Arizona vergroot de ongelijkheid

We worden voortdurend aangespoord om “samen onze schouders onder de maatschappij te zetten.” Maar wat als sommigen nauwelijks bijdragen terwijl anderen het volle gewicht torsen? De cijfers spreken boekdelen: de rijksten betalen amper 4% via een meerwaardebelasting (die deels bij de middenklasse terecht komt en waarbij er meteen over achterpoortjes wordt gesproken), terwijl de rest van de bevolking opdraait voor de overige 96%. Dit is geen kwestie van gezamenlijke inspanning, maar een bewuste strategie om structurele ongelijkheid in stand te houden.

Artikel door Nick (Antwerpen) voor de maarteditie van De Linkse Socialist

Harder en langer werken

Een pijnlijk voorbeeld van deze klassenpolitiek is de flexibilisering van nachtarbeid, overuren en werkritme. Werknemers betalen de prijs met hun gezondheid: slaapproblemen, hart- en vaatziekten en een verhoogd sterfterisico zijn slechts enkele van de gevolgen. Wetenschappelijke studies tonen keer op keer aan dat structureel nachtwerk het risico op chronische ziekten verhoogt. Toch worden de kosten niet gedragen door de bedrijven die nachtarbeid promoten, noch door de overheid die deze flexibilisering faciliteert. De rekening wordt doorgeschoven naar de getroffen werknemers en de gezondheidszorg. Dit is pure externalisering van lasten: de bedrijven plukken de vruchten, werknemers dragen de risico’s.

De geplande pensioenhervormingen zijn een volgende stap in de afbraak van de sociale zekerheid. Vrouwen, die door deeltijds werk en zorgtaken vaak minder pensioenrechten opbouwen, worden extra hard getroffen. De kloof tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt wordt zo enkel dieper. Tegelijkertijd ondermijnt het nieuwe systeem het recht op een menswaardig pensioen voor wie tijdens zijn loopbaan geconfronteerd wordt met ziekte of psychische problemen.

Het bonus-malus-systeem verplicht werkenden om langer te blijven werken, zonder rekening te houden met de fysieke tol van een langdurige carrière. Pensioenen worden zo een instrument van bestraffing voor de meest kwetsbaren in plaats van een sociaal vangnet. De regering doet er alles aan om iedereen voltijds tot 67 jaar aan het werk te houden en zet de deur open voor druk om ook na de wettelijke pensioenleeftijd aan de slag te blijven.

Een schrijnend voorbeeld van de onbetrouwbaarheid van dit beleid is de invoering van de pensioenmalus. Minister van Pensioenen Jan Jambon beweerde eerst dat ziekteperiodes zouden meetellen als gelijkgestelde periodes en beschuldigde de PVDA van “leugens” toen ze dit in vraag stelden. Nog geen 36 uur later moest hij zich excuseren: in werkelijkheid wordt ziekte niet gelijkgesteld aan effectieve arbeid, waardoor werknemers die ook maar één dag ziek zijn tijdens een halftijdse tewerkstelling een volledig jaar op hun loopbaanteller verliezen. Dit treft vooral vrouwen en werknemers in zware beroepen.

Aanval op pensioenen vergroot de ongelijkheid

De regering rechtvaardigt de hervorming door te stellen dat zonder ingrijpende maatregelen een steeds groter deel van de overheidsinkomsten naar pensioenen zal vloeien. Maar in werkelijkheid zijn deze tekorten het gevolg van politieke keuzes.

Onder het mom van “harmonisatie” worden pensioenrechten afgebroken. De invoering van de pensioenmalus treft vooral zij die fysiek zwaar werk doen. Langdurige ziekte en brugpensioen worden in groeiende mate uit de pensioenberekening geschrapt, waardoor velen onverwachts langer moeten werken. Zelfs de inkomensgarantie voor ouderen (IGO) wordt strenger, waardoor kwetsbare ouderen nog harder getroffen worden.

Ondertussen verdwijnen miljarden euro’s in de zakken van de grote vermogens via belastingontwijking, speculatie en gesubsidieerde investeringen. Werklozen en bijstandstrekkers worden afgeschilderd als profiteurs, terwijl de werkelijke parasieten de financiële elite zijn. Verdeel-en-heers is de strategie: werkenden en uitkeringsgerechtigden worden tegen elkaar opgezet om te verhullen dat de ware profiteurs ongemoeid blijven.

De overheid presenteert begrotingstekorten als een gevolg van onze sociale bescherming, terwijl ze het gevolg zijn van bewuste politieke keuzes. De verlaging van de vennootschapsbelasting van 33,99% naar 25% onder de regering-Michel betekende een jaarlijkse inkomstenderving van 8 miljard euro. Het tekort werd bewust gecreëerd, zodat de werkende klasse de put kon vullen via besparingen.

Pensioenen zijn geen gunst, maar een recht dat werknemers doorheen hun loopbaan opbouwen. De huidige hervormingen ondermijnen dat principe en vergroten de sociale ongelijkheid. Daarom is strijd nodig: voor een eerlijke verdeling van de rijkdom, hogere lonen en een degelijk pensioen. Alleen een massabeweging kan deze aanvallen stoppen!

Bron: LSP

Zij organiseren onze ellende, laten we onze gezamenlijke woede organiseren!

Deze zomer lekte de eerste nota van de formateur uit naar de pers. Sindsdien wordt het scenario dat wordt voorbereid voor de werkende klasse, voor werkenden zonder papieren, voor de meest precaire en onderdrukten onder ons, met de dag duidelijker. Zonder enige twijfel bespreken de rechtse partijen momenteel een ware oorlogsverklaring aan de hele werkende klasse.

door Karim, delegee voor ACOD LRB in een Brussels ziekenhuis

In Brussel hebben een handvol vakbondsactivisten en activisten van Commune Colère, een initiatief dat de afgelopen twee jaar acties heeft gevoerd voor het socialiseren van het gemeengoed (diensten en infrastructuur die aan de gemeenschap toekomen), duidelijk begrepen wat er op het spel staat voor ons sociale kamp. Al in november lanceerden deze kameraden een initiatief dat even interessant als nuttig was in het proces van reflectie en voorbereiding op onze toekomstige strijd: de organisatie van Algemene Strijdbijeenkomsten. De eerste twee vergaderingen brachten meer dan honderd vakbondsleden, activisten van de sociale beweging, milieuactivisten, ongeorganiseerde werkenden, jongeren, migranten zonder papieren … samen. Kortom, iedereen die vond dat het tijd is om de strijd te organiseren.

Op deze bijeenkomsten bespreken we in de eerste plaats de politieke situatie en proberen we de aanvallen die op ons afkomen te ontcijferen, zodat we beter in staat zijn om ze uit te leggen aan onze collega’s, vrienden en kameraden. Het is duidelijk dat we deze tijd voor discussie nodig hebben, zodat we de argumenten kunnen ontwikkelen waarmee we de mensen om ons heen kunnen overtuigen van de dringende noodzaak om te mobiliseren in het aangezicht van deze onuitsprekelijk brute aanvallen.

Maar dat is niet alles, er is ook een grote dorst naar onderzoek naar strijdmethoden en strategieën om de strijd te winnen tegen die generale staf van de sociale afbraak die een forse aanval op ons voorbereidt. We zien dat er echt behoefte is aan plaatsen waar mensen hun ervaringen kunnen delen en banden kunnen smeden tussen de verschillende sectoren die betrokken zijn bij de strijd. In zekere zin probeert deze dynamiek de slogan “convergentie van strijd” te vertalen in iets concreet, reëel en tastbaar.

Voor de betrokken vakbondsactivisten lijkt het vrij duidelijk dat deze dynamiek een forum biedt voor discussie en reflectie over de vooruitzichten van onze strijd. Het beantwoordt aan wat de vakbondsapparaten niet lijken te kunnen of willen opbouwen: een plaats waar de vakbondsleden elkaar ontmoeten, discussiëren en beslissen. Zulke plaatsen kunnen helpen de vertrouwensbanden en solidariteit op te bouwen die we dringend nodig hebben. Op de lange termijn zou dit het mogelijk kunnen maken om binnen onze vakbonden de strijdbaarheid te versterken waarmee we de beste tradities van de arbeidersbeweging nieuw leven inblazen: een geest van democratische algemene vergaderingen die, beginnend bij de basis, geleidelijk het programma van de strijd opbouwen in termen van eisen en slogans.

De eerste concrete conclusies van deze vergaderingen waren natuurlijk het opbouwen van de mobilisatie voor de data gepland door het gemeenschappelijk vakbondsfront, door te zorgen voor aanwezigheid bij de acties op de 13e van de maand. In het verlengde van de eerste vergadering eind november en de vakbondsmanifestatie op 13 december hebben de kameraden ook een symbolische bezetting van het VBO gehouden om het publieke debat op gang te trekken over het feit dat de echte bazen van de regering, die momenteel aan het werk is om onze levensstandaard aan te vallen, zich in de kantoren van de werkgeversfederatie bevinden.

Vrienden uit Namen en Luik die aanwezig waren op de tweede bijeenkomst hebben hun wens geuit om een soortgelijke dynamiek op te bouwen in die steden. Dit is zeker de weg vooruit. Stel je een soortgelijke dynamiek van democratische strijd voor in elke stad in België! Deze zouden gefedereerd kunnen worden binnen een nationale coördinatie die de beslissingen van de vergaderingen kan toepassen om de energie te bundelen en ervoor te zorgen dat de mobilisatie tegen de toekomstige Arizona-regering de sterkste, de meest strijdlustige is en, vooral, dat ze niet stopt wanneer een of meer kameraden van de vakbondstop beslissen dat het tijd is om naar huis te gaan.

De volgende algemene strijdbijeenkomst in Brussel vindt plaats op 4 februari in de DK om 18.30 uur (Denemarkenstraat 70 B). We nodigen al onze kameraden, lezers en medestanders uit om aanwezig te zijn en mee te bouwen aan dit momentum. Kameraden in andere steden die een dergelijk initiatief willen lanceren, kunnen contact opnemen met Commune Colère via hun sociale netwerken of via info@commune-colere.be. 

Bron: LSP

Wanhoop langs de snelweg

Bar koud

Ik zit in mijn wagen op een parking langs de snelweg. Het is stil, want ik heb de muziek op pauze gezet. Wetende waar mijn trip me heen zal brengen, word ik het laatste halfuur door vlagen van wanhoop overspoeld. Ik loop leeg en zoek naar energie die er blijkbaar niet is. Nochtans moet ik die érgens vinden, want ik ben op weg naar Elke, Dennis en hun hond Daya.

Ik heb eten en drinken bij voor hen. Afgelopen weekend was het bar koud en dan geven ze hun centen liefst uit aan brandstof voor de wagen waar ze al bijna een jaar in overleven.

Boksbal

Ik ken het trio een maand en probeer ze bij te staan met kleine dingen: een kop koffie of thee, een luisterend oor, flauwe moppen, pakketjes voeding en mezelf als figuurlijke boksbal voor hun frustraties over het OCMW, politici, het systeem of hun familie. Het is een aftakelend randje licht dat aangevreten is door een langzaam groter wordend, zwart en smerig abces.

Mijn kartonnen bekertje koffie is bijna leeg wanneer mijn gedachten blijven steken in de moerassige en onwaarschijnlijk ellendige staat van de opvang in het nog steeds vreselijk achtergestelde Halle-Vilvoorde. Er bestaat weinig tot niets en de gevolgen zijn situaties als deze. Een steeds krappere woonmarkt, kilometerslange wachtlijsten en torenhoge huurprijzen strooien extra kilo’s zout in de etterende wonde.

Tot vervelens toe

Ik werk sinds 2000 voor het CAW in deze regio en het is een klaagzang die ik na al die jaren nog steeds in de oren van het beleid sta te scheeuwen. Tot vervelens toe. Tot momenten als deze waarop ik als hulpverlener mee verzuip in de uitzichtloosheid van de mensen die ik ondersteun. Wat kan ik hen bieden? Welke hoop staat er voor hen nog in de vitrine?

Geloof mij: Dennis en Elke zijn niet de enigen die op deze manier overleven. Ze zijn minder zichtbaar. In een wagen kan je je net iets beter verstoppen dan op de straat. Maar het resultaat is hetzelfde: zo goed als kansloos, ten prooi aan tal van psychische en medische problemen, en met uitzichtloosheid als ijskoude knuffelbeer.

Met een glimlach

Dat laatste kan een mens tot wanhoopsdaden drijven. In een zee van leed kan de kleinste tegenslag een trigger zijn om uit het leven te stappen. Ook Dennis vertrouwde me die overweging al toe: “Dan zijn we van alle miserie af.”

Ik drink de laatste druppels lauwe koffie op en vertrek. Op weg naar een andere parking, ergens in Halle-Vilvoorde, waar Elke en Dennis me ongetwijfeld met een glimlach zullen ontvangen. En hopla, een klein opstootje van energie. Ik druk terug op ‘play’ en duw het gaspedaal een beetje harder in.

Bron: sociaal.net – Iwein Denayer is outreacher en preventiewerker bij CAW Halle-Vilvoorde.

8 maart Internationale Vrouwendag: ‘Regering De Wever perst vrouwen uit’

Het is duidelijk: het regeerakkoord is onderhandeld door (witte) mannen, wordt uitgevoerd door mannen en is dan ook gericht op, tja, mannen. Terwijl vrouwen aankijken tegen een loonkloof van 20 procent en zich te pletter hollen om werk en gezin te combineren, perst de regering De Wever hen verder uit.

Het nieuwe federale regeerakkoord dreigt vrouwen zuur op te breken. Mix de besparingsplannen met de crisis in de Vlaamse kinderopvang en je krijgt een slechte cocktail waarin vooral vrouwen worden uitgeperst. De progressieve vrouwenbeweging ZIJkant en solidariteitsorganisatie FOS scharen zich met borstenpins en een zure cocktailprotest achter de steeds luider klinkende boodschap: ‘Wij zijn toch geen citroenen’.

Een ongelijke verdeling van de zorgtaken verklaart een groot deel van de loonkloof tussen mannen en vrouwen. Vrouwen verdienen minder zodra ze kinderen (kunnen) krijgen, vertellen de cijfers. In België werkt bijna de helft van de vrouwen deeltijds, vooral om zorgtaken op te nemen. Dit in tegenstelling tot amper 12 procent van de mannen, die vooral willen uitbollen aan het einde van hun carrière.

Onderzoek toont bovendien aan dat werkgevers anticiperen op de uitval van vrouwen, zelfs al hebben hun werkneemsters geen kinderwens, en dus promoties liever aan mannen geven. Met het – nog niet uitgeklaarde – familiekrediet doet de regering uitschijnen dat ze tegemoet wil komen aan de moeilijke combinatie werk en zorg, al is het jammer dat ze hier niet verder kijkt dan traditionele familieverbanden.

Ook is het lang niet zeker dat deze regeling voor een meer gendergelijke opname van zorgtaken zal zorgen. ZIJkant pleit daarom al langer voor het uitbreiden van het geboorteverlof, dat enkel vaders (en mee-ouders) toekomt.

Bovendien komen de maatregelen waarmee de ministers de lege kassen willen spijzen niet tegemoet aan een betere balans tussen werk en privé.

Harder werken, minder verdienen

Zo begint nachtarbeid nu pas om middernacht, onder andere in de overwegend vrouwelijke distributiesector. Compenserende maatregelen vallen daardoor weg en opvang en zorg voor kinderen of familieleden wordt (nog) moeilijker te regelen.

Daarnaast neemt ook in andere sectoren de flexibilisering toe: zo kunnen openingsuren uitgebreid worden en gaat de verplichte wettelijke sluitingsdag op de schop. Hierdoor neemt de werkdruk verder toe, terwijl vrouwen nu al oververtegenwoordigd zijn bij langdurig zieken door depressie en burn-out.

Harder werken dus, maar daarom niet meer verdienen: de vele vrouwen die noodgedwongen met deeltijdse contracten werken in de zorg, schoonmaak, horeca of kinderopvang zullen voortaan nog moeilijker hun aantal contracturen kunnen verhogen naar een voltijdse job, vanwege de goedkopere flexijobbers en een uitbreiding van de studentenarbeid. Ook de basisvoorwaarde dat een deeltijds contract nooit minder mag zijn dan een derde van een voltijds contract wordt geschrapt.

Zonder kinderopvang

Om te kúnnen werken is uiteraard een betaalbare, kwalitatieve en flexibele kinderopvang nodig. Alleen knelt ook daar het schoentje.

De sector wordt al jaren ondergefinancierd, wat leidt tot een groot tekort aan plaatsen. De nieuwe Vlaamse voorrangsregels reserveren het gros van de plaatsen voor ouders die minstens vier vijfde werken.

Als je weet dat bijna de helft van de vrouwen deeltijds werkt, wordt deze opvang voor velen ontoegankelijk en is de weg naar een voltijdse job plots geen optie meer. Waarvoor ze dan worden afgestraft in hun pensioenopbouw.

Zure nasmaak achteraf

Naast harder, moeten we ook langer werken. Voortaan kan enkel wie 35 jaren heeft gewerkt, met elk jaar minstens 156 effectief gewerkte dagen, vroeger afzwaaien dan de wettelijke pensioenleeftijd. Dat is voor vrouwen geen optie: zo’n acht op de tien gepensioneerden die niet aan deze voorwaarde beantwoorden, zijn vrouw.

Nochtans is een vervroegd pensioen geen luxe voor de sandwichgeneratie. Volgens de Vlaamse Zorgenquête doet meer dan één op de drie mensen tussen de 45 en 64 aan mantelzorg en het merendeel daarvan is vrouw. Naast de zorg voor hulpbehoevende ouders, vangen ze ook vaak de kleinkinderen op, met dank aan de crisis in de kinderopvang.

Als deze mensen dus toch een punt willen zetten achter hun carrière, kijken ze aan tegen een pensioenmalus. De vele vrouwen die kozen voor een job in het onderwijs – ooit aantrekkelijk wegens de iets makkelijkere combinatie met een gezinsleven – worden eveneens gestraft: zij moeten twee jaar langer werken.

Ook de pensioenbedragen duikelen naar beneden. Het echtscheidings- en het overlevingspensioen worden geschrapt. Aangezien ongeveer 95 procent van de begunstigden van het overlevingspensioen en 80 procent van de begunstigden van het echtscheidingspensioen vrouwen zijn, zal de pensioenkloof tussen vrouwen en mannen – die met 31 procent de loonkloof ver overstijgt – nog verder de hoogte in schieten.

Mondiaal probleem

Het is duidelijk: vrouwen betalen een hoge prijs voor het boosten van de economie. Nochtans zijn zij al uitgeperst. Vrouwonvriendelijke beleidsmaatregelen, zoals beperkte toegang tot kwalitatieve kinderopvang, zorgen niet alleen in België voor ongelijkheid. Vrouwen worden wereldwijd niet gelijk behandeld.

Daarom strijdt FOS samen met organisaties uit Zuidelijk Afrika en Latijns-Amerika voor meer gendergelijkheid. Zo ijvert de textielvakbond FEASIES in El Salvador bijvoorbeeld voor een nationaal systeem van kinderopvang. Ook de Peruaanse vakbond FENTTRAHOP pleit voor een nationaal zorgsysteem om erkenning en subsidies af te dwingen voor de talloze zorgtaken die vrouwen nu onbetaald vervullen. Een mondiaal probleem vergt een wereldwijde sociale strijd.

Actie: wij zijn geen citroenen

Op Internationale Vrouwendag (8 maart) maken ZIJkant en FOS duidelijk dat vrouwen worden uitgeperst in de nieuwe regeringsplannen. Aan onze citroenenstand serveren we zuurzoete cocktails en vragen aan de heren ministers om akkoorden te sluiten die vrouwen geen koude rillingen bezorgen.

De verkoop van de cocktails en onze citroenpins gaat integraal naar de crowdfunding van De Kinderopvangzaak. Via deze zaak vecht ZIJkant samen met 19 andere organisaties de verstrengde voorrangsregels aan.

Zeer welkom voor een frisse cocktail:

Wanneer? 8 maart 202513 uur – 15 uur

Waar? Feministisch dorp van de Wereldvrouwenmars in Brussel.

Meer info: www.internationalevrouwendag.be

Bron: DeWereldMorgen.be

Boeren en bezorgde burgers: twee gezichten, één gedeelde strijd

Boeren en klimaatactivisten stonden op 31 januari niet tegenover, maar schouder aan schouder naast elkaar. Hun gedeelde tegenstander: de agro-industrie. Onze actie van Code Rood legt de breuklijn weer waar ze zou moeten liggen: niet tussen boeren en burgers maar tussen voeding gevers en winst nemers.

31 januari 2024. Boeren nemen de hoofdstad over. Op het Luxemburgplein wordt het symbool van de staalindustrie van zijn sokkel gesleurd en ingenomen door een nieuw beeld: een landbouwer van jute en stro. In de havens laten boeren verstaan dat ze tegen de Mercosur vrijhandelsakkoorden zijn (tussen de EU en vier landen in Latijns Amerika). De lijst bekommernissen was lang. Globale vrijhandel ten dienste van de agro-industrie, toegang tot grond, hoge administratieve lasten, stikstof akkoorden en beknellingen tussen diverse omgevingseisen.

Stront strooien in Brussel bracht media en macht, maar geen goed publiek debat. Een debat dat in Vlaanderen vaak gevoerd wordt aan de keukentafels in de hoeves of in Whatsapp-groepen met collega-boeren. Voor de politieke vertegenwoordiging zijn ze dan afhankelijk van grotere belangenorganisaties die ze naar de steden sturen. Is er op het platteland dan echt geen ruimte voor publiek debat?

Als de Natuurpunter en Boerenbondiaan het over landbouwgrond hebben komt het niet snel tot een goed debat. Ik, iemand die eet met bezorgdheid voor onze boeren, zou zogezegd ook niet met een boer kunnen praten wegens ‘weer zo’n griet van ‘t stad’.

Toch is precies dat wat ik ben gaan doen. En dit weekend, een jaar later, staan de landbouwers opnieuw op de barricades. Maar ditmaal samen met milieu-activisten. Als Belgische primeur slaan boeren en de klimaatbeweging de handen in elkaar voor een grootschalige actie van burgerlijke ongehoorzaamheid. Samen ploegen we dwars doorheen Vlaanderen’s gepolariseerde velden.

Stap één was op het platteland elkaar te ontmoeten rond de verhalen die we vorig jaar op het Luxemburgplein hoorden. Luisteren naar de zorgen van ouders die geen toekomst meer zien in hun familiebedrijven. Luisteren naar boeren die experimenteren met niet-ploegen en hoe ze het beheer van de Natura-2000 weides in de valleien toch integreren in hun bedrijf. En terloops leerden we van boeren ook hoe je in geval van nood een haven kunt barricaderen.

Kan dit een startpunt zijn voor een nauwere band tussen boerenbewegingen en klimaatbewegingen?

Landbouwers ervaren de klimaatverandering direct, erg fysiek. Ze staan op de frontlinie. Terwijl impact en gevaar stijgt, daalt hun handelingsvermogen. Ondanks dat de vele omgevingsuitdagingen daar worden gewikt en gewogen, is het boerenerf minder en minder in handen van de boeren zelf.

Niet alleen daalt het eigen grondbezit ten voordele van onder andere onzekere seizoenspachten, ook de bedrijfsvoering zelf wordt in toenemende mate bepaald door de Boerenbond. Die hangt van de vrijwillige inzet van boeren af, maar het is duidelijk voor wie ze werkt.

In de Pano-reportage ‘Boer zoekt toekomst’ claimde de Boerenbond dankzij hun financiële holdings ‘onafhankelijk de belangen van de boeren te kunnen verdedigen’. Ondertussen omsingelen deze agro-industriële holdings de landbouwers langs alle kanten van de keten. Van meststoffen tot stallenbouw en verzekeringen, met de MRBB (Maatschappij Roerend Bezit Boerenbond) dreigt de solidariteit van de Boerenbond even ver te gaan als hun eigen financiële belangen.

Met de actie tegen de agro-industrie hoop ik vooral dat dit een eerste koevoetwerk is met de boeren zelf aan zet. Een koevoet die wrikt tussen boerenbelangen en de winstbelangen van de industrie. Dit weekend wordt er een concreet bedrijf uit de agro-industrie geviseerd, een industrie die zich te comfortabel voelt doorheen de schade die ze aanricht. Door de handen in elkaar te slaan slikken we dit niet langer.

Op Zondag 2 maart nodigen we jullie uit aan de keukentafels waar het allemaal begon. Op de conferentiedag in Brussel gaan we met de landbouwsector en sociale bewegingen in gesprek, verbeelding en verbinding voor de wereld die we willen opbouwen, inclusief de voedselsystemen die daarbij horen. Doe mee aan thematische workshops en lezingen over landbouw en de bijbehorende uitdagingen.

Meer info? Hou vooral de sociale media en website van @Coderougerood in de gaten.

Bron: DeWereldMorgen.be