Groot tekort aan  sociale woningen

Groot tekort aan  sociale woningen

De wooncrisis in Vlaanderen wordt steeds groter. Vooral het tekort aan sociale woningen is een ernstig probleem dat duizenden mensen treft. Steeds meer gezinnen hebben recht op een betaalbare woning, maar vinden er geen. Hierdoor groeien de wachtlijsten en nemen de wachttijden toe. Het meest opvallende probleem is de enorme wachtlijst. In 2025 stonden meer dan 209.000 huishoudens ingeschreven voor een sociale woning in Vlaanderen. Dat is een historisch record. Ter vergelijking: in 2022 waren dat nog ongeveer 176.000 huishoudens. De stijging gaat dus snel. Bovendien moeten veel mensen extreem lang wachten. In sommige gevallen loopt de wachttijd op tot meer dan 10 jaar. Het probleem ligt vooral bij het aanbod. Vlaanderen telt ongeveer 177.000 sociale huurwoningen, terwijl er bijna evenveel of zelfs meer mensen op de wachtlijst staan. Dat betekent dat er simpelweg te weinig woningen zijn om iedereen te helpen. In feite zou het aantal sociale woningen bijna moeten verdubbelen om de wachtlijst volledig weg te werken.

Oorzaken van het tekort:
Er zijn verschillende redenen waarom het tekort zo groot is:
Te weinig bouw van nieuwe woningen: jarenlang werd er onvoldoende geïnvesteerd in sociale huisvesting.
Stijgende huurprijzen op de private markt, waardoor meer mensen afhankelijk worden van sociale woningen.
Bevolkingsgroei en verarming: steeds meer mensen voldoen aan de voorwaarden voor een sociale woning.
Administratieve problemen: bijvoorbeeld vertragingen in systemen en procedures.
De corruptie in de bouwsector: denk maar aan de hoge prijzen voor de architect en de bouwproducten; prijsafspraken. Het wordt tijd dat de bouwsector eens doorgelicht wordt.

Gevolgen voor de samenleving
Het tekort heeft grote gevolgen:
Mensen moeten vaak te duur huren op de private markt
Sommige gezinnen komen in armoede of schulden terecht
Jongeren blijven langer thuis wonen, Hotel Mama
Dakloosheid en woononzekerheid nemen toe
Betaalbaar wonen is nochtans een basisrecht. Wanneer dat niet gegarandeerd wordt, ontstaan er grotere sociale problemen.

Mogelijke oplossingen
De Vlaamse overheid probeert het probleem aan te pakken met verschillende maatregelen:
Investeren in nieuwe sociale woningen
Gemeenten verplichten om een minimum aantal woningen te bouwen
Snellere procedures voor bouwprojecten
Renovatie van bestaande woningen

Toch zeggen experts dat deze maatregelen nog onvoldoende zijn om het probleem snel op te lossen.

Conclusie
Het tekort aan sociale woningen in Vlaanderen is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van dit moment. Met meer dan 200.000 wachtenden en lange wachttijden is duidelijk dat er dringend actie nodig is.
Zonder extra investeringen en snellere oplossingen dreigt de wooncrisis alleen maar groter te worden. Betaalbaar wonen moet opnieuw een prioriteit worden, zodat iedereen recht heeft op een degelijke woning.
Vermogensongelijkheid

Vermogensongelijkheid

10% van de Belgen bezit 29% van de vastgoedmarkt. De verdeling van het vermogen in België is heel ongelijk, meldt de vzw Financité. Wat zijn de conclusies voor de vastgoedmarkt?

Het Rapport over Financiële Inclusie 2025 geeft verschillende cijfers over de verdeling van het vermogen van huishoudens in België.
Een sterk geconcentreerde vermogensverdeling
Volgens het rapport bleek in het 4de kwartaal van 2024 dat:
De 50% minst welgestelde huishoudens bezit slechts 8,3% van het totale nettovermogen, een lichte stijging tegenover 2014 (8%).
De 10% meest vermogenden beschikt over 55% van het totale nettovermogen.
Diezelfde 10% bezit:
29% van het residentieel vastgoed (cijfers 2023),
80% van de beursgenoteerde aandelen (2024),
76% van de beleggingsfondsen (2024).

Wie zijn de mensen met het laagste vermogen?
Volgens het rapport behoren tot de 50% minst welgestelden onder meer:
jongeren
laaggeschoolden
alleenstaande moeders
zij die alleen wonen
werknemers met laaggekwalificeerde jobs

Deze groepen beschikken over een beperkter vermogen, wat hun capaciteit beïnvloedt om te sparen, een onverwachte kost te dragen of de aankoop van een woning te overwegen.
Wat de spaartegoeden betreft

Het rapport herinnert eraan dat:
Het bedrag op spaarrekeningen eind oktober 2025 opliep tot € 301,87 miljard.
Het theoretisch gemiddelde spaargeld per inwoner € 25.527 bedraagt, maar de mediaan slechts op € 5.360 ligt (2023).
21,6% van de Belgische huishoudens een onverwachte uitgave van € 1.400 niet aankan.
De bruto-spaarquote in België (12,9%) onder het Europese gemiddelde blijft.
En hier wringt het schoentje: banken vragen vandaag een grote eigen inbreng om in aanmerking te komen voor een hypothecair krediet… wat substantiële spaarreserves veronderstelt!

Belangrijke kanttekening
Één van de vaststellingen van het rapport betreft het gebrek aan gedetailleerde gegevens over het spaargeld en vermogen van huishoudens. Daardoor is het moeilijk om precieze conclusies te trekken. En dat betreurt Financité: “Zonder te kunnen terugvallen op gedetailleerde en jaarlijkse analyses van het reële spaargeld van Belgische huishoudens, lijkt het onmogelijk om onderbouwde politieke beslissingen te nemen. 

Bron: Immovlan
Rechtszaak tegen retroactieve pensioenknip-Jambon

Rechtszaak tegen retroactieve pensioenknip-Jambon

ABVV en ACV starten een rechtszaak tegen de pensioenknip van Jambon. Het is een rode draad doorheen de pensioenplannen van minister Jambon: besparen op de gelijkgestelde periodes voor onvrijwillige inactiviteit. ABVV en ACV stappen naar de Raad van State om een eerste Koninklijk Besluit te laten vernietigen. Dat Koninklijk Besluit (KB) grijpt immers retroactief in op loopbaanperiodes uit het verleden. Het is een stevige waarschuwing voor de minister, ook zijn andere pensioenplannen dreigen voor de rechtbank te stranden.

Rechtszekerheid
De grote pensioenhervormingswet moet nog groen licht krijgen van het parlement, maar ondertussen verscheen al een KB met één specifieke maatregel in het Belgisch Staatsblad. Het zogenaamde ‘KB Beperkt fictief loon’ voorziet een lagere pensioengelijkstelling voor het eerste jaar werkloosheid, deeltijds werk met inkomensgarantie-uitkering en sommige eindeloopbaanregelingen (waaronder medisch SWT of SWT na 20 jaar nachtarbeid). Het KB verscheen eind januari 2026 in het Staatsblad, maar de nieuwe regels gelden retroactief vanaf februari 2025.
 
Voor de vakbonden is dat een flagrante schending van het principe van rechtszekerheid. Werknemers zien plots hun pensioenbedrag dalen omdat minister Jambon de regels en cours de route wijzigt. ABVV en ACV vechten daarom de lagere gelijkstelling voor het eerste jaar werkloosheid, deeltijds werk met inkomensgarantie-uitkering en de SWT-stelsels zware beroepen en herstructureringen aan. De vakbonden achten het zeer waarschijnlijk dat de Raad van State de retroactieve maatregel zal vernietigen, een uitspraak valt te verwachten over uiterlijk 18 maanden.
 
Knoeiboel
Deze specifieke rechtszaak staat symbool voor de juridische knoeiboel die de ‘hervorming’-Jambon is. “Het is een zuivere pensioenbesparing die retroactief de spelregels herziet en daarbij bovendien vrouwen juridisch dreigt te discrimineren. De pensioenplannen, zoals die nu voorliggen, zijn dan ook absoluut vatbaar voor juridische betwisting”, stelt Raf De Weerdt (federaal secretaris ABVV). Ook de nieuwe definitie voor loopbaanjaar – de fameuze 156-dagenregel – geldt bijvoorbeeld retroactief en wordt quasi zonder overgangsperiode ingevoerd.
Deze pensioenplannen zijn een pure economische besparing, en dit ten koste van vrouwen en mensen die deeltijds werkten of onvolledige loopbanen hebben.

Anne Léonard (nationaal secretaris ACV) wijst uitdrukkelijk op “de verarming die dreigt voor heel veel toekomstige gepensioneerden en roept op om de pensioenhervorming te herbekijken met oog voor de sociale gevolgen van onder meer de malus, werkvoorwaarden etc.”
Mocht de pensioenhervormingswet groen licht krijgen van het parlement, beraden de vakbonden zich over verdere juridische stappen.
Midden-februari kregen de vakbonden al gelijk in een andere zaak over de gelijkgestelde periodes, waardoor onder meer legerdienst integraal gelijkgesteld blijft. 

Bron: VRT nws
Staking overheidsdiensten op 13 april

Staking overheidsdiensten op 13 april

Vakbonden kondigen staking aan op 13 april tegen privatisering federale diensten. De vakbonden ACV, ACOD en VSOA hebben een stakingsaanzegging ingediend op 13 april tegen de privatisering van de openbare diensten. Concreet worden er mogelijk acties gehouden in de gevangenissen, gesloten centra en bij alle federale overheidsdiensten. De vakbonden ACV Openbare Diensten, ACOD en VSOA roepen medewerkers uit alle federale diensten op om op 13 april mee actie te voeren. Ze komen op straat tegen onder andere de privatisering van de overheid en de stopzetting van statutaire (vaste) benoemingen. Minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) wil bijvoorbeeld private partners inschakelen voor bewakingstaken in de gevangenissen. Gesprekken daarover tussen haar en de sector liepen vast. Verlinden bekijkt of private veiligheidsagenten gevangenissen kunnen bewaken. Minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V) onderzoekt of private veiligheidsfirma’s het grote tekort aan personeel in de gevangenissen kunnen indammen. De vakbonden zijn ontzet: “De minister zou beter het statuut van gevangenispersoneel aantrekkelijker maken in plaats van verbetering te verwachten met deze maatregel.” Kunnen private beveiligingsfirma’s het personeelstekort in de gevangenissen opvangen? Dat onderzoekt bevoegd minister van Justitie Annelies Verlinden (CD&V). “Het personeelstekort weegt enorm op het huidige gevangenispersoneel. Dan moeten we durven nadenken over andere, creatieve mogelijkheden om extra personeel te zoeken. En daarvan is dit er eentje”, zegt Verlinden. Robby De Kaey, ACOD-vakbondsafgevaardigde, is niet verbaasd, wel ontzet: “Als er in dit land een probleem gecreëerd is en ze krijgen het niet opgelost, dan wordt er met geld richting de privésector gegooid. Daar is dan plots budget voor.” Hij ziet geen oplossing in het voorstel van Verlinden. “Je moet niet alleen durven te denken, je moet vooral durven te doen. Als je de werkomstandigheden van het personeel verbetert, dan ga je makkelijker personeel vinden ook. Daarvoor moet de overbevolking in de gevangenissen omlaag.” 10 procent van gevangenispersoneel
Om die overbevolking tegen te gaan, werd vorig jaar al beslist de gevangenis in Antwerpen langer open te houden, terwijl de nieuwe al zou opengaan. Dat is deel van het probleem volgens De Kaey: “Timing is ook een probleem. Door de hoge overbevolking kan men niet anders dan de oude gevangenis in Antwerpen nog openhouden, terwijl de nieuwe al opengaat. Een nieuwe gevangenis die nog meer personeel nodig heeft dan de vorige.”
Ook daar zoeken ze nog personeel. Verlinden laat nog weten dat de maatregel daar 10 procent van het totaal aantal vacatures zou kunnen invullen. Dat komt neer op 34 voltijdse functies. “We blijven eerst en vooral cipiers zoeken en zetten dus in op rekrutering, maar we kunnen aanvullen met private firma’s.”
Zorgen over veiligheid
Want die private firma’s zouden kunnen worden ingezet voor “een bepaald soort taken waarbij ze niet rechtstreeks in contact komen met gedetineerden”. “Denk aan toegangscontroles, onthaalfuncties of observatie”, stelt Verlinden.
Een gevangenis is geen shoppingcenter
Robby De Kaey, ACOD-vakbondsafgevaardigde, stelt zich vragen bij de veiligheid van die keuze: “Een gevangenis is geen shoppingcenter. Je werkt binnen een specifieke context met veiligheidsapparatuur en -procedures. “
En ook privacygewijs ziet hij liever geen private bewakingsfirma’s de gevangenissen versterken. “Er komen heel veel mensen binnen in een gevangenis, mensen van wie je de persoonsgegevens moet beschermen. Dat is de taak van overheidspersoneel dat een eed aflegt en statutair in dienst werkt. Je mag daar niet zomaar aan voorbijgaan; bewakingsagenten zijn onder een heel andere vorm tewerkgesteld.”
“Waar zal dit eindigen?”: Experts vrezen voor ‘race to the bottom’ in gevangenissen
Of het een goed idee is, dat zullen we nog moeten afwachten. Maar verrast is Tom Daems, professor Criminologie aan de KU Leuven, alleszins niet. “Dit zat eraan te komen en stond in het regeerakkoord”, zegt hij.
Al vormt het idee van Verlinden wel een trendbreuk met het huidige veiligheidsbeleid in de gevangenissen: “De inbreng van de private veiligheidssector in de gevangenissen beperkt zich momenteel tot het ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden van de gebouwen. In forensische psychiatrische centra en transitiehuizen nemen ze wel al stapsgewijs operationele taken op zich.”
Vraag is waar we naartoe evolueren, zegt Daems. “Dit voorstel wordt in 1 adem genoemd met de opleidingsvereisten verlagen voor bepaalde functies. Dan vrees ik een beetje dat dit een race-to-the-bottom is.”
Nog  3 andere pistes
Binnen hetzelfde plan bekijkt de minister ook of er kan worden afgeweken van de diplomavereisten voor bepaalde jobs in de gevangenis, en of de vacatures ook opengesteld kunnen worden voor burgers uit andere Europese landen.
Ze benadrukt daarbij wel dat “er steeds oog moet zijn voor de kwaliteit van de profielen die worden aangeworven”. “De druk om snel bijkomend personeel te vinden mag de filters die ervoor zorgen dat de juiste mensen worden aangenomen, niet belemmeren”, aldus Verlinden.
Volgens de vakbond zou “de minister beter het statuut van gevangenispersoneel aantrekkelijker maken in plaats van verbetering te verwachten met deze maatregelen”.
We moeten het debat over de kerntaken van de overheid nog voeren, maar zien nu al dat de overheid een aantal voorafnames neemt”, zegt ACV-vakbondsverantwoordelijke Johan Lippens.
De staking begint op 12 april om 22 uur en eindigt op 13 april om 22 uur.
Neutr-On steunt deze vakbondsacties omdat de heisa in de gevangenissen maar blijft duren. Dat komt voornamelijk omdat de ministers geen oplossing kunnen vinden. Neutr-On stelt voor om de ministers voortaan slechts een mandaat van 1 jaar te geven zodat ze tijdig kunnen vervangen worden als ze geen behoorlijke resultaten boeken om de problemen op te lossen.
Europa waarschuwt regering-De Wever over maatregelen tegen hoge energieprijzen

Europa waarschuwt regering-De Wever over maatregelen tegen hoge energieprijzen

Volgende week buigt de regering van premier Bart De Wever (N-VA) zich over eventuele maatregelen om de stijgende energieprijzen op te vangen. De Europese Commissie heeft daar alvast enkele bedenkingen bij.

Ondanks het uiterst broze staakt-het-vuren in het Midden-Oosten zullen de Europese energieprijzen nog een geruime tijd hoog blijven, aldus de Europese Commissie. ‘Maakt u zich geen illusies’, waarschuwde een woordvoerder afgelopen woensdag tijdens een persconferentie. Tegen die achtergrond klinkt de roep om maatregelen in de regering-De Wever steeds luider. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau, MR-kopstuk Georges-Louis Bouchez, Les Engagés-voorman Yvan Verhoughstraete en CD&V-chef Sammy Mahdi pleiten voor ingrepen. Premier Bart De Wever (N-VA) trapt op de rem, vooral uit budgettaire overwegingen.

Minister van Energie Mathieu Bihet (MR) legt volgende week een plan op tafel. Het is onduidelijk aan welke maatregelen hij schaaft, wel pleit zowel de MR als Les Engagés ervoor om direct in te grijpen op de prijs van energie.

Maar dat laatste raadt de Europese Commissie nu net af, zo blijkt uit een interne nota die Knack kon inkijken. In het document tracht Brussel lessen te trekken uit de energiecrisis van enkele jaren geleden. Veel nationale maatregelen werden niet op het juiste moment genomen, waren onvoldoende gericht en bleven ook nog eens te lang aanslepen. Tussen 2022 en 2024 waren alle crisismaatregelen samen goed voor 2,2 procent van het Europese bbp – België bleef aardig onder dat Europese gemiddelde, Griekenland gaf het meeste uit.

Slechts een kwart van de nationale maatregelen ging toen naar de kwetsbaarste bedrijven en huishoudens, bovendien garandeerde de brede overheidssteun geen betere bescherming. Ook hadden sommige maatregelen vervelende neveneffecten. Spanje en Portugal voerden een prijsplafond in op gas dat werd gebruikt voor elektriciteitsproductie. Het drukte dan wel de elektriciteitsprijs, maar het vergrootte ook het gasverbruik – in Spanje en Portugal, én daarbuiten. De Iberische, door gas opgewekte, elektriciteit werd namelijk zo goedkoop dat ze massaal naar het buitenland werd uitgevoerd. Dat jaagde de vraag naar gas bijgevolg de hoogte in, terwijl het al zo duur was door het beperkte aanbod.

Openbaar vervoer

Wat stelt de Commissie wel voor? ‘Het goedkoopste vat olie is het vat dat niet verbruikt wordt’, zei voorzitter van de Europese Centrale Bank Christine Lagarde eind maart. Ook Eurocommissaris voor Economie Valdis Dombrovskis bepleit ingrepen die de vraag naar energie, vooral naar fossiele brandstoffen, doen dalen. De Commissie legt enkele opties op tafel: informatiecampagnes om openbaar vervoer en renovatie te stimuleren, gerichte inkomenssteun, lagere belastingen op elektriciteit zolang die geen gapend gat in de begroting slaan, en gerichte prijsingrepen voor kwetsbare gezinnen en ondernemingen – al zorgen die voor ongewenste marktverstoringen. En dat allemaal zo tijdelijk mogelijk.

In één adem pleit de Commissie ervoor dat de lidstaten volop blijven investeren in hernieuwbare energie, wat maakt dat de doorgaans hogere gasprijs de elektriciteitsprijs steeds minder beïnvloedt. In heel Europa steeg het aandeel van hernieuwbare energie in de elektriciteitsmix tussen 2021 en 2025 van 36 procent naar 48 procent, het aandeel van fossiele brandstoffen daalde van 34 procent naar 26 procent. Bovendien spreiden de EU-lidstaten sinds de oorlog in Oekraïne hun afhankelijkheden van gas beter. In 2021 kwam weliswaar 45 procent van het gas uit Rusland, in 2025 was dat nog 12 procent – de afhankelijkheid van de Verenigde Staten steeg wel van 6 procent naar 26 procent.

Naast de kosten voor het opwekken van elektriciteit zelf, zo merkt de Commissie op, moet er ook iets gedaan worden aan de btw en accijnzen, het elektriciteitsnetwerk en de kosten van CO­­­2-uitstoot. Daarom zal de Commissie binnenkort een voorstel op tafel leggen waarmee de lidstaten de belastingen op elektriciteit eenvoudiger kunnen laten dalen – een zoveelste stap om elektriciteit aantrekkelijker te maken dan gas of stookolie. Ook raadt de Commissie aan om de inkomsten van het zogenaamde emissiehandelssysteem, dat de uitstoot per ton CO2 belast en dat elk jaar wat duurder wordt gemaakt, te gebruiken om de hoge energieprijzen te compenseren.

Overwinstbelasting

Het neemt de hoge energieprijzen aan de pomp natuurlijk niet meteen weg. De Europese transportsector is enorm afhankelijk van fossiele brandstoffen – in 2024 ging het om 90 procent. Daarom grijpen een heleboel lidstaten al in, maar niet bepaald zoals de Commissie dat zou willen. Roemenië, waar de inflatie dit jaar maar liefst 6,5 procent bedraagt, verlaagt drie maanden de accijnzen op diesel voor de transportsector zodra de prijs stijgt – dat omgekeerde cliquetsysteem heeft Bihet alvast uitgesloten voor ons land. Polen verlaagt de btw en accijnzen op benzine en diesel, Oostenrijk gebruikt de gestegen btw-inkomsten op fossiele brandstoffen om de prijzen aan de pomp te drukken.

Het zijn ingrepen die geld kosten, en dat terwijl de Europese schatkisten er om velerlei redenen een stuk slechter voorstaan dan in 2022 – hét argument van De Wever en bijvoorbeeld Nederland om nu nog niet in te grijpen. Enkele jaren geleden kregen de lidstaten van de EU nog de toelating om de kosten van de energiemaatregelen buiten de begroting te houden, zoals dat momenteel ook met defensie-uitgaven het geval is voor twaalf lidstaten. Maar die maatregel, zo werpt de Commissie tegen, zorgt er natuurlijk voor dat de geplande schuldafbouw van lidstaten die al diep in het rood staan voor de zoveelste keer vertraging dreigt op te lopen.

Toch baren de kosten zorgen. Begin maart vroegen vijf lidstaten, waaronder Duitsland en Frankrijk, de Commissie om opnieuw een overwinstbelasting op energiebedrijven mogelijk te maken. Die ingreep werd ook tijdens de vorige energiecrisis ingevoerd en leverde toen ruim 25 miljard euro op. Maar niet iedereen is overtuigd van het nut van die maatregelen. Estland, bijvoorbeeld, beargumenteert dat de winsten van die bedrijven net moeten dienen om te investeren in de groene en onafhankelijke energiebronnen van de toekomst – in Spanje, waar de energiekosten veel lager zijn, blijkt die aanpak succesvol.

Bron: Knack.be