‘Wachtlijsten zijn een politieke keuze’

‘Wachtlijsten zijn een politieke keuze’

Katrijn Ruts (GRIP vzw) noemt de lange wachtlijsten voor persoonlijke ondersteuningsbudgetten voor kinderen, jongeren en volwassenen met een handicap mensenrechtschendingen. Sommigen wachten al meer dan twintig jaar. “Dat er niet genoeg middelen worden vrijgemaakt, is een politieke keuze. Want geld is er wel.”

Politieke keuze

De opeenvolgende Vlaamse regeringen kiezen al jaren voor een pervers model waarbij het recht op ondersteuning van personen met een handicap slechts theoretisch wordt erkend. In de dagelijkse leefwereld van mensen wordt het echter niet waargemaakt.

Mensen met een handicap kunnen na het doorlopen van een aanvraagprocedure een erkenning krijgen voor een persoonlijk budget voor ondersteuning. Hiermee kunnen ze ondersteuning organiseren en betalen. Alleen zegt de Vlaamse regering dat er onvoldoende middelen zijn om iedereen met een erkenning hun budget te geven. Gevolg? Veel mensen die recht hebben, komen terecht op een wachtlijst.

Kortom: Vlaanderen faalt om een recht dat ze zelf erkent ook in de praktijk om te zetten. Het is een schending van het recht op menswaardig bestaan van mensen met een handicap. Omdat de wachtlijsten al lang bestaan en het duizenden mensen en hun families treft, durf ik te spreken van jarenlange systematische mensenrechtenschendingen. En dat is een politieke keuze.

Twintig jaar op wachtlijst

Het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap schrijft voor om het recht op ondersteuning progressief te realiseren. Maar sinds de ratificatie van het verdrag in 2009 zijn de wachtlijsten in Vlaanderen alleen maar langer geworden.

De achtereenvolgende Vlaamse regeringen hebben wel extra middelen vrijgemaakt, toch blijft de schaarste bestaan. Er zijn mensen met een handicap die twintig jaar lang op de wachtlijst staan. Gevolg? Zelfs het nieuwe Vlaams Mensenrechteninstituut maande vorig jaar in haar allereerste advies de Vlaamse regering aan om de nodige budgetten vrij te maken om de wachtlijsten weg te werken.

Negeren en controleren werkt niet

Ministers blijven de idee verkopen dat men met procedures en regelgeving de wachtlijst onder controle kan houden. Dit is dan ook het beleid van de afgelopen twintig jaar: urgentiecodering, prioriteitengroepen, noodprocedures, priorstatussen…

Het resultaat is dramatisch, de neveneffecten wegen door. De regelgeving is zo ingewikkeld dat weinigen er nog iets van begrijpen. Een aanvraag kost tijd en inspanningen.

Mensen met een handicap, vaak in een heel kwetsbare positie, moeten telkens opnieuw ellenlange procedures doorlopen. Ze moeten elke keer hun privacy en miserie op tafel leggen aan weer andere mensen die hen niet kennen. Mensen met een handicap moeten concurreren met andere mensen met een handicap die ook hoge nood hebben aan ondersteuning.

Dat heel dat schaarste-apparaat trouwens zonder fouten kan draaien is een illusie. Zo werd de noodprocedure – om te beoordelen of iemand zich in een situatie bevindt om onmiddellijk een budget te krijgen – eind 2022 aangepast. Men schaaft procedures bij om drama’s te vermijden. Deze praktijk stoot echter op zijn limieten wanneer ook de procedures voor een noodsituatie te streng worden omdat er geen budget is om bij automatische toekenning een persoonsvolgend budget te geven…

Ongewenste juridisering

Bovendien is het budget van duizenden mensen met een handicap ook nog eens verminderd. In 2021 was er een zogenaamde ‘actualisering’ en  sinds 2022 een experiment met halve budgetten.

Zeker honderd mensen met een handicap kloegen voor actualisering en experiment de overheid aan bij de arbeidsrechtbank. De overgrote meerderheid van hen kreeg gelijk. Arbeidsrechters oordeelden dat deze budgetverminderingen ongrondwettelijk zijn, het eigendomsrecht schaden en dat het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel geschonden werd.

Zeer recent kreeg Simon, bekend van Down The Road, nog gelijk van een arbeidsrechter. Hij moet zijn volledig budget terugkrijgen. De rechter stelt dat het experiment “het standstill principe en het recht op menswaardig bestaan van Simon en de anderen schendt”. Tot op de dag van vandaag laat de regering het experiment echter gewoon verder lopen.

In plaats van dit te bekijken als wake-upcall, gaat het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) tot nu toe stelselmatig in hoger beroep wanneer een rechter oordeelt dat het standstill-principe uit de Grondwet geschonden is. Het resultaat zijn lange juridische procedures waardoor mensen dreigen af te haken omdat zo’n rechtszaak te zwaar en te duur wordt. Een ongelijke strijd van Goliath tegen David, die gestreden wordt met uw en mijn belastingsgeld.

De overheid jaagt mensen naar de rechtbank en kiest voor meer juridisering, een tendens waar niemand bij wint. Zeker niet de mensen in een kwetsbare positie. Geef ons belastingsgeld maar aan ondersteuningsbudgetten voor de mensen in plaats van aan advocaten om hun rechten te bestrijden.

Vlaamse overheid bespaart

Intussen geeft de Vlaamse de regering door die budgetverminderingen een pak minder uit dan ze verplicht was. Alleen al met de actualisering werd in totaal 11,5 miljoen euro uitgespaard.

Gelukkig besloot GRIP vzw, nadat dialoog met de overheid niet werkte, de actualisering aan te klagen bij de Raad van State. Die oordeelde dat de actualisering in strijd is met de Grondwet. De betreffende artikelen uit het besluit van de Vlaamse regering worden vernietigd. Het is alsof de actualisering nooit bestaan heeft. De uitspraak is een belangrijk juridisch precedent. De regering moet de scheefgetrokken situatie rechttrekken.

Vlaams minister Crevits zei op 9 februari jl. dat mensen “het volledige bedrag krijgen dat ze te weinig ontvangen hebben, zonder verantwoording te moeten afleggen”. Correspondentie met het VAPH geeft ons inderdaad goede hoop dat iedereen het volledige misgelopen bedrag als schadevergoeding uitbetaald zal krijgen, en dat er ook geen verantwoording moet worden afgelegd. Dit echt 100 procent bevestigen, kan pas als de brieven van het VAPH bij mensen thuis zijn aangekomen.

De huidige recepten botsen op hun limieten

De ellenlange wachtlijsten, de talloze wanhopige getuigenissen van mensen die smeken om een budget, mensen die moegetergd euthanasie vragen… Het toont aan dat Vlaanderen veertien jaar na de ratificatie van het VN-Verdrag er niet in geslaagd is om het recht op ondersteuning van mensen met een handicap dichterbij te brengen. Integendeel, het recht op ondersteuning wordt eerder afgebroken dan opgebouwd.

Dat er nog steeds mensen zo lang op de wachtlijst staan, ondanks de injectie van extra middelen, toont hoe groot de noden zijn. Bovendien lossen problemen zichzelf niet op, integendeel. Elk jaar dat iemand zonder voldoende ondersteuning op de wachtlijst staat, verzwaart zijn ondersteuningsnood. Het zet mensen en families onder druk. Het is wachten op de volgende crisis. En crisissituaties bijsturen kost geld, tijd en energie. Vaak zijn de gevolgen van een crisis zelfs onomkeerbaar.

Dus, ook al kwam er extra geld en worden regels bijgeschaafd die de allerschrijnendste situaties moet selecteren uit de massa schrijnende situaties, toch zijn die recepten onvoldoende en voorbijgestreefd.

Tijd voor radicale ommezwaai

We hebben andere maatregelen nodig en daarvoor moeten we ook kritisch naar onszelf kijken. Na de wachtlijstmoeheid treedt immers een wachtlijstaanvaarding op. We liggen niet wakker van het feit dat mensen met een handicap moeten wachten op het budget dat hen is toegekend.

Steeds meer mensen, ook belangenvertegenwoordigers van personen met een handicap, gaan er ondertussen vanuit dat er nooit voldoende geld zal worden vrijgemaakt om aan iedereen die er recht op heeft zijn budget te geven. Heel wat belangenorganisaties worden bovendien al jarenlang gedwongen om mee na te denken over hoe de schaarste verdeeld kan worden.

Dat er onvoldoende middelen worden vrijgemaakt, betekent trouwens niet dat er geen middelen zijn. Het VN-Verdrag schrijft voor dat de overheid alle beschikbare middelen moet aanwenden om de rechten van mensen met een handicap waar te maken. Dat gebeurt nu niet.

Het ontbreekt hiervoor aan politieke wil, want geld is er wel. België is een van de rijkste landen ter wereld. De 10 procent rijksten bezitten meer dan 1.700 miljard euro. De wachtlijsten zijn niet meer of minder dan een politieke keuze.

Nieuwe actiegroep

Dat is ook de boodschap van de nieuwe Actiegroep Recht op Ondersteuning die sinds september 2023 maandelijks actie voert om het wachtlijstprobleem aan te kaarten.

“Wie een erkenning heeft voor een budget moet het ook krijgen in plaats van op de wachtlijst geparkeerd te worden.” Dat is hun terechte eis. Ik hoop vurig dat steeds meer mensen deze actiegroep steunen en versterken.

Omdenken

Laten we omdenken en de roep van personen met een handicap om hun recht op ondersteuning te respecteren ernstig nemen.

‘Meer geld vrijmaken’ moet ‘genoeg geld vrijmaken’ worden. ‘De schaarste herverdelen’ moet worden ‘de schaarste oplossen’. In plaats van ons blind te staren op het kostenplaatje van ondersteuning, moet men durven inzien wat de enorme kosten zijn van de huidige situatie met wachtlijsten.

We merken dat politici zelfs de ambitie niet meer verwoorden om de wachtlijsten weg te werken. Dat doet alle alarmbellen afgaan. Het is tijd voor een principiële keuze die garandeert dat als je recht op een budget erkend wordt, je dit budget ook onmiddellijk krijgt. Die duidelijke keuze moet zich vertalen in wetgeving en middelen.

Zo schreven we met GRIP vzw een voorstel om zowel het Decreet Gelijke Kansen als het Decreet Persoonsvolgende Financiering aan te passen.

Hoeveel kost dit dan?

Geregeld krijgen we bij GRIP vzw de vraag hoeveel geld er nodig is om de wachtlijsten voor ondersteuning op te lossen. In 2019 berekende het VAPH een bedrag van 1,6 miljard euro.

Vanuit GRIP vzw dringen we aan op duidelijkheid en transparantie over de precieze kost anno 2024. Zowel voor meerderjarigen als voor minderjarigen zijn transparante cijfers nodig.

Om de structurele wachtlijst voor volwassenen weg te werken is er ongeveer 540 miljoen euro nodig. Met dat cijfer kan de Vlaamse regering alvast starten om het advies van haar eigen Vlaams Mensenrechteninstituut uit te voeren. Het blijft echter heel stil.

Waarop beroepen de politieke partijen die de afgelopen veertien jaar deel uitmaakten van de Vlaamse regering zich om maar een deel van de noodzakelijke middelen te investeren? Voert men hiermee uit wat de bevolking wil?

Ik denk van niet en ervaar vooral een groot maatschappelijk draagvlak om het recht op ondersteuning van mensen met een handicap te beschermen en ervoor te zorgen dat ze het budget krijgen waar ze recht op hebben. Daar ligt de lat voor een beschaafde samenleving.

Vlaams minister  van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Hilde Crevits reageert

“We zijn het er allemaal over eens dat mensen met zorgnoden de gepaste ondersteuning verdienen. Het is aan de samenleving en aan ons als overheid in het bijzonder om het kader te scheppen, zodat iedereen ten volle kan participeren in onze maatschappij. In Vlaanderen maakten we in 2017 resoluut de keuze om het systeem van persoonsvolgende financiering in te voeren.”

‘In nauw overleg met de sector kiezen we ervoor om het systeem zo eerlijk mogelijk te maken.’

“Een weloverwogen transitie die net zoals elke grote verandering evaluatie en bijsturing vraagt. Zo werden deze legislatuur zowel de noodprocedure als de spoedprocedure aangepast, en werden ook de richtlijnen van prioriteringscriteria versoepeld. In nauw overleg met de sector kiezen we ervoor om het systeem zo eerlijk mogelijk te maken, waarbij personen met een handicap een correct budget toegekend krijgen, gebaseerd op hun individuele noden.”

“In totaal investeert deze Vlaamse Regering in 2024 via het VAPH 2,5 miljard in personen met een handicap, een stijging met 40 procent tegenover begin deze legislatuur. Dat zijn historische stijgingen in budget, maar belangrijker is natuurlijk wat we ermee doen. In totaal krijgen meer dan honderdduizend mensen een vorm van ondersteuning via het VAPH. Meer dan 28.000 mensen ontvangen vandaag een persoonsvolgend budget, dat zijn er drieduizend meer dan vijf jaar geleden. En het aantal minderjarigen dat recht heeft op een persoonlijk assistentiebudget is in diezelfde periode meer dan verdubbeld.”

‘We zijn erin geslaagd om voor het eerst de wachtlijst weg te werken voor mensen met de zwaarste ondersteuningsnoden.’

“Via het zorginvesteringsplan zijn we erin geslaagd om voor het eerst de wachtlijst weg te werken voor mensen met de zwaarste ondersteuningsnoden. Dat is historisch. Maar ook voor de andere prioriteitengroepen blijven we zoeken naar mogelijkheden. Op die manier willen we zoveel mogelijk mensen helpen, of op zijn minst perspectief op ondersteuning bieden.”

“Natuurlijk zal daarvoor de komende jaren nog extra budget nodig zijn. Het aantal zorgvragen blijft jaar na jaar stijgen. Maar het gaat voor mij ruimer dan de vraag naar budget voor ondersteuning. Het gaat er ook om dat we een systeem in de praktijk brengen dat alle noden ondervangt. Waarbij zowel personen met een handicap als hun netwerk goed geïnformeerd zijn over alle mogelijkheden en er voldoende aandacht is voor preventie. Ik geloof ook sterk in de mogelijkheden van rechtstreeks toegankelijke hulp. Vorig jaar konden we het aanbod nog fors uitbreiden met 111 nieuwe projecten. Zinvolle dagbesteding, die ook zuurstof geeft aan mantelzorgers.”

“We moeten alle kansen grijpen om zoveel mogelijk mensen ondersteuning op maat te bieden. Dit voorjaar nog komen we met een perspectiefplan. Het VAPH ging samen met de sector aan de slag en bekeek hoe we het best tegemoet kunnen komen aan de noden van prioriteitengroepen 2 en 3 en welke extra budgetten hiervoor nodig zijn.”

“Het vraagt gezamenlijke moed om te hervormen en te kiezen voor een duurzame aanpak op de lange termijn, zodat het systeem voor iedereen gelijk handelt én betaalbaar blijft. Ik reik eenieder de hand om die denkoefening te blijven maken. Onze missie is uitdagend, maar ik ben ervan overtuigd dat we met constructieve dialoog en de neuzen in dezelfde richting nog belangrijke stappen vooruit kunnen zetten.”

Bron: sociaal.net

‘Eenzaamheid is een collectieve verantwoordelijkheid’

‘Eenzaamheid is een collectieve verantwoordelijkheid’

Heel wat Belgen, en vooral ouderen, voelen zich eenzaam. Volgens Martin De Loose van Neos vzw, Netwerk van Ondernemende Senioren, bieden sociaal-culturele volwassenenverenigingen een oplossing: “Culturele participatie en sociale contacten maken ons gelukkiger.”

Eenzaamheid bij ouderen

Eenzaamheid is van alle leeftijden. Maar naarmate je ouder wordt, verhoogt de kans op het verlies van waardevolle relaties en warme, fysieke contacten. Stel: je stapt het huis buiten, maar de buurvrouw die al jarenlang naast je woonde en waarmee je regelmatig een praatje sloeg, is verhuisd naar een woonzorgcentrum.

De rest van de wijk is verjongd. In de plaats van je oude buren komen jonge koppels met kinderen wonen. Je ziet hen nauwelijks, want ze zijn van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat buitenshuis naar hun werk en andere verplichtingen.

Ook in het weekend hebben ze een drukke agenda, want ze moeten de kinderen naar hun hobby’s brengen. De zeldzame momenten dat je ze ziet, zijn in een oogwenk voorbij. Je begrijpt en herkent het, want je eigen (klein)kinderen zitten in dezelfde ratrace.

Je wacht dagdagelijks de postbode op, maar met de hoge werkdruk is het contact niet meer hetzelfde. Je wandelt dan maar naar die ene resterende winkel in de buurt voor een boodschap die je niet nodig hebt en je bent blij dat je even een praatje hebt kunnen slaan met de winkelier. Op de terugweg kijk je hoe de wereld voorbij je gaat en stel je de vraag of je de enige bent die zich zo voelt?

De cijfers

22 procent van de Belgen voelde zich in het derde kwartaal van 2023 soms eenzaam. De meest kwetsbare groepen zijn vijftigplussers, alleenstaanden en langdurig zieken. Bij hen liggen de eenzaamheidscijfers het hoogst.

De Koning Boudewijnstichting deed in 2022 een onderzoek naar de wijze waarop 60-plussers naar het leven en de toekomst kijken. 16 procent van de 60- tot 84-jarigen voelt zich meerdere keren per week tot zelfs dagelijks eenzaam. Bij de 80- tot 84-jarigen is dat zelfs 23 procent. Daarbij kijkt 41 procent van de 60-plussers negatief of zelfs zeer negatief naar ouder worden. Reden genoeg dus om oog te hebben voor deze groep.

Collectieve verantwoordelijkheid

Eenzaamheid is geen individueel probleem. Het is een collectieve verantwoordelijkheid van ons allemaal. We kunnen eenzaamheid tegengaan via het beleid, bijvoorbeeld door het openhouden van loketten, betaalbaar vervoer of het aantrekkelijk inrichten van de publieke ruimte. Maar het kan ook in de kleine dingen zitten, zoals goedendag zeggen wanneer je iemand passeert.

Vanuit Neos vzw, Netwerk van Ondernemende Senioren, laat deze eenzaamheidsproblematiek ons niet onberoerd. We weten en voelen uit eigen ervaring welke sociale, culturele en sportieve rijkdom het verenigingsleven te bieden heeft. Mensen die deelnemen aan het verenigingsleven zijn minder eenzaam en hebben meer kwalitatieve sociale contacten. Ze voelen zich gewoon beter in hun vel. Culturele participatie en (de grotere kans op) sociale contacten maken ons gelukkiger.

Nieuwe vrienden maken

Deze positieve impact blijkt uit het verhaal van Magda, lid van Neos Antwerpen: “De eerste keer dat ik deelnam aan een activiteit van Neos, kwam ik alleen toe en ging ik naar huis met twee telefoonnummers van nieuwe vrienden.”

“Mijn man en ik zijn altijd zelfstandigen geweest. Toen we op pensioen gingen, hadden we genoeg aan elkaar. We deden alles samen. Tot hij zes maanden geleden overleed en ik alleen achterbleef. Ik had niemand. We hadden geen sociaal netwerk uitgebouwd. Naast het verlies van mijn man was de eenzaamheid zeer pijnlijk.”

“Neos organiseerde een namiddag over omgaan met verlies. Met enige aarzeling ging ik ernaartoe. Aan het onthaal werd ik hartelijk welkom geheten, maar ik voelde me toch wat onwennig. Na de lezing plooide iedereen spontaan zijn stoel samen. Receptietafels kwamen in de plaats. Iedereen was zo vriendelijk. Ik voelde mij plots niet meer alleen. Wat was ik blij dat ik toch die eerste stap gezet had.”

Gezondheid en goede relaties

Intussen bestaat er allerlei onderzoek en bewijs voor de meerwaarde van deze sociale contacten. Hierbij wordt vaak verwezen naar de blauwe zones, dat zijn de delen van de wereld waar mensen gemiddeld het oudste worden. Uit onderzoek naar die zones blijkt dat mensen die er wonen hechtere sociale contacten hebben dan mensen in andere delen van de wereld. Zo is er bijvoorbeeld meer contact tussen oudere en jongere generaties.

‘Goede relaties houden mensen gezond en gelukkig.’

Ook de Harvard Study of Adult Development waarin al meer dan 80 jaar dezelfde mensen worden opgevolgd, wordt vaak aangehaald. De centrale vraag: wat houdt mensen nu werkelijk gezond en gelukkig? In tegenstelling tot wat velen denken, zijn een goede carrière, lichaamsbeweging of een gezond dieet niet de belangrijkste factoren. Dat wat de grootste en meest blijvende invloed heeft, zijn goede relaties.

Contact opzoeken

Investeren in relaties is dus essentieel. Zeker in een samenleving waar we digitaliseren, fysieke loketten en buurtwinkels zien verdwijnen, Biddit in de plaats komt van openbare verkopen in cafés en te kampen hebben met hoge eenzaamheidscijfers.

Sociaal-culturele volwassenenverenigingen zijn daarvoor de uitgelezen kans. Zo vertelde ouderenpsycholoog Luc Van de Ven tijdens een van zijn voordrachten in onze lokale clubs dat depressie en eenzaamheid horen bij het ouder worden, maar dat leden uit een vereniging hier minder snel aan lijden. Ze houden immers de zo noodzakelijke goesting om sociaal contact en menselijke verbinding op te zoeken en te koesteren.

En toch bereiken deze verenigingen volgens gerontologen Daan Duppen en Dirk Douce maar een kleine minderheid van de zestigplussers. Niettemin staat 60 procent van de mensen er voor open om zich bij een vereniging aan te sluiten.

De Verenigingspil

Daarom lanceren Neos en 38 andere verenigingen De Verenigingspil, een ludieke actie om aandacht te vragen voor de gezonde impact van de sociale connectie die je bij deze verenigingen vindt. Via een pillendoosje met bijsluiter, nodigen we mensen uit om de stap naar het verenigingsleven te zetten.
Het is ook een handig instrument voor alle eerstelijnswerkers (huisartsen, apothekers, psychologen …) om mensen in eenzaamheid toe te leiden naar een vereniging.

Want sociale connectie is gezond.

Bron: sociaal.net

De echte krapte op de arbeidsmarkt: duurzaam werk op mensenmaat

Wie wil werken, moet kunnen werken. Met een vast contract en een voldoende hoog inkomen om van te kunnen leven. Alleen staat dit sociaal recht vandaag nog altijd onder druk. Er zijn te weinig duurzame jobkansen voor mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie. SAAMO creëerde daarom op een aantal plaatsen in Vlaanderen eigen jobs.

Rachida

“Ze vragen aan ons wat wij graag willen doen, en dat is zo belangrijk. Daarom ben ik nog altijd hier. Je kan behulpzaam zijn, je doet iets wat je graag doet en het kan op je eigen tempo”, getuigt Rachida (58).

Als moeder van drie belandde Rachida in haar zoektocht naar werk al snel in een job als poetshulp. Dit deed ze jarenlang, terwijl ze eigenlijk droomde van een job als naaister. Een stiel die ze geleerd had, maar omwille van haar thuissituatie niet kon verzegelen met een diploma.

Die droomjob bleef lange tijd buiten bereik, tot een vriendin haar vroeg of ze dat nog steeds graag wilde. In een naaiatelier was namelijk iemand uitgevallen. Rachida ging kennismaken, draaide twee weken proef en kreeg meteen een vast contract.

Tijdens de jaarlijkse sluiting tussen kerst en nieuw brak in het bedrijf brand uit. Hierdoor belandde Rachida langdurig in werkloosheid. De zoektocht naar werk kon herbeginnen. Ze werd opnieuw poetsvrouw tot rugproblemen haar schaakmat zetten. Ze werd ontslagen om medische redenen, maar werd door een controlearts van de RVA toch volledig arbeidsgeschikt verklaard, ondanks de chronische schade aan haar rug.

Naaiatelier

Ze besloot het oordeel aan te vechten, won haar zaak en werd voor 33 procent blijvend arbeidsongeschikt verklaard. Een administratieve deur naar maatwerk – of dat had het toch moeten zijn.

Rachida werd doorverwezen naar het Gespecialiseerd Team Bemiddeling (GTB) dat mensen met gezondheidsproblemen en beperkingen helpt om geschikt werk te vinden. Ze draaide als vrijwilliger mee in een school, een woonzorgcentrum en een kringloopwinkel. Bij die laatste kreeg ze uiteindelijk een contract voorgeschoteld dat voor haar helaas onhaalbaar was: acht uur per dag, voltijds.

“Ik ken mijn lichaam en mijn gezondheid gaat voor. Maar ik ben ook iemand die onder de mensen moet komen, die iets moet kunnen doen. Ik heb altijd gewerkt. Ik wil niet thuis zitten piekeren over wat voorbij is”, besluit Rachida.

Gelukkig vond ze een job in het naaiatelier van de wijkonderneming van SAAMO Antwerpen. Ze zet haar naaitalent in door met gedoneerd textiel kinderkleding te maken voor de vele jonge gezinnen in de wijk.

Mensenmaat

Het naaiatelier is één van de vijf Sterk Werk-projecten van SAAMO. Deze projecten zorgen voor jobs op maat van buurtbewoners. In een afgebakende wijk wordt outreachend onderzocht wat de onvervulde noden zijn, wie er onvrijwillig werkloos is en wat voor werk mensen zichzelf zien doen. In die overlap wordt dan een wijkonderneming opgericht met als doel mensen lokaal en duurzaam werk aan te bieden.

Duurzaam werk is voor SAAMO langdurige tewerkstelling, met voldoende inkomen voor een menswaardig leven en waarmee mensen socialezekerheidsrechten opbouwen. De job moet ook voorspelbare werktijden hebben en zorgen voor leermogelijkheden, voldoende inspraak en gelijke sociale relaties.

Buurten zonder langdurige werkloosheid

De grote inspiratiebron voor dit model zijn de ‘Buurten Zonder Langdurige Werkloosheid’ die komen overgewaaid uit Frankrijk. Daarin gelden, naast vrijwilligheid als basisvoorwaarde, drie simpele principes. Niemand is niet inzetbaar, want werk is een mensenrecht. Er is werk genoeg, want er zijn tal van onvervulde maatschappelijke behoeftes. Er is geld genoeg, het is alleen slecht verdeeld.

Aan de basis van het model ligt een krachtig lokaal partnerschap waarin organisaties zich engageren om voor iedereen die zich aanmeldt een geschikte job te vinden of creëren. In het ideale geval bestaat zo’n partnerschap uit vertegenwoordigers van het lokale bestuur, arbeidsbemiddeling, partners uit de sociale economie en vertegenwoordigers van vakbonden, werkgevers en het maatschappelijke middenveld. Belangrijk is ook de deelname van werknemers uit de wijkondernemingen.

Vanuit wetenschappelijke hoek wordt dit model voor wijkgerichte jobcreatie gezien als een waardevol puzzelstuk voor ons economisch systeem.

Onderzoekers van het HIVA bestudeerden uitgebreid de kosten en de baten voor de overheid en de samenleving: “Eigenlijk moet je zo’n buurten zien als proeftuinen waar men de uitdaging aangaat om met alle betrokken stakeholders samen te werken totdat de laatste persoon die wil werken, en die langdurig verstoken is gebleven van werk, een kans op duurzaam werk heeft gevonden. Dat kan op de reguliere arbeidsmarkt zijn, maar dat zal in vele gevallen natuurlijk in de sociale economie zijn.”

Geen politiek draagvlak

De projecten van Sterk Werk draaien vandaag noodgedwongen op de vrijwillige inzet van mensen. De politieke steun die nodig is om deelnemers een arbeidscontract van onbepaalde duur, een degelijk inkomen en de opbouw van volwaardige sociale rechten te garanderen, is momenteel nog zoek.

Om duurzame jobcreatie op wijkniveau te realiseren zal de overheid bereid moeten zijn om te investeren zonder onmiddellijk de ‘return on investment’ te zien. De gemeenschap als geheel heeft er zeker baat bij, omdat er naast het verbeteren van de levenskwaliteit van mensen ook gewerkt wordt aan de emancipatie van kwetsbare buurten.

Het werk in de wijkondernemingen heeft bovendien een uitgesproken circulair en duurzaam karakter. Het gaat vaak om naai- en fietsateliers, kleine herstellingen en klusjes aan huis. Hun duurzame aanpak draagt bij aan de klimaatdoelstellingen.

Jobkansarmoede

De grote drijfveer achter de Sterk Werk-projecten is het aanpakken van jobkansarmoede.

Voor wie nu de wenkbrauwen fronst: wees gerust, het is geen gratuit gebruik van een zo beladen woord als kansarmoede. Het is ook geen vingerwijzing naar mensen die arm zijn omdat ze geen job hebben. De term wijst op de structurele schaarste aan duurzaam werk op mensenmaat.

Hoewel dit geen individueel probleem en bijgevolg ook niemands individuele schuld is, wordt de eigen-schuld-dikke-bult-kaart steeds vaker getrokken. De Amsterdamse arbeidsmarktexpert Paul De Beer ziet het zo: “In de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw werd werkloosheid gezien als een probleem dat veroorzaakt werd door maatschappelijke factoren, instituties en structuren, door een arbeidsmarkt die niet goed functioneerde, door uitsluitingsmechanismen. Later is de aandacht steeds meer verschoven richting individuele factoren.”

“Als je langdurig werkloos bent, is dat niet omdat er te weinig banen zijn, of omdat er sprake is van discriminatie of uitsluiting. Nee, dan is het omdat er aan jou iets schort. Omdat je niet het juiste diploma hebt, te weinig ervaring of een multiproblematiek, een combinatie van bijvoorbeeld lage opleiding, verslaving en nog een of andere fysieke beperking. En dus wordt de oplossing ook steeds meer gezocht in het individueel proberen te repareren van die tekortkomingen.”

“Als je dat een tijd lang doet, en er blijven toch nog steeds mensen aan de kant staan, dan neemt het vermoeden toe dat er iets met jou persoonlijk aan de hand is. Dus wordt in toenemende mate de nadruk gelegd op: blijkbaar wil jij niet. Blijkbaar ben je onvoldoende gemotiveerd. En zo wordt het een individueel tekortkomen waar we ons als samenleving dan misschien ook niet meer zoveel zorgen om hoeven te maken.”

Achteraan de wachtrij

Die negatieve beeldvorming duwt mensen nog verder in een neerwaartse spiraal waar ze bijna niet meer uit kunnen komen, aldus De Beer. “Als je langdurig werkloos bent en gaat solliciteren, zal een werkgever al snel denken: ‘Laat ik die maar niet aannemen, want daar is vast iets mee aan de hand.’ En zo blijf je alleen maar nog langer werkloos.”

Hier sluit de theorie van politiek econoom Lester Carl Thurow naadloos op aan. Al in 1975 beschreef hij in zijn boek ‘Generating Inequality’ hoe er een fictieve mensenrij gevormd wordt in de hoofden van werkgevers. Wanneer ze een vacature uitschrijven, hebben werkgevers een bepaalde rangschikking in gedachten, gebaseerd op kwaliteiten die mensen bij voorkeur allemaal kunnen afvinken. De focus ligt daarbij op snelle inzetbaarheid en minimale investeringsnoden.

Snel samengevat: kortgeschoold, gezondheidsproblemen, arbeidshandicap, migratieachtergrond, vijftigplusser en langdurig werkloos halen die shortlist doorgaans niet. Hoe vaak we ‘inclusief’ ook in de mond nemen: mensen in maatschappelijk kwetsbare posities staan zelden vooraan wanneer de kansen op duurzame tewerkstelling worden verdeeld.

Zelfs in tijden van krapte op de arbeidsmarkt komen ze niet sneller of makkelijker in aanmerking om te laten zien wat ze in hun mars hebben, laat staan om zich te ontplooien in een zelfgekozen richting.

Kettingreactie

De afstand die je ervaart tot de arbeidsmarkt bepaal je zelden zelf. “Het is een kettingreactie”, getuigt André (65) die zich engageert voor De Werkplek, het Sterk Werk-project van SAAMO Willebroek.

In een rijhuis te midden van een sociale woonwijk krijgen onvrijwillig werkloze buurtbewoners de kans om te leren naaien of fietsen te herstellen. Tegelijkertijd kunnen ze hun Nederlands oefenen, opnieuw voeling krijgen met bepaalde werkattitudes en hun sociaal netwerk versterken. Er is geen stok achter de deur, maar wie zich klaar voelt om verdere stappen te zetten, kan wel doorstromen naar een maatwerkbedrijf of ander werk in de omgeving.

André gelooft in dit model omdat het inzet op het vergroten van het welzijn van mensen. Als jong kind werd hij geplaatst in een jeugdhulpvoorziening. Een kwetsbaarheid die hem voor de rest van zijn leven zou tekenen: “Ik ben in een tijd opgegroeid waar je nog slaag kreeg op school. Ik kan je zeggen: ik heb te veel slaag gekregen. In mijn klas was ik de enige uit een voorziening. Er werd regelmatig gepikt en de meester van het eerste studiejaar haalde mij dan altijd naar voren en sloeg me totdat ik zei dat ik het wel gedaan had. Dan is leren er niet meer bij. Daar zijn veel kansen van mij afgepakt.”

Die kwetsuren vertaalden zich bij André uiteindelijk in jobkansarmoede. Zo zag hij zijn kans op een vast contract verdampen omdat zijn diploma onvoldoende hoog was, ook al deed hij de job in kwestie al een jaar als interimmer. Het werk dat hij wel kon krijgen, was in die mate belastend voor zijn lichaam dat hij op twee jaar tijd drie keer geopereerd moest worden aan zijn rug. Nadien was hij niet meer welkom op die werkvloer.

“We moeten zien dat het welzijn van mensen versterkt wordt. Je welzijn is heel belangrijk in het vinden van werk, en in het deelnemen aan de samenleving. Vaak worden mensen helemaal geïsoleerd omdat ze geen kansen meer krijgen om te participeren”, besluit André.

Sterk Werk

Om deze kettingreactie te stoppen, is het belangrijk om de negatieve beeldvorming rond mensen in langdurige werkloosheid te doorprikken. Hardnekkige stigma’s tasten het zelfbeeld van mensen en het geloof in eigen kunnen ingrijpend aan, waardoor de kloof naar werk snel onoverbrugbaar voelt.

Ook is het essentieel om jobkansarmoede als structureel probleem bespreekbaar maken. In aanloop naar de verkiezingen van 2024 is het belangrijk dat we het noodzakelijk maatschappelijke en politieke draagvlak voor meer duurzaam werk op mensenmaat vergroten.

Bron: sociaal.net

De depressiepandemie: “Het economisch systeem heeft onze wereld onleefbaar gemaakt”

De depressiepandemie: “Het economisch systeem heeft onze wereld onleefbaar gemaakt”

Auteur Jan Celie raakte met zijn boek ‘We worden er allemaal beter van – Meer verbondenheid en meer gelijkheid als remedie voor de depressiepandemie’ een gevoelige snaar bij ons publiek. Zijn boekrecensie bereikte in geen tijd 44.800 geïnteresseerde lezers. Reden genoeg om de auteur uit te nodigen voor een gesprek.

“De titel van mijn boek is positief, maar zegt op zich nog niet genoeg over het onderwerp. De ondertitel ‘Meer verbondenheid en meer gelijkheid als remedie voor de depressiepandemie’ is nogal lang, maar dat wou ik zo.”

Ik las het niet als een boek over depressie van individuele mensen, maar als een boek over een deprimerende maatschappij. Dit boek behandelt een deprimerend fenomeen, maar het is géén deprimerend boek, want het bekijkt de echte oorzaken en reikt oplossingen aan.

“Dat was de bedoeling. Ik heb het in twee delen geschreven. In het eerste deel behandel ik het probleem ‘depressie’, dat al enige tijd pandemische vormen aanneemt. De kans dat jij en ik ooit in een depressie terechtkomen is immers één op drie.”

“Erger nog, ik beargumenteer nauwgezet dat dit een grove onderschatting is van de werkelijke omvang van deze pandemie. Het is al berekend, wereldwijd gaat dit ons vanaf 2030 16,1 biljoen dollar kosten, een prognose op basis van de officiële cijfers, die dus een onderschatting zijn. Élk jaar opnieuw dus 16.100.000.000.000 dollar. Geen énkel ander gezondheidsprobleem komt nog maar in de buurt.”

“Er zijn nog ontelbaar veel meer mensen die aan depressie lijden maar nooit als dusdanig gediagnosticeerd worden, laat staan dat ze bij een dokter passeren voor eender wat, omdat ze geen of inadequate toegang hebben tot gezondheidshulp, of omdat in hun land depressie niet eens als een probleem erkend wordt.”

“Veel mensen ‘aanvaarden’ het lamentabele leven dat ze leiden, weten vaak niet eens dat er zoiets is als ‘depressie’. Het gaat dus over heel veel mensen op deze planeet, veel meer dan die één op drie.”

“Het centraal argument in het eerste deel van mijn boek is dat zolang we depressie zien als een probleem van individuele mensen – dat we aanpakken met medicatie of therapie – er geen enkele oplossing voor de depressiepandemie in zicht is.”

“Omdat de oorzaken vrijwel nooit uitsluitend individueel zijn, maar meestal overwegend maatschappelijk. Bovendien zijn ook quasi alle effectiviteitsstudies over antidepressiva en verschillende vormen van psychotherapie voor depressie op wetenschappelijk drijfzand gebaseerd.”

“Waarom? Enerzijds voldoen deze studies nooit aan de methodologische vereisten voor degelijk en betrouwbaar wetenschappelijk onderzoek. Anderzijds zit daar ook – vooral met betrekking tot antidepressiva – een gigantisch verdienmodel achter.”

‘Bovenal bemin één markt’

“Je mag wat mij betreft de depressiepandemie ook ‘het grote maatschappelijke onbehagen’ noemen. Als we daar écht iets aan willen remediëren, dan gaan we dat totaal anders moeten aanpakken.

“In het tweede deel van mijn boek stel ik een diagnostische verschuiving voor: van diagnose van het individu naar een diagnose van onze laatmoderne maatschappij. In mijn kritische lezing wordt die maatschappij integraal aangestuurd door een nieuwe en zegevierende religie: de Heilige Markt. De neoliberale maatschappelijke organisatievorm dus, waarbij ik doorheen het tweede deel van mij boek beargumenteer dat we nog nooit zo gelovig zijn geweest.”

“Daar ligt ook de reden van het volledig uiteenvallen van alle verbindende constructies in onze maatschappij, omwille van een fundamentele vervreemding van wat het is ‘mens te zijn’ én door de almaar toenemende ongelijkheid. Dit is een mondiaal probleem dat Vlaanderen of Nederland volledig overstijgt.”

“Ik hoor dan vaak: ‘Ach, in Europa valt het eigenlijk nog wel mee met die ongelijkheidscijfers’. Neen, het valt tegen omwille van twee redenen. Ten eerste, ook in Europa stijgt de ongelijkheid gemiddeld beschouwd en ze zal dat ook blijven doen. Ten tweede, heeft men het omtrent ongelijkheid steeds over inkomensongelijkheid.”

“Experten wijzen echter vooral vermogensongelijkheid aan als hét probleem en die is (ook in Europa) waanzinnig groot. Ook de onfaire fiscaliteit en regelgeving die ermee gepaard gaat (in het voordeel van vermogen) is – als je dat rationeel beschouwd vanuit eender welk ethisch perspectief – eenvoudigweg onbegrijpelijk.”

Meer gelijkheid verbindt mensen

“Nogal wat mensen die ondertussen mijn boek gelezen hebben zijn met mij een gesprek aangegaan. Tot mijn verbazing waren dat vaak ook mensen die ik in het boek ‘hanen’ noem, mensen met macht en met invloed, uit het politieke en zakelijke milieu. Die voelden zich aangesproken door dat idee in de titel ‘We worden er allemaal beter van’. Dus ook zij.”

“Meer verbondenheid en meer gelijkheid – lokaal en wereldwijd –  creëert meer welbevinden voor iedereen, wat ook je inkomen is, van een groot vermogen tot een leefloon. Er zijn zeer veel betrouwbare en valide studies die dat aantonen. Ik noem het ‘verbindende gelijkheid’.”

“Ik krijg uiteraard ook veel positieve commentaren uit de sociale sectoren die hier mee bezig zijn, maar dus ook uit sectoren waarvan je dat niet direct zou verwachten, waar men dus ook aanvoelt dat er iets moet gebeuren willen we van deze wereld een betere plek maken voor onze kinderen en kleinkinderen.”

“Ook welgestelde burgers die zich door mijn boek aangesproken voelen stellen zich dus veel vragen over ons fiscaal systeem (ook al werkt dat systeem volledig in hun voordeel), over het feit dat arbeid zwaar wordt belast, terwijl vermogen en zelfs winst op vermogen bijna volledig ontsnapt aan fiscale solidariteit.”

“Ze zijn misschien een minderheid, maar ik ben daar niet zo zeker van want betrouwbaar onderzoek toont dat 85% van de mensheid voor meer verbindende gelijkheid/gelijkwaardigheid is. Dat is zonder meer een heel erg hoopvol idee.”

“Ook onder de welgestelde burgers zijn er grote aantallen depressieve mensen, maar ze hebben allerhande financiële vluchtroutes om hun depressie te ontkennen of er van weg te vluchten. Ze leven meestal lange tijd in ontkenning, in een ‘haanwaan’. Vroeg of laat barst die bubbel echter.”

Het is natuurlijk een onderwerp dat mensen wat afschrikt. ‘Wil ik dit wel weten? Wil ik hier wel over nadenken? Veel mensen missen ook een doel, iets om voor te gaan tegen al het negatieve nieuws in, door sociale betrokkenheid, wat jij ‘verbondenheid’ noemt.

“Ik heb dit boek niet geschreven om mensen die lijden aan depressieve gevoelens en gedachten te ‘genezen’.”

“Mijn boek is in die zin geen ‘therapeutisch boek’, maar wat ik wél doe voor hen is duidelijk maken dat ze echt niet alleen zijn met hun probleem, want er zijn heel veel mensen die zich vandaag niet goed in hun vel voelen. Eigenlijk zijn onze depressieve gevoelens en gedachten bij wijze van spreken ‘de normaalste zaak van de wereld’.”

“Ik verwoord het zo: we leven in een depressogene alleenleving’ (in tegenstelling tot een samenleving), een maatschappelijke organisatievorm dus die mensen depressief máákt.”

“De commentaar over het boek die mij het meest aangenaam treft is dat veel lezers vinden dat mijn argumenten om dit aan te tonen bijzonder goed en strak wetenschappelijk onderbouwd zijn én in een begrijpelijke taal. Dat was namelijk ook mijn bedoeling.”

“Ik ontwikkel geen persoonlijke redeneringen, geen links of rechts argument. Mijn boek is gebaseerd op honderden degelijke wetenschappelijke studies en boeken van experten uit heel erg diverse wetenschappelijke disciplines.”

“De overkoepelende conclusie daarvan is onmiskenbaar: de voorbije veertig jaar heeft het economisch systeem onze wereld quasi onleefbaar gemaakt.”

“Niet toevallig zijn de twee landen met het hoogste aantal depressies  – van de landen die onderzocht werden en waar depressie als medisch fenomeen erkend wordt,  de geïndustrialiseerde landen – de VS en Groot-Brittannië, tevens de twee landen waar de voorbije veertig jaar het hardst is ingehakt op de sociale welvaartsstaat en op de gezondheidszorg.”

“Je hebt dat ook in Australië en Nieuw-Zeeland. De cijfers voor depressie liggen véél lager in landen met meer verbindende gelijkheid, zoals Japan, Zweden, Finland of Noorwegen. Het gaat over enorme verschillen. Het gaat ook over veel minder maatschappelijke kosten.”

Men begint in die landen nu zelfs al te spreken over antidepressiva voor kinderen in de lagere school. Waanzinnig!

“Inderdaad, maar in vrijwel alle Afrikaanse landen is de toestand voor kinderen nóg erger. De sociale welvaartsstaat bestaat er niet, er is géén overheidshulp.”

“Alle kinderen in oorlogsgebieden bijvoorbeeld (Gaza, Oekraïne, …), die gaan verder moeten met gigantische depressies na alles wat ze hebben meegemaakt, gezien, gevoeld. Die geraken daar zonder hulp nooit uit, maar net zij gaan waarschijnlijk nooit behandeld worden.”

“Dan heb je nog de depressogene impact van armoede. Twee derden van de wereld leeft nog altijd in armoede. Tien procent van de wereldbevolking leeft in extreme armoede.[1] Die leven in primitieve survival modus.”

Wat is eigenlijk de voornaamste reden waarom je dit boek schreef?

“Mijn boek is gebaseerd op kritische wetenschappelijke kennis, komende uit heel diverse wetenschappelijke vakgebieden. Die kennis bestaat eigenlijk al enkele jaren, maar wordt veelal angstvallig verzwegen of geridiculiseerd, vrijwel steeds op basis van ideologische argumenten of op basis van allerlei belangen. De brede bevolking is dus niet op de hoogte omdat die kennis niet doorsijpelt.”

“Natuurlijk ook omdat wetenschappers zich meestal niet uitdrukken in begrijpbare taal, wat ik met mijn boek wél probeer te doen. Dat is de ultieme reden waarom ik We worden er allemaal beter van absoluut wou schrijven.”

“Ik heb die vertaalslag – van wetenschappelijk schrijven naar schrijven voor breed publiek – ook moeten leren. Professor Paul Verhaeghe heeft mij daarin zeer goed geholpen, alles omzetten in begrijpbare taal voor de geïnteresseerde leek.”

“Let wel, ik hoor van velen dat het lezen van mijn boek hier en daar een inspanning vraagt, maar ik wissel dan ook af met frivole verhalen en metaforen, met humor.”

“Zo omschrijf ik onze maatschappij reeds in hoofdstuk 1 als een kippenhok met voornamelijk drie soorten kippen: kale kippen, kippen zonder kop en hanen die steeds koning kraaien. Die grappige metafoor komt doorheen het boek vaak terug en vele lezers kunnen die verbeelding blijkbaar wel smaken.”

“Dat maakt het ook herkenbaar. Ik heb dat doelbewust gedaan. Je moet een materie zoals depressie introduceren. Zo heb ik het boek aangevat: ernstige reflecties gecombineerd met humor en verbeelding. Af en toe een soort hersenmassage zeg maar, voor het hier en daar weinig vrolijke verhaal dat ik breng.”

“Veel lezers zijn aan het eind ook aangenaam verrast: meer verbondenheid en meer gelijkheid als remedie, als oplossing. Ongelijkheid op tal van niveaus en het gebrek aan samenhorigheid zijn de echte oorzaken van de depressiepandemie, van vele andere psychische stoornissen en van allerlei grote gezondheids- én maatschappelijke problemen. En daar hebben we dus anno 2024 een karrenvracht aan betrouwbaar en valide wetenschappelijk bewijs voor.”

De heersende kippenfabel van de hanen die steeds koning kraaien maakt ons ziek?

“Inderdaad, ik wil doorheen het boek uitleggen aan de lezers dat wij vandaag leven in een maatschappelijke context die volledig tegengesteld is aan wie we ‘zijn’ als menselijke soort.”

“Antropologen en gedragsecologen bijvoorbeeld bevestigen dat de mens als soort steeds floreerde in maatschappijen waar wederkerig altruïsme de voornaamste gedragsregel was. De heersende kippenfabel vandaag gaat daar wars tegen in: ‘ieder voor zich’ en ‘follow the money’ zijn vandaag dé gedragsregels.”

“Sociale cohesie is vandaag bijna zo goed als verdwenen. Onze huidige maatschappelijke organisatievorm nodigt in essentie vooral uit om allemaal op ons eigen eilandje te gaan wonen, vrijwel uitsluitend nog omringd door onze verwanten.”

“Hyperindividualistisch dus, afgunstig ook van wat we in de verte zien gebeuren op de andere eilandjes. Competitiviteit en asociale arrogantie zijn daardoor de norm. We leiden een leven dat volledig haaks staat op wie wij zijn als soort.”

“Veel mensen stellen zich – terecht volgens mij – vragen over de zin van ‘een leven op eilandjes’. We vereenzamen en eenzaamheid is uiteraard een belangrijke trigger voor depressie. Het is zelfs zo dat jarenlange eenzaamheid, weinig sociale contacten, een minimum aan sociale interactie, een grotere impact heeft op je levensverwachting dan welvaartsziekten als roken of slechte eetgewoontes.”

“Gelukkig zit er ook veel hoop in het boek, vooral naar het einde toe. We zijn verre van machteloos. Waarom dat zo is leg ik grondig uit doorheen het voorlaatste hoofdstuk. Bovendien is de evolutie naar een maatschappij waarin verbondenheid en meer gelijkheid centraal staan – van alleenleving opnieuw naar samenleving dus – hoegenaamd niet zo moeilijk als de hanen wel eens beweren.”

“We kunnen véél impact hebben door ons te groeperen, door positieve druk uit te oefenen op politieke elites en marktelites, door opnieuw vertrouwen te hebben in elkaar binnen onze dagdagelijkse contexten, door verbeeldend redeneren, ver weg van het status quo denken. Dat is allemaal een stuk makkelijker dan we doorgaans denken en ik verzeker eenieder: we zouden daar allemaal ook (veel) beter van worden.”

Lees hier de recensie van het boek: Oplossing depressiepandemie begint met erkenning van zijn échte oorzaken.

Jan Celie. We worden er allemaal beter van – Meer verbondenheid en meer gelijkheid als remedie tegen de depressiepandemie. Horizon, Amsterdam/Antwerpen, 2023, 368 pp. ISBN 978 9464 1042 88 (met een voorwoord van Paul Verhaeghe). 

Bron: dewereldmorgen.be

De vleesindustrie gebruikt desinformatie om verandering in ons voedingspatroon tegen te houden

Vlees- en zuivelgroepen hebben advertenties gefinancierd waarin veganistische producten als ongezond, onnatuurlijk en ultrabewerkt worden afgeschilderd. Een nieuw rapport stelt dat de landbouwsector miljoenen dollars heeft uitgegeven om plantaardige diëten in diskrediet te brengen.

Multinationale bedrijven in vleeswaren en lobbygroepen gebruiken openbare advertentiecampagnes, educatief materiaal en onderzoek dat door de industrie wordt gefinancierd, om de publieke opinie over vlees en zuivel te beïnvloeden. Dat blijkt uit een rapport, gepubliceerd door de consumentenorganisatie Freedom Food Alliance.

Het Disinformation Report: Harvesting Denial, Distractions & Deception suggereert dat de industrie de verantwoordelijkheid voor haar rol in de uitstoot van broeikasgassen omzeilt. Door zinvolle discussies over essentiële kwesties met betrekking tot de sector te vermijden, uit te stellen, af te leiden of te laten ontsporen, gebruikt de landbouwsector dezelfde tactieken als de lobby’s voor tabak en fossiele brandstoffen.

Het rapport biedt een overzicht van de gecoördineerde aanvallen tegen de voedingsleer op sociale media en het afschilderen van de vleesindustrie als doelwit van ‘de strijd tegen vlees’.

De veestapel is verantwoordelijk voor ruim 14 procent van de wereldwijde uitstoot, en vlees neemt bijna 60 procent van alle broeikasgassen uit de voedselproductie voor zijn rekening. Deskundigen stellen dat grote bezuinigingen op de vlees- en zuivelconsumptie – vooral in de welvarende landen – essentieel zijn om de internationale klimaatdoelstellingen te behalen.

“Landbouwgiganten in de veehouderij voeren een desinformatieoorlog die de volksgezondheid en de planeet bedreigt”, aldus Nicholas Carter, hoofdonderzoeker van het rapport. “Wij roepen op tot een krachtige wetgeving, een einde aan de greenwashing en een strenge verantwoordelijkheidsplicht voor deze grote vervuilers.”

Misleidende advertenties

Het rapport wijst op wijdverbreide reclamecampagnes die de impact van de veehouderijsector bagatelliseren.

JBS, het grootste vleesconglomeraat ter wereld, maakte op grote schaal reclame voor zijn belofte om in 2040 ‘netto-nul’ (uitstoot) te bereiken – onder meer in schermvullende online advertenties in de Washington Post. Een rapport van het Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP), een non-profit belangenorganisatie, stelt dat de doelstellingen van het Braziliaanse bedrijf ongeveer 90 procent van al hun uitstoot weglaten, inclusief die van de ontbossing om weilanden en voer voor de veestapel te voorzien. (In een reactie zei JBS dat het rapport “gebrekkige methodologie en zwaar geëxtrapoleerde gegevens gebruikte om misleidende beweringen te doen”.)

De veehouderij richt zich ook specifiek op jongeren, aldus de onderzoekers.

In de VS en Canada bieden bedrijven gratis educatief materiaal en ondersteuning aan scholen, terwijl in landen met een lage zuivelconsumptie in Zuidoost-Azië, de #UndeniablyDairy-campagne samenwerkt met influencers op TikTok.

In januari onthulde DeSmog dat een Brits, door vleesbedrijven gefinancierd overheidsorgaan, de Agriculture and Horticulture Development Board, tijdens Veganuary een advertentiecampagne — gericht op Gen Z — lanceerde, die naar verwachting 9 op de 10 volwassenen in het land zou bereiken. Deskundigen beweerden dat de promotie misleidend was en de impact negeerde van de Britse voedingspatronen op de opwarming van de aarde.

Uit het rapport blijkt dat dergelijke marketing er niet alleen op gericht is om vlees als ‘klimaatvriendelijk’ voor te stellen, maar ook bijdraagt aan het demoniseren van plantaardige alternatieven. Vlees- en zuivelgroepen hebben advertenties bekostigd om veganistische producten ongezond, onnatuurlijk en ultrabewerkt te doen lijken.

Een voorbeeld daarvan is een reclamespot van 5 miljoen dollar uit 2020 in de VS, waarin een kind dat meedoet aan een spellingwedstrijd ‘methylcellulose’ moet spellen.

“Nep spek en dito hamburgers kunnen tientallen chemische ingrediënten bevatten. Als je het niet kunt spellen of uitspreken, eet je het misschien ook beter niet”, zegt een voice-over in de advertentie. Methylcellulose wordt gemaakt uit plantaardige vezels en zit ook in producten als brood en chocolade.

De advertentie werd geproduceerd door CleanFoodFacts.com, een site die wordt beheerd door het Center for Organization Research and Education (CORE) — een netwerk opgericht door de ervaren industrielobbyist Richard Berman.

Financieringsdeskundigen

Uit het rapport blijkt dat de financiering van deskundigen en academische instellingen door de industrie, bijdraagt tot het greenwashen van vlees- en zuivelproducten, waardoor de acceptatie van plantaardige alternatieven wordt geblokkeerd.

Een afzonderlijk academisch artikel, gepubliceerd in Climatic Change, analyseerde de rol van de academische wereld door de industrie gefinancierd, bij het belemmeren van ‘ongunstige maatregelen’ en het beïnvloeden van het beleid en het discours over klimaatverandering.

Beide rapporten verwijzen naar het Clarity and Leadership for Environmental Awareness and Research (CLEAR) Center van de University California Davis in de VS, dat werd gesubsidieerd met 2,9 miljoen dollar van IFeeder, de non-profitorganisatie van een veehouderijgroep. Tot de Amerikaanse leden van IFeeder behoren vleesreuzen Cargill en Tyson, evenals een dochteronderneming van JBS.

Frank Mitloehner, de directeur van het centrum, lanceerde voordien reeds het alom betwiste idee dat vlees en zuivel ‘klimaatneutraal’ kunnen zijn en verdedigde de industrie op meerdere openbare fora.

Tussen 2002 en 2021 ontvingen Mitloehner en het CLEAR Center bijna 12,5 miljoen dollar aan financiering van industriegroepen, waaronder de National Cattlemen’s Beef Association en de National Pork Board.

Het rapport stelt dat het CLEAR Center niet alleen onderzoek voerde ter ondersteuning van de huidige praktijken in de veehouderij; maar ook research actief ondermijnde dat ongunstige bevindingen voor de industrie opleverde.

In 2019 coördineerde het instituut de inspanningen om het Eat-Lancet-rapport in diskrediet te brengen — een baanbrekend onderzoek van 37 voedings-, milieu- en landbouwdeskundigen, waarin werd aanbevolen de vlees- en zuivelproductie te halveren.

Het CLEAR Center leidde de social media campagne #yes2meat, die volgens The Lancet “resulteerde in de brede verspreiding van kritische (en soms lasterlijke) artikelen op alternatieve mediaplatforms”.

Het beïnvloeden van meningen

PR-campagnes voor vlees en zuivel lijken te werken. Vorig jaar bleek uit een onderzoek dat meer dan 40 procent van het Amerikaanse publiek gelooft dat rundsvlees beter is voor het milieu dan plantaardige alternatieven, terwijl slechts 34 procent overtuigd is van het tegendeel.

In werkelijkheid hebben plantaardige vervangers gemiddeld slechts ongeveer de helft van de klimaatimpact van vlees. Freedom Food Alliance pleit voor een veelzijdige benadering om de desinformatie aan te pakken.

Belangrijke veranderingen in de wetgeving, het onderwijs en de academische instellingen kunnen de media- en wetenschappelijke geletterdheid versterken en de transparantie rond de uitstoot bevorderen.

Meer specifiek roept het rapport de academische instellingen op om onderzoeksgeld van de veehouderij af te stoten en belangenconflicten openbaar te maken.

Het rapport adviseert regeringen ook om op zoek te gaan naar een nieuwe wetgeving om greenwashing aan te pakken, zoals het verbieden van misleidende ‘klimaatneutrale’ claims.

Technologie kan helpen bij het ontwikkelen van systemen voor het identificeren en signaleren van desinformatie, en het versterken van geloofwaardig peer-reviewed onderzoek.

“We moeten ons collectief inspannen om transparantie, regulering en transformerende, maar rechtvaardige veranderingen te eisen, weg van de veehouderijsector”, besluit Carter.

“Het is van cruciaal belang dat we actie ondernemen om deze desinformatie en de potentieel verwoestende gevolgen ervan aan te pakken, voor ons milieu, onze gezondheid en voedselveiligheid.”

Dit artikel verscheen op DeSmog. Vertaling: Hannah Vandercammen

Bron: dewereldmorgen.be