by admin | mei 1, 2024 | Sectoren
Vlaanderen verrechtst voor onze ogen en de linkse partijen zetten daar elk hun eigen, nogal smal, nicheprogramma tegenover. Zo zal het progressief alternatief er niet komen.
Linkse eenheid en frontvorming is niet alleen een kwestie van politieke vereenvoudiging of van krachtsverhoudingen. Het is bovenal een zaak van inhoud. De linkse partijen hebben vandaag elk apart geen afdoend politiek antwoord op de enorme maatschappelijke uitdagingen. Elk apart zullen ze het ook niet geformuleerd krijgen. Conservatief rechts heeft via een autoritaire, erg discriminatoire en meedogenloze insteek wel een plan. Rechts kan vanuit het systeem haar hervormingen doorvoeren. Links heeft breuklijnen nodig. Dat inzicht ontbreekt!
Er zijn drie grote systemische uitdagingen. Onze verhouding met de natuur en met ons menszijn herstellen, vooral tegenover de klimaatopwarming en de crisis in biodiversiteit, maar ook tegenover het geestelijke en lichamelijke onbehagen. De sociale ongelijkheid tegengaan, zowel op wereldvlak als in eigen land. Democratisch leren samenleven, met respect voor het multiculturele verschil. Dat alles vergt een grondig herdenken van het bestel en dus ook een goede transitieplanning.
Rechts heeft zijn project duidelijk voor ogen. Eco-scepticisme en vrije markt met prioriteiten in de kernenergie, industriële landbouw en productiviteitsgroei. Behoud van welvaart voor ‘eigen volk eerst’ en steeds strengere voorwaarden voor nieuwkomers en niet-productieven. Democratie en mensenrechten ondergeschikt aan rijkdom en groepsbelang. Minimale kerntaken voor een staat gericht op ordehandhaving en disciplinering. Kortom: een maatschappijmodel voor een deel van de bevolking en met vormen van apartheid. Dat beleid en die keuzen zullen worden verpakt in een algemeen bezuinigingsbeleid met sociale afbraak, gekoppeld aan een conservatieve gezinspolitiek en ten dienste van de concurrentiecapaciteit. En met Europa als excuus.
Het voordeel van het rechts-conservatieve kamp is dat het kan voortbouwen op de jarenlange sluipende verrechtsing binnen het systeem zelf.
Het voordeel van het rechts-conservatieve kamp is dat het kan voortbouwen op de jarenlange sluipende verrechtsing binnen het systeem zelf. Veertig jaar neoliberalisme dwong de mensen in een egocentrische ieder voor zich houding. De voortdurende zoektocht naar identiteit onderhoudt een verlengde adolescentie die de consumptiesamenleving goed uitkomt. Het sociaal weefsel ontrafelt en het politiek-mediatiek bedrijf staat op grote afstand van het middenveld. Margaret Thatchers ‘There is no such thing as society’ wordt uitgerold.
De zogenaamde centrumpartijen delen nu zelf de diagnose van rechts: een law & order beleid, langer en meer werken, ondersteunen van ondernemingsklimaat, afbouw openbare dienst tot kerntaken en dus versterken van leger, politie en justitie (met een mentale steun van Kamp Waes en Special Forces), strikt begrotingsbeleid en dus bezuinigen op sociale zekerheid en index, afremmen van de groene transitie. Dat is wat ons te wachten staat.
AL TE SECTAIR LINKS
De linkse partijen stellen daar elk een eigen, nogal smal, nicheprogramma tegenover.
Groen
Groen komt op voor de natuur, maar levert geen antwoord op maat van de klimaatuitdaging en ecosysteemcrisis die inderdaad levensbedreigend zijn. De gemaakte akkoorden en beleidsplannen blijven ontoereikend, toch heeft de partij geen eigen duidelijk transitieprogramma, geen stappenplan. Ze houdt het bij de klassieke maatregelenpolitiek. Dat komt omdat binnenskamers de verschillende diagnoses van ecorealisten, ecomodernisten, politieke ecologen en ecosocialisten niet zijn uitgeklaard.
Binnenskamers bij Groen zijn de verschillende diagnoses van ecorealisten, ecomodernisten, politieke ecologen en ecosocialisten niet uitgeklaard.
Groen is er ook niet in geslaagd de massabeweging van Youth for Climate om te zetten in een diepgeworteld maatschappelijk project, in een eigen middenveld. Lichtgroen was niet genoeg om die prachtige jeugdige energie te capteren. Vele jongeren zijn – terecht – erg teleurgesteld in de oudere generatie. In de veelal sectorale discussies – klimaat, landbouw, energie, natuurbeheer – delft de partij dikwijls het onderspit tegen de systeempartijen. En bovenal heeft ze geen sociaaleconomisch profiel. De groene stroming blijft zo een erg volatiel electoraal middenklasse project zonder perspectief voor de ‘verworpenen der aarde’.
Vooruit
De sociale agenda blijft eigendom van de socialisten. Vooruit legt, na haar sociaalliberale Derde Weg, opnieuw het accent op koopkracht en sociale zekerheid. Maar als een beleidspartij wil ze daartoe ten allen prijze in meerderheidscoalities geraken en daarin is, zeker in Vlaanderen, de rechterzijde hegemonisch. En dus wordt de sociale agenda ondergeschikt aan het model van de groei-economie en sterke staat. Zowel Connor Rousseau als Melissa Depraetere blijven in dat nogal opportunistisch raamwerk steken. De neoliberale Derde Weg is misschien verlaten, maar er wordt hoegenaamd niet aangeknoopt bij een kritische sociaaleconomische traditie. ‘We zijn het enige alternatief voor Vlaams Belang!’, zegt Vooruit. Maar alternatief voor wat? Voor coalitievorming met N-VA? Daartoe is dan wel een flinkse Vlaamse lijn uitgezet, bereid tot bezuinigen ook in de sociale zekerheid, tot verstrengd migratie- en asielbeleid, beantwoordend aan een corporatisme in de werkende klasse dicht bij ‘eigen mensen eerst’, bereid tot compromissen met de rechtse onderstroom. Dat levert misschien een Antwerpse coalitie op in Vlaanderen, maar zeker geen richtinggevend leiderschap voor een progressief alternatief. Ook hier ontbreekt een visie op het veranderen van de verhoudingen, op sociale vooruitgang, op structurele herschikking van het economisch beleid. Vooruit is een erg marktconforme partij gebleven, waarbij ‘echte sociaaldemocraten’ nu worden weggezet als ‘stamboeksocialisten’.
De koers van Vooruit levert misschien een Antwerpse coalitie op in Vlaanderen, maar zeker geen richtinggevend leiderschap voor een progressief alternatief.
Gestuurd door het heersende regime, waarin de particratie wordt gefinancierd via haar electoraat (en niet via de invloed in het middenveld), is Vooruit vooral een partij van mandatarissen, functionarissen, kabinetten, studiediensten en supporters. En minder van activisten en militanten. Die mandatarissen komen van vele kanten, van het Vlaams-nationalisme tot ‘met één been buiten de partij’. Van een echte beweging is nauwelijks sprake. Enige ideologische samenhang ontbreekt. Die ontwikkeling is in alle sociaaldemocratische partijen van Europa te zien. In die zin zit Vooruit ver van de ideologische vernieuwing – het ecosocialisme – die in PS wordt ontwikkeld. Paul Magnette staat links van de Vooruit-voorzitters en in Wallonië staat de politiek ook nog sterker onder invloed van het middenveld.
PVDA
Zeker, daar is de druk van PTB niet vreemd aan. Die heeft zich ontwikkeld in het zog van de crisis en de achteruitgang van de sociaaldemocratie binnen de arbeidersbeweging. PVDA voert een radicale strijd tegen de maatschappelijke ongelijkheid en beseft dat daarvoor structurele hervormingen nodig zijn. In die zin is ze de politieke uitdrukking van de grote sociale bewegingen die opkomen voor de index, de sociale zekerheid, het behoud van de tewerkstelling, de koopkracht. Het is de enige partij in het progressieve politieke veld die inzet op actieve en gevormde leden die, naast verkiezingen en beleid, ook deelnemen aan sociale bewegingen en acties.
PVDA heeft een actie- en eisenprogramma, maar geen visie op hoe dat om te zetten in maatschappelijke hervormingen en beleid.
Maar haar politieke strijd richt zich uitsluitend op de verandering van de sociale krachtsverhoudingen en op het winnen van invloed op de leiding van de arbeidersbeweging. PVDA heeft een actie- en eisenprogramma, maar geen visie op hoe dat om te zetten in maatschappelijke hervormingen en beleid. Zou ze een levende utopie willen zijn, dan heeft ze nog een vrij ondemocratische partijstructuur, een ondoorzichtig financieel beleid en een erg defensieve omgang met de geschiedenis tegen. En dat laatste leidt tot moeilijk houdbare stellingen in internationale kwesties. PVDA blijft een zweeppartij die haar groeiende invloed niet zal kunnen verzilveren zonder ook te werken aan een coalitie- en een transitieplanning. Die discussie zal de radicaal reformistische partij die ze is geworden niet kunnen ontlopen bij de volgende verkiezingen. Geloofwaardigheid hangt immers niet alleen af van de wenselijkheid van een programma, maar ook van de haalbaarheid van een beleid. En dat steunt in België hoe dan ook op coalities en compromissen.
WEDEROPBOUW EN AMBITIE IS NODIG
Een progressief alternatief vraagt de wederopbouw van verschillende nog ontbrekende elementen: een programma, een transitiebeleid, een meerschalige strategie en bovenal steun bij de bevolking. De ontwikkeling van een programma vereist het overstijgen van de tunnelvisies. Een grondige systeemanalyse waarin duidelijk wordt hoe de sociale kwestie en de klimaatuitdaging met elkaar zijn verbonden, hoe de mondiale ontwikkelingen de multiculturele samenleving voortbrengen, en hoe de democratie kan worden vernieuwd en versterkt. Een transversale analyse dus van een grondig veranderde samenleving. En dat kan geen enkele stroming alleen aan.
Een transversale analyse is nodig van de grondig veranderde samenleving. En dat kan geen enkele stroming alleen aan.
Vervolgens is een stappenplan nodig: over hoe en wanneer welke wijzigingen moeten worden doorgevoerd. Liefst in fasen en op een tijdlijn waarin de maatschappelijke draagkracht met de systemische uitdagingen wordt verbonden. Er is nood aan een meer radicaal project van sociale en economische structuurhervormingen afgestemd op die uitdagingen. Dat zal zeker een heroriëntering van economisch beleid, een inkomensherverdeling en dus een fiscale hervorming, een herziening van rol en organisatie van de staat, en een maatschappelijke mobilisatie vergen.
Gezien schaarste en tekorten, en gezien de meeste middelen nu in private handen zijn, zal de overheid moeten inzetten op de essentiële economie en basisvoorzieningen. Het is immers niet zo dat elke bedrijvigheid in een wereldwijde concurrentie zit. Het onderhoud en de reproductie van het dagelijks leven gebeurt erg lokaal. Inzetten op de basisbehoeften en die produceren in korte ketens en circulaire economie levert een ‘foundational economy’ op, die gemakkelijk deel kan worden van wijkwerking en lokaal beleid. Daarvoor kan steun worden gevonden bij de bevolking en civiele maatschappij in een vernieuwde vrijwilligerswerking, samenlevingsopbouw, gemeengoed en deeleconomie.
Te midden van de algehele vermarkting en een reglementen overheid in een erg geïndividualiseerde en geatomiseerde wereld moet opnieuw een solidair sociaal weefsel ontstaan, in staat om gezamenlijk een maatschappelijke verbouwing in te zetten. Want transitie is niet alleen maatregelen en wetten, het is vooral ook een mentale shift en anders gaan leven. Daarbij worden coöperaties en deeleconomie van groot belang. Men moet werken aan wijkgerichte netwerken. Men zou kunnen denken aan sociale Repair Cafés, aan zorgzame buurten. ‘Laten we ons massaal bemoeien met economie’, zegt Sarah De Boeck. Het is die beweging die een faciliterende overheid moet steunen. Dat is het alternatief voor ongedekte taxshifts en subsidies voor de markteconomie. Transversaal beleid. Een duidelijke transitieplanning. En dat dan weer op de aangepaste schaal: van lokaal, tot stadsgewestelijk, regionaal, landelijk en Europees.
PARTIJEN ZIJN DEEL VAN HET PROBLEEM
Het is zeker geen makkelijke opdracht. Het nu besturen en het nodige bereiken, liggen erg ver uiteen. De ritmes en de verhalen van het ecosysteem, van het bestuur en van de sociale strijd blijven erg verschillend en tegenstrijdig. Niet alleen is de samenleving grondig anders, ook het politiek personeel bestaat nu eerder uit functionarissen van de particratie dan uit leiders van de civiele maatschappij. De standpunten liggen ver uiteen maar ook de tijdsperspectieven, van korte tot lange termijn, zijn erg verschillend. De meeste partijen werken met zeer kortetermijnplannen en blijven dus noodgedwongen hangen in de rechtse hegemonie. Alleen PVDA heeft een middellange termijn voor ogen, zij het in de vorm van eisen zonder beleidsplanning. Er valt veel te verbinden vooraleer een systeemkritiek een geloofwaardig alternatief voortbrengt. Maar zolang de progressieve partijen denken het elk alleen te kunnen aanpakken blijft het bij een sectair opbod ter linkerzijde, maatregelen en voorstellen die telkens weer worden weggestemd en een achterban die verweesd achterblijft. Het ziet er niet naar uit dat er veel vernieuwing uit de politieke bureaucratie zal komen.
Zo blijft de facto de rechtse hegemonie in stand en houdt elke stroming haar beperkte kortetermijntactiek aan: de enen om op een groene agenda aan te dringen, de anderen om het bestel mee te besturen, een derde om de sociale strijd aan te wakkeren. Hoogst irritant daarbij is de voortdurende sectaire afwijzing van de progressieve partners. Een verschil met de inschikkelijkheid tegenover de rechtse coalitiepartners en het gedogen van de autoritaire verleiding. De partijen zijn aldus deel van het probleem.
Misschien moeten SamPol, Oikos, Lava, MO*, De Gids, Apache en DeWereldMorgen uit de eigen bubbel treden en samen de transversale intellectuele uitdaging opnemen?
Vooralsnog zijn er geen krachten buiten hen die hen onder druk zetten door zelf aan het alternatief te werken: transversaal, systemisch, gefaseerde transitieplanning en op de aangepaste schaal. Hart boven Hard heeft daar een tijdje aan gewerkt, maar te veel vanuit een wit blad en te weinig openlijk in gesprek met het politieke veld. Vakbonden en mutualiteiten missen een maatschappelijk project. Misschien moeten SamPol, Oikos, Lava, MO*, De Gids, of Apache, DeWereldMorgen en consoorten toch maar uit de eigen bubbel treden en eens samen de transversale intellectuele uitdaging opnemen om het over maatschappelijke vernieuwing te hebben. Een nieuwe Vooruitgroep? Wie maakt de inventaris van overeenkomsten en waarover gaan de meningsverschillen? Wat zijn nu de echte onverenigbaarheden in het progressieve kamp? Waarom slagen de partijen er zelfs niet in samen tot één voorstel voor de rijkentaks te komen? Of zijn er eerst nog herverkavelingen nodig op Europees of het lokale vlak? Of gebeurt het pas na een nieuwe Zwarte Zondag? Wie weet?
Zullen we intussen maar gedwee en zonder veel verwachtingen onze burgerplichten vervullen, en hier en daar een stem uitbrengen? We behoren immers nog net niet tot ‘de afgehaakten’.
Bron: Sampol.be
by admin | mei 1, 2024 | Verkiezingen 2024
Tom Cochez, onderzoeksjournalist bij apache.be, website voor onderzoeksjournalistiek: “Het boek ‘De vrienden van het vastgoed’ is de bundeling van 12 jaar onderzoek. Dit gaat over veel meer dan de N-VA. Geritsel met bouwvergunningen is een structureel probleem in Vlaanderen.”
Tom Cochez & David Leloup. De vrienden van het vastgoed – Geheime deals, miljoenencadeau’s en bouwvergunningen op maat – Hoe toppolitici en bouwpromotoren gouden zaken doen in België. Apache, Brussel, 2024, 254 pp. ISBN 978 9082 6051 29
Je kan het boek rechtstreeks bestellen bij apache.be op deze link vanaf 29 april en vanaf 13 mei als e-book.
“Lees en leer hoe onze publieke ruimte wordt verkwanseld” – Tom Lanoye
“Een eerbetoon aan vasthoudende onderzoeksjournalistiek” – Evert de Vos (De Groene Amsterdammer)
by admin | mei 1, 2024 | Onderwijs
Honderden ouders ontvingen het nieuws dat er geen plaats was voor hun kind op het bijzonder onderwijs van de stad Antwerpen. Maar verrassend was dit niet; met slechts een handjevol of zelfs helemaal geen beschikbare plaatsen per school leek het bijna onmogelijk om een plek te bemachtigen.
Ieder kind heeft recht op onderwijs. Toch ontvingen honderden ouders vorige week het bericht dat er voor hun kind geen plaats is voor het schooljaar 2024-2025 in het bijzonder onderwijs van de stad Antwerpen.
Alleen al voor het kleuter- en lager onderwijs voor het type 2 vallen ruim 300 kinderen buiten de boot. Dat zijn kinderen met een matige mentale beperking waarvoor een inclusief traject veelal geen optie is. Jongens en meisjes die extra zorg, ruimte en onderwijs op maat nodig hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Want ook zij hebben recht om te leren, te spelen met klasgenootjes en op hun eigen tempo te groeien.
Na een spannende wachttijd viel vorige week het verdict voor de ouders die hun kind hadden aangemeld: plaats 147, plaats 186, plaats 221. Met geen of slechts een handvol vrije plaatsen per school, was de kans dan ook vrijwel nihil om een plek te kunnen bemachtigen.
Om de pijn te verzachten, kregen de ouders vooraf een telefoontje van Meld je aan, het aanmeldingssysteem van de stad. “We begrijpen dat dit nieuws even binnenkomt”, vertelde een zelf aangeslagen medewerker. Maar echte oplossingen konden ook zij niet aanreiken.
Dit heeft niet alleen een directe impact op de leerkansen en het welbevinden van deze kwetsbare kinderen. De druk op de zorgouders en hun netwerk wordt nog maar eens opgevoerd. Zij moeten nog creatiever worden om alles te regelen, nog meer vooruit te denken. En dat bovenop de dagdagelijkse zorg en complexe administratie voor hun kind met een beperking en hun drukke leven als jonge ouders.
“Wat als Coco nergens terechtkan? Dan dreigt een opgelegd sociaal isolement voor Cozette en bij uitbreiding voor ons gezin”. Debbie Bevers, mama van Cozette (3).
“Ik spreek Nederlands. Soms denk ik dan: ik heb het al moeilijk, laat staan zorgouders die geen Nederlands beheersen, die niet met internet overweg kunnen.” Malika Tabla, mama van Iyaës (4).
Ouders worden gedwongen moeilijke keuzes te maken
Helaas is deze situatie niet nieuw. Ouders worden gedwongen om moeilijke keuzes te maken, die ver afstaan van wat zij eigenlijk wensen voor hun kind, voor zichzelf en hun gezin. Keuzes die lange busritten, onzekerheid over gegarandeerd vervoer en vakantieopvang met zich meebrengen. Doordat er te weinig hulp is, zien ze vaak geen andere oplossing dan zelf minder te gaan werken, ten koste van hun eigen carrière en financiële zekerheid.
“Wij gaan vanaf volgend jaar minder werken om het vervoer zelf geregeld te krijgen.” Annelies De Wolf, mama van Twan (6).
“We kwamen in een vicieuze cirkel terecht waarbij we door het gebrek aan de hulp waar we recht op hebben deeltijds zijn gaan werken, maar daardoor nu geen kinderopvang vinden voor onze toekomstige dochter. Als er geen opvang is voor Emile, zullen we noodgedwongen nog minder moeten gaan werken.” Ive de Saeger, papa van Emile (5).
De ouderraad van Merlijn, een vzw uit Deurne die jonge kinderen met extra zorgbehoeften opvangt tot de leeftijd van zes jaar, heeft er genoeg van. Zij verspreidden een bericht op sociale media met beelden van hun kinderen in een wachtzaal en de boodschap “Wij zijn het wachten beu”. Verschillende ouders schreven een brief met daarin hun eigen getuigenis en verontwaardiging. In naam van alle kinderen en gezinnen in hun situatie.
by admin | mei 1, 2024 | Verkiezingen 2024
In plaats van een sterk Vlaanderen te bouwen op eigen krachten haalt de N-VA het belegen cliché van ‘de Walen’ boven om de aandacht af te leiden van de eigen Vlaamse puinhopen in het onderwijs met een gigantisch leerkrachtentekort, wantoestanden in de ouderenzorg, sociale woningbouw, kinderdagverblijven, jeugdzorg, onbetaalbaar wonen en de afbraak van het openbaar vervoer …
“Wat we zelf doen, moeten we beter doen”, zei Gaston Geens (CVP) ooit1. Dit zinnetje ligt altijd op de loer in elk opiniestuk, artikel of column over het Vlaamse regeringsbeleid. Het werd jaren misbruikt om te pleiten voor meer bevoegdheden op Vlaams niveau.
Maar we zijn het er allemaal over eens dat Vlaanderen al lang niet meer alle verantwoordelijkheden in de lucht kan houden. Vlaanderen staat vandaag, tien jaar na de laatste staatshervorming, met de billen bloot.
Wat heeft Vlaanderen nu gedaan met die bevoegdheden? Hoe staat het met de publieke dienstverlening? Investeert de Vlaamse Regering voldoende in haar bevolking?
Het antwoord is nee.
Er wordt bespaard op het kindergeld, de hervorming van het openbaar vervoer resulteerde in minder haltes, er zijn minder plekken in de kinderopvang dan een paar jaar geleden, sociale woonleningen zitten achter een hogere drempel, wonen is onbetaalbaar, en in sommige scholen zitten leerlingen meer in de studie dan dat ze les krijgen.
Voor een partij die telkens vakbonden basht en pleit voor een minimumdienstverlening, is dat opvallend. Want waar is die zogenaamde Vlaamse minimale publieke dienstverlening dan?
Vlaanderen staat in schril contrast met Schotland, waar ik in oktober 2022 op studiebezoek ging met de Commissie Wonen van het Vlaams Parlement. “Ieder greintje bevoegdheid die we kunnen krijgen, vullen we maximaal in, zodat we de Schotten vooruit helpen”, vertelde de minister mij daar.
Voor de Schotten is een (Britse nationale) Conservatieve regering het ergste wat ze kan overkomen: de overheid wordt ondergraven, de dienstverlening afgebouwd en de grootste slachtoffers zijn gewone mensen. Laat de Tories (de Conservatieven) nu net de grootste idolen zijn van N-VA-partijvoorzitter Bart De Wever.
Dienstverlening als vijand
En dát is de reden waarom de twee afgelopen rechtse Vlaamse regeringen zoveel schade hebben aangericht.
Het lijkt alsof dienstverlening de vijand is. De Vlaamse burger wordt als ‘een klant’ gedefinieerd. Als het over plichten van die klant gaat, dan is N-VA er als de kippen bij om de strenge vinger boven te halen. Kijk maar naar minister van Wonen, Matthias Diependaele, die zich bijna uitsluitend richt op sanctionerende maatregelen.
Kinderopvang, rusthuisfacturen, mensen met een beperking, plaatsen in de jeugdzorg, … Vlaanderen geeft niet thuis.
Maar zodra het over rechten gaat – het recht op betaalbaar wonen – geeft N-VA niet thuis. Dat is het geval wanneer het gaat over kinderopvang, rusthuisfacturen, mensen met een beperking, plaatsen in de jeugdzorg. Ik stop hier omdat deze column een maximum aantal woorden heeft, niet omdat de voorbeelden zoek zijn.
Het minste wat de burger zou mogen verwachten, is een minimumdienstverlening. Dat is één van de favoriete woorden van N-VA, maar wordt enkel uit de schuif gehaald als het kan dienen om syndicale organisaties voor het blok te zetten. Als het gaat om de eigen verantwoordelijkheden, bestaat dat woord plots niet.
En dat is triest. Vlaanderen en haar inwoners verdienen beter.
Geen pleidooi voor een Belgische bestuurlijke coalitie
Dit is geen pleidooi voor federale Belgische bestuurlijke nostalgie. Ik ben niet van mening dat alles geherfederaliseerd moet worden. Er is namelijk een reden dat bevoegdheden geregionaliseerd en gecommunautariseerd zijn geweest. Vlaanderen verdient politieke autonomie en eigen bevoegdheden. Hell, dat is de reden waarom ik ieder jaar naar de 11 juliviering ga in mijn eigen stad.
Vlaanderen verdient politieke autonomie en eigen bevoegdheden. Hell, dat is de reden waarom ik ieder jaar naar de 11 juliviering ga in mijn eigen stad.
Maar deze rechtse coalitie maakte er een zootje ongeregeld van. Vlamingen waren nog nooit zo slecht af als met deze Vlaamse Regering. Terwijl de Vlaming vooral een goede dienstverlening verdient vanuit die Vlaamse bevoegdheden. Een overheid die investeert, die hervormt, en die degenen die hun best doen vooruit laat gaan. Een overheid die kansen geeft en niet beschuldigt, die toegeeft dat geluk en pech een rol spelen in onze samenleving.
De voorbije tien jaar kreeg de Vlaming het omgekeerde: een regering zonder links. Een regering die dienstverlening afbouwt en mensen in de kou zet. Deze rechtse regering schiet hopeloos tekort.
Wat zijn we met dit Vlaanderen als het de mensen niet vooruit helpt?
En dat zie je ook in de debatten. De N-VA ownt haar shit niet. Al tien jaar heeft ze een minister-president van hun Vlaanderen. Maar in ieder debat en in iedere beslissing blijkt dat ze het Vlaams niveau vooral als een instrument zien.
Het Vlaams niveau dient voor hen om te schieten op wie ze willen: de federale regering, Franstaligen in dit land, de onderwijskoepels, het middenveld, tot zelfs de eigen coalitiepartners. Maar effectieve oplossingen, visies of plannen om de Vlaming vooruit te helpen? Dat niet. Dit is het Vlaanderen van de achteruitgang en de wachtlijsten geworden.
Eén grote boodschap dus voor hen: stop met te focussen op de Walen, en heb wat meer aandacht voor het eigen falen. Dan komen we al een heel eind.
Het Vlaams niveau dient voor N-VA om te schieten op wie ze willen: Vivaldi, Franstaligen, onderwijskoepels, het middenveld, tot zelfs de eigen coalitiepartners.
Maar wij progressieven mogen Vlaanderen niet links laten liggen. We moeten opnieuw groot genoeg worden. Want we mogen de koopkracht, de gezondheid van mensen en het onderwijs niet langer overlaten aan een rechtse regering die het verder in crisis stort. Dan wordt alles klaargezet voor een Vlaanderen als neoliberaal laboratorium waar de kleintjes niet meer aan bod komen.
Dan wordt publieke dienstverlening luxe en krijgen we een beleid puur gericht op belastinggeld richting de hoogste inkomensklassen schuiven. Terug naar een graafschap, met één graaf en vele leenmannen. Wie toegang heeft tot een kabinet, bepaalt vandaag het beleid.
Daarvoor zijn de staatshervormingen niet gebeurd.
De boodschap van Vlaams minister-president Jambon (N-VA) in 2019 tijdens zijn eerste regeringsverklaring is vijf jaar later niet meer dan een oproep aan zijn eigen partij: Plus est en vous!
Maxim Veys is Vlaams Parlementslid Vooruit
Dit is een overname van SamPol.be.
by admin | mei 1, 2024 | Antipestteam
Een beperking mag deelname aan de politiek niet in de weg staan. Veerle Baert stelt zich bij de komende verkiezingen kandidaat, maar dat liep niet zonder slag of stoot: “De schijnbaar eenvoudige keuze om in de politiek te stappen is voor mensen met een beperking complex.”
Toegang tot politieke arena
Deelnemen aan de politiek is voor mensen met een beperking geen simpele keuze. Als ze afhankelijk zijn van een uitkering, moeten ze hiervoor toestemming vragen aan hun ziekenfonds. Vragen ze die toestemming niet, dan dreigen ze hun statuut en de daaraan gekoppelde uitkering te verliezen.
Een absurde situatie, want personen met een beperking verdienen dezelfde rechten als alle andere burgers en dus een gelijke toegang tot de politieke arena. Niemand anders kan beslissen of ze al dan niet aan politiek mogen doen.
Foutieve argumenten
Het is 5 maart 2024. Tot mijn grote verbazing wordt een resolutie voor het verbeteren van het statuut van lokale mandatarissen met een handicap in de commissie Binnenlands Bestuur, Gelijke Kansen en Inburgering van het Vlaams Parlement verworpen door de meerderheidspartijen.
Tijdens de commissievergadering merk ik op dat veel commissieleden slecht geïnformeerd zijn en de resolutie met foutieve tegenargumenten bekampen. De geijkte kanalen (de belangengroepen voor personen met een beperking, de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten en de gemeentebesturen) zijn volgens hen voldoende om kandidaat-politici met een beperking te informeren.
Geen antwoorden
Mijn ervaring is anders. De schijnbaar eenvoudige keuze om in de politiek te stappen is voor mensen met een beperking complex. Toen ik overwoog mij kandidaat te stellen voor de gemeenteraadsverkiezingen was ik bezorgd over het effect op mijn statuut als persoon met een beperking.
Ik zocht advies bij verschillende organisaties, maar kreeg nergens een bevredigend antwoord. Niet bij mijn vroegere werkgever, de Vereniging voor Vlaamse Steden en Gemeenten, noch bij mijn eigen partij. Zelfs het gemeentehuis, waarvan men zou kunnen denken dat het alle antwoorden heeft, kon mij niet helpen.
Dus, de commissieleden die veronderstelden dat de geijkte kanalen volstaan, zijn slecht geïnformeerd. En politiek zou toch moeten worden bedreven op basis van feiten, in plaats van veronderstellingen?
Kleur bekennen
Personen met een beperking die een ziekteuitkering ontvangen, moeten eerst toestemming vragen aan de adviserend arts van het ziekenfonds vooraleer ze zich kandidaat stellen op een verkiezingslijst.
Op een van de formulieren moest ik een verantwoordelijke binnen mijn partij opgeven die over mijn taken zou waken. Hiermee moest ik meteen kleur bekennen. Wat als de persoon die me toestemming moest geven een andere politieke overtuiging had dan ikzelf?
Het ziekenfonds stelde me een aantal extra vragen en beloofde me een positief advies te geven. Maar ze waarschuwden me ook dat als ik verkozen werd, ik opnieuw toestemming zou moeten krijgen van de arts om mijn mandaat op te nemen. Als je die tweede toestemming niet vraagt of krijgt dan kun je je uitkering verliezen.
Representatie
Tussen het moment dat ik overwoog om me kandidaat te stellen en het antwoord of ik het daadwerkelijk mocht doen, zat maar liefst tweeënhalve maand. Dit lange proces van onzekerheid en bureaucratische hindernissen is geen teken van inclusief beleid.
Een parlement of een gemeenteraad moet representatief zijn voor de samenleving. Iedereen moet gelijke toegang hebben tot politieke participatie. Als mensen met beperkingen worden ontmoedigd om deel te nemen, wordt deze representatie ondermijnd.
Het recht om deel te nemen aan de politiek is fundamenteel voor gelijkheid en inclusie. De stem van personen met een beperking moet worden gehoord en zij moeten worden vertegenwoordigd op alle niveaus van de politiek. Hun ervaringen en expertise zijn waardevol voor het informeren van beleid en het creëren van inclusieve oplossingen.
Krachtig signaal
Ik stel me kandidaat voor de komende verkiezingen omdat ik een krachtig signaal van inclusie en diversiteit wil uitdragen. Het zien van mensen met een beperking die actief betrokken zijn bij de politiek kan anderen inspireren om ook deel te nemen.
Ik wil de partijen dan ook oproepen om een meer inclusieve samenleving te creëren, waar iedereen gelijke kansen heeft om deel te nemen aan de democratie.
Daarom vraag ik: beste commissieleden, erken de ervaringskennis van personen met een beperking. Vraag hun advies, want de weg naar een politiek mandaat voor personen met een handicap loopt niet bepaald over rozen.
Bron: sociaal.net