by admin | mei 7, 2024 | Varia
De sociaal onrechtvaardige belastingdruk is één van de pijlers van de conservatieve revolutie sinds de jaren tachtig. De werkende mensen en middelgrote inkomens kreunen onder de belastingdruk. De jetset van de hoogste vermogens ontsnappen er grotendeels aan. De pleidooien voor rechtvaardige belastingen nemen echter toe. Kritische middens werpen steeds meer zandkorrels in de neoliberale krokodillenpoel.
In 2023 kwamen in India, in New Delhi, in het kader van periodieke bijeenkomsten, de G20-landen samen. Dat zijn de groei-economiën en traditionele industrielanden. Wat in de pers en media relatief onderbelicht is gebleven, is de oproep van een 300 miljonairs, economen, toppolitici, journalisten, aan de G20-leiders.
In de oproep worden de regeringsleiders en staatshoofden van de G20 opgeroepen tot een nieuwe internationale overeenkomst over een vermogensbelasting. De ondertekenaars vragen de G20-leiders om door internationale samenwerking de rijkste personen van deze planeet te belasten en een einde te maken aan belastingontwijking en belastingcompetitie.
Het spreekt voor zich dat er ook heel wat linkse politici en vakbondsleiders de oproep ondertekenden. Waaronder de populaire, socialistische Amerikaanse ex-presidentskandidaat Bernie Sanders. Hij is voorstander van het weg belasten van de miljardairs.
Opmerkelijk is ook dat de Vlaamse christendemocraat en gewezen eerste minister Yves Leterme mee tot de ondertekenaars behoort. Y. Leterme verantwoordt zijn handtekening omdat hij zich zorgen maakt over het behoud van de welvaartsstaat. Hij is bezorgd dat de bevolking afscheid neemt van de welvaartsstaat, omdat de lusten en lasten unfair verdeeld zijn.
In vele landen is volgens hem een driedeling in de samenleving aan de gang. “Met een uitdijende onderlaag, een middenklasse die een onevenredig groot deel van de fiscale en sociale lasten draagt en een toplaag van superrijken die veelal aan de fiscaliteit ontsnapt. De overbelasting van de middeninkomens en het fenomeen van de working poor ondermijnen veel landen”. (De Tijd, 5 september jl.).
Dhr. Leterme bevindt zich dus vandaag in goed gezelschap. Maar, dat was veel minder toen zijn partij, de CVP als machtigste partij, en nadien de CD&V met andere centrumpartijen, decennialang de welvaartsstaat heeft uitgehold. De kiezers worden sinds decennia geconfronteerd met een wirwar van belastingen tot de kleinste activiteit met taksen op het openhouden van sportkantines, belastingen op balkons en renovatie, taksen op basisvoorzieningen voor de werkende bevolking, taksen op de energietransitie, taksen voor kleine middenstandzaken, …
Hulp van de geschiedenis
Die oproep tekenden ook een paar toonaangevende economen zoals Thomas Piketty en Gabriel Zucman.[1] De oproep tot een vermogensbelasting waarboven sprake, komt niet zomaar uit de lucht gevallen. Onder meer vernoemde wetenschappers en journalisten zoals Paul Goossens[2] reiken een kader aan waarin de oproep tot het invoeren van een vermogensbelasting voor de superrijken min of meer de draad terug zou opnemen van wat is gebeurd in de 20e eeuw, voor 1980.
Aan de vooravond van Wereldoorlog I in 1914 bezat de 1 procent van de superrijken in West-Europa 60 procent van het totale privévermogen. Dat zal veranderen in de loop der jaren. Er was de vlugge uitholling van hun rijkdom door de oorlogseconomie, de onteigeningen, nationalisaties, muntontwaarding.
De beslissing van de Sovjet-Unie in 1917 om de tsaristische schulden niet terug te betalen was een harde klap voor kapitaalreuzen. Onder meer Franse en Belgische geldbaronnen hadden gemakkelijke winsten gezocht in tsaristisch Rusland, dat schulden aanging, voor bijvoorbeeld de aanleg van spoorwegen, de oprichting van bedrijven. Belangrijk was de grote crisis van het kapitalisme met de beurscrash van 1929, de opkomst van het fascisme en de Tweede Wereldoorlog.
Een belangrijke factor was de massale groei van de arbeidersbeweging sinds de tweede helft van de 19e eeuw. En de daarmee gepaard gaande socialistische, marxistische ontwikkeling van inzichten en overtuigingen bij grote massa’s mensen, onder meer over de maatschappelijke nood aan de progressiviteit van belastingen. Namelijk dat op de hoogste inkomens en vermogens veel meer belasting moet worden geheven dan over de lagere-lage inkomens en vermogens.
Een belangrijke factor voor een betere verdeling van de rijkdom was de massale groei van de arbeidersbeweging
De rechtvaardiging van eeuwenlange grote sociale ongelijkheid, armoede, eenzijdige onrechtvaardige lasten in de voorbije eeuwen door beroep te doen op God, de natuurlijke orde, werd onderuitgehaald. Men mag spreken van een fiscale revolutie.
VS-koploper
Tot c.a. de jaren 1980 waren de Verenigde Staten en Groot-Brittannië de gangmakers, de progressiviteit van de belastingen. In 1900 lag de aanslagvoet voor de hoogste inkomens in de VS en alle Europese landen beneden de 10 procent. In 1920 lag die al tussen de 30 en 70 procent. Hij steeg tijdens de grote Crisis in de jaren dertig tot recordhoogtes.
Tijdens de New Deal werden de hoogste inkomensschijven door president Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) voor meer dan 80 procent afgeroomd. Europa volgde op afstand. De hoogste inkomens werden voor 81 procent belast in de VS, in het Verenigd Koninkrijk voor 89 procent, tegen slechts 58 procent in Duitsland en 60 procent in Frankrijk.
Voor Thomas Piketty is het duidelijk: “Het opleggen van deze hoge tarieven van 80 procent gedurende bijna een halve eeuw, heeft niet geleid tot de ineenstorting van het kapitalisme in de Verenigde Staten, integendeel”.
In de VS veroorzaakte in 1919 de voorzitter van de American Economic Association Irving Fisher veel ophef. Toen hij zei “de groeiende concentratie van rijkdom dreigt het grootste probleem van onze economie te worden. Er schort wat aan de democratie als 2 procent van de bevolking de helft van de rijkdom bezit, terwijl 60 procent van de bevolking niets in eigendom heeft”
“De groeiende concentratie van rijkdom dreigt het grootste probleem van onze economie te worden”
Contrarevolutie
Waren de VS en het Verenigd Koninkrijk de koplopers inzake de progressiviteit van de belastingen, dan waren ze de koplopers om in de jaren tachtig van de vorige eeuw de progressiviteit van de belastingen terug in vraag te stellen.
De progressieve fiscale revolutie werd onder president Ronald Reagan en de Britse eerste minister Margaret Thatcher zwaar aangevallen door een contrarevolutie. De progressiviteit van de belastingen werd spectaculair verminderd. In de periode 1980-2018 werden de hoogste tarieven van 1932-1980 grosso modo gehalveerd van 80 procent naar 40 procent.
Maar volgens de onderzoekers is het neoliberale dogma van het ‘vrij verkeer van kapitaal’ de grote boosdoener. Het heeft over de gehele wereld een zeer negatieve impact gehad op het proces van nationale staatsmacht en een sociaal rechtvaardig belastingstelsel. Vooral door een gebrek aan politieke wil en gebrek aan uitwisseling van gegevens door de verschillende nationale belastingdiensten.
Het ‘vrij verkeer van kapitaal’ gaf veertig jaar lang een boost aan de belastingparadijzen. Miljarden van multinationals, van de jetset-miljardairs van Oost en West, Noord en Zuid, van criminelen, van banken. Allemaal bleven ze buiten de samenlevingsopbouw als parasieten.
En dit alles met de actieve medewerking van de sociaaldemocratische elites (inbegrepen de christendemocraten) die de progressiviteit van de belastingen loslieten. Ze waren onbekwaam tenminste de strijd aan te gaan om progressieve belastingregelingen tot op transnationaal niveau uit te breiden.
De val van de Sovjet-Unie, de euforie over de overwinning van het kapitalisme en de rechtse- en linkse- anticommunistische euforie na de val van de Muur heeft mede een rol gespeeld in het ontstaan van een ijstijd over de opvattingen dat het kapitalisme moest getemd worden.
Na veertig jaar neoliberale belastingpolitiek is het niet verwonderlijk dat het slechts recent is dat het denken en de actie op gang komen om terug aan te knopen met het verleden door de vermogensbelasting en de progressiviteit van de belastingen in ere te herstellen. Het is al bij al een bescheiden, maar betekenisvol begin.
In 2021 werd een belangrijk initiatief genomen: de oprichting van het “Tax Observatory” (TO). Het ontstond in de schoot van de Ecole d’économie de Paris waar Thomas Piketty doceert. Het publiceert jaarlijks zijn mondiaal rapport.
Dat rapport is opgesteld door meer dan 100 topeconomen, juristen, journalisten, over de gehele wereld. Vaak in samenwerking met nationale belastingdiensten. De vooruitzichten voor 2024 verschenen recent.[3]
Het TO beschrijft zes bevindingen over de dynamiek van wereldwijde belastingontduiking.
Eén. Dankzij de automatische uitwisseling van bankgegevens is de offshore belastingontduiking in minder dan 10 jaar met een factor drie afgenomen.
Twee. Er is nog veel winstverschuiving naar belastingparadijzen. Dat is het equivalent van 35 procent van alle winsten die multinationale bedrijven boeken buiten het land van hun hoofdzetel. Amerikaanse multinationals zijn verantwoordelijk voor ongeveer 40 procent van de wereldwijde winstverschuiving en landen op het Europese vasteland lijken het meest getroffen.
35 procent van alle ‘buitenlandse’ winsten van multinationals verschuift naar belastingparadijzen
In totaal zou volgens het TO zo’n 12.000 miljard dollar in belastingparadijzen zijn ondergebracht. Zwitserland neemt daarin nog slechts 20 procent voor zijn rekening. De Aziatische paradijzen Hong Kong, Singapore, Macao zijn sterk gegroeid. In de straten en op stranden van exotische belastingparadijzen kom je vaak (multi) miljardairs en hun boodschappenjongens tegen.
De meesten van de ondertekenaars van de vernoemde oproep zijn ervan overtuigd dat miljardairs niet echt nuttig zijn om onze economie te laten draaien. De economie draaide tijdens de Covid-pandemie niet op miljardairs. Wat zou miljardair Jeff Bezos van Amazon zijn zonder de uitbuiting van ‘zijn werkvolk’? Bovendien vliegen privéjets van miljardairs rond, terwijl er miljoenen in extreme armoede leven. Innovatie in de economie zal niet van miljardairs komen vanuit hun ‘stulpjes’ in belastingparadijzen, op hun exotische eilanden, privé-jachten en hun jets.
Drie. De wereldwijde minimumbelasting is drastisch afgezwakt door een groeiende lijst van mazen in het net. Minder dan 5 procent zijn wereldwijde inkomsten uit vennootschapsbelastingen in plaats van de voorziene 9 procent met een tarief van 15 procent (het TO is voorstander van een minimum van 20 procent).
Vier. Er ontstaan nieuwe vormen van belastingconcurrentie tussen de landen. Dat is een rechtstreekse aanslag op elke poging tot fiscale rechtvaardigheid.
Vijf en Zes. Wereldwijd onderzoek in samenwerking met de belastingdiensten toont aan dat miljardairs wereldwijd zeer lage belastingtarieven hebben, tussen 0 procent en 0,5 procent van het vermogen. Ze doen dit door persoonlijke vennootschappen te gebruiken. Superrijke eigenaars (onder meer topmanagers) van beursgenoteerde bedrijven kunnen dividenden uitkeren via een holding die zich bevindt in de grijze zone tussen ontwijking en ontduiking.
De belastingen die miljardairs betalen bedraagt wereldwijd tussen 0 procent en 0,5 procent van hun vermogen
TO stelt een minimale vermogensbelasting voor van 2 procent. Het is de eerste keer dat een dergelijk voorstel gedetailleerd en gekwantificeerd is. Het aantal belastingbetalers dat in aanmerking komt is klein (3.000). Het tarief van 2 procent zou zeer bescheiden zijn. Ter vergelijking: het vermogen van miljardairs wereldwijd is sinds 1995 met gemiddeld 7 procent gegroeid.
Samen met de minimumbelasting voor multinationals, vrij van achterpoortjes, en de vermogensbelasting van 2 procent, zou dit volgens het TO jaarlijks 500 miljard dollar aan extra overheidsinkomsten moeten opbrengen om de uitdagingen van de klimaatverandering en sociale cohesie aan te gaan.
Het bedrag dat het TO berekend heeft, is een onvoldoende bedrag, vergeleken met de miljarden die in één dag kunnen gereserveerd worden voor bewapening en oorlogen.
Rol van staten
Het Tax Observatory (TO) werkt met tientallen economen, juristen, verbonden aan universiteiten, pers, denktanks, en dit wereldwijd netwerk, maar kent nog altijd een belangrijke rol toen aan de natiestaten. In het rapport wordt duidelijk gesteld: “Internationale samenwerking verdient de voorkeur, maar echt mondiale afspraken moeten het eindpunt zijn, niet het startpunt”.
Het TO verwijst naar de recente geschiedenis dat multilaterale actie van een leidende groep landen de weg kan vrijmaken voor mondiale overeenkomsten. TO stelt: “In tegenstelling tot een wijdverbreide opvatting zijn ambitieuze maatregelen mogelijk, zelfs zonder internationale coördinatie”.
En België?
Karel Anthonissen,[4] voormalig hoofd van de BBI (Bijzondere Belastinginspectie), weet er veel van. Hij schrijft over zijn ervaringen als BBI-directeur in Vlaamse dossiers zoals kasgeldfraude, de scheepskredieten, de slag om zwart geld, Optima, het fiasco van de Britse Bank HSBC.
Op het einde van zijn boek stelt hij zich de vraag: Is in ons land de fiscale corruptie toe- of afgenomen? “Ik ben niet optimistisch. De sterke centralisatie bij Financiën, die het onafhankelijk functioneren van de buitendiensten enorm hypothekeert zou alarmbellen moeten doen afgaan”. Zij versterkt ook de greep van anonieme lobbygroepen op het beleid die belang hebben de corruptie toe te dekken.
Minister van Financiën Vincent van Peteghem (CD&V) lanceerde een fiscaal hervormingsplan. Kernelement is dat de belastingen op arbeid moeten dalen en deze op kapitaal-vermogen moeten stijgen. Deze hervorming werd vakkundig de grond ingetrapt door machtige lobby’s en de liberalen. Nochtans heb je maar één keuze: als je de lasten op arbeid wil doen dalen – en je wil dat budgetneutraal doen – dan kun je niet anders dan de belastingen op kapitaal doen stijgen. Niet dus.
Het fiscaal hervormingsplan van Vincent van Peteghem werd vakkundig de grond ingetrapt door machtige lobby’s en de liberalen.
Een even flagrant voorbeeld is het invoeren van flexi-jobs. Prof. Ive Marx van het Centrum voor Sociaal beleid aan de Universiteit Antwerpen is daarover verontwaardigd: “Met de flexi-jobs organiseert de staat zelf belastingontduiking. Het is werk waarop 0 belastingen moet worden betaald. Wie met een vaste job hetzelfde werk doet, betaalt wel belastingen. Maar de 120.000 flexi-jobbers betalen niets”. Hij kan dat niet anders noemen dan belastingontduiking georganiseerd door de overheid.
by admin | mei 7, 2024 | Varia
Lessen trekken uit het falend woonbeleid
MAXIM VEYS – Vlaams Parlementslid Vooruit
Dat de woningmarkt in Vlaanderen helemaal is vastgelopen, is niet spontaan gebeurd. Het was geen natuurramp, maar een beleidsramp.
Is er voor mij nog een betaalbare woning in Vlaanderen? Zal ik nog wel een woning kunnen kopen of zal het toch huren worden? Voor jonge koppels, alleenstaanden en zelfs tweeverdieners is het antwoord steeds vaker onzeker. De woningmarkt in Vlaanderen loopt helemaal vast. En dat is niet spontaan gebeurd. Het was geen natuurramp, maar een beleidsramp. Het bouwen van betaalbare woningen is nooit een prioriteit geweest voor de regering-Jambon. En oplossingen? Die zullen er ook niet spontaan komen én al zeker niet als de huidige Vlaamse regering na 2024 doorgaat. Wat kunnen we leren uit de fouten van deze centrumrechtse ploeg (CD&V, Open VLD en N-VA)? En hoe kan het beter?
LES 1: ALS JE UITSTELT EN VERTRAAGT, ZIJN GEWONE MENSEN HET SLACHTOFFER
Een steeds groter wordende zak geld in de hand is geen garantie. De gevolgen van het huidige Vlaamse stilstandbeleid zijn duidelijk. Jaarlijks meer dan 2 miljard euro ter beschikking om 180.000 gezinnen op de wachtlijst een betaalbare woning te bezorgen. En er zijn er… praktisch geen gebouwd. Ondertussen werd de wachtlijst alleen maar langer en duwden mensen die geen kant op kunnen, de particuliere huurprijzen steeds verder omhoog. Zo zitten mensen die niets meekrijgen van thuis dubbel vast. Ze kunnen niets kopen en met deze huurprijzen kunnen ze nauwelijks sparen. Een woning kopen is een jackpot geworden die wordt bepaald door het vermogen van iemands ouders. Deze Vlaamse regering is er een voor de ‘happy few’. Niet voor de ‘many’. Wie vooruit wil, kan niet op hen rekenen.
Dat Matthias Diependaele liever kijkt naar het geld dat hij ‘bespaart’ als minister van Begroting dan naar de huizen die hij bouwt als minister van Wonen, mag niemand verbazen. Maar een telefoontje plegen naar je collega en even verder kijken dan je eigen beleid, zo moeilijk kan het niet zijn? Want op het kabinet aan het einde van de gang buigt minister van Armoedebestrijding, Benjamin Dalle, zich over de 20.000 dak- én thuislozen in Vlaanderen. Toch blijft Matthias Diependaele weigeren om betaalbare woningen te bouwen. En dwingt Benjamin Dalle het niet af van zijn collega. Dit is hoe je falend beleid voert. Bravo, Vlaamse regering.
LES 2: SLECHT ONDERHANDELEN, BETEKENT JAREN STILSTAND
Wie het dus ook ziet? De minister van Armoedebestrijding. Al meerdere keren trekt Benjamin Dalle aan de bel. Logisch, iedereen weet hoe zwaar je woonkosten doorwegen als je maar weinig kan besteden. En legt u nu even als lezer samen met mij de link: armoede en betaalbaar wonen zijn onoverkomelijk met elkaar verbonden. U ziet het. Ik zie het. Is minister Diependaele dan de enige die het niet ziet?
Benjamin Dalle is trouwens niet de eerste CD&V-minister die tegen muren aanloopt als hij of zij nieuw start op zijn eigen departement. We zagen het eerder ook al bij minister Hilde Crevits voor de kinderopvang. CD&V claimt tijdens de onderhandelingen wel de post, maar niet de inhoud. Het maakt dat men nauwelijks kan bijsturen tijdens de rit. En zo krijgt minister Diependaele nauwelijks tegenwicht in zijn coalitie. Sterker nog: de CD&V-fractie stemt tegen voorstellen van de eigen partij, althans als ze door de oppositie worden voorgesteld. Wie krijgt dat nog uitgelegd?
Een slecht onderhandeld regeerakkoord is de diagnose voor een ziekte die al vijf jaar duurt. Men hobbelt van incident naar incident. Deze regering is meer bezig met de eigen profilering van individuele ministers dan echte oplossingen bedenken en uitvoeren.
LES 3: ALS JE NIET WEET WAT BIJ GEWONE MENSEN LEEFT, BLIJF JE HANGEN IN CYNISCHE POLITIEK
Het is triest om te zien over vijf jaar dat patronen zich herhalen. Problemen stapelen zich op totdat ze groot in de krant verschijnen. Dan pas schieten ministers in actie. Niet om het probleem echt op te lossen, maar met afleiding en doorschuiven.
Je zag het bij stikstof, bij PFAS, bij onderwijs, bij kinderopvang en bij woningbouw. Men kijkt weg of voert onderling strijd. Pas als het moeilijk wordt in de haven van Antwerpen, of kinderen het slachtoffer zijn, komt men in beweging. Woningbouw blijft moeilijk te grijpen. Week na week zie ik een minister die kritiek van zich af laat glijden. Die een pauzeknop indrukt om eerst woonmaatschappijen te laten fusioneren voordat er weer serieus gebouwd gaat worden. Een onbegrijpelijke keuze. Het is een stilstand die gewone mensen zich niet kunnen veroorloven. Waarom de politiek wel?
Het antwoord is opnieuw pijnlijk simpel. Als je niet meer met gewone mensen spreekt, hoef je hun leed ook niet onder ogen te zien. Keer op keer blijkt deze regering de verbintenis met het middenveld verloren te zijn. De focus op het eigen gelijk maakt je doof voor de miserie van de ander.
Het leidt tot cynische politiek. Een politiek waarin de minister van Wonen huurders de stuipen op het lijf jaagt door te beweren dat ze mogelijk onterecht een sociale huurwoning hebben. Neem nu de verplichte inschrijvingsplicht bij de VDAB. Een minister die met grote aankondigingen en boetes zwaait, en vervolgens met cijfers komt. Daaruit blijkt vooral één ding: de VDAB is niet klaar om mensen beter te begeleiden. Vervolgens wordt er niet gecoördineerd om dit beleid effectief uit te rollen. Resultaat? Geen betere begeleiding naar werk, wel boetes die niets uithalen.
WAT TE DOEN MET WONEN?
Vanaf de oppositiebanken kritiek leveren, is één ding. Maar er is een grotere uitdaging. Want hoe voorkom je dat een volgende regering dezelfde fouten maakt? Als extreemrechts (en dat is een grote ‘als’ helaas) niet aan de macht komt, staat de volgende regering een enorme taak te wachten. Welzijn, Onderwijs, Wonen, allemaal vragen ze om enorme investeringen en hervormingen.
Gedaan met hervormingen die alles stilleggen. Als Frank Vandenbroucke op federaal niveau zijn hervormingen had aangepakt zoals Matthias Diependaele op Vlaams niveau, waren de ziekenhuizen al een paar jaar dicht geweest. Het is simpelweg onacceptabel. Het doel moet de komende jaren centraal staan. Dus: duidelijke en realistische bouwdoelstellingen. Die in de toekomst wél afdwingbaar is. Ieder zijn deel is niets te veel. Dat geldt ook voor gemeenten; ook zij moeten hun plicht doen. Dwing betaalbare woningen af en verlicht zo direct de druk op de commerciële huurmarkt.
Afspraken leggen we vast, op resultaten rekenen we af. Er is gewoon slecht onderhandeld zonder visie. De regering-Jambon koos voor een perceptiebeleid: het moet goed klinken, effectieve resultaten doen er minder toe. Ook al verdient Vivaldi geen schoonheidsprijs, er is wel een duidelijk verschil. Vooruit heeft zo onderhandeld dat Frank Vandenbroucke zijn ding kan doen, gesteund door een regeerakkoord. Zo maken we de gezondheidszorg betaalbaar voor iedereen. Zelfs met wispelturige partners zoals Georges-Louis Bouchez blijft hij zo hervormen en investeren tot de laatste dag van deze regeerperiode. Die aanpak verdient Wonen ook. Een sterke minister van Wonen op Vlaams niveau heeft duidelijke doelstellingen en een helder mandaat: betaalbaar wonen realiseren.
Betrek het middenveld, hou contact met je doelgroep. Iedere tweede week spreek ik mensen in Kortrijk op mijn inloopspreekuur. Je wordt als politicus direct geconfronteerd met de gevolgen van beleid. Als cijfers weer mensen worden, hou je op met versimpelen en wegzetten. Hetzelfde geldt voor het middenveld. Het is duidelijk dat CD&V het contact met het middenveld al een tijdje kwijt is. Of toch zeker doof is geworden voor veel van hun terechte eisen. Alleen door die banden te herstellen, blijf je als politiek midden in de samenleving staan.
Laat het duidelijk zijn. De volgende regering moet, ongeacht de samenstelling, lessen trekken uit het gefaalde woonbeleid. Uiteraard lijst ik met liefde de inhoudelijke oplossingen van Vooruit op. Deze crisis gaat alleen zoveel verder dan een verschil in keuzes en visie. Het is vooral een gebrek aan keuzes, een gebrek aan het herstellen van fouten, een doofheid voor andere geluiden die ons hier hebben gebracht. Het gevolg is stilstand. Niet alleen voor woningbouw, maar ook een stilstand in het leven van mensen. Deze minister van Wonen vraagt hen letterlijk hun leven op pauze te zetten. Die stilstand kunnen we ons niet veroorloven. De regering-Jambon zal haar gedrag niet meer veranderen. Het maakt de opdracht voor de volgende regering des te groter.
Bron: Sampol
by admin | mei 7, 2024 | Varia
Meer dan ooit is 1 mei een dag van politieke beloftes geworden. Niet alleen de socialisten, maar ook de andere politieke partijen strooien met cadeautjes op de Dag van de Arbeid.
Ooit was 1 mei dé hoogdag van de socialisten en de socialisten alleen. Die tijden liggen ver achter ons. Vandaag claimen ook andere partijen de Dag van de Arbeid. Allemaal strooien ze met cadeautjes om wie werkt te verleiden. Meer dan ooit is 1 mei een dag van grote beloftes geworden. Van hogere minimumlonen en meer vakantiedagen tot en met een verlaging van de pensioenleeftijd. Allemaal voorstellen waar een stevig prijskaartje aan vast hangt. Alleen N-VA en CD&V lieten de Dag van de Arbeid aan zich voorbijgaan. De christendemocraten wachten nog even af tot Hemelvaartsdag om feest te vieren. Dan is het Rerum Novarum, de dag van de christelijke arbeidersbeweging. Maar wat beloven de andere politieke partijen hun kiezers op veertig dagen voor de verkiezingen?
Vooruit: hogere minimumlonen
In haar speech op de vooravond van 1 mei pleitte Vooruit-voorzitster Melissa Depraetere voor een verhoging van het minimumloon. Vandaag ligt dat in ons land op ongeveer 13 euro per uur. Als het van de socialisten afhangt, moet dat bedrag omhoog naar 15 euro per uur. Omgerekend naar een maandloon betekent dat een verhoging van 2000 euro naar 2500 euro bruto. Depraetere zet de verhoging van de minimumlonen vooral in de markt als een instrument om het verschil tussen werken en niet werken te vergroten. “Zo zullen veel meer mensen willen gaan werken”, klinkt het.
Op de Dag van de Arbeid zelf lanceerde Depraetere nog een voorstel, dit keer rond pensioenen. Wie op z’n achttiende begint met werken moet op 60-jarige leeftijd een volwaardig pensioen kunnen krijgen. “Wie 42 jaar gewerkt heeft, die heeft zijn deel gedaan en zijn rust dubbel en dik verdiend”, volgens Depraetere. Nu ligt de wettelijke pensioenleeftijd in ons land op 65 jaar. Tegen 2030 gaat die naar 67 jaar. Ook ex-voorzitter Conner Rousseau pleitte er al voor niet enkel naar de leeftijd te kijken, maar ook naar de gewerkte jaren die iemand op de teller heeft. Maar Vooruit beet in het zand de afgelopen legislatuur.
Groen: meer wettelijk verlof
“1 mei is al lang niet meer de dag van de socialisten”, sprak Petra De Sutter, vicepremier van Groen stellig op de radio. Zij lanceerde een voorstel om het wettelijk minimumverlof uit te breiden van 20 naar 25 dagen. In vergelijking met andere Europeanen krijgt Belgen te weinig wettelijk verlof, vindt Groen. Vooral wie in de privésector werkt tegen een laag loon, denk maar aan een poetshulp, kelner of bouwvakker, moet het vaak met het minimum doen. “Werknemers uit de bankwereld, de chemie, overheid of het onderwijs kunnen op veel meer dagen rekenen”, zegt De Sutter. Vijf wettelijke verlofdagen per jaar extra zijn volgens Groen een belangrijke stap om de balans tussen werk en privé voor iedereen te verbeteren.
Open VLD: meer pensioen voor wie werkt
Ook premier Alexander De Croo (Open VLD) klom op het podium voor een 1-mei-toespraak. Hij ontpopte daar tot dé liberale voorman in de campagne. De premier maakte enkele van de verkiezingsvoorstellen van coalitiepartners Groen, CD&V en Vooruit met de grond gelijk. En ook N-VA, dat een gevangenis wil bouwen in Kosovo, moest het ontgelden. “Links zijn ze nu al bezig geld aan het uitgeven, rechts willen ze het land kapot”, haalde De Croo uit. “Wij hebben als enige onze prioriteiten op orde.” De Croo kwam zelf ook met een opvallend voorstel. Open VLD wil dat wie gewerkt heeft op het einde van de rit 500 euro meer pensioen krijgt dan wie niet gewerkt heeft.
Vlaams Belang: 239 euro netto voor wie werkt
Ook Vlaams Belang claimt de partij van de werkende mensen te zijn. Tijdens de familiedag in Plopsaland legde voorzitter Tom Van Grieken zijn koopkrachtplan op tafel. Dat moet werkende Vlamingen elke maand minstens 239 euro netto bezorgen. Vlaams Belang kopieert enkele van de recepten uit de fiscale hervorming van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (CD&V). Zo denkt de partij aan een verhoging van de belastingvrije som en de verlaging van de belastingschijven. Ook de knip in de migratiefactuur en een onafhankelijk Vlaanderen zullen geld in het laatje brengen, volgens Van Grieken.
PVDA: een uitgestoken hand naar Vooruit Geen echte verrassingen bij PVDA op de Dag van de Arbeid. Een miljonairstaks, hogere lonen en een terugkeer van de pensioenleeftijd naar 65 jaar blijven de beproefde recepten van uiterst links om de kiezer te overtuigen. Wel stak Hedebouw uitdrukkelijk de hand uit naar Vooruit om die voorstellen te realiseren. “Vandaag is de trieste waarheid dat als je op Vooruit stemt, je er de N-VA gratis bij krijgt”, volgens Hedebouw. Hij stelt zich partij voor als dé strategische linkse stem op 9 juni.