Antwerpen: stadsbewoners vragen een ‘omgekeerd’ woonbeleid

Antwerpen: stadsbewoners vragen een ‘omgekeerd’ woonbeleid

Ondanks het natte weer werden in de Sint-Andrieswijk in Antwerpen de jaarlijkse poets- en vergroeningsactiviteiten Lenteklaar met heel veel enthousiasme aangepakt. Tijdens Lenteklaar en Herfstklaar kom je samen op straat en wordt er uitvoerig met mekaar gepraat.

Dit jaar was het woonbeleid gespreksthema nummer één. Neen, iedereen kan geen woning kopen. En ook: private huurders moeten vaak meer dan de helft van hun inkomsten aan huishuur besteden. En sociale huurders begrijpen niet dat men zoveel instapklare appartementen laat leeg staan en laat verloederen.

Vooral de politici van de Vlaamse regering zijn kop van jut en moeten het ontgelden. Wonen die politici op een andere planeet? Maar er is ook een vertrouwensbreuk met onze Antwerpse bestuurders. In de gemeenteraad is het woonbeleid een blinde vlek. Huurbeleid en de wooncrisis staat er niet of zelden op de agenda, en men praat de Vlaamse excellenties na voor wie ‘eigenaarschap’ centraal staat.

Stadswijk Sint-Andries is een sterke wijk

Het Sint-Andrieskwartier is een wijk met een sterke sociale samenhang en met boeiende bewonersinitiatieven zoals het paaseikesrapen, acties klimaatrobuust Sint-Andries, de sintandriesrun, de 4 samentuinen, de 90 plantenbakken op straat, de talloze feestelijkheden, enz..  De wijk lééft.

Woonwijk Sint-Andries heeft een aparte en bijzondere samenstelling en de huurders, niet de eigenaars, vormen de ruggengraat: deze stadswijk huisvest slechts 14,1 %  eigenaars, méér dan de helft van de bewoners is private huurder en er staan 25,2 % sociale woningen. (…Fierensblokken zijn geen sociale huur meer…)

Omgekeerde cijfers verhouding eigenaar-huurder

Het district Antwerpen met 200.000 inwoners telt 27 % eigenaars en 72 % huurders, Vlaanderen telt 72 % eigenaars en 27 % huurders. Op het vlak van wonen is de stad dus erg on-Vlaams. Zal de stad Antwerpen geen haaks of omgekeerd woonbeleid dan Vlaanderen moeten gaan voeren? Moet de gemeenteraad van Antwerpen niet vertrekken vanuit totaal andere uitgangspunten om een ‘omgekeerd’ en performant woonbeleid te realiseren. Wordt het niet noodzakelijk zich te focussen op een betaalbaar woonbeleid voor huurders?

Leegstand van sociale woningen is onaanvaardbaar

Hoe kan het dat meer dan 10 % van instapklare sociale appartementen jaren blijven leegstaan? Vooral private huurders kaarten dit aan, want iedereen kent buren en familieleden die al jaren op de wachtlijst staan. Voor de woonblok tussen Prekersstraat en Willem Lepelstraat met 264 wooneenheden werden in 2016 de renovatieplannen aangekondigd. Voor de centrale hoogbouw met 96 appartementen plant men een harde renovatie en voor de 10 kleine omringende woonblokken met samen 166 wooneenheden wordt het een zachte renovatie. Deze zachte renovatie is, behalve de installatie van de dubbelglasramen en buitenisolatie, voltooid. Er werd zwaar geïnvesteerd in veilige gasverwarmingsketels van het veilige en gesloten type, de elektrische installaties werden vernieuwd met een keuring die 25 jaar geldig is, er zijn splinternieuwe liften en prachtige digitale elektriciteits- en gasmeters in een droge kelder. Er is een vernuftig brandalarm. Opmerkelijk: veel private huurwoningen in de wijk zijn in veel slechtere staat. Sedert 2020 is de renovatie van deze sociale woningen stilgevallen. Wat nu? Lopen de renovatiewerken nog verder? Of wordt alles afgebroken, zoals men in 2007 van plan was met de Fierensblokken? Hopelijk wordt het met de nieuwe Woonmaatschappij wél duidelijk om op een “efficiëntere” wijze de renovaties gaat aanpakken.

De ‘Woonmaatschappij’ vervangt de sociale huisvestingsactoren. Wat nu?

Het decreet van 9 juli 2021 schrapt het voorvoegsel ‘sociaal’ om vanaf 2023 de bestaande huisvestingsmaatschappijen te vervangen door Woonmaatschappijen. Doel: een “slagkrachtig en efficiënt” woonbeleid voor betaalbare en kwaliteitsvolle huurwoningen mogelijk te maken. Antwerpen onderging in 2021 en 2022 op een geruisloze wijze een fusie van 19.000 naar meer dan 24.000 woningen om in 2023 van start te gaan. Was het de moeite waard? Hoe werd deze ingreep geëvalueerd door de gemeenteraad? Organisatorisch slorpte deze tweede grootse ‘samenvoeging’ 2 jaar lang heel veel energie op voor het personeel. Voor de wachtlijst leverde het niks positiefs op, behalve een ‘vertraging’ van 2 jaar.. In 2007-2008 werden 4 dynamische maatschappijen gefuseerd, maar toen waren er allerlei bijsturingen, onder andere via PASH, platform Antwerpse sociale huurders. Van verankering in lokale betrokkenheid en het organiseren van woonoverleg is er deze keer geen sprake.

Als vastgoedoperatie kan het tellen. Het is een bonus voor de stadskas om vanaf januari 2023 in één klap 24.000 wooneenheden aan het stadspatrimonium te kunnen toevoegen. Het wordt nu een kwestie om met deze miljardenoperatie maatschappelijk verantwoord te ondernemen en te investeren in een duurzaam woonbeleid.

Iedereen eigenaar? En worden huurders aan hun lot overgelaten?

De Vlaamse regering moedigt de mensen aan om hun eigen huis te kopen. Hun argument: Zélf eigenaar zijn van je woning is nog steeds de beste verzekering voor de toekomst. Maar eigenaar worden is stilaan voor jonge Vlamingen een moeilijke opdracht en gewone stadsbewoners kunnen er zéker niet meer aan denken om eigenaar te worden in hun wijk. In Antwerpen krijgen projectontwikkelaars vrij spel én steun om luxueuze appartementen te bouwen, te investeren in opbrengstwoningen, studentenkamers en lofts. Dus geen woonkansen voor bewoners die mee timmeren aan een sterke sociale samenhang in onze wijk?

De overheid doet nauwelijks inspanningen om de noodzakelijke woonzekerheid aan private huurders te garanderen. Er zijn nochtans genoeg instrumenten voorhanden. Verplicht de verhuurders om een verhuurvergunning te verwerven op basis van een conformiteitsattest en bepaal mee de huurprijs op basis van de aangeboden kwaliteiten van het te verhuren pand. In de buurlanden staat de huurder centraal, moet men bv. geen huurwaarborg betalen, krijgt men een premie van meer dan 6.000 euro bij een verplichte verhuis, kan men bij geschillen terecht bij een administratieve commissie en hoeft niet met een dure advocaat naar de rechtbank, enz.. In de buurlanden zijn er vooral voor de verhuurder heel wat verplichtingen en huurders worden er niet aan hun lot overgelaten. En ook: bij ons laat men de huurprijzen om de haverklap stijgen, alsof de verhuurders onvermogend en financieel hulpbehoevend zijn…

We waren fier op de Fierensblokken…

Drie legislaturen lang hebben we gestreden om de afbraak van de Fierensblokken te voorkomen. Maar na 14 jaar zorgde AG VESPA voor een knappe renovatie. Iets vervelend: Men hanteert nu minimumgrenzen voor je inkomen: 28.990 € voor een alleenstaande en 40.835 € voor een koppel. Ons voorstel: laat IEDEREEN toe, ook lage inkomens, en geef ze het statuut sociale huurder. Waarom niet? Dan krijg je een aangename sociale mix. En vooral: pas dan kunnen we terug fier zijn op ‘onze’ Fierensblokken.

Schakel AG VESPA in om prioritair betaalbare huurpanden te realiseren. Opgelet!  De stedelijke vastgoedmaatschappij moet zeker stoppen met een uitverkoop aan private spelers, zoals bv. de panden in de Wolstraat. AG VESPA, kies steeds voor de huurder.

Bron: dewereldmorgen.be

Weyts en zijn kabinet hebben iets uit te leggen

Weyts en zijn kabinet hebben iets uit te leggen

Het is ongehoord dat een minister van onderwijs niet achter zijn inspectiekorps staat.

In een vorige bijdrage wees ik er reeds op dat Weyts in het duidingsprogramma ‘De Afspraak’ t.a.v. de ongenuanceerde beschouwingen van onderwijsspecialist Dirk Van Damme lijdzaam toekeek, niet reageerde en hiermee zijn inspectie afviel (24 januari 2023). En zie, dat werd vorige week nog eens bevestigd met de rake kritiek van de afscheidnemende inspecteur-generaal Lieven Viaene op de minister en zijn kabinet in De Ochtend op VRT Radio1 en later in de pers.

Ondertussen weet Vlaanderen waarover het gaat: de manifeste druk van Weyts om de onafhankelijke werking van de inspectie te beïnvloeden en zelfs te beknotten. Lieven Viaene gaf ons een aantal concrete voorbeelden, die niet enkel bij mij als oud-onderwijsinspecteur economie de wenkbrauwen deed fronsen. Zo werden bepaalde onderzoeksrapporten op het kabinet tegengehouden of veel later online geplaatst, mochten specifieke onderzoeken niet opgestart worden en werden persberichten van de inspectie door het kabinet voor een groot stuk herschreven.

We kunnen het enkel toejuichen dat deze zaak nu aan de oppervlakte is gekomen. In de media sprak Weyts van natrappen en van een rancuneuze reactie van de inspectie-generaal. Maar veronderstel nu even dat Lieven Viaene in alle stilte op pensioen was gegaan, wel dan hadden deze dossiers stof vergaard op de 6de verdieping van het kabinet.

In gans de discussie mogen we het belang en de betekenis van de hiërarchische lijn, van de deontologische code voor de inspectie en van de loyaliteit niet uit het oog verliezen. Met de laatste bedoelen we dat inspectieleden geen afbreuk mogen doen aan de waardigheid van de job, evenmin het korps in diskrediet mogen brengen. In deze kwestie was daar totaal geen sprake van. De minister is uiteraard de leidinggevende en de inspecteur-generaal is de ondergeschikte topambtenaar (de gewone inspecteurs zijn geen ambtenaren). Evenwel, punt 8 van de deontologische code is zeer helder: inspectieleden kunnen een persoonlijk standpunt te kennen geven. Publieke standpunten namens de inspectie worden vertolkt door de inspecteur-generaal of het personeelslid dat daartoe gemandateerd wordt. Daarnaast is de onafhankelijke werking van de onderwijsinspectie t.a.v. het beleid van de minister vastgelegd in een visie- en missiestatement (kan iedereen lezen op de website van de inspectie). Dus de inspectie onder druk zetten om ze naar buiten toe te muilkorven, kan gewoonweg niet.

Als oude rot in het vak vroeg ik steevast aan beginnende inspecteurs: “Beschik  je over stalen zenuwen om bij de inspectie aan de slag te gaan?” Wel de afscheidnemende inspecteur-generaal beschikte over stalen zenuwen om de onafhankelijkheid van zijn inspectiekorps t.a.v. de minister te bewaken. Je moet geen organisatiedeskundige zijn om te beseffen in welke gespannen sfeer de werkrelaties met de minister en het kabinet verliepen. Het huis kennende zullen er zich ook wel interpersoonlijke conflicten gemanifesteerd hebben. In deze context moest Lieven Viaene zijn korps leiden en zich continu verweren. Het is echter verbazingwekkend dat van een dergelijke negatieve werksituatie bij de vorige ministers waaronder Lieven Viaene fungeerde totaal geen sprake was. In wiens voordeel zou dat pleiten!?

In mijn actieve periode, die nu al 10 jaar achter me ligt, heb ik zelf  3 onderwijsministers gekend. Uiteraard was er soms beïnvloeding in specifieke dossiers vanuit het kabinet, kwam een gespannen verhouding met de administratie in bepaalde materies ook voor, maar alles verliep toch binnen de contouren van een wederzijdse en constructieve verstandhouding en samenwerking.

De reactie van de Weyts op de kritische beschouwingen van Lieven Viaene was even ondermaats als bizar: “Als Viane zelfstandig wil worden, dan kan hij een winkel of een kapperszaak beginnen. Tot dan zal hij uitvoeren wat de Vlaamse democratie van hem vraagt.” Hoezo wat de Vlaamse democratie vraagt!? Hijzelf misleidt die zogenaamde Vlaamse democratie. Wie heeft zaken verborgen gehouden voor het parlement, voor het onderwijsveld en voor de buitenwereld? Terloops, is er een verschil met de Waalse en Brusselse democratie?

En vervolgens verkondigt Weyts: “Inspecteurs tikten scholen soms op de vingers omdat ze de lat te hoog legden. Ik ben daarvoor meermaals tussengekomen.” Nu zou ik eens willen dat Weyts staalharde bewijzen op tafel legt: over welke scholen gaat het, in welke leerjaren en voor welke vakken? In het kielzog van Dirk Van Damme herhaalt hij de gratuite bewering dat de inspectie één van de schuldigen is voor de tanende onderwijskwaliteit.

De concrete voorbeelden die de oud-topman van de inspectie gaf, vereisen scherpe en gefundeerde parlementaire vragen aan de minister. Het gaat dus niet enkel over dat bewust achtergehouden onderzoeksrapport over de luchtkwaliteit in de scholen in coronatijd, maar tevens het onderzoek i.v.m. de oprichting van nieuwe scholen, dat buiten de manier van werken van de inspectie moest vallen. Over dat laatste zou ik toch graag het fijne willen weten. En wat met het niet vrijgeven van het rapport over de werking van de proeftuinen? En waarom heeft het kabinet het recente bericht van de inspectie over de administratieve last van leraren – een zeer gevoelig thema – grotendeels herschreven? Welke delen zijn uit de originele tekst geschrapt en wat is er aan toegevoegd? Het is nu aan het parlement om de minister op het rooster te leggen en de beweegredenen van zijn demarches bloot te leggen. Ik hoop dat de parlementsleden er hun huiswerk van maken.

Bron: dewereldmorgen.be