De stelling dat het ambtenarenpensioen te hoog zou liggen, en dat een “gelijktrekking” erin zou moeten bestaan om het te laten zakken tot op het niveau van het werknemerspensioen is absolute onzin.
Enkele cijfers om dit te illustreren. Neem het netto vervangingsratio van de gemiddelde pensioenen tegenover het laatste gemiddelde loon. De cijfers van Eurostat tonen dat de gemiddelde pensioenen in België (ratio 0,48) een heel eind onder het Europees gemiddelde vallen (ratio 0,6).
Cijfers van Pensionstat tonen dat het nettopensioen in 2023 gemiddeld 1640 euro per maand. Voor ambtenaren gaat het om een gemiddeld nettopensioen van 2.357 euro per maand, of een vervangingsratio van 0,69. Dat is net boven het Europese gemiddelde, het niveau van Luxemburg.
In de privésector is het gemiddelde nettopensioen slechts 1.467 euro per maand, of een vervangingsratio van 0,42. Dat is het op twee na laagste niveau van Europa, ongeveer op het niveau van Cyprus. Met andere woorden: de pensioenhervormingen van De Wever zullen ons land naar de Europese bodem brengen qua pensioenen.
De essentie van de zaak blijft vooral een politieke vraag. Het gemiddelde pensioen in de privésector bedraagt 1.467 euro, bij ambtenaren is dat 2.358 euro. De mediaanpensioenen zullen nog een stuk lager liggen. Vinden we dit écht te veel? En vinden we echt dat gemiddeld 40 jaar werken te weinig is? Zijn mensen die voor die bedragen na zoveel werkjaren op pensioen gaan profiteurs?
De regering wil door deze besparing 3 miljard besparen op de pensioenen. Zijn daar geen alternatieven voor? Ja, die zijn er. Nog één cijfer – uit de sociaal-economische barometer 2024 van het ABVV. Die brengt een aantal interessante cijfers naar voren. Bijvoorbeeld: de omvang van de jaarlijkse lastenverlagingen naar bedrijven ten koste van de sociale zekerheid. In 25 jaar tijd stegen die van 1,6 miljard naar 16 miljard euro per jaar: een vertienvoudiging. Dàt is de reden waarom rechts stelt dat de pensioenen niet meer betaalbaar zijn: met de middelen van de sociale zekerheid werden cadeaus uitgedeeld aan het patronaat, en dat mag niet ter discussie staan.
De regering van de Federatie Wallonië-Brussel geleid door de MR en Les Engagés voert een Trumpiaanse aanval op het onderwijs door. 24 miljoen euro besparen op het technisch en beroepsonderwijs, afschaffen van de vaste benoeming van personeel, afbouw van de investeringen in infrastructuur. Het onderwijs is net als veel klassen waarin les gegeven wordt een bouwvallige constructie die niet veel nodig heeft om volledig in elkaar te storten. De regering kijkt niet gewoon toe, maar versnelt de instorting. De 48-urenstaking van 27-28 januari is niet enkel een uitdrukking van ontevredenheid, het is een noodkreet.
De lijst van maatregelen en voorstellen is verschrikkelijk. Voor de leerlingen van het technisch en beroepsonderwijs is er een daling van de middelen met 24 miljoen. Het 7de jaar beroepsopleiding wordt gestopt. Leerlingen die nog een 7e jaar volgen, krijgen geen diploma meer die hen toegang heeft tot hoger onderwijs. Het fonds voor infrastructuur zou het met 2% minder moeten doen. Het inschrijvingsgeld in het hoger onderwijs voor studenten van buiten België zou verdubbelen. We weten allemaal dat dergelijke verhogingen doorgaans een opstap zijn naar algemene verhogingen van het inschrijvingsgeld.
Het personeel botst op de afschaffing van de vaste benoeming, enkel wie nu al benoemd is kan die regeling nog genieten. Die wordt vervangen door een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, met een verhoging van de arbeidstijd met 2 uur per week. Heel wat onderwijzend personeel moet voor deze regering 2 uur extra per week werken, terwijl de werkdruk nu al onhoudbaar is. Het onderwijzend personeel zou langer dan 65 jaar mogen werken in alle functies. De regering wil op zoek gaan naar personeel uit andere sectoren, zoals de zij-instromers langs Nederlandstalige kant, zonder voorwaarden te stellen inzake opleiding. Tot slot zullen stagiairs meer ingezet worden om tekorten op te vangen. Gratis arbeid is altijd meegenomen, denken de ministers.
Alsof dit nog niet erg genoeg is, dringen dezelfde partijen op federaal niveau aan op de vorming van een harde besparingsregering. Arizona betekent een frontale aanval op de pensioenen in het onderwijs. De pensioenen van statutaire zouden niet langer berekend worden op het gemiddelde van de laatste 10 loopbaanjaren. Dat zou vanaf 2027 elk jaar met een jaar verlengd worden, tot het om 45 jaar gaat in 2062. De aanpassing van de tantième, de breuk waarmee het onderwijspensioen wordt berekend, van 1/55 naar 1/60 betekent een lager pensioenbedrag en een grotere druk om langer aan de slag te blijven. Het doel is een loopbaan van 45 jaar. De Nederlandstalige onderwijsbond COC berekende dat een modale leerkracht met een volledige loopbaan van 40 jaar ongeveer 15% van het nettopensioen zou inleveren.
Dit is een aanval op heel het onderwijs. Het verzet opbouwen in het onderwijs, dit koppelen aan de strijd van de Nederlandstalige collega’s en de algemene vakbondsacties, is nodig. Dit vereist een verderzetting en uitbreiding van de algemene vergaderingen om de collega’s in actie te houden, hen toe te laten om de voorstellen en het programma te bespreken, alsook de strategie om te winnen. Degelijk onderwijs betekent kleinere klassen (maximaal 15 leerlingen), een massale aanwerving van personeel, kwaliteitsvolle infrastructuur en volledig gratis onderwijs. Er is geld genoeg om dit te realiseren, een belasting op de grote vermogens kan 10 miljard euro per jaar opbrengen.
Na de betoging op 27 januari en staking op 28 januari, is er op 13 februari de grote betoging tegen Arizona. Op 13 januari kwam het Nederlandstalig onderwijspersoneel massaal op straat, op 13 februari kunnen we samen protesteren en de volgende stappen in onze acties voorbereiden. Deze strijd is existentieel voor het onderwijs, we moeten ze dus zo sterk mogelijk voeren.
Om deze strijd succesvol te laten zijn, moeten we hem koppelen aan offensieve eisen die duidelijk maken dat het in de eerste plaats gaat om de toekomst van de jongere generaties en het emancipatoire onderwijs dat zij verdienen: met kleinere klassen (waar het niet binnen regent…) en voldoende onderwijzend personeel met arbeidsomstandigheden die bevorderlijk zijn voor de ontwikkeling van leerlingen. Laten we de aanvallen afslaan en vechten voor meer middelen, vooral voor meer collega’s!
De betoging en stakingsacties maandag waren opmerkelijk. In het Nederlandstalig onderwijs was de deelname fenomenaal. Ook bij het spoor werd veel gestaakt en betoogd. Het toont de woede over de aanvallen die Arizona wil doorvoeren. We spraken met een treinbegeleider.
Was de actiedag een succes bij jou op het werk?
“Ja, op veel werkzetels, zeker bij de operationele diensten, hebben we stakingspercentages tussen de 75 en de 100%.”
“Qua impact op het treinverkeer is dit de sterkste staking sinds de invoering van de minimale dienstverlening. Minder dan een kwart van het normale aantal treinen reed. Zonder dat er seinhuizen plat lagen. Op bepaalde lijnen reden zelfs geen treinen. De berichtgeving in de burgerlijke pers gaat hier van misleidend tot leugenachtig.”
“We zijn ergens slachtoffer van ons eigen succes. Vele betogers geraakten niet op het Albertinaplein omdat ze geen vervoer hadden of geen opvang voor hun kinderen omdat de school of crèche gesloten was. Dit onderstreept nog maar eens het belang van openbare diensten.”
“Toch was de staking een versterking voor de betoging. Ik schat dat ongeveer 500 cheminots meeliepen in de betoging. Dat is al geleden van in het begin van mijn loopbaan. Ook van mijn depot trok ruim 10% naar Brussel. Meestal doet alleen een deel van de militanten dat. Velen staakten of betoogden voor het eerst. In mijn standplaats staakte zelfs de helft van de nieuwelingen. Dat is ongebruikelijk.”
Wat betekent Arizona voor jou en je collega’s? Gaat het enkel om de pensioenen?
“Te veel om op te sommen. Het betekent langer werken voor honderden euro’s minder pensioen. In het geval van het rijdend personeel tot twaalf jaar langer! Afschaffing van het verbod op zondagswerk en nachtwerk vanaf middernacht in plaats van vanaf 20 uur, zal de premies onder druk zetten. Netto gaat het bij bijvoorbeeld treinbegeleiders maandelijks over honderden euro’s die in het vizier komen. Nu behouden we de eerste 6 maanden ziekte 100% van onze platte pree. Dat wil Arizona na een maand al naar 60% drukken. Je moet maar eens een zware operatie achter de rug hebben of ernstig ziek zijn. Dit is mensen in de armoede duwen!”
“Onze juridische werkgever is HR Rail. Arizona wil die opdoeken. Zullen NMBS en Infrabel ons statuut overnemen? Of krijgen we een slechter contract onder de neus geduwd? Wat met de hospitalisatieverzekering van de actieve en gepensioneerde cheminots? Onze ziekenkas willen ze afschaffen. De regering aast op het geld in onze kas van de sociale solidariteit. Om ons stakingswapen af te zwakken willen ze het opvorderen van stakers introduceren.”
Deze betoging was straf, hoe kunnen we dit protest verder opbouwen?
“Aanvankelijk zouden we waarschijnlijk met een paar duizend militanten aan de pensioentoren staan. De druk van onderuit om verder te gaan is groot. Stakingsaanzeggingen voor de actie werden omarmd bij het spoor, de MIVB en in het Nederlandstalig onderwijs. Dit resulteerde niet alleen in een hoge opkomst in die sectoren, maar legde ze ook grotendeels stil. De concentratie werd een betoging. Gaandeweg volgden ook stakingsaanzeggingen bij bijvoorbeeld de post en de gevangenissen. Het potentieel voor verdere aangroei van de beweging is groot.”
“We hebben in alle sectoren pamfletten nodig die de aanvallen concretiseren, personeelsvergaderingen met werkonderbreking om die uit te leggen, om te praten over wat voor acties we nodig hebben en welke eisen we tegenover Arizona stellen. Maandelijkse 24-urenstakingen zullen niet volstaan.”
“De wettelijke pensioenleeftijd is al te hoog. De meeste pensioenen zijn te laag. Veel beroepen zijn zwaar zonder dat een vervroegd pensioen mogelijk is. Er moet geantwoord worden op de zogezegde noodzaak van besparingen. Door bijvoorbeeld te wijzen op de verlaging van de vennootschapsbelastingen waardoor we ondertussen jaarlijks 16 miljard euro mislopen, op de verdeeldheid die gezaaid wordt tussen ambtenaren, kleine zelfstandigen en werknemers in de privé.”
De onderfinanciering bij De Lijn heeft rampzalige gevolgen. Niets werkt nog naar behoren. Er is een tekort aan zo ongeveer alles. Bussen rijden niet uit omdat er een gebrek aan materiaal is. De infrastructuur en tramsporen zijn in dermate slechte staat door achterstallig onderhoud dat er regelmatig spoorbreuken zijn of er nog maximaal 10 kilometer per uur kan gereden worden. De directie en de overheden kijken niet naar wat nodig is, maar naar waar er nog geld voor is.
Door een buschauffeur
We zitten in dezelfde situatie als andere openbare diensten zoals het onderwijs of de zorg. Er zijn heel wat extra middelen nodig, er was hoop na de verkiezingen. Maar nu blijkt dat er extra besparingen komen. En waarom? Om nog extra cadeaus aan de rijken te kunnen geven.
Onze regeringen zien openbaar vervoer niet als een deel van de oplossing voor de klimaatproblematiek of een basisdienst die voor iedereen toegankelijk moet zijn (behalve dan tijdens stakingen). Het is een kostenpost die moet ingeperkt worden, waaraan de gebruiker liefst zoveel mogelijk bijdraagt. En als het even kan, moet de private markt ook mee kunnen profiteren. Nochtans is goed draaiend openbaar vervoer belangrijk voor zowel de mobiliteit als het klimaat.
De plannen van Arizona rond lonen en pensioenen doen er nog een schep bovenop. Er komt nog eens een quasi loonstop terwijl het ondertussen meer dan 15 jaar geleden is dat we nog een echte opslag kregen. De index dekt vandaag al niet alles, maar de regering wil er nogmaals aan morrelen. Het loon van een chauffeur bestaat deels uit premies voor nachtwerk of zondagwerk, ook deze worden in vraag gesteld en komen onder druk.
Wat de pensioenen betreft is de huidige pensioenleeftijd al onhaalbaar. Om het toch nog te halen, wordt er gerekend op de landingsbanen. Maar ook dit dreigt afgestraft te worden en wil men afschaffen. De voorwaarde van 35 effectief gewerkte jaren om toegang te hebben tot het minimumpensioen en de pensioenmalus dreigen te straffen wie pech heeft (zoals ziekte) of bijvoorbeeld de zorg voor gezinsleden opneemt. Wie met flexibele uren werkt zoals een chauffeur, heeft in veel gevallen een partner die deeltijds werkt of tijdelijk thuis blijft om voor het gezin te zorgen. In veel gevallen gaat dit over vrouwen.
Partijen die deze maatregelen beslissen, kunnen zich op 8 maart, de internationale vrouwendag, maar beter ver wegstoppen… Probeer maar eens je gezin te organiseren als je beiden met flexibele shiften voltijds werkt. Het kan vaak gewoon niet. Een antwoord hierop is arbeidsduurvermindering: 32 uur per week moet het nieuwe voltijds worden. Uiteraard zonder loonverlies en met bijkomende aanwervingen.
De pensioenleeftijd moet terug omlaag en de pensioenen omhoog. Het gebeurt steeds meer dat gepensioneerde collega’s terug komen werken om wat bij te verdienen. De pensioenen van Belgische werknemers liggen gemiddeld bij de laagste in Europa. Een woonzorgcentrum kost gemiddeld 2.200 euro per maand, een gemiddeld pensioen bedraagt 1.700 euro. Alleen de ambtenarenpensioenen zijn leefbaar, helaas hebben we bij De Lijn een werknemerspensioen. In plaats van de leefbare pensioenen uit te breiden tot alle werkenden, worden de ambtenarenpensioenen nu aangevallen. Dat gebeurt door politici die een veelvoud qua pensioen hebben. Daar moeten we samen tegen strijden.
De dienstverlening gaat ondertussen steeds verder achteruit. Dit sluit mensen uit, vooral wie moeite heeft om mee te kunnen. Bovenop de slechtere dienstverlening bij De Lijn komt er straks een forse prijsverhoging aan. We weten nog niet met hoeveel, maar het zal pijn doen. Nochtans betaalt iedereen al via de belastingen. De afbouw van de dienstverlening zal voor extra frustratie en ongenoegen zorgen. Dat zien we bij alle openbare diensten. We moeten daarop antwoorden. Strijd is nodig, anders spelen extreemrechts en de Trumpisten erop in om verdeeldheid te zaaien. We moeten ons verenigen en de strijd organiseren. Iedereen wordt geraakt, de aanvallen zijn hard. Ons antwoord daarop moet dit ook zijn!
Kinderen die geweld plegen tegen hun ouders, het is een fenomeen waar weinig over gesproken wordt. Onderzoeker Yana Demeyere (VUB) ging in gesprek met een mama die dit meemaakt: “Ik roep om hulp, maar niemand luistert.”
Openhartig
“Hij is de baas, behalve als er andere mensen bij zijn. Dan heb ik het gevoel dat ik nog eens de mama ben,” lacht Kato triest.Kato is een pseudoniem.Kato en ik zitten samen aan haar keukentafel. Terwijl ze vertelt over haar elfjarige zoon die regelmatig haar grenzen overschrijdt, voel ik de impact van dat gedrag op haar leven en hun relatie.
Ze vertelt openhartig dat ze worstelt met haar rol als moeder, haar kijk op zichzelf en haar zoon, en de machteloosheid die ze dagelijks ervaart. Haar roep om hulp blijft keer op keer onbeantwoord.
Onontgonnen terrein
Kato nam contact met mij op nadat ze een flyer over mijn onderzoek naar kind-oudergeweld had gezien. De situaties die daarin beschreven worden, herkende ze meteen. Ze voelde de behoefte om haar verhaal te delen.
Wanneer we het over intrafamiliaal geweld hebben, denken we vaak aan partnergeweld of kindermishandeling. Het geweld van kinderen tegenover hun ouders blijft voor velen een onzichtbaar en moeilijk bespreekbaar probleem.
In Vlaanderen en België is oudermishandeling zelfs een vrijwel onontgonnen terrein. Hoewel het thema de laatste jaren meer aandacht krijgt, zowel in de academische wereld als in de praktijk, is er nog een lange weg te gaan.
Met mijn doctoraatsonderzoek wil ik daarom het fenomeen in kaart brengen: wat is kind-oudergeweld, hoe begrijpen betrokken gezinsleden dit en hoe gaat de hulpverlening er best mee om? De gesprekken met ouders die dit geweld ervaren, is daarin een essentieel element.
Psychisch en fysiek geweld
Wanneer ik Kato vraag of haar zoon vaak haar grenzen overschrijdt, antwoordt ze zonder aarzelen: “Ja, heel regelmatig. Op sommige momenten is het al beter dan op andere. Hij kan uren aan een stuk roepen. Soms slaat hij mij. Niet dat ik bont en blauw zie, hij probeert me vooral psychisch te breken. Hij kleineert me en verwijt me van alles. Hij maakt ook dingen kapot als hij zijn zin niet krijgt.”
Kato vertelt me dat ze haar zoon nu fysiek nog aankan, maar dat ze zich zorgen maakt over hoe het zal zijn als hij ouder en sterker wordt. Daarom probeert ze nu al hulp te vinden om verdere escalatie te voorkomen.
Vluchten
Kato legt uit hoe ze omgaat met het gedrag van haar zoon: “Ik probeer eigenlijk vooral te vluchten. In het begin ging ik er nog op in, maar dat helpt niet. Soms weet ik het gewoon niet meer en vraag ik me af: wat moet ik nog doen?”
“Meestal trek ik me even terug in mijn kamer om te kalmeren, en hij weet dan dat hij me met rust moet laten.” Soms zoekt ze de stilte van haar auto op de parking op om gewoon even tot rust te komen. Ze hoopt dat ook hij gekalmeerd is als ze terugkomt, maar vaak begint het opnieuw.
Kato is moe, uitgeput, vertelt ze. “Gewoon al door daar continu mee bezig te zijn. Continu te denken: wat mag ik zeggen, wat mag ik niet zeggen, wat gaat hij doen, wat gaat hij niet doen, gaat het een leuke avond zijn of niet?”
Ze heeft ook pijn. “Geen fysieke pijn, maar mentale pijn. Pijn omdat je kind zo tegen je doet.” En Kato is gestrest: “Omdat je niet weet wat er gaat komen. Hij kan straks thuiskomen en braaf zijn. Hij kan straks thuiskomen en de boel bijeen kloppen.” Dat gevoel van heel de tijd op eieren te lopen, is iets wat heel wat ouders in deze situatie ervaren.
Geen normaal pubergedrag
Kind-oudergeweld of oudermishandeling is een complex fenomeen dat moeilijk eenduidig te definiëren is. Kind-oudergeweld omvat herhaald grensoverschrijdend gedrag van kinderen, jong of volwassen, tegenover hun ouders. Dit gedrag kan fysiek, verbaal, emotioneel, psychologisch, financieel of seksueel van aard zijn.
Hoewel tieners vaak opstandig zijn, gaat kind-oudergeweld verder dan normaal pubergedrag en kan het gezin zich hierdoor bedreigd, geïntimideerd of gecontroleerd voelen. Dit leidt tot aanpassingen in hun eigen gedrag om aan dit geweld of de dreiging met geweld tegemoet te komen.
Soorten geweld
Het gedrag van deze kinderen kan bewust controlerend zijn, vergelijkbaar met intiem terreur bij partnergeweld. Het kan ook voortkomen uit functionele of expressieve agressie.
Hierbij gaat het vooral om een emotionele uitbarsting, waarbij het gedrag niet bedoeld is om anderen te controleren, maar eerder voortkomt uit slechte emotieregulering, trauma, angst of leed. Vaak zien we een combinatie van beide vormen: gedrag dat begint als een impulsieve, emotionele reactie bij expressieve agressie kan geleidelijk escaleren naar meer dwingende en controlerende vormen van geweld.
Er bestaat niet één duidelijke oorzaak voor kind-oudergeweld. Bij het kind kunnen agressief gedrag, psychische problemen, ontwikkelingsstoornissen en emotieregulatieproblemen aan het risico op geweld bijdragen. Binnen het gezin verhogen onder andere huiselijk geweld, slechte communicatie en gebrekkige of te strenge opvoeding het risico. Op gemeenschapsniveau kunnen leeftijdsgenoten en stressoren zoals schoolproblemen een invloed hebben.
Ten slotte spelen ook culturele normen een rol, waardoor dit geweld vaak (hoewel niet uitsluitend) moeders treft. Maar het geweld heeft impact op het hele gezin. Ouders, eventuele broers en zussen, en ook het kind zelf lijden onder deze destructieve dynamiek.
Schaamte
Kato vertelt hoe schuld- en schaamtegevoelens haar ervan weerhouden om openlijk over het geweld te spreken: “Je schaamt je omdat je kind van elf de baas is over jou. Zeker als je op sociale media al die perfecte gezinnetjes ziet.”
Deze schaamte beïnvloedt niet alleen hoe anderen naar haar kijken, maar ook hoe zij zichzelf als moeder ziet: “Ik beschouw mezelf daardoor als een minder goede moeder. Ik denk altijd: als ik een goede moeder was, dan zou hij zo niet tegen mij doen.”
Wanneer ze toch haar ervaringen deelt, stuit Kato, net als vele anderen, vaak op onbegrip. De reacties van buitenstaanders op de signalen die ouders geven, spelen een grote rol in waarom het zo lastig is om hulp te zoeken.
Steun ontbreekt
Kato vertelt dat ze op verschillende momenten contact zocht met mensen en instanties waarvan ze steun verwachtte, maar telkens het gevoel had niet gehoord te worden.
Dit bleek ook toen ze contact zocht met haar eigen moeder die de situatie afwees door te zeggen: “Ja, jij wou een kind”. Dit choqueerde Kato enorm: “Ik had het gevoel dat ik niet begrepen werd en ben gewoon weggegaan. Ik had een ander antwoord verwacht. Ik had op zijn minst gehoopt dat ze zou luisteren, maar nee.”
Ook op school krijgt Kato weinig begrip: “De juffen zeggen altijd dat ik een beetje strenger moet zijn. Maar dan denk ik: je moet eens zien hoe hij zich gedraagt als ik om zijn agenda vraag.”
Het feit dat haar zoon zich voorbeeldig gedraagt in het bijzijn van anderen, maakt het nog moeilijker voor Kato om erover te praten. Ze is bang om niet geloofd te worden. “Als ik hem zou kennen zoals andere mensen hem kennen, dan zou ik ook denken dat het een braaf kind was.”
Op zoek naar handvaten
Tijdens ons gesprek wordt duidelijk dat Kato snakt naar hulp, naar concrete handvaten om met de situatie aan de slag te gaan. Ze wil niets liever dan dat de rust in haar gezin terugkeert en de band met haar zoon herstelt. Alleen lijkt de hulpverlening die er vandaag is niet in te kunnen spelen op de urgentie van de zaak.
“Het is zo frustrerend dat je nergens terecht kunt”, zegt Kato. “Nu kunnen we het misschien nog oplossen, maar ik denk dat het helemaal om zeep gaat zijn wanneer hij gaat puberen. Het is nu het moment dat we nog iets kunnen doen, en nu is er geen hulp.”
Ze kwam al eerder in contact met verschillende hulpverleningsdiensten en hoewel er dringende hulpverlening werd beloofd, heeft ze hier een jaar later nog steeds niets van gezien. “Ik ben echt om hulp aan het roepen en niemand luistert. Ik weet niet hoe veel harder ik nog kan roepen”, vertelt Kato. Hierdoor is ze haar vertrouwen in de hulpverlening kwijt.
Luister naar ouders
Er is duidelijk behoefte aan meer inzicht in hoe sociale professionals momenteel omgaan met kind-oudergeweld en wat zij nodig hebben om dit effectief aan te pakken, voor ik meer concrete interventies of handvatten kan aanbevelen. Maar gebaseerd op de ervaringen en behoeften van ouders, kan ik alvast drie algemene, maar zeer belangrijke aandachtspunten meegeven.
Om ouders zoals Kato effectief te helpen, is het ten eerste belangrijk dat zowel de directe omgeving als de hulpverlening aandachtig luisteren. Ouders komen zelden openlijk naar buiten met de woorden: “Mijn kind mishandelt me”.
In plaats daarvan geven ze subtiele signalen, zoals het beschrijven van hun kind als ‘stout’ of ‘respectloos’, of praten ze over hun wens voor rust in het gezin, de moeilijke band met hun kind, het heel de tijd op eieren lopen, of dat de situatie onhoudbaar wordt. Voor professionals en de omgeving is het daarom essentieel om alert te zijn voor dit soort opmerkingen en ouders uit te nodigen hun verhaal te delen zonder hun ervaring te minimaliseren.
Focus op het perspectief van alle gezinsleden
Ten tweede, benadrukt internationaal onderzoek dat de interactie tussen ouder en kind cruciaal is bij kind-oudergeweld. Toch blijft in de praktijk vaak óf de ouder óf het kind centraal staan, waardoor de hulpverlening zich meestal op één van beiden richt en de onderlinge dynamiek onderbelicht blijft.
Tijdens een interview benadrukte een systeemtherapeut dat het uitdagend is om zowel de belangen van de ouder als die van het kind gelijkwaardig te erkennen, zonder te vervallen in eenzijdige focus. Daarbij stelde hij echter dat een holistische benadering—waarbij de relatie tussen ouder en kind centraal staat—vaak effectiever is om de kern van het probleem aan te pakken.
Vergroot maatschappelijk bewustzijn
Ten derde, moeten we als samenleving dringend meer bewustzijn creëren rond kind-oudergeweld en oudermishandeling om ouders uit hun isolement te halen en hen te ondersteunen bij het zoeken naar hulp.
“Ik denk dat dat heel veel gebeurt maar heel weinig geweten is. Als het uit de taboesfeer zou komen, dan denk ik dat er heel veel gezinnen om hulp zouden vragen”, beaamt Kato. Door het probleem openlijk te bespreken en meer begrip te tonen, kunnen we ouders de moed geven om hulp te zoeken. Het is aan ons allen om dit taboe te doorbreken en een veilige omgeving te bieden waarin gezinnen steun kunnen vinden.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.