Lager leefloon met “voedselcheques” op tafel

De Arizona-onderhandelaars buigen zich over een mogelijk opmerkelijke hervorming van het leefloon. Dat schrijft ‘De Morgen’, dat de onderhandelingsnota rond het thema migratie heeft kunnen inkijken. Een deel van het leefloon wordt straks mogelijk in “voedselcheques” uitbetaald, zo klinkt het.

Het leefloon zou herwerkt moeten worden tot “een lager basisbedrag om de essentiële noden te dekken” en “aanvullende bedragen die gelinkt worden aan inspanningen om te integreren”, wordt volgens ‘De Morgen’ in de nota voorgesteld.

Een deel van het lagere basisbedrag moet vervolgens in “alternatieve vormen” worden uitbetaald, “zoals voedselcheques”. Bij de aanvullende bedragen wordt onder meer verwezen naar het leren van de taal van de eigen regio en het zoeken naar werk. Vooral N-VA heeft tijdens de verkiezingscampagne gepleit voor meer zekerheid dat het leefloon “naar essentiële zaken” gaat.

Verder liggen onder meer strengere voorwaarden op tafel voor wie een leefloon en andere sociale bijstand aanvraagt. ‘De Morgen’ stipt aan dat de onderhandelingsnota nog “behoorlijk veel passages bevat waar geen consensus over bestaat”.

Bron: HLN

Onderzoek bewijst: hoogste inkomens betalen minste belastingen

Baanbrekend onderzoek van de KU Leuven toont voor het eerst aan dat de inkomensongelijkheid in België groter is dan tot nu toe geschat. Voor het eerst werden inkomsten uit vermogens in kaart gebracht en meegenomen in de berekeningen van de inkomensongelijkheid. Uit het onderzoek blijkt ook dat de hoogste inkomens verhoudingsgewijs minder belastingen betalen dan wie het minst verdient.

Het gezamenlijk onderzoek van toonaangevende economen van de KU Leuven, Universiteit Antwerpen en ULB  dat volgende week wordt voorgesteld, doet nu al heel wat stof opwaaien. De kranten De Tijd en De Standaard brachten de resultaten vandaag op hun voorpagina’s. Het is de eerste keer dat onderzoekers erin geslaagd zijn het inkomen uit vermogen in kaart te brengen.

Uit het onderzoek blijkt dat het beeld van België als een van de weinige landen met een relatief geringe inkomensongelijkheid niet klopt. Wanneer namelijk de inkomsten uit vermogen mee in de berekeningen worden opgenomen, verschuift het plaatje ten voordele van de hoogste inkomens. ‘De sterkste schouders dragen niet de zwaarste lasten’, stellen de onderzoekers het zelf in hun boek De Paradox van de Ongelijkheid in België.

Rijksten dragen minder bij dan armsten

Daarbij valt op dat het progressieve belastingstelsel dat in België geldt, waarbij de belastingvoet stijgt naarmate je meer verdient, maar tot op een bepaald punt écht progressief is. Voor de allerhoogste inkomens daalt de belastingvoet namelijk razendsnel. Terwijl de tien procent hoogste inkomens gemiddeld nog 40 procent belastingen betalen op hun inkomen, zakt dat voor de rijkste 1 procent naar slechts 23 procent. Ter vergelijking: de laagste inkomens dragen gemiddeld 37 procent af aan de belastingen.

“Als ook rekening gehouden wordt met het effect van btw en accijnzen, wordt het inkomen van de 20 procent laagste inkomens zwaarder afgeroomd dan van de 20 procent hoogste inkomens”, stellen de onderzoekers vast.

Daarnaast blijkt dat de ongelijkheid op vlak van toegang tot publieke dienstverlening en voorzieningen nog groter is dan de ongelijkheid op basis van inkomen. Dat komt onder andere door de woningprijzen die duurder zijn op locaties met goede voorzieningen dan op plaatsen waar deze minder sterk uitgebouwd zijn. Daardoor wordt de ongelijkheid verder in de hand gewerkt.

Plannen Arizona nefast voor strijd tegen ongelijkheid

“Dit toont aan dat de komende regering werk moet maken van een weldoordachte belastinghervorming, een deftige meerwaardebelasting op inkomsten uit vermogen moet er komen”, klinkt het bij het ACV. “Het kan niet dat wie het minst verdient meer bijdraagt dan de allerrijksten in onze samenleving.”

“Uit het onderzoek blijkt ook dat herverdelende maatregelen een positief effect hadden op de inkomensongelijkheid waarbij dat vooral aan de welvaartsaanpassingen van de pensioenen en uitkeringen te danken is. Ook de sociale zekerheid en publieke dienstverlening zijn belangrijke wapens in de strijd tegen ongelijkheid. Maar net die zaken liggen momenteel onder het besapringsmes van de regeringsonderhandelingen. Als de plannen van formateur De Wever (N-VA) erdoor komen, zal niet alleen de welvaartsenveloppe uitgehold worden en de BTW en accijnzen worden verhoogd, maar ook nog eens besparingen in de sociale zekerheid en in de publieke sector worden doorgevoerd. En dan vergroot de inkomenskloof nog meer.”

Bron: dewereldmorgen.be

Unia sleept NMBS voor de rechtbank

Unia sleept NMBS voor de rechtbank

Mensen met een beperking hebben recht op toegankelijk openbaar vervoer

Vandaag 3 december was het de internationale dag van personen met een beperking. Aangezien het voor mensen met een beperking in België nog altijd moeilijk is om toegang te krijgen tot publieke ruimtes en openbaar vervoer, stapt Unia naar de rechtbank in een zaak tegen de NMBS.

Ondanks dat volgens de Belgische grondwet “elk persoon met een handicap recht heeft op volledige inclusie in de samenleving, inclusief het recht op redelijke aanpassingen”, biedt nog geen enkele aanbieder van openbaar vervoer een volledig toegankelijk netwerk voor de hele samenleving.

Ook het Belgian Disability Forum (BDF) concludeert in hun rapport van 2024 dat “personen met een handicap het overgrote deel van het openbaar vervoer niet spontaan en zelfstandig kunnen gebruiken”.

Unia, een instelling die zich inzet tegen discriminatie, heeft al meerdere malen juridische stappen gezet tegen deze vorm van discriminatie. In 2023 hebben ze al een zaak gewonnen samen met vier rolstoelgebruikers, tegen de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn wegens schending van het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap.

“Unia roept de autoriteiten op om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met de aanbevelingen van het Comité van de Verenigde Naties voor de rechten van personen met een handicap van afgelopen september. Het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap staat aan de top van de Belgische rechtsorde. Dat betekent dat al onze wetgeving, praktijken en politieke maatregelen in overeenstemming moeten zijn met de bepalingen ervan”, zegt Els Keytsman, directeur van Unia.

Rechtzaak tegen NMBS

In een persbericht van 3 december stelt Unia dat de NMBS nu aan de beurt is. Op het moment kunnen namelijk mensen met een rolstoel op minder dan een derde van de stations de trein betreden met een toegangshelling. De NMBS weigert deze toegangshellingen op alle stations in te zetten.

“Bovendien kan dat meestal enkel als er 24 uur vooraf een reservering is gemaakt. Het komt dan ook regelmatig voor dat de begeleider personen met een beperking niet wil helpen en dat ze op het perron blijven staan”, zo staat er in het persbericht.

Voor personen met een hanidcap heeft zulk gebrek aan toegankelijkheid een enorme psychosociale impact. Dit is voor Unia dan ook een schending van het VN-verdrag en discriminatie op grond van handicap.

Toegankelijkheid is ook digitaal

Naast fysieke toegankelijkheid wordt ook de toegang tot informatie binnen het openbaar vervoer steeds moeilijker voor personen met een handicap. Door digitalisering van communicatieve diensten verdwijnen er steeds meer loketten.

Het gebrek aan menselijk contact in treinstations kan voor veel mensen met een beperking een obstakel zijn. “Laten we niet vergeten dat een handicap niet beperkt is tot het stereotype van de persoon in een rolstoel. 80 procent van de handicaps zijn onzichtbaar”, zo stelt Unia.

“Als onafhankelijk orgaan dat de naleving van het VN-verdrag verzekert, dringt Unia er bij de autoriteiten op aan om dringend een bindend juridisch kader aan te nemen met precieze doelstellingen, een tijdschema, controle en sancties bij niet-naleving voor de toegankelijkheid van de fysieke en digitale omgeving. We hebben er al meerdere keren om gevraagd, en het VN-Comité vraagt er ook om”, besluit directeur Els Keytsman.

Bron: dewereldmorgen.be

Supernota De Wever is frontale aanval tegen onderwijspensioenen

Supernota De Wever is frontale aanval tegen onderwijspensioenen

De voorstellen in de supernota van De Wever zijn bijzonder nadelig voor het pensioen van het onderwijspersoneel. De job wordt daarmee een pak minder aantrekkelijk terwijl het lerarentekort nu al zo nijpend is. Acties zijn niet uitgesloten.

De uitkomst van de regeringsonderhandelingen kennen we nog niet, maar de gelekte supernota van Bart De Wever maakt wel duidelijk in welke richting hij wil uitgaan, en dat belooft weinig goeds.

De voorstellen

Vooreerst gebeurt de berekening van de pensioenen op een andere manier, en die is financieel bijzonder nadelig. Door die nieuwe berekening zal een leraar in de toekomst tussen 200 en 900 euro per maand minder krijgen. Je leest het goed: 200 tot 900 euro per maand. Als een leerkracht nog twintig jaar leeft, zal hij of zij daardoor tussen de 50.000 en 200.000 euro minder pensioen krijgen.

Door die andere berekening zal het onderwijspersoneel ook 4,5 jaar langer moeten werken om een volledig pensioen te ontvangen.

Daarnaast wil men de gelijkgestelde periodes, zoals die bij ziekte, zwangerschappen of zorgtaken voor kinderen en ouders, beperken. Daardoor zullen ook brugpensioen, langdurige werkloosheid en landingsbanen niet meer meegeteld worden voor de opbouw van pensioenrechten.

Deze beperking zal vooral vrouwen of alleenstaanden treffen, die de combinatie van werk, gezin en zorg op zich nemen. Voor deze groepen, die vaak afhankelijk zijn van deze gelijkgestelde periodes om hun pensioen op te bouwen, zal het resulteren in significante pensioenverlagingen.

Ook de huidige groep gepensioneerden blijft niet gespaard, aangezien de regelgeving omtrent de perequatie – een mechanisme dat ambtenarenpensioenen welvaartsvast maakt – ook wordt aangepast. Dit betekent dat die pensioenen in de toekomst minder in waarde zullen stijgen, waardoor ze financieel kwetsbaarder worden.

Pensioen en job aantrekkelijkheid

Een veelvoorkomende misvatting is dat onderwijspensioenen hoog zijn. Hoewel een kleine groep mogelijk beter af is, geldt dit niet voor de meerderheid. Veel gepensioneerde leerkrachten houden amper genoeg over om zorgkosten te dekken.

In de privésector zijn de wettelijke pensioenen inderdaad lager, maar zij worden vaak aangevuld met groepsverzekeringen, waardoor het feitelijk pensioenbedrag ongeveer hetzelfde is.

Het onderwijspensioen moet je bovendien zien als een sociaal contract. Het is een ‘uitgesteld’ loon waarvoor werknemers een deel van hun inkomen opzijzetten tijdens hun loopbaan, in ruil voor een waardig pensioen. Het lager loon in vergelijking met de privésector wordt dan (later) gecompenseerd met een hoger wettelijk pensioen.

De huidige geplande verlagingen zijn dan ook een vorm van diefstal op dat (opgebouwd) uitgesteld loon. Daarom zijn ze onrechtvaardig. Maar daarnaast zijn ze ook schadelijk voor de toekomst van het onderwijs, omdat ze de job in het onderwijs minder aantrekkelijk maken.

In het onderwijs zijn de lonen, bij gelijk diploma, een stuk lager dan in de privé sector. Ook op voordelen zoals een bedrijfswagen, aanvullend pensioen, hospitalisatieverzekering en smartphone moeten leerkrachten niet rekenen. Dat werd tot voor kort gedeeltelijk gecompenseerd door een goede pensioenregeling.

Als men dat ongedaan maakt valt een van de belangrijkste ‘voordelen’ van het onderwijs weg en dat heeft serieuze gevolgen voor aantrekkelijkheid van de job.

De sector kampt nu al met een acuut lerarentekort, met alle gevolgen van dien. Voor een aantal vakken vindt men geen interims meer, leerlingen zitten urenlang in de studiezaal of worden naar huis gestuurd, examens worden afgeschaft omdat er geen les over werd gegeven, enzovoort. Voor de kwaliteit van het onderwijs is dat nefast.

Acties?

Het onderwijs speelt een cruciale rol in de maatschappij. Onze leerlingen zijn het menselijk kapitaal van de volgende generatie. Wie daar niet in investeert legt een zware hypotheek op de toekomst. Daarom is het belangrijk dat onderwijs een rechtvaardige behandeling krijgt in het pensioendebat.

De vakbonden trekken aan de alarmbel. Hun oproep is duidelijk: stop met bezuinigen op de rug van onderwijspersoneel en zoek rechtvaardige oplossingen om de lasten eerlijk te verdelen.

Alvast ACOD Onderwijs overweegt acties en mobiliseert haar leden om zich uit te spreken tegen deze ingrijpende veranderingen. Het zou wel eens een warme winter kunnen worden.

Bron: dewereldmorgen.be

Interview. Werkloosheidsuitkering in de tijd beperken?

Pak het economisch systeem aan, niet de slachtoffers ervan!

Interview met Cédric Leterme van Gresea

In de catalogus van verschrikkingen die worden voorbereid door De Wever, Bouchez en hun Arizona-partners staat een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Dat is een echte “trofee” voor rechts. Nochtans is het repressief aanpakken van werklozen niet effectief als het doel is om ‘meer mensen aan het werk te krijgen’. Het is een symboolmaatregel die weinig oplevert. Waarom wordt er dan zo hard op aangedrongen? We spraken met Cédric Leterme van de onderzoeksgroep Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie économique alternative).

Interview door Nicolas Croes uit maandblad De Linkse Socialist

Vorig jaar schreef je een artikel onder de titel: “Beperking van de werkloosheidsuitkering: wie profiteert?” Daarin stelde je dat deze maatregel niets zou doen aan de werkloosheid en dat het aanvallen van werklozen een manier is om de aandacht af te leiden van de echte profiteurs. 

“Dat was een reactie op het feit dat ook Vooruit zich voor het eerst voorstander verklaarde van de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Die koerswijziging kwam niet als een verrassing: het ligt in de lijn van de activering van werklozen die in 2004 werd ingevoerd door Frank Vandenbroucke, die dicht bij Conner Rousseau staat. Les Engagés sloten zich toen ook aan bij deze eis, waardoor het erg waarschijnlijk werd dat deze maatregel na de verkiezingen op tafel zou liggen.”

“Het is duidelijk aan afleidingsmanoeuvre. Als er over werklozen gepraat wordt, blijft het bredere plaatje buiten beeld. Dat gebeurt al decennialang op systematische wijze. Om niet over belastingontduiking, inflatie of overwinsten te hoeven praten, gaat het over werkloosheid en langdurige werkloosheid. Dit is des te schandaliger omdat de vorige aanval, in 2012, de inschakelingsuitkering (de vroegere wachtuitkering) in de tijd beperkte en bij andere uitkeringen een sterkere degressiviteit (daling van de uitkering) invoerde. Heel wat uitkeringen liggen onder de armoedegrens. Zo kan je onmogelijk fatsoenlijk leven.”

“Twee studies hebben een balans opgemaakt van de maatregelen van 2012. Het resultaat is weinig verrassend, we wisten op voorhand dat je geen jobs creëert door werklozen te straffen. De cijfers tonen aan dat de degressiviteit en de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering geen enkel resultaat opleverden. Het leidde tot een explosie van werkonzekerheid en het verhoogde de druk op de OCMW’s. Van de mensen die werden uitgesloten van een recht op uitkering, kwam slechts de helft bij het OCMW terecht. Wat gebeurt er met de anderen? Rechts klaagt over druggebruikers en bedelaars… Maar die komen ergens vandaan! Als alles wegvalt en mensen zelfs door het laatste vangnet vallen, komen ze ook nog ergens terecht. Er is solidariteit binnen de familie, mensen gaan terug thuis wonen, anderen staan op straat. We verliezen deze mensen uit het oog. Vanuit het oogpunt van sociale controle is deze maatregel dus compleet absurd. Sociale zekerheid is ook een manier om een band met de samenleving te behouden.”

“De verwachte besparing is overigens erg beperkt. De nota van De Wever had het over 1,8 miljard euro besparen door de uitkering te beperken tot twee jaar. Tegelijk zou er 1 miljard naar de OCMW’s gaan om de extra uitgaven op te vangen. Het gaat dus om een besparing van 800 miljoen euro. Dat is een habbekrats op de begroting. Voor tienduizenden mensen betekent het echter nog dieper in de armoede belanden.”

De regering-De Croo, met groenen en sociaaldemocraten, wilde de werkzaamheidsgraad tegen 2030 optrekken tot 80%. Dit doel wordt ook nu gehanteerd en steeds herhaald. Waar komt dit cijfer vandaan?

“Het is eigenlijk willekeurig. 80% klinkt mooi, beter dan 78% of 82%. Dit cijfer omvat alle mensen die in de week voor het onderzoek ‘betaald werk’ hebben gedaan, inclusief deeltijds, tijdelijk of wat dan ook. Vandaag is er een historisch laag werkloosheidscijfer. Binnen de beroepsbevolking zijn er mensen met goede redenen niet aan de slag. Het gaat om zieken, mensen die voor hun gezin zorgen of een opleiding volgen.” 

“Als we de arbeidsparticipatie bekijken vanuit het aantal voltijdse equivalenten, krijgen we overigens een ander beeld. Er wordt ons verteld dat de werkzaamheidsgraad in Nederland prachtig is, bijna 80%. Het aantal tijdelijke werknemers en onzekere contracten ligt er echter veel hoger. Als we vergelijken op basis van het aantal voltijdse equivalenten, is het verschil marginaal. Alleszins zal die 80% niet bereikt worden door 100.000 werklozen te straffen. Er zouden 800.000 tot 900.000 mensen in dienst moeten treden, terwijl er op dit moment 180.000 jobs beschikbaar zijn.”

Ondertussen ziet de economische situatie er somber uit en zijn er meer collectieve afdankingen…

“We kunnen inderdaad verwachten dat de werkloosheid zal stijgen naarmate de sociale drama’s zich opstapelen. Gaan we de schuld daarvoor bij de slachtoffers leggen? Waar gaan die mensen terechtkomen? Zelfs indien er nog altijd een krapte op de arbeidsmarkt is, zeker in sectoren met slechte arbeidsvoorwaarden.”

“Aan de andere kant horen we niets over maatregelen die de arbeidsparticipatie zouden versterken, zoals collectieve arbeidsduurvermindering. Daarvan is aangetoond dat het veel effectiever is dan het bestraffen van mensen.”

Arbeidsduurvermindering is ook nodig om de werkdruk te verlagen. Dergelijke eisen zijn essentieel in de ideologische strijd tegen rechts.

“Het is ongelooflijk dat de MR zich heeft weten te positioneren als de partij van de werkenden. De eerste maatregel van de Waalse regering was de afbouw van successierechten. Ze hebben het over individuele verdienste en verdedigen de rijksten. Ze bevoordelen de aandeelhouders, diegenen die niet werken dus. En toch komt de MR ermee weg.”

“Het is problematisch dat er enkel nog over werk gesproken wordt vanuit een marktperspectief. We hebben volgens hen enkel een job nodig om geld te verdienen, ongeacht de samenleving, ongeacht de sociale zekerheid en ongeacht de betekenis en het sociale nut van een job. Bovenal moet elke verstoring van de commerciële arbeidsmarkt door de overheid of de vakbonden vermeden worden.”

“Links praat niet meer over werk, of enkel in de termen van rechts. Dat is dramatisch. Ik las een interview in L’Echo met iemand van de PVDA. De journalisten waren vastberaden om hem te laten zeggen dat multinationals nodig zijn om werk aan te bieden. Hij antwoordde: “Ja, ja, inderdaad. Maar dan moeten ze wel eerlijke belastingen betalen.” Waarom zouden we aanvaarden dat er nood is aan multinationals om ons te vertellen wat we moeten produceren en hoe dat gebeurt, zodat zij hun winsten kunnen opdrijven en er desnoods enkele kruimels voor ons overblijven? Als we dat aanvaarden, is de ruimte voor het ideologische discours behoorlijk smal. Nochtans hadden we de afgelopen jaren onder meer Covid19 en de overstromingen, die ons ertoe aanzetten om de manier waarop we werken in vraag te stellen, al was het maar vanuit ecologisch oogpunt, en om na te denken over productie die de gemeenschap dient in plaats van de aandeelhouders. Er is echter weinig radicaal discours. Uiteindelijk kon de MR zelfs het behoud van kernenergie erdoor drukken.”

“Links heeft het opgegeven om radicaal te denken over de economie. We zagen dit opnieuw bij Audi, waar de woestijn compleet was wat betreft oplossingen en vooruitzichten voor strijd. Zelfs indien die al even achter ons liggen, blijft er in België een geschiedenis van bedrijfsbezettingen. Er is ook het voorbeeld van de bezetting en reconversie onder arbeiderscontrole van GKN in Italië, die nog steeds bezig is. Dat komt echter amper naar voren. De PVDA beperkt zich tot een moratorium op afdankingen door autofabrieken. Maar wie gelooft daarin?” 

“Er heerst een fatalisme, een berusting. Het klopt natuurlijk dat rechts de verkiezingen won. We moeten dat echter niet te veel interpreteren. Het populistische rechtse discours staat sterker door de verloochening ter linkerzijde. Kort voor de verkiezingen waren er nog peilingen die aangaven dat een vermogensbelasting populair is. Dat is niet verdwenen. Mensen zijn zich bewust van de obscene concentratie van rijkdom. Maar zonder een collectief strategisch perspectief lijkt het zo enorm dat we niet echt weten wat we eraan moeten doen. Alles lijkt onbereikbaar: nationalisatie, socialisatie … We zijn al niet in staat om de schade te beperken, dus waarom nog verder gaan? Het concrete waar we iets aan denken te kunnen doen, beperkt zich tot de buurman die we ervan verdenken 100 euro meer te hebben.” 

“Verantwoordelijkheid nemen voor een breuk met het systeem is nodig. Falen komt vaak door een gebrek aan durf op dit niveau. We hebben een project nodig dat tot de verbeelding spreekt, dat hoop geeft en niet alleen de schade beperkt.”

“Dit jaar is het de 80ste verjaardag van het Sociaal Pact, waarop de sociale zekerheid gebaseerd is. Er zal geen tekort zijn aan nietszeggende herdenkingen, gebaseerd op het idee dat iedereen het eens was. Dat is niet waar, er was een krachtsverhouding. De uitdaging van vandaag is niet om de bestaande sociale verworvenheden te verdedigen als het maximaal haalbare. We moeten de verworvenheden verbreden, uitbreiden, verder gaan dan de kwestie van pure financiële overdrachten en ook opkomen voor de socialisatie van de productie en voor bestaanszekerheid van mensen, met huisvesting, voedsel, enz. De bazen zeggen dat ze niet tevreden zijn met deze sociale zekerheid, dus moeten ook wij luid en duidelijk kunnen zeggen dat het niet goed genoeg is en dat we ervoor gaan vechten.”

Bron: socialisme.be