Cipiers staken alwéér: wat kan aanhoudende malaise in gevangenissen écht oplossen?

Cipiers staken alwéér: wat kan aanhoudende malaise in gevangenissen écht oplossen?

Het gevangenispersoneel heeft om 22 uur het werk neergelegd voor onbepaalde duur. De drie vakbonden willen “serieus” overleg met minister van Justitie Paul Van Tigchelt (Open VLD) over de overbevolking, het tekort aan personeel en de agressie in de gevangenissen. Wat is er nodig om die blijkbaar eeuwig aanslepende problematiek op te lossen? We legden ons oor te luisteren bij enkele deskundigen.

“Er bestaat niet één oplossing voor de problemen in onze gevangenissen”, zegt Marc Nève, de voorzitter van de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen. “We moeten naar een combinatie van maatregelen die op de instroom en de uitstroom van gedetineerden werkt.” 

“Men focust nu op de korte celstraffen van minder dan 3 jaar die sinds kort worden uitgevoerd, maar dat is niet de hoofdoorzaak van de overbevolking”, vindt Simon Deryckere, advocaat en lid van Belgisch centrum voor arbitrage en mediatie CEPANI. 

“De uitvoering van die korte straffen is niet de hoofdreden van de overbevolking, maar een van de vele elementen.” Deryckere wijst erop dat de overbevolking enkele jaren geleden nog groter was dan nu, toen korte celstraffen niet werden uitgevoerd.

Deryckere stelt een aantal ‘quick wins’ voor. “Als de cipiers staken, moet je hen toch perspectief kunnen geven.” Maar oplossingen op lange termijn zijn natuurlijk ook nodig. 

“Ik pleit voor een tussenoplossing”, zegt Deryckere. “Het nieuwe strafwetboek voorziet dat heel korte celstraffen van minder dan 6 maanden niet worden uitgevoerd.”

Dergelijke straffen zouden bijvoorbeeld kunnen worden vervangen door een straf met een enkelband. Deze veroordeelden zouden dan niet meer in de gevangenis terechtkomen.

Een andere optie is het ‘Duitse model’. “Daarbij heeft een veroordeelde alleen overdag een enkelband en brengt hij de nacht door in de gevangenis”, legt Deryckere uit.

“Op die manier hoeven gedetineerden niet 24 uur op 24 met elkaar opgescheept te zitten.”

“België is een van de weinige landen waar de voorlopige hechtenis niet in de tijd wordt beperkt. Mensen zitten hier gemiddeld 3 à 4 maanden in voorlopige hechtenis, soms met uitschuivers tot 4 jaar.”

Simon Deryckere stelt voor om de termijn van de voorlopige hechtenis te beperken tot 110 dagen, zoals in Nederland. “Dan gaan de excessen eruit en moeten verdachten die achteraf onschuldig blijken te zijn niet onnodig lang in de cel zitten.”

“Ik ben een groot voorstander van alternatieve straffen als de werkstraf”, zegt Deryckere. “Nu zijn werkstraffen beperkt tot 300 uur. Dat heeft meer weg van tijdelijke job van 1,5 maand.”

“De mogelijkheden van de werkstraf worden momenteel onderbenut door de wetgever. Ik pleit voor een redelijke maximumtermijn van 1 jaar. Als meer rechters dergelijke werkstraffen uitspreken, betekent dat ook minder veroordeelden die naar de gevangenis moeten.” 

Momenteel zitten er in ons land een 3.000-tal mensen zonder wettig verblijf in de gevangenis. Dat zijn er dus meer dan het plaatstekort in het gevangeniswezen.

“Je zou dat kunnen tegengaan door het verhuren aan mensen zonder wettig verblijf strafbaar te maken”, betoogt Simon Deryckere. “Dat zal mensen ertoe aanzetten om uit eigen beweging het land te verlaten, en in tweede instantie zal ook de ‘aanvoer van illegalen’ in de gevangenissen opdrogen.”

In onze gevangenissen zitten ook veel gedetineerden die de Belgische nationaliteit niet hebben. “In Antwerpen bijvoorbeeld zitten enkele tientallen gedetineerden die de Nederlandse nationaliteit hebben”, zegt Deryckere. “Ik kan mij voorstellen dat je met Nederland een verdrag sluit waardoor zij hun gevangenen terugnemen.”

En wat dan met de vele Marokkaanse gedetineerden?  “Dat is de grootste groep gedetineerden van buitenlandse origine. Ik pleit ervoor om Marokko onder druk te zetten om zijn gedetineerden terug te nemen. Ik vind dat je daarbij best ontwikkelingshulp als hefboom kan gebruiken.”

Momenteel zitten er zo’n 1.000 geïnterneerden in de gevangenis. Dat zijn mensen met een psychische stoornis die een misdrijf hebben gepleegd en eigenlijk thuis horen in een forensisch psychiatrisch centrum of in gesloten afdelingen van psychiatrische ziekenhuizen. 

“Dat is totaal ontoelaatbaar”, vindt Simon Deryckere. “Er moeten dringend nieuwe forensische psychiatrische centra (FPC) bijkomen, zodat geïnterneerden daar kunnen worden ondergebracht. Die mensen horen niet thuis in een gevangenis.”

Nochtans zijn er extra FPC’s beloofd. “Infrastructuurprojecten die al jaren in de pipeline zitten, maar komen niet tijdig uit de pijp door het slechte beheer bij de Regie der gebouwen. De bouw van nieuwe infrastructuur zou naar Justitie moeten worden overgeheveld, in de hoop dat er dan meer vaart kan worden gemaakt.”

Detentiehuizen zijn kleine, semi-gesloten instellingen voor kortgestraften. “Het is een goed systeem, onder meer omdat daar minder agressie is dan in de gevangenissen.”

“Men heeft er amper 2 geopend, maar er moeten er meer komen. Het gaat echt te traag”, vindt Deryckere. De oorzaak? “Bureaucratie, bestuursniveaus die naar elkaar wijzen en burgers die liever niet zo’n detentiehuis bij hen in de buurt hebben.” 

Transitiehuizen zijn bedoeld voor een klein aantal gedetineerden om er het laatste deel van hun straf uit te zitten, bij wijze van overgang naar een terugkeer in de samenleving.

“Volgens mijn informatie zijn er nu 5 ofwel open ofwel bijna open”, aldus Deryckere. “Maar we hebben er meer nodig.” Ook de opening van meer transitiehuizen stoot op dezelfde problemen: bureaucratie, bestuursniveaus die elkaar tegenwerken en weigerachtige omwonenden. 

Dat er in onze gevangenissen te weinig personeel werkt, klopt niet volgens Simon Deryckere. “Hier heb je ongeveer 1 penitentiair beambte per gedetineerde, dat is 65.000 euro per jaar per gedetineerde. Dat is veel meer dan in onze buurlanden. Ik begrijp dat dit geen leuke boodschap voor de vakbonden is.”

Wat volgens hem wel klopt, is dat cipiers in veel slechtere omstandigheden werken. Denk maar aan de vele geïnterneerden en de vaak erg verouderde gebouwen. 

Deryckere is niet onmiddellijk voor nog meer gevangenissen – blijkbaar stijgt het aantal gedetineerden als er meer plaatsen in de gevangenis zijn – maar vindt wel dat er dringend nieuwbouw nodig is: nieuwe gevangenissen in de plaats van totaal verouderde instellingen

Maar hét grote probleem in onze gevangenissen is agressie. “Die agressie heb je ook als er geen overbevolking is”, zegt Simon Deryckere. “Je zou daar iets kunnen tegen ondernemen door een rookverbod in de cellen in te voeren: de helft van het aantal incidenten heeft iets te maken met roken, bijvoorbeeld gedetineerden die tabak of sigaretten van elkaar stelen.” Deryckere is ervan overtuigd dat zo’n rookverbod de agressie op termijn zal doen afnemen.

Bron: vrt.be

Femma: Gelijke porties 2024

Wij stemmen voor gelijke porties! En jij? 

Dit jaar trekken we verschillende keren naar de stembus. We kiezen voor Europa, België, Vlaanderen en Brussel en onze eigen stad of gemeente. Verkiezingen zijn hét moment om als burger het beleid mee vorm te geven. Jij beslist wie er ons de komende jaren gaat vertegenwoordigen en welke richting we uitgaan in onze maatschappij. Jouw stem telt! 

Femma stemt voor gelijke porties. We gaan op zoek naar die partijen die onbetaalde zorg waarderen, die kiezen voor een betere verdeling van arbeid, zorg en vrije tijd en die oog hebben voor de kwetsbare groepen in onze samenleving. Dit alles vanuit het oogpunt van vrouwen. Het wordt hoog tijd dat zij niet meer de dupe zijn van stereotypen, vastgeroeste vooroordelen en slechte beleidskeuzes.

Download hier onze eisen. 

Bron: femma.be

Premier Alexander De Croo (Open VLD): “Ons land heeft een nieuw politiek verhaal nodig”

Premier Alexander De Croo (Open VLD): “Ons land heeft een nieuw politiek verhaal nodig”

BRUSSEL – “Ik, de laatste premier? Maar néén, gij!” De kritiek op zijn regering is vaak snoeihard, maar Alexander De Croo is niet uit zijn lood te slaan. Voor mij zit een zelfzeker man die zijn beleid vurig verdedigt, maar tegelijk wél pleit voor een nieuw verhaal na 9 juni. Tegen een staatshervorming zegt de Open VLD’er radicaal neen.

Het is Pasen en het is de Ronde van Vlaanderen vandaag. Naar welke van de twee hoogmissen zou onze premier het meeste uitkijken? Alexander De Croo moet niet lang nadenken. “Naar de Ronde van Vlaanderen. En dat zeg ik niet omdat ik vrijzinnig ben. (lacht) Ik woon in de Vlaamse Ardennen, ik woon zelfs langs het parcours, op de afdaling naar de Berendries. Dat is een prachtige streek en wij zijn fier dat we dit vandaag mogen tonen aan de rest van de wereld. Het is geen toeval dat de meeste van mijn klasgenoten hier nog altijd wonen.”

Wat wordt op zo’n dag verwacht van een premier? Dat hij de VIP-tenten afschuimt?

“Je wordt daarvoor uitgenodigd, maar ik doe eigenlijk wat ik altijd heb gedaan. Eerst een paasontbijt en daarna met vrouw en kinderen naar de Berendries. Dat is amper vijfhonderd meter wandelen. Vervolgens gaan we naar de finish in Oudenaarde. Zo’n VIP-tent is trouwens niet zo exclusief als het klinkt, hoor. Dat is vooral plezier maken en bier drinken. Typisch Belgisch dus. Wij zijn echt wereldtop op vlak van organisatie van zulke evenementen. Dat mag eens gezegd worden.”

Mag u dan ook eens doorzakken?

“Neen. Ik ga me wel ontspannen, maar je kan je als premier niet permitteren om een kater te hebben, vind ik. Omgekeerd zijn er buitenlandse collega’s die elke druppel alcohol afzweren omwille van hun ambt. Dat vind ik niet nodig. Ik drink graag een pint en ik blijf dat doen. Als wij in het buitenland een receptie organiseren, dan sta ik erop dat we Belgisch bier schenken.”

Fietst u zelf nog na uw zware val vorige zomer?

“Jawel. Vallen hoort er helaas bij. Gelukkig heeft mijn zoon kordaat gereageerd en direct de hulpdiensten gebeld. Ik ben dertig seconden buiten westen geweest, maar ik ben een halfuur kwijt in mijn geheugen. Dat was confronterend, maar het maakt me niet bang. Ik doe zaterdag (gisteren, red.) ook gewoon mee met de wielertoeristen zoals ik altijd gedaan heb. Deze streek is een beetje mijn persoonlijke zandbak.”

Was u niet liever wielrenner geworden dan premier?

“Neen. Als kind wou ik piloot worden. Ik keek wel op naar de coureurs. Peter Van Petegem was mijn grote held. Maar ik had niet de fysieke capaciteiten om zelf wielrenner te worden. (blaast) Die gasten maken zúlke opofferingen, terwijl één detail, één val, alles kan verpesten. Kijk naar Wout van Aert. Je kan daar alleen maar bewondering voor hebben. Topsport is heel ontnuchterend. Je kan verkondigen wat je wil, maar aan de eindmeet telt alleen de uitslag.”

Dat doet denken aan de politiek. U wou met uw regering bewijzen dat België wel nog werkt. We staan aan de eindmeet. Bent u daarin geslaagd?

“Als je samenwerkt, is er veel mogelijk in dit land. Dat hebben wij met deze regering bewezen. Dus het antwoord is ja.”

Waar bent u het meeste fier op?

(denkt na) Ik wil drie dingen noemen. Eén: onze vaccinatiecampagne was de beste van de hele wereld. Eerst de zwakkeren, daarna alle anderen. Dat was heel straf. Twee: er is geen land in Europa dat de koopkracht beter beschermd heeft dan wij. Je zou de lezers eens de vraag moeten stellen: wiens bankrekening is vandaag slechter dan voor de crisis? De mensen zijn rijker geworden, en dat is dankzij het beleid. We zijn bijvoorbeeld heel effectief geweest met onze tijdelijke werkloosheid en met de energiesteun. En drie: we gaan twee kerncentrales langer open houden.”

“De blinde obsessie van Vlaams Belang om dit land kapot te maken, maakt van hen de ideale bondgenoot van Poetin”

U wou aanvankelijk het omgekeerde doen.

“Maar de wereld is veranderd. Vandaag willen we volledig af van Russisch gas. Al is dat voor mij zelfs niet het belangrijkste. We hebben kernenergie nodig om onze CO2-uitstoot naar beneden te krijgen. Toen we hieraan begonnen, zei iedereen dat dat nooit zou lukken met de groenen. Maar zie: we hebben het gedaan!”

In de wet staat nog altijd dat er geen nieuwe centrales gebouwd mogen worden. Had u dat dan ook niet moeten aanpassen?

“Dat gaan we doen van zodra er een concreet project op tafel ligt. Dat is de manier waarop we in België altijd gewerkt hebben.”

Waar bent u het meeste ontgoocheld over?

“Over de profileringsdrang van sommige partijen. Ik begrijp niet waarom niet iedereen het beleid voluit verdedigt. Wellicht is zeven partijen te veel van het goede. (denkt na) En als ik naar het beleid kijk: ik had graag een fiscale hervorming gerealiseerd die het verschil tussen werken en niet-werken groter maakt. Helaas zou het voorstel dat op tafel lag, een te diep gat in de begroting geslagen hebben.”

CD&V wijst naar u voor het mislukken daarvan. U zou het bevoegd minister Vincent Van Peteghem niet gegund hebben omdat hij een streekgenoot is.

“Dat is kleintjes van hen en het is vooral een leugen. Vincent en ik hebben samen getrokken aan dit dossier. Dit stond niet eens in het regeerakkoord.”

De grootste kritiek komt op de ontspoorde begroting. ‘De toestand is desastreus’, zegt econoom Geert Noels in Het Laatste Nieuws. Akkoord?

(geprikkeld) Neen. Laat me duidelijk zijn: de begroting moet beter. Maar de kritiek vind ik totaal overdreven. Altijd dat pessimisme. Ik ga daar niet aan meedoen. Wij hebben helemaal niet de slechtste begroting van Europa. Frankrijk, Italië, Slovakije, Malta: dat zijn allemaal landen die slechter doen. Deze regering heeft in crisistijden de economie willen beschermen. Dat is ons ook gelukt.”

Die eenmalige uitgaven zijn het probleem niet, zeggen de meeste economen. Het probleem zit dieperliggend: in de sociale zekerheid.

“Dat is waar en daarom komen de verkiezingen op een goed moment. Deze regering heeft ook hervormd, hoor, maar we hebben vooral beschermd. Nu is het tijd om de focus te verleggen. Hoe krijgen we onze begroting op orde? Hoe krijgen we dus meer mensen aan het werk? Hoe investeren we meer in defensie en veiligheid? Dat zijn de uitdagingen van de toekomst. Daarom heeft ons land nu een nieuwe dynamiek nodig, een nieuw politiek verhaal en een nieuw regeerakkoord. En dus is het goed dat er nu verkiezingen komen. Mijn partij heeft een helder begrotingspad voor de komende vijf jaar op tafel gelegd. Ik hoop dat alle partijen dat doen.”

Kan u dat nieuwe verhaal schrijven met dezelfde zeven regeringspartijen?

(blaast) Mijn ervaring is dat het makkelijker gaat met minder partijen. Ik hoop dus dat de volgende regering minder partijen telt. Maar dat zijn van die vragen … Laat de kiezer zich eerst uitspreken en daarna zien we wel. Ik wil wel dit zeggen: de volgende regering moet een sociaaleconomische focus hebben. Meer mensen aan het werk krijgen: dat wordt de prioriteit. Het verschil tussen werken en niet-werken moet daarom minstens 500 euro bedragen.”

Lees: geen staatshervorming.

“Absoluut niet, neen. (op dreef) Kijk naar wat er gebeurt in de wereld. Poetin die de westerse democratieën wil destabiliseren. China dat hier parlementsleden omkoopt. Waarom zouden wij ons dan bezighouden met staatshervormingen? Je kan je vandaag geen stilstand permitteren. Na de verkiezingen moeten we zo snel mogelijk een nieuwe regering vormen. Ik ga meer zeggen: de fundamenten moeten klaarliggen als de mensen met vakantie vertrekken.”

Bent u verrast door de Russische en Chinese banden van Vlaams Belang-kopstukken zoals Filip Dewinter?

“Vijf jaar geleden zou ik verrast zijn. Nu niet meer. De Staatsveiligheid waarschuwt mij bijna elke maand voor dergelijke gevaren. Het is tijd dat Vlaams Belang met antwoorden komt. (windt zich op) Wiens belang dient zij? Het Chinees belang? Het Russisch? Of wat is het? Hun blinde obsessie om dit land kapot te maken, maakt van hen de ideale bondgenoot van Poetin. Ik begin te begrijpen waarom zij de Russische invasie amper wilden veroordelen.”

Uw regeerakkoord bevatte een ambitieus luik politieke vernieuwing. Kan u stellen dat het land politiek vernieuwd is in vergelijking met vier jaar geleden?

“Op vlak van wetten en instellingen niet, neen. Maar politiek is mensenwerk. Dat is de grootste les die ik geleerd heb. Als je aan tafel mensen hebt die niet willen samenwerken, dan krijg je niets voor elkaar. Geen enkele staatshervorming kan daar iets aan veranderen. De grootste politieke vernieuwing ligt in handen van de kiezer. Kies je voor politici die willen samenwerken of voor politici die de boel willen blokkeren? Wil je te grabbel gooien wat we hier hebben? Als je straks stemt voor Vlaams Belang, dan weet je wat je gaat krijgen. (benadrukt) Trouwens: dat extreemrechts klaagt dat niemand met hen wil samenwerken, is de wereld op zijn kop. Zou jij samenwerken met iemand die jou uitscheldt voor onnozelaar en zakkenvuller?”

In het regeerakkoord staat dat u de regeringsvorming vlotter wou maken. Dat is niet gebeurd. Zal u zich dat binnen enkele maanden niet beklagen?

(geprikkeld) Je kan daar nu vragen over blijven stellen, ik zeg toch dat dat luik niet uitgevoerd is. Ik kan gerust toegeven dat we niet alles gerealiseerd hebben. Door de opeenvolgende crisissen lagen onze prioriteiten elders. De oorlog was niet te voorzien.”

Wordt u nooit badend in het zweet wakker dat u de laatste premier van dit land bent?

“Maar neen, gij. (lacht) Die kans is onbestaande. Vraag eens aan de burgers of we dit land moeten splitsen. Misschien zal één op tien zeggen van wel. De anderen willen vooral dat het land beter werkt. En daar hebben ze gelijk in. Ik geloof in de meerwaarde van België, maar het kan nog beter dan vandaag.”

Uw partij doet het niet goed in de peilingen. Om in de sfeer van Pasen te blijven: gelooft u nog in een verrijzenis tegen 9 juni?

“Die link ga ik niet maken. (glimlacht) Kijk: wij kunnen met een goed rapport naar de kiezer stappen en we hebben een toekomstplan op tafel gelegd. Meer kan je als partij niet doen. Nu is het aan de kiezer. De peilingen zijn niet wat ze moeten zijn, maar als je de Belgen vraagt wie ze willen als premier, dan sta ik wel bovenaan.”

U blijft overeind. Dat moet deugd doen na alle kritiek?

“Je doet niet aan politiek voor de bloemen, maar ja, natuurlijk doet dat deugd. Maar wie wil dat ik nog een rol speel, moet voor mijn partij stemmen.”

Was u nu de dweil van de Wetstraat, zoals u ooit zelf had voorspeld?

“Maar neen. Ik kan me ook vergissen, hè. (lacht) Ik heb een lange lijst met realisaties waarop ik als liberaal regeringsleider echt fier kan zijn. Ik heb de rol gespeeld die ik wou. Dat wij maar de zevende grootste partij waren, heeft nooit meegespeeld.”

“Er zijn buitenlandse collega’s die elke druppel alcohol afzweren omwille van hun ambt. Dat vind ik niet nodig. Ik drink graag een pint”

U wou ook de groenste regering ooit zijn. Hoe rijmt u dat met uw verzet tegen de Europese natuurherstelwet?

“Interessante vraag. (wikt zijn woorden) De natuurherstelwet klinkt misschien goed, maar het is een slechte wet. Het zal méér onzekerheid creëren. Zullen mensen nog kunnen bouwen en ondernemen? Wat gaat u zeggen als u straks niet meer kan bouwen op uw bouwgrond?”

Daar gaat de wet niet over. De wet gaat over herstel en bescherming van bestaande natuur.

(onverstoord) Maar het kan tot gevolg hebben dat je nauwelijks nog kan bouwen en dat grond die vandaag voor landbouw gebruikt wordt, afgenomen wordt. Daar ben ik het niet mee eens.”

Uw partijgenoot Guy Verhofstadt heeft de wet wel goedgekeurd.

“Dat mag hij doen. Onze Europese lijsttrekker Hilde Vautmans heeft tegen gestemd. Ik ben niet tegen een wet die onze natuur beschermt, integendeel. Ik ben wel tegen slechte wetgeving. Wij gaan ons daarom als land onthouden. We zijn trouwens lang niet het enige land dat bezwaren heeft. Dit moet opnieuw naar de tekentafel. Laat ons in de volgende legislatuur eens goed uitzoeken hoe we dit moeten aanpakken.”

Zegt u dat niet gewoon om de boeren te paaien?

(windt zich op) Neen. Eén jaar geleden zei ik al dat we beter op de pauzeknop zouden duwen en toen waren er nog geen boerenprotesten. Ik heb trouwens van niemand lessen te krijgen als het gaat over natuurbescherming. De streek waar ik woon, is een toonvoorbeeld van hoe landbouw, industrie en natuur kunnen samengaan. Wij wonen en werken middenin de natuur. Laat dat toch zo.”

Laatste vraag: wie wint de Ronde van Vlaanderen?

(blaast) Er zijn deze week veel kanshebbers afgevallen. Er zou wel eens een verrassende naam kunnen opduiken. (denkt na) Ik ga voor Tim Wellens. Iedereen zal kijken naar Van der Poel. Wellens kan daarvan profiteren.”

Bron: dezondag.be

Het grote onderwijsdebat: “Het is dringend tijd om de zomervakantie in te korten”

POLITIEK

Het grote onderwijsdebat: “Het is dringend tijd om de zomervakantie in te korten”

Paul Cobbaert

24-03-2024, 03:53

Blijft de kwaliteit van ons onderwijs dalen? Wat is het rapport van minister Ben Weyts? Moet de zomervakantie ingekort worden? Gaan kinderen straks vanaf 3 jaar naar school? En wat doen we met de oplopende facturen? Twee prominenten gaan in debat over de toekomst van onze belangrijkste grondstof: het onderwijs. Dat levert verrassende resultaten op …

Aan de ene kant van de tafel zit professor Wouter Duyck. De eigenzinnige West-Vlaming, die nooit een blad voor de mond neemt, wordt de prominentste stem in het onderwijsdebat genoemd. Ook bevoegd minister Ben Weyts (N-VA) legt graag zijn oor te luister bij hem. Aan de andere kant zit Koen Pelleriaux, de topman van het gemeenschapsonderwijs (GO!). De bedachtzame Brusselaar wordt daarom soms de schaduwminister genoemd. Pelleriaux werkte vroeger op de kabinetten van de socialistische onderwijsministers Frank Vandenbroucke en Pascal Smet.

Wie niet aan tafel zit, is Lieven Boeve, de topman van het katholiek onderwijs, de grootste koepel van het land. Boeve wil niet in debat gaan met Duyck, liet hij ons weten via zijn woordvoerder.

Duyck: “Ik ben kritisch voor de koepels en ik zal dat blijven. Zij zijn deel van het probleem. Het siert Koen dat hij wél de openheid van geest heeft.”

Pelleriaux: “Het verhaal dat Wouter vertelt, is een relevant verhaal. Ik zie het bovendien als mijn plicht om het publieke debat aan te gaan. Onderwijs wordt tenslotte met gemeenschapsgeld betaald.”

Welk rapport krijgt minister Ben Weyts van u?

Pelleriaux: “Twee dingen zijn zeer positief, en daarom zeg ik dat hij geslaagd is. Ten eerste: de aanpak van de coronacrisis. Hij heeft echt gestreden voor het openhouden van de scholen. En ten tweede: de invoering van centrale toetsen over heel Vlaanderen (voor het vierde en zesde lager en het tweede en zesde secundair, red). Omdat het over dezelfde toetsen in elke school gaat, gaan we scholen kunnen vergelijken. We gaan zien welke school goed scoort en welke niet. Dat is de beste maatregel die hij nam om het tij te keren.”

Duyck: (knikt) “Dat is de belangrijkste realisatie. Ik wil daar nog twee pluspunten aan toevoegen: de focus op taal en de focus op intellectuele ambitie. Uit onderzoek blijkt dat onze prestatiemotivatie, dat wil zeggen: onze motivatie om het heel goed te doen op school, laag ligt. Deze regering heeft die tanker willen keren en ik voel dat dat ook weer leeft onder de bevolking. Helaas hinken de scholen nog achterop.”

Pelleriaux: “Dat zou ik niet zeggen, Wouter. Er zijn veel mensen in het onderwijs die ervan doordrongen zijn dat de prestatiemotivatie omhoog moet. Ik ook.”

“Het lerarentekort is onvoldoende aangepakt. Ik pleit voor een grondige modernisering van het statuut”
Koen Pelleriaux

Genoeg lof. Wat is uw grootste kritiek?

Pelleriaux: “Het lerarentekort is onvoldoende aangepakt. Dat is geen nieuw probleem. We weten dat al drie legislaturen. Ik had graag meer stappen gezien.”

Duyck: “Dat is een pijnpunt, daar kan je niet omheen. Al wil ik mild zijn voor de minister en ik zou dat ook zijn mocht daar een socialist zitten. We hebben in Vlaanderen één leerkracht per 8,3 kinderen. Dat is 30 procent minder dan het Europese gemiddelde. We hebben dus genoeg leerkrachten. Alleen worden zij niet gericht ingezet. Daarvoor kijk ik ook naar de onderwijsverstrekkers, Koen. Elke koepel wil elke studierichting aanbieden, soms in dezelfde straat. Werk toch meer samen!”

Pelleriaux: “Dat het efficiënter moet, akkoord. Maar het cijfer dat u noemt, klopt niet. In ons systeem wordt iedereen meegerekend als leerkracht, ook andere medewerkers. Dat geeft dus een vertekend beeld. Ik pleit voor een grondige modernisering van het statuut van de leerkracht.”

Is het lerarentekort de belangrijkste verklaring voor de dalende onderwijskwaliteit, zoals sommige partijen zeggen?

Duyck: (windt zich op) “Néén. Dat is zelfs complete onzin. Er is een tekort van 4.000 leerkrachten. Dat gaat over twee procent van het totaal. We hinken trouwens al twintig jaar achterop. We hebben ons in slaap laten wiegen. Dát is het probleem. Men heeft destijds, weliswaar vanuit nobele intenties, de verkeerde keuzes gemaakt. ”

U verwijst naar het gelijkekansenbeleid van Vandenbroucke?

Duyck: (knikt) “Men wou de lat wat lager leggen zodat iedereen mee zou kunnen. Maar we zijn daarin doorgeschoten. Het omgekeerde is gebeurd: iedereen is achteruitgegaan, ook de meest kwetsbaren. Je verbetert het welzijn van kinderen niet door de lat lager te leggen. Dat was de foute inschatting die men maakte.”

Pelleriaux: “Ik ga deels akkoord. Het ligt inderdaad niet aan het lerarentekort. Ik ga ook akkoord dat onze leerplannen niet ambitieus genoeg waren. Maar dat was volgens mij geen gevolg van het gelijkekansenbeleid. Het gelijkekansenbeleid was vooral een geld-verhaal. Het is niet dat men toen bewust de lat lager heeft gelegd om meer gelijke kansen te creëren.”

Lieve Boeve zei niet zo lang geleden in deze krant dat het debat over de dalende kwaliteit opgeklopt wordt.

Pelleriaux: “Dat denk ik niet. We hébben een probleem en we moeten de lat weer hoger leggen – voor álle kinderen. De nieuwe eindtermen vormen een ideale opportuniteit daarvoor. Je kan daar veel over zeggen, maar je kan die ook aangrijpen om je leerplannen ambitieuzer te maken. Wij zijn daarmee bezig.”

“Ik stel vast dat het GO! meer engagement en ambitie toont dan het katholiek onderwijs”
Wouter Duyck

Duyck: “Zulke uitspraken van Boeve choqueren mij. Het ligt niet in mijn aard om nodeloos te vleien, maar ik stel toch vast dat het GO! meer engagement en ambitie toont dan het katholiek onderwijs. Koen wil aan de slag gaan met de nieuwe eindtermen, maar wat doet Boeve? Hij trekt naar het Grondwettelijk Hof. Dat is natuurlijk problematisch, want het katholiek onderwijs is nog altijd de grootste speler. Als die niet mee wil, gaat het niet lukken. (kwaad) Onze tienjarigen zijn verdorie de slechtste lezers van Europa. Hoe kan je dat ontkennen? De dalende kwaliteit is een sluipmoordenaar, hoor. Onderzoek toont aan dat sterke leerlingen later tien procent meer verdienen en zelfs langer en gezonder leven. We dreigen voor het eerst een generatie te krijgen die minder welvarend is. Vandaag besteden we nog tien procent van onze onderwijstijd aan cognitieve vaardigheden zoals lezen. Vijftien jaar geleden was dat vijftien procent.”

Pelleriaux: “Oké, maar hoe komt dat? Omdat er zoveel gevraagd wordt van het onderwijs. Het basisonderwijs moet intussen aan 16 sleutelcompetenties voldoen. Dat neemt onvermijdelijk tijd in beslag.”

Duyck: “De focus moet weer komen te liggen op taal en rekenen. Dat is de kern van de zaak.”

Pelleriaux: “Daar ga ik mee akkoord.”

Is de hoge instroom van nieuwkomers ook een verklaring voor de dalende kwaliteit?

Pelleriaux: “Neen. We zien dat de kwaliteit daalt in scholen met veel nieuwkomers en in scholen met weinig nieuwkomers.”

Duyck: “Engeland is een van de sterkste stijgers in PISA (internationaal onderzoek naar de onderwijskwaliteit, red.), terwijl je daar evenveel migranten hebt. Het probleem is dat wij onze migranten niet goed integreren. Als je thuis een andere taal spreekt dan op school, dan loop je achterstand op. Daarom is het goed dat de minister focust op kennis van het Nederlands.”

Hij zou zelfs het kindergeld daarvan afhankelijk maken.

Duyck: “Dat is een van zijn mindere ideeën. (grijnst) Ik zou de leerplichtleeftijd verlagen naar drie jaar, zodat de meest kwetsbare kleuters veel vroeger in contact komen met onze taal.”

Pelleriaux: “Vroeger was ik daar tegen, omdat de groep die geen kleuteronderwijs volgt, relatief beperkt is. Maar je ziet vandaag het aantal stijgen. Dat gaat vooral over kinderen van rijke mensen en kinderen van gezinnen waar de moeder thuis blijft, dus vaak migranten. Ik denk dat het omwille van die laatste groep toch zinvol is om de leeftijd te verlagen naar drie jaar.”

Duyck: “Ik zat ooit naast Kristien Hemmerechts in De Afspraak. Ze zei dat ze geen dt-regels meer aanleerde aan migrantenkinderen, omdat dat te moeilijk zou zijn. (windt zich op) Is dat niet verschrikkelijk? Alsof onze migrantenkinderen de eerste in de geschiedenis zijn die geen hersenen hebben. We moeten voor elk kind de lat hoger leggen. Dat is in hun eigen voordeel.”

Vooruit pleit voor een kortere zomervakantie. Is dat een goed idee?

Pelleriaux: “Wij vinden van wel. Als je te lang niet naar school gaat, dan verlies je kennis. Dat blijkt uit onderzoek. Wie bovendien thuis niet gestimuleerd wordt, loopt nog meer achterstand op. Wij zouden doen zoals in Wallonië. Daar werd de zomervakantie met twee weken ingekort en werden de herfst- en de krokusvakantie met één week verlengd. Bovendien heeft deze kalender het organisatorisch voordeel dat elke periode tussen twee vakanties zeven of acht weken telt.”

Duyck: “Je ziet inderdaad dat er te veel leerverlies optreedt, vooral onder kansarme kinderen. Het is daarom dringend tijd om de zomervakantie in te korten, maar ik zou dat niet compenseren. Anders haal je geen winst. De totale onderwijstijd in Vlaanderen is immers 14 procent lager dan het Europees gemiddelde. Maar ik kan me voorstellen dat Koen dat niet verkocht zal krijgen bij de vakbonden.” (lacht)

Wat is de grootste uitdaging voor de volgende regering?

Duyck: “Verder gaan op het ingeslagen pad, ook al gaan we de resultaten van het beleid pas zien over tien jaar.”

Pelleriaux: “Ik wil drie dingen noemen: de onderwijskwaliteit, het lerarenstatuut, maar ook eindelijk investeren in infrastructuur. Als de volgende regering dat niet doet, gaan we de doelstelling van energieneutrale gebouwen tegen 2050 niet halen. We krijgen nu zowat 60 miljoen euro daarvoor. Dat bedrag moet maal acht.”

Duyck: “Dat is een terechte vraag. Onderwijs is een kerntaak van de overheid, maar daar is blijkbaar niet genoeg geld voor. Je zal toch eens moeten nadenken over een betere verdeling van de middelen, ook binnen het onderwijs. Als de middelen beperkt zijn, dan moet je eerst kijken naar de infrastructuur van je eigen net. Er is trouwens geen enkel land waar het vrij onderwijs zo sterk gefinancierd wordt als hier.”

Wat met de betaalbaarheid voor ouders? Groen wil het onderwijs volledig gratis maken, inclusief warme maaltijden.

Pelleriaux: “Dat hoeft niet voor ons. Wij zijn wel voorstander van een maximumfactuur in het secundair, zoals dat nu al bestaat in het lager. Het zou niet mogen dat leerlingen bepaalde richtingen niet kiezen omdat ze te duur zijn. Al is een maximumfactuur niet de enige oplossing. In Nederland moeten de leerlingen niet betalen voor hun handboeken. Dat kan ook een optie zijn.”

Duyck: “Gratis is een slecht idee. De private bijdrage van ouders ligt hier al veel lager dan in de rest van Europa. De maximumfactuur in het lager onderwijs bedraagt 100 euro per jaar. Komaan, dat moet toch kunnen! Ik vind het trouwens verkeerd dat men voor die warme maaltijden weer naar het onderwijs kijkt. Wat doe je dan met kinderen die geen deftige schoenen hebben? Waar eindigt dat?”

Pelleriaux: “Ik heb daar toch begrip voor. Als je als overheid gratis warme maaltijden wil aanbieden, is het onderwijs de meest geschikte plek. Ook vaccinatie van kinderen verloopt via de scholen, omdat je zo iedereen kan bereiken.”

Duyck: “Daar kan ik mee akkoord gaan. Maar dat geld moet dan wel komen van het budget van welzijn, niet van onderwijs.”

Heren, we moeten bijna stoppen. Zoveel boeiende onderwerpen, en toch behoort onderwijs niet tot de thema’s waar de mensen het meest van wakker liggen. Hoe zou dat komen?

Duyck: “Omdat het een sluipmoordenaar is. Je ziet niet op straat dat het leesniveau daalt. Je zal dat maar zien in 2030 of 2040.”

Pelleriaux: “En ten onrechte. De mensen zouden vooral van onderwijs wakker moeten liggen, want dit gaat over de toekomst van onze kinderen. Misschien komt het ook omdat er minder politiek debat over is?”

Duyck: (knikt) “Er zou veel meer strijd moeten zijn over onderwijs. De partijen zijn het te vaak met elkaar eens.”

Bron: dezondag.be

Dit zijn de nieuwigheden in uw nakende belastingaangifte

Op 22 maart verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe aangifteformulier voor de aangifte voor de personenbelasting van uw inkomsten en uitgaven van 2023. Trends polste bij Jef Wellens, fiscalist van Wolters Kluwer, naar de nieuwigheden.

1/ Koopkrachtpremie (vakken IV en XVI)

Ondernemingen met een ‘hoge winst’ kunnen sinds 1 juni 2023 tijdelijk een koopkrachtpremie toekennen aan hun werknemers. Die is – afhankelijk van het bedrag en de situatie – al dan niet (gedeeltelijk) vrijgesteld van personenbelasting. Daarom moet ze worden opgenomen in de aangifte: de belastbare premie als loon in rubriek A.1 van vak IV en het voor vrijstelling in aanmerking komende bedrag in een nieuwe rubriek 12 van vak IV (de bedragen vindt u terug in de fiscale fiches 281.10 en 281.20, alsook in Tax-on-web).

Bedrijfsleiders die ook werknemers zijn en hiervoor in aanmerking komen, geven de vrijgestelde premie aan in een nieuwe rubriek 7 van vak XVI.

2/ Vrijwillige overuren (vakken IV en XVI)

Werknemers konden in 2023 tot 120 vrijwillige overuren (zonder overwerktoeslag) presteren, vrijgesteld van belasting. De bezoldigingen moeten zij nu aangeven in rubriek 11.a van vak IV (werknemers) of in rubriek 6.a van vak XVI (bedrijfsleiders die ook werknemer zijn).

“De nog niet benutte vrijstelling voor overuren gepresteerd in 2021 en/of 2022 die pas betaald werden in 2023, kun je alsnog aanvragen via de vroegere rubrieken 11.b en c van vak IV (werknemers) of 6.b en c van vak XVI (bedrijfsleiders)”, merkt Jef Wellens op. “De rubrieken voor de in 2020 gepresteerde overuren zijn uit de aangifte verdwenen.”

3/ 17 procenttarief (vakken VII en XV)

Voor verminderingen van liquidatiereserves die zaakvoerders aangelegden vóór het aanslagjaar 2018 werd in het verleden een specifiek belastingtarief van 17 procent toegepast, meer bepaald als het dividend werd uitgekeerd binnen de vijf jaar na aanleg van de reserve. Dat tarief is nu geschrapt, omdat die termijn verstreken is. De overeenkomstige codes in vak VII zijn dan ook uit de aangifte verdwenen.

Het 17 procenttarief werd in dezelfde omstandigheden ook toegepast op dividenden die als “vergoeding voor ontbrekende coupon of ontbrekend lot” werden gekwalificeerd. In vak XV werden de hierop betrekking hebbende codes eveneens geschrapt.

4/ Overgangsregeling auteursrechten (vak VII)

In vak VII vinden personen die een beroep doen op de overgangsregeling inzake auteursrechten vier extra codes (nieuwe rubriek D.2) terug. In 2022 werd de forfaitaire belastingregeling hieromtrent hervormd. Het toepassingsgebied werd aangescherpt en nieuwe begrenzingen werden ingevoerd.

“De nieuwe regeling is nu voor het eerst van toepassing in de aangifte”, weet Jef Wellens. “De omschrijving van de oude aangifterubriek werd daarom aangepast naar ‘inkomsten die in aanmerking komen voor de nieuwe regeling’ (rubriek D.1 van vak VII).”

Specifiek voor belastingplichtigen die uitgesloten zijn van het toepassingsgebied van de nieuwe auteursrechtenregeling werd voor één jaar (2023) in een overgangsregeling voorzien. De correcte toepassing daarvan vereist een eigen rubriek in de nieuwe aangifte: ‘Inkomsten die in aanmerking komen voor de overgangsregeling’ (rubriek D.2 van vak VII).

5/ Federale woonbonus (vak IX)

De federale woonbonus dooft uit. Die bestaat enerzijds uit een basisbedrag dat tijdens de hele duur van de lening een belastingvermindering oplevert en anderzijds uit een verhoging van dat bedrag gedurende de eerste tien jaar dat de lening loopt. Aangezien een woonbonuslening ten laatste in 2013 gesloten kon worden, is die termijn nu verstreken. Daardoor zijn nu tien veeleer technische codes uit het federale luik van vak IX verdwenen.

6/ Bijlage voor kaaimantaks (vak XIII)

Er bestaat al jaren de meldplicht van juridische constructies (trusts, stichtingen…) voor de correcte toepassing van de kaaimantaks of doorkijkbelasting. Jef Wellens: “Die meldplicht is in de nieuwe aangifte ingekort tot een eenvoudig ‘ja’, waarmee je bevestigt de oprichter of begunstigde van zo’n constructie te zijn. De details worden niet langer gevraagd in vak XIII, maar je dient wel een uitgebreide bijlage 276 CJC in te vullen en toe te voegen aan je aangifte.”

7/ Bijlage voor huuraftrek (vak XIII)

Een gelijkaardige nieuwe – verplicht in te dienen – bijlage 270 MLH werd geïntroduceerd voor huurders die hun betaalde huur (en toegekende huurvoordelen) fiscaal als beroepskosten inbrengen. De nieuwe rubriek E van vak XIII wijst u op die rapporteringsplicht. Daaraan werden ook de bevestigingscodes 1072 en 2072 toegevoegd.

“Let wel: voor ieder gehuurd en in kosten gebracht onroerend goed dien je een afzonderlijke bijlage in te vullen”, waarschuwt Jef Wellens. “Echtgenoten en wettelijk samenwonenden moeten bij hun gezamenlijke aangifte elk hun eigen bijlagen toevoegen. Wordt de bijlage niet ingevuld of toegevoegd, dan wordt de aftrek van de huur door de fiscus verworpen.”

8/ Brusselse Proxileningen (vak XI)

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest kent sinds enkele jaren een belastingkrediet toe aan kredietgevers van een Proxilening (vergelijkbaar met de Vlaamse Winwinlening). Daarmee kunnen particulieren kmo’s financieel steunen op een fiscaalvriendelijke manier. Het belastingvoordeel bedraagt 4 procent gedurende de eerste drie jaar en valt daarna terug op 2,5 procent.

“Daarom werd vak XI van de aangifte aangepast”, zegt Jef Wellens. “Je vindt er enerzijds rubriek 1.a.1 voor de leningen gesloten vanaf 2021 die nog recht geven op het belastingkrediet van 4 procent, en anderzijds de nieuwe rubriek 1.a.2 voor de leningen gesloten in 2020 die terugvallen op 2,5 procent belastingkrediet.”

9/ Brusselse kredietcoöperaties (vak XI)

Sinds juni vorig jaar kent het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een belastingkrediet van 3,5 procent toe aan natuurlijke personen die aandelen op naam van erkende kredietcoöperaties met een sociaal oogmerk kopen, vergelijkbaar met het Vlaamse Vriendenaandeel. Zij geven het in 2023 volgestort bedrag van de aandelen aan in een nieuwe rubriek 1.b van het Brusselse vak XI. Dat bedrag staat vermeld op het attest dat uitgereikt wordt door de bewuste coöperatie.

10/ Bedrijfsvoorheffing verenigingswerk (vak XV)

Inkomsten uit verenigingswerk zijn niet onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. De verenigingen houden die dan ook niet in. Dat principe werd duidelijk na de hervorming van het fiscale regime hieromtrent in 2022. Gedurende de eerste maanden van dat jaar was er hierover echter nog verwarring, waardoor sommige verenigingen toch bedrijfsvoorheffing inhielden op het loon van hun verenigingswerkers. Daarom voorzag de aangifte van vorig jaar in een rubriek waar de ingehouden bedrijfsvoorheffing kon worden aangegeven. Maar omdat in 2023 geen voorheffing meer werd ingehouden op verenigingswerk, is die rubriek nu uit vak XV verdwenen.

11/ Belastingkrediet fietskilometervergoeding (vak XIX)

Het belastingkrediet fietskilometervergoeding is een tijdelijke compensatie van de kosten die werkgevers dragen na de invoering van de verplichte fietskilometervergoeding sinds 1 mei 2023.

“Aangezien de meeste werkgevers rechtspersonen zijn, wordt het belastingkrediet in principe gevraagd via de aangifte vennootschapsbelasting”, stelt Jef Wellens. “Maar voor werkgevers die natuurlijke personen zijn (bijvoorbeeld zelfstandige eenmanszaken met fietsend personeel) moet dat gebeuren via de aangifte personenbelasting. Zij dienen het bedrag zelf te berekenen en te vermelden in de nieuwe rubriek 5 van vak XIX.”

Voorstel van vereenvoudigde aangifte

De groep belastingplichtigen die een voorstel van vereenvoudigde aangifte ontvangt, werd dit jaar uitgebreid. Meer bepaald met belastingplichtigen die:

· Inkomsten uit de deeleconomie (fiche 281.29) en het verenigingswerk (fiche 281.27 plus info van RSZ) ontvangen binnen vastgestelde grenzen.

· Uitgaven voor kinderoppaskosten (met recht op belastingvermindering) hebben gedaan, behoudens specifieke uitzonderingen.

· Overleden zijn en waarvoor (door de overlevende partner of de erfgenamen) geen keuze moet worden gemaakt tussen een individuele of gemeenschappelijke aanslag.

De volledige analyse van de nieuwe belastingaangifte door Jef Wellens van Wolters Kluwer vindt u hier.

Bron: trends.Knack.be