Interview. Welke toekomst voor Audi in Vorst?

Interview met Grégory Dascotte, secretaris ABVV Metaal Brussel

De directie van Audi ziet geen toekomst voor de site in Vorst. 3000 jobs zijn bedreigd. We spraken met Grégory Dascotte, secretaris van ABVV Metaal in Brussel. Hij werkte 15 jaar als arbeider bij VW en vervolgens bij Audi van 1997 tot 2013. Daar was hij delegee op de werkvloer. Sinds 2013 werkt hij voor ABVV Metaal in Brussel. 

Interview door Guy Van Sinoy uit maandblad De Linkse Socialist (afgenomen eind oktober)

Hoe ver staan de onderhandelingen?

“Onze eerste prioriteit is om zoveel mogelijk jobs te behouden. Maar veel werknemers, zelfs de meest gemotiveerde, hebben de hoop bijna opgegeven. Daarom zijn we begonnen met het bespreken van een sociaal plan. We hadden de besprekingen hierover kunnen uitstellen, maar we staan onder grote druk van sommige werknemers – en zelfs van militanten – die alle hoop op de komst van een investeerder of koper hebben opgegeven. De situatie is moeilijk omdat een ontslagvergoeding geen job is.”

“Er waren mogelijkheden om jobs te behouden in de Audi-vestiging in Vorst, ook al waren die minimaal. In ieder geval niet bij Audi, niet bij een merk van de VW Group, maar misschien bij een andere fabrikant. Eerlijk gezegd denken we niet dat het management van Audi Brussels hier echt in geïnteresseerd is, want ze doen er alles aan om de onderhandelingen met een andere constructeur te dwarsbomen. We hebben geen precieze informatie over de gesprekken die het management van Audi heeft gevoerd met andere potentiële kopers.”

Audi kreeg gemakkelijk toegang tot overheidsgeld. Wat zeggen de politici vandaag?

“Op dit moment staan we volledig machteloos. We zijn erin geslaagd om via de PVDA een parlementaire commissie voor economische en sociale zaken te laten bijeenroepen. Die commissie is twee keer samengekomen. De eerste keer presenteerden we het standpunt van de vakbonden.  Iedereen was echt beledigd door de situatie. We nodigden de parlementsleden uit om de fabriek te bezoeken, zodat ze met eigen ogen konden zien waarvoor het overheidsgeld dat aan Audi Brussels werd gegeven (157 miljoen euro!), is gebruikt. Ze waren stomverbaasd dat zo’n moderne fabriek gesloten werd.”

“Tijdens de tweede vergadering van de parlementaire commissie was de kloof tussen links en rechts duidelijk. De PVDA wil een moratorium op afdankingen en de sluiting voorkomen totdat er een koper of een alternatief is. De PS roept op tot een oplossing, maar is duidelijk geen voorstander van een moratorium. Wel wil de PS de wet-Renault verbeteren om onder andere onderaannemers op te nemen. De rechtse partijen, zoals de MR en de N-VA, verkeren in een liberaal delirium. Zij vinden dat er meer steun aan bedrijven moet worden gegeven en dat een moratorium absoluut moet worden vermeden, omdat dat volgens hen potentiële investeerders zou afschrikken.”

“Het management kwam – zonder de vakbonden – bijeen met de Task Force (een werkgroep binnen de Ministerraad waarin onder meer De Croo en Dermagne zitting hebben).  Het Audi-management liet hen een geheimhoudingsclausule ondertekenen, dus we kunnen niet weten wat er gezegd is. Het is onvoorstelbaar dat politieke vertegenwoordigers – die in principe de verkozen vertegenwoordigers van het volk zijn – op deze manier tot geheimhouding worden gedwongen!”

Publieke subsidies201820192020202120222023TotaalGemiddeld per jaar
23,0026,3030,5027,4825,0235,40157,7020,28

Waren de subsidies aan Audi onvoorwaardelijk?

“Sinds 2002 kent België een systeem van verminderde lasten (ten voordele van de werkgever) voor ploegenarbeid.  Bijna de volledige bedrijfsvoorheffing [directe belasting ingehouden op het loon] die door de werkgever op het belastbaar loon wordt ingehouden, moet door de werkgever niet aan de staat worden terugbetaald.  Met andere woorden: een aanzienlijk deel van de loonbelasting wordt door de werkgever in eigen zak gestoken. Naarmate de tijd verstrijkt, stijgt het percentage van de bedrijfsvoorheffing dat door de werkgever in eigen zak wordt gestoken. Werknemers zijn zich hier niet van bewust, want wanneer ze hun loonstrookje en documenten ontvangen om hun belastingaangifte in te vullen, wordt op het formulier niet vermeld dat deze voorheffing – ook al gaat het om een voorschot op de belasting – in de zak van de werkgever verdwijnt en niet in de staatskas. Dat zijn miljoenen die worden weggegeven! Zogenaamd om ons meer concurrentieel te maken dan onze buren.”

“Bovendien werden 1 miljoen werkuren uitgetrokken voor de opleiding van het personeel tijdens de omschakeling naar de productie van elektrische voertuigen.”

Als puntje bij paaltje komt, is er dan een reëel vooruitzicht op een koper?

“Volgens het management van Audi Belgium was er een serieuze kandidaat-investeerder – niet uit de auto-industrie – die binnen twee jaar klaar zou zijn. Deze investeerder zou 1.500 werknemers overnemen. Hij eist echter dat Audi zou betalen indien er binnen de zes jaar een herstructurering komt. Het was dus een behoorlijk wankele constructie. Audi zegt niet geïnteresseerd te zijn in dat scenario. Ook hier is er een geheimhoudingsclausule en weten we niet wie het is. Deze pseudo-vertrouwelijkheid is in strijd met de geest van de wet-Renault. Een parlementaire onderzoekscommissie zou dit obstakel uit de weg moeten kunnen ruimen.”

“We hebben vernomen dat ongeveer tien potentiële kopers zich hebben gemeld, Chinezen, Indiërs of anderen, waaronder busbouwers. Maar Audi zwijgt hierover, ongetwijfeld in de overtuiging dat het meer loont om de fabriek te ontmantelen en de gebouwen en de grond stuk voor stuk te verkopen.”

Hoe zit het met het personeel van de onderaannemers?

“Ten tijde van VW waren er al onderaannemers, maar niet zoveel als nu, nu alle logistiek wordt verzorgd door onderaannemers die bijvoorbeeld alle onderdelen naar de assemblagelijnen brengen. In het begin staakten we twee of drie dagen om het gebruik van onderaannemers te beperken. Desondanks zijn er nu bijna duizend werknemers in dienst van de onderaannemers.”

“We proberen hetzelfde akkoord te krijgen als bij Ford Genk – waar de productie nog 1 jaar zou doorgaan – waar het personeel van de onderaannemers hetzelfde sociale plan kreeg als de arbeiders in de fabriek, betaald door Ford.”

Het plan van de multinational is om de productie naar Mexico te verplaatsen?

“Niet echt! De productie van het Q8-model, dat hier wordt gemaakt, zou in 2027 stoppen. Audi heeft besloten om de productie van dit model twee jaar eerder te stoppen, in 2025. Het model dat later in Mexico geproduceerd zal worden, is een nieuwe generatie van de Q8. Er zijn natuurlijk loonverschillen tussen België en Mexico, maar dat is niet de doorslaggevende factor. In Vorst vertegenwoordigen de loonkosten (alle categorieën samen) slechts 8% van de kostprijs van de voertuigen! Natuurlijk zijn de lonen lager in Mexico, maar daar komen de kosten van het transport van de wagens naar Europa en de importtaksen bij. We hebben dit uitgelegd aan de parlementaire commissie, met cijfers in de hand, maar de MR – als een echte dogmatische partij – blijft herhalen dat het probleem wel de loonkosten moet zijn! Ze snappen het gewoon niet!”

“Het echte probleem ligt volgens ons elders. De ene dag is het volle kracht vooruit voor elektrische modellen, en de volgende dag wordt er teruggekrabbeld. Er wordt niet geïnvesteerd in onderzoek naar elektrische auto’s, in tegenstelling tot bijvoorbeeld China. Gebruikers weten op hun beurt niet waar ze aan toe zijn. Ze vragen zich af wat de toekomst is van elektrische auto’s in Europa voordat ze tot aankoop overgaan. De fabrikanten van hun kant willen hun winstmarges behouden, ondanks het feit dat er minder auto’s worden verkocht.”

Heeft Audi de macht om de komst van een andere fabrikant tegen te houden?

“De overheid is blijkbaar volledig ondergeschikt aan de wensen van de kapitalisten. De Croo en Dermagne zeggen tegen ons: vergeet niet dat de grond van hen is… Ook al weten ze heel goed dat hier miljoenen euro’s overheidsgeld in zijn gestoken…”

Tenzij de grond, de gebouwen en hun inhoud genationaliseerd worden…

“Maar dan moet je de politieke moed hebben om te nationaliseren. En geen enkel lid van de regering is daartoe bereid.”

Bron: socialisme.be

Bricoleren in de marge? Volstaat niet! Stop de winsthonger, investeer in zorg

  • Voor massale publieke investeringen in zorg en welzijn op basis van de noden
  • Zorg voor het zorgpersoneel: collectieve arbeidsduurvermindering tot 32 uur per week, zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen
  • Stop de Arizona-aanvallen op de pensioenen, lonen, openbare diensten en de meest kwetsbaren
  • We kunnen winnen: voor een opbouwend actieplan tot we resultaten halen. Strijd loont!
  • Dit systeem is rot tot op het bot, voor een samenleving die niemand achterwege laat: stop het kapitalisme

Protest is noodzakelijk tegen het aanhoudende tekort aan middelen, dat onze krakende zorg en welzijnssector nog meer onder druk zet. De nieuwe en toekomstige regeringen op alle niveaus zijn niet van plan om de nodige middelen uit te trekken voor degelijke dienstverlening en goede arbeidsomstandigheden. Het beloofde 1 miljard van de Vlaamse regering is slechts een druppel op een hete plaat, waarbij ze ons als concurrenten verdelen om deze middelen te bekomen.

Ze zouden luisteren naar het applaus van de bevolking voor de helden van de zorg tijdens de pandemie, maar laten de zorgcrisis ondertussen verder uit de hand lopen. Het toenemende personeelstekort leidt tot meer autoritair management in zogenaamd ‘zachte’ sectoren. Onderdrukking wordt steeds meer de norm, onaanvaardbaar!

Stop repressie en onderdrukking! Investeer in welzijn en gezondheid!

Bovendien worden de tekorten aangegrepen om de sociale sector in een rol van politie-agent te plaatsen om de onderdrukking mee op te voeren. Zo moeten sociaal werkers volgens het Vlaamse regeerakkoord ingezet worden om zieken en werklozen in te schakelen in een systeem van uitbuiting, en moeten ze mensen-zonder-papieren verder uitsluiten. Aan welke kant staan we?

Deze betoging zegt klaar en duidelijk: bricoleren in de marge volstaat niet. Er is nood aan eengemaakt verzet tegen het beleid van alle regeringen. Een betoging van Nederlandstaligen en Franstaligen, personeel uit publieke en private sectoren op alle beleidsniveaus, uit de zorg en uit de bredere welzijnssector.

Het is doorheen strijd dat we onze solidariteit versterken en organiseren. Door consequente strijd kunnen we de wanhoop onder collega’s richten op de verandering die nodig is.

Over sectoren heen: samen acties opbouwen!

Deze betoging is een eerste stap om de politieke machthebbers op andere gedachten te brengen. Ze zullen pas naar onze eisen luisteren als ze niet meer kunnen wegkijken. Toegevingen komen er pas als ze bang zijn dat ze anders nog meer verliezen. Zo’n krachtsverhouding opbouwen, is mogelijk door onze acties op te voeren en uit te breiden. Er is nood aan een oplopend actieplan dat opbouwt naar steeds sterkere acties door meer collega’s te betrekken, de gebruikers van onze diensten te mobiliseren en de werkende klasse in al haar diversiteit in actie te brengen tegen het asociale beleid. Want deze sector belangt iedereen aan! Door strijd geven we het publieke debat richting en bouwen we aan een krachtsverhouding.

Dit is niet alleen voor onze sectoren nodig. Alle indicaties voor het beleid van de toekomstige federale regering zijn verschrikkelijk. Het hele jaar door Halloween voor de werkenden om het hele jaar door kerstmis voor de kapitalisten mogelijk te maken. Aanvallen op de pensioenen, lonen, openbare diensten, werklozen, zieken … We worden allemaal geraakt omdat er volgens De Wever en Bouchez geen andere keuze is. Voor nieuwe miljardencadeaus aan de grote bedrijven en superrijken vinden ze altijd een keuze. Houd de dieven, stop Arizona!

Rechtse populisten spelen in op sociale problemen en onveiligheid, nadat ze die eerst zelf mee organiseren. Een beleid dat een groeiende groep volledig uit de samenleving weert, werkt problemen met druggebruik, armoede, geweld … in de hand. Waar zullen de werklozen zonder uitkering terechtkomen? Sommigen bij het OCMW, anderen op straat. En vervolgens willen de rechtse politici de sociale sector omvormen tot een politie-apparaat dat de onderdrukking oplegt. Sociale zekerheid is een bescherming voor alle werkenden, het is ook een manier om een band met de samenleving te behouden. Handen af van onze sociale zekerheid! Wie aan één van ons raakt, treft ons allen!

Antwoorden op rechts: de samenleving fundamenteel veranderen!

Onze eisen zijn divers, we komen uit erg verschillende sectoren en werkplaatsen. Ze zijn te herleiden tot dezelfde vraag: welk soort samenleving willen we? Een koude kille maatschappij waar de zorg een fabriek is geleid door autoritaire managers? Of een samenleving waarin de vele talenten en mogelijkheden van iedereen ten volle tot ontplooiing kunnen komen, een samenleving met meer en toegankelijke dienstverlening? Het kapitalisme sleurt ons in een spiraal van winsten voor een kleine minderheid en ellende voor de meerderheid. Het zorgt voor barbarij op alle vlakken, van ‘onze’ zorgcrisis tot een toename van verdeeldheid (racisme, seksisme, LGBTQIA+fobie …), klimaatrampen en oorlogen en genocide op internationaal vlak. Daar tegenover plaatsen wij een socialistische samenleving waarin de productiemiddelen onder democratische controle en bezit van de werkende klasse staan zodat we met een rationele planning de beschikbare middelen en rijkdom kunnen inzetten. Kortom, een radicale omwenteling waarbij de werkende klasse in al haar diversiteit zelf de touwtjes in handen neemt.

Tegen geweld op vrouwen, betoog mee op 24 november

“De schaamte moet van kamp veranderen”. Dat zei Gisèle Pélicot, de 72-jarige vrouw op het proces tegen haar 50 verkrachters. De verkrachtingszaak toont hoe wijdverbreid verkrachtingen en geweld op vrouwen in het algemeen is. In België waren er in 2023 meer dan 11.000 klachten wegens verkrachting, gemiddeld 30 per dag. Dat is slechts een fractie van het geweld, volgens de Veiligheidsmonitor wordt 82% van de seksuele aanrandingen niet gemeld. Waarom? Uit schaamte, uit angst niet geloofd te worden, uit gebrek aan begeleiding en zorg … De schaamte kunnen we van kamp doen veranderen door te strijden. Betoog op 24 november mee in Brussel tegen geweld op vrouwen en voor massale publieke investeringen in zorg, scholing en preventie.

Bron: socialisme.be

Massale betoging van zorg en welzijn toont potentieel

Op voorhand was aangekondigd dat er 10.000 deelnemers verwacht werden voor de betoging van het personeel uit de zorg- en welzijnssectoren. Het werden er meer dan drie keer zoveel! Uit alle hoeken van het land, uit erg diverse sectoren, van alle vakbonden en personeelsleden die niet gesyndiceerd zijn. Wat een krachtige en diverse betoging! Het succes geeft aan hoe diep de woede zit en hoe sterk de angst is voor het asociale beleid dat op alle beleidsniveaus wordt voorbereid op een ogenblik dat sociale sectoren het al niet meer kunnen bolwerken.

Het pamflet dat LSP verdeelde op de betoging titelde: “Bricoleren in de marge? Volstaat niet” en “Stop de winsthonger, investeer in zorg.” De roep om meer middelen voor betere dienstverlening domineerde de betoging. Meer nog dan de eigen loonsvoorwaarden, ook al mag er daar gerust ook iets aan gedaan worden, was dit een centraal thema. De tekorten zorgen voor een steeds grotere opgang van de marktlogica, ook in sectoren en diensten die daar haaks op staan.

Een verpleegkundige vertelde ons dat ze met slechts een beperkte groep collega’s deelnamen aan de betoging. Er wordt zo goed als elke dag op minimumbezetting gewerkt. Het maakt dat verpleegkundigen minder snel staken omdat ze vrezen dat ze andere collega’s daarmee raken. Niet dat het deze verpleegkundige aan redenen ontbrak om mee te betogen. De directie van het ziekenhuis stelt zich steeds meer autoritair op tegenover het personeel. Een nieuwe directrice komt over van de bankensector. Zo gaat dat onder managers: de ene dag werk je in een bank, de volgende in een ziekenhuis. Gespecialiseerd personeel dat het echte werk doet, kan dat natuurlijk niet. Maar de toplui die de zorg richting geven, hebben geen nood aan voeling met wat leeft op de werkvloer en met het werk dat daar verricht wordt.

Opmerkelijk op de betoging waren de vele groepjes van een brede waaier aan diensten. Het blok van sociaal werkers sprong eruit met aanwezigen uit heel het land, strijdbare slogans in het Nederlands en het Frans en samenwerking tussen groepen sociaal werkers die zich lokaal organiseren in actienetwerken (Sociaal Werkers in Actie, Sociaal Werkers Actienetwerk, Travailleurs Social en Lutte). De boodschap van het blok was duidelijk: er is genoeg geld, het zit in de zakken van de grote bazen en de superrijken. De sociale sector was gemobiliseerd. Wat er al uitlekte van de supernota van De Wever is vreselijk voor hen. Het beperken van de werkloosheidsuitkering in de tijd betekent dat er meer beroep zal gedaan worden op sociale diensten zoals OCMW’s. Daarnaast wordt van sociaal werkers steeds meer verwacht dat ze zich als politie-agenten gedragen en de onderdrukking mee opleggen, in plaats van het te bestrijden.

Er waren ook opmerkelijke solidariteitsdelegaties uit andere sectoren. Zo was er een mooie groep uit het Franstalig onderwijs, waar het statuut van het personeel onder vuur ligt met de nieuwe Franstalige regering. Na maandenlang betogen voor meer middelen en respect, kregen ze een mes in de rug gestoken. Dat is hoe de nieuwe Franstalige regering zorg draagt voor de komende generaties en diegenen die deze generaties een opleiding geven.

De betoging maakt duidelijk dat wat kruimels en gebricoleer in de marge niet volstaan. Het beloofde 1 miljard van de Vlaamse regering is slechts een druppel op een hete plaat, waarbij ze ons als concurrenten verdelen om deze middelen te bekomen. Er zijn echte investeringen in de zorgsectoren nodig! Dat betekent investeringen op basis van de noden. Er is zorg voor het zorgpersoneel nodig, door voldoende handen en een houdbare werkdruk. Arbeidsduurvermindering met behoud van loon en bijkomende aanwervingen zou de sector alvast veel aantrekkelijker maken.

Na deze meer dan geslaagde betoging is er nood aan een vervolg. Meer middelen voor goede zorg zullen we niet cadeau krijgen, er is strijd voor nodig. Dat er actiebereidheid is om die strijd te organiseren, zagen we vandaag. Hoog tijd voor een actieplan tot onze eisen ingewilligd zijn! Doorheen die acties moeten we het volledige systeem in vraag durven stellen. We willen geen koude kille maatschappij waar de zorg een fabriek is geleid door autoritaire managers, maar een samenleving waarin de vele talenten en mogelijkheden van iedereen ten volle tot ontplooiing kunnen komen, een samenleving met meer en toegankelijke dienstverlening.

Bron: socialisme.be

De Wever en Bouchez willen me 9 tot 12 jaar langer laten werken, dat hou ik niet vol

De nota van De Wever ligt in aangepaste vorm terug op tafel, nadat geen van de Arizona-partijen hiermee in oktober naar de gemeenteraadsverkiezingen wilde gaan. Net als andere werkmensen kijken cheminots met afschuw naar die nota. Wat er voor treinbegeleiders en machinisten uitschiet, is de aanval op hun pensioenstelsel. 

door een treinbegeleider uit maandblad De Linkse Socialist

Elke week een jetlag

Iemand die minstens dertig jaar gebold heeft – en dus op de meest onmogelijke uren gewerkt heeft – kan ten vroegste op 55 jaar op pensioen.

Om een idee te geven van die uren: iedere kalenderdag zijn die anders. De ene keer begin je om 03.05, de andere keer eindig je om 01.35. Soms sta je in een reeks met bijvoorbeeld alleen ‘vroege’ of ‘late’ diensten, maar het kan ook gemengd zijn. Je bent bijvoorbeeld opgestaan om kwart voor twee ‘s nachts, werkt tot 12u, en de dag erna sta je op je rustdag om 7u op om je kinderen naar school te brengen. Dan verschuift je ‘ritme’ dik vijf uur. Meermaals per week heb je eigenlijk een jetlag. Als je dat decennia doet, betaal je daar qua (gezonde) levensjaren ongetwijfeld een prijs voor. Maar daar staat dus een vervroegd pensioen tegenover.

Tot 12 jaar langer werken

De Wever stelde in de vorige versie van zijn super nota voor om de minimum pensioenleeftijd van NMBS-treinbegeleiders op 1 januari 2025 op te trekken naar 58 jaar. Vanaf 1 januari 2026 wordt die jaarlijks met een half jaar opgetrokken. In de tweede versie staat er “NMBS-personeel (55 jaar)” en het onmiddellijk optrekken naar 58 jaar is er uit.

Wat betekent dit concreet? Het hangt ervan af hoe oud je bent en hoeveel jaren rollende dienst je hebt. Sommigen gaan de eindmeet vlak voor hun neus zien verdampen en enkele jaren langer moeten komen. Iemand die bv op 1 mei 2026 stopt op 55 jaar, zal met dit plan een jaar langer moeten komen. Iemand die op 1 mei 2030 zou stoppen op 55 jaar, moet 5 jaar langer komen. Is het dat wat in de supernota bedoeld wordt met “respect voor de legitieme verwachtingen van mensen die vlak voor hun pensioenleeftijd staan”, “rechtszekerheid” en “respect voor opgebouwde rechten”? Velen gaan in de praktijk tot 67 jaar moeten komen. Vanaf 2049 zal voor treinpersoneel de wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar gelden. (Zie tabel onderaan).

Neem nu mijn situatie. Ik zou niet zoals afgesproken op 1 januari 2037 kunnen vertrekken. Dan ben ik 55 jaar, maar is de minimumleeftijd opgetrokken tot 61 jaar. Ik zou pas op 1 januari 2049 kunnen stoppen en twaalf jaar langer moeten blijven. Tenzij je dan nog steeds na een loopbaan van minimum 42 jaar kan stoppen en er geen jaren afvallen door niet-gelijkgestelde periodes. Dan wordt het april 2046 of ruim negen jaar langer!

Het is vreemd dat er in de nota eerst enkel sprake was van de NMBS-treinbegeleiders. Bij eerdere aanvallen, of ballonnetjes in de pers, was er steeds sprake van het rijdend personeel. Maar in de laatste versie gaat ook de pensioenleeftijd van de treinbestuurders omhoog. Was het een vergissing of wilden ze ons eerst één voor één aanpakken? Zeker is dat een aanval op de pensioenleeftijd van de treinbestuurders het personeelstekort zal verergeren. De geplande uitbreiding van het treinaanbod in december 2024 werd tot groot ongenoegen van minister Gilkinet teruggeschroefd. Wetende dat een bestuurder opleiden 1,5 jaar duurt en je ook nog kandidaten moet vinden, zal dit tegen december 2025 niet opgelost zijn. Er is een laag van treinbestuurders die naar de private goederenoperatoren kijkt, maar de stap niet zet omdat dat wel tot 67j is. Het (geleidelijk) optrekken van hun pensioenleeftijd zou een uitstroom veroorzaken en een serieuze bijsturing van het vervoersplan. Niet dat iedereen bij de goederen terecht kan, Lineas zit weer in grote problemen, maar toch.

Symbooldossier omdat we het nu al niet volhouden

Nu al komen velen niet in aanmerking voor een pensionering op 55 jaar. Ze komen bv op te late leeftijd binnen en kunnen hooguit een beetje voor de wettelijke pensioenleeftijd gaan. De grote baas van de treinbegeleiders zei hierover half oktober nog dat van wie vandaag 48 jaar is, slechts een minderheid op 55 jaar op pensioen kan. Anderen beginnen er jong genoeg aan, maar geven er voortijdig de brui aan. Nog anderen worden medisch afgekeurd. Hoeveel van de ongeveer 6000 betrokkenen zouden uiteindelijk op 55 jaar op pensioen gaan als Arizona dit niet doordrijft? Een minderheid. Veel zal het dus niet opleveren. Voor de Arizonapartijen is het een symbooldossier. Onze pensioenrechten zijn hen een doorn in het oog.

Wie zal deze beroepen nog een volledige loopbaan kunnen uitoefenen? Nu al zien we dat een aanzienlijk deel medisch afgekeurd wordt, dat velen het voor bekeken houden en heel wat gepensioneerde collega’s al in hun zestiger jaren overlijden. Het is al een uitdaging om het dertig tot zevenendertig jaar vol te houden, maar vijfenveertig jaar op de meeste onmogelijke uren opstaan, vanuit de ballast in treinen klauteren, geconfronteerd worden met agressies, aanrijdingen, propvolle diensten en andere bronnen van stress? Het dreigen jobs te worden die mensen maar een korte periode van hun loopbaan uitvoeren.

Rotte kers op de smerige taart: lager pensioen

Alsof dit nog niet erg genoeg is, wil de regering in wording ook de ambtenarenpensioenen op quasi dezelfde manier berekenen als die van werknemers in de privé. Die pensioenen zijn nochtans bij de laagste in West-Europa.

Ambtenaren zijn geprivilegieerd, zeggen parlementairen die ongeveer een drievoudig bedrag als pensioen zullen hebben. Naar Belgische normen hebben ambtenaren inderdaad hoge pensioenen (ikzelf zou bijvoorbeeld een pensioen hebben van € 2179 in 2037). Maar het zijn niet onze pensioenen die te hoog zijn, het zijn de wettelijke werknemerspensioenen die veel te laag zijn!

Bij het spoor is de refertewedde voor de berekening van het pensioen de gemiddelde wedde (zonder premies) van de laatste vier jaar. Door de loonbarema’s heb je ongeveer om de twee jaar een opslag en de laatste jaren van je loopbaan heb je je hoogste wedde. Arizona wou die pensioenen vanaf 1 januari 2025 berekenen op de laatste 20 jaar. Waardoor ze veel lager zullen uitvallen. Vanaf 2026 zou daar ieder jaar een jaar bijkomen. In de laatste versie is dit afgezwakt. Vanaf 1 januari 2025 komt er jaarlijks twee jaar bij. En vanaf 1 januari 2030 jaarlijks een jaar. Bij het spoor zal in 2055 de refertewedde het gemiddelde van de laatste 40 jaar zijn. Tenzij we in 2025 al meteen gelijk getrokken worden met de ambtenaren en naar 12 jaar gaan, dan komt het in 2049 op 40 jaar.

Bovendien wil Arizona onze voordelige tantièmes aanpassen. Je tantième bepaalt in combinatie met je loopbaanjaren het percentage dat je van die refertewedde overhoudt als pensioenbedrag. Rijdend personeel heeft het tantième 1/48. Dat betekent dat je na 36 jaren rollende dienst het maximum van 75% bereikt. Ander spoorwegpersoneel heeft het tantième 1/55. Dat betekent dat je na 41 jaar en 3 maanden loopbaan bij het spoor het maximum van 75% bereikt. Als de regering slaagt in haar opzet, wordt de loopbaanbreuk voor de jaren vanaf 1 januari 2025 1/60. Iemand die dan start, zal minstens 45 jaar moeten werken voor het maximumpercentage. Het zal een complexe berekening worden. Duidelijk is dat we een lager percentage zullen krijgen.

Net zoals het werknemerspensioen, zal de indexering van het ambtenarenpensioen geplafonneerd worden. In de laatste versie “tijdelijk”. Prijsstijgingen zijn dat nochtans niet. Ook de perequatie moet eraan geloven. Dat is de rechtstreekse koppeling van de ambtenarenpensioenen  aan de barema’s. Niet dat die bij het spoor de afgelopen 22 jaar nog zijn gestegen, maar het blijft een belangrijk principe.

Ook het vervroegd pensioen komt in het vizier. Enkel kalenderjaren met 156 gewerkte jaren zullen in aanmerking komen voor het bepalen van de lengte van de loopbaan. Voor wie in de loop van een kalenderjaar is beginnen werken, bv na de schoolcarrière afgerond te hebben, telt het eerste jaar meestal niet mee. Als je wat ziek bent geweest of deeltijds werkte onder een stelsel dat niet (langer) gelijkgesteld wordt, bv ouderschapsverlof, riskeren bepaalde jaren niet mee te tellen om vroeger op pensioen te kunnen. Wat met de 13 compensatiedagen en de 13 kredietdagen? Tellen die ADV-dagen mee als gepresteerde diensten? Anders is er niet veel nodig om onder de 156 te belanden.

De periode in een eindeloopbaanstelsel zal beperkt meetellen voor de berekening van het pensioenbedrag. Langer dan een jaar ziek zijn heeft ook een impact. Om werkhervatting aantrekkelijker te maken voor het pensioen, heet dat dan. Willen ze dan echt dat mensen ziek komen werken?

Loopbaanonderbrekingen zonder zorgmotief zullen niet meer meetellen voor het bepalen van de loopbaanjaren en de berekening van het pensioenbedrag.

Als dit alles erdoor komt, zullen velen een pak langer moeten werken voor een pak minder. Het begint erop te lijken dat mensen met zware, moeilijke en ongezonde jobs het pensioen zullen betalen van mensen die wél langer leven: consultants, managers, politici, … Iets zoals aangepast werk is er niet bij het spoor. Op het einde van je loopbaan deeltijds gaan werken wordt afgestraft: dan moet je langer komen en krijg je minder pensioen. De RVA toeslag voor het eindeloopbaanstelsel wordt afgeschaft.

Nochtans werd voorafgaand aan de overheveling van het pensioenfonds van den ijzeren weg in 2007 om de begroting te doen kloppen, een fonds waar generaties cheminots voor hebben afgedragen, beloofd dat alles bij het oude zou blijven.

Strijd nodig

Politiek hebben we bitter weinig bondgenoten. Conner Rousseau heeft zich in interviews bijvoorbeeld meermaals uitgesproken voor de verhoging van de pensioenleeftijd van het rijdend personeel. De regeringsonderhandelaars zijn hier niet over gestruikeld. Er was eensgezind over de afbraak van onze rechten.

We zullen ons dus vooral moeten baseren op de krachtsverhoudingen op de werkvloer en op straat. Het is uitkijken naar een opbouwend actieplan van de vakbonden dat dat van 2014 ruimschoots overtreft.

Tabel pensioenleeftijd en refertewedde volgens laatste supernota

JaarPensioenleeftijdRefertewedde
2025556
202655,58
20275610
202856,512
20295714
203057,515
20315816
203258,517
20335918
203459,519
20356020
203660,521
20376122
203861,523
20396224
204062,525
20416326
204263,527
20436428
204464,529
20456530
204665,531
20476632
204866,533
20496734
20506735
20516736
20526737
20536738
20546739
20556740

Bron: socialisme.be

Wat veroorzaakt kapitalistische economische crisis?

Wat veroorzaakt kapitalistische economische crisis?

De recessie in de Duitse industrie sijpelt door in België. Er zijn bedrijfssluitingen zoals bij Audi en collectieve afdankingen zoals eens te meer bij Agfa na decennia van mismanagement. Van waar komt een economische crisis? Een bijdrage die eerder dit jaar werd gepubliceerd door de Socialist Party, onze Ierse zusterorganisatie.

Door Michael O’Brien

Als er aandacht is voor economische crisis, is dit meestal uitsluitend gericht op de speciale kenmerken die een vertraging van de economie doen overgaan in een volledige recessie, of op een bepaalde gebeurtenis die een meer spectaculaire economische crash veroorzaakt.

De Grote Recessie van 2009 wordt bijvoorbeeld meestal besproken in de context van de subprime hypotheekcrisis. Ook het uiteenspatten van de dot.com-zeepbel in 2001 en de olieschok in 1973 worden vaak genoemd als de aanleiding voor deze specifieke recessies. Zelfs als deze analyses geldig zijn als beschrijving van hoe de crisis is ontstaan, verklaren ze niet waarom ze is ontstaan.

Het komt de heersende klasse goed uit dat er in deze termen over recessies wordt gesproken, alsof het ongelukkige ‘accidents de parcours’ zijn. Marxisten kijken anders naar het kapitalisme en zien de periodieke crises als onderdeel van het DNA van het systeem.

Om te begrijpen waarom er onder het kapitalisme crises ontstaan, is het belangrijk om te bestuderen hoe het systeem werkt op zowel het niveau van de werkplek, in de relatie tussen arbeiders en kapitalisten (de arbeidswaardeleer), als op nationaal en internationaal niveau, waar de concurrentie tussen kapitalisten als ondernemingen, natiestaten en handelsblokken zich afspeelt.

De arbeidswaardeleer verklaart dat in het kapitalisme de uitbuiting van menselijke arbeid (samen met de uitbuiting van de natuur) de bron is van winst (meerwaarde). Hoewel er andere inputs zijn in het productieproces, zoals grondstoffen, machines, energie (door marxisten ‘constant kapitaal’ genoemd), is het de menselijke arbeidskracht die op unieke wijze waarde produceert die groter is dan de eigen kosten voor de kapitalist.

De concurrentie tussen kapitalisten is echter zo moordend dat ze, om te overleven, voortdurend op zoek moeten naar manieren om goederen of diensten goedkoper te produceren dan hun rivalen. Dit kan op een aantal manieren. De meest grove manier is om de kosten van de menselijke arbeidskracht die in elk product zit te verlagen door de lonen te verlagen of het werkregime te intensiveren door de snelheid te verhogen. Maar er zijn biologische en wettelijke grenzen om deze weg te bewandelen, om nog maar te zwijgen van het potentieel van arbeiders om zich te verenigen in vakbonden om lonen en arbeidsomstandigheden te verdedigen of zelfs te verbeteren.

De zekerdere manier voor kapitalisten om te concurreren en te overleven is door te investeren in steeds geavanceerdere productiemiddelen (constant kapitaal – fabrieken, machines, IT), die een efficiëntere en uiteindelijk goedkopere productie mogelijk maken. De paradox hier is dat de kapitalist om te overleven een aanzienlijk deel van zijn winst moet opofferen om te investeren in productiemiddelen en het eindproduct goedkoper te maken, wat resulteert in een lager winstpercentage op elk geproduceerd item in verhouding tot deze investering. Anders gezegd – de verhouding tussen het constante kapitaal dat in elk product gaat zitten en de menselijke arbeidskracht (in de marxistische economie ook wel ‘variabel kapitaal’ genoemd), de component die nieuwe waarde toevoegt, neemt toe. 

Marx beschreef dit fenomeen als de ‘verhoging van de organische samenstelling van kapitaal’, wat bijdraagt aan een ander kenmerk van het kapitalisme dat bekend staat als de lange termijn tendens van de dalende winstvoet. Hoewel er verschillende tegenwerkende tendensen zijn die de dalende tendens van de winstvoet kunnen uitstellen of compenseren, hebben marxistische economen zoals Michael Roberts empirisch aangetoond dat dit een dominant kenmerk van het systeem is.

Het is waar dat de winstmassa van kapitalisten nog steeds aanzienlijk is, zelfs als de winstvoet daalt. Maar uiteindelijk zal een dalende winstmarge de beslissende factor zijn voor bazen die besluiten om investeringen achter te houden uit angst voor een slecht of zelfs negatief rendement.

Dit speelt zich tegelijkertijd af in meerdere ondernemingen in verschillende takken van een economie en bereikt een kantelpunt waarbij de economische activiteit vertraagt en krimpt, wat recessies veroorzaakt. Dit leidt tot een toename van werkloosheid, lagere inkomens en minder consumptie, depreciatie van overgeproduceerde voorraden, het in onbruik raken en niet meer repareren van productiemiddelen – in feite de vernietiging van kapitaal.

Deze kapitaalvernietiging betekent wijdverspreide ontbering en ellende voor de arbeidersklasse en de armen, maar het is voor de kapitalisten de enige manier om de kosten te drukken en de winstgevendheid te herstellen – ook weer tijdelijk – en zo de weg vrij te maken voor een nieuwe cyclus van kapitalistische economische groei.

Of het nu hoogconjunctuur of laagconjunctuur is, de kapitalisten – vooral de grote kapitalisten – zullen altijd manieren vinden om zichzelf te bevoordelen, terwijl het voor de meerderheid van de arbeidersklasse steeds moeilijker wordt om rond te komen, zelfs in de rijkere landen, zelfs in de hoogconjunctuur. Natuurlijk is het kapitalisme voor het grootste deel van de wereldbevolking en voor de natuur een crisis zonder einde. Daarom moeten we er voor eens en altijd een einde aan maken.

Bron: Socialisme.be