de klimaatconferentie COP28 in Dubai. Aviel Verbruggen herleidt hun discours tot zijn ware dimensie van platte leugens en fletse sprookjes en legt uit waarom het nog altijd over atoomenergie gaat, niet over kernenergie.
Tweeëntwintig landen kondigden op de klimaatconferentie COP28 aan dat er tegen 2050 een verdrievoudiging van atoomenergie nodig zou zijn om de wereld van de klimaatverandering te redden.
Tezelfdertijd en op dezelfde plaats organiseerden lokale organisaties de protestactiviteit Don’t nuke the climate. Zij verwerpen atoomenergie totaal, voor de volle 100% hernieuwbare energievoorziening samen met radicale energiebesparingen.
De actie ontkrachtte de IAEA’s nucleaire sprookjes.[2] Veel sprekers van over de hele wereld vertelden hun ervaringen met de misleidende verhalen van atoomenergie voorstanders en lobbyisten.
Elke spreker kreeg twee minuten spreektijd om het meest essentiële te vertellen van de boodschap die ze met collega’s en het publiek willen delen.
Dit artikel is deels gebaseerd op mij interventie aan het Atomium in Brussel op 21 maart. Het biedt bijkomstige informatie over de context en de logische volgorde van de bondige stellingen tijdens de korte presentatie.
Atoomenergie is financieel bankroet
Geen enkel project voor de bouw van atoomcentrales kan worden gerealiseerd zonder enorme financiële steun van de staatskas. In plaats van miljarden te verspillen aan gefaalde en gevaarlijke atoomfissie- en fusietechnologie zouden overheden openbare fondsen beter gebruiken voor energiebehoud en -efficiëntie, kleinschalige hernieuwbare energie, betere sociale woningen, openbaar vervoer, gezondheidszorg, onderwijs en gelijkaardige menselijke noden.
Klimaatsverandering is nu het excuus voor plundering
Om de enorme vloed van subsidies te verbergen hebben de voorstanders van atoomenergie een geschikte façade nodig om de plundering te verbergen. Wat kan hun frauduleus plan beter dienen dan het misbruik van de klimaatsverandering? Wie beter dan de officiële wereldwijde klimaatbeleid-instituten om te dienen als een vertrouwd platform om misleidende atoomverhalen te verspreiden?
IAEA is binnengeslopen in de klimaat COPs en het IPCC
De IAEA kon haar officiële aanwezigheid in de jaarlijkse COP-vergaderingen organiseren via het artikel 16§8 van het Akkoord van Parijs (2015). Lees alstublieft het Akkoord van Parijs: dan zie je dat art.16§8 een uitzonderlijk concrete beslissing is in het hele akkoord dat een moeras van vaagheid is. De lobbyist voor atoomenergie kreeg zo een gegarandeerde officiële zetel in alle toekomstige COPs.
Een ander toppunt van IAEA-infiltratie zijn haar intriges in het IPCC (Intergouvernementeel Panel over Klimaatverandering), in het bijzonder zichtbaar in de 2014, 2018 en 2022 rapporten van Werkgroep III.[3] Door de rol van atoomenergie voor te stellen als deel van het klimaatbeleid jongleert de IAEA twee tegengestelde doelstellingen.
Een eerste doelstelling is om de feiten over en problemen van atoomenergie te verbergen. Voor dit doel wil het vermijden dat IPCC-rapporten een accurate voorstelling en beoordeling zouden publiceren van de gehele wetenschappelijke literatuur over atoomenergie.
Een tweede doelstelling is om naar het IPCC-label te kunnen verwijzen om atoomenergie te laten doorgaan als een echte lage-koolstofoptie. Beide doelstellingen samen bereiken vereist enig gebalanceer en gemanoeuvreer, vaardigheden die het IAEA goed geoefend heeft door haar dubbelzinnige rol in de promotie van en controle over atoomenergie en atoomwapens.
Doelstelling Een is hoogst problematisch voor het IPCC, gezien het rechtstreeks ingaat tegen de kerntaak van het IPCC[4]. Deze kerntaak bestaat uit het leveren van omvattende overzichten van alle beschikbare kennis, met de vereiste bespreking en beoordeling van alle peer-reviewed literatuur, en het duidelijk identificeren van afwijkende standpunten waarvoor significante wetenschappelijke of technische ondersteuning bestaat, samen met de relevante argumenten.
De oplichting van het IAEA ondermijnt de essentie van de taak van het IPCC, zoals te merken is aan het quasi-exclusief gebruik van documenten van het IAEA of gelijkgezinde organisaties, zoals het OESO Kernenergieagentschap. Van de literatuur worden voornamelijk met pro-atoomenergie artikels geciteerd, met enkele kritische auteurs in de bibliografie die bovendien foutief worden geciteerd.[5]
Het IAEA schendt de essentiële principes van de IPCC-regels
Het IAEA sluit wetenschappelijke beoordeling van atoomenergie uit door publicaties van onafhankelijke wetenschappers te negerenn commentaren die volgens de regels van het IPCC proces werden verstuurd niet te beantwoorden, criteria en standaarden voor duurzaamheid te omzeilen en te verhullen dat atoomenergie onverenigbaar is met zonne- en windenergie in de elektrische systemen voor opwekking en distributie van stroom.
Uitvoerige en onderbouwde kritische commentaar op de IPCC ontwerpteksten over atoomenergie die doorheen het formeel wetenschappelijk beoordelingsproces aan het IPCC-secretariaat werden geleverd, zijn niet beantwoord[6]. Dit is, opnieuw, volledig in strijd met de werkregels van het IPCC.
Oud-IAEA werknemer H.H. Rogner was de auteur van de passages over atoomenergie in het IPCC-rapport van 2014. Hij was een gecoöpteerde ‘Contributing Author’[7], en zijn verschijning en gemanoeuvreer op de plenaire vergadering van het IPCC van april 2014 in Berlijn was hoogst ongebruikelijk[8].
De IPCC-rapporten van 2018 en 2022 vertonen dezelfde gebreken als het rapport van 2014 betreffende de teksten over atoomenergie. Uitgebreide commentaren kregen geen antwoord. Deze echte IPCC-gate met betrekking tot Werkgroep III ontving minimale mediaberichtgeving, terwijl een paar mails tussen klimaatwetenschappers van Werkgroep I, geroofd in november 2009, in een spraakmakend “climate-gate”, veel opschudding veroorzaakten.
Dit is het gevolg van propaganda. Het bewijst ook dat de drie werkgroepen van de IPCC van zeer verschillende kwaliteit zijn, met WGIII geïnfiltreerd door de belangen van fossiele brandstoffen en atoomenergie. De mensen aan de macht in het neoliberaal tijdperk weten hoe ze hun belagen kunnen behartigen via sluwe “masterminding”.
In de volgende gesproken zinnen wordt vermeld dat de pers en de NGO’s stil blijven. Dit is een samenvatting van twee geobserveerde feiten. Het is niet de bedoeling om de pers en de NGO’s op een gelijke voet te zetten. Voor de commerciële pers is het een doelbewuste standaardpolitiek om neoliberale belangen te dienen.
De stilte van de NGO’s is waarschijnlijk niet doelbewust. Vermoedelijk is het door ontbrekende kennis, dus onvoldoende alertheid die vaak ontstaat door banden met politieke en administratieve bubbels. Een voorbeeld is de COP-bubbel, waar het gemeenschappelijk belang van alle deelnemers de voortzetting is van de jaarlijkse vergaderingen.
Met betrekking tot het IPCC willen alle toegewijde milieuactivisten de belangrijke IPCC rol vrijwaren voor de fantastische beoordelingen van wetenschappelijke kennis, geleverd volgens de principes en regels van de IPCC door de Werkgroepen I en II. Het behouden van de rol van het IPCC wordt meer geholpen door de intriges van het IAEA aan te pakken in plaats van erover te zwijgen.
Er bestaat duidelijk een groot IPCC atoom-klimaatgate
De IAEA bereikt haar tweede doel door de driedelige mantra “Hernieuwbare Energie, Kernenergie, Koolstofopvang en -opslag” te herhalen als realistische opties om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Deze drievuldigheid doordrenkt het hele discours van klimaatbeleid, terwijl het de realiteit verdraait.
Het zet drie opties op gelijke hoogte, terwijl enkel de optie van Hernieuwbare Energie duurzaam is. Hernieuwbare Energie kan niet samengaan met de optie Atoomenergie. Daarnaast toont de optie van Koolstofopvang en -opslag[9] haar onbruikbaarheid, zelfs voor fossiele brandstofbedrijven, door de hoge kostprijs.
De IAEA inspanningen om deze drieledigheid te behouden zijn verhuld omdat anders het eerste doel, het verhullen van de feiten over kernenergie, in gevaar komt. De volharding van het drieledig discours is het gevolg van de belangen van de atoom- en fossiele brandstof-industrieën.
Daarenboven nemen ruwe computermodellen, gebruikt door economen, atoomenergie op zonder rekening te houden met de onvermijdelijke conflicten met hernieuwbare energie van wind en zon in echte elektrische systemen. Deze oppervlakkigheid zet onverenigbare opties zij aan zij op papier, wetenschappelijke blunders die blijven smeulen en bijdragen aan het in stand houden van atoompropaganda[10].
De geheimhouding beschermt het valse kerndiscours
“Hernieuwbare Energie, Kernenergie, Koolstofvastlegging en -opslag” worden voorgesteld als equivalente opties terwijl ze onverenigbaar zijn. Enkel herniewbare energie kan een klimaatcatastrofe vermijden.
Het praatje is: “Mensen hun zorgen over atoomveiligheid belemmeren nucleaire uitbreiding”, terwijl de eigenlijke risico’s enorm zijn, gegeven dat alle verzekeringsmaatschappijen de aansprakelijkheid voor kernenergie weigeren te verzekeren.
Verifieer wat ik zeg door de rapporten van IPCC Werkgroep III van 2014, 2018 en 2022 te onderzoeken op de passages over atoomenergie.
Tot slot: de toegevoegde informatie dient om de ongelofelijke discursieve macht van de atoomlobby aan te pakken. Hun discours verdraait de feiten en is frauduleus. Maar het discours schept ook de nabije financiële stromen en subsidies voor het overleven van een falende technologie.
De atoomoplichters zullen weer miljarden dollars, ponden en euro’s verslinden.
Meer informatie op www.avielverbruggen.be
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | apr 4, 2024 | Sectoren
Precies een jaar geleden viel de leeuw. Op 7 maart 2023 kondigde Delhaize haar intentie aan om haar volledige winkelpark te willen franchiseren. Dit nieuws kwam onverwacht en voelde ook erg onrechtvaardig aan voor de meer dan 9.000 trouwe werknemers van de keten. Hun job werd van de ene op de andere dag te koop gezet. Loopbanen, levens en gezinnen kapotgemaakt onder het juk van harteloos kapitalisme. Dit was een strategische beslissing van de directie, uitsluitend ingegeven door financiële belangen. Het was ook een handige manier om de sociale dialoog te ontmantelen en van de vakbonden af te komen.
In haar haast om te franchiseren ging de directie niet zachtzinnig te werk. Ze voerde haar plannen stap voor stap, berekend uit. 365 dagen later is iets minder dan de helft van de winkels daadwerkelijk gefranchiseerd (53 van de 128).
Ongenuanceerde balans
Noch de felle strijd die we voerden, noch de ontreddering van de werknemers hebben de directie van haar koers kunnen afbrengen. Had ze wel de macht om dat te doen, of was de Belgische directie, zoals we vanaf het begin hebben gedacht, dat de Belgische directie niets meer dan een marionet van de Nederlanders? Het moet gezegd, Delhaize heeft veel hulp gehad bij haar duistere plannen, met dank aan de steun van het gerecht en de inertie van de regering, ook al heeft de minister van Werk geprobeerd het herstel van de sociale dialoog af te dwingen. Dit was de strijd van de Delhaiziens. Het was ook die van een hele sector. Het is de strijd voor de toekomst van onze jobs en onze arbeidsvoorwaarden.
Eén jaar later maken de media vaak een ongenuanceerde balans op. Terwijl destijds door iedereen moord en brand werd geschreeuwd, en de onverantwoordelijke en gewetenloze houding van de directie werd aangeklaagd, vergeet men vandaag dikwijls de houding van Delhaize en zijn het de vakbonden die de slechte punten krijgen. Wat horen en lezen we nu overal? De vakbonden zouden over de hele lijn verloren hebben. De stakingen en alle ophef over Delhaize zouden voor niets zijn geweest. De syndicale strategie was niet de juiste. De beslissing was zo voorspelbaar, gezien de evolutie van het model in de handel. Bedrijven zouden toch doen wat ze willen en het sociaal overleg zou hier niets meer kunnen aan veranderen.
Fout. Als je het vanuit deze invalshoek bekijkt, zie je immers enkel het topje van de ijsberg. Als we tot conclusies willen komen, moeten we rekening houden met alle elementen.
Oorverdovende stilte van politici
De oorverdovende stilte van de politici heeft Delhaize geholpen om haar plannen uit te voeren. Er was duidelijk geen eensgezindheid binnen de regering om het gemanipuleer van Delhaize te veroordelen. Rechts wilde immers de vrijheid van ondernemen – lees: alles kapotmaken – niet aan banden leggen en wou de kleine zelfstandige te hulp schieten die de wereld van de handel op zijn kop zou zetten. Ervoor kiezen om niets te doen is goedpraten, meewerken. Aan de ene kant staan de media vol met grote verklaringen van onze politieke leiders over de schandalige houding van Delhaize.
Aan de andere kant hebben ze geen vinger uitgestoken en hebben ze laten begaan, omdat er geen consensus tussen hen was. Je kunt je afvragen of de dingen anders zouden zijn gelopen als de aankondiging vandaag was gedaan, een paar weken voor de verkiezingen. Zouden ze een strengere houding hebben aangenomen tegenover de directie om hun gemanipuleer te veroordelen en de werknemers beter te beschermen? Sommige media hebben de vraag gesteld… zonder er een antwoord op te geven.
Steun van het gerecht
Ook het gerecht heeft niet stilgezeten. En het is in actie geschoten om de klus te helpen klaren. Door stakingsacties te breken via eenzijdige bevelschriften. Door de strafklachten te verwerpen die de vakbonden hadden ingediend om het negeren van de wet-Renault aan te klagen. En heel recent nog, door zich te verzetten tegen ons verzoek om CPBW’s (Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk) op te richten voor de nog niet gefranchiseerde winkels, zodat er sociale verkiezingen konden worden gehouden.
Onze eisen waren legitiem. Nochtans koos het gerecht er telkens voor om de directie in het gelijk te stellen en zo het pad te helpen effenen voor de totale vernietiging van elke sociaal overleg. In deze zaak namen de rechtbanken de plaats in van de sociale organen. Ter herinnering, dit zijn tienduizenden stakingsdagen die hebben plaatsgevonden, zonder enig geweld, zonder enige escalatie. Tegenover ons hebben we rechters die de voorkeur hebben gegeven aan de vrijheid van ondernemen in plaats van aan het respect voor het stakingsrecht, (over)ijverige deurwaarders en tenslotte ordediensten die de waterkanonnen er maar al te graag bijhaalden om de piketten te doorbreken.
We betreuren het ten zeerste dat Delhaize ervoor gekozen heeft om voortdurend rechtbanken in te schakelen. Een respectvolle en voluntaristische sociale dialoog had tot heel andere oplossingen kunnen leiden die representatief zijn voor het Belgisch sociaal overleg dat ons zo dierbaar is. Delhaize heeft nooit oplossingen willen zoeken. Om te onderhandelen moet je met twee zijn. Maar van bij het begin stuitten we op bestuurders die niet bereid waren om een echte dialoog aan te gaan. We hebben nooit de deur gesloten voor onderhandelingen, maar er was sowieso geen sprake van. Aan het begin van het conflict moesten we immers meer dan een maand wachten op de directie (een skireis ging voor) alvorens we rond de tafel konden gaan zitten. De prioriteiten van de ene zijn niet die van de andere.
De laatste dagen bulkt het in bepaalde media van artikelen en uitspraken van “specialisten” die beweren dat, als de situatie zo is, dat komt omdat de vakbonden er niets van hebben begrepen, dat ze slechte verliezers zijn of dat ze de handel al jaren niet hebben zien evolueren. Erger nog, de vakbonden zouden er enkel op uit geweest zijn om het lokaal ondernemerschap over de kop te doen gaan.
Hier is niets van aan, wij betreuren deze onophoudelijke en beladen karikaturen. Het zijn de werknemers die verloren hebben. Met dit dossier worden de arbeidsvoorwaarden van de hele sector naar beneden gehaald. Wanneer op geld beluste werkgevers (het rendement voor de aandeelhouders steeg dit jaar met 5%) hun almacht op deze manier demonstreren en wanneer het gerecht en de politici hieraan bijdragen of gewoon laten begaan, is het alsof je een blanco cheque geeft aan zoveel andere bedrijven.
Echte balans opmaken over twee a drie jaar
In wat de afgelopen dagen in de pers werd belicht, staan ook getuigenissen van werknemers die benadrukken dat alles goed gaat bij de gefranchiseerden. Maar het is niet na drie maanden franchisering dat we deze vragen moeten stellen en diegenen die getuigen nemen geen enkel risico en praten dus hun werkgever maar naar de mond…
Over twee of drie jaar moeten we de balans opmaken: hoeveel faillissementen zullen er geweest zijn, hoeveel werknemers zullen er nog aanwezig zijn in de winkels, hoeveel Delhaiziens zullen er nog écht zijn? Hoeveel flexi-jobbers of studenten zullen hen vervangen hebben? We zullen niet meer kunnen beschikken over al deze statistieken… Want er zullen geen CPBW’s, Ondernemingsraden of syndicale afvaardigingen meer zijn die het recht hebben hierom te vragen. Op sommige plaatsen zullen de werkrelaties harmonieus zijn, op andere niet. Stilte en tijd zullen hun werk doen om de sporen van dit bittere conflict uit te wissen.
Tot slot toonde de Delhaize-case opnieuw dat er nood is aan een debat over de harmonisering van de paritaire comités en de toekomst van de sector. Het model van de handel is volop in beweging en moet opnieuw worden uitgevonden. Al meer dan 25 jaar vragen de vakbonden om hierover te praten. Jarenlang was hierover geen enkele dialoog met de werkgeversorganisaties mogelijk. Als we een toekomst willen veiligstellen voor de handel en voor de tewerkstelling van de duizenden werknemers in de sector, moeten alle aspecten eindelijk besproken en aangepakt kunnen worden.
Bittere smaak in de mond
Een paar dagen geleden publiceerde Comeos zijn memorandum. Er wordt met geen woord gerept over de toekomst van de handel, de paritaire comités of het sociaal overleg. Om de toekomst van de sector veilig te stellen is sociaal overleg echter de enige manier om eerlijke en evenwichtige oplossingen voor alle betrokkenen te garanderen. Het is enkel op die manier dat we dit kunnen bereiken. Het geval van Delhaize moet een voorbeeld blijven dat niet herhaald mag worden, en niet omgekeerd. Laten we, 365 dagen later, hier de nodige lessen uit trekken voor de toekomst. Onderhandelen wanneer mogelijk (en vooral als we met twee zijn om dit te doen) en strijden wanneer nodig!
Ja, één jaar later zitten we met een bittere smaak in de mond. Dit laat zijn sporen na. Maar we leren er wel iets uit. Er is een periode vóór en na Delhaize. Morgen zullen we opnieuw de strijd aangaan en zullen we aan de zijde van de werknemers van Delhaize staan, zowel bij de gefranchiseerden, de depots als de centrale diensten. Wij zullen blijven strijden voor sociale rechtvaardigheid. We zetten onze missie voort tot het bittere einde. Dus waakzaam blijven, aanklagen en nooit opgeven.
Jan De Weghe is federaal Secretaris BBTK en Myriam Delmée is voorzitter BBTK
Bron: Dewereldmorgen.be