by admin | jun 4, 2024 | Onderwijs
Het adagio van de vorige regering was ‘jobs, jobs, jobs’, jammer genoeg vooral in de publieke sector. Maar het is nog altijd zoeken naar het adagio van Vivaldi. Hopelijk heeft de volgende regering wel een adagio en het liefst wordt dat ‘onderwijs, onderwijs, onderwijs’.
“Een school openen is een gevangenis sluiten”, stelde Victor Hugo. Kunnen lezen en schrijven is inderdaad de eerste vereiste om zich te integreren in de maatschappij en niet te worden verwezen naar levenslange bijstand of genoodzaakt te zijn te leven in de sferen van de kleine criminaliteit. Niets is dus zo belangrijk als te investeren in onderwijs. Maar dat doen we toch?
Het Belgische onderwijs werd 35 jaar geleden een bevoegdheid van de gemeenschappen. Vanaf dan werd het dus Nederlandstalig, Franstalig en Duitstalig onderwijs. Er blijft weliswaar een federale restbevoegdheid en de gewesten zijn verantwoordelijk voor de beroepsopleiding. Probeer maar eens een Fransman diets te maken dat er in België geen éducation nationale bestaat. Maar als daarmee het onderwijs beter wordt, waarom niet?
Basisonderwijs
Eén van de basiscriteria om het onderwijs te evalueren kan het aantal studenten zijn dat een voldoende basiskennis heeft om te lezen. Het laagste kennisniveau is het begrijpen van een eenvoudig zinnetje, desnoods met illustraties. Wie daaronder scoort, kan eigenlijk niet autonoom leven in onze informatiemaatschappij. 19,3 procent van de Vlaamse leerlingen, 21 procent van de Duitstalige Belgen en 24 procent van de Franstalige Belgen haalt dat referentieniveau niet.
Eén van de problemen is de intake. De OESO onderzocht in welke mate kinderen een voldoende basis hebben om te beginnen aan het primair onderwijs. De regio waar de kinderen het minst klaar zijn in Europa is Vlaanderen, gevolgd door Wallonië. Slechts 10 procent van de Vlamingen is heel goed geletterd bij de start van het eerste leerjaar, tegenover 11 procent van de Franstalige Belgen. In Spanje is het vergelijkbare cijfer 43 procent. Het basisonderwijs start dus al met een behoorlijke achterstand.
Secundair onderwijs
Het secundair onderwijs in België kent één van de grootste drop-outs in Europa. Maar liefst 12 procent van de Belgen maakt het secundair onderwijs niet af. Bij de niet-EU-burgers die in België naar school gaan, is dat zelfs 26 procent (cijfers 2011). Wat kun je vandaag nog doen zonder secundair diploma? Huppelen van het ene werkloosheidsstatuut naar het andere?
Universitair onderwijs
Studeren aan de universiteit is niet langer enkel voor de elite. Dat is natuurlijk een goede zaak. Ons universitair onderwijs is zeer betaalbaar als men het vergelijkt met landen als Nederland, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Dat betekent niet dat ons onderwijs goedkoop is, wel dat het door de belastingbetaler wordt betaald, eerder dan door de individuele student.
Het probleem is dat ons universitair onderwijs de lat steeds lager legt. De vraag is niet langer of men slaagt of niet slaagt, wel hoeveel jaar men er over doet. Het aantal studenten dat het universitair parcours aflegt in de voorziene theoretische duur is erbarmelijk laag, vooral bij de mannelijke studenten. In de Franstalige Gemeenschap studeert slechts 13 procent – een op de zeven – af binnen de theoretisch duur. In Vlaanderen is dat het dubbele (26%). Maar ook in Vlaanderen is er geen reden om victorie te kraaien, want het OESO-gemiddelde is 33 procent. In de meeste landen doen de meisjes het beter. In de Franstalige Gemeenschap 25 procent, in Vlaanderen 37 procent en een OESO-gemiddelde van 43 procent. Een beleid dat zulke cijfers om populistische redenen niet in acht neemt, is eigenlijk crimineel.
Meer investeren in onderwijs?
De kritische lezer zou kunnen afleiden uit die dramatische cijfers dat België meer moet investeren in onderwijs. De gemeenschappen spenderen samen jaarlijks 22 miljard euro aan onderwijs, of 2.000 euro per Belg. Uitgedrukt als bruto binnenlands product (bbp), om te kunnen vergelijken met andere landen, komt dat neer op 6,3 procent. Daarmee is het Belgische onderwijs het duurste van de Europese Unie (EU27) en 23 procent duurder dan het gemiddelde van de OESO-landen (5,1%).
Voor de hoogste prijs krijgen we dus de laagste kwaliteit. Dat legt een hypotheek op de toekomstige welvaart van onze gemeenschappen. Voor de onderwijzers is het in deze omstandigheden vaak een immense en ondankbare taak. België heeft de grootste oningevulde vacaturegraad van Europa. Meer dan 20 procent van de nieuwe onderwijzers stopt binnen de vijf jaar. Onderwijzer is het beroep met de hoogste burn-outratio: 21 procent. Dat is immens. Voor de volgende zeven regeringen van ons land hoop ik dus dat het adagio wordt: onderwijs, onderwijs, onderwijs.
Bron: Trends
by admin | jun 4, 2024 | Varia
Vlaanderen staat stil. Ruimte ontbreekt, regelgeving is overvloedig en onzeker, laat staan dat nog vergunningen worden gegeven. Het was vorige week eens te meer een vaak gehoorde verzuchting tijdens een ING-evenement over landbouw en voeding. Met een bijkomende boodschap: in Noord-Frankrijk ontvangen de overheden ondernemers met open armen. Er is ruimte zat, de gronden zijn veel goedkoper, werknemers beschikbaar, vergunningen soepel.
Ondernemers mopperen wel vaker. Bedrijfsleiders hebben het moeilijk met het politieke beroep. Politiek is te vaak de kunst van lang aanslepende kronkelcompromissen. Het bedrijfsleven stelt snel beslissen door enkelingen centraal. Toch hebben de ondernemers een punt. De ‘maakbare samenleving’ is sinds een decennium aan een heropleving toe. Te veel politici vinden dat zij de samenleving gestalte moeten geven, kneden en vormen naar hun ideologieën, verlangens en wensen. Vreemd, want de 20ste eeuw en het communisme hebben het falen van de maakbare samenleving aangetoond. Een samenleving is veel te complex en voortdurend onderhevig aan wendingen. Wie had in 2015 de pandemie en de energiecrisis verwacht?
Die gebeurtenissen versterkten nog de wil tot meer staatsbeslag. Alles willen beheersen en controleren is geen kerntaak van een overheid. Politici moeten de algemene spelregels vastleggen: Een breed, wettelijk kader, waarbinnen de burgers de ruimte krijgen en die naar eigen goeddunken kunnen invullen. Met vallen en opstaan. Een overheid die alles wil regelen, werkt niet. De hang naar totale controle leidt tot een controlegebrek en een samenleving die tot stilstand komt. Want waarom zou iemand nog zijn nek uitsteken in een in regeltjes gestolde werkelijkheid?
Bron: Trends
by admin | jun 4, 2024 | Varia
Acht op de tien Belgen zouden voor hun 65ste verjaardag met pensioen willen, maar slechts vier op de tien doen dat effectief. Dat blijkt uit het jaarlijkse pensioenonderzoek van hr-dienstverlener Acerta.
Acerta wijst erop dat werknemers vanaf 1 juli hun pensioenbonus kunnen beginnen opbouwen als ze na hun vroegst mogelijke pensioendatum blijven werken. Maar niet iedereen is daarvoor gewonnen, stelt Acerta vast, met acht op de tien die voor hun 65ste met pensioen willen. Acerta baseert zich op de gegevens van 570.000 werknemers en 190.000 zelfstandigen in hoofdberoep.
Momenteel zwaaien vier op de tien werknemers die met pensioen gaan voor hun 65ste af. In sectoren als de bouw ligt dat aandeel hoger, met zes op de tien. In de social profit, met ziekenhuizen en woonzorgcentra, wordt het langst gewacht, en gaat het om drie op de tien.
“De sectoren met een grote uitstroom vóór 65 jaar zijn ook die sectoren waar mensen vroeg aan hun loopbaan beginnen, wat een vroege uitstroom logisch maakt”, zegt Ellen Van Grunderbeek, juridisch experte van Acerta Consult. “Het zijn ook sectoren met veel arbeiders. (…) Dat langs de andere kant zoveel medewerkers van de social profit langer dan gemiddeld aan de slag blijven, is wel opmerkelijk. Dat komt omdat er in de social profit veel vrouwen aan de slag zijn en zij zwaaien minder vroeg af dan mannen.”
Pensioenbonus
Bij de zelfstandigen gaat bijna twee derde voor zijn 65ste met pensioen, gevoelig meer dan bij de werknemers. Het zijn sectoren met zware fysieke arbeid die de pensioenleeftijd naar beneden halen. De vrije beroepen stoppen doorgaans later.
Voor Acerta is het nu uitkijken naar het effect van de pensioenbonus. Verwacht wordt dat de groep met een loopbaan van zeker 43 jaar, die onmiddellijk de hoogste bonus van 11.700 euro per extra jaar opbouwt, zijn pensioenplannen minstens zal heroverwegen.
Bron: Trends
by admin | jun 4, 2024 | Antipestteam
Minstens een Belg op vier kampt in zijn leven met psychische problemen. Psychologe Nathalie Van Noyen onderschrijft de boodschap van de campagne ‘Spreek erover’. Het is belangrijk dat mensen praten over hun psychische klachten. Toch heeft ze veel vragen bij de manier waarop de federale overheid de laagdrempelige psychische hulp in de markt zet.
Slogan versus realiteit
Maandag 13 mei lanceerde het RIZIV de tweede golf van haar campagne ‘Spreek erover’. Een website, radiospots en online filmpjes moedigen mensen aan om te spreken over negatieve gevoelens of psychische klachten.
Deze overheidscampagne spoort mensen ook aan om, indien nodig, hulp te zoeken bij psychologen.“Tot zeven sessies bij een psycholoog voor maximaal 11 euro”, zegt de slogan. Dat schept aan mensen een veelbelovend beeld van ondersteuning die voor iedereen beschikbaar is voor weinig geld.
Helaas is de realiteit anders. Heel wat mensen die eindelijk of opnieuw hulp zoeken, zullen op een wachtlijst belanden of voor een gesloten deur staan.
Buitenspel gezet
Voor deze zeven goedkope eerstelijnssessies – voor jongeren zijn ze gratis – kan je enkel aankloppen bij psychologen die zich aansloten bij de ‘conventie eerstelijnspsychologische zorg’. Dat zijn collega’s die een overeenkomst hebben met de overheid om zich te houden aan bepaalde tarieven. Niet-geconventioneerde psychologen werken vaak aan een hoger tarief, met slechts een beperkte terugbetaling via de mutualiteiten.
De groep niet-geconventioneerde psychologen wordt in deze campagne buitenspel gezet. Daarom blijven heel wat psychologen gefrustreerd achter. Ze weten hoe hoog de nood is aan therapie en gesprek, maar moeten langs de zijlijn toekijken.
Professionaliteit zelf invullen
Zelf ben ik zo’n teleurgestelde niet-geconventioneerde psycholoog. De oplossing voor dat probleem lijkt eenvoudig: conventioneer je dan. Vanzelfsprekend is het veel complexer.
Ik wil me in dit opiniestuk niet verdiepen in de discussie over waarom wel of niet conventioneren. Veel psychologen hebben gewoon geen keuze. Er werd slechts een beperkt budget voorzien voor deze conventie. Zodra het geld op is, kan je je niet meer aansluiten. Dat was in mijn regio meteen het geval. Er werd een wachtlijst aangelegd om te bepalen wie als volgende in de rij mag toetreden.
Die conventie legt ons ook voorwaarden en beperkingen op die niet passen bij hoe ik wil werken. Ik ben bijvoorbeeld geen expert in groepstherapie en kan me niet vinden in bepaalde deontologische aspecten van de conventie. Ik wil gewoon de vrijheid hebben om mijn professionaliteit zelf in te vullen.
Bovendien worden we vaak afgeschilderd als geldwolven die afspraken rond honoraria liever aan hun laars lappen. Dat klopt niet: voor een individuele sessie bedraagt het honorarium van een geconventioneerde psycholoog ongeveer 85 euro. Vermits er voor mijn patiënten minder terugbetaling voorzien is, wil, kan of durf ik dat bedrag niet aanrekenen. Patiënten betalen bij mij meer uit eigen zak en toch verdien ik minder.
Drie op vier deuren blijven dicht
Wat ik vooral wil aankaarten, is dat deze campagne haar belofte niet kan waarmaken.
Laat me beginnen met ‘het maximaal 11 euro’ verhaal. Al voelen veel mensen zich aangespoord om gebruik te maken van deze laagdrempelige en goedkope hulp, toch zal slechts een heel kleine groep dat ook effectief kunnen.
In België zijn op dit moment zowat vierduizend klinisch psychologen of klinisch orthopedagogen geconventioneerd, op een totaal van meer dan zestienduizend beschikbare psychologen en orthopedagogen. Voor mensen die willen genieten van deze laagdrempelige hulp, blijven drie op de vier deuren dus gesloten. Terwijl ook achter die deuren psychologen zitten die graag willen helpen.
Teleurstellende zoektocht
Klop je als burger wel aan op de juiste deur – lees: die van de geconventioneerde psycholoog – dan blijft de kans klein dat je meteen gehoor krijgt. Ook deze collega’s kampen met wachtlijsten en moeten vaak zonder vastgelegde criteria zelf een keuze maken wie van deze laagdrempelige hulp gebruik kan maken.
De feiten zijn dus helder: via haar campagnewebsite verwijst het RIZIV mensen uitsluitend door naar een beperkte groep van geconventioneerde psychologen. Die psychologen moeten veel hoopvolle hulpvragers teleurstellen wegens geen plaats. Dan begint de zoektocht naar andere geconventioneerde psychologen of naar niet-geconventioneerde psychologen. In het laatste geval moet de patiënt wegens minder terugbetaling dieper in de eigen geldbeugel tassen. Bovendien werken ook deze psychologen met patiëntenstops of wachtlijsten.
Hier klopt veel niet
De noden op vlak van psychisch welzijn zijn groot in onze samenleving. Ik begrijp dat je die met de beperkt beschikbare gemeenschapsmiddelen niet meteen kan opvangen. Maar doe in een campagne rond zo’n gevoelig thema’s dan ook geen loze beloftes. Wie zijn beloftes niet waarmaakt, wordt terecht op de vingers getikt. Maar niet het RIZIV. En waarom mag ik als psycholoog geen reclame maken terwijl het RIZIV openlijk promotie voert voor mijn geconventioneerde collega’s? Geef toe: hier klopt veel niet.
Deze campagne geeft me het gevoel dat ik gestraft word voor mijn beslissing om geen conventie met de overheid te sluiten.
Weinig commotie
Ik kijk niet alleen teleurgesteld naar de overheid. Ook wij, psychologen en onze belangenverenigingen, maken veel te weinig commotie rond deze campagne. We zijn al blij dat de overheid psychische problemen en de noodzaak om erover te praten eindelijk agendeert. We blijven stil omdat we hopen dat dit besef vroeg of laat uitmondt in een betere zorg. En intussen halen we de kastanjes van deze foute campagne uit het vuur door mensen te vertellen waarom deuren toch gesloten blijven.
Ik baal omdat de sterke boodschap “Spreek erover” niet waarmaakt wat ze aankondigt. Ik ben trots op mijn beroep maar vrees dat verschillende collega’s uiteindelijk afhaken als het op deze manier verder moet.
Terwijl samenwerking en verbinding terecht de modewoorden zijn, organiseert deze campagne een tweespalt tussen collega’s die wel of niet geconventioneerd zijn. Dat is nergens voor nodig. We beogen allemaal hetzelfde: mensen met psychische problemen helpen zonder financiële of andere drempels.
Ook ik wil erover praten
Laten we zorgen dat bevlogen psychologen met goesting en een gevoel van waardering in hun job blijven staan. Laten we hopen dat mensen sneller de hulp krijgen die ze nodig hebben en niet opnieuw van hoop naar hopeloosheid gestuurd worden.
Daar wil ik in geloven, maar die hele campagne geeft me zo veel andere emoties. En daarom wil ik erover praten en hoop ik dat er reacties volgen van collega’s en andere mensen.
Bron : sociaal.net
by admin | jun 4, 2024 | Antipestteam
Niko Dekeyzer werkt al dertig jaar met kinderen en jongeren met een beperking. En al dertig jaar lang zijn er wachtlijsten en een tekort aan opvangplaatsen: “Op dit moment is zoeken of rondbellen zelfs niet meer nodig. Ik ken het antwoord: geen enkel perspectief.”
Van geen hout pijlen maken
Ik werk al dertig jaar met kinderen en jongeren met een beperking. De woorden wachtlijst en plaatstekort hebben altijd in mijn woordenboek gestaan.
Er is altijd al te weinig plaats geweest in de multifunctionele centra. Ook voor vakantieopvang of kortverblijf was het lastig zoeken. Maar op dit moment is zoeken of rondbellen zelfs niet meer nodig. Ik ken het antwoord: geen enkel perspectief.
Als zelf zoeken geen oplossing meer is, kan je als begeleider gelukkig nog altijd terecht bij jeugdhulpregie of bij het VAPH zelf. Helaas weten die diensten vaak zelf van geen hout pijlen meer te maken.
Ik citeer uit een mail van een jeugdhulpregisseur: “Ik hoop maar dat onze samenleving bij de eerstvolgende verkiezingen de kaart van de meest kwetsbare kinderen en gezinnen trekt en onze sector weer wat zuurstof toebedeeld krijgt.”
Mooie woorden om te zeggen: onze hulpverlening wordt verstikt. Als ik voor een gezin uit Antwerpen naar Poperinge moet bellen voor een oplossing, dan weet je dat er een groot probleem is. Ook in West-Vlaanderen was er trouwens geen plaats. Het woord aanmeldingsstop heeft helaas wachtlijst vervangen.
Verontrusting
Als verantwoordelijke van een thuisbegeleidingsdienst kom ik dagelijks in contact met gezinnen waar de vraag “Is dit nog goed genoeg?” mag en moet gesteld worden.
Er worden ons, hulpverleners, tal van methodieken aangereikt om beter om te gaan met verontrusting. Maar wat heb je aan ‘Signs of safety’ als op het einde van de rit de conclusie is: het is niet meer veilig voor het kind, maar helaas er is nergens plaats.
Op dit moment zitten er heel wat kinderen met een beperking in een schrijnende situatie gewoon thuis. Meestal kunnen ze zelfs niet naar school. Want ook in het buitengewoon onderwijs is er geen plek.
De Vertrouwenscentra Kindermishandeling, Ondersteuningscentra Jeugdzorg en de jeugdrechtbanken geven gelijkaardige signalen. Ook zij kunnen niet voorbij de wachtlijsten en kunnen geen opvangplaatsen toveren.
Anders gezegd: heeft het nog nut om als hulpverlener een melding te doen als er toch nergens plaats is? Hoe kunnen we kwetsbare kinderen beschermen als we ze geen alternatief kunnen bieden voor een onveilige thuissituatie?
Verkiezingen
Op zondag 9 juni zijn er verkiezingen. Onderwijs, welzijn en ondersteuning voor kinderen en jongeren met een beperking zijn allemaal Vlaamse bevoegdheden. Waarom zouden we wat we zelf doen niet eens veel beter beginnen doen?
Terwijl ik deze opinie schrijf, besef ik maar al te goed dat er vanavond kinderen met een beperking met te weinig eten naar bed worden gestuurd. Anderen worden blootgesteld aan fysiek geweld. Nog anderen zullen aangetast worden in hun lichamelijke integriteit of geconfronteerd worden met seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Dit zijn geen anonieme kinderen. Velen hebben al een dossier. Families zijn gekend bij de politie. Alleen slaagt hulpverlening er niet in om de juiste zorg te bieden. Niet omdat we niet weten wat die kinderen nodig hebben. Wel omdat wat deze kinderen en jongeren nodig hebben niet beschikbaar is.
Dertig jaar
Ik doe mijn job nu dertig jaar. Ik weiger me over te geven aan cynisme. Ik weiger ook te geloven dat er niets kan veranderen.
Deze opinie is in de eerste plaats gericht aan de verantwoordelijke beleidsmakers, zodat ze nooit zullen kunnen zeggen: “Dat wisten we niet”. Aan politici die denken dat mijn brief fel overdreven is heb ik maar één boodschap. Ga praten met jeugdrechters, consulenten, opvoeders, begeleiders en jeugdhulpverleners.
Daarnaast wil ik een emotionele oproep doen aan alle grote en kleine zorgaanbieders: durf te investeren in extra plaatsen. Durf geloven dat de subsidiërende overheid echt wel duurzaam wil investeren.
Grote hervorming
Er dringt zich een grote hervorming op waarbij meer middelen helaas niet dé oplossing zullen zijn. Weet immers dat het personeelstekort op dit moment een groter probleem vormt dan het tekort aan middelen. Alleen is dat probleem de voorbije jaren door de politiek zelf gecreëerd door de ‘helden van de gehandicaptenzorg’ te vergeten.
Deze brief is voor al deze helden. Maar ook voor alle ouders met een kind met een beperking die botsen op een muur van wachtlijsten. Wachtlijsten in de kinderopvang. Wachtlijsten voor school. Wachtlijsten voor een diagnosecentrum. Wachtlijsten voor ondersteuning. Wachtlijsten voor vakantieopvang.
Ik wil afsluiten met een getuigenis van twee weken terug. Een alleenstaande mama uit Antwerpen belt mij in tranen. Ze moet zich verplicht inschrijven bij de VDAB want ze is werkloos en woont in een sociale woning. Eerst was ze heel enthousiast! Eindelijk zou ze kunnen werken.
Maar die mama heeft twee kleuters in huis, allebei met een verstandelijke beperking. Voor geen van de twee is er plaats in het buitengewoon onderwijs. De oudste kan twee halve dagen naar het regulier onderwijs. Voor de jongste is er niets. Vanuit de VDAB krijgt ze de boodschap dat gebrek aan opvang of school voor de kinderen geen geldige reden is om geen werk te zoeken. En als ze blijft weigeren, kan ze haar sociale woning verliezen.
Ben jij nog mee? Ik versta dat niet. Wie helpen we hiermee?
Bron: sociaal.net